Elohim Bijbel

Psalmen 101

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Davids gelofte: trouw en recht in mijn huis

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Trouw en recht wil ik zingen

1Van David. Een psalm. Trouw en recht wil ik zingen. Voor U, Yahweh, wil ik lofzingen.
לְדָוִ֗ד
(ledavid)
van David
מִ֫זְמ֥וֹר
(mizmor)
psalm
חֶֽסֶד
(chesed)
trouw
וּמִשְׁפָּ֥ט
(umishpat)
en recht
אָשִׁ֑ירָה
(ashira)
wil ik zingen
לְךָ֖
(lekha)
voor U
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֲזַמֵּֽרָה
(azamera)
wil ik lofzingen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לְדָוִד (ledavid), ‘van David’: het voorzetsel kan ‘van’, ‘voor’ of ‘over’ David betekenen.

Wij lezen: een psalm van David.

חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid.

2Ik wil verstandig leven op de weg van wat onberispelijk is. Wanneer komt U tot mij? Ik wil wandelen met een onberispelijk hart in mijn huis.
אַשְׂכִּ֤ילָה
(askila)
wil ik verstandig leven
בְּדֶ֬רֶךְ
(bederekh)
op de weg van
תָּמִ֗ים
(tamim)
wat onberispelijk is
מָ֭תַי
(matay)
wanneer
תָּב֣וֹא
(tavo)
komt U
אֵלָ֑י
(elay)
tot mij
אֶתְהַלֵּ֥ךְ
(ethalekh)
wil ik wandelen
בְּתָם
(betam)
met onberispelijk
לְ֝בָבִ֗י
(levavi)
hart
בְּקֶ֣רֶב
(beqerev)
binnen
בֵּיתִֽי
(beiti)
mijn huis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אַשְׂכִּילָה (askilah), ‘ik wil verstandig leven’: ik wil met inzicht handelen.

תָּמִים (tamim), ‘onberispelijk’: heel, zonder fout, zoals ook Noach heette (Gen. 6:9).

Geen kwaad voor mijn ogen

3Ik zet niets van Belial voor mijn ogen. Het werk van wie afwijken haat ik. Het blijft niet aan mij kleven.
לֹֽא
(lo)
niet
אָשִׁ֨ית
(ashit)
zet ik
לְנֶ֥גֶד
(leneged)
voor
עֵינַ֗י
(einay)
mijn ogen
דְּֽבַר
(devar)
zaak van
בְּלִ֫יָּ֥עַל
(beliyaal)
Belial
עֲשֹֽׂה
(aso)
het werk van
סֵטִ֥ים
(setim)
wie afwijken
שָׂנֵ֑אתִי
(saneti)
haat ik
לֹ֖א
(lo)
niet
יִדְבַּ֣ק
(yidbaq)
blijft kleven
בִּֽי
(bi)
aan mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּלִיַּעַל (beliyya’al), ‘Belial’: letterlijk ‘waardeloosheid’, wat tot niets deugt en tot het kwaad leidt.

Zie ook 2 Sam. 22:5.

סֵטִים (setim), ‘wie afwijken’: zij die van de weg van Yahweh afwijken.

4Een verdraaid hart moet van mij wijken. Het kwade wil ik niet kennen.
לֵבָ֣ב
(levav)
hart
עִ֭קֵּשׁ
(iqesh)
verdraaid
יָס֣וּר
(yasur)
moet wijken
מִמֶּ֑נִּי
(mimeni)
van mij
רָ֝֗ע
(ra)
kwaad
לֹ֣א
(lo)
niet
אֵדָֽע
(eda)
wil ik kennen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עִקֵּשׁ (iqqesh), ‘verdraaid’: krom, onbetrouwbaar.

5Wie in het geheim zijn naaste belastert, breng ik tot zwijgen. Wie hoogmoedige ogen heeft en een opgeblazen hart, die kan ik niet verdragen.
מְלָשְׁנִ֬י
(melasheni)
wie belastert mij
בַסֵּ֨תֶר
(baseter)
in het geheim
רֵעֵהוּ֮
(reehu)
zijn naaste
אוֹת֪וֹ
(oto)
hem
אַ֫צְמִ֥ית
(atsmit)
breng ik tot zwijgen
גְּֽבַהּ
(gevah)
hoogte van
עֵ֭ינַיִם
(einayim)
ogen
וּרְחַ֣ב
(urechav)
en breed van
לֵבָ֑ב
(levav)
hart
אֹ֝ת֗וֹ
(oto)
hem
לֹ֣א
(lo)
niet
אוּכָֽל
(ukhal)
kan ik verdragen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אַצְמִית (atsmit), ‘ik breng tot zwijgen’, in vers 8 ‘ik vernietig’: hetzelfde woord, dat ‘tot een einde brengen’ betekent.

Lezing

In de geschreven tekst staat מְלוֹשְׁנִי (meloshni), in de voorgelezen tekst (qere) מְלָשְׁנִי (melashni).

Beide vormen komen van לָשַׁן (lashan), ‘met de tong belasteren’.

Wij volgen de qere.

Mijn ogen zijn op de betrouwbaren

6Mijn ogen zijn gericht op de betrouwbaren van het land, zodat zij bij mij wonen. Wie op de weg van wat onberispelijk is gaat, die zal mij dienen.
עֵינַ֤י
(einay)
mijn ogen
בְּנֶֽאֶמְנֵי
(beneemnei)
op de betrouwbaren van
אֶרֶץ֮
(erets)
het land
לָשֶׁ֪בֶת
(lashevet)
zodat zij wonen
עִמָּ֫דִ֥י
(imadi)
bij mij
הֹ֭לֵךְ
(holekh)
wie gaat
בְּדֶ֣רֶךְ
(bederekh)
op de weg van
תָּמִ֑ים
(tamim)
wat onberispelijk is
ה֝֗וּא
(hu)
hij
יְשָׁרְתֵֽנִי
(yeshareteni)
zal mij dienen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶאֱמְנֵי (ne’emenei), ‘de betrouwbaren’: mensen op wie men kan bouwen, van dezelfde stam als אֱמוּנָה (emunah), ‘betrouwbaarheid’.

7Wie bedrog pleegt, zal niet in mijn huis wonen. Wie leugens spreekt, zal niet bestaan voor mijn ogen.
לֹֽא
(lo)
niet
יֵשֵׁ֨ב
(yeshev)
zal wonen
בְּקֶ֥רֶב
(beqerev)
binnen
בֵּיתִי֮
(beiti)
mijn huis
עֹשֵׂ֪ה
(ose)
wie pleegt
רְמִ֫יָּ֥ה
(remiya)
bedrog
דֹּבֵ֥ר
(dover)
wie spreekt
שְׁקָרִ֑ים
(sheqarim)
leugens
לֹֽא
(lo)
niet
יִ֝כּ֗וֹן
(yikon)
zal bestaan
לְנֶ֣גֶד
(leneged)
voor
עֵינָֽי
(einay)
mijn ogen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Elke morgen wil ik alle goddelozen van het land vernietigen, om alle werkers van onrecht uit de stad van Yahweh uit te roeien.
לַבְּקָרִ֗ים
(labeqarim)
elke morgen
אַצְמִ֥ית
(atsmit)
wil ik vernietigen
כָּל
(kal)
alle
רִשְׁעֵי
(rishei)
goddelozen van
אָ֑רֶץ
(arets)
het land
לְהַכְרִ֥ית
(lehakhrit)
om uit te roeien
מֵֽעִיר
(meir)
uit de stad van
יְ֝הוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
כָּל
(kal)
alle
פֹּ֥עֲלֵי
(poalei)
werkers van
אָֽוֶן
(aven)
onrecht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לַבְּקָרִים (labbeqarim), ‘elke morgen’: letterlijk ‘de morgens’.

De morgen was het moment van rechtspraak (Jer. 21:12).

עִיר יְהוָה (ir Yahweh), ‘de stad van Yahweh’: Jeruzalem, de stad met het heiligdom.