Open in de app Alle boeken Psalmen ← 100 102 → Psalmen 101 Davids gelofte: trouw en recht in mijn huis
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Trouw en recht wil ik zingen 1 Van David. Een psalm. Trouw en recht wil ik zingen. Voor U, Yahweh, wil ik lofzingen.
לְדָוִ֗ד
(ledavid)
van David
וּמִשְׁפָּ֥ט
(umishpat)
en recht
אָשִׁ֑ירָה
(ashira)
wil ik zingen
אֲזַמֵּֽרָה
(azamera)
wil ik lofzingen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
לְדָוִד (ledavid), ‘van David’: het voorzetsel kan ‘van’, ‘voor’ of ‘over’ David betekenen.
Wij lezen: een psalm van David.
חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid.
2 Ik wil verstandig leven op de weg van wat onberispelijk is. Wanneer komt U tot mij? Ik wil wandelen met een onberispelijk hart in mijn huis.
אַשְׂכִּ֤ילָה
(askila)
wil ik verstandig leven
בְּדֶ֬רֶךְ
(bederekh)
op de weg van
תָּמִ֗ים
(tamim)
wat onberispelijk is
אֶתְהַלֵּ֥ךְ
(ethalekh)
wil ik wandelen
בְּתָם
(betam)
met onberispelijk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אַשְׂכִּילָה (askilah), ‘ik wil verstandig leven’: ik wil met inzicht handelen.
תָּמִים (tamim), ‘onberispelijk’: heel, zonder fout, zoals ook Noach heette (Gen. 6:9).
Geen kwaad voor mijn ogen 3 Ik zet niets van Belial voor mijn ogen. Het werk van wie afwijken haat ik. Het blijft niet aan mij kleven.
בְּלִ֫יָּ֥עַל
(beliyaal)
Belial
סֵטִ֥ים
(setim)
wie afwijken
שָׂנֵ֑אתִי
(saneti)
haat ik
יִדְבַּ֣ק
(yidbaq)
blijft kleven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בְּלִיַּעַל (beliyya’al), ‘Belial’: letterlijk ‘waardeloosheid’, wat tot niets deugt en tot het kwaad leidt.
Zie ook 2 Sam. 22:5.
סֵטִים (setim), ‘wie afwijken’: zij die van de weg van Yahweh afwijken.
4 Een verdraaid hart moet van mij wijken. Het kwade wil ik niet kennen.
יָס֣וּר
(yasur)
moet wijken
מִמֶּ֑נִּי
(mimeni)
van mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
עִקֵּשׁ (iqqesh), ‘verdraaid’: krom, onbetrouwbaar.
5 Wie in het geheim zijn naaste belastert, breng ik tot zwijgen. Wie hoogmoedige ogen heeft en een opgeblazen hart, die kan ik niet verdragen.
מְלָשְׁנִ֬י
(melasheni)
wie belastert mij
בַסֵּ֨תֶר
(baseter)
in het geheim
רֵעֵהוּ֮
(reehu)
zijn naaste
אַ֫צְמִ֥ית
(atsmit)
breng ik tot zwijgen
גְּֽבַהּ
(gevah)
hoogte van
וּרְחַ֣ב
(urechav)
en breed van
אוּכָֽל
(ukhal)
kan ik verdragen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אַצְמִית (atsmit), ‘ik breng tot zwijgen’, in vers 8 ‘ik vernietig’: hetzelfde woord, dat ‘tot een einde brengen’ betekent.
Lezing
In de geschreven tekst staat מְלוֹשְׁנִי (meloshni), in de voorgelezen tekst (qere) מְלָשְׁנִי (melashni).
Beide vormen komen van לָשַׁן (lashan), ‘met de tong belasteren’.
Wij volgen de qere.
Mijn ogen zijn op de betrouwbaren 6 Mijn ogen zijn gericht op de betrouwbaren van het land, zodat zij bij mij wonen. Wie op de weg van wat onberispelijk is gaat, die zal mij dienen.
בְּנֶֽאֶמְנֵי
(beneemnei)
op de betrouwbaren van
לָשֶׁ֪בֶת
(lashevet)
zodat zij wonen
בְּדֶ֣רֶךְ
(bederekh)
op de weg van
תָּמִ֑ים
(tamim)
wat onberispelijk is
יְשָׁרְתֵֽנִי
(yeshareteni)
zal mij dienen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נֶאֱמְנֵי (ne’emenei), ‘de betrouwbaren’: mensen op wie men kan bouwen, van dezelfde stam als אֱמוּנָה (emunah), ‘betrouwbaarheid’.
7 Wie bedrog pleegt, zal niet in mijn huis wonen. Wie leugens spreekt, zal niet bestaan voor mijn ogen.
דֹּבֵ֥ר
(dover)
wie spreekt
שְׁקָרִ֑ים
(sheqarim)
leugens
יִ֝כּ֗וֹן
(yikon)
zal bestaan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8 Elke morgen wil ik alle goddelozen van het land vernietigen, om alle werkers van onrecht uit de stad van Yahweh uit te roeien.
לַבְּקָרִ֗ים
(labeqarim)
elke morgen
אַצְמִ֥ית
(atsmit)
wil ik vernietigen
רִשְׁעֵי
(rishei)
goddelozen van
לְהַכְרִ֥ית
(lehakhrit)
om uit te roeien
מֵֽעִיר
(meir)
uit de stad van
פֹּ֥עֲלֵי
(poalei)
werkers van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
לַבְּקָרִים (labbeqarim), ‘elke morgen’: letterlijk ‘de morgens’.
De morgen was het moment van rechtspraak (Jer. 21:12).
עִיר יְהוָה (ir Yahweh), ‘de stad van Yahweh’: Jeruzalem, de stad met het heiligdom.