Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Opschrift
1Een Maskil van David, toen hij in de grot was. Een gebed.
מַשְׂכִּ֥יל
(maskil)
Maskil
לְדָוִ֑ד
(ledavid)
van David
בִּהְיוֹת֖וֹ
(bihyoto)
toen hij was
בַמְּעָרָ֣ה
(bameara)
in de grot
תְפִלָּֽה
(tefila)
een gebed
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Grot (Adullam?; ligging onzeker): In de opschriften van Psalm 57 en 142 wordt niet gezegd welke grot bedoeld is.
Volgens 1 Samuël 22:1 vluchtte David naar de grot van Adullam, in de Sefela ten zuidwesten van Jeruzalem.
Dit is niet zeker.
Zie Grot (En-Gedi?; ligging onzeker): Een andere grot uit het leven van David is die bij En-Gedi, aan de Dode Zee (1 Samuël 24:4).
Welke grot de opschriften van Psalm 57 en 142 bedoelen, is niet zeker.
Uitleg
In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.
מַשְׂכִּיל (Maskil): betekenis onzeker; waarschijnlijk een leerdicht of kunstig lied. תְּפִלָּה (tefillah), ‘gebed’.
Het opschrift noemt een grot. Dit kan de grot van Adullam zijn (1 Sam. 22:1) of de grot bij En-Gedi (1 Sam. 24:4). Beide verhalen staan in 1 Samuël; het opschrift zegt niet welke.
נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: de persoon zelf, met zijn leven (vers 5 en 8).