Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
1Voor de koorleider. Op de gittit. Van Asaf.
לַמְנַצֵּ֬חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
עַֽל
(al)
op
הַגִּתִּ֬ית
(hagitit)
de gittit
לְאָסָֽף
(leasaf)
van Asaf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.
הַגִּתִּית (haggittit), ‘de gittit’: een muziekterm van onzekere betekenis, misschien ‘uit Gat’ (een melodie of instrument). Wij laten het onvertaald. Zie ook Ps. 8:1; 84:1.
4Blaas de ramshoorn bij de nieuwe maan, bij de volle maan, op onze feestdag.
תִּקְע֣וּ
(tiqu)
blaas
בַחֹ֣דֶשׁ
(bachodesh)
bij de nieuwe maan
שׁוֹפָ֑ר
(shofar)
ramshoorn
בַּ֝כֵּ֗סֶה
(bakese)
bij de volle maan
לְי֣וֹם
(leyom)
op de dag van
חַגֵּֽנוּ
(chagenu)
ons feest
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שׁוֹפָר (shofar), ‘ramshoorn’; חֹדֶשׁ (chodesh), ‘nieuwe maan’, het begin van de maand.
כֶּסֶה (keseh), ‘volle maan’: de betekenis is onzeker (vergelijk Spr. 7:20). Welk feest bedoeld wordt, is niet zeker; mogelijk het feest op de eerste dag van de zevende maand (Lev. 23:24; Num. 29:1) of het Loofhuttenfeest (Lev. 23:34).
5Want het is een verordening voor Israël, een recht van de Elohim van Jakob.
כִּ֤י
(ki)
want
חֹ֣ק
(choq)
verordening
לְיִשְׂרָאֵ֣ל
(leyisrael)
voor Israël
ה֑וּא
(hu)
het
מִ֝שְׁפָּ֗ט
(mishpat)
recht
לֵאלֹהֵ֥י
(lelohei)
van de Elohim van
יַעֲקֹֽב
(yaaqov)
Jakob
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Een woord dat de dichter hoort
6Als getuigenis heeft Hij het in Jozef gesteld, toen Hij uittrok tegen het land Egypte. Ik hoor een taal die ik niet kende:
עֵ֤דוּת
(edut)
getuigenis
בִּֽיה֘וֹסֵ֤ף
(bihosef)
in Jozef
שָׂמ֗וֹ
(samo)
Hij stelde het
בְּ֭צֵאתוֹ
(betseto)
bij Zijn uittocht
עַל
(al)
tegen
אֶ֣רֶץ
(erets)
land van
מִצְרָ֑יִם
(mitsrayim)
Egypte
שְׂפַ֖ת
(sefat)
taal van
לֹא
(lo)
niet
יָדַ֣עְתִּי
(yadati)
ik kende
אֶשְׁמָֽע
(eshma)
ik hoor
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
יְהוֹסֵף (Yehosef), ‘Jozef’, in een langere spelling met de korte vorm van Yahweh erin.
Dit is de enige plek waar de naam zo geschreven staat.
‘Jozef’ staat hier voor het volk Israël.
שְׂפַת לֹא־יָדַעְתִּי אֶשְׁמָע (sefat lo yadati eshma), ‘een taal die ik niet kende, hoor ik’: de spreker is hier de dichter, die een woord van Elohim hoort. Het woord van Elohim zelf, in rood, begint in vers 7.
Lezing
בְּצֵאתוֹ עַל־אֶרֶץ מִצְרָיִם (betseto al erets Mitsrayim), ‘toen Hij uittrok tegen het land Egypte’: de tekst zegt niet wie uittrekt.
Het kan ook Jozef zijn, die over Egypte trok.
Wij kiezen Elohim, omdat Hij in vers 5 en 11 de handelende is.
8In de nood riep je, en Ik heb je gered. Ik antwoordde je in de schuilplaats van de donder. Ik heb je beproefd bij het water van Meriba. Sela.
בַּצָּרָ֥ה
(batsara)
in de nood
קָרָ֗אתָ
(qarata)
je riep
וָאֲחַ֫לְּצֶ֥ךָּ
(vaachaletseka)
en Ik redde je
אֶ֭עֶנְךָ
(eenkha)
Ik antwoord je
בְּסֵ֣תֶר
(beseter)
in de schuilplaats van
רַ֑עַם
(raam)
donder
אֶבְחָֽנְךָ֨
(evchanekha)
Ik beproef je
עַל
(al)
bij
מֵ֖י
(mei)
water van
מְרִיבָ֣ה
(meriva)
Meriba
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Meriba (‘twist’) is de naam van twee plaatsen waar het volk Yahweh op de proef stelde: bij Refidim bij de berg Horeb (Exod. 17:1–7) en bij Kades (Num. 20:1–13).
De ligging is onzeker; Kades wordt gezocht bij Ain Qudeirat in de Negev (Israël).
Uitleg
סֶלָה (Sela): een woord van onzekere betekenis, waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze.
סֵתֶר רַעַם (seter ra’am), ‘schuilplaats van de donder’: de wolk met donder waaruit Elohim sprak bij de Sinaï. Zie ook Exod. 19:16–19.