Elohim Bijbel

Psalmen 137

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Aan de rivieren van Babel

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Aan de rivieren van Babel

1Aan de rivieren van Babel, daar zaten wij. Ook huilden wij toen wij aan Sion dachten.
עַ֥ל
(al)
aan
נַהֲר֨וֹת
(naharot)
rivieren van
בָּבֶ֗ל
(bavel)
Babel
שָׁ֣ם
(sham)
daar
יָ֭שַׁבְנוּ
(yashavnu)
wij zaten
גַּם
(gam)
ook
בָּכִ֑ינוּ
(bakhinu)
wij huilden
בְּ֝זָכְרֵ֗נוּ
(bezakherenu)
toen wij dachten
אֶת
(et)
(obj.)
צִיּֽוֹן
(tsiyon)
Sion
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

Babel lag aan de Eufraat, in het huidige Irak.

De Judeeërs waren daar na de val van Jeruzalem in ballingschap gebracht (586 v.Chr.).

De ‘rivieren van Babel’ zijn de Eufraat en de kanalen daarvan.

2Aan de wilgen in haar midden hingen wij onze lieren op.
עַֽל
(al)
aan
עֲרָבִ֥ים
(aravim)
wilgen
בְּתוֹכָ֑הּ
(betokhah)
in haar midden
תָּ֝לִ֗ינוּ
(talinu)
wij hingen op
כִּנֹּרוֹתֵֽינוּ
(kinoroteinu)
onze lieren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֲרָבִים (aravim), ‘wilgen’: waarschijnlijk wilgen of populieren die langs het water groeien.

כִּנּוֹר (kinnor), ‘lier’: een snaarinstrument.

3Want daar vroegen onze bewakers ons om woorden van een lied, en onze kwelgeesten om vreugde: „Zing voor ons een van de liederen van Sion.”
כִּ֤י
(ki)
want
שָׁ֨ם
(sham)
daar
שְֽׁאֵל֪וּנוּ
(sheelunu)
vroegen ons
שׁוֹבֵ֡ינוּ
(shoveinu)
onze bewakers
דִּבְרֵי
(divrei)
woorden van
שִׁ֭יר
(shir)
lied
וְתוֹלָלֵ֣ינוּ
(vetolaleinu)
en onze kwelgeesten
שִׂמְחָ֑ה
(simcha)
vreugde
שִׁ֥ירוּ
(shiru)
zingt
לָ֝֗נוּ
(lanu)
voor ons
מִשִּׁ֥יר
(mishir)
van een lied van
צִיּֽוֹן
(tsiyon)
Sion
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

שׁוֹבֵינוּ (shoveinu), ‘onze bewakers’: wie ons gevangen hield.

תּוֹלָל (tolal), ‘kwelgeest’: een zeldzaam woord; de betekenis is onzeker.

Het kan ook ‘plunderaar’ of ‘wie ons bespot’ betekenen.

4Hoe zouden wij het lied van Yahweh zingen op vreemde grond?
אֵ֗יךְ
(eikh)
hoe
נָשִׁ֥יר
(nashir)
zouden wij zingen
אֶת
(et)
(obj.)
שִׁיר
(shir)
lied van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
עַ֝֗ל
(al)
op
אַדְמַ֥ת
(admat)
grond van
נֵכָֽר
(nekhar)
vreemde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Als ik je vergeet, Jeruzalem, moge mijn rechterhand vergeten.
אִֽם
(im)
als
אֶשְׁכָּחֵ֥ךְ
(eshkachekh)
ik je vergeet
יְֽרוּשָׁלִָ֗ם
(yerushaliam)
Jeruzalem
תִּשְׁכַּ֥ח
(tishkach)
moge vergeten
יְמִינִֽי
(yemini)
mijn rechterhand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Lezing

Bij ‘vergeten’ (tishkach) staat in het Hebreeuws geen voorwerp.

De zin is daardoor kort en scherp.

Wij laten dat zo.

Bedoeld is vermoedelijk: moge mijn hand haar spel vergeten, of: moge zij verdorren.

Onzeker.

6Moge mijn tong aan mijn gehemelte kleven als ik niet aan je denk, als ik Jeruzalem niet boven mijn hoogste vreugde stel.
תִּדְבַּ֥ק
(tidbaq)
moge kleven
לְשׁוֹנִ֨י
(leshoni)
mijn tong
לְחִכִּי֮
(lechiki)
aan mijn gehemelte
אִם
(im)
als
לֹ֪א
(lo)
niet
אֶ֫זְכְּרֵ֥כִי
(ezkerekhi)
ik aan je denk
אִם
(im)
als
לֹ֣א
(lo)
niet
אַ֭עֲלֶה
(aale)
ik laat opgaan
אֶת
(et)
(obj.)
יְרוּשָׁלִַ֑ם
(yerushaliam)
Jeruzalem
עַ֝֗ל
(al)
boven
רֹ֣אשׁ
(rosh)
top van
שִׂמְחָתִֽי
(simchati)
mijn vreugde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Een bede om vergelding

7Reken, Yahweh, de zonen van Edom de dag van Jeruzalem aan. Zij zeiden: „Leg haar kaal, leg haar kaal, tot op haar fundament!”
זְכֹ֤ר
(zekhor)
gedenk
יְהוָ֨ה
(Yahweh)
Yahweh
לִבְנֵ֬י
(livnei)
aan de zonen van
אֱד֗וֹם
(edom)
Edom
אֵת֮
(et)
(obj.)
י֤וֹם
(yom)
dag van
יְֽרוּשָׁ֫לִָ֥ם
(yerushaliam)
Jeruzalem
הָ֭אֹ֣מְרִים
(haomerim)
zij die zeggen
עָ֤רוּ
(aru)
leg kaal
עָ֑רוּ
(aru)
leg kaal
עַ֝֗ד
(ad)
tot
הַיְס֥וֹד
(haysod)
het fundament
בָּֽהּ
(bah)
in haar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Edom (Seïr): Edom (Seïr) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië.

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

זְכֹר (zechor), ‘gedenk’: hier met de bedoeling ‘houd het hun voor, reken het hun aan’.

Wij vertalen ‘aanrekenen’.

‘De dag van Jeruzalem’ is de dag van haar val. Edom juichte toen mee (Obad. 1:10–14) en riep tot de verwoesting op. Zie ook Klaagl. 4:21–22.

אֶדוֹם (Edom) was het buurvolk ten zuiden van de Dode Zee.

8Dochter van Babel, jij die verwoest zult worden: gelukkig is hij die jou betaalt wat jij ons hebt aangedaan.
בַּת
(bat)
dochter van
בָּבֶ֗ל
(bavel)
Babel
הַשְּׁד֫וּדָ֥ה
(hasheduda)
de verwoeste
אַשְׁרֵ֥י
(ashrei)
gelukkig
שֶׁיְשַׁלֶּם
(sheyshalem)
die betaalt
לָ֑ךְ
(lakh)
aan jou
אֶת
(et)
(obj.)
גְּ֝מוּלֵ֗ךְ
(gemulekh)
je vergelding
שֶׁגָּמַ֥לְתְּ
(shegamalt)
die je deed
לָֽנוּ
(lanu)
aan ons
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.

Lezing

הַשְּׁדוּדָה (hashedudah) is een lijdende vorm: ‘de verwoeste’ of ‘die verwoest zult worden’.

Sommigen lezen het als ‘verwoestster’ (die verwoest).

Wij volgen de lijdende vorm.

Zie ook Jer. 50:15 en 50:29.

9Gelukkig is hij die je kleintjes pakt en tegen de rots te pletter slaat.
אַשְׁרֵ֤י
(ashrei)
gelukkig
שֶׁיֹּאחֵ֓ז
(sheyochez)
die pakt
וְנִפֵּ֬ץ
(venipets)
en te pletter slaat
אֶֽת
(et)
(obj.)
עֹ֝לָלַ֗יִךְ
(olalayikh)
je kleintjes
אֶל
(el)
tegen
הַסָּֽלַע
(hasala)
de rots
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit is een vloek uit een gebed na een grote ramp.

Zo behandelden legers hun overwonnen vijanden; zie 2 Kon. 8:12 en Nah. 3:10.

Wij schrijven het letterlijk, zonder het te verzachten.

De psalmist vraagt Yahweh niet om te vergeven maar om vergelding, en legt dit in Zijn handen.