Elohim Bijbel

Psalmen 33

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Een nieuw lied voor de Schepper en Koning

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Een nieuw lied

1Jubel in Yahweh, rechtvaardigen. Voor de oprechten betaamt lofzang.
רַנְּנ֣וּ
(ranenu)
jubel
צַ֭דִּיקִים
(tsadiqim)
rechtvaardigen
בַּֽיהוָ֑ה
(baYahweh)
in Yahweh
לַ֝יְשָׁרִ֗ים
(laysharim)
voor de oprechten
נָאוָ֥ה
(nava)
betaamt
תְהִלָּֽה
(tehila)
lofzang
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
2Dank Yahweh met de lier. Speel voor Hem op de harp met tien snaren.
הוֹד֣וּ
(hodu)
dank
לַיהוָ֣ה
(laYahweh)
Yahweh
בְּכִנּ֑וֹר
(bekhinor)
met de lier
בְּנֵ֥בֶל
(benevel)
op de harp
עָ֝שׂ֗וֹר
(asor)
met tien snaren
זַמְּרוּ
(zameru)
speel
לֽוֹ
(lo)
voor Hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כִּנּוֹר (kinnor), ‘lier’ en נֵבֶל (nevel), ‘harp’: twee snaarinstrumenten.

עָשׂוֹר (asor), ‘tiental’: een harp met tien snaren.

3Zing voor Hem een nieuw lied. Speel goed, met jubelgeroep.
שִֽׁירוּ
(shiru)
zing
ל֭וֹ
(lo)
voor Hem
שִׁ֣יר
(shir)
een lied
חָדָ֑שׁ
(chadash)
nieuw
הֵיטִ֥יבוּ
(heitivu)
speel goed
נַ֝גֵּ֗ן
(nagen)
de snaren
בִּתְרוּעָֽה
(bitrua)
met jubelgeroep
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שִׁיר חָדָשׁ (shir chadash), ‘nieuw lied’: een lied voor een nieuwe daad van Yahweh.

Vergelijk Ps. 96:1.

Het woord van Yahweh schept

4Want recht is het woord van Yahweh, en al Zijn werk is betrouwbaar.
כִּֽי
(ki)
want
יָשָׁ֥ר
(yashar)
recht
דְּבַר
(devar)
het woord van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
וְכָל
(vekhal)
en al
מַ֝עֲשֵׂ֗הוּ
(maasehu)
Zijn werk
בֶּאֱמוּנָֽה
(beemuna)
in betrouwbaarheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Hij houdt van gerechtigheid en recht. De aarde is vol van de trouw van Yahweh.
אֹ֭הֵב
(ohev)
Hij houdt van
צְדָקָ֣ה
(tsedaqa)
gerechtigheid
וּמִשְׁפָּ֑ט
(umishpat)
en recht
חֶ֥סֶד
(chesed)
de trouw van
יְ֝הוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
מָלְאָ֥ה
(malea)
vol is
הָאָֽרֶץ
(haarets)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Door het woord van Yahweh zijn de hemelen gemaakt, en door de adem van Zijn mond heel hun leger.
בִּדְבַ֣ר
(bidvar)
door het woord van
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
שָׁמַ֣יִם
(shamayim)
hemelen
נַעֲשׂ֑וּ
(naasu)
zijn gemaakt
וּבְר֥וּחַ
(uveruach)
en door de adem van
פִּ֝֗יו
(piv)
Zijn mond
כָּל
(kal)
heel
צְבָאָֽם
(tsevaam)
hun leger
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רוּחַ (ruach), ‘geest’, ‘adem’ of ‘wind’: bij de mond van Yahweh vertalen wij ‘adem’.

Het ‘leger van de hemelen’ (צְבָאָם, tsevaam) zijn de sterren en de hemelse wezens.

7Hij verzamelt het water van de zee als een dam. Hij legt de waterdiepten in voorraadkamers.
כֹּנֵ֣ס
(kones)
verzamelend
כַּ֭נֵּד
(kaned)
als een dam
מֵ֣י
(mei)
het water van
הַיָּ֑ם
(hayam)
de zee
נֹתֵ֖ן
(noten)
leggend
בְּאֹצָר֣וֹת
(beotsarot)
in voorraadkamers
תְּהוֹמֽוֹת
(tehomot)
waterdiepten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֵד (ned), ‘dam’: een opgetast water, zoals in Exod. 15:8.

תְּהוֹמוֹת (tehomot), ‘waterdiepten’: de diepe wateren, zoals in Gen. 1:2.

8Laat heel de aarde Yahweh vrezen. Laat alle bewoners van de wereld voor Hem beven.
יִֽירְא֣וּ
(yireu)
laten vrezen
מֵ֭יְהוָה
(meYahweh)
Yahweh
כָּל
(kal)
heel
הָאָ֑רֶץ
(haarets)
de aarde
מִמֶּ֥נּוּ
(mimenu)
voor Hem
יָ֝ג֗וּרוּ
(yaguru)
laten beven
כָּל
(kal)
alle
יֹשְׁבֵ֥י
(yoshevei)
bewoners van
תֵבֵֽל
(tevel)
de wereld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Want Hij zei, en het was er. Hij gebood, en het bleef staan.
כִּ֤י
(ki)
want
ה֣וּא
(hu)
Hij
אָמַ֣ר
(amar)
zei
וַיֶּ֑הִי
(vayehi)
en het was er
הֽוּא
(hu)
Hij
צִ֝וָּ֗ה
(tsiva)
gebood
וַֽיַּעֲמֹֽד
(vayaamod)
en het bleef staan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vergelijk de schepping door het woord in Gen. 1:3.

Yahweh doorkruist de plannen van de volken

10Yahweh maakt de raad van de volken ongedaan. Hij verijdelt de plannen van de naties.
יְֽהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
הֵפִ֥יר
(hefir)
maakt ongedaan
עֲצַת
(atsat)
de raad van
גּוֹיִ֑ם
(goyim)
volken
הֵ֝נִ֗יא
(heni)
verijdelt
מַחְשְׁב֥וֹת
(machshevot)
plannen van
עַמִּֽים
(amim)
naties
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11De raad van Yahweh houdt stand voor eeuwig, de plannen van Zijn hart van geslacht op geslacht.
עֲצַ֣ת
(atsat)
de raad van
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
לְעוֹלָ֣ם
(leolam)
voor eeuwig
תַּעֲמֹ֑ד
(taamod)
houdt stand
מַחְשְׁב֥וֹת
(machshevot)
plannen van
לִ֝בּ֗וֹ
(libo)
Zijn hart
לְדֹ֣ר
(ledor)
van geslacht
וָדֹֽר
(vador)
op geslacht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Gelukkig het volk wiens Elohim Yahweh is, het volk dat Hij als erfdeel voor Zichzelf heeft gekozen.
אַשְׁרֵ֣י
(ashrei)
gelukkig
הַ֭גּוֹי
(hagoy)
het volk
אֲשֶׁר
(asher)
dat
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהָ֑יו
(elohav)
zijn Elohim is
הָעָ֓ם
(haam)
het volk
בָּחַ֖ר
(bachar)
Hij heeft gekozen
לְנַחֲלָ֣ה
(lenachala)
als erfdeel
לֽוֹ
(lo)
voor Zichzelf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Yahweh ziet alle mensen

13Yahweh kijkt neer vanuit de hemel. Hij ziet alle mensenkinderen.
מִ֭שָּׁמַיִם
(mishamayim)
vanuit de hemel
הִבִּ֣יט
(hibit)
kijkt neer
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
רָ֝אָ֗ה
(raa)
Hij ziet
אֶֽת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alle
בְּנֵ֥י
(benei)
zonen van
הָאָדָֽם
(haadam)
de mens
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Vanuit de plaats waar Hij woont, kijkt Hij toe op alle bewoners van de aarde.
מִֽמְּכוֹן
(mimekhon)
vanuit de plaats van
שִׁבְתּ֥וֹ
(shivto)
Zijn woning
הִשְׁגִּ֑יחַ
(hishgiach)
kijkt Hij toe
אֶ֖ל
(el)
op
כָּל
(kal)
alle
יֹשְׁבֵ֣י
(yoshevei)
bewoners van
הָאָֽרֶץ
(haarets)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15Hij vormt het hart van hen allemaal. Hij let op al hun werk.
הַיֹּצֵ֣ר
(hayotser)
de vormende
יַ֣חַד
(yachad)
allemaal
לִבָּ֑ם
(libam)
hun hart
הַ֝מֵּבִ֗ין
(hamevin)
de lettende
אֶל
(el)
op
כָּל
(kal)
al
מַעֲשֵׂיהֶֽם
(maaseihem)
hun werk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

יַחַד (yachad), ‘samen’ of ‘gelijk’: het kan betekenen ‘hij vormt hun hart, alle tegelijk’ of ‘op gelijke wijze’.

Wij vertalen ‘van hen allemaal’.

Geen leger redt

16Een koning wordt niet gered door een groot leger. Een held wordt niet bevrijd door veel kracht.
אֵֽין
(ein)
niet is
הַ֭מֶּלֶךְ
(hamelekh)
de koning
נוֹשָׁ֣ע
(nosha)
gered
בְּרָב
(berav)
door groot
חָ֑יִל
(chayil)
leger
גִּ֝בּ֗וֹר
(gibor)
een held
לֹֽא
(lo)
niet
יִנָּצֵ֥ל
(yinatsel)
wordt bevrijd
בְּרָב
(berav)
door groot
כֹּֽחַ
(koach)
kracht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17Het paard is bedrog voor redding. Met zijn grote kracht laat het niemand ontkomen.
שֶׁ֣קֶר
(sheqer)
bedrog
הַ֭סּוּס
(hasus)
het paard
לִתְשׁוּעָ֑ה
(litshua)
voor redding
וּבְרֹ֥ב
(uverov)
en met grote
חֵ֝יל֗וֹ
(cheilo)
zijn kracht
לֹ֣א
(lo)
niet
יְמַלֵּֽט
(yemalet)
laat ontkomen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18Zie, het oog van Yahweh is op wie Hem vrezen, op wie wachten op Zijn trouw.
הִנֵּ֤ה
(hine)
zie
עֵ֣ין
(ein)
het oog van
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
op
יְרֵאָ֑יו
(yereav)
wie Hem vrezen
לַֽמְיַחֲלִ֥ים
(lamyachalim)
op wie wachten
לְחַסְדּֽוֹ
(lechasdo)
op Zijn trouw
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19Hij bevrijdt hun ziel van de dood en houdt hen in leven in de honger.
לְהַצִּ֣יל
(lehatsil)
om te bevrijden
מִמָּ֣וֶת
(mimavet)
van de dood
נַפְשָׁ֑ם
(nafsham)
hun ziel
וּ֝לְחַיּוֹתָ֗ם
(ulechayotam)
en om hen in leven te houden
בָּרָעָֽב
(baraav)
in honger
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: hier het leven van de mens, het hele wezen.

Onze ziel wacht op Yahweh

20Onze ziel ziet uit naar Yahweh. Hij is onze hulp en ons schild.
נַ֭פְשֵׁנוּ
(nafshenu)
onze ziel
חִכְּתָ֣ה
(chiketa)
ziet uit
לַֽיהוָ֑ה
(laYahweh)
naar Yahweh
עֶזְרֵ֖נוּ
(ezrenu)
onze hulp
וּמָגִנֵּ֣נוּ
(umaginenu)
en ons schild
הֽוּא
(hu)
Hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חִכְּתָה (chikketah), ‘ziet uit naar’: wacht met verlangen.

Het is een ander woord dan ‘wachten op’ (יָחַל, yachal) in vers 18 en 22.

21Want ons hart is blij in Hem, want op Zijn heilige naam vertrouwen wij.
כִּי
(ki)
want
ב֭וֹ
(bo)
in Hem
יִשְׂמַ֣ח
(yismach)
is blij
לִבֵּ֑נוּ
(libenu)
ons hart
כִּ֤י
(ki)
want
בְשֵׁ֖ם
(beshem)
op de naam van
קָדְשׁ֣וֹ
(qadesho)
Zijn heiligheid
בָטָֽחְנוּ
(batachenu)
vertrouwen wij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22Laat Uw trouw over ons zijn, Yahweh, zoals wij op U wachten.
יְהִֽי
(yehi)
laat zijn
חַסְדְּךָ֣
(chasdekha)
Uw trouw
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
עָלֵ֑ינוּ
(aleinu)
over ons
כַּ֝אֲשֶׁ֗ר
(kaasher)
zoals
יִחַ֥לְנוּ
(yichalnu)
wij wachten
לָֽךְ
(lakh)
op U
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)