Elohim Bijbel

Jesaja 54

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566

Jubel, onvruchtbare: Yahweh ontfermt Zich over Sion

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Jubel, jij die niet gebaard hebt

1„Jubel, onvruchtbare, jij die niet gebaard hebt. Breek uit in gejubel en schreeuw het uit, jij die geen weeën hebt gehad. Want de zonen van de verwoeste vrouw zijn talrijker dan de zonen van de gehuwde vrouw, zegt Yahweh.
רָנִּ֥י
(rani)
jubel
עֲקָרָ֖ה
(aqara)
onvruchtbare
לֹ֣א
(lo)
niet
יָלָ֑דָה
(yalada)
heeft gebaard
פִּצְחִ֨י
(pitschi)
breek uit
רִנָּ֤ה
(rina)
in gejubel
וְצַהֲלִי֙
(vetsahali)
en schreeuw het uit
לֹא
(lo)
niet
חָ֔לָה
(chala)
had weeën
כִּֽי
(ki)
want
רַבִּ֧ים
(rabim)
talrijker
בְּֽנֵי
(benei)
zonen van
שׁוֹמֵמָ֛ה
(shomema)
de verwoeste
מִבְּנֵ֥י
(mibenei)
dan de zonen van
בְעוּלָ֖ה
(beula)
de gehuwde
אָמַ֥ר
(amar)
zegt
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שׁוֹמֵמָה (shomemah), ‘de verwoeste vrouw’: een vrouw die alleen is en zonder kinderen.

Hetzelfde woord staat in 2 Sam. 13:20 bij Tamar.

בְעוּלָה (be’ulah), ‘de gehuwde vrouw’: de vrouw die een echtgenoot (ba’al) heeft; zie vers 5.

Het beeld is Sion als vrouw. Dit vers wordt aangehaald in Gal. 4:27.

2Maak de plaats van je tent groter. Laat de tentdoeken van je woningen uitspannen. Houd je niet in. Maak je koorden lang en je tentpinnen stevig.
הַרְחִ֣יבִי
(harchivi)
maak ruim
מְק֣וֹם
(meqom)
de plaats van
אָהֳלֵ֗ךְ
(aholekh)
je tent
וִירִיע֧וֹת
(viriot)
en de tentdoeken van
מִשְׁכְּנוֹתַ֛יִךְ
(mishkenotayikh)
je woningen
יַטּ֖וּ
(yatu)
laat uitspannen
אַל
(al)
niet
תַּחְשֹׂ֑כִי
(tachsokhi)
houd je in
הַאֲרִ֨יכִי֙
(haarikhi)
maak lang
מֵֽיתָרַ֔יִךְ
(meitarayikh)
je koorden
וִיתֵדֹתַ֖יִךְ
(vitedotayikh)
en je tentpinnen
חַזֵּֽקִי
(chazeqi)
maak sterk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De tent is het beeld van een volk dat groeit.

De stad moet groter worden, en daarom worden doeken, koorden en pinnen verlengd en verstevigd.

3Want naar rechts en naar links zul je je uitbreiden. Je nageslacht zal volken in bezit nemen, en zij zullen verwoeste steden bevolken.
כִּי
(ki)
want
יָמִ֥ין
(yamin)
naar rechts
וּשְׂמֹ֖אול
(usemovl)
en naar links
תִּפְרֹ֑צִי
(tifrotsi)
zul je uitbreken
וְזַרְעֵךְ֙
(vezarekh)
en je nageslacht
גּוֹיִ֣ם
(goyim)
volken
יִירָ֔שׁ
(yirash)
zal in bezit nemen
וְעָרִ֥ים
(vearim)
en steden
נְשַׁמּ֖וֹת
(neshamot)
verwoest
יוֹשִֽׁיבוּ
(yoshivu)
zullen laten wonen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יוֹשִׁיבוּ (yoshivu), ‘zullen bevolken’: letterlijk ‘zullen doen wonen’.

Wees niet bang

4Wees niet bang, want je zult niet beschaamd worden. Word niet vernederd, want je zult niet schaamrood worden. Want de schande van je jeugd zul je vergeten. De smaad van je weduwschap zul je niet meer gedenken.
אַל
(al)
niet
תִּֽירְאִי֙
(tirei)
wees bang
כִּי
(ki)
want
לֹ֣א
(lo)
niet
תֵב֔וֹשִׁי
(tevoshi)
zul je beschaamd worden
וְאַל
(veal)
en niet
תִּכָּלְמִ֖י
(tikalemi)
word vernederd
כִּ֣י
(ki)
want
לֹ֣א
(lo)
niet
תַחְפִּ֑ירִי
(tachpiri)
zul je schaamrood worden
כִּ֣י
(ki)
want
בֹ֤שֶׁת
(boshet)
de schande van
עֲלוּמַ֨יִךְ֙
(alumayikh)
je jeugd
תִּשְׁכָּ֔חִי
(tishkachi)
zul je vergeten
וְחֶרְפַּ֥ת
(vecherpat)
en de smaad van
אַלְמְנוּתַ֖יִךְ
(almenutayikh)
je weduwschap
לֹ֥א
(lo)
niet
תִזְכְּרִי
(tizkeri)
zul je gedenken
עֽוֹד
(od)
meer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Drie werkwoorden voor schaamte: בּוֹשׁ (bosh), ‘beschaamd worden’, כָּלַם (kalam), ‘vernederd worden’, en חָפֵר (chafer), ‘schaamrood worden’.

Wij houden ze bij hetzelfde Nederlandse woord als in Ps. 35:4.

עֲלוּמַיִךְ (alumayikh), ‘je jeugd’: de jonge jaren. De schande van de jeugd en de smaad van het weduwschap zijn beelden voor Sions verleden.

5Want je Echtgenoot is je Maker. Yahweh van de legermachten is Zijn naam. Je Verlosser is de Heilige van Israël. Elohim van de hele aarde wordt Hij genoemd.
כִּ֤י
(ki)
want
בֹעֲלַ֨יִךְ֙
(boalayikh)
je Echtgenoot
עֹשַׂ֔יִךְ
(osayikh)
je Maker
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
צְבָא֖וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
שְׁמ֑וֹ
(shemo)
is Zijn naam
וְגֹֽאֲלֵךְ֙
(vegoalekh)
en je Verlosser
קְד֣וֹשׁ
(qedosh)
de Heilige van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
אֱלֹהֵ֥י
(elohei)
Elohim van
כָל
(kal)
de hele
הָאָ֖רֶץ
(haarets)
aarde
יִקָּרֵֽא
(yiqare)
wordt Hij genoemd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit vers staat zwart: het is een lofwoord over Yahweh met de naamformule ‘Yahweh van de legermachten is Zijn naam’, zoals in 51:15 en Amos 5:27.

De rest van de toespraak (54:1–17) staat rood.

בֹּעֲלַיִךְ עֹשַׂיִךְ (bo’alayikh osayikh), ‘je Echtgenoot is je Maker’: het Hebreeuws heeft hier meervoudsvormen, die bij Yahweh de volheid van Zijn majesteit uitdrukken. Wij vertalen in het enkelvoud.

גֹּאֲלֵךְ (go’alekh), ‘je Verlosser’: wie familie vrijkoopt (go’el); zie 52:3.

קְדוֹשׁ יִשְׂרָאֵל (qedosh Yisra’el), ‘de Heilige van Israël’: een naam voor Yahweh die in Jesaja vaak voorkomt. Wij vertalen hem overal zo.

6Want als een verlaten vrouw, bedroefd van geest, heeft Yahweh je geroepen, als de vrouw van de jeugd, wanneer zij verworpen is, zegt je Elohim.
כִּֽי
(ki)
want
כְאִשָּׁ֧ה
(keisha)
als een vrouw
עֲזוּבָ֛ה
(azuva)
verlaten
וַעֲצ֥וּבַת
(vaatsuvat)
en bedroefd van
ר֖וּחַ
(ruach)
geest
קְרָאָ֣ךְ
(qeraakh)
heeft je geroepen
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
וְאֵ֧שֶׁת
(veeshet)
en de vrouw van
נְעוּרִ֛ים
(neurim)
de jeugd
כִּ֥י
(ki)
wanneer
תִמָּאֵ֖ס
(timaes)
zij verworpen is
אָמַ֥ר
(amar)
zegt
אֱלֹהָֽיִךְ
(elohayikh)
je Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֵשֶׁת נְעוּרִים (eshet ne’urim), ‘de vrouw van de jeugd’: de vrouw met wie men als jonge man trouwde (vergelijk Spr. 5:18).

כִּי תִמָּאֵס (ki timma’es), ‘wanneer zij verworpen is’: het woordje ki kan ook ‘want’ of ‘hoewel’ betekenen.

Een ogenblik verlaten, voor eeuwig ontferming

7Voor een kort ogenblik heb Ik je verlaten, maar met grote ontferming zal Ik je bijeenbrengen.
בְּרֶ֥גַע
(berega)
voor een ogenblik
קָטֹ֖ן
(qaton)
kort
עֲזַבְתִּ֑יךְ
(azavtikh)
heb Ik je verlaten
וּבְרַחֲמִ֥ים
(uverachamim)
en met ontferming
גְּדֹלִ֖ים
(gedolim)
grote
אֲקַבְּצֵֽךְ
(aqabetsekh)
zal Ik je bijeenbrengen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8In een golf van toorn verborg Ik even Mijn aangezicht voor je. Maar met trouw voor eeuwig heb Ik Mij over je ontfermd, zegt je Verlosser, Yahweh.
בְּשֶׁ֣צֶף
(beshetsef)
in een golf van
קֶ֗צֶף
(qetsef)
toorn
הִסְתַּ֨רְתִּי
(histarti)
verborg Ik
פָנַ֥י
(panay)
Mijn aangezicht
רֶ֨גַע֙
(rega)
een ogenblik
מִמֵּ֔ךְ
(mimekh)
voor jou
וּבְחֶ֥סֶד
(uvechesed)
en met trouw
עוֹלָ֖ם
(olam)
voor eeuwig
רִֽחַמְתִּ֑יךְ
(richamtikh)
heb Ik Mij ontfermd over je
אָמַ֥ר
(amar)
zegt
גֹּאֲלֵ֖ךְ
(goalekh)
je Verlosser
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שֶׁצֶף (shetsef), ‘golf’: een zeldzaam woord.

Het betekent waarschijnlijk ‘overstroming’; wij vertalen ‘golf van toorn’.

חֶסֶד עוֹלָם (chesed olam), ‘trouw voor eeuwig’: de trouw van Yahweh die niet ophoudt; zie ook vers 10.

9Want dit is voor Mij als de wateren van Noach. Zoals Ik gezworen heb dat de wateren van Noach niet meer over de aarde zouden gaan, zo heb Ik gezworen niet meer toornig op je te zijn en je niet meer te bestraffen.
כִּי
(ki)
want
מֵ֥י
(mei)
wateren van
נֹ֨חַ֙
(noach)
Noach
זֹ֣את
(zot)
dit
לִ֔י
(li)
voor Mij
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
zoals
נִשְׁבַּ֗עְתִּי
(nishbati)
Ik heb gezworen
מֵעֲבֹ֥ר
(meavor)
dat niet meer overgaan
מֵי
(mei)
wateren van
נֹ֛חַ
(noach)
Noach
ע֖וֹד
(od)
meer
עַל
(al)
over
הָאָ֑רֶץ
(haarets)
de aarde
כֵּ֥ן
(ken)
zo
נִשְׁבַּ֛עְתִּי
(nishbati)
heb Ik gezworen
מִקְּצֹ֥ף
(miqetsof)
toornig te zijn
עָלַ֖יִךְ
(alayikh)
op jou
וּמִגְּעָר
(umigear)
en te bestraffen
בָּֽךְ
(bakh)
jou
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘De wateren van Noach’ zijn de wateren van de vloed.

Yahweh zwoer dat er geen vloed meer zou komen (Gen. 8:21; 9:11, 15).

Zo zweert Hij nu dat Zijn toorn Sion niet meer zal treffen.

10Want de bergen mogen wijken en de heuvels wankelen, maar Mijn trouw zal niet van je wijken. Het verbond van Mijn vrede zal niet wankelen, zegt Yahweh, die zich over je ontfermt.
כִּ֤י
(ki)
want
הֶֽהָרִים֙
(heharim)
de bergen
יָמ֔וּשׁוּ
(yamushu)
zullen wijken
וְהַגְּבָע֖וֹת
(vehagevaot)
en de heuvels
תְּמוּטֶ֑נָה
(temutena)
zullen wankelen
וְחַסְדִּ֞י
(vechasdi)
en Mijn trouw
מֵאִתֵּ֣ךְ
(meitekh)
van jou
לֹֽא
(lo)
niet
יָמ֗וּשׁ
(yamush)
zal wijken
וּבְרִ֤ית
(uverit)
en het verbond van
שְׁלוֹמִי֙
(shelomi)
Mijn vrede
לֹ֣א
(lo)
niet
תָמ֔וּט
(tamut)
zal wankelen
אָמַ֥ר
(amar)
zegt
מְרַחֲמֵ֖ךְ
(merachamekh)
die zich over je ontfermt
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּרִית שְׁלוֹמִי (berit shlomi), ‘het verbond van Mijn vrede’: de vrede (shalom) die Yahweh zelf waarborgt.

Vergelijk Num. 25:12.

Een stad van edelstenen

11Ellendige, door de storm geslagen, niet getroost: zie, Ik zet je stenen in antimoon en Ik leg je grondvesten met saffieren.
עֲנִיָּ֥ה
(aniya)
ellendige
סֹעֲרָ֖ה
(soara)
door de storm geslagen
לֹ֣א
(lo)
niet
נֻחָ֑מָה
(nuchama)
getroost
הִנֵּ֨ה
(hine)
zie
אָנֹכִ֜י
(anokhi)
Ik
מַרְבִּ֤יץ
(marbits)
laat rusten
בַּפּוּךְ֙
(bapukh)
in antimoon
אֲבָנַ֔יִךְ
(avanayikh)
je stenen
וִיסַדְתִּ֖יךְ
(visadtikh)
en Ik vestig je
בַּסַּפִּירִֽים
(basapirim)
met saffieren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פּוּךְ (puk), ‘antimoon’: een donker poeder dat vrouwen gebruikten om de ogen te omlijnen.

Hier lijkt het de specie waarin de stenen worden gezet; de betekenis is onzeker.

סַפִּיר (sappir), ‘saffier’: een blauwe edelsteen. Het kan ook lapis lazuli zijn; zie Exod. 24:10. Vergelijk Openb. 21:18–21.

12Ik maak je kantelen van robijn, je poorten van vonkelende stenen en heel je grens van kostbare stenen.
וְשַׂמְתִּ֤י
(vesamti)
en Ik maak
כַּֽדְכֹד֙
(kadkhod)
robijn
שִׁמְשֹׁתַ֔יִךְ
(shimshotayikh)
je kantelen
וּשְׁעָרַ֖יִךְ
(ushearayikh)
en je poorten
לְאַבְנֵ֣י
(leavnei)
tot stenen van
אֶקְדָּ֑ח
(eqdach)
vonkeling
וְכָל
(vekhal)
en heel
גְּבוּלֵ֖ךְ
(gevulekh)
je grens
לְאַבְנֵי
(leavnei)
tot stenen van
חֵֽפֶץ
(chefets)
behagen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כַּדְכֹּד (kadkod), ‘robijn’, en אֶקְדָּח (eqdach), ‘vonkelende stenen’: namen van edelstenen.

Welke stenen precies bedoeld zijn, is onzeker.

שִׁמְשֹׁתַיִךְ (shimshotayikh), ‘je kantelen’: het woord hangt samen met ‘zon’ (shemesh); de betekenis is onzeker.

גְּבוּל (gevul), ‘grens’: hier de omtrek van de stad, de muur.

13Al je zonen zullen onderwezen zijn door Yahweh, en de vrede van je zonen zal groot zijn.
וְכָל
(vekhal)
en alle
בָּנַ֖יִךְ
(banayikh)
je zonen
לִמּוּדֵ֣י
(limudei)
onderwezenen van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
וְרַ֖ב
(verav)
en groot
שְׁל֥וֹם
(shelom)
vrede
בָּנָֽיִךְ
(banayikh)
je zonen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לִמּוּדֵי יְהוָה (limmudei Yahweh), ‘onderwezen door Yahweh’: leerlingen van Yahweh.

Yahweh wordt hier in de derde persoon genoemd; het vers blijft deel van Zijn toespraak (54:1–17) en staat rood, zoals 51:3 en 54:6.

Het wordt aangehaald in Joh. 6:45.

Veilig in gerechtigheid

14In gerechtigheid word je stevig gevestigd. Wees ver van onderdrukking, want je zult niet bang zijn. Wees ver van verschrikking, want zij zal niet bij je komen.
בִּצְדָקָ֖ה
(bitsdaqa)
in gerechtigheid
תִּכּוֹנָ֑נִי
(tikonani)
word je gevestigd
רַחֲקִ֤י
(rachaqi)
wees ver
מֵעֹ֨שֶׁק֙
(meosheq)
van onderdrukking
כִּֽי
(ki)
want
לֹ֣א
(lo)
niet
תִירָ֔אִי
(tirai)
zul je bang zijn
וּמִ֨מְּחִתָּ֔ה
(umimechita)
en van verschrikking
כִּ֥י
(ki)
want
לֹֽא
(lo)
niet
תִקְרַ֖ב
(tiqrav)
zal naderen
אֵלָֽיִךְ
(elayikh)
tot jou
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15Zie, als men twist zoekt, dan is het niet van Mij. Wie met je twist zoekt, zal om jou vallen.
הֵ֣ן
(hen)
zie
גּ֥וֹר
(gor)
twist zoeken
יָג֛וּר
(yagur)
zal men twist zoeken
אֶ֖פֶס
(efes)
niets
מֵֽאוֹתִ֑י
(meoti)
van Mij
מִי
(mi)
wie
גָ֥ר
(gar)
twist zoekt
אִתָּ֖ךְ
(itakh)
met jou
עָלַ֥יִךְ
(alayikh)
om jou
יִפּֽוֹל
(yipol)
zal vallen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גּוֹר יָגוּר (gor yagur), ‘twist zoeken’: het werkwoord gur betekent ‘verblijven’, maar ook ‘zich verzamelen om te twisten’.

De betekenis is onzeker.

אֶפֶס מֵאוֹתִי (efes me’oti), ‘niet van Mij’: letterlijk ‘nietigheid van Mij’.

עָלַיִךְ יִפּוֹל (alayikh yippol), ‘zal om jou vallen’: het kan ook ‘zal over je vallen’ of ‘zal tot jou overlopen’ betekenen.

16Zie, Ik heb de smid geschapen, die het houtskoolvuur aanblaast en een wapen voortbrengt voor zijn werk. En Ik heb de verderver geschapen om te vernietigen.
הִנֵּ֤ה
(hine)
zie (qere)
אָֽנֹכִי֙
(anokhi)
Ik
בָּרָ֣אתִי
(barati)
heb geschapen
חָרָ֔שׁ
(charash)
smid
נֹפֵ֨חַ֙
(nofeach)
die aanblaast
בְּאֵ֣שׁ
(beesh)
in vuur van
פֶּחָ֔ם
(pecham)
houtskool
וּמוֹצִ֥יא
(umotsi)
en tevoorschijn brengt
כְלִ֖י
(keli)
wapen
לְמַעֲשֵׂ֑הוּ
(lemaasehu)
voor zijn werk
וְאָנֹכִ֛י
(veanokhi)
en Ik
בָּרָ֥אתִי
(barati)
heb geschapen
מַשְׁחִ֖ית
(mashchit)
verderver
לְחַבֵּֽל
(lechabel)
om te vernietigen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חָרָשׁ (charash), ‘smid’: iemand die met metaal werkt.

כְּלִי (keli), ‘wapen’: eigenlijk ‘voorwerp’ of ‘gereedschap’; hier is het een wapen, zoals in vers 17.

מַשְׁחִית (mashchit), ‘verderver’: hetzelfde woord als in Exod. 12:23.

Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft הֵן (hen), ‘zie’.

De voorgelezen tekst (qere) heeft הִנֵּה (hinneh), ‘zie’.

De betekenis is gelijk.

Wij volgen de qere.

17Geen enkel wapen dat tegen je gevormd wordt, zal slagen. En elke tong die in een rechtszaak tegen je opstaat, zul je schuldig verklaren. Dit is het erfdeel van de knechten van Yahweh, en hun gerechtigheid is van Mij, godsspraak van Yahweh.”
כָּל
(kal)
elk
כְּלִ֞י
(keli)
wapen
יוּצַ֤ר
(yutsar)
dat gevormd wordt
עָלַ֨יִךְ֙
(alayikh)
tegen jou
לֹ֣א
(lo)
niet
יִצְלָ֔ח
(yitslach)
zal slagen
וְכָל
(vekhal)
en elke
לָשׁ֛וֹן
(lashon)
tong
תָּֽקוּם
(taqum)
die opstaat
אִתָּ֥ךְ
(itakh)
tegen jou
לַמִּשְׁפָּ֖ט
(lamishpat)
in rechtszaak
תַּרְשִׁ֑יעִי
(tarshii)
zul je schuldig verklaren
זֹ֡את
(zot)
dit
נַחֲלַת֩
(nachalat)
erfdeel van
עַבְדֵ֨י
(avdei)
knechten van
יְהוָ֧ה
(Yahweh)
Yahweh
וְצִדְקָתָ֛ם
(vetsidqatam)
en hun gerechtigheid
מֵאִתִּ֖י
(meiti)
van Mij
נְאֻם
(neum)
godsspraak van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עַבְדֵי יְהוָה (avdei Yahweh), ‘de knechten van Yahweh’: het meervoud van het woord voor ‘knecht’.

Het volgt op het lied over de Knecht; wie precies bedoeld wordt, noemt de tekst niet.

Wij schrijven ‘knechten’ met een kleine letter.

מִשְׁפָּט (mishpat), ‘recht’: hier de rechtszaak waarin de tong tegen Sion optreedt.

תַּרְשִׁיעִי (tarshi’i), ‘zul je schuldig verklaren’: het tegenovergestelde van ‘rechtvaardig verklaren’ in 53:11.

צִדְקָתָם (tsidqatam), ‘hun gerechtigheid’: die komt van Yahweh zelf.