Open in de app Alle boeken 1 Kronieken ← 1 3 → 1 Kronieken 2 De zonen van Israël en de afstammelingen van Juda
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De twaalf zonen van Israël 1 Dit zijn de zonen van Israël: Ruben, Simeon, Levi, Juda, Issachar, Zebulon,
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
וִיהוּדָ֔ה
(vihuda)
en Juda
יִשָׂשכָ֖ר
(yisashkhar)
Issachar
וּזְבֻלֽוּן
(uzevulun)
en Zebulon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Israël is hier Jakob.
Zijn twaalf zonen staan ook in Gen. 35:23–26 en Exod. 1:2–4, daar in een andere volgorde.
Kronieken werkt de stammen daarna uit, te beginnen met Juda (vers 3).
2 Dan, Jozef, Benjamin, Naftali, Gad en Aser.
וּבִנְיָמִ֔ן
(uvinyamin)
en Benjamin
נַפְתָּלִ֖י
(naftali)
Naftali
וְאָשֵֽׁר
(veasher)
en Aser
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
De zonen van Juda 3 De zonen van Juda waren Er, Onan en Sela. Die drie werden hem geboren uit de dochter van Sua, de Kanaänitische. Er, de eerstgeborene van Juda, was kwaad in de ogen van Yahweh. En Hij liet hem sterven.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
וְשֵׁלָ֔ה
(veshela)
en Sela
שְׁלוֹשָׁה֙
(shelosha)
drie
נ֣וֹלַד
(nolad)
werden geboren
מִבַּת
(mibat)
uit de dochter van
הַֽכְּנַעֲנִ֑ית
(hakenaanit)
de Kanaänitische
בְּכ֣וֹר
(bekhor)
eerstgeborene van
בְּעֵינֵ֥י
(beeinei)
in de ogen van
וַיְמִיתֵֽהוּ
(vaymitehu)
en Hij liet hem sterven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שׁוּעַ (Sua) is de Kanaänitische vader van Juda’s vrouw.
Zie Gen. 38:2–5.
De dood van Er staat in Gen. 38:7.
Zie ook Gen. 46:12 en Num. 26:19.
4 Tamar, zijn schoondochter, baarde hem Peres en Zerach. Alle zonen van Juda waren er 5.
וְתָמָר֙
(vetamar)
en Tamar
כַּלָּת֔וֹ
(kalato)
zijn schoondochter
יָ֥לְדָה
(yaleda)
zij baarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Tamar baarde Peres en Zerach als tweeling (Gen. 38:27–30).
Met Er, Onan en Sela zijn het 5 zonen van Juda.
Er en Onan stierven kinderloos (Gen. 38:7–10).
5 De zonen van Peres waren Chezron en Chamoel.
בְּנֵי
(benei)
de zonen van
חֶצְר֥וֹן
(chetsron)
Chezron
וְחָמֽוּל
(vechamul)
en Chamoel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Chezron en Chamoel als zonen van Peres: zie ook Gen. 46:12 en Num. 26:21.
6 De zonen van Zerach waren Zimri, Etan, Heman, Kalkol en Dara. In totaal waren het er 5.
וּבְנֵ֣י
(uvenei)
en de zonen van
וְאֵיתָ֧ן
(veeitan)
en Etan
וְהֵימָ֛ן
(veheiman)
en Heman
וְכַלְכֹּ֥ל
(vekhalkol)
en Kalkol
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
In 1 Kon. 5:11 staan Etan, Heman, Kalkol en Darda (דַּרְדַּע ).
Hier staat voor de laatste naam דָּרַע (Dara).
Wij houden de vorm van Kronieken.
7 De zonen van Karmi: Achar, de brenger van ongeluk voor Israël. Hij pleegde trouwbreuk met de ban.
וּבְנֵ֖י
(uvenei)
en de zonen van
עוֹכֵ֣ר
(okher)
brenger van ongeluk van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
מָעַ֖ל
(maal)
pleegde trouwbreuk
בַּחֵֽרֶם
(bacherem)
met de ban
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
עָכָר (Achar), ‘brenger van ongeluk’: dit is de man die in Joz. 7:1 en 7:18 עָכָן (Achan) heet.
De naam hoort bij het werkwoord עָכַר (achar), ‘in ongeluk brengen’ (Joz. 7:25).
Kronieken gebruikt de vorm die het woordspel laat horen.
מָעַל בַּחֵרֶם (maal bacherem), ‘trouwbreuk plegen met de ban’: zie Joz. 7:1 en 6:18.
8 De zonen van Etan: Azaria.
וּבְנֵ֥י
(uvenei)
en de zonen van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
In deze lijsten staat vaak ‘de zonen van’, terwijl er maar één naam volgt (ook in vers 31 en in 1 Kron. 1:41).
Wij vertalen letterlijk en laten het meervoud staan.
Van Chezron tot David 9 De zonen van Chezron, die hem werden geboren, waren Jerachmeël, Ram en Kelubai.
וּבְנֵ֥י
(uvenei)
en de zonen van
חֶצְר֖וֹן
(chetsron)
Chezron
נוֹלַד
(nolad)
werd geboren
יְרַחְמְאֵ֥ל
(yerachmeel)
Jerachmeël
כְּלוּבָֽי
(keluvay)
Kelubai
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
כְּלוּבָי (Kelubai) is een andere naam dan Kaleb (כָּלֵב ) in de verzen 18 en 42.
Of het dezelfde man is, zegt de tekst niet.
10 Ram werd de vader van Amminadab, en Amminadab werd de vader van Nachsjon, de leider van de zonen van Juda.
הוֹלִ֣יד
(holid)
werd de vader van
עַמִּינָדָ֑ב
(aminadav)
Amminadab
וְעַמִּינָדָב֙
(veaminadav)
en Amminadab
הוֹלִ֣יד
(holid)
werd de vader van
נַחְשׁ֔וֹן
(nachshon)
Nachsjon
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
נָשִׂיא (nasi), ‘leider’: Nachsjon was de leider van de stam Juda in de woestijn (Num. 1:7; 2:3).
Zijn zuster Elisjeba was de vrouw van Aäron (Exod. 6:23).
Zie ook Matt. 1:4.
11 Nachsjon werd de vader van Salmon, en Salmon werd de vader van Boaz.
וְנַחְשׁוֹן֙
(venachshon)
en Nachsjon
הוֹלִ֣יד
(holid)
werd de vader van
וְשַׂלְמָ֖א
(vesalma)
en Salmon
הוֹלִ֥יד
(holid)
werd de vader van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
In Hebreeuwse letters staat hier שַׂלְמָא (Salma).
Deze lijn van Nachsjon tot Boaz loopt gelijk met Ruth 4:20–21, waar wij Salmon schrijven.
Daarom schrijven wij ook hier in vers 11 Salmon.
In vers 51 en 54 staat dezelfde Hebreeuwse vorm.
Daar houden wij Salma, omdat de tekst niet zegt of het dezelfde man is.
12 Boaz werd de vader van Obed, en Obed werd de vader van Isaï.
הוֹלִ֣יד
(holid)
werd de vader van
הוֹלִ֥יד
(holid)
werd de vader van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Deze lijn van Peres tot Isaï staat ook in Ruth 4:18–22 en in Matt. 1:3–6.
13 Isaï werd de vader van Eliab, zijn eerstgeborene, Abinadab, de tweede, Simea, de derde,
וְאִישַׁ֛י
(veishay)
en Isaï
הוֹלִ֥יד
(holid)
werd de vader van
בְּכֹר֖וֹ
(bekhoro)
zijn eerstgeborene
וַאֲבִינָדָב֙
(vaavinadav)
en Abinadab
הַשֵּׁנִ֔י
(hasheni)
de tweede
וְשִׁמְעָ֖א
(veshima)
en Simea
הַשְּׁלִישִֽׁי
(hashelishi)
de derde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שִׁמְעָא (Simea) is de derde zoon van Isaï.
In 1 Sam. 16:9 en 17:13 heet de derde zoon שַׁמָּה (Samma).
In 2 Sam. 13:3 staat שִׁמְעָה (Simea), de broer van David.
Wij schrijven de naam zoals hij in de Hebreeuwse tekst staat.
14 Netanel, de vierde, Raddai, de vijfde,
נְתַנְאֵל֙
(netanel)
Netanel
הָֽרְבִיעִ֔י
(harevii)
de vierde
הַחֲמִישִֽׁי
(hachamishi)
de vijfde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15 Ozem, de zesde, David, de zevende.
הַשִּׁשִּׁ֔י
(hashishi)
de zesde
הַשְּׁבִעִֽי
(hashevii)
de zevende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Hier zijn zeven zonen van Isaï genoemd, met David als zevende.
In 1 Sam. 17:12 heeft Isaï acht zonen.
De tekst zegt niet welke zoon in Kronieken ontbreekt.
16 Hun zusters waren Zeruja en Abigaïl. De zonen van Zeruja waren Abisai, Joab en Asaël: in totaal 3.
וְאַחְיוֹתֵיהֶ֖ם
(veachyoteihem)
en hun zusters
וַאֲבִיגָ֑יִל
(vaavigayil)
en Abigaïl
וּבְנֵ֣י
(uvenei)
en de zonen van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
In 2 Sam. 17:25 is Abigaïl de dochter van Nachasj en de zuster van Zeruja.
Hier zijn Zeruja en Abigaïl de zusters van de zonen van Isaï.
Hoe beide teksten zich tot elkaar verhouden, zeggen ze niet.
Lezing
De geschreven tekst (ketiv) heeft een afwijkende spelling van ‘hun zusters’ (אחיתיהם ).
De gelezen tekst (qere) is וְאַחְיוֹתֵיהֶם .
De betekenis is gelijk.
Wij volgen de qere.
17 Abigaïl baarde Amasa. De vader van Amasa was Jeter, de Ismaëliet.
וַאֲבִיגַ֕יִל
(vaavigayil)
en Abigaïl
יָלְדָ֖ה
(yaleda)
zij baarde
וַאֲבִ֣י
(vaavi)
en de vader van
הַיִּשְׁמְעֵאלִֽי
(hayishmeeli)
de Ismaëliet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
Hier staat Jeter, de Ismaëliet (הַיִּשְׁמְעֵאלִי ).
In 2 Sam. 17:25 staat Jitra, de Israëliet (הַיִּשְׂרְאֵלִי ).
Wij volgen op beide plaatsen de Masoretische tekst.
De afstammelingen van Kaleb, de zoon van Chezron 18 Kaleb, de zoon van Chezron, kreeg kinderen bij Azuba, zijn vrouw, en bij Jeriot. Dit zijn haar zonen: Jesjer, Sjobab en Ardon.
וְכָלֵ֣ב
(vekhalev)
en Kaleb
חֶצְר֗וֹן
(chetsron)
Chezron
הוֹלִ֛יד
(holid)
werd de vader van
בָנֶ֔יהָ
(baneiha)
haar zonen
וְשׁוֹבָ֖ב
(veshovav)
en Sjobab
וְאַרְדּֽוֹן
(veardon)
en Ardon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Deze Kaleb is een zoon van Chezron.
Kaleb, de zoon van Jefunne, heeft een andere vader (Num. 13:6; Joz. 15:13).
Lezing
Letterlijk staat er: ‘Kaleb, de zoon van Chezron, werd de vader van Azuba, een vrouw, en van Jeriot’.
Het woord אֶת (et) kan ook ‘met’ of ‘bij’ betekenen.
Omdat de tekst daarna spreekt over ‘haar zonen’ en in vers 19 Azuba stierf, vertalen wij ‘kreeg kinderen bij Azuba, zijn vrouw, en bij Jeriot’.
Het woord ‘zijn’ staat er niet; de tekst heeft alleen ‘een vrouw’.
De tekst is hier moeilijk.
19 Azuba stierf, en Kaleb nam Efrat voor zich. Zij baarde hem Chur.
וַתָּ֖מָת
(vatamat)
en stierf
וַיִּֽקַּֽח
(vayiqach)
en nam
וַתֵּ֥לֶד
(vateled)
en zij baarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אֶפְרָת (Efrat) is hier een vrouwennaam.
In vers 24 en 50 staat de vorm אֶפְרָתָה (Efrata), die ook een plaats kan zijn (Gen. 35:19).
20 Chur werd de vader van Uri, en Uri werd de vader van Bezaleël.
הוֹלִ֣יד
(holid)
werd de vader van
הוֹלִ֥יד
(holid)
werd de vader van
בְּצַלְאֵֽל
(betsalel)
Bezaleël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Bezaleël is de bouwer van de tabernakel: zie Exod. 31:2 en 35:30.
Daar is hij ‘de zoon van Uri, de zoon van Chur’, net als hier.
21 Daarna ging Chezron in tot de dochter van Machir, de vader van Gilead. Hij nam haar tot vrouw toen hij 60 jaar oud was. Zij baarde hem Segub.
וְאַחַ֗ר
(veachar)
en daarna
חֶצְרוֹן֙
(chetsron)
Chezron
לְקָחָ֔הּ
(leqachah)
nam haar
שִׁשִּׁ֣ים
(shishim)
zestig
וַתֵּ֥לֶד
(vateled)
en zij baarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בָּא אֶל (ba el), ‘ingaan tot’: gemeenschap hebben met.
Zo ook in Gen. 38:2.
Machir was een zoon van Manasse en de vader van Gilead (Num. 26:29).
22 Segub werd de vader van Jaïr. Jaïr had 23 steden in het land Gilead.
וּשְׂג֖וּב
(useguv)
en Segub
הוֹלִ֣יד
(holid)
werd de vader van
וְשָׁלוֹשׁ֙
(veshalosh)
en drie
בְּאֶ֖רֶץ
(beerets)
in het land
הַגִּלְעָֽד
(hagilad)
het Gilead
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Gilead (גִּלְעָד ) is het bergland ten oosten van de Jordaan, in het noordwesten van het huidige Jordanië.
Uitleg
Jaïr wordt ook genoemd in Num. 32:41 en Richt. 10:3–4.
23 Gesur en Aram namen Chavvot-Jaïr van hen af, en ook Kenat en de dorpen eromheen: 60 steden. Al deze waren zonen van Machir, de vader van Gilead.
וַיִּקַּ֣ח
(vayiqach)
en nam
בְּנֹתֶ֖יהָ
(benoteiha)
haar dorpen
שִׁשִּׁ֣ים
(shishim)
zestig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Gesur (גְּשׁוּר ) was een Aramees koninkrijk ten oosten van de Jordaan en het meer van Galilea, bij de Golan.
De precieze plaats is onbekend.
Zie Kenat: Kenat wordt gezocht bij het huidige Qanawat, in het zuiden van Syrië.
Dit is niet zeker.
Kenat (קְנָת ) ligt waarschijnlijk bij het huidige Qanawat in het zuiden van Syrië. De ligging is onzeker.
Uitleg
חַוֺּת יָאִיר (Chavvot-Jaïr), ‘de dorpen van Jaïr’: zie Num. 32:41 en Joz. 13:30.
Of de 60 steden de 23 steden van vers 22 bevatten, zegt de tekst niet.
24 Na de dood van Chezron in Kaleb-Efrata baarde Abia, de vrouw van Chezron, hem Asjchur, de vader van Tekoa.
חֶצְר֖וֹן
(chetsron)
Chezron
בְּכָלֵ֣ב
(bekhalev)
in Kaleb
וְאֵ֤שֶׁת
(veeshet)
en de vrouw van
חֶצְרוֹן֙
(chetsron)
Chezron
וַתֵּ֣לֶד
(vateled)
en zij baarde
אַשְׁח֖וּר
(ashchur)
Asjchur
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Tekoa (תְּקוֹעַ ) ligt in het bergland van Juda, ongeveer 10 km ten zuiden van Betlehem, bij het huidige Tequ’a op de Westelijke Jordaanoever.
Uitleg
אֲבִי (avi), ‘vader van’: bij plaatsnamen kan dit de stamvader of grondlegger van de plaats of van haar bewoners zijn.
De tekst zegt niet meer.
Lezing
בְּכָלֵב אֶפְרָתָה (bekhaleb Efratah) is moeilijk.
Wij lezen het als plaatsnaam: ‘in Kaleb-Efrata’.
Wij volgen de Masoretische tekst.
De afstammelingen van Jerachmeël 25 De zonen van Jerachmeël, de eerstgeborene van Chezron, waren Ram, de eerstgeborene, en Buna, Oren, Ozem en Achia.
וַיִּהְי֧וּ
(vayihyu)
en waren
יְרַחְמְאֵ֛ל
(yerachmeel)
Jerachmeël
בְּכ֥וֹר
(bekhor)
eerstgeborene van
חֶצְר֖וֹן
(chetsron)
Chezron
הַבְּכ֣וֹר
(habekhor)
de eerstgeborene
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing
Het laatste woord, אֲחִיָּה (Achia), lezen wij als een naam.
De tekst kan ook anders worden verstaan; wij volgen de Masoretische tekst.
26 Jerachmeël had nog een andere vrouw. Haar naam was Atara. Zij was de moeder van Onam.
אַחֶ֛רֶת
(acheret)
een andere
לִֽירַחְמְאֵ֖ל
(lirachmeel)
voor Jerachmeël
וּשְׁמָ֣הּ
(ushemah)
en haar naam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
27 De zonen van Ram, de eerstgeborene van Jerachmeël, waren Maäts, Jamin en Eker.
וַיִּהְי֥וּ
(vayihyu)
en waren
בְּכ֣וֹר
(bekhor)
eerstgeborene van
יְרַחְמְאֵ֑ל
(yerachmeel)
Jerachmeël
וְיָמִ֖ין
(veyamin)
en Jamin
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
28 De zonen van Onam waren Sjammai en Jada. De zonen van Sjammai waren Nadab en Abisjur.
וַיִּהְי֥וּ
(vayihyu)
en waren
וּבְנֵ֣י
(uvenei)
en de zonen van
וַאֲבִישֽׁוּר
(vaavishur)
en Abisjur
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
29 De naam van de vrouw van Abisjur was Abihaïl. Zij baarde hem Achban en Molid.
וְשֵׁ֛ם
(veshem)
en de naam van
אֵ֥שֶׁת
(eshet)
de vrouw van
אֲבִישׁ֖וּר
(avishur)
Abisjur
אֲבִיהָ֑יִל
(avihayil)
Abihaïl
וַתֵּ֣לֶד
(vateled)
en zij baarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
30 De zonen van Nadab waren Seled en Appajim. Seled stierf zonder zonen.
וּבְנֵ֥י
(uvenei)
en de zonen van
וְאַפָּ֑יִם
(veapayim)
en Appajim
וַיָּ֥מָת
(vayamat)
en stierf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
31 De zonen van Appajim: Jisji. De zonen van Jisji: Sjesjan. De zonen van Sjesjan: Achlai.
וּבְנֵ֥י
(uvenei)
en de zonen van
וּבְנֵ֤י
(uvenei)
en de zonen van
וּבְנֵ֥י
(uvenei)
en de zonen van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
32 De zonen van Jada, de broer van Sjammai: Jeter en Jonatan. Jeter stierf zonder zonen.
וּבְנֵ֤י
(uvenei)
en de zonen van
וְיוֹנָתָ֑ן
(veyonatan)
en Jonatan
וַיָּ֥מָת
(vayamat)
en stierf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
33 De zonen van Jonatan: Peleth en Zaza. Dit waren de zonen van Jerachmeël.
וּבְנֵ֥י
(uvenei)
en de zonen van
יוֹנָתָ֖ן
(yonatan)
Jonatan
יְרַחְמְאֵֽל
(yerachmeel)
Jerachmeël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
34 Sjesjan had geen zonen, maar alleen dochters. Sjesjan had een Egyptische dienaar. Zijn naam was Jarcha.
לְשֵׁשָׁ֛ן
(lesheshan)
voor Sjesjan
וּלְשֵׁשָׁ֛ן
(ulesheshan)
en voor Sjesjan
מִצְרִ֖י
(mitsri)
Egyptisch
וּשְׁמ֥וֹ
(ushemo)
en zijn naam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
עֶבֶד (eved), ‘dienaar’: Sjesjan geeft zijn dochter aan zijn Egyptische dienaar.
Zo loopt de lijn van Sjesjan door zijn dochter verder (verzen 35–41).
35 Sjesjan gaf zijn dochter aan zijn dienaar Jarcha tot vrouw. Zij baarde hem Attai.
וַיִּתֵּ֨ן
(vayiten)
en gaf
בִּתּ֛וֹ
(bito)
zijn dochter
לְיַרְחָ֥ע
(leyarcha)
aan Jarcha
עַבְדּ֖וֹ
(avdo)
zijn dienaar
לְאִשָּׁ֑ה
(leisha)
tot vrouw
וַתֵּ֥לֶד
(vateled)
en zij baarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
36 Attai werd de vader van Natan, en Natan werd de vader van Zabad.
וְעַתַּי֙
(veatay)
en Attai
הֹלִ֣יד
(holid)
werd de vader van
וְנָתָ֖ן
(venatan)
en Natan
הוֹלִ֥יד
(holid)
werd de vader van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
37 Zabad werd de vader van Eflal, en Eflal werd de vader van Obed.
וְזָבָד֙
(vezavad)
en Zabad
הוֹלִ֣יד
(holid)
werd de vader van
וְאֶפְלָ֖ל
(veeflal)
en Eflal
הוֹלִ֥יד
(holid)
werd de vader van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
38 Obed werd de vader van Jehu, en Jehu werd de vader van Azaria.
הוֹלִ֣יד
(holid)
werd de vader van
הוֹלִ֥יד
(holid)
werd de vader van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
39 Azaria werd de vader van Chelets, en Chelets werd de vader van Elasa.
וַעֲזַרְיָה֙
(vaazarya)
en Azaria
הֹלִ֣יד
(holid)
werd de vader van
וְחֶ֖לֶץ
(vechelets)
en Chelets
הֹלִ֥יד
(holid)
werd de vader van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
40 Elasa werd de vader van Sismai, en Sismai werd de vader van Sjallum.
וְאֶלְעָשָׂה֙
(veelasa)
en Elasa
הֹלִ֣יד
(holid)
werd de vader van
וְסִסְמַ֖י
(vesismay)
en Sismai
הֹלִ֥יד
(holid)
werd de vader van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
41 Sjallum werd de vader van Jekamja, en Jekamja werd de vader van Elisjama.
וְשַׁלּוּם֙
(veshalum)
en Sjallum
הוֹלִ֣יד
(holid)
werd de vader van
יְקַמְיָ֔ה
(yeqamya)
Jekamja
וִֽיקַמְיָ֖ה
(viqamya)
en Jekamja
הֹלִ֥יד
(holid)
werd de vader van
אֱלִישָׁמָֽע
(elishama)
Elisjama
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
De andere zonen van Kaleb 42 De zonen van Kaleb, de broer van Jerachmeël: Mesa, zijn eerstgeborene, de vader van Zif, en de zonen van Maresa, de vader van Hebron.
וּבְנֵ֤י
(uvenei)
en de zonen van
יְרַחְמְאֵ֔ל
(yerachmeel)
Jerachmeël
בְּכֹר֖וֹ
(bekhoro)
zijn eerstgeborene
וּבְנֵ֥י
(uvenei)
en de zonen van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zif (זִיף ) ligt in het bergland van Juda, ten zuiden van Hebron (Joz. 15:55).
Maresa (מָרֵשָׁה ) ligt in de Sefela, bij het huidige Tel Maresa (Joz. 15:44).
Hebron (חֶבְרוֹן ) ligt in het bergland van Juda, ongeveer 30 km ten zuiden van Jeruzalem, op de Westelijke Jordaanoever.
Uitleg
Hebron is in vers 42 en 43 een plaats of een persoon.
De tekst zegt niet welke van de twee bedoeld is.
43 De zonen van Hebron waren Korach, Tappuach, Rekem en Sjema.
וּבְנֵ֖י
(uvenei)
en de zonen van
וְתַפֻּ֖חַ
(vetapuach)
en Tappuach
וְרֶ֥קֶם
(vereqem)
en Rekem
וָשָֽׁמַע
(vashama)
en Sjema
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
44 Sjema werd de vader van Racham, de vader van Jorkeam. Rekem werd de vader van Sjammai.
וְשֶׁ֣מַע
(veshema)
en Sjema
הוֹלִ֔יד
(holid)
werd de vader van
יָרְקֳעָ֑ם
(yareqoam)
Jorkeam
וְרֶ֖קֶם
(vereqem)
en Rekem
הוֹלִ֥יד
(holid)
werd de vader van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
45 De zoon van Sjammai was Maon. Maon was de vader van Bet-Tsur.
וּבֶן
(uven)
en de zoon van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Maon (מָעוֹן ) ligt in het bergland van Juda, ten zuiden van Hebron (Joz. 15:55).
Zie Bet-Tsur: Bet-Tsur (Khirbet et-Tubeiqa) lag in het bergland van Juda, ongeveer 6 km ten noorden van Hebron.
Bet-Tsur (בֵּית צוּר ) ligt ten noorden van Hebron, bij het huidige Khirbet et-Tubeiqa (Joz. 15:58).
46 Efa, de bijvrouw van Kaleb, baarde Haran, Moza en Gazez. Haran werd de vader van Gazez.
פִּילֶ֣גֶשׁ
(pilegesh)
bijvrouw van
יָֽלְדָ֛ה
(yaleda)
zij baarde
וְחָרָ֖ן
(vecharan)
en Haran
הֹלִ֥יד
(holid)
werd de vader van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Gazez staat twee keer in dit vers: als zoon van Efa en als zoon van Haran.
De tekst zegt niet hoe dat samengaat.
47 De zonen van Jahdai waren Regem, Jotam, Gesjan, Pelet, Efa en Sjaäf.
וּבְנֵ֖י
(uvenei)
en de zonen van
וְיוֹתָ֛ם
(veyotam)
en Jotam
וְגֵישָׁ֥ן
(vegeishan)
en Gesjan
וָפֶ֖לֶט
(vafelet)
en Pelet
וָשָֽׁעַף
(vashaaf)
en Sjaäf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
48 Maächa, de bijvrouw van Kaleb, baarde Sjeber en Tirchana.
פִּלֶ֤גֶשׁ
(pilegesh)
bijvrouw van
תִּרְחֲנָֽה
(tirchana)
Tirchana
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
49 Zij baarde ook Sjaäf, de vader van Madmanna, en Sjewa, de vader van Machbena en de vader van Gibea. De dochter van Kaleb was Aksa.
וַתֵּ֗לֶד
(vateled)
en zij baarde
מַדְמַנָּ֔ה
(madmana)
Madmanna
מַכְבֵּנָ֖ה
(makhbena)
Machbena
וַאֲבִ֣י
(vaavi)
en vader van
וּבַת
(uvat)
en de dochter van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Madmanna (מַדְמַנָּה ) lag in het zuiden van Juda (Joz. 15:31).
De precieze ligging is onzeker.
Zie Gibea (in Juda, ligging onzeker): Dit Gibea lag in het bergland van Juda (Jozua 15:57).
Het is niet het Gibea van Benjamin bij Tell el-Ful.
De precieze plaats is niet zeker.
Gibea (גִּבְעָא ) lag in het bergland van Juda (Joz. 15:57). Het is niet het Gibea van Benjamin.
Uitleg
Aksa is de dochter van Kaleb die aan Otniël werd gegeven.
Zie Joz. 15:16–19 en Richt. 1:12–15.
Of dit dezelfde Kaleb is als in vers 18, zegt de tekst niet.
De zonen van Chur 50 Dit waren de zonen van Kaleb, de zoon van Chur, de eerstgeborene van Efrata: Sobal, de vader van Kirjat-Jearim,
בְּכ֣וֹר
(bekhor)
eerstgeborene van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Kirjat-Jearim (קִרְיַת יְעָרִים ) ligt waarschijnlijk bij het huidige Abu Gosh, ongeveer 12 km ten westen van Jeruzalem.
Lezing
Wij volgen de Masoretische woordvolgorde: ‘de zonen van Kaleb, de zoon van Chur, de eerstgeborene van Efrata’.
De zin kan ook gelezen worden als ‘Dit waren de zonen van Kaleb.
De zoon van Chur, de eerstgeborene van Efrata: Sobal …’.
Vergelijk 1 Kron. 4:1–4.
51 Salma, de vader van Betlehem, Chareph, de vader van Bet-Gader.
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Betlehem (בֵּית לֶחֶם ) ligt ongeveer 9 km ten zuiden van Jeruzalem, op de Westelijke Jordaanoever.
Bet-Gader (בֵּית גָּדֵר ): de ligging is onzeker.
52 Sobal, de vader van Kirjat-Jearim, had zonen: Haroë, de helft van de Menuchot.
וַיִּהְי֤וּ
(vayihyu)
en waren
לְשׁוֹבָ֔ל
(leshoval)
voor Sobal
הַמְּנֻחֽוֹת
(hamenuchot)
de Menuchot
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Kirjat-Jearim: Kirjat-Jearim wordt gezocht bij Abu Gosh of Deir el-Azhar, ongeveer 12 km ten westen van Jeruzalem.
Uitleg
הַמְּנֻחוֹת (hamenuchot), ‘de Menuchot’: een volk of streek.
Vergelijk ‘de Manachtieten’ in vers 54.
Wat het precies is, is onzeker.
Lezing
הָרֹאֶה (haroeh) betekent letterlijk ‘de ziener’.
Wij lezen het als naam: Haroë.
In 1 Kron. 4:2 staat Reaja (רָאָיָה ) als zoon van Sobal.
53 De families van Kirjat-Jearim waren de Jitrieten, de Putieten, de Sjumatieten en de Misjraïeten. Uit hen kwamen de Tsorathieten en de Estaolieten voort.
וּמִשְׁפְּחוֹת֙
(umishpechot)
en de families van
הַיִּתְרִי֙
(hayitri)
de Jitriet
וְהַפּוּתִ֔י
(vehaputi)
en de Putiet
וְהַשֻּׁמָתִ֖י
(vehashumati)
en de Sjumatiet
וְהַמִּשְׁרָעִ֑י
(vehamishrai)
en de Misjraïet
יָצְאוּ֙
(yatseu)
kwamen voort
הַצָּ֣רְעָתִ֔י
(hatsareati)
de Tsorathiet
וְהָאֶשְׁתָּ֖אֻֽלִֽי
(vehaeshtauli)
en de Estaoliet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Tsora (צָרְעָה ) en Estaol (אֶשְׁתָּאוֹל ) liggen in de Sefela, ten westen van Jeruzalem (Joz. 15:33).
Tsora ligt bij het huidige Tel Tsora (Sar’a).
Zie Kirjat-Jearim: Kirjat-Jearim wordt gezocht bij Abu Gosh of Deir el-Azhar, ongeveer 12 km ten westen van Jeruzalem.
Zie Zora (Tsora): Zora (Tsora) lag in de Sefela, ten westen van Jeruzalem, bij het huidige Bet Semes.
54 De zonen van Salma waren Betlehem, de Netofatieten, Atrot-Bet-Joab, de helft van de Manachtieten en de Tsoriëten.
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
וּנְט֣וֹפָתִ֔י
(unetofati)
en de Netofatiet
וַחֲצִ֥י
(vachatsi)
en de helft van
הַמָּנַחְתִּ֖י
(hamanachti)
de Manachtiet
הַצָּרְעִֽי
(hatsarei)
de Tsoriet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Atrot-Bet-Joab (עַטְרוֹת בֵּית יוֹאָב ): de ligging is onzeker.
Zie Betlehem: Betlehem (Efrata) ligt ongeveer 9 km ten zuiden van Jeruzalem.
Zie Netofa (ligging onzeker): Netofa lag in het bergland bij Betlehem.
Khirbet Bedd Faluh is voorgesteld.
Dit is niet zeker.
Uitleg
נְטוֹפָתִי (Netofatieten): de bewoners van Netofa, in de buurt van Betlehem.
55 De families van de schrijvers die in Jabets woonden, waren de Tiratieten, de Sjimeatieten en de Sukkatieten. Dit zijn de Kenieten die van Chamat komen, de vader van Bet-Rechab.
וּמִשְׁפְּח֤וֹת
(umishpechot)
en de families van
סֹפְרִים֙
(soferim)
schrijvers
יֹשְׁבֵ֣י
(yoshevei)
bewoners van
תִּרְעָתִ֥ים
(tiratim)
Tiratieten
שִׁמְעָתִ֖ים
(shimatim)
Sjimeatieten
שׂוּכָתִ֑ים
(sukhatim)
Sukkatieten
הַקִּינִ֣ים
(haqinim)
de Kenieten
הַבָּאִ֔ים
(habaim)
die komen
מֵחַמַּ֖ת
(mechamat)
van Chamat
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Jabets (יַעְבֵּץ ): de ligging is onzeker.
Het is niet Jabes in Gilead.
Uitleg
סֹפְרִים (soferim), ‘schrijvers’: mensen die schriften opstellen en afschrijven.
הַקִּינִים (hakkenim), ‘de Kenieten’: vergelijk Richt. 1:16. Chamat (חַמַּת ) kan een plaats of een persoon zijn. Bet-Rechab (בֵּית רֵכָב ) betekent ‘huis van Rechab’. De tekst zegt niet meer.
Lezing
De geschreven tekst (ketiv) heeft ישבו (zij woonden), de gelezen tekst (qere) יֹשְׁבֵי (bewoners van).
Wij volgen de qere.