Elohim Bijbel

Psalmen 11

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Bij Yahweh schuilen, ook als de grondvesten wankelen

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Vlucht naar jullie berg?

1Voor de koorleider, van David. Bij Yahweh heb ik schuil gezocht. Hoe kunnen jullie tegen mijn ziel zeggen: „Vlucht naar jullie berg, vogel!”
לַמְנַצֵּ֗חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
לְדָ֫וִ֥ד
(ledavid)
van David
בַּֽיהוָ֨ה
(baYahweh)
bij Yahweh
חָסִ֗יתִי
(chasiti)
ik heb schuil gezocht
אֵ֭יךְ
(eikh)
hoe
תֹּאמְר֣וּ
(tomru)
zeggen jullie
לְנַפְשִׁ֑י
(lenafshi)
tegen mijn ziel
נ֝֗וּדִי
(nudi)
vlucht
הַרְכֶ֥ם
(harkhem)
naar jullie berg
צִפּֽוֹר
(tsipor)
vogel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: zie bij Ps. 3:3.

לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: zie bij Ps. 4:1.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is נוּדוּ (nudu), ‘vlucht’ in het meervoud.

De te lezen vorm (qere) is נוּדִי (nudi), ‘vlucht’ in het vrouwelijk enkelvoud; ‘ziel’ (nefesh) is in het Hebreeuws vrouwelijk.

Wij volgen de qere.

‘Jullie berg’ staat in het meervoud: de raadgevers zijn meer dan één.

De goddelozen spannen de boog

2Want zie, de goddelozen spannen de boog. Zij hebben hun pijl op de pees gelegd om in het donker te schieten op wie oprecht van hart zijn.
כִּ֤י
(ki)
want
הִנֵּ֪ה
(hine)
zie
הָרְשָׁעִ֡ים
(hareshaim)
de goddelozen
יִדְרְכ֬וּן
(yidrekhun)
zij spannen
קֶ֗שֶׁת
(qeshet)
boog
כּוֹנְנ֣וּ
(konenu)
zij hebben klaargelegd
חִצָּ֣ם
(chitsam)
hun pijl
עַל
(al)
op
יֶ֑תֶר
(yeter)
de pees
לִיר֥וֹת
(lirot)
om te schieten
בְּמוֹ
(bemo)
in
אֹ֝֗פֶל
(ofel)
duisternis
לְיִשְׁרֵי
(leyishrei)
op de oprechten van
לֵֽב
(lev)
hart
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יֶתֶר (yeter), ‘pees’: de koorde van de boog.

בְּמוֹ־אֹפֶל (bemo ofel), ‘in het donker’: de schutters verbergen zich.

3Want de grondvesten worden afgebroken. Wat heeft de rechtvaardige gedaan?
כִּ֣י
(ki)
want
הַ֭שָּׁתוֹת
(hashatot)
de grondvesten
יֵֽהָרֵס֑וּן
(yeharesun)
worden afgebroken
צַ֝דִּ֗יק
(tsadiq)
de rechtvaardige
מַה
(ma)
wat
פָּעָֽל
(paal)
heeft gedaan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שָׁתוֹת (shatot), ‘grondvesten’: letterlijk ‘wat gelegd is’.

Bedoeld is de vaste orde van recht en trouw waarop een samenleving rust.

מַה־פָּעָל (mah pa’al), letterlijk ‘wat heeft hij gedaan?’ De zin kan ook luiden: ‘Wat kan de rechtvaardige doen?’ Wij volgen de verleden tijd van het Hebreeuws.

Yahweh is in Zijn heilige tempel

4Yahweh is in Zijn heilige tempel. Yahweh: Zijn troon is in de hemel. Zijn ogen zien, Zijn oogleden onderzoeken de mensenkinderen.
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
בְּֽהֵ֘יכַ֤ל
(beheikhal)
in de tempel van
קָדְשׁ֗וֹ
(qadesho)
Zijn heiligheid
יְהוָה֮
(Yahweh)
Yahweh
בַּשָּׁמַ֪יִם
(bashamayim)
in de hemel
כִּ֫סְא֥וֹ
(kiso)
Zijn troon
עֵינָ֥יו
(einav)
Zijn ogen
יֶחֱז֑וּ
(yechezu)
zien
עַפְעַפָּ֥יו
(afapav)
Zijn oogleden
יִ֝בְחֲנ֗וּ
(yivchanu)
onderzoeken
בְּנֵ֣י
(benei)
de kinderen van
אָדָֽם
(adam)
mensen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הֵיכַל (hekal), ‘tempel’: hier de hemelse tempel, naast ‘Zijn troon in de hemel’.

Zie ook Ps. 18:7.

Het Hebreeuws zet vier korte zinnen naast elkaar; Yahweh is steeds het onderwerp. Wij laten het parallellisme staan.

5Yahweh onderzoekt de rechtvaardige. De goddeloze en wie geweld liefheeft: Zijn ziel haat hen.
יְהוָה֮
(Yahweh)
Yahweh
צַדִּ֪יק
(tsadiq)
de rechtvaardige
יִ֫בְחָ֥ן
(yivchan)
onderzoekt
וְ֭רָשָׁע
(verasha)
en de goddeloze
וְאֹהֵ֣ב
(veohev)
en wie liefheeft
חָמָ֑ס
(chamas)
geweld
שָֽׂנְאָ֥ה
(sanea)
haat
נַפְשֽׁוֹ
(nafsho)
Zijn ziel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Over de goddelozen laat Hij strikken regenen, vuur en zwavel. Een verzengende wind is het deel van hun beker.
יַמְטֵ֥ר
(yamter)
Hij laat regenen
עַל
(al)
over
רְשָׁעִ֗ים
(reshaim)
goddelozen
פַּ֫חִ֥ים
(pachim)
strikken
אֵ֣שׁ
(esh)
vuur
וְ֭גָפְרִית
(vegaferit)
en zwavel
וְר֥וּחַ
(veruach)
en wind
זִלְעָפ֗וֹת
(zilafot)
verzengende
מְנָ֣ת
(menat)
het deel van
כּוֹסָֽם
(kosam)
hun beker
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פַּחִים (pachim), ‘strikken’: vogelstrikken of netten.

‘Vuur en zwavel’ doet denken aan de ondergang van Sodom (Gen. 19:24).

זַלְעָפוֹת (zil’afot), ‘verzengende’: een gloeiende hete wind.

‘Het deel van hun beker’ is wat hun wordt toegemeten.

7Want Yahweh is rechtvaardig; Hij heeft daden van gerechtigheid lief. De oprechten zullen Zijn aangezicht zien.
כִּֽי
(ki)
want
צַדִּ֣יק
(tsadiq)
rechtvaardig
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
צְדָק֣וֹת
(tsedaqot)
gerechtigheden
אָהֵ֑ב
(ahev)
Hij heeft lief
יָ֝שָׁ֗ר
(yashar)
de oprechte
יֶחֱז֥וּ
(yechezu)
zij zullen zien
פָנֵֽימוֹ
(paneimo)
Zijn aangezicht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

צְדָקוֹת (tsedaqot), meervoud van צְדָקָה (tsedaqah), ‘gerechtigheid’: wij vertalen ‘daden van gerechtigheid’.

Lezing

יָשָׁר (yashar), ‘de oprechte’, staat in het enkelvoud; ‘zullen zien’ in het meervoud.

Het kan ook luiden: ‘Zijn aangezicht ziet de oprechte’.

Wij vertalen ‘De oprechten zullen Zijn aangezicht zien’, zoals Ps. 17:15.