Elohim Bijbel

2 Tessalonicenzen 2

123

De dag van de Heer, de man van de wetteloosheid, en de uitverkiezing tot redding

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De dag van de Heer is er nog niet

1Wij vragen jullie, broers, over de komst van onze Heer Yeshua de Messias en onze verzameling bij Hem,
Ἐρωτῶμεν
(Erotomen)
vragen wij
δὲ
(de)
maar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
ὑπὲρ
(hyper)
over
τῆς
(tes)
de
παρουσίας
(parousias)
komst
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
καὶ
(kai)
en
ἡμῶν
(hemon)
onze
ἐπισυναγωγῆς
(episynagoges)
verzameling
ἐπ’
(ep’)
bij
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρουσία (parousia), ‘komst’: letterlijk ‘aanwezigheid’, zie 1 Tess. 2:19. ἐπισυναγωγή (episynagoge), ‘verzameling’: het bijeenkomen bij de Heer; vergelijk 1 Tess. 4:17 en Matt. 24:31, waar de uitverkorenen bijeengebracht worden. ὑπέρ (hyper), ‘over’: ‘met het oog op, over’.

De zin loopt door in vers 2.

Zie ook 1 Tess. 4:15–17; Matt. 24:31.

2dat jullie niet snel uit jullie verstand geschud worden en niet in paniek raken. Laat dat niet gebeuren door een geest, een woord of een brief, alsof die van ons komt, alsof de dag van de Heer al aangebroken is.
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
μὴ
(me)
niet
ταχέως
(tacheos)
snel
σαλευθῆναι
(saleuthenai)
geschud worden
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
het
νοὸς
(noos)
verstand
μηδὲ
(mede)
noch
θροεῖσθαι
(throeisthai)
in paniek raken
μήτε
(mete)
noch
διὰ
(dia)
door
πνεύματος
(pneumatos)
geest
μήτε
(mete)
noch
διὰ
(dia)
door
λόγου
(logou)
woord
μήτε
(mete)
noch
δι’
(di’)
door
ἐπιστολῆς
(epistoles)
brief
ὡς
(hos)
als
δι’
(di’)
door
ἡμῶν
(hemon)
ons
ὡς
(hos)
als
ὅτι
(hoti)
dat
ἐνέστηκεν
(enesteken)
is aangebroken
ἡ
(he)
de
ἡμέρα
(hemera)
dag
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg

σαλεύω (saleuo), ‘schudden’: heen en weer schudden; νοῦς (nous), ‘verstand’. θροέομαι (throeomai), ‘in paniek raken’: verontrust worden. πνεῦμα (pneuma), ‘geest’: een uiting die aan de Geest wordt toegeschreven, bijvoorbeeld een profetie. ὡς δι’ ἡμῶν (hos di hemon), ‘alsof door ons’: dit kan bij geest, woord én brief horen; wij vertalen ‘alsof die van ons komt’. ἐνέστηκεν (enesteken), ‘is aangebroken’: het Griekse werkwoord betekent ‘is aanwezig, is gekomen’. ἡμέρα τοῦ κυρίου (hemera tou kyriou), ‘de dag van de Heer’: de uitdrukking neemt ‘de dag van Yahweh’ uit de profeten over voor Yeshua; zie 1 Tess. 5:2.

De Griekse zin loopt door vanaf vers 1 en is erg lang; wij hebben hem gesplitst en voegen daarbij ‘Laat dat niet gebeuren’ toe voor het Griekse μήτε … μήτε … μήτε (‘noch … noch … noch’).

Zie ook 1 Tess. 5:2; Joël 2:1; Amos 5:18.

De man van de wetteloosheid

3Laat niemand jullie op enige manier misleiden. Want die dag komt niet, tenzij eerst de afval komt en de man van de wetteloosheid onthuld wordt, de zoon van het verderf,
μή
(me)
dat niet
τις
(tis)
iemand
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐξαπατήσῃ
(exapatese)
misleidt
κατὰ
(kata)
volgens
μηδένα
(medena)
geen
τρόπον
(tropon)
manier
ὅτι
(hoti)
want
ἐὰν
(ean)
als
μὴ
(me)
niet
ἔλθῃ
(elthe)
komt
ἡ
(he)
de
ἀποστασία
(apostasia)
afval
πρῶτον
(proton)
eerst
καὶ
(kai)
en
ἀποκαλυφθῇ
(apokalyphthe)
wordt onthuld
ὁ
(ho)
de
ἄνθρωπος
(anthropos)
man
τῆς
(tes)
van de
ἀνομίας
(anomias)
wetteloosheid
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
zoon
τῆς
(tes)
van het
ἀπωλείας
(apoleias)
verderf
Bron: SBLGNT
Uitleg

De Griekse zin breekt af: ‘want als niet eerst de afval komt en …’ ontbreekt een slot.

Wij vullen ‘die dag komt niet’ aan. ἐξαπατάω (exapatao), ‘misleiden’. ἀποστασία (apostasia), ‘afval’: afvalligheid of opstand. ἄνθρωπος τῆς ἀνομίας (anthropos tes anomias), ‘de man van de wetteloosheid’: ἀνομία (anomia) is ‘zonder wet’, het ontbreken van de wet.

‘Zoon van het verderf’: een Hebreeuwse manier om te zeggen ‘bestemd voor het verderf’; hetzelfde staat in Joh. 17:12 van Judas.

Zie ook Joh. 17:12; Matt. 24:15; Dan. 9:27; Dan. 11:36.

Lezing

Voor ‘wetteloosheid’ (ἀνομίας, anomias) verschillen sommige oude handschriften; wij volgen de SBLGNT.

4die zich verzet en zich verheft boven alles wat een god genoemd wordt of voorwerp van verering is. Zo gaat hij in het heiligdom van Elohim zitten en laat hij van zichzelf zien dat hij Elohim is.
ὁ
(ho)
de
ἀντικείμενος
(antikeimenos)
tegenstander
καὶ
(kai)
en
ὑπεραιρόμενος
(hyperairomenos)
zich verheffende
ἐπὶ
(epi)
boven
πάντα
(panta)
al
λεγόμενον
(legomenon)
genoemd
θεὸν
(theon)
god
ἢ
(e)
of
σέβασμα
(sebasma)
voorwerp van verering
ὥστε
(hoste)
zodat
αὐτὸν
(auton)
hij
εἰς
(eis)
in
τὸν
(ton)
het
ναὸν
(naon)
heiligdom
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
καθίσαι
(kathisai)
gaat zitten
ἀποδεικνύντα
(apodeiknynta)
tonend
ἑαυτὸν
(heauton)
zichzelf
ὅτι
(hoti)
dat
ἔστιν
(estin)
is
θεός
(theos)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀντίκειμαι (antikeimai), ‘zich verzetten’; ὑπεραίρομαι (hyperairomai), ‘zich verheffen’: vergelijk Dan. 11:36, ‘hij verheft en vergroot zich boven elke god’, en Ezech. 28:2, waar de vorst van Tyrus zegt: ‘Ik ben een El’. θεός (theos), ‘god’: in ‘alles wat een god genoemd wordt’ schrijven wij ‘god’ met kleine letter, omdat het om alles gaat wat als goddelijk geldt.

In ‘dat hij Elohim is’ heeft het Grieks θεός zonder lidwoord; wij schrijven ‘Elohim’.

De zin is lang; wij hebben hem na ‘verering is’ gesplitst, daarom staat er ‘Zo gaat hij’ voor het Griekse ὥστε (hoste), ‘zodat’. σέβασμα (sebasma), ‘voorwerp van verering’. ναός (naos), ‘heiligdom’.

De tekst zegt niet welk heiligdom bedoeld is. ἀποδείκνυμι (apodeiknymi), ‘laten zien’: tonen, voorstellen.

Zie ook Dan. 11:36; Ezech. 28:2.

5Herinneren jullie je niet dat ik dit tegen jullie zei toen ik nog bij jullie was?
οὐ
(ou)
niet
μνημονεύετε
(mnemoneuete)
herinneren jullie
ὅτι
(hoti)
dat
ἔτι
(eti)
nog
ὢν
(on)
zijnde
πρὸς
(pros)
bij
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ταῦτα
(tauta)
dit
ἔλεγον
(elegon)
zei ik
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔλεγον (elegon), ‘zei ik’: hier zegt Paulus ‘ik’ in plaats van ‘wij’, zoals in 1 Tess. 2:18.

Hand. 17:2 noemt drie sabbatten in Tessalonica.

Zie ook Hand. 17:1–10.

6En nu weten jullie wat weerhoudt, zodat hij op zijn eigen tijd onthuld wordt.
καὶ
(kai)
en
νῦν
(nyn)
nu
τὸ
(to)
het
κατέχον
(katechon)
weerhoudende
οἴδατε
(oidate)
weten jullie
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
ἀποκαλυφθῆναι
(apokalyphthenai)
onthuld worden
αὐτὸν
(auton)
hij
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ἑαυτοῦ
(heautou)
zijn eigen
καιρῷ
(kairo)
tijd
Bron: SBLGNT
Uitleg

τὸ κατέχον (to katechon), ‘wat weerhoudt’: onzijdig; κατέχω (katecho), ‘weerhouden’: tegenhouden, vasthouden (zie 1 Tess. 5:21, waar wij ‘vasthouden’ gebruiken).

De tekst zegt niet wat of wie dit is; de Tessalonicenzen wisten het (‘jullie weten’).

Wij vertalen letterlijk.

7Want het geheimenis van de wetteloosheid is al werkzaam. Alleen: hij die nu weerhoudt, totdat hij uit het midden verdwenen is.
τὸ
(to)
het
γὰρ
(gar)
want
μυστήριον
(mysterion)
geheimenis
ἤδη
(ede)
al
ἐνεργεῖται
(energeitai)
is werkzaam
τῆς
(tes)
van de
ἀνομίας
(anomias)
wetteloosheid
μόνον
(monon)
alleen
ὁ
(ho)
hij die
κατέχων
(katechon)
weerhoudt
ἄρτι
(arti)
nu
ἕως
(heos)
totdat
ἐκ
(ek)
uit
μέσου
(mesou)
midden
γένηται
(genetai)
hij wordt
Bron: SBLGNT
Uitleg

μυστήριον (mysterion), ‘geheimenis’: iets verborgens dat bekend wordt gemaakt. ὁ κατέχων (ho katechon), ‘hij die weerhoudt’: mannelijk, tegenover het onzijdige van vers 6. ἐκ μέσου γένηται (ek mesou genetai), ‘uit het midden verdwenen is’: letterlijk ‘uit het midden wordt’.

De Griekse zin is kort en zonder werkwoord bij ‘alleen’; wij laten die kortheid staan en melden niet wie hem wegneemt, want dat zegt de tekst niet.

Zie ook2 Tess 2:6
8En dan zal de wetteloze onthuld worden. De Heer Yeshua zal hem doden met de adem van Zijn mond en buiten werking stellen door de verschijning van Zijn komst.
καὶ
(kai)
en
τότε
(tote)
dan
ἀποκαλυφθήσεται
(apokalyphthesetai)
zal onthuld worden
ὁ
(ho)
de
ἄνομος
(anomos)
wetteloze
ὃν
(hon)
die
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
ἀνελεῖ
(anelei)
zal doden
τῷ
(to)
met de
πνεύματι
(pneumati)
adem
τοῦ
(tou)
van de
στόματος
(stomatos)
mond
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
καὶ
(kai)
en
καταργήσει
(katargesei)
zal buiten werking stellen
τῇ
(te)
met de
ἐπιφανείᾳ
(epiphaneia)
verschijning
τῆς
(tes)
van de
παρουσίας
(parousias)
komst
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἄνομος (anomos), ‘wetteloze’: de man van de wetteloosheid uit vers 3. ἀναιρέω (anaireo), ‘doden’. πνεῦμα (pneuma), ‘adem’: vergelijk Jes. 11:4, ‘met de adem van zijn lippen zal hij de goddeloze doden’. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’: zoals in Gal. 3:17. ἐπιφάνεια (epifaneia), ‘verschijning’: het zichtbaar worden in glans. παρουσία (parousia), ‘komst’: zie vers 1.

Zie ook Jes. 11:4; Gal. 3:17.

9Diens komst is volgens de werking van Satan, met alle kracht en met tekenen en wonderen van leugen,
οὗ
(hou)
wiens
ἐστιν
(estin)
is
ἡ
(he)
de
παρουσία
(parousia)
komst
κατ’
(kat’)
volgens
ἐνέργειαν
(energeian)
werking
τοῦ
(tou)
van de
Σατανᾶ
(Satana)
Satan
ἐν
(en)
in
πάσῃ
(pase)
alle
δυνάμει
(dynamei)
kracht
καὶ
(kai)
en
σημείοις
(semeiois)
tekenen
καὶ
(kai)
en
τέρασιν
(terasin)
wonderen
ψεύδους
(pseudous)
van leugen
Bron: SBLGNT
Uitleg

οὗ (hou), ‘wiens’: wij schrijven ‘diens’, om verwarring met de Heer te vermijden; het gaat om de wetteloze. κατ’ ἐνέργειαν (kat energeian), ‘volgens de werking’: naar de werkzame kracht van Satan. σημεῖον (semeion), ‘teken’; τέρας (teras), ‘wonder’. Σατανᾶς (Satanas), ‘Satan’: zie 1 Tess. 2:18.

‘Van leugen’ (ψεύδους, pseudous; het Grieks heeft geen lidwoord) kan bij ‘tekenen en wonderen’ horen of bij alles.

Over tekenen en wonderen van valse profeten: zie Deut. 13:2–4 (NL 13:1–3) en Matt. 24:24.

Zie ook Matt. 24:24; Deut. 13:2–4.

10en met alle verleiding van onrecht voor hen die verloren gaan, omdat zij de liefde voor de waarheid niet aannamen om gered te worden.
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
πάσῃ
(pase)
alle
ἀπάτῃ
(apate)
verleiding
ἀδικίας
(adikias)
van onrecht
τοῖς
(tois)
aan de
ἀπολλυμένοις
(apollymenois)
verloren gaanden
ἀνθ’
(anth’)
in plaats van
ὧν
(hon)
wat
τὴν
(ten)
de
ἀγάπην
(agapen)
liefde
τῆς
(tes)
van de
ἀληθείας
(aletheias)
waarheid
οὐκ
(ouk)
niet
ἐδέξαντο
(edexanto)
namen zij aan
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
σωθῆναι
(sothenai)
gered worden
αὐτούς
(autous)
hen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπάτη (apate), ‘verleiding’: bedrog; ἀδικία (adikia), ‘onrecht’. ἀπόλλυμι (apollymi), ‘verloren gaan’.

‘De liefde voor de waarheid’: het Grieks heeft ‘de liefde van de waarheid’.

11En daarom stuurt Elohim hun een werking van dwaling, zodat zij de leugen geloven,
καὶ
(kai)
en
διὰ
(dia)
om
τοῦτο
(touto)
dit
πέμπει
(pempei)
stuurt
αὐτοῖς
(autois)
aan hen
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἐνέργειαν
(energeian)
werking
πλάνης
(planes)
van dwaling
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
πιστεῦσαι
(pisteusai)
geloven
αὐτοὺς
(autous)
hen
τῷ
(to)
de
ψεύδει
(pseudei)
leugen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐνέργεια πλάνης (energeia planes), ‘werking van dwaling’: een werkende kracht die tot dwaling leidt.

Het Grieks zegt dat Elohim dit stuurt.

Vergelijk 1 Kon. 22:22–23, waar Yahweh een leugengeest geeft in de mond van profeten, en Ezech. 14:9.

De zin loopt door in vers 12.

Zie ook 1 Kon. 22:22–23; Ezech. 14:9.

12opdat allen geoordeeld worden die de waarheid niet hebben geloofd, maar behagen hebben gehad in het onrecht.
ἵνα
(hina)
opdat
κριθῶσιν
(krithosin)
geoordeeld worden
πάντες
(pantes)
allen
οἱ
(hoi)
de
μὴ
(me)
niet
πιστεύσαντες
(pisteusantes)
geloofd hebbenden
τῇ
(te)
de
ἀληθείᾳ
(aletheia)
waarheid
ἀλλὰ
(alla)
maar
εὐδοκήσαντες
(eudokesantes)
behagen gehad hebbend
τῇ
(te)
in het
ἀδικίᾳ
(adikia)
onrecht
Bron: SBLGNT
Uitleg

κρίνω (krino), ‘oordelen’. εὐδοκέω (eudokeo), ‘behagen hebben’: dit is hetzelfde woord als in 1 Tess. 2:8 en 3:1, daar ‘bereid zijn’; hier is het ‘behagen scheppen in’.

Uitverkoren tot redding

13Maar wij zijn verplicht Elohim altijd voor jullie te danken, broers die door de Heer geliefd zijn. Want Elohim heeft jullie als eersteling gekozen tot redding, in heiliging door de Geest en in geloof in de waarheid.
Ἡμεῖς
(Hemeis)
wij
δὲ
(de)
maar
ὀφείλομεν
(opheilomen)
zijn verplicht
εὐχαριστεῖν
(eucharistein)
te danken
τῷ
(to)
aan de
θεῷ
(theo)
Elohim
πάντοτε
(pantote)
altijd
περὶ
(peri)
over
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἀδελφοὶ
(adelphoi)
broers
ἠγαπημένοι
(egapemenoi)
geliefd
ὑπὸ
(hypo)
door
κυρίου
(kyriou)
de Heer
ὅτι
(hoti)
omdat
εἵλατο
(heilato)
koos
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἀπαρχὴν
(aparchen)
eersteling
εἰς
(eis)
tot
σωτηρίαν
(soterian)
redding
ἐν
(en)
in
ἁγιασμῷ
(hagiasmo)
heiliging
πνεύματος
(pneumatos)
van de Geest
καὶ
(kai)
en
πίστει
(pistei)
geloof
ἀληθείας
(aletheias)
van waarheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπαρχή (aparche), ‘eersteling’: het eerste deel van de oogst. ἁγιασμός (hagiasmos), ‘heiliging’. πνεῦμα (pneuma): wij lezen ‘de Geest’ (van Elohim); het Grieks kan ook ‘geest’ betekenen. ἁγιασμῷ πνεύματος staat letterlijk als ‘heiliging van (de) Geest’; wij schrijven ‘door de Geest’. ὑπὸ κυρίου (hypo kyriou), ‘door de Heer’: Yeshua; in 1 Tess. 1:4 staat ‘door Elohim’. ἀδελφοί: zie 1:3.

Lezing

Voor ‘eersteling’ (ἀπαρχήν, aparchen) verschillen sommige oude handschriften; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook1 Tess 1:4
14Daartoe heeft Hij jullie geroepen door onze goede boodschap: om de heerlijkheid van onze Heer Yeshua de Messias te verkrijgen.
εἰς
(eis)
tot
ὃ
(ho)
wat
ἐκάλεσεν
(ekalesen)
riep Hij
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
διὰ
(dia)
door
τοῦ
(tou)
de
εὐαγγελίου
(euangeliou)
goede boodschap
ἡμῶν
(hemon)
onze
εἰς
(eis)
tot
περιποίησιν
(peripoiesin)
verwerving
δόξης
(doxes)
van heerlijkheid
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

καλέω (kaleo), ‘roepen’. περιποίησις (peripoiesis), ‘verwerving’: het verkrijgen; zie 1 Tess. 5:9. δόξα (doxa), ‘heerlijkheid’. εὐαγγέλιον (euangelion), ‘goede boodschap’.

Zie ook 1 Tess. 5:9.

Zie ook1 Tess 5:9

Blijf vaststaan

15Sta dus vast, broers, en houd vast aan de overleveringen waarin jullie onderwezen zijn, hetzij door een woord, hetzij door een brief van ons.
ἄρα
(ara)
dus
οὖν
(oun)
dan
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
στήκετε
(stekete)
staat vast
καὶ
(kai)
en
κρατεῖτε
(krateite)
houdt vast aan
τὰς
(tas)
de
παραδόσεις
(paradoseis)
overleveringen
ἃς
(has)
die
ἐδιδάχθητε
(edidachthete)
onderwezen werden jullie
εἴτε
(eite)
hetzij
διὰ
(dia)
door
λόγου
(logou)
woord
εἴτε
(eite)
hetzij
δι’
(di’)
door
ἐπιστολῆς
(epistoles)
brief
ἡμῶν
(hemon)
onze
Bron: SBLGNT
Uitleg

στήκω (steko), ‘vaststaan’: zie 1 Tess. 3:8. κρατέω (krateo), ‘vasthouden’. παράδοσις (paradosis), ‘overlevering’: wat is doorgegeven en onderwezen.

Zij zijn onderwezen ‘door een woord’ (mondeling) of ‘door een brief’.

Zie ook1 Tess 3:8
16Onze Heer Yeshua de Messias zelf en Elohim, onze Vader, die ons heeft liefgehad en ons in genade eeuwige bemoediging en goede hoop heeft gegeven,
Αὐτὸς
(Autos)
Hijzelf
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
Χριστὸς
(Christos)
Messias
καὶ
(kai)
en
θεὸς
(theos)
Elohim
ὁ
(ho)
de
πατὴρ
(pater)
Vader
ἡμῶν
(hemon)
onze
ὁ
(ho)
die
ἀγαπήσας
(agapesas)
liefgehad hebbende
ἡμᾶς
(hemas)
ons
καὶ
(kai)
en
δοὺς
(dous)
gegeven hebbende
παράκλησιν
(paraklesin)
bemoediging
αἰωνίαν
(aionian)
eeuwige
καὶ
(kai)
en
ἐλπίδα
(elpida)
hoop
ἀγαθὴν
(agathen)
goede
ἐν
(en)
in
χάριτι
(chariti)
genade
Bron: SBLGNT
Uitleg

παράκλησις (paraklesis), ‘bemoediging’: ook ‘troost, aansporing’, zie 1 Tess. 2:3. ἀγαπάω (agapao), ‘liefhebben’.

De werkwoordsvorm in vers 17 staat in het enkelvoud bij twee onderwerpen, de Heer Yeshua en Elohim, zoals in 1 Tess. 3:11. ὁ ἀγαπήσας (ho agapesas), ‘die ons heeft liefgehad’, en δούς (dous), ‘gegeven heeft’, staan in het enkelvoud en horen dus bij Elohim, de Vader.

De Griekse zin loopt door in vers 17.

Zie ook 1 Tess. 3:11.

17moge jullie harten bemoedigen en versterken in elk goed werk en woord.
παρακαλέσαι
(parakalesai)
moge bemoedigen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
τὰς
(tas)
de
καρδίας
(kardias)
harten
καὶ
(kai)
en
στηρίξαι
(sterixai)
moge versterken
ἐν
(en)
in
παντὶ
(panti)
elk
ἔργῳ
(ergo)
werk
καὶ
(kai)
en
λόγῳ
(logo)
woord
ἀγαθῷ
(agatho)
goed
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρακαλέω (parakaleo), ‘bemoedigen’; στηρίζω (sterizo), ‘versterken’: zie 1 Tess. 3:2.

Zie ook1 Tess 3:2