Elohim Bijbel

Psalmen 98

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Zing een nieuw lied, want Yahweh komt om recht te spreken

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Een nieuw lied voor Yahweh

1Een psalm. Zing voor Yahweh een nieuw lied, want wonderen heeft Hij gedaan. Zijn rechterhand heeft redding voor Hem gebracht, en Zijn heilige arm.
מִזְמ֡וֹר
(mizmor)
psalm
שִׁ֤ירוּ
(shiru)
zingt
לַֽיהוָ֨ה
(laYahweh)
voor Yahweh
שִׁ֣יר
(shir)
lied
חָ֭דָשׁ
(chadash)
nieuw
כִּֽי
(ki)
want
נִפְלָא֣וֹת
(niflaot)
wonderen
עָשָׂ֑ה
(asa)
heeft Hij gedaan
הוֹשִֽׁיעָה
(hoshia)
heeft redding gebracht
לּ֥וֹ
(lo)
voor Hem
יְ֝מִינ֗וֹ
(yemino)
Zijn rechterhand
וּזְר֥וֹעַ
(uzeroa)
en arm van
קָדְשֽׁוֹ
(qadesho)
Zijn heiligheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִזְמוֹר (mizmor), ‘psalm’: een lied met muziek.

יְמִינוֹ (yemino), ‘Zijn rechterhand’, en זְרוֹעַ קָדְשׁוֹ (zero’a qodsho), ‘Zijn heilige arm’: beelden voor de kracht van Yahweh (Exod. 15:6; Jes. 52:10). הוֹשִׁיעָה לּוֹ (hoshi’ah lo), ‘heeft redding voor Hem gebracht’: Yahweh won de overwinning met Zijn eigen kracht.

Zie ook Ps. 96:1.

2Yahweh heeft Zijn redding bekendgemaakt. Voor de ogen van de volken heeft Hij Zijn gerechtigheid onthuld.
הוֹדִ֣יעַ
(hodia)
heeft bekendgemaakt
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
יְשׁוּעָת֑וֹ
(yeshuato)
Zijn redding
לְעֵינֵ֥י
(leeinei)
voor de ogen van
הַ֝גּוֹיִ֗ם
(hagoyim)
de volken
גִּלָּ֥ה
(gila)
heeft onthuld
צִדְקָתֽוֹ
(tsidqato)
Zijn gerechtigheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3Hij heeft gedacht aan Zijn trouw en Zijn betrouwbaarheid voor het huis van Israël. Alle einden van de aarde hebben de redding van onze Elohim gezien.
זָ֘כַ֤ר
(zakhar)
heeft gedacht
חַסְדּ֨וֹ
(chasdo)
Zijn trouw
וֶֽאֱֽמוּנָתוֹ֮
(veemunato)
en Zijn betrouwbaarheid
לְבֵ֪ית
(leveit)
voor het huis van
יִשְׂרָ֫אֵ֥ל
(yisrael)
Israël
רָא֥וּ
(rau)
hebben gezien
כָל
(kal)
alle
אַפְסֵי
(afsei)
einden van
אָ֑רֶץ
(arets)
de aarde
אֵ֝֗ת
(et)
(obj.)
יְשׁוּעַ֥ת
(yeshuat)
redding van
אֱלֹהֵֽינוּ
(eloheinu)
onze Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid.

אֱמוּנָה (emunah), ‘betrouwbaarheid’: wat vast en te vertrouwen is. Zie ook 96:13 en 100:5.

Juich voor de koning, Yahweh

4Juich voor Yahweh, heel de aarde. Breek uit in gejuich, jubel en zing lofzangen.
הָרִ֣יעוּ
(hariu)
juicht
לַֽ֭יהוָה
(laYahweh)
voor Yahweh
כָּל
(kal)
heel
הָאָ֑רֶץ
(haarets)
de aarde
פִּצְח֖וּ
(pitschu)
breekt uit
וְרַנְּנ֣וּ
(veranenu)
en jubelt
וְזַמֵּֽרוּ
(vezameru)
en zingt lofzangen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Zing lof voor Yahweh met de lier, met de lier en met de klank van gezang.
זַמְּר֣וּ
(zameru)
zingt lof
לַיהוָ֣ה
(laYahweh)
voor Yahweh
בְּכִנּ֑וֹר
(bekhinor)
met de lier
בְּ֝כִנּ֗וֹר
(bekhinor)
met de lier
וְק֣וֹל
(veqol)
en klank van
זִמְרָֽה
(zimra)
gezang
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כִּנּוֹר (kinnor), ‘lier’, חֲצֹצְרוֹת (chatsotserot), ‘trompetten’ en שׁוֹפָר (shofar), ‘ramshoorn’: instrumenten van de dienst in het heiligdom.

6Met trompetten en met het geluid van de ramshoorn: juich voor het aangezicht van de koning, Yahweh.
בַּ֭חֲצֹ֣צְרוֹת
(bachatsotserot)
met trompetten
וְק֣וֹל
(veqol)
en klank van
שׁוֹפָ֑ר
(shofar)
ramshoorn
הָ֝רִ֗יעוּ
(hariu)
juicht
לִפְנֵ֤י
(lifnei)
voor het aangezicht van
הַמֶּ֬לֶךְ
(hamelekh)
de koning
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

De zee, de stromen en de bergen

7Laat de zee bruisen met alles wat haar vult, de wereld en wie daarin wonen.
יִרְעַ֣ם
(yiram)
laat bruisen
הַ֭יָּם
(hayam)
de zee
וּמְלֹא֑וֹ
(umeloo)
en wat haar vult
תֵּ֝בֵ֗ל
(tevel)
wereld
וְיֹ֣שְׁבֵי
(veyoshevei)
en wie wonen
בָֽהּ
(bah)
daarin
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Laat de stromen in de handen klappen. Laten de bergen tegelijk jubelen
נְהָר֥וֹת
(neharot)
stromen
יִמְחֲאוּ
(yimchau)
laten klappen
כָ֑ף
(kaf)
de hand
יַ֝֗חַד
(yachad)
tegelijk
הָרִ֥ים
(harim)
bergen
יְרַנֵּֽנוּ
(yeranenu)
laten jubelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9voor het aangezicht van Yahweh, want Hij komt om recht te spreken over de aarde. Hij zal recht spreken over de wereld in gerechtigheid, en over de volken met rechtschapenheid.
לִֽפְֽנֵי
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
כִּ֥י
(ki)
want
בָא֮
(ba)
Hij komt
לִשְׁפֹּ֪ט
(lishpot)
om recht te spreken
הָ֫אָ֥רֶץ
(haarets)
de aarde
יִשְׁפֹּֽט
(yishpot)
Hij zal recht spreken
תֵּבֵ֥ל
(tevel)
wereld
בְּצֶ֑דֶק
(betsedeq)
in gerechtigheid
וְ֝עַמִּ֗ים
(veamim)
en volken
בְּמֵישָׁרִֽים
(bemeisharim)
met rechtschapenheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit vers is bijna gelijk aan 96:13.

Ook dat is het slot van een lied dat Yahweh als rechter en koning prijst.