Elohim Bijbel

2 Korintiërs 1

12345678910111213

Aanhef, de Elohim van alle vertroosting, de verdrukking in Asia en het gewijzigde reisplan

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Aanhef

1Paulus, apostel van Yeshua de Messias door de wil van Elohim, en Timoteüs, de broer, aan de gemeente van Elohim die in Korinte is, samen met alle heiligen die in heel Achaje zijn:
Παῦλος
(Paulos)
Paulus
ἀπόστολος
(apostolos)
apostel
Χριστοῦ
(Christou)
van de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
διὰ
(dia)
door
θελήματος
(thelematos)
wil
θεοῦ
(theou)
van Elohim
καὶ
(kai)
en
Τιμόθεος
(Timotheos)
Timoteüs
ὁ
(ho)
de
ἀδελφὸς
(adelphos)
broer
τῇ
(te)
aan de
ἐκκλησίᾳ
(ekklesia)
gemeente
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
τῇ
(te)
die
οὔσῃ
(ouse)
is
ἐν
(en)
in
Κορίνθῳ
(Korintho)
Korinte
σὺν
(syn)
samen met
τοῖς
(tois)
de
ἁγίοις
(hagiois)
heiligen
πᾶσιν
(pasin)
alle
τοῖς
(tois)
die
οὖσιν
(ousin)
zijn
ἐν
(en)
in
ὅλῃ
(hole)
heel
τῇ
(te)
de
Ἀχαΐᾳ
(Achaia)
Achaje
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Korinte: Korinte lag op de landengte tussen het vasteland van Griekenland en de Peloponnesos, met een haven aan elke kant.

Het was de hoofdstad van de Romeinse provincie Achaje.

Zie Achaje (ongeveer): Achaje was de Romeinse provincie in het zuiden van Griekenland, met Korinte als hoofdstad en Athene als bekendste stad.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’: iemand die gezonden is. ἐκκλησία (ekklesia), ‘gemeente’: de samengeroepen groep. ἅγιοι (hagioi), ‘heiligen’: de mensen die voor Elohim apart gezet zijn; zo noemt Paulus de gelovigen.

Timoteüs is hier medeafzender.

Achaje is de Romeinse provincie in het zuiden van Griekenland; Korinte lag daarin.

In deze brief wisselt Paulus ‘wij’ en ‘ik’: wij vertalen steeds wat het Grieks heeft.

Zie ook Hand. 16:1–3; Hand. 18:1.

2genade en vrede voor jullie van Elohim, onze Vader, en van de Heer Yeshua de Messias.
χάρις
(charis)
genade
ὑμῖν
(hymin)
voor jullie
καὶ
(kai)
en
εἰρήνη
(eirene)
vrede
ἀπὸ
(apo)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
πατρὸς
(patros)
Vader
ἡμῶν
(hemon)
onze
καὶ
(kai)
en
κυρίου
(kyriou)
van de Heer
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

De groet ‘genade en vrede’ is dezelfde als in Gal. 1:3.

Zie ook Gal. 1:3.

Zie ookGal 1:3

De Elohim van alle vertroosting

3Gezegend is de Elohim en Vader van onze Heer Yeshua de Messias. Hij is de Vader van de barmhartigheden en de Elohim van alle vertroosting.
Εὐλογητὸς
(Eulogetos)
gezegend
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
καὶ
(kai)
en
πατὴρ
(pater)
Vader
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
ὁ
(ho)
de
πατὴρ
(pater)
Vader
τῶν
(ton)
van de
οἰκτιρμῶν
(oiktirmon)
barmhartigheden
καὶ
(kai)
en
θεὸς
(theos)
Elohim
πάσης
(pases)
van alle
παρακλήσεως
(parakleseos)
vertroosting
Bron: SBLGNT
Uitleg

εὐλογητός (eulogetos), ‘gezegend, geprezen’: een lofprijs aan Elohim. οἰκτιρμοί (oiktirmoi), ‘barmhartigheden’. παράκλησις (paraklesis), ‘vertroosting’, en het werkwoord παρακαλέω (parakaleo), ‘troosten’: dit woord en zijn verwanten komen in 1:3–7 tien keer voor.

Het Griekse woord heeft meer kanten: ook ‘aansporen, vermanen, oproepen’.

Wij vertalen in 1:3–7 en in 2:7 steeds ‘vertroosting’ en ‘troosten’.

Waar het in 2:8, 5:20 en 6:1 om een oproep gaat, staat ‘verzoeken’ of ‘oproepen’; het is hetzelfde Griekse woord.

4Hij troost ons bij al onze verdrukking. Zo kunnen wij hen troosten die in welke verdrukking ook zijn, met de vertroosting waarmee wijzelf door Elohim getroost worden.
ὁ
(ho)
Hij die
παρακαλῶν
(parakalon)
troost
ἡμᾶς
(hemas)
ons
ἐπὶ
(epi)
bij
πάσῃ
(pase)
alle
τῇ
(te)
de
θλίψει
(thlipsei)
verdrukking
ἡμῶν
(hemon)
onze
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
δύνασθαι
(dynasthai)
kunnen
ἡμᾶς
(hemas)
wij
παρακαλεῖν
(parakalein)
troosten
τοὺς
(tous)
hen die
ἐν
(en)
in
πάσῃ
(pase)
elke
θλίψει
(thlipsei)
verdrukking
διὰ
(dia)
door
τῆς
(tes)
de
παρακλήσεως
(parakleseos)
vertroosting
ἧς
(hes)
waarmee
παρακαλούμεθα
(parakaloumetha)
getroost worden
αὐτοὶ
(autoi)
wijzelf
ὑπὸ
(hypo)
door
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’: letterlijk ‘het samendrukken’.

De vertroosting die Paulus ontvangt, geeft hij door aan anderen.

5Want zoals het lijden van de Messias overvloedig op ons komt, zo is door de Messias ook onze vertroosting overvloedig.
ὅτι
(hoti)
want
καθὼς
(kathos)
zoals
περισσεύει
(perisseuei)
is overvloedig
τὰ
(ta)
het
παθήματα
(pathemata)
lijden
τοῦ
(tou)
van de
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
εἰς
(eis)
op
ἡμᾶς
(hemas)
ons
οὕτως
(houtos)
zo
διὰ
(dia)
door
τοῦ
(tou)
de
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
περισσεύει
(perisseuei)
is overvloedig
καὶ
(kai)
ook
ἡ
(he)
de
παράκλησις
(paraklesis)
vertroosting
ἡμῶν
(hemon)
onze
Bron: SBLGNT
Uitleg

παθήματα τοῦ Χριστοῦ (pathemata tou Christou), ‘het lijden van de Messias’: het Grieks zegt alleen ‘van de Messias’.

Het kan gaan om het lijden dat de Messias onderging, of om het lijden dat de Messias-volgelingen om Hem ondergaan.

Wij houden de Griekse genitief.

6Worden wij verdrukt, dan is dat voor jullie vertroosting en redding. Worden wij getroost, dan is dat voor jullie vertroosting, die werkzaam is in de volharding onder hetzelfde lijden dat ook wij ondergaan.
εἴτε
(eite)
of
δὲ
(de)
nu
θλιβόμεθα
(thlibometha)
worden wij verdrukt
ὑπὲρ
(hyper)
voor
τῆς
(tes)
de
ὑμῶν
(hymon)
jullie
παρακλήσεως
(parakleseos)
vertroosting
καὶ
(kai)
en
σωτηρίας
(soterias)
redding
εἴτε
(eite)
of
παρακαλούμεθα
(parakaloumetha)
worden wij getroost
ὑπὲρ
(hyper)
voor
τῆς
(tes)
de
ὑμῶν
(hymon)
jullie
παρακλήσεως
(parakleseos)
vertroosting
τῆς
(tes)
die
ἐνεργουμένης
(energoumenes)
werkzaam is
ἐν
(en)
in
ὑπομονῇ
(hypomone)
volharding
τῶν
(ton)
de
αὐτῶν
(auton)
dezelfde
παθημάτων
(pathematon)
lijden
ὧν
(hon)
waaronder
καὶ
(kai)
ook
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
πάσχομεν
(paschomen)
ondergaan
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑπομονή (hypomone), ‘volharding’, zoals in Jak. 1:3. πάσχω (pascho), ‘lijden, ondergaan’.

Zie ookJak 1:3
7En onze hoop voor jullie is vast. Wij weten dat jullie deelgenoten zijn van het lijden, zoals ook van de vertroosting.
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
ἐλπὶς
(elpis)
hoop
ἡμῶν
(hemon)
onze
βεβαία
(bebaia)
vast
ὑπὲρ
(hyper)
voor
ὑμῶν
(hymon)
jullie
εἰδότες
(eidotes)
wetend
ὅτι
(hoti)
dat
ὡς
(hos)
zoals
κοινωνοί
(koinonoi)
deelgenoten
ἐστε
(este)
jullie zijn
τῶν
(ton)
van het
παθημάτων
(pathematon)
lijden
οὕτως
(houtos)
zo
καὶ
(kai)
ook
τῆς
(tes)
van de
παρακλήσεως
(parakleseos)
vertroosting
Bron: SBLGNT

De verdrukking in Asia

8Want wij willen niet dat jullie onwetend zijn, broers, over onze verdrukking die in Asia gebeurd is. Wij werden buitensporig zwaar belast, boven ons vermogen, zodat wij zelfs aan het leven wanhoopten.
Οὐ
(Ou)
niet
γὰρ
(gar)
want
θέλομεν
(thelomen)
wij willen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἀγνοεῖν
(agnoein)
onwetend zijn
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
ὑπὲρ
(hyper)
over
τῆς
(tes)
de
θλίψεως
(thlipseos)
verdrukking
ἡμῶν
(hemon)
onze
τῆς
(tes)
die
γενομένης
(genomenes)
gebeurd is
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
Ἀσίᾳ
(Asia)
Asia
ὅτι
(hoti)
dat
καθ’
(kath’)
boven
ὑπερβολὴν
(hyperbolen)
maat
ὑπὲρ
(hyper)
boven
δύναμιν
(dynamin)
vermogen
ἐβαρήθημεν
(ebarethemen)
werden wij belast
ὥστε
(hoste)
zodat
ἐξαπορηθῆναι
(exaporethenai)
wanhopen
ἡμᾶς
(hemas)
wij
καὶ
(kai)
zelfs
τοῦ
(tou)
aan het
ζῆν
(zen)
leven
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Asia (Romeinse provincie; ongeveer): Asia was de Romeinse provincie in het westen van het huidige Turkije, met Efeze als belangrijkste stad.

De grenzen zijn bij benadering.

Uitleg

ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat in de gemeente ook de zusters.

Asia is de Romeinse provincie in het westen van het huidige Turkije, met Efeze als hoofdstad.

De brief zegt niet wat er gebeurd is.

Handelingen vertelt over grote onrust in Efeze, maar zegt niet dat dit dezelfde verdrukking is. ἐξαπορέω (exaporeo), ‘wanhopen’: geen uitweg meer zien.

Zie ook Hand. 19:23–40.

9Maar wijzelf hadden in onszelf het vonnis van de dood, opdat wij niet op onszelf zouden vertrouwen maar op Elohim, die de doden opwekt.
ἀλλὰ
(alla)
maar
αὐτοὶ
(autoi)
wijzelf
ἐν
(en)
in
ἑαυτοῖς
(heautois)
onszelf
τὸ
(to)
het
ἀπόκριμα
(apokrima)
vonnis
τοῦ
(tou)
van de
θανάτου
(thanatou)
dood
ἐσχήκαμεν
(eschekamen)
hadden wij
ἵνα
(hina)
opdat
μὴ
(me)
niet
πεποιθότες
(pepoithotes)
vertrouwend
ὦμεν
(omen)
wij zouden zijn
ἐφ’
(eph’)
op
ἑαυτοῖς
(heautois)
onszelf
ἀλλ’
(all’)
maar
ἐπὶ
(epi)
op
τῷ
(to)
de
θεῷ
(theo)
Elohim
τῷ
(to)
die
ἐγείροντι
(egeironti)
opwekt
τοὺς
(tous)
de
νεκρούς
(nekrous)
doden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπόκριμα (apokrima), ‘vonnis, uitspraak’: een rechterlijk besluit.

Paulus voelde zich ter dood veroordeeld.

‘Elohim, die de doden opwekt’ (ἐγείρω, egeiro, ‘opwekken’) zegt wat Paulus leerde: niet op zichzelf, maar op Elohim vertrouwen.

10Hij heeft ons uit zo’n grote dood bevrijd en zal ons bevrijden. Op Hem hebben wij onze hoop gevestigd dat Hij ons ook verder zal bevrijden.
ὃς
(hos)
die
ἐκ
(ek)
uit
τηλικούτου
(telikoutou)
zo’n grote
θανάτου
(thanatou)
dood
ἐρρύσατο
(errysato)
bevrijdde
ἡμᾶς
(hemas)
ons
καὶ
(kai)
en
ῥύσεται
(rhysetai)
zal bevrijden
εἰς
(eis)
op
ὃν
(hon)
wie
ἠλπίκαμεν
(elpikamen)
hebben wij gehoopt
ὅτι
(hoti)
dat
καὶ
(kai)
ook
ἔτι
(eti)
nog
ῥύσεται
(rhysetai)
zal bevrijden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ῥύομαι (rhyomai), ‘bevrijden, redden uit gevaar’, zoals in Matt. 6:13.

Zie ookMat 6:13
11Ook jullie werken daarbij mee door het gebed voor ons. Zo wordt voor de genadegave aan ons, die uit vele personen komt, door velen dank gebracht namens ons.
συνυπουργούντων
(synypourgounton)
meewerkend
καὶ
(kai)
ook
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ὑπὲρ
(hyper)
voor
ἡμῶν
(hemon)
ons
τῇ
(te)
met het
δεήσει
(deesei)
gebed
ἵνα
(hina)
opdat
ἐκ
(ek)
uit
πολλῶν
(pollon)
vele
προσώπων
(prosopon)
personen
τὸ
(to)
de
εἰς
(eis)
aan
ἡμᾶς
(hemas)
ons
χάρισμα
(charisma)
genadegave
διὰ
(dia)
door
πολλῶν
(pollon)
velen
εὐχαριστηθῇ
(eucharistethe)
dank wordt gebracht
ὑπὲρ
(hyper)
voor
ἡμῶν
(hemon)
ons
Bron: SBLGNT
Uitleg

χάρισμα (charisma), ‘genadegave’. πρόσωπον (prosopon), ‘gezicht, persoon’: ‘uit vele personen’ kan bij ‘de genadegave aan ons’ horen (de gave is door velen gebeden) of bij het danken (velen danken).

De Griekse zin laat beide toe; wij kiezen het eerste.

Roem en geweten

12Want dit is onze roem: het getuigenis van ons geweten. Wij hebben in de wereld geleefd in heiligheid en oprechtheid van Elohim, niet in vleselijke wijsheid maar in de genade van Elohim. Dat was vooral zo bij jullie.
Ἡ
(He)
de
γὰρ
(gar)
want
καύχησις
(kauchesis)
roem
ἡμῶν
(hemon)
onze
αὕτη
(haute)
deze
ἐστίν
(estin)
is
τὸ
(to)
het
μαρτύριον
(martyrion)
getuigenis
τῆς
(tes)
van het
συνειδήσεως
(syneideseos)
geweten
ἡμῶν
(hemon)
ons
ὅτι
(hoti)
dat
ἐν
(en)
in
ἁγιότητι
(hagioteti)
heiligheid
καὶ
(kai)
en
εἰλικρινείᾳ
(eilikrineia)
oprechtheid
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
οὐκ
(ouk)
niet
ἐν
(en)
in
σοφίᾳ
(sophia)
wijsheid
σαρκικῇ
(sarkike)
vleselijke
ἀλλ’
(all’)
maar
ἐν
(en)
in
χάριτι
(chariti)
genade
θεοῦ
(theou)
van Elohim
ἀνεστράφημεν
(anestraphemen)
hebben wij geleefd
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
κόσμῳ
(kosmo)
wereld
περισσοτέρως
(perissoteros)
overvloediger
δὲ
(de)
maar
πρὸς
(pros)
bij
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

καύχησις (kauchesis), ‘roem’; καυχάομαι (kauchaomai), ‘roemen’, zoals in Gal. 6:14. συνείδησις (syneidesis), ‘geweten’. σαρκικός (sarkikos), ‘vleselijk’, van σάρξ (sarx), ‘vlees’: wat bij de zwakke, aardse menselijke natuur hoort, tegenover de genade van Elohim. εἰλικρίνεια (eilikrineia), ‘oprechtheid’.

Zie ookGal 6:14
13Want wij schrijven jullie niets anders dan wat jullie lezen of ook erkennen. Ik hoop dat jullie tot het einde zullen erkennen,
οὐ
(ou)
niet
γὰρ
(gar)
want
ἄλλα
(alla)
andere dingen
γράφομεν
(graphomen)
schrijven wij
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ἀλλ’
(all’)
maar
ἢ
(e)
dan
ἃ
(ha)
wat
ἀναγινώσκετε
(anaginoskete)
jullie lezen
ἢ
(e)
of
καὶ
(kai)
ook
ἐπιγινώσκετε
(epiginoskete)
jullie erkennen
ἐλπίζω
(elpizo)
ik hoop
δὲ
(de)
nu
ὅτι
(hoti)
dat
ἕως
(heos)
tot
τέλους
(telous)
einde
ἐπιγνώσεσθε
(epignosesthe)
jullie zullen erkennen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Er is een woordspel in het Grieks: ἀναγινώσκω (anaginosko), ‘lezen’, en ἐπιγινώσκω (epiginosko), ‘erkennen, goed leren kennen’.

Wij schrijven niets wat jullie niet kunnen lezen en doorzien, zegt Paulus.

14zoals jullie ons ook gedeeltelijk erkend hebben, dat wij jullie roem zijn, zoals ook jullie de onze zijn op de dag van onze Heer Yeshua.
καθὼς
(kathos)
zoals
καὶ
(kai)
ook
ἐπέγνωτε
(epegnote)
jullie hebben erkend
ἡμᾶς
(hemas)
ons
ἀπὸ
(apo)
van
μέρους
(merous)
deel
ὅτι
(hoti)
dat
καύχημα
(kauchema)
roem
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἐσμεν
(esmen)
zijn wij
καθάπερ
(kathaper)
zoals
καὶ
(kai)
ook
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ἡμῶν
(hemon)
onze
ἐν
(en)
op
τῇ
(te)
de
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπὸ μέρους (apo merous), ‘gedeeltelijk’.

‘De dag van onze Heer Yeshua’: de profeten spreken van de ‘dag van Yahweh’, de dag van Zijn komst en oordeel.

Paulus neemt die uitdrukking over voor Yeshua, de Heer.

Zie ook Joël 2:1; Amos 5:18; Jes. 13:6.

Het gewijzigde reisplan

15En met dit vertrouwen wilde ik eerst naar jullie komen, opdat jullie een tweede genade zouden ontvangen.
Καὶ
(Kai)
en
ταύτῃ
(taute)
met dit
τῇ
(te)
de
πεποιθήσει
(pepoithesei)
vertrouwen
ἐβουλόμην
(eboulomen)
wilde ik
πρότερον
(proteron)
eerst
πρὸς
(pros)
naar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐλθεῖν
(elthein)
komen
ἵνα
(hina)
opdat
δευτέραν
(deuteran)
een tweede
χάριν
(charin)
genade
σχῆτε
(schete)
jullie zouden ontvangen
Bron: SBLGNT
Uitleg

χάρις (charis), ‘genade’: hier ook ‘weldaad, gunst’.

Paulus wilde twee keer bij hen komen, zodat zij twee keer voordeel van zijn bezoek hadden.

16Ook wilde ik via jullie naar Macedonië gaan, uit Macedonië weer naar jullie komen en door jullie op weg geholpen worden naar Judea.
καὶ
(kai)
en
δι’
(di’)
via
ὑμῶν
(hymon)
jullie
διελθεῖν
(dielthein)
doorreizen
εἰς
(eis)
naar
Μακεδονίαν
(Makedonian)
Macedonië
καὶ
(kai)
en
πάλιν
(palin)
weer
ἀπὸ
(apo)
uit
Μακεδονίας
(Makedonias)
Macedonië
ἐλθεῖν
(elthein)
komen
πρὸς
(pros)
naar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
καὶ
(kai)
en
ὑφ’
(hyph’)
door
ὑμῶν
(hymon)
jullie
προπεμφθῆναι
(propemphthenai)
op weg geholpen worden
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
(de)
Ἰουδαίαν
(Ioudaian)
Judea
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Macedonië (ongeveer): Macedonië was een Romeinse provincie in het noorden van Griekenland, met Tessalonica en Filippi als steden.

De grenzen zijn bij benadering.

Zie Judea: Judea is de Griekse en Romeinse naam voor het zuiden van het land, rond Jeruzalem en Betlehem.

Het komt overeen met het oude Juda.

Uitleg

προπέμπω (propempo), ‘uitgeleide doen, op weg helpen’: de gemeente zorgt voor de reis, zoals in Hand. 15:3.

Dit reisplan: Korinte, dan Macedonië, dan weer Korinte, dan Judea.

Een ander plan, eerst Macedonië en dan Korinte, staat in 1 Kor. 16:5–6.

Zie ook Hand. 19:21; Hand. 20:1–3.

17Heb ik, toen ik dit dus wilde, soms lichtvaardig gehandeld? Of beraadslaag ik wat ik beraadslaag naar het vlees, zodat bij mij het „Ja, ja” en het „Nee, nee” zou zijn?
τοῦτο
(touto)
dit
οὖν
(oun)
dus
βουλόμενος
(boulomenos)
willende
μήτι
(meti)
toch niet
ἄρα
(ara)
soms
τῇ
(te)
de
ἐλαφρίᾳ
(elaphria)
lichtvaardigheid
ἐχρησάμην
(echresamen)
heb ik gebruikt
ἢ
(e)
of
ἃ
(ha)
wat
βουλεύομαι
(bouleuomai)
ik beraadslaag
κατὰ
(kata)
naar
σάρκα
(sarka)
vlees
βουλεύομαι
(bouleuomai)
ik beraadslaag
ἵνα
(hina)
opdat
ᾖ
(e)
zou zijn
παρ’
(par’)
bij
ἐμοὶ
(emoi)
mij
τὸ
(to)
het
Ναὶ
(Nai)
ja
ναὶ
(nai)
ja
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
Οὒ
(Ou)
nee
οὔ
(ou)
nee
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐλαφρία (elafria), ‘lichtvaardigheid, wispelturigheid’. κατὰ σάρκα (kata sarka), ‘naar het vlees’: naar menselijke, eigenmachtige overwegingen (zie ook Gal. 3:3). Ναὶ ναί, Οὒ οὔ (nai nai, ou ou), ‘ja, ja’ en ‘nee, nee’: iemand die ja en nee zegt naar het hem uitkomt.

Yeshua zegt in de bergrede dat ons woord ‘ja, ja’ en ‘nee, nee’ moet zijn.

Zie ook Matt. 5:37; Jak. 5:12.

Elohim is trouw: in Hem is het „Ja”

18Elohim is trouw: ons woord aan jullie is niet „Ja” en „Nee”.
πιστὸς
(pistos)
trouw
δὲ
(de)
nu
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ὅτι
(hoti)
dat
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
woord
ἡμῶν
(hemon)
ons
ὁ
(ho)
dat
πρὸς
(pros)
aan
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
Ναὶ
(Nai)
ja
καὶ
(kai)
en
Οὔ
(Ou)
nee
Bron: SBLGNT
Uitleg

πιστὸς δὲ ὁ θεός (pistos de ho theos), ‘Elohim is trouw’: dit klinkt als een plechtige verzekering, bijna een eed.

Het Grieks heeft geen werkwoord ‘is’ in dit deel; wij vullen het aan.

19Want de Zoon van Elohim, Yeshua de Messias, is niet „Ja” en „Nee” geworden. Hij is onder jullie verkondigd door ons, door mij, Silvanus en Timoteüs. In Hem is het „Ja” geworden.
ὁ
(ho)
de
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
γὰρ
(gar)
want
υἱὸς
(huios)
Zoon
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
Χριστὸς
(Christos)
de Messias
ὁ
(ho)
die
ἐν
(en)
onder
ὑμῖν
(hymin)
jullie
δι’
(di’)
door
ἡμῶν
(hemon)
ons
κηρυχθείς
(kerychtheis)
verkondigd
δι’
(di’)
door
ἐμοῦ
(emou)
mij
καὶ
(kai)
en
Σιλουανοῦ
(Silouanou)
Silvanus
καὶ
(kai)
en
Τιμοθέου
(Timotheou)
Timoteüs
οὐκ
(ouk)
niet
ἐγένετο
(egeneto)
werd
Ναὶ
(Nai)
ja
καὶ
(kai)
en
Οὒ
(Ou)
nee
ἀλλὰ
(alla)
maar
Ναὶ
(Nai)
ja
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
Hem
γέγονεν
(gegonen)
is geworden
Bron: SBLGNT
Uitleg

Silvanus (Σιλουανός) is de naam die de brieven gebruiken; in Handelingen heet deze medewerker van Paulus Silas.

Wij houden in de brieven Silvanus.

Timoteüs is de medeafzender van 1:1.

Zie ook Hand. 15:40; Hand. 18:5.

20Want alle beloften van Elohim, hoeveel het er ook zijn: in Hem is het „Ja”. Daarom is door Hem ook het „Amen” voor Elohim, tot heerlijkheid, door ons.
ὅσαι
(hosai)
zoveel als
γὰρ
(gar)
want
ἐπαγγελίαι
(epangeliai)
beloften
θεοῦ
(theou)
van Elohim
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
Hem
τὸ
(to)
het
Ναί
(Nai)
ja
διὸ
(dio)
daarom
καὶ
(kai)
ook
δι’
(di’)
door
αὐτοῦ
(autou)
Hem
τὸ
(to)
het
Ἀμὴν
(Amen)
amen
τῷ
(to)
aan
θεῷ
(theo)
Elohim
πρὸς
(pros)
tot
δόξαν
(doxan)
heerlijkheid
δι’
(di’)
door
ἡμῶν
(hemon)
ons
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπαγγελία (epangelia), ‘belofte’. Ναί (nai), ‘ja’, en Ἀμήν (amen), ‘amen’, het Hebreeuwse אָמֵן, ‘zo is het, het staat vast’: Elohims beloften krijgen hun ‘Ja’ in de Messias, en de gemeente antwoordt daarop met het ‘Amen’.

21Maar Hij die ons samen met jullie in de Messias bevestigt en ons gezalfd heeft, is Elohim.
ὁ
(ho)
Hij die
δὲ
(de)
nu
βεβαιῶν
(bebaion)
bevestigt
ἡμᾶς
(hemas)
ons
σὺν
(syn)
samen met
ὑμῖν
(hymin)
jullie
εἰς
(eis)
in
Χριστὸν
(Christon)
de Messias
καὶ
(kai)
en
χρίσας
(chrisas)
gezalfd heeft
ἡμᾶς
(hemas)
ons
θεός
(theos)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

βεβαιόω (bebaioo), ‘bevestigen, vast maken’. χρίω (chrio), ‘zalven’: hetzelfde woord als Χριστός (Christos), ‘gezalfde’, in het Hebreeuws mashiach, ‘Messias’.

Paulus zegt dat Elohim ook de gemeente ‘gezalfd’ heeft.

22Hij heeft ons ook verzegeld en het onderpand van de Geest in onze harten gegeven.
ὁ
(ho)
Hij die
καὶ
(kai)
ook
σφραγισάμενος
(sphragisamenos)
verzegeld heeft
ἡμᾶς
(hemas)
ons
καὶ
(kai)
en
δοὺς
(dous)
gegeven heeft
τὸν
(ton)
het
ἀρραβῶνα
(arrabona)
onderpand
τοῦ
(tou)
van de
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
καρδίαις
(kardiais)
harten
ἡμῶν
(hemon)
onze
Bron: SBLGNT
Uitleg

σφραγίζω (sfragizo), ‘verzegelen’: een zegel toont van wie iets is en dat het veilig is. ἀρραβών (arrabon), ‘onderpand’: een eerste betaling die de rest waarborgt.

De Geest is het onderpand van wat Elohim nog zal geven.

Zie ook 2 Kor. 5:5.

Zie ook2 Kor 5:5

Waarom Paulus niet naar Korinte kwam

23Ik roep Elohim als getuige aan, op mijn ziel, dat ik jullie spaarde en daarom niet meer naar Korinte ben gekomen.
Ἐγὼ
(Ego)
ik
δὲ
(de)
maar
μάρτυρα
(martyra)
getuige
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
ἐπικαλοῦμαι
(epikaloumai)
roep ik aan
ἐπὶ
(epi)
op
τὴν
(ten)
(de)
ἐμὴν
(emen)
mijn
ψυχήν
(psychen)
ziel
ὅτι
(hoti)
dat
φειδόμενος
(pheidomenos)
sparend
ὑμῶν
(hymon)
jullie
οὐκέτι
(ouketi)
niet meer
ἦλθον
(elthon)
kwam ik
εἰς
(eis)
naar
Κόρινθον
(Korinthon)
Korinte
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Korinte: Korinte lag op de landengte tussen het vasteland van Griekenland en de Peloponnesos, met een haven aan elke kant.

Het was de hoofdstad van de Romeinse provincie Achaje.

Uitleg

ψυχή (psyche), ‘ziel’: ook ‘leven’.

‘Op mijn ziel’ is een eed: Paulus zet zijn leven in. οὐκέτι (ouketi), ‘niet meer’: in 2:1 zegt Paulus dat hij niet ‘opnieuw in verdriet’ wilde komen.

Zie ook 2 Kor. 2:1.

Zie ook2 Kor 2:1
24Niet dat wij heersen over jullie geloof, maar wij zijn medewerkers aan jullie vreugde, want in het geloof staan jullie vast.
οὐχ
(ouch)
niet
ὅτι
(hoti)
dat
κυριεύομεν
(kyrieuomen)
heersen wij
ὑμῶν
(hymon)
over jullie
τῆς
(tes)
het
πίστεως
(pisteos)
geloof
ἀλλὰ
(alla)
maar
συνεργοί
(synergoi)
medewerkers
ἐσμεν
(esmen)
zijn wij
τῆς
(tes)
van de
χαρᾶς
(charas)
vreugde
ὑμῶν
(hymon)
jullie
τῇ
(te)
door het
γὰρ
(gar)
want
πίστει
(pistei)
geloof
ἑστήκατε
(hestekate)
staan jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

κυριεύω (kyrieuo), ‘heersen als heer’. συνεργός (synergos), ‘medewerker’.

Paulus wil geen gezag over het geloof van de gemeente hebben; het gaat om hun vreugde.