Elohim Bijbel

Openbaring 19

12345678910111213141516171819202122

Halleluja, de bruiloft van het Lam, de ruiter op het witte paard en het einde van het beest en de valse profeet

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Halleluja in de hemel

1Hierna hoorde ik iets als een luide stem van een grote menigte in de hemel. Zij zeiden: „Halleluja! De redding en de heerlijkheid en de kracht zijn van onze Elohim,
Μετὰ
(Meta)
Na
ταῦτα
(tauta)
dit
ἤκουσα
(ekousa)
ik hoorde
ὡς
(hos)
als
φωνὴν
(phonen)
stem
μεγάλην
(megalen)
luide
ὄχλου
(ochlou)
van menigte
πολλοῦ
(pollou)
grote
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
οὐρανῷ
(ourano)
hemel
λεγόντων
(legonton)
zeggend
Ἁλληλουϊά
(Hallelouia)
halleluja
ἡ
(he)
de
σωτηρία
(soteria)
redding
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
δόξα
(doxa)
heerlijkheid
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
δύναμις
(dynamis)
kracht
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἡμῶν
(hemon)
onze
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ἁλληλουϊά (halleloeia), ‘halleluja’: Hebreeuws הַלְלוּ־יָהּ, ‘prijst Yah’ (Yah is een korte vorm van Yahweh); het staat in Openbaring alleen in dit hoofdstuk (de verzen 1, 3, 4 en 6).

Vergelijk Ps. 146:1; Ps. 106:1. σωτηρία (soteria), ‘redding’; ὄχλος (ochlos), ‘menigte’.

Het Grieks heeft bij ‘de redding en de heerlijkheid en de kracht’ geen werkwoord: ‘van onze Elohim’ is dus ‘zijn van onze Elohim’.

Zie ook Ps. 146:1; Ps. 106:1; Openb. 7:10; Openb. 12:10.

Lezing

De SBLGNT markeert bij de woorden δόξα καὶ ἡ δύναμις (doxa kai he dynamis), ‘heerlijkheid en de kracht’ een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

2want waar en rechtvaardig zijn Zijn oordelen. Want Hij heeft de grote hoer geoordeeld, die de aarde verdorven heeft met haar ontucht, en Hij heeft het bloed van Zijn knechten uit haar hand gewroken.”
ὅτι
(hoti)
omdat
ἀληθιναὶ
(alethinai)
waar
καὶ
(kai)
en
δίκαιαι
(dikaiai)
rechtvaardig
αἱ
(hai)
de
κρίσεις
(kriseis)
oordelen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ὅτι
(hoti)
omdat
ἔκρινεν
(ekrinen)
oordeelde Hij
τὴν
(ten)
de
πόρνην
(pornen)
hoer
τὴν
(ten)
de
μεγάλην
(megalen)
grote
ἥτις
(hetis)
die
ἔφθειρεν
(ephtheiren)
verdierf
τὴν
(ten)
de
γῆν
(gen)
aarde
ἐν
(en)
met
τῇ
(te)
de
πορνείᾳ
(porneia)
ontucht
αὐτῆς
(autes)
haar
καὶ
(kai)
en
ἐξεδίκησεν
(exedikesen)
wreekte Hij
τὸ
(to)
het
αἷμα
(haima)
bloed
τῶν
(ton)
van de
δούλων
(doulon)
knechten
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἐκ
(ek)
uit
χειρὸς
(cheiros)
hand
αὐτῆς
(autes)
haar
Bron: SBLGNT
Uitleg

κρίσις (krisis), ‘oordeel’. φθείρω (ftheiro), ‘verderven, te gronde richten’. ἐκδικέω (ekdikeo), ‘wreken’: ‘het bloed van Zijn knechten uit haar hand wreken’ is een vaste uitdrukking uit het Oude Testament (2 Kon. 9:7; Deut. 32:43).

De ‘grote hoer’ is die van 17:1. δοῦλος (doulos), ‘knecht’.

Zie ook 2 Kon. 9:7; Deut. 32:43; Openb. 6:10; Openb. 16:7; Openb. 17:1; Openb. 18:20.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ἔφθειρεν (eftheiren), ‘verdierf’ een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

3En voor de tweede keer hebben zij gezegd: „Halleluja!” En haar rook stijgt op tot in de eeuwen van de eeuwen.
καὶ
(kai)
en
δεύτερον
(deuteron)
voor de tweede keer
εἴρηκαν
(eirekan)
hebben gezegd
Ἁλληλουϊά
(Hallelouia)
halleluja
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
καπνὸς
(kapnos)
rook
αὐτῆς
(autes)
haar
ἀναβαίνει
(anabainei)
stijgt op
εἰς
(eis)
tot in
τοὺς
(tous)
de
αἰῶνας
(aionas)
eeuwen
τῶν
(ton)
van de
αἰώνων
(aionon)
eeuwen
Bron: SBLGNT
Uitleg

δεύτερον εἴρηκαν (deuteron eirekan), ‘voor de tweede keer hebben zij gezegd’: een voltooide tijd. καπνός (kapnos), ‘rook’.

‘Haar rook stijgt op tot in de eeuwen van de eeuwen’ klinkt als Jes. 34:10.

Zie ook Jes. 34:10; Openb. 14:11.

Lezing

De SBLGNT markeert bij εἴρηκαν (eirekan), ‘hebben gezegd’ een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

4En de 24 ouderen en de vier levende wezens vielen neer en bogen zich neer voor Elohim, die op de troon zit. Zij zeiden: „Amen, halleluja!”
καὶ
(kai)
en
ἔπεσαν
(epesan)
vielen neer
οἱ
(hoi)
de
πρεσβύτεροι
(presbyteroi)
ouderen
οἱ
(hoi)
de
εἴκοσι
(eikosi)
twintig
τέσσαρες
(tessares)
vier
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
τέσσαρα
(tessara)
vier
ζῷα
(zoa)
levende wezens
καὶ
(kai)
en
προσεκύνησαν
(prosekynesan)
bogen zich neer
τῷ
(to)
voor de
θεῷ
(theo)
Elohim
τῷ
(to)
die
καθημένῳ
(kathemeno)
zit
ἐπὶ
(epi)
op
τῷ
(to)
de
θρόνῳ
(throno)
troon
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Ἀμήν
(Amen)
amen
Ἁλληλουϊά
(Hallelouia)
halleluja
Bron: SBLGNT
Uitleg

De 24 ouderen en de vier levende wezens zijn die van 4:4–10 en 5:8–14. προσκυνέω (proskyneo), ‘zich neerbuigen’. Ἀμήν (amen), ‘voorwaar, zo zij het’.

Dit is de derde keer ‘halleluja’ in dit hoofdstuk (na vers 1 en 3); de vierde keer volgt in vers 6.

Zie ook Openb. 4:4; Openb. 4:10; Openb. 5:14; Openb. 7:11.

Lezing

De SBLGNT markeert bij de woorden τῷ θρόνῳ (to throno), ‘de troon’ een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

5En een stem ging uit van de troon. Zij zei: „Prijs onze Elohim, al Zijn knechten, en die Hem vrezen, de kleinen en de groten.”
Καὶ
(Kai)
En
φωνὴ
(phone)
stem
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
de
θρόνου
(thronou)
troon
ἐξῆλθεν
(exelthen)
ging uit
λέγουσα
(legousa)
zeggend
Αἰνεῖτε
(Aineite)
prijst
τῷ
(to)
de
θεῷ
(theo)
Elohim
ἡμῶν
(hemon)
onze
πάντες
(pantes)
alle
οἱ
(hoi)
de
δοῦλοι
(douloi)
knechten
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
die
φοβούμενοι
(phoboumenoi)
vrezen
αὐτόν
(auton)
Hem
οἱ
(hoi)
de
μικροὶ
(mikroi)
kleinen
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
μεγάλοι
(megaloi)
groten
Bron: SBLGNT
Uitleg

Een stem uit de troon spreekt over ‘onze Elohim’; het is dus niet Elohim zelf die spreekt.

De woorden staan zwart. αἰνέω (aineo), ‘prijzen’. φοβέομαι (fobeomai), ‘vrezen’: ‘die Hem vrezen’ zijn de ontzagvollen; ‘de kleinen en de groten’ staat zo ook in Ps. 115:13.

Zie ook Ps. 115:13; Ps. 135:1.

Lezing

De SBLGNT markeert hier de woorden τῷ θεῷ (to theo), ‘de Elohim’, en καί (kai), ‘en’, als variant.

Wij volgen de SBLGNT.

6En ik hoorde iets als een stem van een grote menigte en als een stem van vele wateren en als een stem van sterke donderslagen. Zij zeiden: „Halleluja! Want Yahweh Elohim, de Almachtige, is koning geworden.
καὶ
(kai)
en
ἤκουσα
(ekousa)
ik hoorde
ὡς
(hos)
als
φωνὴν
(phonen)
stem
ὄχλου
(ochlou)
van menigte
πολλοῦ
(pollou)
grote
καὶ
(kai)
en
ὡς
(hos)
als
φωνὴν
(phonen)
stem
ὑδάτων
(hydaton)
van wateren
πολλῶν
(pollon)
vele
καὶ
(kai)
en
ὡς
(hos)
als
φωνὴν
(phonen)
stem
βροντῶν
(bronton)
van donderslagen
ἰσχυρῶν
(ischyron)
sterke
λεγόντων
(legonton)
zeggend
Ἁλληλουϊά
(Hallelouia)
halleluja
ὅτι
(hoti)
omdat
ἐβασίλευσεν
(ebasileusen)
is koning geworden
κύριος
(kyrios)
Yahweh
ὁ
(ho)
de
θεός
(theos)
Elohim
ὁ
(ho)
de
παντοκράτωρ
(pantokrator)
Almachtige
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Als een stem van vele wateren’ en ‘van sterke donderslagen’: vergelijk 1:15 en 14:2. ἐβασίλευσεν (ebasileusen), ‘is koning geworden’: de verleden tijd drukt hier het begin van het koningschap uit; zo ook in Ps. 47:9 en Jes. 52:7 (‘Je Elohim is koning geworden’). κύριος ὁ θεὸς ὁ παντοκράτωρ (kyrios ho theos ho pantokrator): ‘Yahweh Elohim, de Almachtige’, zoals in 15:3.

Vergelijk 11:15 en 11:17.

Zie ook Ps. 47:9; Ps. 93:1; Ps. 99:1; Jes. 52:7; Zach. 14:9; Openb. 11:15; Openb. 11:17; Openb. 15:3.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij λεγόντων (legonton), ‘zeggend’ en bij θεός (theos), ‘Elohim’.

Wij volgen de SBLGNT.

De bruiloft van het Lam

7Laten wij ons verheugen en juichen, en wij zullen Hem de heerlijkheid geven. Want de bruiloft van het Lam is gekomen, en Zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt.
χαίρωμεν
(chairomen)
laten wij ons verheugen
καὶ
(kai)
en
ἀγαλλιῶμεν
(agalliomen)
laten wij juichen
καὶ
(kai)
en
δώσομεν
(dosomen)
wij zullen geven
τὴν
(ten)
de
δόξαν
(doxan)
heerlijkheid
αὐτῷ
(auto)
aan Hem
ὅτι
(hoti)
omdat
ἦλθεν
(elthen)
is gekomen
ὁ
(ho)
de
γάμος
(gamos)
bruiloft
τοῦ
(tou)
van het
ἀρνίου
(arniou)
Lam
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
γυνὴ
(gyne)
vrouw
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἡτοίμασεν
(hetoimasen)
maakte gereed
ἑαυτήν
(heauten)
zichzelf
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀγαλλιάω (agalliao), ‘juichen’. δώσομεν (dosomen), ‘wij zullen geven’, een toekomende tijd. γάμος (gamos), ‘bruiloft’. γυνή (gyne), ‘vrouw’: ook ‘bruid’; in 21:9 heet zij ‘de bruid, de vrouw van het Lam’.

‘Zichzelf gereedmaken’ (ἑτοιμάζω, hetoimazo).

Elohim als bruidegom van Zijn volk: Jes. 54:5; Jes. 62:5; Hos. 2:21.

Zie ook Jes. 54:5; Jes. 62:5; Hos. 2:21; Openb. 21:2; Openb. 21:9.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij ἀγαλλιῶμεν (agalliomen), ‘laten wij juichen’ en bij δώσομεν (dosomen), ‘wij zullen geven’.

Wij volgen de SBLGNT.

8En haar werd gegeven zich te kleden in glanzend, zuiver fijn linnen. Want het fijne linnen is: de rechtsdaden van de heiligen.”
καὶ
(kai)
en
ἐδόθη
(edothe)
werd gegeven
αὐτῇ
(aute)
aan haar
ἵνα
(hina)
opdat
περιβάληται
(peribaletai)
zij zich kleedt
βύσσινον
(byssinon)
fijn linnen
λαμπρὸν
(lampron)
glanzend
καθαρόν
(katharon)
zuiver
τὸ
(to)
het
γὰρ
(gar)
want
βύσσινον
(byssinon)
fijn linnen
τὰ
(ta)
de
δικαιώματα
(dikaiomata)
rechtsdaden
τῶν
(ton)
van de
ἁγίων
(hagion)
heiligen
ἐστίν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

βύσσινον (byssinon), ‘fijn linnen’. περιβάλλω (periballo), ‘zich kleden’. δικαίωμα (dikaioma), ‘rechtsdaad’: een daad die aan het recht voldoet; hetzelfde woord staat in 15:4 voor de ‘rechtsdaden’ van Elohim.

Het fijne linnen ‘is’ de rechtsdaden: het beeld wordt uitgelegd.

Vergelijk Jes. 61:10 (‘een mantel van gerechtigheid’).

De woorden van de menigte, die in vers 6 begonnen, eindigen hier.

Zie ook Jes. 61:10; Openb. 3:4; Openb. 7:14; Openb. 15:4.

Lezing

De SBLGNT markeert bij λαμπρὸν (lampron), ‘glanzend’ een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

De engel weigert dat Johannes zich neerbuigt

9En hij zegt tegen mij: „Schrijf: Gelukkig zijn zij die uitgenodigd zijn voor het maal van de bruiloft van het Lam.” En hij zegt tegen mij: „Dit zijn de ware woorden van Elohim.”
Καὶ
(Kai)
En
λέγει
(legei)
zegt hij
μοι
(moi)
tegen mij
Γράψον
(Grapson)
schrijf
Μακάριοι
(Makarioi)
gelukkig
οἱ
(hoi)
zij die
εἰς
(eis)
naar
τὸ
(to)
het
δεῖπνον
(deipnon)
maal
τοῦ
(tou)
van de
γάμου
(gamou)
bruiloft
τοῦ
(tou)
van het
ἀρνίου
(arniou)
Lam
κεκλημένοι
(keklemenoi)
uitgenodigd zijn
καὶ
(kai)
en
λέγει
(legei)
zegt hij
μοι
(moi)
tegen mij
Οὗτοι
(Houtoi)
dit
οἱ
(hoi)
de
λόγοι
(logoi)
woorden
ἀληθινοὶ
(alethinoi)
waar
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
εἰσιν
(eisin)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks noemt niet wie spreekt (‘hij zegt tegen mij’); in vers 10 noemt de spreker zichzelf een medeknecht.

Vergelijk de engel in 17:1 en 21:9. μακάριος (makarios), ‘gelukkig’; κεκλημένοι (keklemenoi), ‘uitgenodigden’; δεῖπνον (deipnon), ‘maal’.

Vergelijk de bruiloft in de gelijkenis van Matt. 22:1–14 en Luc. 14:15–24.

Zie ook Matt. 22:1–14; Luc. 14:15–24; Openb. 17:1; Openb. 21:9.

10En ik viel neer voor zijn voeten om mij voor hem neer te buigen. En hij zegt tegen mij: „Doe het niet! Ik ben een medeknecht van jou en van je broers die het getuigenis van Yeshua hebben. Buig je neer voor Elohim! Want het getuigenis van Yeshua is de geest van de profetie.”
καὶ
(kai)
en
ἔπεσα
(epesa)
viel ik neer
ἔμπροσθεν
(emprosthen)
voor
τῶν
(ton)
de
ποδῶν
(podon)
voeten
αὐτοῦ
(autou)
zijn
προσκυνῆσαι
(proskynesai)
om zich neer te buigen
αὐτῷ
(auto)
voor hem
καὶ
(kai)
en
λέγει
(legei)
zegt hij
μοι
(moi)
tegen mij
Ὅρα
(Hora)
zie toe
μή
(me)
niet
σύνδουλός
(syndoulos)
medeknecht
σού
(sou)
van jou
εἰμι
(eimi)
ben ik
καὶ
(kai)
en
τῶν
(ton)
van de
ἀδελφῶν
(adelphon)
broers
σου
(sou)
van jou
τῶν
(ton)
die
ἐχόντων
(echonton)
hebben
τὴν
(ten)
het
μαρτυρίαν
(martyrian)
getuigenis
Ἰησοῦ
(Iesou)
van Yeshua
τῷ
(to)
voor de
θεῷ
(theo)
Elohim
προσκύνησον
(proskyneson)
buig je neer
ἡ
(he)
het
γὰρ
(gar)
want
μαρτυρία
(martyria)
getuigenis
Ἰησοῦ
(Iesou)
van Yeshua
ἐστιν
(estin)
is
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
geest
τῆς
(tes)
van de
προφητείας
(propheteias)
profetie
Bron: SBLGNT
Uitleg

Johannes valt neer om zich voor de engel neer te buigen (προσκυνέω, proskyneo).

De engel weigert: ὅρα μή (hora me), letterlijk ‘zie toe: niet!’, dat is: ‘Doe het niet!’.

Hij noemt zichzelf een σύνδουλος (syndoulos), ‘medeknecht’, van Johannes en van zijn ‘broers’ (ἀδελφοί, adelfoi: het Griekse woord omvat ook de zusters) die het getuigenis van Yeshua hebben.

‘Buig je neer voor Elohim’: aanbidding is alleen voor Elohim.

Ook in 22:8–9 weigert de engel aanbidding. μαρτυρία Ἰησοῦ (martyria Iesou), ‘het getuigenis van Yeshua’: de tweede naamval kan ‘getuigenis over’ of ‘getuigenis door’ Yeshua zijn; zie 1:2 en 1:9.

‘De geest van de profetie’: wat de profeten drijft.

Zie ook Openb. 22:8–9; Hand. 10:25–26; Hand. 14:14–15; Openb. 1:2; Openb. 1:9.

Lezing

De SBLGNT markeert bij μαρτυρία (martyria), ‘getuigenis’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

De ruiter op het witte paard

11En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard. Hij die erop zit, heet de Trouwe en Ware. In gerechtigheid oordeelt Hij en voert Hij oorlog.
Καὶ
(Kai)
En
εἶδον
(eidon)
ik zag
τὸν
(ton)
de
οὐρανὸν
(ouranon)
hemel
ἠνεῳγμένον
(eneogmenon)
geopend
καὶ
(kai)
en
ἰδοὺ
(idou)
zie
ἵππος
(hippos)
paard
λευκός
(leukos)
wit
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
Hij die
καθήμενος
(kathemenos)
zit
ἐπ’
(ep’)
op
αὐτὸν
(auton)
het
πιστὸς
(pistos)
Trouwe
καλούμενος
(kaloumenos)
genoemd
καὶ
(kai)
en
ἀληθινός
(alethinos)
Ware
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
δικαιοσύνῃ
(dikaiosyne)
gerechtigheid
κρίνει
(krinei)
oordeelt Hij
καὶ
(kai)
en
πολεμεῖ
(polemei)
voert oorlog
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘De hemel geopend’: een nieuw gezicht (vergelijk 4:1; 11:19). ἵππος λευκός (hippos leukos), ‘wit paard’: zoals in 6:2, maar de ruiter is hier een andere. πιστός (pistos), ‘trouw’, en ἀληθινός (alethinos), ‘waar’: namen van Yeshua, zoals ‘de trouwe en ware Getuige’ (1:5; 3:14); in het Grieks staan ze hier zonder lidwoord, wij schrijven ‘de Trouwe en Ware’.

‘In gerechtigheid oordeelt Hij’ klinkt als Jes. 11:4 en Ps. 96:13.

De ruiter is Yeshua: zie vers 13 (‘Het Woord van Elohim’) en vers 16.

Zie ook Jes. 11:4; Ps. 96:13; Ps. 98:9; Openb. 1:5; Openb. 3:14; Openb. 6:2.

Lezing

De SBLGNT markeert bij de woorden πιστὸς καλούμενος (pistos kaloumenos), ‘Trouwe genoemd’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

12Zijn ogen zijn een vlam van vuur, en op Zijn hoofd zijn vele diademen. Hij heeft een naam geschreven die niemand kent behalve Hijzelf.
οἱ
(hoi)
de
δὲ
(de)
maar
ὀφθαλμοὶ
(ophthalmoi)
ogen
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
φλὸξ
(phlox)
vlam
πυρός
(pyros)
van vuur
καὶ
(kai)
en
ἐπὶ
(epi)
op
τὴν
(ten)
het
κεφαλὴν
(kephalen)
hoofd
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
διαδήματα
(diademata)
diademen
πολλά
(polla)
vele
ἔχων
(echon)
hebbend
ὄνομα
(onoma)
naam
γεγραμμένον
(gegrammenon)
geschreven
ὃ
(ho)
die
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
οἶδεν
(oiden)
kent
εἰ
(ei)
indien
μὴ
(me)
niet
αὐτός
(autos)
Hijzelf
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Zijn ogen als een vlam van vuur’: zoals in 1:14 en 2:18; vergelijk Dan. 10:6. διάδημα (diadema), ‘diadeem’: een koningsband; de draak had er 7 (12:3), de ruiter heeft er ‘vele’.

‘Een naam die niemand kent behalve Hijzelf’: vergelijk de nieuwe naam in 2:17 en 3:12.

Zie ook Dan. 10:6; Openb. 1:14; Openb. 2:17; Openb. 3:12; Openb. 12:3.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij αὐτοῦ (autou), ‘Zijn’, en bij ἔχων (echon), ‘hebbend’.

Wij volgen de SBLGNT.

13Hij is gehuld in een kleed dat in bloed gedoopt is, en Zijn naam is genoemd: Het Woord van Elohim.
καὶ
(kai)
en
περιβεβλημένος
(peribeblemenos)
gehuld
ἱμάτιον
(himation)
kleed
βεβαμμένον
(bebammenon)
gedoopt
αἵματι
(haimati)
in bloed
καὶ
(kai)
en
κέκληται
(kekletai)
is genoemd
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ὁ
(ho)
Het
Λόγος
(Logos)
Woord
τοῦ
(tou)
van de
Θεοῦ
(Theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

βάπτω (bapto), ‘onderdompelen, doopen’: het kleed is in bloed gedoopt; het Grieks zegt niet van wie het bloed is.

Vergelijk Jes. 63:1–3. ὁ Λόγος τοῦ Θεοῦ (ho Logos tou Theou), ‘Het Woord van Elohim’: zoals in Joh. 1:1 en Joh. 1:14; de SBLGNT schrijft hier hoofdletters. κέκληται (keklētai), ‘is genoemd’: een voltooide tijd.

Zie ook Jes. 63:1–3; Joh. 1:1; Joh. 1:14.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij βεβαμμένον (bebammenon), ‘gedoopt’, en bij κέκληται (kekletai), ‘is genoemd’.

Wij volgen de SBLGNT.

14En de legers die in de hemel zijn, volgden Hem op witte paarden, gekleed in wit, zuiver fijn linnen.
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
στρατεύματα
(strateumata)
legers
τὰ
(ta)
die
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
οὐρανῷ
(ourano)
hemel
ἠκολούθει
(ekolouthei)
volgden
αὐτῷ
(auto)
Hem
ἐφ’
(eph’)
op
ἵπποις
(hippois)
paarden
λευκοῖς
(leukois)
witte
ἐνδεδυμένοι
(endedymenoi)
gekleed
βύσσινον
(byssinon)
fijn linnen
λευκὸν
(leukon)
wit
καθαρόν
(katharon)
zuiver
Bron: SBLGNT
Uitleg

στράτευμα (strateuma), ‘leger’: het meervoud is ‘legers’, de heerscharen in de hemel. ἀκολουθέω (akoloutheo), ‘volgen’.

Hun ‘fijn linnen, wit en zuiver’ is het linnen van vers 8.

Zie ook Openb. 17:14; Openb. 19:8.

Lezing

De SBLGNT markeert bij het lidwoord τά (ta), ‘de’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

15Uit Zijn mond komt een scherp zwaard, om daarmee de volken te slaan. Hijzelf zal hen weiden met een ijzeren staf. Hijzelf treedt de perskuip van de wijn van de woede van de toorn van Elohim, de Almachtige.
καὶ
(kai)
en
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
στόματος
(stomatos)
mond
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἐκπορεύεται
(ekporeuetai)
komt uit
ῥομφαία
(rhomphaia)
zwaard
ὀξεῖα
(oxeia)
scherp
ἵνα
(hina)
opdat
ἐν
(en)
met
αὐτῇ
(aute)
het
πατάξῃ
(pataxe)
Hij slaat
τὰ
(ta)
de
ἔθνη
(ethne)
volken
καὶ
(kai)
en
αὐτὸς
(autos)
Hijzelf
ποιμανεῖ
(poimanei)
zal weiden
αὐτοὺς
(autous)
hen
ἐν
(en)
met
ῥάβδῳ
(rhabdo)
staf
σιδηρᾷ
(sidera)
ijzeren
καὶ
(kai)
en
αὐτὸς
(autos)
Hijzelf
πατεῖ
(patei)
treedt
τὴν
(ten)
de
ληνὸν
(lenon)
perskuip
τοῦ
(tou)
van de
οἴνου
(oinou)
wijn
τοῦ
(tou)
van de
θυμοῦ
(thymou)
woede
τῆς
(tes)
van de
ὀργῆς
(orges)
toorn
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
τοῦ
(tou)
van de
παντοκράτορος
(pantokratoros)
Almachtige
Bron: SBLGNT
Uitleg

ῥομφαία (romfaia), ‘zwaard’, het lange zwaard; het scherpe zwaard uit de mond is ook in 1:16 en 2:12, 2:16; vergelijk Jes. 11:4 en Jes. 49:2. ποιμαίνω (poimaino), ‘weiden’: de herder die zijn kudde leidt; hetzelfde woord is in 2:27 en 12:5 ook met ‘weiden’ vertaald.

Ons Hebreeuws van Ps. 2:9 heeft ‘breken met een ijzeren staf’; hier staat het Griekse ‘weiden’. ληνός (lenos), ‘perskuip’: de wijnpers van Jes. 63:3 en Joël 4:13 (Hebr. telling; NL 3:13); zie ook 14:19–20.

‘De wijn van de woede van de toorn van Elohim’: zie 14:10 en 16:19.

Zie ook Ps. 2:9; Jes. 11:4; Jes. 49:2; Jes. 63:3; Joël 4:13; Openb. 1:16; Openb. 2:16; Openb. 2:27; Openb. 12:5; Openb. 14:19; Openb. 14:20.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ῥομφαία (romfaia), ‘zwaard’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

16En Hij heeft op Zijn kleed en op Zijn dij een naam geschreven: Koning van de koningen en Heer van de heren.
καὶ
(kai)
en
ἔχει
(echei)
heeft Hij
ἐπὶ
(epi)
op
τὸ
(to)
het
ἱμάτιον
(himation)
kleed
καὶ
(kai)
en
ἐπὶ
(epi)
op
τὸν
(ton)
de
μηρὸν
(meron)
dij
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ὄνομα
(onoma)
naam
γεγραμμένον
(gegrammenon)
geschreven
Βασιλεὺς
(Basileus)
Koning
βασιλέων
(basileon)
van koningen
καὶ
(kai)
en
κύριος
(kyrios)
Heer
κυρίων
(kyrion)
van heren
Bron: SBLGNT
Uitleg

μηρός (meros), ‘dij’.

Het Grieks heeft ‘op het kleed en op zijn dij’; het kan zijn ‘op het kleed, namelijk op de dij’.

‘Koning van de koningen en Heer van de heren’: de titels van 17:14 in omgekeerde volgorde; vergelijk Deut. 10:17 en Dan. 2:47.

Zie ook Deut. 10:17; Dan. 2:47; Openb. 17:14.

Het grote maal van Elohim

17En ik zag een engel in de zon staan. Hij riep met een luide stem en zei tegen alle vogels die in het midden van de hemel vliegen: „Kom, verzamel u voor het grote maal van Elohim,
Καὶ
(Kai)
En
εἶδον
(eidon)
ik zag
ἕνα
(hena)
een
ἄγγελον
(angelon)
engel
ἑστῶτα
(hestota)
staand
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ἡλίῳ
(helio)
zon
καὶ
(kai)
en
ἔκραξεν
(ekraxen)
riep
φωνῇ
(phone)
met stem
μεγάλῃ
(megale)
luide
λέγων
(legon)
zeggend
πᾶσι
(pasi)
tegen alle
τοῖς
(tois)
de
ὀρνέοις
(orneois)
vogels
τοῖς
(tois)
die
πετομένοις
(petomenois)
vliegen
ἐν
(en)
in
μεσουρανήματι
(mesouranemati)
het midden van de hemel
Δεῦτε
(Deute)
komt
συνάχθητε
(synachthete)
verzamel u
εἰς
(eis)
naar
τὸ
(to)
het
δεῖπνον
(deipnon)
maal
τὸ
(to)
het
μέγα
(mega)
grote
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

μεσουράνημα (mesouranema), ‘het midden van de hemel’, waar de zon staat: zoals in 8:13 en 14:6. δεῖπνον τὸ μέγα τοῦ θεοῦ (deipnon to mega tou theou), ‘het grote maal van Elohim’: tegenover het ‘maal van de bruiloft’ in vers 9.

Vergelijk Ezech. 39:17–20, waar de vogels worden geroepen naar Elohims slachtoffer.

De woorden van de engel lopen door tot het einde van vers 18.

Zie ook Ezech. 39:17–20; Openb. 8:13; Openb. 14:6; Openb. 19:9.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ἕνα (hena), ‘een’, en bij ἔκραξεν (ekraxen), ‘riep’, een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

18om het vlees te eten van koningen en het vlees van tribunen en het vlees van sterken, het vlees van paarden en van wie erop zitten, en het vlees van allen, vrijen en knechten, kleinen en groten.”
ἵνα
(hina)
opdat
φάγητε
(phagete)
jullie eten
σάρκας
(sarkas)
vlees
βασιλέων
(basileon)
van koningen
καὶ
(kai)
en
σάρκας
(sarkas)
vlees
χιλιάρχων
(chiliarchon)
van tribunen
καὶ
(kai)
en
σάρκας
(sarkas)
vlees
ἰσχυρῶν
(ischyron)
van sterken
καὶ
(kai)
en
σάρκας
(sarkas)
vlees
ἵππων
(hippon)
van paarden
καὶ
(kai)
en
τῶν
(ton)
van hen die
καθημένων
(kathemenon)
zitten
ἐπ’
(ep’)
op
αὐτῶν
(auton)
hen
καὶ
(kai)
en
σάρκας
(sarkas)
vlees
πάντων
(panton)
van allen
ἐλευθέρων
(eleutheron)
van vrijen
τε
(te)
zowel
καὶ
(kai)
en
δούλων
(doulon)
van knechten
καὶ
(kai)
en
μικρῶν
(mikron)
van kleinen
καὶ
(kai)
en
μεγάλων
(megalon)
van groten
Bron: SBLGNT
Uitleg

χιλίαρχος (chiliarchos), ‘tribuun’, letterlijk ‘leider van duizend’: een bevelhebber; zo heet in Hand. 21:31 de tribuun van de cohort in Jeruzalem. ἰσχυρός (ischyros), ‘sterk’: de sterken, de krijgers. ἐλεύθερος (eleutheros), ‘vrije’; δοῦλος (doulos), ‘knecht’.

Vergelijk Ezech. 39:18–20.

Zie ook Ezech. 39:18–20; Hand. 21:31.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij αὐτῶν (auton), ‘hen’, en bij καί (kai), ‘en’.

Wij volgen de SBLGNT.

Het beest en de valse profeet worden geworpen

19En ik zag het beest en de koningen van de aarde en hun legers, verzameld om oorlog te voeren tegen Hem die op het paard zit en tegen Zijn leger.
καὶ
(kai)
en
εἶδον
(eidon)
ik zag
τὸ
(to)
het
θηρίον
(therion)
beest
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
βασιλεῖς
(basileis)
koningen
τῆς
(tes)
van de
γῆς
(ges)
aarde
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
στρατεύματα
(strateumata)
legers
αὐτῶν
(auton)
hun
συνηγμένα
(synegmena)
verzameld
ποιῆσαι
(poiesai)
om te voeren
τὸν
(ton)
de
πόλεμον
(polemon)
oorlog
μετὰ
(meta)
met
τοῦ
(tou)
Hem die
καθημένου
(kathemenou)
zit
ἐπὶ
(epi)
op
τοῦ
(tou)
het
ἵππου
(hippou)
paard
καὶ
(kai)
en
μετὰ
(meta)
met
τοῦ
(tou)
het
στρατεύματος
(strateumatos)
leger
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het beest en de koningen van de aarde zijn die van 13:1 en 16:14, 16:16; zij zijn verzameld om oorlog te voeren zoals Ps. 2:2 zegt (‘de koningen van de aarde stellen zich op … tegen Yahweh en tegen Zijn gezalfde’).

Het woord ‘oorlog’ (πόλεμος, polemos) staat ook in 16:14, 17:14 en 20:8.

Zie ook Ps. 2:2; Openb. 13:1; Openb. 16:14; Openb. 16:16; Openb. 17:14; Openb. 20:8.

Lezing

De SBLGNT markeert bij het lidwoord τόν (ton) vóór ‘oorlog’ een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

20En het beest werd gegrepen, en met hem de valse profeet die de tekenen voor zijn ogen had gedaan. Daarmee had hij hen misleid die het merkteken van het beest hadden ontvangen en zich neerbogen voor zijn beeld. Levend werden de twee geworpen in het meer van vuur, dat met zwavel brandt.
καὶ
(kai)
en
ἐπιάσθη
(epiasthe)
werd gegrepen
τὸ
(to)
het
θηρίον
(therion)
beest
καὶ
(kai)
en
μετ’
(met’)
met
αὐτοῦ
(autou)
hem
ὁ
(ho)
de
ψευδοπροφήτης
(pseudoprophetes)
valse profeet
ὁ
(ho)
die
ποιήσας
(poiesas)
deed
τὰ
(ta)
de
σημεῖα
(semeia)
tekenen
ἐνώπιον
(enopion)
voor
αὐτοῦ
(autou)
hem
ἐν
(en)
met
οἷς
(hois)
welke
ἐπλάνησεν
(eplanesen)
misleidde hij
τοὺς
(tous)
hen die
λαβόντας
(labontas)
ontvingen
τὸ
(to)
het
χάραγμα
(charagma)
merkteken
τοῦ
(tou)
van het
θηρίου
(theriou)
beest
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
hen die
προσκυνοῦντας
(proskynountas)
zich neerbogen
τῇ
(te)
voor het
εἰκόνι
(eikoni)
beeld
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ζῶντες
(zontes)
levend
ἐβλήθησαν
(eblethesan)
werden geworpen
οἱ
(hoi)
de
δύο
(dyo)
twee
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
het
λίμνην
(limnen)
meer
τοῦ
(tou)
van het
πυρὸς
(pyros)
vuur
τῆς
(tes)
dat
καιομένης
(kaiomenes)
brandt
ἐν
(en)
met
θείῳ
(theio)
zwavel
Bron: SBLGNT
Uitleg

πιάζω (piazo), ‘grijpen, vangen’.

‘De valse profeet’ is het beest uit de aarde van 13:11–17 (zie ook 16:13). λίμνη τοῦ πυρός (limne tou pyros), ‘meer van vuur’: hier voor het eerst; zie ook 20:10, 20:14–15 en 21:8. θεῖον (theion), ‘zwavel’. ζῶντες ἐβλήθησαν (zontes eblethesan), ‘levend werden zij geworpen’.

Vergelijk Dan. 7:11, waar het dier wordt gedood en aan het vuur wordt overgegeven.

Zie ook Dan. 7:11; Openb. 13:11; Openb. 13:14; Openb. 16:13; Openb. 20:10; Openb. 21:8.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij μετ᾽ (met), ‘met’, en bij ὁ (ho), ‘de’, en bij de woorden τῆς καιομένης (tes kaiomenes), ‘dat brandt’, en bij het lidwoord τῆς (tes).

Wij volgen de SBLGNT.

21En de overigen werden gedood met het zwaard van Hem die op het paard zit, het zwaard dat uit Zijn mond kwam. En alle vogels werden verzadigd van hun vlees.
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
λοιποὶ
(loipoi)
overigen
ἀπεκτάνθησαν
(apektanthesan)
werden gedood
ἐν
(en)
met
τῇ
(te)
het
ῥομφαίᾳ
(rhomphaia)
zwaard
τοῦ
(tou)
van Hem die
καθημένου
(kathemenou)
zit
ἐπὶ
(epi)
op
τοῦ
(tou)
het
ἵππου
(hippou)
paard
τῇ
(te)
dat
ἐξελθούσῃ
(exelthouse)
uitgegaan
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
στόματος
(stomatos)
mond
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
καὶ
(kai)
en
πάντα
(panta)
alle
τὰ
(ta)
de
ὄρνεα
(ornea)
vogels
ἐχορτάσθησαν
(echortasthesan)
werden verzadigd
ἐκ
(ek)
van
τῶν
(ton)
het
σαρκῶν
(sarkon)
vlees
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Het zwaard dat uit Zijn mond kwam’: zie vers 15. ὄρνεον (orneon), ‘vogel’. χορτάζω (chortazo), ‘verzadigen’.

Vergelijk Ezech. 39:20.

Zie ook Ezech. 39:20; Openb. 19:15.