Elohim Bijbel

Psalmen 46

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Elohim is onze toevlucht

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

1Voor de koorleider. Van de zonen van Korach. Op Alamot. Een lied.
לַמְנַצֵּ֥חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
לִבְנֵי
(livnei)
van de zonen van
קֹ֑רַח
(qorach)
Korach
עַֽל
(al)
op
עֲלָמ֥וֹת
(alamot)
Alamot
שִֽׁיר
(shir)
lied
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עַל־עֲלָמוֹת (al alamot), ‘op Alamot’: de betekenis is onzeker.

Het woord betekent mogelijk ‘jonge vrouwen’ en wijst dan op hoge (vrouwen)stemmen; vergelijk 1 Kron. 15:20.

Wij laten ‘Alamot’ staan.

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

De terugkerende regel in vers 8 en 12 (‘Yahweh van de legermachten is met ons’) sluit twee delen af. Na vers 4 ontbreekt hij, hoewel daar een Sela staat; sommige lezers denken dat de regel daar oorspronkelijk ook stond. Dat is onzeker.

Elohim is onze toevlucht

2Elohim is voor ons een toevlucht en kracht, een hulp in benauwdheden die zeer zeker gevonden wordt.
אֱלֹהִ֣ים
(Elohim)
Elohim
לָ֭נוּ
(lanu)
voor ons
מַחֲסֶ֣ה
(machase)
toevlucht
וָעֹ֑ז
(vaoz)
en kracht
עֶזְרָ֥ה
(ezra)
hulp
בְ֝צָר֗וֹת
(betsarot)
in benauwdheden
נִמְצָ֥א
(nimtsa)
wordt gevonden
מְאֹֽד
(meod)
zeer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מַחֲסֶה (machaseh), ‘toevlucht’: een plek om je te schuilen.

נִמְצָא מְאֹד (nimtsa me’od), ‘zeer zeker gevonden’: letterlijk ‘zeer gevonden’; de hulp is in nood zeker te vinden.

3Daarom vrezen wij niet als de aarde omslaat en de bergen wankelen in het hart van de zeeën.
עַל
(al)
daarom
כֵּ֣ן
(ken)
(zo)
לֹא
(lo)
niet
נִ֭ירָא
(nira)
vrezen wij
בְּהָמִ֣יר
(behamir)
als omslaat
אָ֑רֶץ
(arets)
aarde
וּבְמ֥וֹט
(uvemot)
en als wankelen
הָ֝רִ֗ים
(harim)
bergen
בְּלֵ֣ב
(belev)
in hart van
יַמִּֽים
(yamim)
zeeën
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4Al bruisen en schuimen zijn wateren, al beven de bergen bij zijn opzwellen. Sela.
יֶהֱמ֣וּ
(yehemu)
bruisen
יֶחְמְר֣וּ
(yechmeru)
schuimen
מֵימָ֑יו
(meimav)
zijn wateren
יִֽרְעֲשֽׁוּ
(yirashu)
beven
הָרִ֖ים
(harim)
bergen
בְּגַאֲוָת֣וֹ
(begaavato)
bij zijn opzwellen
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סֶלָה (Sela): de betekenis is onzeker.

Het is waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze.

Wij laten het staan als ‘Sela’.

‘Zijn wateren’ en ‘zijn opzwellen’ verwijzen naar de zeeën uit vers 3.

Een rivier verblijdt de stad van Elohim

5Er is een rivier. Haar stromen verblijden de stad van Elohim, het heiligdom van de woningen van de Allerhoogste.
נָהָ֗ר
(nahar)
rivier
פְּלָגָ֗יו
(pelagav)
haar stromen
יְשַׂמְּח֥וּ
(yesamechu)
verblijden
עִיר
(ir)
stad van
אֱלֹהִ֑ים
(Elohim)
Elohim
קְ֝דֹ֗שׁ
(qedosh)
heiligdom van
מִשְׁכְּנֵ֥י
(mishkenei)
woningen van
עֶלְיֽוֹן
(elyon)
de Allerhoogste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֶלְיוֹן (Eljon), ‘de Allerhoogste’: een naam van Elohim, die laat zien dat Hij hoog boven alles staat.

De rivier is een beeld van de zegen van Elohim in Jeruzalem. In de stad zelf loopt geen grote rivier; vergelijk Ezech. 47:1–12.

6Elohim is in haar midden; zij wankelt niet. Elohim helpt haar bij het aanbreken van de morgen.
אֱלֹהִ֣ים
(Elohim)
Elohim
בְּ֭קִרְבָּהּ
(beqirbah)
in haar midden
בַּל
(bal)
niet
תִּמּ֑וֹט
(timot)
wankelt zij
יַעְזְרֶ֥הָ
(yazereha)
helpt haar
אֱ֝לֹהִ֗ים
(Elohim)
Elohim
לִפְנ֥וֹת
(lifnot)
bij aanbreken van
בֹּֽקֶר
(boqer)
morgen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לִפְנוֹת בֹּקֶר (lifnot boqer), ‘bij het aanbreken van de morgen’: in het eerste licht van de dag.

Vergelijk Exod. 14:24.

7Volken bruisen, koninkrijken wankelen. Hij laat Zijn stem klinken; de aarde smelt.
הָמ֣וּ
(hamu)
bruisen
ג֭וֹיִם
(goyim)
volken
מָ֣טוּ
(matu)
wankelen
מַמְלָכ֑וֹת
(mamlakhot)
koninkrijken
נָתַ֥ן
(natan)
Hij geeft
בְּ֝קוֹל֗וֹ
(beqolo)
zijn stem
תָּמ֥וּג
(tamug)
smelt
אָֽרֶץ
(arets)
aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Yahweh van de legermachten is met ons, een veilige burcht voor ons: de Elohim van Jakob. Sela.
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
צְבָא֣וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
עִמָּ֑נוּ
(imanu)
met ons
מִשְׂגָּֽב
(misgav)
veilige burcht
לָ֝נוּ
(lanu)
voor ons
אֱלֹהֵ֖י
(elohei)
Elohim van
יַעֲקֹ֣ב
(yaaqov)
Jakob
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִשְׂגָּב (misgav), ‘veilige burcht’: een hoge, ontoegankelijke plaats.

Kom en aanschouw de werken van Yahweh

9Kom, aanschouw de werken van Yahweh, die verwoestingen op aarde heeft aangericht.
לְֽכוּ
(lekhu)
kom
חֲ֭זוּ
(chazu)
aanschouw
מִפְעֲל֣וֹת
(mifalot)
werken van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
אֲשֶׁר
(asher)
die
שָׂ֖ם
(sam)
heeft aangericht
שַׁמּ֣וֹת
(shamot)
verwoestingen
בָּאָֽרֶץ
(baarets)
op aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Hij laat oorlogen ophouden tot aan het einde van de aarde. De boog breekt Hij en de speer hakt Hij stuk. Wagens verbrandt Hij in het vuur.
מַשְׁבִּ֥ית
(mashbit)
die laat ophouden
מִלְחָמוֹת֮
(milchamot)
oorlogen
עַד
(ad)
tot
קְצֵ֪ה
(qetse)
einde van
הָ֫אָ֥רֶץ
(haarets)
de aarde
קֶ֣שֶׁת
(qeshet)
boog
יְ֭שַׁבֵּר
(yeshaber)
breekt Hij
וְקִצֵּ֣ץ
(veqitsets)
en hakt stuk
חֲנִ֑ית
(chanit)
speer
עֲ֝גָל֗וֹת
(agalot)
wagens
יִשְׂרֹ֥ף
(yisrof)
verbrandt Hij
בָּאֵֽשׁ
(baesh)
in het vuur
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֲגָלוֹת (agalot), ‘wagens’: karren of oorlogswagens.

Lezing

Sommige oude vertalingen lezen ‘schilden’ in plaats van ‘wagens’.

Wij volgen de Masoretische tekst.

11„Houd op en weet dat Ik Elohim ben. Ik word verheven onder de volken, Ik word verheven op de aarde.”
הַרְפּ֣וּ
(harpu)
houd op
וּ֭דְעוּ
(udeu)
en weet
כִּי
(ki)
dat
אָנֹכִ֣י
(anokhi)
Ik
אֱלֹהִ֑ים
(Elohim)
Elohim
אָר֥וּם
(arum)
Ik word verheven
בַּ֝גּוֹיִ֗ם
(bagoyim)
onder de volken
אָר֥וּם
(arum)
Ik word verheven
בָּאָֽרֶץ
(baarets)
op de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit vers is een uitspraak van Elohim zelf.

הַרְפּוּ (harpu), ‘houd op’: letterlijk ‘laat los’ of ‘wees stil’.

De woorden zijn waarschijnlijk gericht tot de volken die oorlog voeren.

12Yahweh van de legermachten is met ons, een veilige burcht voor ons: de Elohim van Jakob. Sela.
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
צְבָא֣וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
עִמָּ֑נוּ
(imanu)
met ons
מִשְׂגָּֽב
(misgav)
veilige burcht
לָ֝נוּ
(lanu)
voor ons
אֱלֹהֵ֖י
(elohei)
Elohim van
יַעֲקֹ֣ב
(yaaqov)
Jakob
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)