De ware wijnstok, de liefde en de haat van de wereld
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De ware wijnstok
1Ik ben de ware wijnstok, en Mijn Vader is de landbouwer.
Ἐγώ
(Ego)
Ik
εἰμι
(eimi)
ben
ἡ
(he)
de
ἄμπελος
(ampelos)
wijnstok
ἡ
(he)
de
ἀληθινή
(alethine)
ware
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
πατήρ
(pater)
Vader
μου
(mou)
Mijn
ὁ
(ho)
de
γεωργός
(georgos)
landbouwer
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg
De toespraak van Yeshua loopt zonder onderbreking door uit hoofdstuk 14.
ἄμπελος (ampelos), ‘wijnstok’: in de Schrift is Israël vaak een wijnstok of wijngaard; zie Ps. 80:9–12; Jes. 5:1–7; Jer. 2:21 en Hos. 10:1.
ἀληθινός (alethinos), ‘waar’: echt, het ware voorbeeld. γεωργός (georgos), ‘landbouwer’: iemand die het land bewerkt. In Matt. 21:33–41 vertalen wij hetzelfde woord met ‘pachter’, omdat daar de wijngaard verpacht is.
2Elke rank in Mij die geen vrucht draagt, neemt Hij weg. En alles wat vrucht draagt, reinigt Hij, zodat het meer vrucht draagt.
πᾶν
(pan)
elke
κλῆμα
(klema)
rank
ἐν
(en)
in
ἐμοὶ
(emoi)
Mij
μὴ
(me)
niet
φέρον
(pheron)
dragend
καρπὸν
(karpon)
vrucht
αἴρει
(airei)
neemt weg
αὐτό
(auto)
het
καὶ
(kai)
en
πᾶν
(pan)
alles
τὸ
(to)
de
καρπὸν
(karpon)
vrucht
φέρον
(pheron)
dragend
καθαίρει
(kathairei)
reinigt
αὐτὸ
(auto)
het
ἵνα
(hina)
opdat
καρπὸν
(karpon)
vrucht
πλείονα
(pleiona)
meer
φέρῃ
(phere)
het draagt
Bron: SBLGNT
Uitleg
αἴρω (airo), ‘wegnemen’, en καθαίρω (kathairo), ‘reinigen’: het tweede woord is verwant aan καθαρός (katharos), ‘rein’, in 15:3 (zie ook 13:10).
Het kan ook ‘snoeien’ betekenen.
3Jullie zijn al rein vanwege het woord dat Ik jullie gezegd heb.
ἤδη
(ede)
al
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
καθαροί
(katharoi)
rein
ἐστε
(este)
zijn
διὰ
(dia)
vanwege
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
ὃν
(hon)
dat
λελάληκα
(lelaleka)
Ik gezegd heb
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
Bron: SBLGNT
4Blijf in Mij, en Ik in jullie. De rank kan niet uit zichzelf vrucht dragen als zij niet in de wijnstok blijft. Zo ook jullie niet, als jullie niet in Mij blijven.
μείνατε
(meinate)
blijf
ἐν
(en)
in
ἐμοί
(emoi)
Mij
κἀγὼ
(kago)
en Ik
ἐν
(en)
in
ὑμῖν
(hymin)
jullie
καθὼς
(kathos)
zoals
τὸ
(to)
de
κλῆμα
(klema)
rank
οὐ
(ou)
niet
δύναται
(dynatai)
kan
καρπὸν
(karpon)
vrucht
φέρειν
(pherein)
dragen
ἀφ’
(aph’)
uit
ἑαυτοῦ
(heautou)
zichzelf
ἐὰν
(ean)
als
μὴ
(me)
niet
μένῃ
(mene)
blijft
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἀμπέλῳ
(ampelo)
wijnstok
οὕτως
(houtos)
zo
οὐδὲ
(oude)
ook niet
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ἐὰν
(ean)
als
μὴ
(me)
niet
ἐν
(en)
in
ἐμοὶ
(emoi)
Mij
μένητε
(menete)
blijven
Bron: SBLGNT
Uitleg
μένω (meno), ‘blijven’: ook ‘wonen, verblijven’.
Het woord staat in dit hoofdstuk steeds opnieuw (15:4–10 en 15:16) en ook in 14:10, 14:17 en 14:25.
5Ik ben de wijnstok, jullie zijn de ranken. Wie in Mij blijft en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunnen jullie niets doen.
ἐγώ
(ego)
Ik
εἰμι
(eimi)
ben
ἡ
(he)
de
ἄμπελος
(ampelos)
wijnstok
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
τὰ
(ta)
de
κλήματα
(klemata)
ranken
ὁ
(ho)
wie
μένων
(menon)
blijft
ἐν
(en)
in
ἐμοὶ
(emoi)
Mij
κἀγὼ
(kago)
en Ik
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
hem
οὗτος
(houtos)
die
φέρει
(pherei)
draagt
καρπὸν
(karpon)
vrucht
πολύν
(polyn)
veel
ὅτι
(hoti)
want
χωρὶς
(choris)
zonder
ἐμοῦ
(emou)
Mij
οὐ
(ou)
niet
δύνασθε
(dynasthe)
kunnen jullie
ποιεῖν
(poiein)
doen
οὐδέν
(ouden)
niets
Bron: SBLGNT
6Als iemand niet in Mij blijft, wordt hij buitengeworpen zoals de rank, en hij verdort. Men verzamelt ze, werpt ze in het vuur, en het brandt.
ἐὰν
(ean)
als
μή
(me)
niet
τις
(tis)
iemand
μένῃ
(mene)
blijft
ἐν
(en)
in
ἐμοί
(emoi)
Mij
ἐβλήθη
(eblethe)
werd geworpen
ἔξω
(exo)
buiten
ὡς
(hos)
als
τὸ
(to)
de
κλῆμα
(klema)
rank
καὶ
(kai)
en
ἐξηράνθη
(exeranthe)
verdorde
καὶ
(kai)
en
συνάγουσιν
(synagousin)
verzamelt men
αὐτὰ
(auta)
ze
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
in
τὸ
(to)
het
πῦρ
(pyr)
vuur
βάλλουσιν
(ballousin)
werpt men
καὶ
(kai)
en
καίεται
(kaietai)
het brandt
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het Grieks heeft hier geen onderwerp bij ‘verzamelen’ en ‘werpen’; wij schrijven ‘men’.
7Als jullie in Mij blijven en Mijn woorden in jullie blijven, vraag dan wat jullie willen, en het zal jullie gebeuren.
ἐὰν
(ean)
als
μείνητε
(meinete)
jullie blijven
ἐν
(en)
in
ἐμοὶ
(emoi)
Mij
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
ῥήματά
(rhemata)
woorden
μου
(mou)
Mijn
ἐν
(en)
in
ὑμῖν
(hymin)
jullie
μείνῃ
(meine)
blijven
ὃ
(ho)
wat
ἐὰν
(ean)
ook
θέλητε
(thelete)
jullie willen
αἰτήσασθε
(aitesasthe)
vraag
καὶ
(kai)
en
γενήσεται
(genesetai)
zal gebeuren
ὑμῖν
(hymin)
jullie
Bron: SBLGNT
8Hierin is Mijn Vader verheerlijkt: dat jullie veel vrucht dragen en Mijn leerlingen worden.
ἐν
(en)
in
τούτῳ
(touto)
dit
ἐδοξάσθη
(edoxasthe)
is verheerlijkt
ὁ
(ho)
de
πατήρ
(pater)
Vader
μου
(mou)
Mijn
ἵνα
(hina)
opdat
καρπὸν
(karpon)
vrucht
πολὺν
(polyn)
veel
φέρητε
(pherete)
jullie dragen
καὶ
(kai)
en
γένησθε
(genesthe)
jullie worden
ἐμοὶ
(emoi)
Mijn
μαθηταί
(mathetai)
leerlingen
Bron: SBLGNT
Blijf in Mijn liefde
9Zoals de Vader Mij heeft liefgehad, zo heb ook Ik jullie liefgehad. Blijf in Mijn liefde.
καθὼς
(kathos)
zoals
ἠγάπησέν
(egapesen)
liefhad
με
(me)
Mij
ὁ
(ho)
de
πατήρ
(pater)
Vader
κἀγὼ
(kago)
en ook Ik
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἠγάπησα
(egapesa)
heb liefgehad
μείνατε
(meinate)
blijf
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἀγάπῃ
(agape)
liefde
τῇ
(te)
de
ἐμῇ
(eme)
Mijn
Bron: SBLGNT
10Als jullie Mijn geboden onderhouden, zullen jullie in Mijn liefde blijven, zoals Ik de geboden van Mijn Vader onderhouden heb en in Zijn liefde blijf.
ἐὰν
(ean)
als
τὰς
(tas)
de
ἐντολάς
(entolas)
geboden
μου
(mou)
Mijn
τηρήσητε
(teresete)
jullie onderhouden
μενεῖτε
(meneite)
zullen jullie blijven
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἀγάπῃ
(agape)
liefde
μου
(mou)
Mijn
καθὼς
(kathos)
zoals
ἐγὼ
(ego)
Ik
τὰς
(tas)
de
ἐντολὰς
(entolas)
geboden
τοῦ
(tou)
van de
πατρός
(patros)
Vader
μου
(mou)
Mijn
τετήρηκα
(tetereka)
heb onderhouden
καὶ
(kai)
en
μένω
(meno)
blijf
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἀγάπῃ
(agape)
liefde
Bron: SBLGNT
11Dit heb Ik jullie gezegd, opdat Mijn vreugde in jullie is en jullie vreugde vervuld wordt.
ταῦτα
(tauta)
dit
λελάληκα
(lelaleka)
heb gezegd
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
ἵνα
(hina)
opdat
ἡ
(he)
de
χαρὰ
(chara)
vreugde
ἡ
(he)
de
ἐμὴ
(eme)
Mijn
ἐν
(en)
in
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ᾖ
(e)
is
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
χαρὰ
(chara)
vreugde
ὑμῶν
(hymon)
jullie
πληρωθῇ
(plerothe)
vervuld wordt
Bron: SBLGNT
12Dit is Mijn gebod: dat jullie elkaar liefhebben, zoals Ik jullie heb liefgehad.
14Jullie zijn Mijn vrienden, als jullie doen wat Ik jullie opdraag.
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
φίλοι
(philoi)
vrienden
μού
(mou)
Mijn
ἐστε
(este)
zijn
ἐὰν
(ean)
als
ποιῆτε
(poiete)
jullie doen
ἃ
(ha)
wat
ἐγὼ
(ego)
Ik
ἐντέλλομαι
(entellomai)
opdraag
ὑμῖν
(hymin)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐντέλλομαι (entellomai), ‘opdragen’: verwant aan ἐντολή (entole), ‘gebod’ (15:10, 15:12).
15Ik noem jullie niet meer knechten, want de knecht weet niet wat zijn heer doet. Maar jullie heb Ik vrienden genoemd, want alles wat Ik van Mijn Vader gehoord heb, heb Ik jullie bekendgemaakt.
16Jullie hebben Mij niet uitgekozen, maar Ik heb jullie uitgekozen en aangesteld, opdat jullie heengaan en vrucht dragen en jullie vrucht blijft. Zo zal de Vader jullie geven wat jullie ook vragen in Mijn naam.
οὐχ
(ouch)
niet
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
με
(me)
Mij
ἐξελέξασθε
(exelexasthe)
hebben uitgekozen
ἀλλ’
(all’)
maar
ἐγὼ
(ego)
Ik
ἐξελεξάμην
(exelexamen)
heb uitgekozen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
καὶ
(kai)
en
ἔθηκα
(etheka)
heb aangesteld
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἵνα
(hina)
opdat
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ὑπάγητε
(hypagete)
heengaan
καὶ
(kai)
en
καρπὸν
(karpon)
vrucht
φέρητε
(pherete)
dragen
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
καρπὸς
(karpos)
vrucht
ὑμῶν
(hymon)
jullie
μένῃ
(mene)
blijft
ἵνα
(hina)
opdat
ὅ
(ho)
alles
τι
(ti)
wat
ἂν
(an)
ook
αἰτήσητε
(aitesete)
jullie vragen
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
Vader
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ὀνόματί
(onomati)
naam
μου
(mou)
Mijn
δῷ
(do)
Hij geeft
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἔθηκα (etheka), ‘aangesteld’: letterlijk ‘neergezet, geplaatst’, van τίθημι (tithemi).
17Dit draag Ik jullie op: dat jullie elkaar liefhebben.
ταῦτα
(tauta)
dit
ἐντέλλομαι
(entellomai)
draag Ik op
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἵνα
(hina)
opdat
ἀγαπᾶτε
(agapate)
jullie liefhebben
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
Bron: SBLGNT
De haat van de wereld
18Als de wereld jullie haat, weet dan dat zij Mij eerder dan jullie gehaat heeft.
19Als jullie van de wereld waren, zou de wereld liefhebben wat van haar is. Omdat jullie niet van de wereld zijn, maar Ik jullie uit de wereld heb uitgekozen, daarom haat de wereld jullie.
εἰ
(ei)
als
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
κόσμου
(kosmou)
wereld
ἦτε
(ete)
jullie waren
ὁ
(ho)
de
κόσμος
(kosmos)
wereld
ἂν
(an)
zou
τὸ
(to)
het
ἴδιον
(idion)
eigene
ἐφίλει
(ephilei)
liefhebben
ὅτι
(hoti)
omdat
δὲ
(de)
maar
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
κόσμου
(kosmou)
wereld
οὐκ
(ouk)
niet
ἐστέ
(este)
jullie zijn
ἀλλ’
(all’)
maar
ἐγὼ
(ego)
Ik
ἐξελεξάμην
(exelexamen)
heb uitgekozen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
κόσμου
(kosmou)
wereld
διὰ
(dia)
daarom
τοῦτο
(touto)
dit
μισεῖ
(misei)
haat
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ὁ
(ho)
de
κόσμος
(kosmos)
wereld
Bron: SBLGNT
Uitleg
φιλέω (phileo), ‘liefhebben’: verwant aan φίλος (philos), ‘vriend’.
Wij vertalen het zoals ἀγαπάω (agapao), ‘liefhebben’.
20Denk aan het woord dat Ik tot jullie gezegd heb: ‘Een knecht is niet groter dan zijn heer.’ Als zij Mij vervolgd hebben, zullen zij ook jullie vervolgen. Als zij Mijn woord onderhouden hebben, zullen zij ook jullie woord onderhouden.
μνημονεύετε
(mnemoneuete)
denk aan
τοῦ
(tou)
het
λόγου
(logou)
woord
οὗ
(hou)
dat
ἐγὼ
(ego)
Ik
εἶπον
(eipon)
zei
ὑμῖν
(hymin)
tot jullie
Οὐκ
(Ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
δοῦλος
(doulos)
knecht
μείζων
(meizon)
groter
τοῦ
(tou)
dan de
κυρίου
(kyriou)
heer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
εἰ
(ei)
als
ἐμὲ
(eme)
Mij
ἐδίωξαν
(edioxan)
vervolgden
καὶ
(kai)
ook
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
διώξουσιν
(dioxousin)
zullen vervolgen
εἰ
(ei)
als
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
μου
(mou)
Mijn
ἐτήρησαν
(eteresan)
onderhielden
καὶ
(kai)
ook
τὸν
(ton)
het
ὑμέτερον
(hymeteron)
jullie
τηρήσουσιν
(teresousin)
zullen onderhouden
Bron: SBLGNT
Uitleg
Yeshua haalt Zijn woord uit 13:16 aan. διώκω (dioko), ‘vervolgen’.
21Maar dit alles zullen zij jullie aandoen vanwege Mijn naam, omdat zij Hem die Mij gestuurd heeft, niet kennen.
ἀλλὰ
(alla)
maar
ταῦτα
(tauta)
dit
πάντα
(panta)
alles
ποιήσουσιν
(poiesousin)
zullen doen
εἰς
(eis)
aan
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
διὰ
(dia)
vanwege
τὸ
(to)
de
ὄνομά
(onoma)
naam
μου
(mou)
Mijn
ὅτι
(hoti)
omdat
οὐκ
(ouk)
niet
οἴδασιν
(oidasin)
zij kennen
τὸν
(ton)
degene
πέμψαντά
(pempsanta)
die gestuurd heeft
με
(me)
Mij
Bron: SBLGNT
22Als Ik niet gekomen was en niet tot hen gesproken had, zouden zij geen zonde hebben. Maar nu hebben zij geen excuus voor hun zonde.
εἰ
(ei)
als
μὴ
(me)
niet
ἦλθον
(elthon)
kwam Ik
καὶ
(kai)
en
ἐλάλησα
(elalesa)
sprak
αὐτοῖς
(autois)
tot hen
ἁμαρτίαν
(hamartian)
zonde
οὐκ
(ouk)
niet
εἴχοσαν
(eichosan)
hadden zij
νῦν
(nyn)
nu
δὲ
(de)
maar
πρόφασιν
(prophasin)
excuus
οὐκ
(ouk)
niet
ἔχουσιν
(echousin)
hebben zij
περὶ
(peri)
voor
τῆς
(tes)
de
ἁμαρτίας
(hamartias)
zonde
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg
πρόφασις (prophasis), ‘excuus’: een reden die iemand aanvoert om zijn schuld te verklaren.
23Wie Mij haat, haat ook Mijn Vader.
ὁ
(ho)
wie
ἐμὲ
(eme)
Mij
μισῶν
(mison)
haat
καὶ
(kai)
ook
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
Vader
μου
(mou)
Mijn
μισεῖ
(misei)
haat
Bron: SBLGNT
24Als Ik onder hen niet de werken gedaan had die niemand anders gedaan heeft, zouden zij geen zonde hebben. Maar nu hebben zij zowel Mij als Mijn Vader gezien en gehaat.
εἰ
(ei)
als
τὰ
(ta)
de
ἔργα
(erga)
werken
μὴ
(me)
niet
ἐποίησα
(epoiesa)
deed Ik
ἐν
(en)
onder
αὐτοῖς
(autois)
hen
ἃ
(ha)
die
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
ἄλλος
(allos)
anders
ἐποίησεν
(epoiesen)
deed
ἁμαρτίαν
(hamartian)
zonde
οὐκ
(ouk)
niet
εἴχοσαν
(eichosan)
hadden zij
νῦν
(nyn)
nu
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
zowel
ἑωράκασιν
(heorakasin)
hebben gezien
καὶ
(kai)
en
μεμισήκασιν
(memisekasin)
hebben gehaat
καὶ
(kai)
zowel
ἐμὲ
(eme)
Mij
καὶ
(kai)
als
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
Vader
μου
(mou)
Mijn
Bron: SBLGNT
25Maar dit is gebeurd opdat het woord vervuld wordt dat in hun wet geschreven staat: ‘Zij hebben Mij zonder reden gehaat.’
ἀλλ’
(all’)
maar
ἵνα
(hina)
opdat
πληρωθῇ
(plerothe)
vervuld wordt
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
woord
ὁ
(ho)
dat
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
νόμῳ
(nomo)
wet
αὐτῶν
(auton)
hun
γεγραμμένος
(gegrammenos)
geschreven staat
ὅτι
(hoti)
dat
Ἐμίσησάν
(Emisesan)
zij hebben gehaat
με
(me)
Mij
δωρεάν
(dorean)
zonder reden
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het citaat staat in Ps. 35:19 en Ps. 69:5 (in de Nederlandse telling 69:4).
Het Hebreeuws heeft ‘zij die mij zonder reden haten’; de Griekse tekst heeft ‘Zij hebben Mij zonder reden gehaat’.
νόμος (nomos), ‘wet’: hier in ruime zin voor de Schrift van Israël.
ἀλλ’ ἵνα (all’ hina), ‘maar opdat’: het Grieks heeft hier geen werkwoord; wij vullen ‘dit is gebeurd’ aan.
26Wanneer de Helper komt, zal Hij over Mij getuigen. Ik zal Hem jullie van de Vader sturen: de Geest van de waarheid, die van de Vader uitgaat.
Ὅταν
(Hotan)
wanneer
ἔλθῃ
(elthe)
komt
ὁ
(ho)
de
παράκλητος
(parakletos)
Helper
ὃν
(hon)
die
ἐγὼ
(ego)
Ik
πέμψω
(pempso)
zal sturen
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
παρὰ
(para)
van
τοῦ
(tou)
de
πατρός
(patros)
Vader
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
τῆς
(tes)
van de
ἀληθείας
(aletheias)
waarheid
ὃ
(ho)
die
παρὰ
(para)
van
τοῦ
(tou)
de
πατρὸς
(patros)
Vader
ἐκπορεύεται
(ekporeuetai)
uitgaat
ἐκεῖνος
(ekeinos)
Hij
μαρτυρήσει
(martyresei)
zal getuigen
περὶ
(peri)
over
ἐμοῦ
(emou)
Mij
Bron: SBLGNT
Uitleg
παράκλητος (parakletos), ‘Helper’: zie 14:16.
Het Grieks heeft één zin: ‘Wanneer de Helper komt, die Ik jullie van de Vader zal sturen, de Geest van de waarheid die van de Vader uitgaat, Hij zal over Mij getuigen’; wij splitsen die. ἐκπορεύεται (ekporeuetai), ‘gaat uit’: wij vertalen letterlijk.
Zie ook 14:26 en 16:7.
27En ook jullie getuigen, want jullie zijn van het begin af bij Mij.
καὶ
(kai)
en
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
δὲ
(de)
ook
μαρτυρεῖτε
(martyreite)
getuigen
ὅτι
(hoti)
omdat
ἀπ’
(ap’)
van
ἀρχῆς
(arches)
begin
μετ’
(met’)
met
ἐμοῦ
(emou)
Mij
ἐστε
(este)
jullie zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg
μαρτυρεῖτε (martyreite), ‘jullie getuigen’: de vorm kan ook een bevel zijn (‘getuig’).