Elohim Bijbel

Psalmen 36

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

De goddeloze en de trouw van Yahweh

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Opschrift

1Voor de koorleider. Van de dienaar van Yahweh, van David.
לַמְנַצֵּ֬חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
לְעֶֽבֶד
(leeved)
van de dienaar van
יְהוָ֬ה
(Yahweh)
Yahweh
לְדָוִֽד
(ledavid)
van David
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker.

Wij kiezen ‘koorleider’.

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

עֶבֶד יְהוָה (eved Yahweh), ‘dienaar van Yahweh’: een eretitel, hier voor David.

De overtreding spreekt tot de goddeloze

2Een uitspraak van de overtreding aan de goddeloze, diep in mijn hart: er is geen vrees voor Elohim voor zijn ogen.
נְאֻֽם
(neum)
uitspraak van
פֶּ֣שַׁע
(pesha)
overtreding
לָ֭רָשָׁע
(larasha)
aan de goddeloze
בְּקֶ֣רֶב
(beqerev)
in het binnenste van
לִבִּ֑י
(libi)
mijn hart
אֵֽין
(ein)
er is niet
פַּ֥חַד
(pachad)
vrees voor
אֱ֝לֹהִ֗ים
(Elohim)
Elohim
לְנֶ֣גֶד
(leneged)
voor
עֵינָֽיו
(einav)
zijn ogen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נְאֻם (ne’um), ‘uitspraak’: het woord dat gewoonlijk bij een uitspraak van Yahweh staat.

Hier spreekt de overtreding zelf.

Lezing

De Masoretische tekst heeft ‘in het binnenste van mijn hart’.

Sommige oude vertalingen hebben ‘zijn hart’.

Wij volgen de Masoretische tekst: de dichter hoort de overtreding in zichzelf spreken.

3Want hij vleit zichzelf in zijn eigen ogen. Zijn ongerechtigheid zal niet gevonden en gehaat worden.
כִּֽי
(ki)
want
הֶחֱלִ֣יק
(hecheliq)
hij vleit
אֵלָ֣יו
(elav)
zichzelf
בְּעֵינָ֑יו
(beeinav)
in zijn ogen
לִמְצֹ֖א
(limtso)
om te vinden
עֲוֺנ֣וֹ
(avono)
zijn ongerechtigheid
לִשְׂנֹֽא
(lisno)
om te haten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

De zin is moeilijk.

Letterlijk staat er: ‘om zijn ongerechtigheid te vinden, te haten’.

Wij begrijpen: hij maakt zichzelf wijs dat zijn ongerechtigheid niet gevonden en gehaat zal worden.

De betekenis is onzeker.

4De woorden van zijn mond zijn onheil en bedrog. Hij is gestopt met inzicht te hebben en goed te doen.
דִּבְרֵי
(divrei)
woorden van
פִ֭יו
(piv)
zijn mond
אָ֣וֶן
(aven)
onheil
וּמִרְמָ֑ה
(umirma)
en bedrog
חָדַ֖ל
(chadal)
hij is opgehouden
לְהַשְׂכִּ֣יל
(lehaskil)
om inzicht te hebben
לְהֵיטִֽיב
(leheitiv)
om goed te doen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Onheil bedenkt hij op zijn bed. Hij stelt zich op een weg die niet goed is. Het kwaad wijst hij niet af.
אָ֤וֶן
(aven)
onheil
יַחְשֹׁ֗ב
(yachshov)
bedenkt hij
עַֽל
(al)
op
מִשְׁכָּ֫ב֥וֹ
(mishkavo)
zijn bed
יִ֭תְיַצֵּב
(yityatsev)
hij stelt zich op
עַל
(al)
op
דֶּ֣רֶךְ
(derekh)
weg
לֹא
(lo)
niet
ט֑וֹב
(tov)
goed
רָ֝֗ע
(ra)
kwaad
לֹ֣א
(lo)
niet
יִמְאָֽס
(yimas)
wijst hij af
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Uw trouw reikt tot de hemel

6Yahweh, tot in de hemel reikt Uw trouw, Uw betrouwbaarheid tot aan de wolken.
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
בְּהַשָּׁמַ֣יִם
(behashamayim)
in de hemel
חַסְדֶּ֑ךָ
(chasdekha)
Uw trouw
אֱ֝מֽוּנָתְךָ֗
(emunatekha)
Uw betrouwbaarheid
עַד
(ad)
tot
שְׁחָקִֽים
(shechaqim)
wolken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid.

אֱמוּנָה (emunah), ‘betrouwbaarheid’: dat wat vaststaat en waarop men kan bouwen.

7Uw gerechtigheid is als de bergen van El, Uw recht als de grote watermassa. Mens en dier redt U, Yahweh.
צִדְקָֽתְךָ֨
(tsidqatekha)
Uw gerechtigheid
כְּֽהַרְרֵי
(keharrei)
als de bergen van
אֵ֗ל
(el)
El
מִ֭שְׁפָּטֶךָ
(mishpatekha)
Uw recht
תְּה֣וֹם
(tehom)
watermassa
רַבָּ֑ה
(raba)
grote
אָ֤דָֽם
(adam)
mens
וּבְהֵמָ֖ה
(uvehema)
en dier
תוֹשִׁ֣יעַ
(toshia)
redt U
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַרְרֵי אֵל (harrei El), ‘bergen van El’: het kan ‘machtige bergen’ betekenen.

Wij laten ‘El’ staan.

תְּהוֹם (tehom), ‘watermassa’: de diepe wateren. Zo vertalen wij het woord ook in Gen. 1:2.

8Hoe kostbaar is Uw trouw, Elohim! De mensenkinderen schuilen in de schaduw van Uw vleugels.
מַה
(ma)
hoe
יָּקָ֥ר
(yaqar)
kostbaar
חַסְדְּךָ֗
(chasdekha)
Uw trouw
אֱלֹ֫הִ֥ים
(Elohim)
Elohim
וּבְנֵ֥י
(uvenei)
en zonen van
אָדָ֑ם
(adam)
mens
בְּצֵ֥ל
(betsel)
in de schaduw van
כְּ֝נָפֶ֗יךָ
(kenafeikha)
Uw vleugels
יֶחֱסָיֽוּן
(yechesayun)
schuilen zij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Zij worden verzadigd met het vette van Uw huis. U laat hen drinken uit de beek van Uw verrukkingen.
יִ֭רְוְיֻן
(yirveyun)
zij worden verzadigd
מִדֶּ֣שֶׁן
(mideshen)
van het vette van
בֵּיתֶ֑ךָ
(beitekha)
Uw huis
וְנַ֖חַל
(venachal)
en beek van
עֲדָנֶ֣יךָ
(adaneikha)
Uw verrukkingen
תַשְׁקֵֽם
(tashqem)
laat U hen drinken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֲדָנֶיךָ (adanecha), ‘Uw verrukkingen’: het woord klinkt aan op Eden (עֵדֶן).

De dichter beschrijft Yahwehs huis als een plaats van overvloed.

Vergelijk Gen. 2:10.

10Want bij U is de bron van het leven. In Uw licht zien wij licht.
כִּֽי
(ki)
want
עִ֭מְּךָ
(imekha)
bij U
מְק֣וֹר
(meqor)
bron van
חַיִּ֑ים
(chayim)
leven
בְּ֝אוֹרְךָ֗
(beorekha)
in Uw licht
נִרְאֶה
(nire)
zien wij
אֽוֹר
(or)
licht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Houd Uw trouw aan

11Houd Uw trouw aan voor wie U kennen, en Uw gerechtigheid voor wie oprecht van hart zijn.
מְשֹׁ֣ךְ
(meshokh)
houd aan
חַ֭סְדְּךָ
(chasdekha)
Uw trouw
לְיֹדְעֶ֑יךָ
(leyodeeikha)
voor wie U kennen
וְ֝צִדְקָֽתְךָ֗
(vetsidqatekha)
en Uw gerechtigheid
לְיִשְׁרֵי
(leyishrei)
voor oprechten van
לֵֽב
(lev)
hart
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Laat de voet van de hoogmoed mij niet bereiken. Laat de hand van de goddelozen mij niet wegjagen.
אַל
(al)
niet
תְּ֭בוֹאֵנִי
(tevoeni)
laat bereiken mij
רֶ֣גֶל
(regel)
voet van
גַּאֲוָ֑ה
(gaava)
hoogmoed
וְיַד
(veyad)
en hand van
רְ֝שָׁעִ֗ים
(reshaim)
goddelozen
אַל
(al)
niet
תְּנִדֵֽנִי
(tenideni)
laat wegjagen mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13Daar zijn zij gevallen die onheil doen. Zij zijn neergestoten en kunnen niet opstaan.
שָׁ֣ם
(sham)
daar
נָ֭פְלוּ
(nafelu)
zijn gevallen
פֹּ֣עֲלֵי
(poalei)
doeners van
אָ֑וֶן
(aven)
onheil
דֹּ֝ח֗וּ
(dochu)
zij zijn neergestoten
וְלֹא
(velo)
en niet
יָ֥כְלוּ
(yakhelu)
zij konden
קֽוּם
(qum)
opstaan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)