Elohim Bijbel

Psalmen 13

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Hoe lang nog, Yahweh?

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Opschrift

1Voor de koorleider. Een psalm van David.
לַמְנַצֵּ֗חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
מִזְמ֥וֹר
(mizmor)
een psalm
לְדָוִֽד
(ledavid)
van David
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: onzeker, zie bij Ps. 4:1.

Hoe lang nog?

2Hoe lang nog, Yahweh? Vergeet U mij voor altijd? Hoe lang verbergt U Uw aangezicht voor mij?
עַד
(ad)
tot
אָ֣נָה
(ana)
waar
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
תִּשְׁכָּחֵ֣נִי
(tishkacheni)
vergeet U mij
נֶ֑צַח
(netsach)
voor altijd
עַד
(ad)
tot
אָ֓נָה
(ana)
waar
תַּסְתִּ֖יר
(tastir)
verbergt U
אֶת
(et)
(obj.)
פָּנֶ֣יךָ
(paneikha)
Uw aangezicht
מִמֶּֽנִּי
(mimeni)
voor mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עַד־אָנָה (ad anah), ‘hoe lang nog’: letterlijk ‘tot waar?’.

Het komt vier keer voor (vers 2 en 3).

נֶצַח (netsach), ‘voor altijd’: ook ‘eindeloos’.

3Hoe lang moet ik plannen beramen in mijn ziel, met verdriet in mijn hart, overdag? Hoe lang verheft mijn vijand zich over mij?
עַד
(ad)
tot
אָ֨נָה
(ana)
waar
אָשִׁ֪ית
(ashit)
moet ik beramen
עֵצ֡וֹת
(etsot)
plannen
בְּנַפְשִׁ֗י
(benafshi)
in mijn ziel
יָג֣וֹן
(yagon)
verdriet
בִּלְבָבִ֣י
(bilvavi)
in mijn hart
יוֹמָ֑ם
(yomam)
overdag
עַד
(ad)
tot
אָ֓נָה
(ana)
waar
יָר֖וּם
(yarum)
verheft zich
אֹיְבִ֣י
(oyevi)
mijn vijand
עָלָֽי
(alay)
over mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֵצוֹת (etsot), ‘plannen’, ‘raadslagen’: hij overlegt met zichzelf, zonder uitkomst.

יוֹמָם (yomam), ‘overdag’.

Kijk naar mij en antwoord

4Kijk naar mij en antwoord mij, Yahweh, mijn Elohim. Maak mijn ogen helder, anders slaap ik in de dood.
הַבִּ֣יטָֽה
(habita)
kijk
עֲ֭נֵנִי
(aneni)
antwoord mij
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהָ֑י
(elohay)
mijn Elohim
הָאִ֥ירָה
(haira)
maak helder
עֵ֝ינַ֗י
(einay)
mijn ogen
פֶּן
(pen)
anders
אִישַׁ֥ן
(ishan)
slaap ik
הַמָּֽוֶת
(hamavet)
in de dood
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הָאִירָה עֵינַי (ha’irah einai), ‘maak mijn ogen helder’: licht in de ogen is kracht en leven.

Zie ook 1 Sam. 14:27 en 14:29.

הַמָּוֶת (hammavet), ‘de dood’: de slaap die in de dood overgaat.

5Anders zegt mijn vijand: „Ik heb hem overwonnen.” Dan juichen mijn tegenstanders, omdat ik wankel.
פֶּן
(pen)
anders
יֹאמַ֣ר
(yomar)
zegt
אֹיְבִ֣י
(oyevi)
mijn vijand
יְכָלְתִּ֑יו
(yekhaltiv)
ik heb hem overwonnen
צָרַ֥י
(tsaray)
mijn tegenstanders
יָ֝גִ֗ילוּ
(yagilu)
zullen juichen
כִּ֣י
(ki)
omdat
אֶמּֽוֹט
(emot)
ik wankel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Ik vertrouw op Uw trouw

6Maar ik vertrouw op Uw trouw. Mijn hart jubelt in Uw redding. Ik zing voor Yahweh, want Hij heeft mij goed behandeld.
וַאֲנִ֤י
(vaani)
maar ik
בְּחַסְדְּךָ֣
(bechasdekha)
op Uw trouw
בָטַחְתִּי֮
(batachti)
vertrouw ik
יָ֤גֵ֥ל
(yagel)
jubelt
לִבִּ֗י
(libi)
mijn hart
בִּֽישׁוּעָ֫תֶ֥ךָ
(bishuatekha)
in Uw redding
אָשִׁ֥ירָה
(ashira)
ik zing
לַיהוָ֑ה
(laYahweh)
voor Yahweh
כִּ֖י
(ki)
want
גָמַ֣ל
(gamal)
Hij heeft goed behandeld
עָלָֽי
(alay)
mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: zie bij Ps. 5:8.

גָּמַל (gamal), ‘goed behandelen’, ‘vergelden’: het kan goed of kwaad betreffen; hier is het goed. Zie ook Ps. 18:21.