Elohim Bijbel

Jakobus 4

12345

Strijd en lusten, vriendschap met de wereld, nederigheid en het plannen van morgen

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Oorlogen en lusten

1Waar komen oorlogen vandaan en waar komen gevechten vandaan onder jullie? Komen ze niet hiervandaan: uit jullie lusten, die strijd voeren in jullie leden?
Πόθεν
(Pothen)
vanwaar
πόλεμοι
(polemoi)
oorlogen
καὶ
(kai)
en
πόθεν
(pothen)
vanwaar
μάχαι
(machai)
gevechten
ἐν
(en)
onder
ὑμῖν
(hymin)
jullie
οὐκ
(ouk)
niet
ἐντεῦθεν
(enteuthen)
vanhier
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
ἡδονῶν
(hedonon)
lusten
ὑμῶν
(hymon)
jullie
τῶν
(ton)
die
στρατευομένων
(strateuomenon)
strijd voerende
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
μέλεσιν
(melesin)
leden
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

πόλεμος (polemos), ‘oorlog’, en μάχη (mache), ‘gevecht’: het gaat om de twisten onder de lezers zelf. ἡδονή (hedone), ‘lust’: verlangen naar genot. στρατεύομαι (strateuomai), ‘strijd voeren’: als soldaat optrekken. μέλος (melos), ‘lid’: lichaamsdeel, zoals in 3:5–6.

2Jullie begeren en hebben niet. Jullie moorden en zijn jaloers, en kunnen niets bereiken. Jullie vechten en voeren oorlog. Jullie hebben niet, omdat jullie niet vragen.
ἐπιθυμεῖτε
(epithymeite)
jullie begeren
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἔχετε
(echete)
hebben
φονεύετε
(phoneuete)
jullie moorden
καὶ
(kai)
en
ζηλοῦτε
(zeloute)
zijn jaloers
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
niet
δύνασθε
(dynasthe)
kunnen
ἐπιτυχεῖν
(epitychein)
bereiken
μάχεσθε
(machesthe)
jullie vechten
καὶ
(kai)
en
πολεμεῖτε
(polemeite)
voeren oorlog
οὐκ
(ouk)
niet
ἔχετε
(echete)
hebben
διὰ
(dia)
omdat
τὸ
(to)
het
μὴ
(me)
niet
αἰτεῖσθαι
(aiteisthai)
vragen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπιθυμέω (epithymeo), ‘begeren’: zie 1:14. φονεύω (foneuo), ‘moorden’: hetzelfde woord als in 2:11. ζηλόω (zeloo), ‘jaloers zijn’: hoort bij ζῆλος in 3:14.

3Jullie vragen en ontvangen niet, omdat jullie verkeerd vragen, om het uit te geven aan jullie lusten.
αἰτεῖτε
(aiteite)
jullie vragen
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
niet
λαμβάνετε
(lambanete)
ontvangen
διότι
(dioti)
omdat
κακῶς
(kakos)
verkeerd
αἰτεῖσθε
(aiteisthe)
jullie vragen
ἵνα
(hina)
opdat
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἡδοναῖς
(hedonais)
lusten
ὑμῶν
(hymon)
jullie
δαπανήσητε
(dapanesete)
jullie uitgeven
Bron: SBLGNT
Uitleg

αἰτέω (aiteo), ‘vragen’: in de tweede helft staat de middenvorm, ‘voor zichzelf vragen’. δαπανάω (dapanao), ‘uitgeven’: verbruiken, verspillen.

Vriendschap met de wereld

4Overspelige vrouwen! Weten jullie niet dat vriendschap met de wereld vijandschap tegen Elohim is? Wie dus vriend van de wereld wil zijn, wordt een vijand van Elohim.
μοιχαλίδες
(moichalides)
overspelige vrouwen
οὐκ
(ouk)
niet
οἴδατε
(oidate)
weten jullie
ὅτι
(hoti)
dat
ἡ
(he)
de
φιλία
(philia)
vriendschap
τοῦ
(tou)
met de
κόσμου
(kosmou)
wereld
ἔχθρα
(echthra)
vijandschap
τοῦ
(tou)
tegen
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐστιν
(estin)
is
ὃς
(hos)
wie
ἐὰν
(ean)
ook maar
οὖν
(oun)
dus
βουληθῇ
(boulethe)
wil
φίλος
(philos)
vriend
εἶναι
(einai)
zijn
τοῦ
(tou)
van de
κόσμου
(kosmou)
wereld
ἐχθρὸς
(echthros)
vijand
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
καθίσταται
(kathistatai)
wordt
Bron: SBLGNT
Uitleg

μοιχαλίς (moichalis), ‘overspelige vrouw’: in de Schrift wordt ontrouw aan Elohim vaak overspel genoemd; vergelijk Hos. 2:4 en Ezech. 16:32.

Het is een beeldspraak voor ontrouw aan Elohim. φιλία (filia), ‘vriendschap’, ἔχθρα (echthra), ‘vijandschap’. καθίσταται (kathistatai), ‘wordt’: letterlijk ‘wordt gesteld, stelt zich op’.

Lezing

Op deze plaats verschillen sommige oude handschriften; wij volgen de SBLGNT, die ‘overspelige vrouwen’ heeft.

Zie ook Hos. 2:4; Ezech. 16:32.

5Of denken jullie dat de Schrift tevergeefs zegt: „De geest die Hij in ons heeft laten wonen, verlangt tot afgunst”?
ἢ
(e)
of
δοκεῖτε
(dokeite)
denken jullie
ὅτι
(hoti)
dat
κενῶς
(kenos)
tevergeefs
ἡ
(he)
de
γραφὴ
(graphe)
Schrift
λέγει
(legei)
zegt
Πρὸς
(Pros)
tot
φθόνον
(phthonon)
afgunst
ἐπιποθεῖ
(epipothei)
verlangt
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
geest
ὃ
(ho)
die
κατῴκισεν
(katokisen)
Hij liet wonen
ἐν
(en)
in
ἡμῖν
(hemin)
ons
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dit vers is moeilijk en wordt op verschillende manieren gelezen.

Welk Schriftwoord wordt bedoeld, zegt het Grieks niet; in ons Oude Testament vinden wij deze woorden niet letterlijk.

(a) πνεῦμα (pneuma) is het onderwerp: ‘de geest die Hij in ons heeft laten wonen, verlangt tot afgunst’; dat is de menselijke geest. Zo vertalen wij, met een kleine letter.

(b) πνεῦμα is het voorwerp: ‘Hij (Elohim) verlangt jaloers naar de geest die Hij in ons heeft laten wonen’.

(c) Met een hoofdletter kan het de Heilige Geest zijn. φθόνος (fthonos), ‘afgunst’: ongenoegen over wat een ander heeft. ἐπιποθέω (epipotheo), ‘verlangen’.

Lezing

Voor het werkwoord ‘heeft laten wonen’ (κατῴκισεν, katoikisen) verschillen sommige oude handschriften; wij volgen de SBLGNT.

6Maar Hij geeft grotere genade. Daarom wordt gezegd: „Elohim verzet Zich tegen de hoogmoedigen, maar aan de nederigen geeft Hij genade.”
μείζονα
(meizona)
grotere
δὲ
(de)
maar
δίδωσιν
(didosin)
geeft Hij
χάριν
(charin)
genade
διὸ
(dio)
daarom
λέγει
(legei)
wordt gezegd
Ὁ
(Ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ὑπερηφάνοις
(hyperephanois)
aan hoogmoedigen
ἀντιτάσσεται
(antitassetai)
verzet Zich
ταπεινοῖς
(tapeinois)
aan nederigen
δὲ
(de)
maar
δίδωσιν
(didosin)
geeft Hij
χάριν
(charin)
genade
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het citaat is Spr. 3:34.

Ons Hebreeuws heeft daar: ‘Spotters bespot Hij zelf, maar aan de nederigen geeft Hij gunst.’

De Griekse tekst heeft ‘Elohim verzet Zich tegen de hoogmoedigen’ in plaats van ‘spotters’, en ‘genade’ in plaats van ‘gunst’. ἀντιτάσσομαι (antitassomai), ‘zich verzetten tegen’: zich in slagorde tegenover iemand opstellen.

Dit citaat staat ook in 1 Petr. 5:5.

Zie ook Spr. 3:34; 1 Petr. 5:5.

Onderwerp jullie aan Elohim

7Onderwerp jullie dus aan Elohim. Maar weersta de duivel, en hij zal van jullie wegvluchten.
ὑποτάγητε
(hypotagete)
onderwerp je
οὖν
(oun)
dus
τῷ
(to)
aan de
θεῷ
(theo)
Elohim
ἀντίστητε
(antistete)
weersta
δὲ
(de)
maar
τῷ
(to)
aan de
διαβόλῳ
(diabolo)
duivel
καὶ
(kai)
en
φεύξεται
(pheuxetai)
zal vluchten
ἀφ’
(aph’)
van
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑποτάσσω (hypotasso), ‘onderwerpen’. διάβολος (diabolos), ‘duivel’: letterlijk ‘lasteraar’; zo ook in Matt. 4:1. ἀνθίστημι (anthistemi), ‘weerstaan’.

Zie ook Matt. 4:1.

Zie ookMat 4:1
8Nader tot Elohim, en Hij zal tot jullie naderen. Reinig jullie handen, zondaars, en zuiver jullie harten, jullie met een verdeeld hart.
ἐγγίσατε
(engisate)
nader
τῷ
(to)
aan de
θεῷ
(theo)
Elohim
καὶ
(kai)
en
ἐγγιεῖ
(engiei)
zal naderen
ὑμῖν
(hymin)
tot jullie
καθαρίσατε
(katharisate)
reinig
χεῖρας
(cheiras)
handen
ἁμαρτωλοί
(hamartoloi)
zondaars
καὶ
(kai)
en
ἁγνίσατε
(hagnisate)
zuiver
καρδίας
(kardias)
harten
δίψυχοι
(dipsychoi)
met verdeeld hart
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐγγίζω (engizo), ‘naderen’.

De uitdrukking doet denken aan Zach. 1:3, ‘Keer terug tot Mij, en Ik zal tot jullie terugkeren’.

‘Handen reinigen’ gaat over daden, ‘harten zuiveren’ over wat binnen is. δίψυχος (dipsychos), ‘met een verdeeld hart’: zie 1:8.

Zie ook Zach. 1:3.

Zie ookZach 1:3
9Voel jullie ellendig, rouw en huil. Laat jullie lachen veranderen in rouw en jullie vreugde in somberheid.
ταλαιπωρήσατε
(talaiporesate)
voel je ellendig
καὶ
(kai)
en
πενθήσατε
(penthesate)
rouw
καὶ
(kai)
en
κλαύσατε
(klausate)
huil
ὁ
(ho)
het
γέλως
(gelos)
lachen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
εἰς
(eis)
in
πένθος
(penthos)
rouw
μετατραπήτω
(metatrapeto)
laat veranderen
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
χαρὰ
(chara)
vreugde
εἰς
(eis)
in
κατήφειαν
(katepheian)
somberheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

ταλαιπωρέω (talaipooreo), ‘zich ellendig voelen’: erkennen hoe ellendig men eraan toe is. πενθέω (pentheo), ‘rouwen’: zie Matt. 5:4. κατήφεια (katefeia), ‘somberheid’: de neergeslagen blik.

Zie ook Matt. 5:4.

Zie ookMat 5:4
10Verneder jullie voor het aangezicht van Yahweh, en Hij zal jullie verhogen.
ταπεινώθητε
(tapeinothete)
verneder je
ἐνώπιον
(enopion)
voor het aangezicht van
κυρίου
(kyriou)
Yahweh
καὶ
(kai)
en
ὑψώσει
(hypsosei)
zal verhogen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ταπεινόω (tapeinoo), ‘vernederen’: zich klein maken; zie ταπεινός in 1:9. ὑψόω (hypsoo), ‘verhogen’. κύριος (kyrios): hier wordt het verhogen toegeschreven aan de Heer; wij schrijven ‘Yahweh’, omdat het gaat om het neerbuigen voor het aangezicht van Elohim.

Het Grieks kan ook de Heer Yeshua bedoelen.

Vergelijk 1 Petr. 5:6.

Zie ook1 Petr 5:6

Oordeel niet over elkaar

11Praat geen kwaad over elkaar, broers. Wie kwaad praat over een broer of zijn broer oordeelt, praat kwaad over de wet en oordeelt de wet. Maar als je de wet oordeelt, ben je geen dader van de wet maar een rechter.
Μὴ
(Me)
niet
καταλαλεῖτε
(katalaleite)
praat kwaad
ἀλλήλων
(allelon)
over elkaar
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
ὁ
(ho)
de
καταλαλῶν
(katalalon)
kwaadsprekende
ἀδελφοῦ
(adelphou)
over een broer
ἢ
(e)
of
κρίνων
(krinon)
oordelend
τὸν
(ton)
de
ἀδελφὸν
(adelphon)
broer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καταλαλεῖ
(katalalei)
praat kwaad
νόμου
(nomou)
over wet
καὶ
(kai)
en
κρίνει
(krinei)
oordeelt
νόμον
(nomon)
wet
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
νόμον
(nomon)
wet
κρίνεις
(krineis)
je oordeelt
οὐκ
(ouk)
niet
εἶ
(ei)
je bent
ποιητὴς
(poietes)
dader
νόμου
(nomou)
van wet
ἀλλὰ
(alla)
maar
κριτής
(krites)
rechter
Bron: SBLGNT
Uitleg

καταλαλέω (katalaleo), ‘kwaad praten’: kwaadspreken over iemand. κρίνω (krino), ‘oordelen’.

Wie zijn broer oordeelt, stelt zich boven de wet.

Vergelijk Matt. 7:1 en Lev. 19:16, ‘Je mag niet als roddelaar rondgaan’.

Zie ook Matt. 7:1; Lev. 19:16.

12Er is één wetgever en rechter, die kan redden en laten omkomen. Maar wie ben jij, die over je naaste oordeelt?
εἷς
(heis)
één
ἐστιν
(estin)
is
νομοθέτης
(nomothetes)
wetgever
καὶ
(kai)
en
κριτής
(krites)
rechter
ὁ
(ho)
de
δυνάμενος
(dynamenos)
kunnende
σῶσαι
(sosai)
redden
καὶ
(kai)
en
ἀπολέσαι
(apolesai)
laten omkomen
σὺ
(sy)
jij
δὲ
(de)
maar
τίς
(tis)
wie
εἶ
(ei)
ben
ὁ
(ho)
de
κρίνων
(krinon)
oordelende
τὸν
(ton)
de
πλησίον
(plesion)
naaste
Bron: SBLGNT
Uitleg

νομοθέτης (nomothetes), ‘wetgever’, en κριτής (krites), ‘rechter’: vergelijk Jes. 33:22, ‘Yahweh is onze rechter, Yahweh is onze wetgever’. ἀπόλλυμι (apollymi), ‘laten omkomen’: zo ook in Matt. 10:28. πλησίον (plesion), ‘naaste’.

Zie ook Jes. 33:22; Matt. 10:28.

Plannen maken zonder de Heer

13Kom nu, jullie die zeggen: „Vandaag of morgen gaan wij naar die en die stad. Daar brengen wij een jaar door, doen zaken en maken winst.”
Ἄγε
(Age)
kom
νῦν
(nyn)
nu
οἱ
(hoi)
die
λέγοντες
(legontes)
zeggen
Σήμερον
(Semeron)
vandaag
ἢ
(e)
of
αὔριον
(aurion)
morgen
πορευσόμεθα
(poreusometha)
zullen wij gaan
εἰς
(eis)
naar
τήνδε
(tende)
deze en deze
τὴν
(ten)
de
πόλιν
(polin)
stad
καὶ
(kai)
en
ποιήσομεν
(poiesomen)
zullen wij doorbrengen
ἐκεῖ
(ekei)
daar
ἐνιαυτὸν
(eniauton)
jaar
καὶ
(kai)
en
ἐμπορευσόμεθα
(emporeusometha)
zullen wij zaken doen
καὶ
(kai)
en
κερδήσομεν
(kerdesomen)
zullen wij winst maken
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ἄγε νῦν (age nyn), ‘kom nu’: een oproep om op te letten; zie ook 5:1. τήνδε τὴν πόλιν (tende ten polin), ‘die en die stad’: een willekeurige stad. ἐμπορεύομαι (emporeuomai), ‘zaken doen’, κερδαίνω (kerdaino), ‘winst maken’.

De zin wordt een toespraak van de handelaars; wij zetten haar tussen aanhalingstekens.

14Jullie weten niet hoe jullie leven morgen zal zijn. Want jullie zijn een damp, die een korte tijd verschijnt en daarna weer verdwijnt.
οἵτινες
(hoitines)
jullie die
οὐκ
(ouk)
niet
ἐπίστασθε
(epistasthe)
weten
τὸ
(to)
het
τῆς
(tes)
van
αὔριον
(aurion)
morgen
ποία
(poia)
hoe
ἡ
(he)
het
ζωὴ
(zoe)
leven
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ἀτμὶς
(atmis)
damp
γάρ
(gar)
want
ἐστε
(este)
jullie zijn
ἡ
(he)
die
πρὸς
(pros)
voor
ὀλίγον
(oligon)
korte tijd
φαινομένη
(phainomene)
verschijnt
ἔπειτα
(epeita)
daarna
καὶ
(kai)
ook
ἀφανιζομένη
(aphanizomene)
verdwijnt
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀτμίς (atmis), ‘damp’: vergelijk Spr. 27:1, ‘je weet niet wat een dag zal baren’. ποία ἡ ζωὴ ὑμῶν (poia he zoe hymon), letterlijk ‘wat voor ding jullie leven is’.

Zie ook Spr. 27:1.

Zie ookSpr 27:1
15In plaats daarvan zouden jullie moeten zeggen: „Als de Heer wil, zullen wij leven en dit of dat doen.”
ἀντὶ
(anti)
in plaats van
τοῦ
(tou)
het
λέγειν
(legein)
zeggen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Ἐὰν
(Ean)
als
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
θελήσῃ
(thelese)
wil
καὶ
(kai)
dan
ζήσομεν
(zesomen)
zullen wij leven
καὶ
(kai)
en
ποιήσομεν
(poiesomen)
zullen wij doen
τοῦτο
(touto)
dit
ἢ
(e)
of
ἐκεῖνο
(ekeino)
dat
Bron: SBLGNT
Uitleg

κύριος (kyrios), ‘de Heer’: wie bedoeld wordt, zegt het Grieks niet; wij schrijven ‘de Heer’ en laten open of dit Yeshua of Elohim is.

Het Grieks heeft hier geen werkwoord (‘in plaats van het zeggen door jullie’); wij vullen ‘zouden jullie moeten zeggen’ aan.

16Maar nu roemen jullie in jullie grootspraak. Al zulk roemen is slecht.
νῦν
(nyn)
nu
δὲ
(de)
maar
καυχᾶσθε
(kauchasthe)
roemen jullie
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἀλαζονείαις
(alazoneiais)
grootspraak
ὑμῶν
(hymon)
jullie
πᾶσα
(pasa)
al
καύχησις
(kauchesis)
roemen
τοιαύτη
(toiaute)
zulk
πονηρά
(ponera)
slecht
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀλαζονεία (alazoneia), ‘grootspraak’: opschepperij. καύχησις (kauchesis), ‘roemen’: zie 1:9 en 4:13.

17Wie dus weet het goede te doen en het niet doet, voor hem is het zonde.
εἰδότι
(eidoti)
wetend
οὖν
(oun)
dus
καλὸν
(kalon)
goed
ποιεῖν
(poiein)
te doen
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
ποιοῦντι
(poiounti)
doend
ἁμαρτία
(hamartia)
zonde
αὐτῷ
(auto)
voor hem
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

εἰδότι … καλὸν ποιεῖν (eidoti … kalon poiein), ‘wie weet het goede te doen’: wie weet wat goed is om te doen.

De zin trekt een conclusie (οὖν, ‘dus’) uit 4:13–16.