Elohim Bijbel

Psalmen 31

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

In Uw hand zijn mijn tijden

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Opschrift

1Voor de koorleider. Een psalm van David.
לַמְנַצֵּ֗חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
מִזְמ֥וֹר
(mizmor)
een psalm
לְדָוִֽד
(ledavid)
van David
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker. Het gaat waarschijnlijk om iemand die de zang leidde. Wij vertalen ‘koorleider’.

Een schuilplaats bij Yahweh

2Bij U, Yahweh, schuil ik. Laat mij nooit beschaamd worden. Laat mij ontkomen door Uw gerechtigheid.
בְּךָ֖
(bekha)
bij U
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
חָ֭סִיתִי
(chasiti)
schuil ik
אַל
(al)
niet
אֵב֣וֹשָׁה
(evosha)
laat mij beschaamd worden
לְעוֹלָ֑ם
(leolam)
voor eeuwig
בְּצִדְקָתְךָ֥
(betsidqatekha)
in Uw gerechtigheid
פַלְּטֵֽנִי
(paleteni)
laat mij ontkomen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3Neig Uw oor naar mij en bevrijd mij snel. Wees mij een rots als burcht, een versterkt huis om mij te redden.
הַטֵּ֤ה
(hate)
neig
אֵלַ֨י
(elay)
tot mij
אָזְנְךָ֮
(azenekha)
Uw oor
מְהֵרָ֪ה
(mehera)
snel
הַצִּ֫ילֵ֥נִי
(hatsileni)
bevrijd mij
הֱיֵ֤ה
(heye)
wees
לִ֨י
(li)
voor mij
לְֽצוּר
(letsur)
een rots als
מָ֭עוֹז
(maoz)
burcht
לְבֵ֥ית
(leveit)
een huis van
מְצוּד֗וֹת
(metsudot)
vestingen
לְהוֹשִׁיעֵֽנִי
(lehoshieni)
om mij te redden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

צוּר (tsur), ‘rots’ en מָעוֹז (ma’oz), ‘burcht’: Yahweh als veilige schuilplaats.

בֵּית מְצוּדוֹת (beit metsudot), ‘huis van vestingen’: een versterkt huis op een steile plek.

4Want U bent mijn klip en mijn vesting. Omwille van Uw naam leid mij en begeleid mij.
כִּֽי
(ki)
want
סַלְעִ֣י
(sali)
mijn klip
וּמְצוּדָתִ֣י
(umetsudati)
en mijn vesting
אָ֑תָּה
(ata)
U
וּלְמַ֥עַן
(ulemaan)
en omwille van
שִׁ֝מְךָ֗
(shimkha)
Uw naam
תַּֽנְחֵ֥נִי
(tancheni)
leid mij
וּֽתְנַהֲלֵֽנִי
(utenahaleni)
en begeleid mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סֶלַע (sela), ‘klip’ en מְצוּדָה (metsudah), ‘vesting’: beelden van veiligheid in de bergen.

5Haal mij uit het net dat zij voor mij hebben verborgen, want U bent mijn burcht.
תּוֹצִיאֵ֗נִי
(totsieni)
haal mij uit
מֵרֶ֣שֶׁת
(mereshet)
uit het net
ז֭וּ
(zu)
dit
טָ֣מְנוּ
(tamenu)
zij hebben verborgen
לִ֑י
(li)
voor mij
כִּֽי
(ki)
want
אַ֝תָּה
(ata)
U
מָֽעוּזִּֽי
(mauzi)
mijn burcht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6In Uw hand vertrouw ik mijn geest toe. U hebt mij vrijgekocht, Yahweh, El van waarheid.
בְּיָדְךָ֮
(beyadekha)
in Uw hand
אַפְקִ֪יד
(afqid)
vertrouw ik toe
ר֫וּחִ֥י
(ruchi)
mijn geest
פָּדִ֖יתָה
(padita)
U hebt vrijgekocht
אוֹתִ֥י
(oti)
mij
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
אֵ֣ל
(el)
El van
אֱמֶֽת
(emet)
waarheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רוּחַ (ruach), ‘geest’: hier de levensadem.

In het Nieuwe Testament staat dit vers in Luc. 23:46.

אֱמֶת (emet), ‘waarheid’: Yahweh is betrouwbaar.

פָּדָה (padah), ‘vrijkopen’: een losgeld betalen om iemand vrij te maken.

7Ik haat wie zich aan dampen van ijdelheid houden, maar ik vertrouw op Yahweh.
שָׂנֵ֗אתִי
(saneti)
ik haat
הַשֹּׁמְרִ֥ים
(hashomerim)
de houdenden aan
הַבְלֵי
(havlei)
dampen van
שָׁ֑וְא
(shave)
ijdelheid
וַ֝אֲנִ֗י
(vaani)
en ik
אֶל
(el)
op
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
בָּטָֽחְתִּי
(batachti)
vertrouw
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַבְלֵי־שָׁוְא (havle shav), ‘dampen van ijdelheid’: הֶבֶל (hevel) is ‘damp’, iets wat zo weer weg is; hier waardeloze dingen, vaak afgoden.

Vergelijk Deut. 32:21, waar hetzelfde woord is vertaald met ‘nietigheden’.

Lezing

Het Hebreeuws heeft ‘ik haat’ (שָׂנֵאתִי).

Enkele handschriften en oude vertalingen lezen ‘U haat’ (שנאת).

Wij volgen de Masoretische tekst.

8Ik wil mij verheugen en blij zijn in Uw trouw, omdat U mijn ellende hebt gezien. U hebt de noden van mijn ziel gekend.
אָגִ֥ילָה
(agila)
ik wil mij verheugen
וְאֶשְׂמְחָ֗ה
(veesmecha)
en blij zijn
בְּחַ֫סְדֶּ֥ךָ
(bechasdekha)
in Uw trouw
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
omdat
רָ֭אִיתָ
(raita)
U hebt gezien
אֶת
(et)
(obj.)
עָנְיִ֑י
(aneyi)
mijn ellende
יָ֝דַ֗עְתָּ
(yadata)
U hebt gekend
בְּצָר֥וֹת
(betsarot)
de noden van
נַפְשִֽׁי
(nafshi)
mijn ziel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid.

Wij vertalen steeds met ‘trouw’, zoals in Ruth.

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: de dichter zelf, zijn leven.

9U hebt mij niet overgeleverd in de hand van de vijand. U hebt mijn voeten in een ruime plaats laten staan.
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
הִ֭סְגַּרְתַּנִי
(hisgartani)
U hebt mij overgeleverd
בְּיַד
(beyad)
in de hand van
אוֹיֵ֑ב
(oyev)
een vijand
הֶֽעֱמַ֖דְתָּ
(heemadta)
U liet staan
בַמֶּרְחָ֣ב
(bamerchav)
in een ruime plaats
רַגְלָֽי
(raglay)
mijn voeten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Nood en verlatenheid

10Wees mij genadig, Yahweh, want ik ben benauwd. Mijn oog is verteerd van verdriet, mijn ziel en mijn buik.
חָנֵּ֥נִי
(chaneni)
wees mij genadig
יְהוָה֮
(Yahweh)
Yahweh
כִּ֤י
(ki)
want
צַ֫ר
(tsar)
benauwd
לִ֥י
(li)
voor mij
עָשְׁשָׁ֖ה
(ashesha)
is verteerd
בְכַ֥עַס
(bekhaas)
van verdriet
עֵינִ֗י
(eini)
mijn oog
נַפְשִׁ֥י
(nafshi)
mijn ziel
וּבִטְנִֽי
(uvitni)
en mijn buik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11Want mijn leven gaat op in kommer en mijn jaren in zuchten. Mijn kracht struikelt door mijn schuld en mijn beenderen zijn verteerd.
כִּ֤י
(ki)
want
כָל֪וּ
(kalu)
zijn opgegaan
בְיָג֡וֹן
(beyagon)
in kommer
חַיַּי֮
(chayay)
mijn leven
וּשְׁנוֹתַ֪י
(ushenotay)
en mijn jaren
בַּאֲנָ֫חָ֥ה
(baanacha)
in zuchten
כָּשַׁ֣ל
(kashal)
struikelt
בַּעֲוֺנִ֣י
(baavoni)
door mijn schuld
כֹחִ֑י
(kochi)
mijn kracht
וַעֲצָמַ֥י
(vaatsamay)
en mijn beenderen
עָשֵֽׁשׁוּ
(asheshu)
zijn verteerd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Het Hebreeuws heeft בַּעֲוֺנִי (ba’avoni), ‘door mijn schuld’.

Een oude vertaling leest ‘in ellende’ (בְּעֳנִי, be’oni).

Wij volgen de Masoretische tekst.

12Door al mijn tegenstanders ben ik een smaad geworden, zeer voor mijn buren, en een schrik voor mijn bekenden. Wie mij buiten zien, vluchten voor mij.
מִכָּל
(mikal)
van al
צֹרְרַ֨י
(tsoreray)
mijn tegenstanders
הָיִ֪יתִי
(hayiti)
ben ik geworden
חֶרְפָּ֡ה
(cherpa)
een smaad
וְלִשֲׁכֵנַ֨י
(velishakhenay)
en voor mijn buren
מְאֹד֮
(meod)
zeer
וּפַ֪חַד
(ufachad)
en een schrik
לִֽמְיֻדָּ֫עָ֥י
(limyudaay)
voor mijn bekenden
רֹאַ֥י
(roay)
zienden mij
בַּח֑וּץ
(bachuts)
buiten
נָדְד֥וּ
(nadedu)
vluchten
מִמֶּֽנִּי
(mimeni)
van mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13Ik ben uit het hart vergeten als een dode. Ik ben geworden als een vat dat verloren is gegaan.
נִ֭שְׁכַּחְתִּי
(nishkachti)
ik ben vergeten
כְּמֵ֣ת
(kemet)
als een dode
מִלֵּ֑ב
(milev)
uit het hart
הָ֝יִ֗יתִי
(hayiti)
ik ben geworden
כִּכְלִ֥י
(kikhli)
als een vat
אֹבֵֽד
(oved)
verloren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Want ik hoor het kwaadspreken van velen: schrik rondom. Terwijl zij zich samen tegen mij beraden, zijn zij van plan mijn leven te nemen.
כִּ֤י
(ki)
want
שָׁמַ֨עְתִּי
(shamati)
ik heb gehoord
דִּבַּ֥ת
(dibat)
het kwaadspreken van
רַבִּים֮
(rabim)
velen
מָג֪וֹר
(magor)
schrik
מִסָּ֫בִ֥יב
(misaviv)
rondom
בְּהִוָּסְדָ֣ם
(behivasedam)
als zij zich beraden
יַ֣חַד
(yachad)
samen
עָלַ֑י
(alay)
tegen mij
לָקַ֖חַת
(laqachat)
om te nemen
נַפְשִׁ֣י
(nafshi)
mijn leven
זָמָֽמוּ
(zamamu)
zijn zij van plan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מָגוֹר מִסָּבִיב (magor missaviv), ‘schrik rondom’: een uitdrukking die ook in Jer. 20:10 staat.

Zij is een kreet van angst, als van mensen die zich omsingeld voelen.

In Uw hand zijn mijn tijden

15Maar ik vertrouw op U, Yahweh. Ik zei: „U bent mijn Elohim.”
וַאֲנִ֤י
(vaani)
en ik
עָלֶ֣יךָ
(aleikha)
op U
בָטַ֣חְתִּי
(batachti)
vertrouw
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
אָ֝מַ֗רְתִּי
(amarti)
zei ik
אֱלֹהַ֥י
(elohay)
mijn Elohim
אָֽתָּה
(ata)
U
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16Mijn tijden zijn in Uw hand. Bevrijd mij uit de hand van mijn vijanden en van mijn achtervolgers.
בְּיָדְךָ֥
(beyadekha)
in Uw hand
עִתֹּתָ֑י
(itotay)
mijn tijden
הַצִּ֘ילֵ֤נִי
(hatsileni)
bevrijd mij
מִיַּד
(miyad)
uit de hand van
א֝וֹיְבַ֗י
(oyevay)
mijn vijanden
וּמֵרֹדְפָֽי
(umerodefay)
en van mijn achtervolgers
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17Laat Uw aangezicht over Uw dienaar lichten. Red mij in Uw trouw.
הָאִ֣ירָה
(haira)
laat lichten
פָ֭נֶיךָ
(paneikha)
Uw aangezicht
עַל
(al)
over
עַבְדֶּ֑ךָ
(avdekha)
Uw dienaar
ה֖וֹשִׁיעֵ֣נִי
(hoshieni)
red mij
בְחַסְדֶּֽךָ
(bechasdekha)
in Uw trouw
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vergelijk de zegen in Num. 6:25: ‘Moge Yahweh Zijn aangezicht over je laten lichten.’

18Yahweh, laat mij niet beschaamd worden, want ik heb U aangeroepen. Laat de goddelozen beschaamd worden. Laat hen zwijgen in de Sjeol.
יְֽהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
אַל
(al)
niet
אֵ֭בוֹשָׁה
(evosha)
laat mij beschaamd worden
כִּ֣י
(ki)
want
קְרָאתִ֑יךָ
(qeratikha)
ik heb U aangeroepen
יֵבֹ֥שׁוּ
(yevoshu)
laat beschaamd worden
רְ֝שָׁעִ֗ים
(reshaim)
goddelozen
יִדְּמ֥וּ
(yidemu)
laat zwijgen
לִשְׁאֽוֹל
(lishol)
in de Sjeol
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19Laat de lippen van leugen verstommen, die brutaal spreken over de rechtvaardige, met hoogmoed en minachting.
תֵּ֥אָלַ֗מְנָה
(tealamna)
laat verstommen
שִׂפְתֵ֫י
(siftei)
de lippen van
שָׁ֥קֶר
(shaqer)
leugen
הַדֹּבְר֖וֹת
(hadoverot)
die spreken
עַל
(al)
over
צַדִּ֥יק
(tsadiq)
de rechtvaardige
עָתָ֗ק
(ataq)
brutaal
בְּגַאֲוָ֥ה
(begaava)
met hoogmoed
וָבֽוּז
(vavuz)
en minachting
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Hoe groot is Uw goedheid

20Hoe groot is Uw goedheid, die U hebt weggelegd voor wie U vrezen. U hebt het gedaan voor wie bij U schuilen, voor de ogen van de mensenkinderen.
מָ֤ה
(ma)
hoe
רַֽב
(rav)
groot
טוּבְךָ֮
(tuvekha)
Uw goedheid
אֲשֶׁר
(asher)
die
צָפַ֪נְתָּ
(tsafanta)
U hebt weggelegd
לִּֽירֵ֫אֶ֥יךָ
(lireeikha)
voor wie U vrezen
פָּ֭עַלְתָּ
(paalta)
U hebt het gedaan
לַחֹסִ֣ים
(lachosim)
voor wie schuilen
בָּ֑ךְ
(bakh)
bij U
נֶ֝֗גֶד
(neged)
voor de ogen van
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
אָדָם
(adam)
de mensen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21U verbergt hen in het verborgene van Uw aangezicht voor de samenzweringen van mensen. U bergt hen weg in een hut voor de twist van tongen.
תַּסְתִּירֵ֤ם
(tastirem)
U verbergt hen
בְּסֵ֥תֶר
(beseter)
in het verborgene van
פָּנֶיךָ֮
(paneikha)
Uw aangezicht
מֵֽרֻכְסֵ֫י
(merukhsei)
voor de samenzweringen van
אִ֥ישׁ
(ish)
een mens
תִּצְפְּנֵ֥ם
(titspenem)
U bergt hen weg
בְּסֻכָּ֗ה
(besuka)
in een hut
מֵרִ֥יב
(meriv)
voor twist van
לְשֹׁנֽוֹת
(leshonot)
tongen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
22Gezegend is Yahweh, want Hij heeft Zijn trouw aan mij wonderbaar getoond in een stad onder beleg.
בָּר֥וּךְ
(barukh)
gezegend
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
כִּ֥י
(ki)
want
הִפְלִ֘יא
(hifli)
Hij heeft wonderbaar getoond
חַסְדּ֥וֹ
(chasdo)
Zijn trouw
לִ֝֗י
(li)
aan mij
בְּעִ֣יר
(beir)
in een stad
מָצֽוֹר
(matsor)
onder beleg
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מָצוֹר (matsor), ‘beleg’: de Masoretische klinkers geven ‘een stad onder beleg’.

Het woord kan ook ‘versterkte (stad)’ betekenen.

23Ik zei in mijn haast: „Ik ben weggesneden uit Uw ogen.” Toch hebt U de stem van mijn smeking gehoord toen ik tot U om hulp riep.
וַאֲנִ֤י
(vaani)
en ik
אָ֘מַ֤רְתִּי
(amarti)
zei ik
בְחָפְזִ֗י
(bechafezi)
in mijn haast
נִגְרַזְתִּי֮
(nigrazti)
ik ben weggesneden
מִנֶּ֪גֶד
(mineged)
uit het zicht van
עֵ֫ינֶ֥יךָ
(eineikha)
Uw ogen
אָכֵ֗ן
(akhen)
toch
שָׁ֭מַעְתָּ
(shamata)
U hebt gehoord
ק֥וֹל
(qol)
de stem van
תַּחֲנוּנַ֗י
(tachanunay)
mijn smeking
בְּשַׁוְּעִ֥י
(beshavei)
toen ik om hulp riep
אֵלֶֽיךָ
(eleikha)
tot U
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24Heb Yahweh lief, al Zijn getrouwen. Yahweh behoedt de betrouwbaren, maar Hij betaalt overvloedig terug aan wie hoogmoed doet.
אֶֽהֱב֥וּ
(ehevu)
heb lief
אֶת
(et)
(obj.)
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
כָּֽל
(kal)
al
חֲסִ֫ידָ֥יו
(chasidav)
Zijn getrouwen
אֱ֭מוּנִים
(emunim)
betrouwbaren
נֹצֵ֣ר
(notser)
behoedt
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
וּמְשַׁלֵּ֥ם
(umeshalem)
en Hij betaalt terug
עַל
(al)
overvloedig
יֶ֝֗תֶר
(yeter)
aan wie
עֹשֵׂ֥ה
(ose)
doet
גַאֲוָֽה
(gaava)
hoogmoed
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֱמוּנִים (emunim), ‘betrouwbaren’: wie trouw en betrouwbaar blijven.

Wees sterk

25Wees sterk en laat jullie hart moed vatten, jullie allen die op Yahweh wachten.
חִ֭זְקוּ
(chizqu)
wees sterk
וְיַאֲמֵ֣ץ
(veyaamets)
en laat moed vatten
לְבַבְכֶ֑ם
(levavkhem)
jullie hart
כָּל
(kal)
allen
הַ֝מְיַחֲלִ֗ים
(hamyachalim)
de wachtenden
לַיהוָֽה
(laYahweh)
op Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)