Elohim Bijbel

Psalmen 51

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Boetepsalm van David na Natans bezoek

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Opschrift

1Voor de koorleider. Een psalm van David,
לַמְנַצֵּ֗חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
מִזְמ֥וֹר
(mizmor)
psalm
לְדָוִֽד
(ledavid)
van David
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In de Hebreeuwse telling beslaat het opschrift vers 1 en 2; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: onzeker, zie bij Ps. 4:1.

2toen de profeet Natan bij hem kwam, nadat hij naar Bat-Sjeba was gegaan.
בְּֽבוֹא
(bevo)
bij het komen
אֵ֭לָיו
(elav)
tot hem
נָתָ֣ן
(natan)
Natan
הַנָּבִ֑יא
(hanavi)
de profeet
כַּֽאֲשֶׁר
(kaasher)
zoals
בָּ֝֗א
(ba)
hij was gekomen
אֶל
(el)
tot
בַּת
(bat)
Bat
שָֽׁבַע
(shava)
Sjeba
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit historische opschrift verwijst naar 2 Sam. 11:2–5 en 12:1–15.

Het hoort bij vers 1.

בָּא אֶל (ba el), ‘kwam tot’: dezelfde uitdrukking wordt gebruikt voor het ingaan bij een vrouw. Wij vertalen ‘naar … was gegaan’.

Wees mij genadig

3Wees mij genadig, Elohim, naar Uw trouw. Delg mijn overtredingen uit naar de grootheid van Uw ontferming.
חָנֵּ֣נִי
(chaneni)
wees mij genadig
אֱלֹהִ֣ים
(Elohim)
Elohim
כְּחַסְדֶּ֑ךָ
(kechasdekha)
naar Uw trouw
כְּרֹ֥ב
(kerov)
naar de grootheid van
רַ֝חֲמֶ֗יךָ
(rachameikha)
Uw ontferming
מְחֵ֣ה
(meche)
delg uit
פְשָׁעָֽי
(peshaay)
mijn overtredingen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid.

רַחֲמִים (rachamim), ‘ontferming’: de zorg van een moeder voor haar kind; het woord hoort bij רֶחֶם (rechem), ‘baarmoeder’.

פֶּשַׁע (pesha), ‘overtreding’: opstand tegen een gezag, hier tegen Elohim.

4Was mij ruimschoots van mijn schuld en reinig mij van mijn zonde.
הֶ֭רֶב
(herev)
ruimschoots
כַּבְּסֵ֣נִי
(kabeseni)
was mij
מֵעֲוֺנִ֑י
(meavoni)
van mijn schuld
וּֽמֵחַטָּאתִ֥י
(umechatati)
en van mijn zonde
טַהֲרֵֽנִי
(tahareni)
reinig mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עָוֹן (avon), ‘schuld’; חַטָּאת (chatat), ‘zonde’: het tweede woord is ook het woord voor ‘zondoffer’.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is הַרְבֵּה (harbeh).

De te lezen vorm (qere) is הֶרֶב (herev).

Beide betekenen ‘ruimschoots’.

Wij volgen de qere.

5Want ik ken mijn overtredingen, en mijn zonde is voortdurend voor mij.
כִּֽי
(ki)
want
פְ֭שָׁעַי
(peshaay)
mijn overtredingen
אֲנִ֣י
(ani)
ik
אֵדָ֑ע
(eda)
ken ik
וְחַטָּאתִ֖י
(vechatati)
en mijn zonde
נֶגְדִּ֣י
(negdi)
voor mij
תָמִֽיד
(tamid)
voortdurend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Tegen U alleen heb ik gezondigd

6Tegen U alleen heb ik gezondigd en gedaan wat kwaad is in Uw ogen. Zo bent U rechtvaardig wanneer U spreekt en zuiver wanneer U oordeelt.
לְךָ֤
(lekha)
tegen U
לְבַדְּךָ֨
(levadekha)
alleen U
חָטָאתִי֮
(chatati)
ik heb gezondigd
וְהָרַ֥ע
(vehara)
en wat kwaad is
בְּעֵינֶ֗יךָ
(beeineikha)
in Uw ogen
עָ֫שִׂ֥יתִי
(asiti)
ik heb gedaan
לְ֭מַעַן
(lemaan)
opdat
תִּצְדַּ֥ק
(titsdaq)
U rechtvaardig bent
בְּדָבְרֶ֗ךָ
(bedaverekha)
wanneer U spreekt
תִּזְכֶּ֥ה
(tizke)
U zuiver bent
בְשָׁפְטֶֽךָ
(beshafetekha)
wanneer U oordeelt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

David heeft ook mensen onrecht gedaan (2 Sam. 11:15–17).

Hier erkent hij dat zijn zonde in de eerste plaats tegen Elohim is gericht.

Vergelijk zijn woorden in 2 Sam. 12:13.

תִּצְדַּק (titsdaq), ‘U bent rechtvaardig’: Elohim heeft gelijk in wat Hij zegt en doet.

7Zie, ik ben in schuld voortgebracht, en in zonde heeft mijn moeder mij ontvangen.
הֵן
(hen)
zie
בְּעָו֥וֹן
(beavon)
in schuld
חוֹלָ֑לְתִּי
(cholalti)
ben ik voortgebracht
וּ֝בְחֵ֗טְא
(uvechete)
en in zonde
יֶֽחֱמַ֥תְנִי
(yechematni)
heeft mij ontvangen
אִמִּֽי
(imi)
mijn moeder
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חוֹלָלְתִּי (cholalti), ‘ik ben voortgebracht’: van de wortel van ‘baren’, het beeld van de weeën van een geboorte.

יֶחֱמַתְנִי (yechematni), ‘heeft mij ontvangen’: letterlijk ‘werd warm over mij’.

De dichter zegt dat zijn zonde van het begin van zijn leven bij hem hoort. Wij vertalen letterlijk.

8Zie, U hebt behagen in waarheid in het binnenste, en in het verborgene laat U mij wijsheid weten.
הֵן
(hen)
zie
אֱ֭מֶת
(emet)
waarheid
חָפַ֣צְתָּ
(chafatsta)
U hebt behagen in
בַטֻּח֑וֹת
(batuchot)
in het binnenste
וּ֝בְסָתֻ֗ם
(uvesatum)
en in het verborgene
חָכְמָ֥ה
(chakhema)
wijsheid
תוֹדִיעֵֽנִי
(todieni)
laat U mij weten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

טֻחוֹת (tuchot), ‘het binnenste’; סָתֻם (satum), ‘het verborgene’: de diepste plaats van een mens, waar niemand kijkt.

Zuiver mij en maak mij nieuw

9Zuiver mij van zonde met hysop, en ik word rein. Was mij, en ik word witter dan sneeuw.
תְּחַטְּאֵ֣נִי
(techateeni)
ontzondig mij
בְאֵז֣וֹב
(beezov)
met hysop
וְאֶטְהָ֑ר
(veethar)
en ik word rein
תְּ֝כַבְּסֵ֗נִי
(tekhabeseni)
was mij
וּמִשֶּׁ֥לֶג
(umisheleg)
en meer dan sneeuw
אַלְבִּֽין
(albin)
word ik wit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תְּחַטְּאֵנִי (techatteni), ‘zuiver mij van zonde’: van חַטָּאת (chatat), ‘zonde’; het werkwoord betekent ‘van zonde ontdoen’.

אֵזוֹב (ezov), ‘hysop’: een plant die bij de reiniging werd gebruikt om te besprenkelen; zie Lev. 14:4–6.

10Laat mij vreugde en blijdschap horen. Laat de beenderen jubelen die U verbrijzeld hebt.
תַּ֭שְׁמִיעֵנִי
(tashmieni)
laat mij horen
שָׂשׂ֣וֹן
(sason)
vreugde
וְשִׂמְחָ֑ה
(vesimcha)
en blijdschap
תָּ֝גֵ֗לְנָה
(tagelena)
laten jubelen
עֲצָמ֥וֹת
(atsamot)
beenderen
דִּכִּֽיתָ
(dikita)
U hebt verbrijzeld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11Verberg Uw aangezicht voor mijn zonden en delg al mijn schuld uit.
הַסְתֵּ֣ר
(haster)
verberg
פָּ֭נֶיךָ
(paneikha)
Uw aangezicht
מֵחֲטָאָ֑י
(mechataay)
voor mijn zonden
וְֽכָל
(vekhal)
en al
עֲוֺ֖נֹתַ֣י
(avonotay)
mijn schuld
מְחֵֽה
(meche)
delg uit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Schep in mij een rein hart

12Schep voor mij een rein hart, Elohim, en vernieuw in mijn binnenste een standvastige geest.
לֵ֣ב
(lev)
hart
טָ֭הוֹר
(tahor)
rein
בְּרָא
(bera)
schep
לִ֣י
(li)
voor mij
אֱלֹהִ֑ים
(Elohim)
Elohim
וְר֥וּחַ
(veruach)
en geest
נָ֝כ֗וֹן
(nakhon)
standvastig
חַדֵּ֥שׁ
(chadesh)
vernieuw
בְּקִרְבִּֽי
(beqirbi)
in mijn binnenste
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בָּרָא (bara), ‘scheppen’: het werkwoord waarmee Elohim in Gen. 1:1 hemel en aarde schiep.

נָכוֹן (nakon), ‘standvastig’: vast en betrouwbaar.

13Werp mij niet weg van Uw aangezicht en neem Uw heilige Geest niet van mij weg.
אַל
(al)
niet
תַּשְׁלִיכֵ֥נִי
(tashlikheni)
werp mij weg
מִלְּפָנֶ֑יךָ
(milefaneikha)
van Uw aangezicht
וְר֥וּחַ
(veruach)
en Geest
קָ֝דְשְׁךָ֗
(qadeshekha)
Uw heilige
אַל
(al)
niet
תִּקַּ֥ח
(tiqach)
neem
מִמֶּֽנִּי
(mimeni)
van mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רוּחַ קָדְשְׁךָ (ruach qodshecha), ‘Uw heilige Geest’: deze uitdrukking komt in het Oude Testament slechts op twee plaatsen voor, hier en in Jes. 63:10–11.

14Geef mij de vreugde van Uw heil terug en ondersteun mij met een willige geest.
הָשִׁ֣יבָה
(hashiva)
geef terug
לִּ֭י
(li)
aan mij
שְׂשׂ֣וֹן
(seson)
vreugde van
יִשְׁעֶ֑ךָ
(yishekha)
Uw heil
וְר֖וּחַ
(veruach)
en geest
נְדִיבָ֣ה
(nediva)
willige
תִסְמְכֵֽנִי
(tismekheni)
ondersteun mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15Ik zal overtreders Uw wegen leren, en zondaars zullen naar U terugkeren.
אֲלַמְּדָ֣ה
(alameda)
ik zal leren
פֹשְׁעִ֣ים
(posheim)
overtreders
דְּרָכֶ֑יךָ
(derakheikha)
Uw wegen
וְ֝חַטָּאִ֗ים
(vechataim)
en zondaars
אֵלֶ֥יךָ
(eleikha)
tot U
יָשֽׁוּבוּ
(yashuvu)
zullen terugkeren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16Bevrijd mij van bloedvergieten, Elohim, Elohim van mijn redding. Dan zal mijn tong jubelen over Uw gerechtigheid.
הַצִּ֘ילֵ֤נִי
(hatsileni)
bevrijd mij
מִדָּמִ֨ים
(midamim)
van bloedvergieten
אֱֽלֹהִ֗ים
(Elohim)
Elohim
אֱלֹהֵ֥י
(elohei)
Elohim van
תְּשׁוּעָתִ֑י
(teshuati)
mijn redding
תְּרַנֵּ֥ן
(teranen)
zal jubelen
לְ֝שׁוֹנִ֗י
(leshoni)
mijn tong
צִדְקָתֶֽךָ
(tsidqatekha)
Uw gerechtigheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דָּמִים (damim), ‘bloedvergieten’: letterlijk ‘bloeden’ (meervoud); bloed dat is vergoten en dat schuld brengt.

תְּשׁוּעָה (teshuah), ‘redding’.

Wat Elohim behaagt

17Mijn Heer, open mijn lippen, en mijn mond zal Uw lof verkondigen.
אֲ֭דֹנָי
(adonay)
mijn Heer
שְׂפָתַ֣י
(sefatay)
mijn lippen
תִּפְתָּ֑ח
(tiftach)
open
וּ֝פִ֗י
(ufi)
en mijn mond
יַגִּ֥יד
(yagid)
zal verkondigen
תְּהִלָּתֶֽךָ
(tehilatekha)
Uw lof
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: een aanspreking van Yahweh.

18Want U hebt geen behagen in een slachtoffer, anders zou ik het geven. In een brandoffer hebt U geen welgevallen.
כִּ֤י
(ki)
want
לֹא
(lo)
niet
תַחְפֹּ֣ץ
(tachpots)
U hebt behagen
זֶ֣בַח
(zevach)
slachtoffer
וְאֶתֵּ֑נָה
(veetena)
zodat ik zou geven
ע֝וֹלָ֗ה
(ola)
brandoffer
לֹ֣א
(lo)
niet
תִרְצֶֽה
(tirtse)
U hebt welgevallen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19De slachtoffers van Elohim zijn een gebroken geest. Een gebroken en verbrijzeld hart veracht U niet, Elohim.
זִֽבְחֵ֣י
(zivchei)
slachtoffers van
אֱלֹהִים֮
(Elohim)
Elohim
ר֪וּחַ
(ruach)
geest
נִשְׁבָּ֫רָ֥ה
(nishbara)
gebroken
לֵב
(lev)
hart
נִשְׁבָּ֥ר
(nishbar)
gebroken
וְנִדְכֶּ֑ה
(venidke)
en verbrijzeld
אֱ֝לֹהִ֗ים
(Elohim)
Elohim
לֹ֣א
(lo)
niet
תִבְזֶֽה
(tivze)
U veracht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20Doe Sion wel naar Uw welbehagen. Bouw de muren van Jeruzalem.
הֵיטִ֣יבָה
(heitiva)
doe wel
בִ֭רְצוֹנְךָ
(birtsonekha)
naar Uw welbehagen
אֶת
(et)
(obj.)
צִיּ֑וֹן
(tsiyon)
Sion
תִּ֝בְנֶ֗ה
(tivne)
bouw
חוֹמ֥וֹת
(chomot)
muren van
יְרוּשָׁלִָֽם
(yerushaliam)
Jeruzalem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

21Dan zult U behagen hebben in slachtoffers van gerechtigheid, in brandoffer en volledig offer. Dan zullen stieren op Uw altaar worden opgebracht.
אָ֤ז
(az)
dan
תַּחְפֹּ֣ץ
(tachpots)
zult U behagen hebben in
זִבְחֵי
(zivchei)
slachtoffers van
צֶ֭דֶק
(tsedeq)
gerechtigheid
עוֹלָ֣ה
(ola)
brandoffer
וְכָלִ֑יל
(vekhalil)
en volledig offer
אָ֤ז
(az)
dan
יַעֲל֖וּ
(yaalu)
zullen opgebracht worden
עַל
(al)
op
מִזְבַּחֲךָ֣
(mizbachakha)
Uw altaar
פָרִֽים
(parim)
stieren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כָּלִיל (kalil), ‘volledig offer’: het hele offer gaat op in het vuur; zie Lev. 6:15–16.