Elohim Bijbel

Psalmen 57

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Ik schuil in de schaduw van Uw vleugels

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Opschrift

1Voor de koorleider. ‘Verwoest niet.’ Van David. Een Michtam, toen hij voor Saul vluchtte, in de grot.
לַמְנַצֵּ֣חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
אַל
(al)
verwoest
תַּ֭שְׁחֵת
(tashchet)
niet
לְדָוִ֣ד
(ledavid)
van David
מִכְתָּ֑ם
(mikhtam)
Michtam
בְּבָרְח֥וֹ
(bevarecho)
toen hij vluchtte
מִפְּנֵי
(mipenei)
voor
שָׁ֝א֗וּל
(shaul)
Saul
בַּמְּעָרָֽה
(bameara)
in de grot
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Grot (Adullam?; ligging onzeker): In de opschriften van Psalm 57 en 142 wordt niet gezegd welke grot bedoeld is.

Volgens 1 Samuël 22:1 vluchtte David naar de grot van Adullam, in de Sefela ten zuidwesten van Jeruzalem.

Dit is niet zeker.

Zie Grot (En-Gedi?; ligging onzeker): Een andere grot uit het leven van David is die bij En-Gedi, aan de Dode Zee (1 Samuël 24:4).

Welke grot de opschriften van Psalm 57 en 142 bedoelen, is niet zeker.

Uitleg

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker; wij vertalen ‘koorleider’.

אַל תַּשְׁחֵת (al tashchet), ‘verwoest niet’: waarschijnlijk de naam van een melodie of een aanwijzing voor het zingen. De betekenis is onzeker. Het staat ook boven Ps. 58, 59 en 75.

מִכְתָּם (michtam), ‘Michtam’: de betekenis is onzeker.

Het opschrift verwijst naar Davids vlucht voor Saul. Een grot komt voor in 1 Sam. 22:1 (de grot van Adullam) en in 1 Sam. 24:4 (de grot bij En-Gedi).

Ik schuil bij U

2Wees mij genadig, Elohim, wees mij genadig. Want bij U schuilt mijn ziel. In de schaduw van Uw vleugels schuil ik, tot het verderf voorbij is.
חָנֵּ֤נִי
(chaneni)
wees mij genadig
אֱלֹהִ֨ים
(Elohim)
Elohim
חָנֵּ֗נִי
(chaneni)
wees mij genadig
כִּ֥י
(ki)
want
בְךָ֮
(bekha)
bij U
חָסָ֪יָה
(chasaya)
schuilt
נַ֫פְשִׁ֥י
(nafshi)
mijn ziel
וּבְצֵֽל
(uvetsel)
en in de schaduw van
כְּנָפֶ֥יךָ
(kenafeikha)
Uw vleugels
אֶחְסֶ֑ה
(echse)
ik schuil
עַ֝֗ד
(ad)
tot
יַעֲבֹ֥ר
(yaavor)
voorbijgaat
הַוּֽוֹת
(hauot)
het verderf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven of de hele persoon.

הַוּוֹת (havvot), ‘het verderf’: ondergang, rampen die over iemand komen.

3Ik roep tot Elohim, de Allerhoogste, tot El, die het voor mij tot een einde brengt.
אֶ֭קְרָא
(eqra)
ik roep
לֵֽאלֹהִ֣ים
(lElohim)
tot Elohim
עֶלְי֑וֹן
(elyon)
Allerhoogste
לָ֝אֵ֗ל
(lael)
tot El
גֹּמֵ֥ר
(gomer)
die voltooit
עָלָֽי
(alay)
voor mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֶלְיוֹן (elyon), ‘de Allerhoogste’: een naam of titel van Elohim, de Hoogste boven alles.

אֵל (el), ‘El’: een korte vorm van Elohim.

גֹּמֵר (gomer), ‘die voltooit’: Elohim brengt Zijn werk voor mij tot het einde.

4Hij zendt uit de hemel en redt mij. Hij beschaamt wie mij belaagt. Sela. Elohim zendt Zijn trouw en Zijn waarheid.
יִשְׁלַ֤ח
(yishlach)
Hij zendt
מִשָּׁמַ֨יִם
(mishamayim)
uit de hemel
וְֽיוֹשִׁיעֵ֗נִי
(veyoshieni)
en Hij redt mij
חֵרֵ֣ף
(cheref)
beschaamt
שֹׁאֲפִ֣י
(shoafi)
wie mij belaagt
סֶ֑לָה
(sela)
Sela
יִשְׁלַ֥ח
(yishlach)
zendt
אֱ֝לֹהִ֗ים
(Elohim)
Elohim
חַסְדּ֥וֹ
(chasdo)
Zijn trouw
וַאֲמִתּֽוֹ
(vaamito)
en Zijn waarheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סֶלָה (sela), ‘Sela’: de betekenis is onzeker, waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze.

חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid. אֱמֶת (emet), ‘waarheid’: betrouwbaarheid. Samen noemen ze twee kanten van Elohims trouw, zoals in 2 Sam. 2:6.

Tussen de leeuwen

5Mijn ziel is te midden van leeuwen. Ik lig neer bij laaiende mensenkinderen. Hun tanden zijn speer en pijlen. Hun tong is een scherp zwaard.
נַפְשִׁ֤י
(nafshi)
mijn ziel
בְּת֥וֹךְ
(betokh)
te midden van
לְבָאִם֮
(levaim)
leeuwen
אֶשְׁכְּבָ֪ה
(eshkeva)
ik lig neer
לֹ֫הֲטִ֥ים
(lohatim)
laaiend
בְּֽנֵי
(benei)
zonen van
אָדָ֗ם
(adam)
mensen
שִׁ֭נֵּיהֶם
(shineihem)
hun tanden
חֲנִ֣ית
(chanit)
speer
וְחִצִּ֑ים
(vechitsim)
en pijlen
וּ֝לְשׁוֹנָ֗ם
(uleshonam)
en hun tong
חֶ֣רֶב
(cherev)
zwaard
חַדָּֽה
(chada)
scherp
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לֹהֲטִים (lohatim), ‘laaiend’: mensen die als vuur branden van woede.

De vergelijking met leeuwen, speren, pijlen en zwaarden is letterlijk bedoeld als beeld van de vijanden.

6Verhef U boven de hemel, Elohim. Uw heerlijkheid zij over heel de aarde.
ר֣וּמָה
(ruma)
verhef U
עַל
(al)
boven
הַשָּׁמַ֣יִם
(hashamayim)
de hemel
אֱלֹהִ֑ים
(Elohim)
Elohim
עַ֖ל
(al)
over
כָּל
(kal)
heel
הָאָ֣רֶץ
(haarets)
de aarde
כְּבוֹדֶֽךָ
(kevodekha)
Uw heerlijkheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כָּבוֹד (kavod), ‘heerlijkheid’: de zichtbare grootheid en eer van Elohim.

Dit vers is het refrein van de psalm en staat ook in vers 12.

Zij vallen in hun eigen kuil

7Een net hebben zij gespreid voor mijn voeten; mijn ziel is ineengedoken. Zij groeven een kuil voor mij. Zij zijn er zelf in gevallen. Sela.
רֶ֤שֶׁת
(reshet)
een net
הֵכִ֣ינוּ
(hekhinu)
zij hebben gespreid
לִפְעָמַי֮
(lifamay)
voor mijn voeten
כָּפַ֪ף
(kafaf)
is ineengedoken
נַ֫פְשִׁ֥י
(nafshi)
mijn ziel
כָּר֣וּ
(karu)
zij groeven
לְפָנַ֣י
(lefanay)
voor mij
שִׁיחָ֑ה
(shicha)
een kuil
נָפְל֖וּ
(nafelu)
zij zijn gevallen
בְתוֹכָ֣הּ
(betokhah)
erin
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘Zij zijn er zelf in gevallen’: de vijand valt in de kuil die hij voor de dichter groef.

Mijn hart is vast

8Mijn hart is vast, Elohim, mijn hart is vast. Ik wil zingen en psalmen spelen.
נָ֘כ֤וֹן
(nakhon)
vast
לִבִּ֣י
(libi)
mijn hart
אֱ֭לֹהִים
(Elohim)
Elohim
נָכ֣וֹן
(nakhon)
vast
לִבִּ֑י
(libi)
mijn hart
אָ֝שִׁ֗ירָה
(ashira)
ik wil zingen
וַאֲזַמֵּֽרָה
(vaazamera)
en ik wil psalmen spelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vers 8–12 staat ook in Ps. 108:2–6.

9Word wakker, mijn eer. Word wakker, harp en lier. Ik wil de dageraad wakker maken.
ע֤וּרָה
(ura)
word wakker
כְבוֹדִ֗י
(kevodi)
mijn eer
ע֭וּרָֽה
(ura)
word wakker
הַנֵּ֥בֶל
(hanevel)
harp
וְכִנּ֗וֹר
(vekhinor)
en lier
אָעִ֥ירָה
(aira)
ik wil wakker maken
שָּֽׁחַר
(shachar)
de dageraad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֵבֶל (nevel), ‘harp’, en כִּנּוֹר (kinnor), ‘lier’: twee snaarinstrumenten.

כְּבוֹדִי (kevodi), ‘mijn eer’: de dichter spreekt zijn eigen ziel toe. Zie Ps. 108:2.

10Ik zal U danken onder de volken, mijn Heer. Ik zal U bezingen onder de naties.
אוֹדְךָ֖
(odekha)
ik zal danken
בָעַמִּ֥ים
(baamim)
onder de volken
אֲדֹנָ֑י
(adonay)
mijn Heer
אֲ֝זַמֶּרְךָ֗
(azamerkha)
ik zal bezingen
בַּל
(bal)
onder
אֻמִּֽים
(umim)
de naties
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: een aanspreking van Elohim.

11Want groot, tot aan de hemel, is Uw trouw. Tot aan de wolken reikt Uw waarheid.
כִּֽי
(ki)
want
גָדֹ֣ל
(gadol)
groot
עַד
(ad)
tot aan
שָׁמַ֣יִם
(shamayim)
de hemel
חַסְדֶּ֑ךָ
(chasdekha)
Uw trouw
וְֽעַד
(vead)
en tot aan
שְׁחָקִ֥ים
(shechaqim)
de wolken
אֲמִתֶּֽךָ
(amitekha)
Uw waarheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Verhef U boven de hemel, Elohim. Uw heerlijkheid zij over heel de aarde.
ר֣וּמָה
(ruma)
verhef U
עַל
(al)
boven
שָׁמַ֣יִם
(shamayim)
de hemel
אֱלֹהִ֑ים
(Elohim)
Elohim
עַ֖ל
(al)
over
כָּל
(kal)
heel
הָאָ֣רֶץ
(haarets)
de aarde
כְּבוֹדֶֽךָ
(kevodekha)
Uw heerlijkheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)