Elohim Bijbel

Psalmen 130

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Uit de diepten roep ik tot U

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Uit de diepten

1Een lied van de opgangen. Uit de diepten roep ik U, Yahweh.
שִׁ֥יר
(shir)
lied van
הַֽמַּעֲל֑וֹת
(hamaalot)
de opgangen
מִמַּעֲמַקִּ֖ים
(mimaamaqim)
uit de diepten
קְרָאתִ֣יךָ
(qeratikha)
ik roep U
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִמַּעֲמַקִּים (mimma’amaqqim), ‘uit de diepten’: diep water of de diepte van de dood.

De dichter roept vanuit de grootste nood.

2Mijn Heer, hoor mijn stem. Laat Uw oren opmerkzaam zijn op de stem van mijn smeekbeden.
אֲדֹנָי֮
(adonay)
mijn Heer
שִׁמְעָ֪ה
(shima)
hoor
בְק֫וֹלִ֥י
(beqoli)
naar mijn stem
תִּהְיֶ֣ינָה
(tihyeina)
laat zijn
אָ֭זְנֶיךָ
(azeneikha)
Uw oren
קַשֻּׁב֑וֹת
(qashuvot)
opmerkzaam
לְ֝ק֗וֹל
(leqol)
naar de stem van
תַּחֲנוּנָֽי
(tachanunay)
mijn smeekbeden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: aanspreking van Yahweh.

Zo vertalen wij het ook in vers 3 en 6.

Bij U is vergeving

3Als U ongerechtigheden bewaart, Jah, mijn Heer, wie kan dan standhouden?
אִם
(im)
als
עֲוֺנ֥וֹת
(avonot)
ongerechtigheden
תִּשְׁמָר
(tishmar)
U bewaart
יָ֑הּ
(yah)
Jah
אֲ֝דֹנָ֗י
(adonay)
mijn Heer
מִ֣י
(mi)
wie
יַעֲמֹֽד
(yaamod)
kan standhouden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יָהּ (Jah): een korte vorm van Yahweh.

Zie ook 68:5.

עֲוֹנוֹת (avonot), ‘ongerechtigheden’: schuld en wat verdraaid is. שָׁמַר (shamar) is hier ‘bewaren’, dat wil zeggen: bijhouden en onthouden.

4Maar bij U is de vergeving, opdat U gevreesd wordt.
כִּֽי
(ki)
maar
עִמְּךָ֥
(imekha)
bij U
הַסְּלִיחָ֑ה
(haselicha)
de vergeving
לְ֝מַ֗עַן
(lemaan)
opdat
תִּוָּרֵֽא
(tivare)
U gevreesd wordt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סְלִיחָה (selichah), ‘vergeving’.

‘Opdat U gevreesd wordt’: door vergeving komt eerbied, niet angst voor straf.

Wachten op Yahweh

5Ik hoop op Yahweh, mijn ziel hoopt, en op Zijn woord wacht ik.
קִוִּ֣יתִי
(qiviti)
ik hoop
יְ֭הוָה
(Yahweh)
op Yahweh
קִוְּתָ֣ה
(qiveta)
hoopt
נַפְשִׁ֑י
(nafshi)
mijn ziel
וְֽלִדְבָר֥וֹ
(velidvaro)
en op Zijn woord
הוֹחָֽלְתִּי
(hochalti)
wacht ik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: de mens zelf, met zijn verlangen.

Wij vertalen קָוָה (qavah) met ‘hopen’ en יָחַל (yachal) met ‘wachten’.

6Mijn ziel is gericht op mijn Heer, meer dan bewakers op de morgen, bewakers op de morgen.
נַפְשִׁ֥י
(nafshi)
mijn ziel
לַֽאדֹנָ֑י
(ladonay)
naar mijn Heer
מִשֹּׁמְרִ֥ים
(mishomerim)
meer dan bewakers
לַ֝בֹּ֗קֶר
(laboqer)
op de morgen
שֹׁמְרִ֥ים
(shomerim)
bewakers
לַבֹּֽקֶר
(laboqer)
op de morgen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Israël, wacht op Yahweh, want bij Yahweh is de trouw, en bij Hem is de vrijkoping overvloedig.
יַחֵ֥ל
(yachel)
wacht
יִשְׂרָאֵ֗ל
(yisrael)
Israël
אֶל
(el)
op
יְה֫וָה
(Yahweh)
Yahweh
כִּֽי
(ki)
want
עִם
(im)
bij
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
הַחֶ֑סֶד
(hachesed)
de trouw
וְהַרְבֵּ֖ה
(veharbe)
en overvloedig
עִמּ֣וֹ
(imo)
bij Hem
פְדֽוּת
(pedut)
de vrijkoping
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid.

פְּדוּת (fedut), ‘vrijkoping’: een slaaf of gevangene wordt met een prijs vrijgekocht.

Zo kocht Yahweh Israël vrij uit Egypte (Deut. 7:8; 15:15).

8En Hij zal Israël vrijkopen van al zijn ongerechtigheden.
וְ֭הוּא
(vehu)
en Hij
יִפְדֶּ֣ה
(yifde)
zal vrijkopen
אֶת
(et)
(obj.)
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
מִ֝כֹּ֗ל
(mikol)
van al
עֲוֺנֹתָֽיו
(avonotav)
zijn ongerechtigheden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)