Elohim Bijbel

Psalmen 59

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Bevrijd mij van mijn vijanden, Elohim, mijn hoge toevlucht

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Opschrift

1Voor de koorleider. ‘Verwoest niet.’ Van David. Een Michtam, toen Saul boden stuurde en zij het huis bewaakten om hem te doden.
לַמְנַצֵּ֣חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
אַל
(al)
verwoest
תַּשְׁחֵת֮
(tashchet)
niet
לְדָוִ֪ד
(ledavid)
van David
מִ֫כְתָּ֥ם
(mikhtam)
Michtam
בִּשְׁלֹ֥חַ
(bishloach)
toen stuurde
שָׁא֑וּל
(shaul)
Saul
וַֽיִּשְׁמְר֥וּ
(vayishmeru)
en zij bewaakten
אֶת
(et)
(obj.)
הַ֝בַּ֗יִת
(habayit)
het huis
לַהֲמִיתֽוֹ
(lahamito)
om hem te doden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker; wij vertalen ‘koorleider’.

אַל תַּשְׁחֵת (al tashchet), ‘verwoest niet’: waarschijnlijk de naam van een melodie. De betekenis is onzeker. Zie ook Ps. 57:1.

מִכְתָּם (michtam), ‘Michtam’: de betekenis is onzeker.

Het opschrift verwijst naar 1 Sam. 19:11, waar Saul boden naar Davids huis stuurt.

Bevrijd mij van wie mij belagen

2Bevrijd mij van mijn vijanden, mijn Elohim. Zet mij hoog, buiten het bereik van wie tegen mij opstaan.
הַצִּילֵ֖נִי
(hatsileni)
bevrijd mij
מֵאֹיְבַ֥י
(meoyevay)
van mijn vijanden
אֱלֹהָ֑י
(elohay)
mijn Elohim
מִּמִתְקוֹמְמַ֥י
(mimitqomemay)
van wie tegen mij opstaan
תְּשַׂגְּבֵֽנִי
(tesageveni)
zet mij hoog
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3Bevrijd mij van wie onrecht doen. Red mij van mannen van bloed.
הַ֭צִּילֵנִי
(hatsileni)
bevrijd mij
מִפֹּ֣עֲלֵי
(mipoalei)
van de daders van
אָ֑וֶן
(aven)
onrecht
וּֽמֵאַנְשֵׁ֥י
(umeanshei)
en van mannen van
דָ֝מִ֗ים
(damim)
bloed
הוֹשִׁיעֵֽנִי
(hoshieni)
red mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
4Want zie, zij liggen op de loer op mijn leven. Sterke mannen vallen mij aan. Niet om mijn overtreding en niet om mijn zonde, Yahweh.
כִּ֤י
(ki)
want
הִנֵּ֪ה
(hine)
zie
אָֽרְב֡וּ
(arevu)
zij liggen op de loer
לְנַפְשִׁ֗י
(lenafshi)
op mijn leven
יָג֣וּרוּ
(yaguru)
vallen aan
עָלַ֣י
(alay)
mij
עַזִ֑ים
(azim)
sterke mannen
לֹא
(lo)
niet
פִשְׁעִ֖י
(pishi)
om mijn overtreding
וְלֹא
(velo)
en niet
חַטָּאתִ֣י
(chatati)
om mijn zonde
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven of de hele persoon.

Wij vertalen hier ‘leven’.

יָגוּרוּ (yaguru), ‘zij vallen aan’: letterlijk ‘zij verzamelen zich’ om aan te vallen.

Word wakker, Yahweh

5Zonder dat ik schuld heb, rennen zij op mij af en nemen zij stelling in. Word wakker, kom mij tegemoet en zie.
בְּֽלִי
(beli)
zonder
עָ֭וֺן
(avon)
schuld
יְרוּצ֣וּן
(yerutsun)
zij rennen
וְיִכּוֹנָ֑נוּ
(veyikonanu)
en zij nemen stelling in
ע֖וּרָה
(ura)
word wakker
לִקְרָאתִ֣י
(liqrati)
mij tegemoet
וּרְאֵה
(uree)
en zie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6U, Yahweh, Elohim van de legermachten, Elohim van Israël, word wakker om alle volken te bezoeken. Wees niet genadig aan alle trouwelozen die onrecht doen. Sela.
וְאַתָּ֤ה
(veata)
en U
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהִ֥ים
(Elohim)
Elohim
צְבָא֡וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
אֱלֹ֘הֵ֤י
(elohei)
Elohim van
יִשְׂרָאֵ֗ל
(yisrael)
Israël
הָקִ֗יצָה
(haqitsa)
word wakker
לִפְקֹ֥ד
(lifqod)
om te bezoeken
כָּֽל
(kal)
alle
הַגּוֹיִ֑ם
(hagoyim)
de volken
אַל
(al)
niet
תָּחֹ֨ן
(tachon)
wees genadig
כָּל
(kal)
aan alle
בֹּ֖גְדֵי
(bogedei)
trouwelozen
אָ֣וֶן
(aven)
onrecht
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Hier staan drie namen achter elkaar: Yahweh, Elohim van de legermachten en Elohim van Israël.

Tsevaot (צְבָאוֹת) betekent ‘legers’.

לִפְקֹד (lifqod), ‘bezoeken’: hier betekent het dat Elohim de volken ter verantwoording roept en straft. Zo ook in 1 Sam. 2:21, waar Yahweh Hanna ‘bezoekt’ met zegen.

בֹּגְדֵי (bogdei), ‘trouwelozen’: mensen die het verbond met Elohim of met anderen verraden.

סֶלָה (sela), ‘Sela’: de betekenis is onzeker, waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze.

De vijanden zwerven rond als honden

7Zij keren terug tegen de avond. Zij grommen als een hond en gaan rond door de stad.
יָשׁ֣וּבוּ
(yashuvu)
zij keren terug
לָ֭עֶרֶב
(laerev)
tegen de avond
יֶהֱמ֥וּ
(yehemu)
zij grommen
כַכָּ֗לֶב
(kakalev)
als een hond
וִיס֥וֹבְבוּ
(visovevu)
en zij gaan rond
עִֽיר
(ir)
de stad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Zie, zij spuwen met hun mond; zwaarden zijn op hun lippen. Want wie hoort het?
הִנֵּ֤ה
(hine)
zie
יַבִּ֘יע֤וּן
(yabiun)
zij spuwen
בְּפִיהֶ֗ם
(befihem)
met hun mond
חֲ֭רָבוֹת
(charavot)
zwaarden
בְּשִׂפְתוֹתֵיהֶ֑ם
(besiftoteihem)
op hun lippen
כִּי
(ki)
want
מִ֥י
(mi)
wie
שֹׁמֵֽעַ
(shomea)
hoort
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יַבִּיעוּן (yabbi’un), ‘zij spuwen’: het water of de woorden stromen uit de mond als een bron.

9Maar U, Yahweh, lacht om hen. U bespot alle volken.
וְאַתָּ֣ה
(veata)
en U
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
תִּשְׂחַק
(tischaq)
lacht
לָ֑מוֹ
(lamo)
om hen
תִּ֝לְעַ֗ג
(tilag)
bespot
לְכָל
(lekhal)
alle
גּוֹיִֽם
(goyim)
volken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Elohim is mijn hoge toevlucht

10Wegens zijn kracht houd ik de wacht voor U. Want Elohim is mijn hoge toevlucht.
עֻ֭זּוֹ
(uzo)
zijn kracht
אֵלֶ֣יךָ
(eleikha)
naar U
אֶשְׁמֹ֑רָה
(eshmora)
ik houd de wacht
כִּֽי
(ki)
want
אֱ֝לֹהִ֗ים
(Elohim)
Elohim
מִשְׂגַּבִּֽי
(misgabi)
mijn hoge toevlucht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Het Hebreeuws heeft עֻזּוֹ (uzzo), ‘zijn kracht’: de kracht van de vijand.

Wij vertalen ‘wegens zijn kracht’.

Wij volgen de Masoretische tekst.

In vers 18 staat עֻזִּי (uzzi), ‘mijn sterkte’.

Sommige oude vertalingen lezen dat ook hier.

Als zij gelijk hebben, staat er: ‘Mijn sterkte, op U wacht ik.’

11De Elohim van mijn trouw komt mij tegemoet. Elohim laat mij mijn belagers zien.
אֱלֹהֵ֣י
(elohei)
Elohim van
חַסְדִּ֣י
(chasdi)
mijn trouw
יְקַדְּמֵ֑נִי
(yeqademeni)
komt mij tegemoet
אֱ֝לֹהִ֗ים
(Elohim)
Elohim
יַרְאֵ֥נִי
(yareni)
laat mij zien
בְשֹׁרְרָֽי
(beshoreray)
mijn belagers
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid.

‘De Elohim van mijn trouw’ is de Elohim die mij trouw bewijst.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is חסדו (chasdo), ‘Zijn trouw’.

De te lezen vorm (qere) is חַסְדִּי (chasdi), ‘mijn trouw’.

Wij volgen de qere.

Zie ook vers 18.

Een bede om hun val

12Dood hen niet, anders vergeet mijn volk het. Laat hen zwerven door Uw kracht en breng hen neer, ons schild, mijn Heer.
אַל
(al)
niet
תַּהַרְגֵ֤ם
(tahargem)
dood hen
פֶּֽן
(pen)
anders
יִשְׁכְּח֬וּ
(yishkechu)
vergeten
עַמִּ֗י
(ami)
mijn volk
הֲנִיעֵ֣מוֹ
(haniemo)
laat hen zwerven
בְ֭חֵילְךָ
(becheilekha)
door Uw kracht
וְהוֹרִידֵ֑מוֹ
(vehoridemo)
en breng hen neer
מָֽגִנֵּ֣נוּ
(maginenu)
ons schild
אֲדֹנָֽי
(adonay)
mijn Heer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘Dood hen niet, anders vergeet mijn volk het’: de dichter vraagt dat het oordeel zichtbaar blijft, zodat het volk het onthoudt.

Wij vertalen de woorden letterlijk.

מָגֵן (magen), ‘schild’ is een beeld van Elohim als beschermer.

אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: een aanspreking van Elohim.

13Om de zonde van hun mond, het woord van hun lippen, laat hen gevangen worden in hun hoogmoed. Om de vloek en de leugen die zij vertellen.
חַטַּאת
(chatat)
zonde van
פִּ֗ימוֹ
(pimo)
hun mond
דְּֽבַר
(devar)
woord van
שְׂפָ֫תֵ֥ימוֹ
(sefateimo)
hun lippen
וְיִלָּכְד֥וּ
(veyilakhedu)
en laat gevangen worden
בִגְאוֹנָ֑ם
(bigonam)
in hun hoogmoed
וּמֵאָלָ֖ה
(umeala)
en om de vloek
וּמִכַּ֣חַשׁ
(umikachash)
en om de leugen
יְסַפֵּֽרוּ
(yesaperu)
zij vertellen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אָלָה (alah), ‘vloek’: een uitgesproken vervloeking.

De dichter wil dat de vijanden vallen in hun eigen woorden.

14Maak er een eind aan in toorn, maak er een eind aan, zodat zij er niet meer zijn. Dan zullen zij weten dat Elohim heerst in Jakob, tot de einden van de aarde. Sela.
כַּלֵּ֥ה
(kale)
maak een eind
בְחֵמָה֮
(bechema)
in toorn
כַּלֵּ֪ה
(kale)
maak een eind
וְֽאֵ֫ינֵ֥מוֹ
(veeinemo)
zodat zij er niet meer zijn
וְֽיֵדְע֗וּ
(veyedeu)
en zij zullen weten
כִּֽי
(ki)
dat
אֱ֭לֹהִים
(Elohim)
Elohim
מֹשֵׁ֣ל
(moshel)
heerst
בְּיַעֲקֹ֑ב
(beyaaqov)
in Jakob
לְאַפְסֵ֖י
(leafsei)
tot de einden van
הָאָ֣רֶץ
(haarets)
de aarde
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit is een bede om het oordeel.

Wij vertalen de woorden letterlijk, zonder verzachting.

15Zij keren terug tegen de avond. Zij grommen als een hond en gaan rond door de stad.
וְיָשׁ֣וּבוּ
(veyashuvu)
en zij keren terug
לָ֭עֶרֶב
(laerev)
tegen de avond
יֶהֱמ֥וּ
(yehemu)
zij grommen
כַכָּ֗לֶב
(kakalev)
als een hond
וִיס֥וֹבְבוּ
(visovevu)
en zij gaan rond
עִֽיר
(ir)
de stad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Dit is het refrein van vers 7, nu met ‘en’ ervoor.

16Zij zwerven rond om te eten. Worden zij niet verzadigd, dan morren zij.
הֵ֭מָּה
(hema)
zij
יְנִיע֣וּן
(yeniun)
zij zwerven rond
לֶאֱכֹ֑ל
(leekhol)
om te eten
אִם
(im)
als
לֹ֥א
(lo)
niet
יִ֝שְׂבְּע֗וּ
(yisbeu)
zij verzadigd worden
וַיָּלִֽינוּ
(vayalinu)
dan morren zij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

וַיָּלִינוּ (vayyalinu): het kan komen van het werkwoord ‘overnachten’ (zij blijven de nacht rondhangen) of van ‘morren’.

Wij kiezen ‘morren’.

De betekenis is onzeker.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is ינועו (yenu’u), de te lezen vorm (qere) is יְנִיעוּן (yeni’un).

Beide betekenen ‘zij zwerven rond’.

Wij volgen de qere.

Ik zing van Uw sterkte

17Maar ik zal zingen van Uw sterkte. In de morgen jubel ik over Uw trouw. Want U bent mijn hoge toevlucht geweest, een toevlucht op de dag van mijn nood.
וַאֲנִ֤י
(vaani)
en ik
אָשִׁ֣יר
(ashir)
zal zingen
עֻזֶּךָ֮
(uzekha)
Uw sterkte
וַאֲרַנֵּ֥ן
(vaaranen)
en ik zal jubelen
לַבֹּ֗קֶר
(laboqer)
in de morgen
חַ֫סְדֶּ֥ךָ
(chasdekha)
Uw trouw
כִּֽי
(ki)
want
הָיִ֣יתָ
(hayita)
U bent geweest
מִשְׂגָּ֣ב
(misgav)
hoge toevlucht
לִ֑י
(li)
voor mij
וּ֝מָנ֗וֹס
(umanos)
en toevlucht
בְּי֣וֹם
(beyom)
op de dag van
צַר
(tsar)
nood
לִֽי
(li)
voor mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֹז (oz), ‘sterkte’: de kracht die Elohim geeft.

Vers 17–18 vormen het lofzeggende slot van de psalm, tegenover het refrein in vers 7 en 15.

18Mijn sterkte, U zing ik psalmen toe. Want Elohim is mijn hoge toevlucht, de Elohim van mijn trouw.
עֻ֭זִּי
(uzi)
mijn sterkte
אֵלֶ֣יךָ
(eleikha)
naar U
אֲזַמֵּ֑רָה
(azamera)
ik zal psalmen zingen
כִּֽי
(ki)
want
אֱלֹהִ֥ים
(Elohim)
Elohim
מִ֝שְׂגַּבִּ֗י
(misgabi)
mijn hoge toevlucht
אֱלֹהֵ֥י
(elohei)
Elohim van
חַסְדִּֽי
(chasdi)
mijn trouw
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)