Elohim Bijbel

Deuteronomium 4

12345678910111213141516171819202122232425262728293031323334

Houd je aan Yahweh: geen beelden, wel de wet

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Luister naar de voorschriften en rechtsregels

1En nu, Israël, luister naar de voorschriften en de rechtsregels die ik jullie leer om te doen, zodat jullie leven. Zo kunnen jullie het land binnengaan en in bezit nemen dat Yahweh, de Elohim van jullie vaders, jullie geeft.
וְעַתָּ֣ה
(veata)
en nu
יִשְׂרָאֵ֗ל
(yisrael)
Israël
שְׁמַ֤ע
(shema)
luister
אֶל
(el)
naar
הַֽחֻקִּים֙
(hachuqim)
de voorschriften
וְאֶל
(veel)
en naar
הַמִּשְׁפָּטִ֔ים
(hamishpatim)
de rechtsregels
אֲשֶׁ֧ר
(asher)
die
אָֽנֹכִ֛י
(anokhi)
ik
מְלַמֵּ֥ד
(melamed)
leer
אֶתְכֶ֖ם
(etkhem)
jullie
לַעֲשׂ֑וֹת
(laasot)
om te doen
לְמַ֣עַן
(lemaan)
opdat
תִּֽחְי֗וּ
(tichyu)
jullie leven
וּבָאתֶם֙
(uvatem)
en jullie zullen binnengaan
וִֽירִשְׁתֶּ֣ם
(virishtem)
en jullie zullen in bezit nemen
אֶת
(et)
(obj.)
הָאָ֔רֶץ
(haarets)
het land
אֲשֶׁ֧ר
(asher)
dat
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵ֥י
(elohei)
de Elohim van
אֲבֹתֵיכֶ֖ם
(avoteikhem)
jullie vaders
נֹתֵ֥ן
(noten)
geeft
לָכֶֽם
(lakhem)
aan jullie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֻקִּים (chuqqim), ‘voorschriften’, en מִשְׁפָּטִים (mishpatim), ‘rechtsregels’: de vaste regels en de rechtsuitspraken die Yahweh gaf.

Samen met de ‘geboden’ (מִצְוֹת, mitsvot) vormen ze de inhoud van de wet.

2Jullie mogen niets toevoegen aan het woord dat ik jullie gebied, en jullie mogen er niets van afnemen. Zo houden jullie de geboden van Yahweh, jullie Elohim, houden die ik jullie gebied.
לֹ֣א
(lo)
niet
תֹסִ֗פוּ
(tosifu)
zullen jullie toevoegen
עַל
(al)
aan
הַדָּבָר֙
(hadavar)
het woord
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
dat
אָנֹכִי֙
(anokhi)
ik
מְצַוֶּ֣ה
(metsave)
gebied
אֶתְכֶ֔ם
(etkhem)
jullie
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
תִגְרְע֖וּ
(tigreu)
zullen jullie afnemen
מִמֶּ֑נּוּ
(mimenu)
ervan
לִשְׁמֹ֗ר
(lishmor)
om te houden
אֶת
(et)
(obj.)
מִצְוֺת֙
(mitsvot)
de geboden van
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹֽהֵיכֶ֔ם
(eloheikhem)
jullie Elohim
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
אָנֹכִ֖י
(anokhi)
ik
מְצַוֶּ֥ה
(metsave)
gebied
אֶתְכֶֽם
(etkhem)
jullie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Niets toevoegen en niets afnemen: de tekst van de wet blijft zoals Mozes hem gaf.

Zie ook Deut. 13:1.

3Jullie eigen ogen hebben gezien wat Yahweh bij Baäl-Peor heeft gedaan. Want Yahweh, jullie Elohim, heeft iedere man die Baäl-Peor volgde uit jullie midden vernietigd.
עֵֽינֵיכֶם֙
(eineikhem)
jullie ogen
הָֽרֹאֹ֔ת
(haroot)
die zagen
אֵ֛ת
(et)
(obj.)
אֲשֶׁר
(asher)
wat
עָשָׂ֥ה
(asa)
deed
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
בְּבַ֣עַל
(bevaal)
bij Baäl
פְּע֑וֹר
(peor)
Peor
כִּ֣י
(ki)
want
כָל
(kal)
elke
הָאִ֗ישׁ
(haish)
man
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
die
הָלַךְ֙
(halakh)
liep
אַחֲרֵ֣י
(acharei)
achter
בַֽעַל
(baal)
Baäl
פְּע֔וֹר
(peor)
Peor
הִשְׁמִיד֛וֹ
(hishmido)
vernietigde hem
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֖יךָ
(eloheikha)
je Elohim
מִקִּרְבֶּֽךָ
(miqirbekha)
uit je midden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Baäl-Peor: zie Num. 25:1–9.

De mannen die de Baäl van Peor volgden, kwamen om.

4Maar jullie die zich aan Yahweh, jullie Elohim, vasthielden, zijn vandaag allemaal in leven.
וְאַתֶּם֙
(veatem)
en jullie
הַדְּבֵקִ֔ים
(hadeveqim)
die zich vastklampen
בַּיהוָ֖ה
(baYahweh)
aan Yahweh
אֱלֹהֵיכֶ֑ם
(eloheikhem)
jullie Elohim
חַיִּ֥ים
(chayim)
levend
כֻּלְּכֶ֖ם
(kulekhem)
jullie allemaal
הַיּֽוֹם
(hayom)
vandaag
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דָּבַק (davaq), ‘zich vastklampen’: je zo aan Yahweh hechten dat je niet loskomt.

Vergelijk Deut. 10:20; 11:22; 13:5.

5Zie, ik heb jullie voorschriften en rechtsregels geleerd, zoals Yahweh, mijn Elohim, mij gebood. Doe zo in het land waar jullie naartoe gaan om het in bezit te nemen.
רְאֵ֣ה
(ree)
zie
לִמַּ֣דְתִּי
(limadti)
ik heb geleerd
אֶתְכֶ֗ם
(etkhem)
jullie
חֻקִּים֙
(chuqim)
voorschriften
וּמִשְׁפָּטִ֔ים
(umishpatim)
en rechtsregels
כַּאֲשֶׁ֥ר
(kaasher)
zoals
צִוַּ֖נִי
(tsivani)
gebood mij
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהָ֑י
(elohay)
mijn Elohim
לַעֲשׂ֣וֹת
(laasot)
om te doen
כֵּ֔ן
(ken)
zo
בְּקֶ֣רֶב
(beqerev)
in het midden van
הָאָ֔רֶץ
(haarets)
het land
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
waar
אַתֶּ֛ם
(atem)
jullie
בָּאִ֥ים
(baim)
binnengaan
שָׁ֖מָּה
(shama)
erheen
לְרִשְׁתָּֽהּ
(lerishtah)
om het in bezit te nemen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Houd ze en doe ze. Want dat is jullie wijsheid en jullie inzicht in de ogen van de volken. Als zij al deze voorschriften horen, zullen zij zeggen: „Dit grote volk is zeker een wijs en verstandig volk.”
וּשְׁמַרְתֶּם֮
(ushemartem)
en houd ze
וַעֲשִׂיתֶם֒
(vaasitem)
en doe ze
כִּ֣י
(ki)
want
הִ֤וא
(hi)
dat
חָכְמַתְכֶם֙
(chakhematkhem)
jullie wijsheid
וּבִ֣ינַתְכֶ֔ם
(uvinatkhem)
en jullie inzicht
לְעֵינֵ֖י
(leeinei)
in de ogen van
הָעַמִּ֑ים
(haamim)
de volken
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
יִשְׁמְע֗וּן
(yishmeun)
zullen horen
אֵ֚ת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alle
הַחֻקִּ֣ים
(hachuqim)
de voorschriften
הָאֵ֔לֶּה
(haele)
deze
וְאָמְר֗וּ
(veameru)
en zij zullen zeggen
רַ֚ק
(raq)
zeker
עַם
(am)
een volk
חָכָ֣ם
(chakham)
wijs
וְנָב֔וֹן
(venavon)
en verstandig
הַגּ֥וֹי
(hagoy)
het volk
הַגָּד֖וֹל
(hagadol)
grote
הַזֶּֽה
(haze)
dit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חָכְמָה (chokhmah), ‘wijsheid’, en בִּינָה (binah), ‘inzicht’: de volken zullen aan de wetten zien dat Israël wijs en verstandig is.

7Want welk groot volk heeft goden die zo dichtbij zijn als Yahweh, onze Elohim, bij ons is, telkens wanneer wij tot Hem roepen?
כִּ֚י
(ki)
want
מִי
(mi)
wie
ג֣וֹי
(goy)
een volk
גָּד֔וֹל
(gadol)
groot
אֲשֶׁר
(asher)
dat
ל֥וֹ
(lo)
voor hem
אֱלֹהִ֖ים
(Elohim)
goden
קְרֹבִ֣ים
(qerovim)
dichtbij
אֵלָ֑יו
(elav)
bij hem
כַּיהוָ֣ה
(kaYahweh)
zoals Yahweh
אֱלֹהֵ֔ינוּ
(eloheinu)
onze Elohim
בְּכָּל
(bekal)
bij al
קָרְאֵ֖נוּ
(qareenu)
wanneer wij roepen
אֵלָֽיו
(elav)
tot Hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het Hebreeuws heeft hier אֱלֹהִים (Elohim) met een meervoud van het werkwoord: ‘goden … die nabij zijn’.

Wij vertalen ‘goden’, omdat het over de goden van de volken gaat.

Yahweh, onze Elohim, is dichtbij wanneer het volk roept.

8En welk groot volk heeft voorschriften en rechtsregels die zo rechtvaardig zijn als heel deze wet, die ik jullie vandaag voorleg?
וּמִי֙
(umi)
en wie
גּ֣וֹי
(goy)
een volk
גָּד֔וֹל
(gadol)
groot
אֲשֶׁר
(asher)
dat
ל֛וֹ
(lo)
voor hem
חֻקִּ֥ים
(chuqim)
voorschriften
וּמִשְׁפָּטִ֖ים
(umishpatim)
en rechtsregels
צַדִּיקִ֑ם
(tsadiqim)
rechtvaardige
כְּכֹל֙
(kekhol)
zoals heel
הַתּוֹרָ֣ה
(hatora)
de wet
הַזֹּ֔את
(hazot)
deze
אֲשֶׁ֧ר
(asher)
die
אָנֹכִ֛י
(anokhi)
ik
נֹתֵ֥ן
(noten)
geef
לִפְנֵיכֶ֖ם
(lifneikhem)
voor jullie uit
הַיּֽוֹם
(hayom)
vandaag
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Wat jullie bij Horeb hebben gehoord

9Pas alleen op jezelf en bewaak jullie ziel goed, zodat jullie de dingen niet vergeten die jullie ogen hebben gezien. Laat ze al de dagen van jullie leven niet uit jullie hart wegglippen. Maak ze bekend aan jullie zonen en aan jullie kleinzonen.
רַ֡ק
(raq)
alleen
הִשָּׁ֣מֶר
(hishamer)
pas op
לְךָ֩
(lekha)
jezelf
וּשְׁמֹ֨ר
(ushemor)
en bewaak
נַפְשְׁךָ֜
(nafshekha)
je ziel
מְאֹ֗ד
(meod)
goed
פֶּן
(pen)
opdat niet
תִּשְׁכַּ֨ח
(tishkach)
je vergeet
אֶת
(et)
(obj.)
הַדְּבָרִ֜ים
(hadevarim)
de dingen
אֲשֶׁר
(asher)
die
רָא֣וּ
(rau)
zagen
עֵינֶ֗יךָ
(eineikha)
je ogen
וּפֶן
(ufen)
en opdat niet
יָס֨וּרוּ֙
(yasuru)
zij wegwijken
מִלְּבָ֣בְךָ֔
(milevavekha)
uit je hart
כֹּ֖ל
(kol)
alle
יְמֵ֣י
(yemei)
de dagen van
חַיֶּ֑יךָ
(chayeikha)
je leven
וְהוֹדַעְתָּ֥ם
(vehodatam)
en maak ze bekend
לְבָנֶ֖יךָ
(levaneikha)
aan je zonen
וְלִבְנֵ֥י
(velivnei)
en aan de zonen van
בָנֶֽיךָ
(baneikha)
je zonen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Denk aan de dag dat jullie bij Horeb voor het aangezicht van Yahweh, jullie Elohim, stonden. Toen zei Yahweh tegen mij: „Roep het volk voor Mij bijeen. Dan laat Ik hun Mijn woorden horen. Zo leren zij Mij te vrezen al de dagen dat zij op de grond leven, en leren zij het hun kinderen.”
י֗וֹם
(yom)
de dag
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
עָמַ֜דְתָּ
(amadta)
je stond
לִפְנֵ֨י
(lifnei)
voor het aangezicht van
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶיךָ֮
(eloheikha)
je Elohim
בְּחֹרֵב֒
(bechorev)
bij Horeb
בֶּאֱמֹ֨ר
(beemor)
toen zei
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
אֵלַ֗י
(elay)
tot mij
הַקְהֶל
(haqhel)
roep bijeen
לִי֙
(li)
voor Mij
אֶת
(et)
(obj.)
הָעָ֔ם
(haam)
het volk
וְאַשְׁמִעֵ֖ם
(veashmiem)
en laat Mij ze horen
אֶת
(et)
(obj.)
דְּבָרָ֑י
(devaray)
Mijn woorden
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
opdat
יִלְמְד֜וּן
(yilmedun)
zij leren
לְיִרְאָ֣ה
(leyira)
om te vrezen
אֹתִ֗י
(oti)
Mij
כָּל
(kal)
alle
הַיָּמִים֙
(hayamim)
de dagen
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
הֵ֤ם
(hem)
zij
חַיִּים֙
(chayim)
levend zijn
עַל
(al)
op
הָ֣אֲדָמָ֔ה
(haadama)
de grond
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
בְּנֵיהֶ֖ם
(beneihem)
hun zonen
יְלַמֵּדֽוּן
(yelamedun)
zij leren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Sinaï: De berg Sinaï wordt van oudsher gezocht bij de Gebel Musa, in het zuiden van het schiereiland Sinaï.

Uitleg

הַקְהֵל (haqhel), ‘roep bijeen’: van קָהָל (qahal), ‘vergadering’.

Zie Exod. 19:9–19; 20:18–21.

11Jullie kwamen dichterbij en stonden onder de berg. De berg brandde in vuur tot in het hart van de hemel, met duisternis, wolk en donkere wolk.
וַתִּקְרְב֥וּן
(vatiqrevun)
en jullie kwamen dichtbij
וַתַּֽעַמְד֖וּן
(vataamdun)
en jullie stonden
תַּ֣חַת
(tachat)
onder
הָהָ֑ר
(hahar)
de berg
וְהָהָ֞ר
(vehahar)
en de berg
בֹּעֵ֤ר
(boer)
brandde
בָּאֵשׁ֙
(baesh)
in vuur
עַד
(ad)
tot
לֵ֣ב
(lev)
het hart van
הַשָּׁמַ֔יִם
(hashamayim)
de hemel
חֹ֖שֶׁךְ
(choshekh)
duisternis
עָנָ֥ן
(anan)
wolk
וַעֲרָפֶֽל
(vaarafel)
en donkere wolk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘Tot in het hart van de hemel’: het vuur brandde hoog op, tot midden in de hemel.

Zie Exod. 19:16–18; 20:21.

12Yahweh sprak tot jullie uit het midden van het vuur. Jullie hoorden het geluid van woorden, maar een gedaante zagen jullie niet. Er was alleen een stem.
וַיְדַבֵּ֧ר
(vaydaber)
en sprak
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
אֲלֵיכֶ֖ם
(aleikhem)
tot jullie
מִתּ֣וֹךְ
(mitokh)
uit het midden van
הָאֵ֑שׁ
(haesh)
het vuur
ק֤וֹל
(qol)
de stem van
דְּבָרִים֙
(devarim)
woorden
אַתֶּ֣ם
(atem)
jullie
שֹׁמְעִ֔ים
(shomeim)
horend
וּתְמוּנָ֛ה
(utemuna)
en een gedaante
אֵינְכֶ֥ם
(einekhem)
niet
רֹאִ֖ים
(roim)
zagen jullie
זוּלָתִ֥י
(zulati)
behalve
קֽוֹל
(qol)
een stem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Er was alleen een stem, geen gedaante.

Daarom mogen er geen beelden worden gemaakt (verzen 15–19).

13Hij maakte Zijn verbond aan jullie bekend, dat Hij jullie gebood te houden: de tien woorden. Hij schreef ze op twee stenen tafelen.
וַיַּגֵּ֨ד
(vayaged)
en maakte bekend
לָכֶ֜ם
(lakhem)
aan jullie
אֶת
(et)
(obj.)
בְּרִית֗וֹ
(berito)
Zijn verbond
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
צִוָּ֤ה
(tsiva)
Hij gebood
אֶתְכֶם֙
(etkhem)
jullie
לַעֲשׂ֔וֹת
(laasot)
om te doen
עֲשֶׂ֖רֶת
(aseret)
tien
הַדְּבָרִ֑ים
(hadevarim)
de woorden
וַֽיִּכְתְּבֵ֔ם
(vayikhtevem)
en Hij schreef ze
עַל
(al)
op
שְׁנֵ֖י
(shenei)
twee
לֻח֥וֹת
(luchot)
tafelen van
אֲבָנִֽים
(avanim)
steen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De tien woorden: Exod. 20:2–17 en Deut. 5:6–18.

Zie ook Exod. 34:28.

14Mij gebood Yahweh in die tijd jullie voorschriften en rechtsregels te leren. Zo doen jullie ze in het land waar jullie naartoe gaan om het in bezit te nemen.
וְאֹתִ֞י
(veoti)
en mij
צִוָּ֤ה
(tsiva)
gebood
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
בָּעֵ֣ת
(baet)
in tijd
הַהִ֔וא
(hahi)
die
לְלַמֵּ֣ד
(lelamed)
om te leren
אֶתְכֶ֔ם
(etkhem)
jullie
חֻקִּ֖ים
(chuqim)
voorschriften
וּמִשְׁפָּטִ֑ים
(umishpatim)
en rechtsregels
לַעֲשֹׂתְכֶ֣ם
(laasotekhem)
opdat jullie ze doen
אֹתָ֔ם
(otam)
hen
בָּאָ֕רֶץ
(baarets)
in het land
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
waar
אַתֶּ֛ם
(atem)
jullie
עֹבְרִ֥ים
(overim)
gaan over
שָׁ֖מָּה
(shama)
erheen
לְרִשְׁתָּֽהּ
(lerishtah)
om het in bezit te nemen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Geen enkel beeld

15Pas dus goed op jezelf. Want jullie hebben geen enkele gedaante gezien op de dag dat Yahweh bij Horeb tot jullie sprak uit het midden van het vuur.
וְנִשְׁמַרְתֶּ֥ם
(venishmartem)
en pas op
מְאֹ֖ד
(meod)
goed
לְנַפְשֹׁתֵיכֶ֑ם
(lenafshoteikhem)
voor jullie zielen
כִּ֣י
(ki)
want
לֹ֤א
(lo)
niet
רְאִיתֶם֙
(reitem)
zagen jullie
כָּל
(kal)
enige
תְּמוּנָ֔ה
(temuna)
gedaante
בְּי֗וֹם
(beyom)
op de dag
דִּבֶּ֨ר
(diber)
sprak
יְהוָ֧ה
(Yahweh)
Yahweh
אֲלֵיכֶ֛ם
(aleikhem)
tot jullie
בְּחֹרֵ֖ב
(bechorev)
bij Horeb
מִתּ֥וֹךְ
(mitokh)
uit het midden van
הָאֵֽשׁ
(haesh)
het vuur
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Sinaï: De berg Sinaï wordt van oudsher gezocht bij de Gebel Musa, in het zuiden van het schiereiland Sinaï.

16Pas op dat jullie niet verdorven handelen. Maak voor jezelf geen gesneden beeld: een afbeelding van welk standbeeld ook, de gedaante van een man of een vrouw,
פֶּ֨ן
(pen)
opdat niet
תַּשְׁחִת֔וּן
(tashchitun)
jullie verdorven handelen
וַעֲשִׂיתֶ֥ם
(vaasitem)
en jullie maken
לָכֶ֛ם
(lakhem)
voor jullie
פֶּ֖סֶל
(pesel)
een gesneden beeld
תְּמוּנַ֣ת
(temunat)
afbeelding van
כָּל
(kal)
elk
סָ֑מֶל
(samel)
standbeeld
תַּבְנִ֥ית
(tavnit)
gedaante van
זָכָ֖ר
(zakhar)
man
א֥וֹ
(o)
of
נְקֵבָֽה
(neqeva)
vrouw
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שָׁחַת (shachat), ‘verdorven handelen’: iets doen wat de goede orde bederft.

סֶמֶל (semel), ‘standbeeld’: een beeld; het woord is zeldzaam (ook Ezech. 8:3, 5). De betekenis is niet helemaal zeker.

תַּבְנִית (tavnit), ‘gedaante’: de vorm waarop iets is nagemaakt.

17de gedaante van enig dier op de aarde, de gedaante van enige gevleugelde vogel die in de hemel vliegt,
תַּבְנִ֕ית
(tavnit)
gedaante van
כָּל
(kal)
elk
בְּהֵמָ֖ה
(behema)
dier
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
dat
בָּאָ֑רֶץ
(baarets)
op de aarde
תַּבְנִית֙
(tavnit)
gedaante van
כָּל
(kal)
elke
צִפּ֣וֹר
(tsipor)
vogel
כָּנָ֔ף
(kanaf)
gevleugelde
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
תָּע֖וּף
(tauf)
vliegt
בַּשָּׁמָֽיִם
(bashamayim)
in de hemel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Zie ookRom 1:23
18de gedaante van enig kruipend dier op de grond, de gedaante van enige vis in het water onder de aarde.
תַּבְנִ֕ית
(tavnit)
gedaante van
כָּל
(kal)
elk
רֹמֵ֖שׂ
(romes)
kruipend dier
בָּאֲדָמָ֑ה
(baadama)
op de grond
תַּבְנִ֛ית
(tavnit)
gedaante van
כָּל
(kal)
elke
דָּגָ֥ה
(daga)
vis
אֲשֶׁר
(asher)
die
בַּמַּ֖יִם
(bamayim)
in het water
מִתַּ֥חַת
(mitachat)
onder
לָאָֽרֶץ
(laarets)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19Pas ook op dat jullie je ogen niet opslaan naar de hemel en de zon, de maan en de sterren zien. Dat is heel het leger van de hemel. Pas op dat jullie je niet laten meetrekken om je voor hen neer te buigen en hen te dienen. Yahweh, jullie Elohim, heeft die toegewezen aan alle volken onder heel de hemel.
וּפֶן
(ufen)
en opdat niet
תִּשָּׂ֨א
(tisa)
je opheft
עֵינֶ֜יךָ
(eineikha)
je ogen
הַשָּׁמַ֗יְמָה
(hashamayma)
naar de hemel
וְֽ֠רָאִיתָ
(veraita)
en je ziet
אֶת
(et)
(obj.)
הַשֶּׁ֨מֶשׁ
(hashemesh)
de zon
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַיָּרֵ֜חַ
(hayareach)
de maan
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הַכּֽוֹכָבִ֗ים
(hakokhavim)
de sterren
כֹּ֚ל
(kol)
heel
צְבָ֣א
(tseva)
het leger van
הַשָּׁמַ֔יִם
(hashamayim)
de hemel
וְנִדַּחְתָּ֛
(venidachta)
en je laat meetrekken
וְהִשְׁתַּחֲוִ֥יתָ
(vehishtachavita)
en je buigt neer
לָהֶ֖ם
(lahem)
voor hen
וַעֲבַדְתָּ֑ם
(vaavadtam)
en je dient hen
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
die
חָלַ֜ק
(chalaq)
heeft toegewezen
יְהוָ֤ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֨יךָ֙
(eloheikha)
je Elohim
אֹתָ֔ם
(otam)
hen
לְכֹל֙
(lekhol)
aan alle
הָֽעַמִּ֔ים
(haamim)
de volken
תַּ֖חַת
(tachat)
onder
כָּל
(kal)
heel
הַשָּׁמָֽיִם
(hashamayim)
de hemel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נִדַּחְתָּ (niddachta), ‘je laat meetrekken’: letterlijk ‘je wordt weggedreven’, dus verleid.

חָלַק (chalaq), ‘toewijzen’: de zon, maan en sterren zijn aan de volken gegeven om het licht te hebben. Het kan ook betekenen dat Yahweh de volken aan hun eigen weg overliet. Beide lezingen zijn mogelijk.

20Maar jullie heeft Yahweh genomen en uit de smeltoven van ijzer, uit Egypte, geleid. Hij deed dat, zodat jullie voor Hem een volk zijn dat Zijn erfdeel is, zoals het vandaag is.
וְאֶתְכֶם֙
(veetkhem)
en jullie
לָקַ֣ח
(laqach)
nam
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
וַיּוֹצִ֥א
(vayotsi)
en leidde uit
אֶתְכֶ֛ם
(etkhem)
jullie
מִכּ֥וּר
(mikur)
uit de smeltoven van
הַבַּרְזֶ֖ל
(habarzel)
het ijzer
מִמִּצְרָ֑יִם
(mimitsrayim)
uit Egypte
לִהְי֥וֹת
(lihyot)
om te zijn
ל֛וֹ
(lo)
voor Hem
לְעַ֥ם
(leam)
tot een volk
נַחֲלָ֖ה
(nachala)
erfdeel
כַּיּ֥וֹם
(kayom)
zoals de dag
הַזֶּֽה
(haze)
deze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Uitleg

כּוּר הַבַּרְזֶל (kur habarzel), ‘smeltoven van ijzer’: een beeld voor het zware werk in Egypte.

Zie ook 1 Kon. 8:51; Jer. 11:4.

Mozes zal het land niet in

21Yahweh was toornig op mij vanwege jullie woorden. Hij zwoer dat ik de Jordaan niet zou oversteken en niet in het goede land zou komen dat Yahweh, jullie Elohim, jullie als erfdeel geeft.
וַֽיהוָ֥ה
(vaYahweh)
en Yahweh
הִתְאַנֶּף
(hitanef)
was toornig
בִּ֖י
(bi)
op mij
עַל
(al)
over
דִּבְרֵיכֶ֑ם
(divreikhem)
jullie woorden
וַיִּשָּׁבַ֗ע
(vayishava)
en Hij zwoer
לְבִלְתִּ֤י
(levilti)
dat niet
עָבְרִי֙
(averi)
ik overstak
אֶת
(et)
(obj.)
הַיַּרְדֵּ֔ן
(hayarden)
de Jordaan
וּלְבִלְתִּי
(ulevilti)
en dat niet
בֹא֙
(bo)
ik binnenkwam
אֶל
(el)
naar
הָאָ֣רֶץ
(haarets)
het land
הַטּוֹבָ֔ה
(hatova)
goede
אֲשֶׁר֙
(asher)
dat
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֔יךָ
(eloheikha)
je Elohim
נֹתֵ֥ן
(noten)
geeft
לְךָ֖
(lekha)
aan jou
נַחֲלָֽה
(nachala)
als erfdeel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

Uitleg

Zie ook 1:37 en 3:26.

22Want ik sterf in dit land. Ik steek de Jordaan niet over, maar jullie steken over en nemen dat goede land in bezit.
כִּ֣י
(ki)
want
אָנֹכִ֥י
(anokhi)
ik
מֵת֙
(met)
sterf
בָּאָ֣רֶץ
(baarets)
in het land
הַזֹּ֔את
(hazot)
dit
אֵינֶ֥נִּי
(eineni)
ik ben niet
עֹבֵ֖ר
(over)
overstekend
אֶת
(et)
(obj.)
הַיַּרְדֵּ֑ן
(hayarden)
de Jordaan
וְאַתֶּם֙
(veatem)
en jullie
עֹֽבְרִ֔ים
(overim)
zijn overstekend
וִֽירִשְׁתֶּ֕ם
(virishtem)
en jullie zullen in bezit nemen
אֶת
(et)
(obj.)
הָאָ֥רֶץ
(haarets)
het land
הַטּוֹבָ֖ה
(hatova)
goede
הַזֹּֽאת
(hazot)
dit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

23Pas op dat jullie het verbond van Yahweh, jullie Elohim, dat Hij met jullie gesloten heeft, niet vergeten. Pas op dat jullie voor jezelf geen gesneden beeld maken, een afbeelding van wat Yahweh, jullie Elohim, jullie verboden heeft.
הִשָּׁמְר֣וּ
(hishameru)
pas op
לָכֶ֗ם
(lakhem)
voor jullie
פֶּֽן
(pen)
opdat niet
תִּשְׁכְּחוּ֙
(tishkechu)
jullie vergeten
אֶת
(et)
(obj.)
בְּרִ֤ית
(berit)
het verbond van
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹ֣הֵיכֶ֔ם
(eloheikhem)
jullie Elohim
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
כָּרַ֖ת
(karat)
sloot
עִמָּכֶ֑ם
(imakhem)
met jullie
וַעֲשִׂיתֶ֨ם
(vaasitem)
en jullie maken
לָכֶ֥ם
(lakhem)
voor jullie
פֶּ֨סֶל֙
(pesel)
een gesneden beeld
תְּמ֣וּנַת
(temunat)
afbeelding van
כֹּ֔ל
(kol)
alles
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
wat
צִוְּךָ֖
(tsivekha)
heeft je geboden
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶֽיךָ
(eloheikha)
je Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Het Hebreeuws heeft hier צִוְּךָ (tsivvekha), ‘heeft je geboden’.

Het gaat om het gebod dat Yahweh gaf, namelijk om geen beeld te maken (Exod. 20:4).

Wij vertalen ‘verboden heeft’.

24Want Yahweh, jullie Elohim, is een verterend vuur, een na-ijverige El.
כִּ֚י
(ki)
want
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֔יךָ
(eloheikha)
je Elohim
אֵ֥שׁ
(esh)
vuur
אֹכְלָ֖ה
(okhela)
verterend
ה֑וּא
(hu)
Hij is
אֵ֖ל
(el)
El
קַנָּֽא
(qana)
na-ijverig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֵשׁ אֹכְלָה (esh okhelah), ‘verterend vuur’: Yahweh verteert alles wat Hem tegenstaat.

Zie Exod. 24:17.

קַנָּא (qanna), ‘na-ijverig’: zie Exod. 20:5.

Waarschuwing: verstrooiing, maar ook terugkeer

25Stel dat jullie zonen en kleinzonen krijgen en lang in het land hebben gewoond. Stel dat jullie verdorven handelen en een gesneden beeld maken, een afbeelding van wat ook. Stel dat jullie doen wat kwaad is in de ogen van Yahweh, jullie Elohim, om Hem te tergen.
כִּֽי
(ki)
wanneer
תוֹלִ֤יד
(tolid)
je krijgt
בָּנִים֙
(banim)
zonen
וּבְנֵ֣י
(uvenei)
en zonen van
בָנִ֔ים
(banim)
zonen
וְנוֹשַׁנְתֶּ֖ם
(venoshantem)
en jullie oud geworden zijn
בָּאָ֑רֶץ
(baarets)
in het land
וְהִשְׁחַתֶּ֗ם
(vehishchatem)
en jullie handelen verdorven
וַעֲשִׂ֤יתֶם
(vaasitem)
en jullie maken
פֶּ֨סֶל֙
(pesel)
een gesneden beeld
תְּמ֣וּנַת
(temunat)
afbeelding van
כֹּ֔ל
(kol)
alles
וַעֲשִׂיתֶ֥ם
(vaasitem)
en jullie doen
הָרַ֛ע
(hara)
het kwade
בְּעֵינֵ֥י
(beeinei)
in de ogen van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֖יךָ
(eloheikha)
je Elohim
לְהַכְעִיסֽוֹ
(lehakhiso)
om Hem te tergen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נוֹשַׁנְתֶּם (noshantem), ‘jullie oud geworden zijn’: letterlijk ‘oud worden’, dus lang in het land wonen.

26Dan neem ik vandaag de hemel en de aarde als getuigen tegen jullie. Jullie zullen snel helemaal verdwijnen uit het land waar jullie naartoe gaan, over de Jordaan, om het in bezit te nemen. Jullie zullen er niet lang leven, want jullie zullen volledig worden vernietigd.
הַעִידֹתִי֩
(haidoti)
ik roep als getuigen aan
בָכֶ֨ם
(bakhem)
tegen jullie
הַיּ֜וֹם
(hayom)
vandaag
אֶת
(et)
(obj.)
הַשָּׁמַ֣יִם
(hashamayim)
de hemel
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
הָאָ֗רֶץ
(haarets)
de aarde
כִּֽי
(ki)
dat
אָבֹ֣ד
(avod)
zeker vergaan
תֹּאבֵדוּן֮
(tovedun)
jullie zullen vergaan
מַהֵר֒
(maher)
snel
מֵעַ֣ל
(meal)
van op
הָאָ֔רֶץ
(haarets)
het land
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
waar
אַתֶּ֜ם
(atem)
jullie
עֹבְרִ֧ים
(overim)
gaan over
אֶת
(et)
(obj.)
הַיַּרְדֵּ֛ן
(hayarden)
de Jordaan
שָׁ֖מָּה
(shama)
erheen
לְרִשְׁתָּ֑הּ
(lerishtah)
om het in bezit te nemen
לֹֽא
(lo)
niet
תַאֲרִיכֻ֤ן
(taarikhun)
jullie zullen verlengen
יָמִים֙
(yamim)
dagen
עָלֶ֔יהָ
(aleiha)
erop
כִּ֥י
(ki)
want
הִשָּׁמֵ֖ד
(hishamed)
zeker vernietigd
תִּשָּׁמֵדֽוּן
(tishamedun)
jullie zullen vernietigd worden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

Uitleg

De hemel en de aarde als getuigen: zie ook Deut. 30:19; 31:28; 32:1.

27Yahweh zal jullie verstrooien onder de volken. Met een klein aantal zullen jullie overblijven onder de volken waarheen Yahweh jullie voert.
וְהֵפִ֧יץ
(vehefits)
en zal verstrooien
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶתְכֶ֖ם
(etkhem)
jullie
בָּעַמִּ֑ים
(baamim)
onder de volken
וְנִשְׁאַרְתֶּם֙
(venishartem)
en jullie zullen overblijven
מְתֵ֣י
(metei)
mannen van
מִסְפָּ֔ר
(mispar)
getal
בַּגּוֹיִ֕ם
(bagoyim)
onder de volken
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
waarheen
יְנַהֵ֧ג
(yenaheg)
zal voeren
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶתְכֶ֖ם
(etkhem)
jullie
שָֽׁמָּה
(shama)
erheen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘Een klein aantal’ is letterlijk ‘mannen van getal’: weinig mensen, zo weinig dat je ze kunt tellen.

28Daar zullen jullie goden dienen, het werk van mensenhanden, hout en steen, die niet zien, niet horen, niet eten en niet ruiken.
וַעֲבַדְתֶּם
(vaavadtem)
en jullie zullen dienen
שָׁ֣ם
(sham)
daar
אֱלֹהִ֔ים
(Elohim)
goden
מַעֲשֵׂ֖ה
(maase)
werk van
יְדֵ֣י
(yedei)
handen van
אָדָ֑ם
(adam)
mensen
עֵ֣ץ
(ets)
hout
וָאֶ֔בֶן
(vaeven)
en steen
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
die
לֹֽא
(lo)
niet
יִרְאוּן֙
(yirun)
zien
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יִשְׁמְע֔וּן
(yishmeun)
horen
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
יֹֽאכְל֖וּן
(yokhlun)
eten
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
יְרִיחֻֽן
(yerichun)
ruiken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
29Van daaruit zul je Yahweh, je Elohim, zoeken. Je zult Hem vinden, wanneer je Hem zoekt met heel je hart en met heel je ziel.
וּבִקַּשְׁתֶּ֥ם
(uviqashtem)
en jullie zullen zoeken
מִשָּׁ֛ם
(misham)
vanaf daar
אֶת
(et)
(obj.)
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֖יךָ
(eloheikha)
je Elohim
וּמָצָ֑אתָ
(umatsata)
en je zult vinden
כִּ֣י
(ki)
als
תִדְרְשֶׁ֔נּוּ
(tidreshenu)
je zult zoeken Hem
בְּכָל
(bekhal)
met heel
לְבָבְךָ֖
(levavekha)
je hart
וּבְכָל
(uvekhal)
en met heel
נַפְשֶֽׁךָ
(nafshekha)
je ziel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
30In je nood, wanneer al deze dingen je overkomen in het laatste van de dagen, zul je terugkeren tot Yahweh, je Elohim. Je zult naar Zijn stem luisteren.
בַּצַּ֣ר
(batsar)
in nood
לְךָ֔
(lekha)
voor jou
וּמְצָא֕וּךָ
(umetsaukha)
en zullen je vinden
כֹּ֖ל
(kol)
alle
הַדְּבָרִ֣ים
(hadevarim)
de dingen
הָאֵ֑לֶּה
(haele)
deze
בְּאַחֲרִית֙
(beacharit)
in het laatste van
הַיָּמִ֔ים
(hayamim)
de dagen
וְשַׁבְתָּ֙
(veshavta)
en je zult terugkeren
עַד
(ad)
tot
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֔יךָ
(eloheikha)
je Elohim
וְשָׁמַעְתָּ֖
(veshamata)
en je zult luisteren
בְּקֹלֽוֹ
(beqolo)
naar Zijn stem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אַחֲרִית הַיָּמִים (acharit hayamim), ‘het laatste van de dagen’: de latere tijd, wanneer dit alles is gebeurd.

Zie ook Gen. 49:1.

31Want Yahweh, je Elohim, is een barmhartige El. Hij zal je niet loslaten en je niet vernietigen. Hij zal het verbond met je vaders, dat Hij hun gezworen heeft, niet vergeten.
כִּ֣י
(ki)
want
אֵ֤ל
(el)
El
רַחוּם֙
(rachum)
barmhartig
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֔יךָ
(eloheikha)
je Elohim
לֹ֥א
(lo)
niet
יַרְפְּךָ֖
(yarpekha)
zal Hij je loslaten
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יַשְׁחִיתֶ֑ךָ
(yashchitekha)
zal Hij je vernietigen
וְלֹ֤א
(velo)
en niet
יִשְׁכַּח֙
(yishkach)
zal Hij vergeten
אֶת
(et)
(obj.)
בְּרִ֣ית
(berit)
het verbond van
אֲבֹתֶ֔יךָ
(avoteikha)
je vaders
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
dat
נִשְׁבַּ֖ע
(nishba)
Hij zwoer
לָהֶֽם
(lahem)
aan hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Yahweh is de Elohim

32Vraag toch naar de vroegere dagen, die voor jou zijn geweest, vanaf de dag dat Elohim de mens op de aarde schiep. Vraag het ook van het ene einde van de hemel tot het andere einde van de hemel. Is er ooit iets zo groots gebeurd, of is ooit iets zoals dat gehoord?
כִּ֣י
(ki)
want
שְׁאַל
(sheal)
vraag
נָא֩
(na)
toch
לְיָמִ֨ים
(leyamim)
naar de dagen
רִֽאשֹׁנִ֜ים
(rishonim)
vroegere
אֲשֶׁר
(asher)
die
הָי֣וּ
(hayu)
waren
לְפָנֶ֗יךָ
(lefaneikha)
voor jou
לְמִן
(lemin)
vanaf
הַיּוֹם֙
(hayom)
de dag
אֲשֶׁר֩
(asher)
dat
בָּרָ֨א
(bara)
schiep
אֱלֹהִ֤ים
(Elohim)
Elohim
אָדָם֙
(adam)
mens
עַל
(al)
op
הָאָ֔רֶץ
(haarets)
de aarde
וּלְמִקְצֵ֥ה
(ulemiqtse)
en van het uiteinde van
הַשָּׁמַ֖יִם
(hashamayim)
de hemel
וְעַד
(vead)
en tot
קְצֵ֣ה
(qetse)
het uiteinde van
הַשָּׁמָ֑יִם
(hashamayim)
de hemel
הֲנִֽהְיָ֗ה
(hanihya)
is er gebeurd
כַּדָּבָ֤ר
(kadavar)
zoals dit woord
הַגָּדוֹל֙
(hagadol)
grote
הַזֶּ֔ה
(haze)
dit
א֖וֹ
(o)
of
הֲנִשְׁמַ֥ע
(hanishma)
is er gehoord
כָּמֹֽהוּ
(kamohu)
zoals het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

אָדָם (adam) staat hier zonder lidwoord.

Wij vertalen ‘de mens’, omdat het gaat om de schepping van de mensheid.

Zie Gen. 1:27.

33Heeft ooit een volk de stem van Elohim midden uit het vuur horen spreken, zoals jij gehoord hebt, en bleef het in leven?
הֲשָׁ֣מַֽע
(hashama)
heeft gehoord
עָם֩
(am)
een volk
ק֨וֹל
(qol)
de stem van
אֱלֹהִ֜ים
(Elohim)
Elohim
מְדַבֵּ֧ר
(medaber)
sprekend
מִתּוֹךְ
(mitokh)
uit het midden van
הָאֵ֛שׁ
(haesh)
het vuur
כַּאֲשֶׁר
(kaasher)
zoals
שָׁמַ֥עְתָּ
(shamata)
heb gehoord
אַתָּ֖ה
(ata)
jij
וַיֶּֽחִי
(vayechi)
en bleef leven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
34Of heeft Elohim ooit geprobeerd te komen om voor Zich een volk te nemen uit het midden van een ander volk? Heeft Hij dat ooit gedaan met beproevingen, met tekenen en wonderen, met oorlog? Of met een sterke hand en een uitgestrekte arm en met grote ontzagwekkende daden? Is dat ooit gebeurd zoals alles wat Yahweh, je Elohim, voor je in Egypte gedaan heeft, voor jouw ogen?
א֣וֹ
(o)
of
הֲנִסָּ֣ה
(hanisa)
heeft geprobeerd
אֱלֹהִ֗ים
(Elohim)
Elohim
לָ֠בוֹא
(lavo)
om te komen
לָקַ֨חַת
(laqachat)
om te nemen
ל֣וֹ
(lo)
voor Zich
גוֹי֮
(goy)
een volk
מִקֶּ֣רֶב
(miqerev)
uit het midden van
גּוֹי֒
(goy)
een volk
בְּמַסֹּת֩
(bemasot)
met beproevingen
בְּאֹתֹ֨ת
(beotot)
met tekenen
וּבְמוֹפְתִ֜ים
(uvemofetim)
en met wonderen
וּבְמִלְחָמָ֗ה
(uvemilchama)
en met oorlog
וּבְיָ֤ד
(uveyad)
en met hand
חֲזָקָה֙
(chazaqa)
sterke
וּבִזְר֣וֹעַ
(uvizroa)
en met arm
נְטוּיָ֔ה
(netuya)
uitgestrekte
וּבְמוֹרָאִ֖ים
(uvemoraim)
en met ontzagwekkende daden
גְּדֹלִ֑ים
(gedolim)
grote
כְּ֠כֹל
(kekhol)
zoals alles
אֲשֶׁר
(asher)
wat
עָשָׂ֨ה
(asa)
deed
לָכֶ֜ם
(lakhem)
voor jullie
יְהוָ֧ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵיכֶ֛ם
(eloheikhem)
jullie Elohim
בְּמִצְרַ֖יִם
(bemitsrayim)
in Egypte
לְעֵינֶֽיךָ
(leeineikha)
voor je ogen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Uitleg

מַסּוֹת (massot), ‘beproevingen’: de plagen en andere zware tekenen waarmee Egypte op de proef werd gesteld.

Zie Exod. 7–12.

מוֹרָאִים (mora’im), ‘ontzagwekkende daden’: afgeleid van נוֹרָא (nora), ‘ontzagwekkend’.

35Jij hebt het te zien gekregen, zodat je zou weten dat Yahweh de Elohim is. Er is geen ander naast Hem.
אַתָּה֙
(ata)
jij
הָרְאֵ֣תָ
(hareeta)
is laten zien
לָדַ֔עַת
(ladaat)
om te weten
כִּ֥י
(ki)
dat
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
ה֣וּא
(hu)
Hij is
הָאֱלֹהִ֑ים
(haElohim)
de Elohim
אֵ֥ין
(ein)
er is niet
ע֖וֹד
(od)
nog een
מִלְבַדּֽוֹ
(milvado)
behalve Hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
36Vanuit de hemel liet Hij je Zijn stem horen om je te onderwijzen, en op de aarde liet Hij je Zijn grote vuur zien. Zijn woorden hoorde je midden uit het vuur.
מִן
(min)
uit
הַשָּׁמַ֛יִם
(hashamayim)
de hemel
הִשְׁמִֽיעֲךָ֥
(hishmiakha)
liet Hij je horen
אֶת
(et)
(obj.)
קֹל֖וֹ
(qolo)
Zijn stem
לְיַסְּרֶ֑ךָּ
(leyasereka)
om je te onderwijzen
וְעַל
(veal)
en op
הָאָ֗רֶץ
(haarets)
de aarde
הֶרְאֲךָ֙
(herakha)
liet Hij je zien
אֶת
(et)
(obj.)
אִשּׁ֣וֹ
(isho)
Zijn vuur
הַגְּדוֹלָ֔ה
(hagedola)
het grote
וּדְבָרָ֥יו
(udevarav)
en Zijn woorden
שָׁמַ֖עְתָּ
(shamata)
hoorde je
מִתּ֥וֹךְ
(mitokh)
uit het midden van
הָאֵֽשׁ
(haesh)
het vuur
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יַסֵּר (yasser), ‘onderwijzen’: ook ‘opvoeden’ of ‘tuchtigen’.

Yahweh liet Zijn stem horen om het volk Zijn weg te leren.

37Omdat Hij van je vaders hield, koos Hij hun nageslacht na hen. Hij leidde jou zelf uit Egypte, met Zijn aanwezigheid en met Zijn grote kracht,
וְתַ֗חַת
(vetachat)
en omdat
כִּ֤י
(ki)
dat
אָהַב֙
(ahav)
Hij hield van
אֶת
(et)
(obj.)
אֲבֹתֶ֔יךָ
(avoteikha)
je vaders
וַיִּבְחַ֥ר
(vayivchar)
en Hij koos
בְּזַרְע֖וֹ
(bezaro)
hun nageslacht
אַחֲרָ֑יו
(acharav)
na hem
וַיּוֹצִֽאֲךָ֧
(vayotsiakha)
en leidde je uit
בְּפָנָ֛יו
(befanav)
met Zijn aangezicht
בְּכֹח֥וֹ
(bekhocho)
met Zijn kracht
הַגָּדֹ֖ל
(hagadol)
de grote
מִמִּצְרָֽיִם
(mimitsrayim)
uit Egypte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Uitleg

בְּפָנָיו (befanav), ‘met Zijn aangezicht’: dat wil zeggen met Zijn eigen aanwezigheid.

Vergelijk Exod. 33:14.

38om volken die groter en machtiger zijn dan jij, voor je uit te verdrijven. Hij deed dat om je binnen te brengen en je hun land als erfdeel te geven, zoals het vandaag is.
לְהוֹרִ֗ישׁ
(lehorish)
om te verdrijven
גּוֹיִ֛ם
(goyim)
volken
גְּדֹלִ֧ים
(gedolim)
groot
וַעֲצֻמִ֛ים
(vaatsumim)
en machtig
מִמְּךָ֖
(mimekha)
meer dan jij
מִפָּנֶ֑יךָ
(mipaneikha)
voor je uit
לַהֲבִֽיאֲךָ֗
(lahaviakha)
om je binnen te brengen
לָֽתֶת
(latet)
om te geven
לְךָ֧
(lekha)
aan jou
אֶת
(et)
(obj.)
אַרְצָ֛ם
(artsam)
hun land
נַחֲלָ֖ה
(nachala)
als erfdeel
כַּיּ֥וֹם
(kayom)
zoals de dag
הַזֶּֽה
(haze)
deze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
39Weet daarom vandaag en neem het ter harte dat Yahweh de Elohim is, boven in de hemel en beneden op de aarde. Er is geen ander.
וְיָדַעְתָּ֣
(veyadata)
en weet
הַיּ֗וֹם
(hayom)
vandaag
וַהֲשֵׁבֹתָ֮
(vahashevota)
en neem ter harte
אֶל
(el)
naar
לְבָבֶךָ֒
(levavekha)
je hart
כִּ֤י
(ki)
dat
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
ה֣וּא
(hu)
Hij is
הָֽאֱלֹהִ֔ים
(haElohim)
de Elohim
בַּשָּׁמַ֣יִם
(bashamayim)
in de hemel
מִמַּ֔עַל
(mimaal)
boven
וְעַל
(veal)
en op
הָאָ֖רֶץ
(haarets)
de aarde
מִתָּ֑חַת
(mitachat)
beneden
אֵ֖ין
(ein)
er is niet
עֽוֹד
(od)
nog een
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
40Houd Zijn voorschriften en Zijn geboden, die ik je vandaag gebied. Dan gaat het goed met je en met je kinderen na je. Zo leef je lang in het land dat Yahweh, je Elohim, je geeft, al de dagen.
וְשָׁמַרְתָּ֞
(veshamarta)
en houd
אֶת
(et)
(obj.)
חֻקָּ֣יו
(chuqav)
Zijn voorschriften
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
מִצְוֺתָ֗יו
(mitsvotav)
Zijn geboden
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
die
אָנֹכִ֤י
(anokhi)
ik
מְצַוְּךָ֙
(metsavekha)
gebied je
הַיּ֔וֹם
(hayom)
vandaag
אֲשֶׁר֙
(asher)
opdat
יִיטַ֣ב
(yitav)
het goed gaat
לְךָ֔
(lekha)
met jou
וּלְבָנֶ֖יךָ
(ulevaneikha)
en met je zonen
אַחֲרֶ֑יךָ
(achareikha)
na je
וּלְמַ֨עַן
(ulemaan)
en opdat
תַּאֲרִ֤יךְ
(taarikh)
je lang leeft
יָמִים֙
(yamim)
dagen
עַל
(al)
op
הַ֣אֲדָמָ֔ה
(haadama)
de grond
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
die
יְהוָ֧ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֶ֛יךָ
(eloheikha)
je Elohim
נֹתֵ֥ן
(noten)
geeft
לְךָ֖
(lekha)
aan jou
כָּל
(kal)
alle
הַיָּמִֽים
(hayamim)
de dagen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הָאֲדָמָה (ha’adamah) is ‘de grond’; hier is het beloofde land bedoeld, zoals in Exod. 20:12 en Deut. 5:16.

Drie steden aan de oostkant van de Jordaan

41Toen zonderde Mozes drie steden af, aan de overkant van de Jordaan, aan de oostkant,
אָ֣ז
(az)
toen
יַבְדִּ֤יל
(yavdil)
zonderde af
מֹשֶׁה֙
(moshe)
Mozes
שָׁלֹ֣שׁ
(shalosh)
drie
עָרִ֔ים
(arim)
steden
בְּעֵ֖בֶר
(beever)
aan de overkant van
הַיַּרְדֵּ֑ן
(hayarden)
de Jordaan
מִזְרְחָ֖ה
(mizrecha)
oostwaarts
שָֽׁמֶשׁ
(shamesh)
de zon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

Uitleg

De drie steden zijn toevluchtssteden voor wie iemand per ongeluk doodt.

Zie Num. 35:9–34; Deut. 19:1–13.

42als toevluchtsplaats voor wie iemand doodt: wie zijn naaste zonder opzet doodt en hem niet eerder gehaat heeft. Hij mag naar een van die steden vluchten en blijft dan in leven:
לָנֻ֨ס
(lanus)
om te vluchten
שָׁ֜מָּה
(shama)
erheen
רוֹצֵ֗חַ
(rotseach)
wie doodt
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
die
יִרְצַ֤ח
(yirtsach)
doodt
אֶת
(et)
(obj.)
רֵעֵ֨הוּ֙
(reehu)
zijn naaste
בִּבְלִי
(bivli)
zonder
דַ֔עַת
(daat)
kennis
וְה֛וּא
(vehu)
en hij
לֹא
(lo)
niet
שֹׂנֵ֥א
(sone)
haatte
ל֖וֹ
(lo)
hem
מִתְּמ֣וֹל
(mitemol)
van gisteren
שִׁלְשׁ֑וֹם
(shilshom)
eergisteren
וְנָ֗ס
(venas)
en hij zal vluchten
אֶל
(el)
naar
אַחַ֛ת
(achat)
een
מִן
(min)
van
הֶעָרִ֥ים
(hearim)
de steden
הָאֵ֖ל
(hael)
deze
וָחָֽי
(vachay)
en blijft leven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רָצַח (ratsach), ‘doden’: hetzelfde werkwoord als in het zesde woord (Deut. 5:17).

Hier gaat het om doden zonder opzet.

43Betser in de woestijn, in het land van het plateau, voor de Rubenieten. Ramot in Gilead voor de Gadieten. En Golan in Basan voor de Manassieten.
אֶת
(et)
(obj.)
בֶּ֧צֶר
(betser)
Betser
בַּמִּדְבָּ֛ר
(bamidbar)
in de woestijn
בְּאֶ֥רֶץ
(beerets)
in het land van
הַמִּישֹׁ֖ר
(hamishor)
het plateau
לָרֻֽאוּבֵנִ֑י
(laruuveni)
voor de Rubeniet
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
רָאמֹ֤ת
(ramot)
Ramot
בַּגִּלְעָד֙
(bagilad)
in Gilead
לַגָּדִ֔י
(lagadi)
voor de Gadiet
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
גּוֹלָ֥ן
(golan)
Golan
בַּבָּשָׁ֖ן
(babashan)
in Basan
לַֽמְנַשִּֽׁי
(lamnashi)
voor de Manassiet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Betser lag in het plateau ten oosten van de Dode Zee (Jordanië); de plek is onzeker.

Ramot in Gilead is waarschijnlijk Tell Ramith, in het noorden van Jordanië.

Golan lag in Basan, in het zuiden van Syrië; de plek is onzeker.

Het begin van de wet van Mozes

44Dit is de wet die Mozes de zonen van Israël voorlegde.
וְזֹ֖את
(vezot)
en dit
הַתּוֹרָ֑ה
(hatora)
de wet
אֲשֶׁר
(asher)
die
שָׂ֣ם
(sam)
legde voor
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
לִפְנֵ֖י
(lifnei)
voor het aangezicht van
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תּוֹרָה (torah), ‘wet’: onderricht dat Yahweh geeft.

Vanaf hier opent een tweede deel: de verzen 44–49 vormen de inleiding op de volgende toespraak.

45Dit zijn de getuigenissen, de voorschriften en de rechtsregels die Mozes tot de zonen van Israël sprak, toen zij uit Egypte kwamen,
אֵ֚לֶּה
(ele)
dit zijn
הָֽעֵדֹ֔ת
(haedot)
de getuigenissen
וְהַֽחֻקִּ֖ים
(vehachuqim)
en de voorschriften
וְהַמִּשְׁפָּטִ֑ים
(vehamishpatim)
en de rechtsregels
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
die
דִּבֶּ֤ר
(diber)
sprak
מֹשֶׁה֙
(moshe)
Mozes
אֶל
(el)
tot
בְּנֵ֣י
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
בְּצֵאתָ֖ם
(betsetam)
bij hun uittocht
מִמִּצְרָֽיִם
(mimitsrayim)
uit Egypte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

46aan de overkant van de Jordaan, in het dal tegenover Bet-Peor, in het land van Sichon, de koning van de Amorieten die in Chesbon woonde. Mozes en de zonen van Israël hadden hem verslagen toen zij uit Egypte kwamen.
בְּעֵ֨בֶר
(beever)
aan de overkant van
הַיַּרְדֵּ֜ן
(hayarden)
de Jordaan
בַּגַּ֗יְא
(bagay)
in het dal
מ֚וּל
(mul)
tegenover
בֵּ֣ית
(beit)
Bet
פְּע֔וֹר
(peor)
Peor
בְּאֶ֗רֶץ
(beerets)
in het land van
סִיחֹן֙
(sichon)
Sichon
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
הָֽאֱמֹרִ֔י
(haemori)
de Amoriet
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
יוֹשֵׁ֖ב
(yoshev)
woonde
בְּחֶשְׁבּ֑וֹן
(becheshbon)
in Chesbon
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
die
הִכָּ֤ה
(hika)
versloeg
מֹשֶׁה֙
(moshe)
Mozes
וּבְנֵֽי
(uvenei)
en de zonen van
יִשְׂרָאֵ֔ל
(yisrael)
Israël
בְּצֵאתָ֖ם
(betsetam)
bij hun uittocht
מִמִּצְרָֽיִם
(mimitsrayim)
uit Egypte
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

Zie Bet-Peor: Bet-Peor lag in Moab, in het dal tegenover Jericho.

De precieze plaats is niet zeker.

Zie Chesbon: Chesbon (Tel Hesban) ligt in het huidige Jordanië, ten zuidwesten van Amman.

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

47Zij namen zijn land in bezit en het land van Og, de koning van Basan. Dat waren de twee koningen van de Amorieten aan de overkant van de Jordaan, in het oosten,
וַיִּֽירְשׁ֨וּ
(vayireshu)
en zij namen in bezit
אֶת
(et)
(obj.)
אַרְצ֜וֹ
(artso)
zijn land
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
אֶ֣רֶץ
(erets)
het land van
ע֣וֹג
(og)
Og
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
הַבָּשָׁ֗ן
(habashan)
Basan
שְׁנֵי֙
(shenei)
twee
מַלְכֵ֣י
(malkhei)
koningen van
הָֽאֱמֹרִ֔י
(haemori)
de Amoriet
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
die
בְּעֵ֣בֶר
(beever)
aan de overkant van
הַיַּרְדֵּ֑ן
(hayarden)
de Jordaan
מִזְרַ֖ח
(mizrach)
oosten
שָֽׁמֶשׁ
(shamesh)
de zon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Basan: Basan ligt ten oosten van het meer van Galilea en de Jordaan, in het zuidwesten van het huidige Syrië en het noorden van Jordanië.

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

48van Aroër, dat aan de oever van de beek Arnon ligt, tot de berg Sion, dat is de Hermon,
מֵעֲרֹעֵ֞ר
(mearoer)
van Aroër
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
עַל
(al)
aan
שְׂפַת
(sefat)
de oever van
נַ֧חַל
(nachal)
de beek
אַרְנֹ֛ן
(arnon)
Arnon
וְעַד
(vead)
en tot
הַ֥ר
(har)
de berg
שִׂיאֹ֖ן
(sion)
Sion
ה֥וּא
(hu)
dat is
חֶרְמֽוֹן
(chermon)
Hermon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De Hermon is de hoge berg op de grens van Libanon en Syrië.

Zie Aroër: Aroër lag aan de rand van de Arnonkloof, bij het huidige Khirbet Arair in Jordanië.

Zie Arnon: De Arnon (Wadi Mudjib) stroomt van het oosten naar de Dode Zee en vormde de grens van Moab.

Uitleg

שִׂיאֹן (Sjion), ‘Sion’: een andere naam voor de Hermon.

Het is niet dezelfde naam als Sion (צִיּוֹן, Tsion) in Jeruzalem.

49en heel de Araba aan de overkant van de Jordaan, in het oosten, tot de zee van de Araba, onder de hellingen van de Pisga.
וְכָל
(vekhal)
en heel
הָ֨עֲרָבָ֜ה
(haarava)
de Araba
עֵ֤בֶר
(ever)
aan de overkant van
הַיַּרְדֵּן֙
(hayarden)
de Jordaan
מִזְרָ֔חָה
(mizracha)
oostwaarts
וְעַ֖ד
(vead)
en tot
יָ֣ם
(yam)
de zee van
הָעֲרָבָ֑ה
(haarava)
de Araba
תַּ֖חַת
(tachat)
onder
אַשְׁדֹּ֥ת
(ashdot)
de hellingen van
הַפִּסְגָּֽה
(hapisga)
de Pisga
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Araba: De Araba is het diepe dal ten zuiden van de Dode Zee, tot aan de Golf van Akaba.

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

Zie Nebo en Pisga: De Nebo en de Pisga liggen in het gebergte Abarim, ten oosten van de Dode Zee, ten westen van Madaba in Jordanië.