Elohim Bijbel

Psalmen 60

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Elohim heeft gesproken in Zijn heiligheid

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Opschrift

1Voor de koorleider. Op ‘De lelie van de getuigenis’. Een Michtam van David, om te onderwijzen,
לַ֭מְנַצֵּחַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
עַל
(al)
op
שׁוּשַׁ֣ן
(shushan)
lelie van
עֵד֑וּת
(edut)
getuigenis
מִכְתָּ֖ם
(mikhtam)
Michtam
לְדָוִ֣ד
(ledavid)
van David
לְלַמֵּֽד
(lelamed)
om te onderwijzen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In de Hebreeuwse telling zijn vers 1 en 2 het opschrift; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

שׁוּשַׁן עֵדוּת (shushan edut), ‘De lelie van de getuigenis’: waarschijnlijk de naam van een melodie. De betekenis is onzeker.

מִכְתָּם (michtam), ‘Michtam’: de betekenis is onzeker.

לְלַמֵּד (lelammed), ‘om te onderwijzen’: de psalm moest geleerd worden, zoals Davids klaaglied in 2 Sam. 1:18.

2toen hij Aram-Naharaim en Aram-Tsoba bestreed, en Joab terugkeerde en Edom versloeg in het Zoutdal: twaalfduizend.
בְּהַצּוֹת֨וֹ
(behatsoto)
toen hij bestreed
אֶ֥ת
(et)
(obj.)
אֲרַ֣ם
(aram)
Aram
נַהֲרַיִם֮
(naharayim)
Naharaim
וְאֶת
(veet)
en (obj.)
אֲרַ֪ם
(aram)
Aram
צ֫וֹבָ֥ה
(tsova)
Tsoba
וַיָּ֤שָׁב
(vayashav)
en keerde terug
יוֹאָ֗ב
(yoav)
Joab
וַיַּ֣ךְ
(vayakh)
en versloeg
אֶת
(et)
(obj.)
אֱד֣וֹם
(edom)
Edom
בְּגֵיא
(begei)
in het dal van
מֶ֑לַח
(melach)
zout
שְׁנֵ֖ים
(sheneim)
twee
עָשָׂ֣ר
(asar)
tien
אָֽלֶף
(alef)
duizend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Het Zoutdal ligt waarschijnlijk ten zuiden van de Zoutzee, in de Arabah (Israël en Jordanië).

De ligging is onzeker.

Zie Mesopotamië: Aram-Naharaim (Mesopotamië, ‘Aram van de twee rivieren’) is het gebied rond de bovenloop van de Eufraat en de Tigris; Paddan-Aram ligt daar, bij Charan.

Zie Aram-Tsoba (ligging onzeker): Aram-Tsoba was een Aramees rijk ten noorden van Damascus, vermoedelijk in de Bekaa-vallei en het Antilibanon.

De precieze grenzen zijn niet bekend.

Zie Edom (Seïr): Edom (Seïr) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië.

Uitleg

Het opschrift verwijst naar Davids oorlogen in 2 Sam. 8:3–14 en 2 Sam. 10:6–19.

In 2 Sam. 8:13 verslaat David Aram in het Zoutdal en zijn het 18.000 man.

In 1 Kron. 18:12 verslaat Abisai Edom in het Zoutdal, 18.000 man.

Dit opschrift noemt Joab en twaalfduizend.

Het verschil in naam en getal is niet op te lossen.

אֲרַם נַהֲרַיִם (Aram-Naharaim), ‘Aram van de twee rivieren’: het gebied tussen de Eufraat en de Tigris.

Elohim, U hebt ons verworpen

3Elohim, U hebt ons verworpen, U hebt ons doorbroken. U was toornig. Herstel ons.
אֱ֭לֹהִים
(Elohim)
Elohim
זְנַחְתָּ֣נוּ
(zenachtanu)
U hebt ons verworpen
פְרַצְתָּ֑נוּ
(peratstanu)
U hebt ons doorbroken
אָ֝נַ֗פְתָּ
(anafta)
U was toornig
תְּשׁ֣וֹבֵ֥ב
(teshovev)
herstel
לָֽנוּ
(lanu)
ons
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תְּשׁוֹבֵב (teshovev), ‘herstel’: letterlijk ‘doe terugkeren’.

De bede is dat Elohim zich weer naar Zijn volk keert en het herstelt.

4U hebt het land doen beven, U hebt het opengescheurd. Genees de breuken ervan, want het wankelt.
הִרְעַ֣שְׁתָּה
(hirashta)
U hebt doen beven
אֶ֣רֶץ
(erets)
het land
פְּצַמְתָּ֑הּ
(petsamtah)
U hebt het opengescheurd
רְפָ֖ה
(refa)
genees
שְׁבָרֶ֣יהָ
(shevareiha)
de breuken ervan
כִי
(ki)
want
מָֽטָה
(mata)
het wankelt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פְּצַמְתָּהּ (petsamtah), ‘U hebt het opengescheurd’: dit woord komt maar één keer voor.

De betekenis ‘openscheuren’ is onzeker.

De aarde is een beeld van het land na de nederlaag.

5U hebt Uw volk harde dingen laten zien. U hebt ons wijn laten drinken die doet waggelen.
הִרְאִ֣יתָה
(hirita)
U hebt laten zien
עַמְּךָ֣
(amekha)
Uw volk
קָשָׁ֑ה
(qasha)
harde dingen
הִ֝שְׁקִיתָ֗נוּ
(hishqitanu)
U hebt ons laten drinken
יַ֣יִן
(yayin)
wijn
תַּרְעֵלָֽה
(tarela)
die doet waggelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תַּרְעֵלָה (tar’elah), ‘wat doet waggelen’: de wijn van Elohims toorn.

Vergelijk Jes. 51:17.

6Aan wie U vrezen, hebt U een banier gegeven, om zich te verheffen vanwege de waarheid. Sela.
נָ֘תַ֤תָּה
(natata)
U hebt gegeven
לִּירֵאֶ֣יךָ
(lireeikha)
aan wie U vrezen
נֵּ֭ס
(nes)
een banier
לְהִתְנוֹסֵ֑ס
(lehitnoses)
om zich te verheffen
מִ֝פְּנֵ֗י
(mipenei)
vanwege
קֹ֣שֶׁט
(qoshet)
de waarheid
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סֶלָה (sela), ‘Sela’: de betekenis is onzeker, waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze.

Lezing

קֹשֶׁט (qoshet): de klinkers van de Masoretische tekst geven ‘waarheid’ (zoals in Spr. 22:21).

Het woord klinkt ook als קֶשֶׁת (qeshet), ‘boog’.

Dan staat er: ‘om zich te verheffen vanwege de boog’, dus op de vlucht voor de boog.

Wij volgen de klinkers van de tekst.

De betekenis is onzeker.

7Opdat Uw geliefden bevrijd worden: red met Uw rechterhand en antwoord mij.
לְ֭מַעַן
(lemaan)
opdat
יֵחָלְצ֣וּן
(yechaletsun)
bevrijd worden
יְדִידֶ֑יךָ
(yedideikha)
Uw geliefden
הוֹשִׁ֖יעָה
(hoshia)
red
יְמִֽינְךָ֣
(yeminekha)
met Uw rechterhand
וַעֲנֵֽנִי
(vaaneni)
en antwoord mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vers 7–14 staat ook in Ps. 108:7–14.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is ענינו (anenu), ‘antwoord ons’.

De te lezen vorm (qere) is וַעֲנֵנִי (va’aneni), ‘antwoord mij’.

Wij volgen de qere.

In Ps. 108:7 staat dit ook.

Elohim heeft gesproken

8Elohim heeft gesproken in Zijn heiligheid: „Ik zal jubelen. Ik zal Sichem verdelen en het dal van Sukkot afmeten.
אֱלֹהִ֤ים
(Elohim)
Elohim
דִּבֶּ֥ר
(diber)
heeft gesproken
בְּקָדְשׁ֗וֹ
(beqadesho)
in Zijn heiligheid
אֶ֫עְלֹ֥זָה
(eloza)
ik zal jubelen
אֲחַלְּקָ֥ה
(achaleqa)
ik zal verdelen
שְׁכֶ֑ם
(shekhem)
Sichem
וְעֵ֖מֶק
(veemeq)
en dal van
סֻכּ֣וֹת
(sukot)
Sukkot
אֲמַדֵּֽד
(amaded)
ik zal afmeten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Sichem: Sichem lag bij het huidige Nablus, tussen de bergen Gerizim en Ebal.

Zie Sukkot: Sukkot lag ten oosten van de Jordaan, bij de monding van de Jabbok; de precieze plaats is niet zeker.

Uitleg

Vanaf hier spreekt Elohim zelf, tot en met vers 10.

Het woord בְּקָדְשׁוֹ (beqodsho) kan ‘in Zijn heiligheid’ of ‘in Zijn heiligdom’ betekenen.

Wij vertalen ‘in Zijn heiligheid’.

Sichem en het dal van Sukkot zijn plaatsen ten westen en ten oosten van de Jordaan: Elohim verdeelt het hele land als Zijn eigen bezit.

9Van Mij is Gilead en van Mij is Manasse. Efraïm is de helm van Mijn hoofd. Juda is Mijn heersersstaf.
לִ֤י
(li)
van Mij
גִלְעָ֨ד
(gilad)
Gilead
וְלִ֬י
(veli)
en van Mij
מְנַשֶּׁ֗ה
(menashe)
Manasse
וְ֭אֶפְרַיִם
(veefrayim)
en Efraïm
מָע֣וֹז
(maoz)
helm van
רֹאשִׁ֑י
(roshi)
Mijn hoofd
יְ֝הוּדָ֗ה
(yehuda)
Juda
מְחֹֽקְקִי
(mechoqeqi)
Mijn heersersstaf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Gilead: Gilead is het bergland ten oosten van de Jordaan, tussen de Jarmoek en de Dode Zee.

Uitleg

Gilead en Manasse liggen ten oosten van de Jordaan.

Efraïm en Juda zijn de grote stammen ten westen ervan.

De helm (מָעוֹז, ma’oz) is letterlijk ‘vesting, bescherming’.

De heersersstaf (מְחֹקְקִי, mechoqeqi) is letterlijk ‘mijn wetgever’; Juda is de stam van de koning (Gen. 49:10).

10Moab is Mijn waskom. Over Edom werp Ik Mijn sandaal. Filistea, juich om Mij!”
מוֹאָ֤ב
(moav)
Moab
סִ֬יר
(sir)
waskom
רַחְצִ֗י
(rachtsi)
Mijn wassing
עַל
(al)
over
אֱ֭דוֹם
(edom)
Edom
אַשְׁלִ֣יךְ
(ashlikh)
ik werp
נַעֲלִ֑י
(naali)
Mijn sandaal
עָ֝לַ֗י
(alay)
om Mij
פְּלֶ֣שֶׁת
(peleshet)
Filistea
הִתְרֹעָֽעִֽי
(hitroai)
juich
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Moab: Moab ligt ten oosten van de Dode Zee, in het huidige Jordanië.

Zie Edom (Seïr): Edom (Seïr) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië.

Zie Filistea: Filistea was de kuststrook in het zuidwesten van het land, rond Gaza en Asdod.

Uitleg

Moab als waskom, Edom als plek waar Elohim Zijn sandaal werpt: beelden van overheersing.

De precieze betekenis van het beeld is onzeker.

הִתְרֹעָעִי (hitro’a’i), ‘juich’: de vorm is onzeker. In Ps. 108:10 staat ‘over Filistea juich Ik’. Hier leest de tekst als een spottende uitnodiging aan Filistea.

Wie leidt mij naar Edom?

11Wie brengt mij naar de versterkte stad? Wie leidt mij tot in Edom?
מִ֣י
(mi)
wie
יֹ֭בִלֵנִי
(yovileni)
brengt mij
עִ֣יר
(ir)
stad
מָצ֑וֹר
(matsor)
versterkte
מִ֖י
(mi)
wie
נָחַ֣נִי
(nachani)
leidt mij
עַד
(ad)
tot
אֱדֽוֹם
(edom)
Edom
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Edom (Seïr): Edom (Seïr) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië.

Uitleg

עִיר מִבְצָר (ir matsor), ‘de versterkte stad’: de hoofdstad van Edom, waarschijnlijk Bosra of Sela (Petra).

De ligging is onzeker.

12Is het niet U, Elohim, die ons verworpen heeft? U trekt niet uit, Elohim, met onze legers.
הֲלֹֽא
(halo)
is het niet
אַתָּ֣ה
(ata)
U
אֱלֹהִ֣ים
(Elohim)
Elohim
זְנַחְתָּ֑נוּ
(zenachtanu)
U hebt ons verworpen
וְֽלֹא
(velo)
en niet
תֵצֵ֥א
(tetse)
trekt U uit
אֱ֝לֹהִ֗ים
(Elohim)
Elohim
בְּצִבְאוֹתֵֽינוּ
(betsivoteinu)
met onze legers
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּצִבְאוֹתֵינוּ (betsiv’otenu), ‘met onze legers’: letterlijk ‘met onze scharen’.

13Geef ons hulp uit de nood, want ijdel is de redding door een mens.
הָֽבָה
(hava)
geef
לָּ֣נוּ
(lanu)
ons
עֶזְרָ֣ת
(ezrat)
hulp
מִצָּ֑ר
(mitsar)
uit de nood
וְ֝שָׁ֗וְא
(veshave)
en ijdel
תְּשׁוּעַ֥ת
(teshuat)
redding van
אָדָם
(adam)
een mens
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14Met Elohim zullen wij machtige daden doen. Hij zal onze vijanden vertrappen.
בֵּֽאלֹהִ֥ים
(bElohim)
met Elohim
נַעֲשֶׂה
(naase)
zullen wij doen
חָ֑יִל
(chayil)
macht
וְ֝ה֗וּא
(vehu)
en Hij
יָב֥וּס
(yavus)
zal vertrappen
צָרֵֽינוּ
(tsareinu)
onze vijanden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)