Elohim Bijbel

Psalmen 62

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Alleen voor Elohim is mijn ziel stil

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Opschrift

1Voor de koorleider. Voor Jedutun. Een psalm van David.
לַמְנַצֵּ֥חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
עַֽל
(al)
voor
יְדוּת֗וּן
(yedutun)
Jedutun
מִזְמ֥וֹר
(mizmor)
psalm
לְדָוִֽד
(ledavid)
van David
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker; wij vertalen ‘koorleider’.

עַל יְדוּתוּן (al Yedutun), ‘voor Jedutun’: Jedutun was een Leviet, leider van de zang in de tempel. Het kan ook een aanwijzing voor een melodie zijn. De betekenis is onzeker.

Alleen bij Elohim is mijn redding

2Alleen voor Elohim is mijn ziel stil. Van Hem komt mijn redding.
אַ֣ךְ
(akh)
alleen
אֶל
(el)
voor
אֱ֭לֹהִים
(Elohim)
Elohim
דּֽוּמִיָּ֣ה
(dumiya)
stil
נַפְשִׁ֑י
(nafshi)
mijn ziel
מִ֝מֶּ֗נּוּ
(mimenu)
van Hem
יְשׁוּעָתִֽי
(yeshuati)
mijn redding
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven of de hele persoon.

Hier betekent het de dichter zelf.

אַךְ (ach), ‘alleen’: dit woord opent vers 2, 3, 5, 6, 7 en 10. Het kan ook ‘zeker’ of ‘slechts’ betekenen. Wij vertalen steeds ‘alleen’.

דּוּמִיָּה (dumiyyah), ‘stil’: een rustige stilte, een wachten op Elohim.

3Alleen Hij is mijn rots en mijn redding, mijn hoge toevlucht. Ik zal niet zeer wankelen.
אַךְ
(akh)
alleen
ה֣וּא
(hu)
Hij
צ֭וּרִי
(tsuri)
mijn rots
וִֽישׁוּעָתִ֑י
(vishuati)
en mijn redding
מִ֝שְׂגַּבִּ֗י
(misgabi)
mijn hoge toevlucht
לֹא
(lo)
niet
אֶמּ֥וֹט
(emot)
ik zal wankelen
רַבָּֽה
(raba)
zeer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רַבָּה (rabbah), ‘zeer’: de dichter zegt dat hij niet zwaar zal wankelen.

In vers 7 ontbreekt dit woord.

Tegen hen die een man willen laten vallen

4Hoe lang storten jullie je op één man, om hem allen te doden, als een overhellende muur, een wankelende afscheiding?
עַד
(ad)
tot
אָ֤נָה
(ana)
wanneer
תְּהֽוֹתְת֣וּ
(tehotetu)
storten jullie je
עַל
(al)
op
אִישׁ֮
(ish)
een man
תְּרָצְּח֪וּ
(teratsechu)
doden jullie hem
כֻ֫לְּכֶ֥ם
(kulekhem)
allen
כְּקִ֥יר
(keqir)
als een muur
נָט֑וּי
(natuy)
overhellend
גָּ֝דֵ֗ר
(gader)
afscheiding
הַדְּחוּיָֽה
(hadechuya)
wankelend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תְּרָצְּחוּ (teratsechu), ‘doden’: het werkwoord betekent ‘vermoorden’.

Het beeld is een man die als een scheve muur door een groep wordt omgeduwd.

5Zij beramen alleen om hem van zijn hoogte te stoten. Zij hebben behagen in leugen. Met hun mond zegenen zij, maar innerlijk vervloeken zij. Sela.
אַ֤ךְ
(akh)
alleen
מִשְּׂאֵת֨וֹ
(miseeto)
van zijn hoogte
יָעֲצ֣וּ
(yaatsu)
zij beramen
לְהַדִּיחַ֮
(lehadiach)
om te stoten
יִרְצ֪וּ
(yirtsu)
zij hebben behagen in
כָ֫זָ֥ב
(kazav)
leugen
בְּפִ֥יו
(befiv)
met zijn mond
יְבָרֵ֑כוּ
(yevarekhu)
zij zegenen
וּ֝בְקִרְבָּ֗ם
(uveqirbam)
en innerlijk
יְקַלְלוּ
(yeqallu)
zij vervloeken
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִשְּׂאֵת (misse’et), ‘hoogte’: de hoge plaats van een man, zijn waardigheid.

סֶלָה (sela), ‘Sela’: de betekenis is onzeker, waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze.

Wees stil, mijn ziel

6Alleen voor Elohim, wees stil, mijn ziel. Want van Hem komt mijn hoop.
אַ֣ךְ
(akh)
alleen
לֵ֭אלֹהִים
(lElohim)
voor Elohim
דּ֣וֹמִּי
(domi)
wees stil
נַפְשִׁ֑י
(nafshi)
mijn ziel
כִּי
(ki)
want
מִ֝מֶּ֗נּוּ
(mimenu)
van Hem
תִּקְוָתִֽי
(tiqvati)
mijn hoop
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7Alleen Hij is mijn rots en mijn redding, mijn hoge toevlucht. Ik zal niet wankelen.
אַךְ
(akh)
alleen
ה֣וּא
(hu)
Hij
צ֭וּרִי
(tsuri)
mijn rots
וִֽישׁוּעָתִ֑י
(vishuati)
en mijn redding
מִ֝שְׂגַּבִּ֗י
(misgabi)
mijn hoge toevlucht
לֹ֣א
(lo)
niet
אֶמּֽוֹט
(emot)
ik zal wankelen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Op Elohim rusten mijn redding en mijn eer. De rots van mijn sterkte, mijn toevlucht is in Elohim.
עַל
(al)
op
אֱ֭לֹהִים
(Elohim)
Elohim
יִשְׁעִ֣י
(yishi)
mijn redding
וּכְבוֹדִ֑י
(ukhevodi)
en mijn eer
צוּר
(tsur)
rots van
עֻזִּ֥י
(uzi)
mijn sterkte
מַ֝חְסִ֗י
(machsi)
mijn toevlucht
בֵּֽאלֹהִֽים
(bElohim)
in Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כָּבוֹד (kavod), ‘eer’: hier de eer van de dichter zelf, die bij Elohim rust.

Vertrouw op Hem, volk

9Vertrouw te allen tijde op Hem, volk. Stort jullie hart voor Hem uit. Elohim is een toevlucht voor ons. Sela.
בִּטְח֘וּ
(bitchu)
vertrouw
ב֤וֹ
(bo)
op Hem
בְכָל
(bekhal)
te allen
עֵ֨ת
(et)
tijde
עָ֗ם
(am)
volk
שִׁפְכֽוּ
(shifkhu)
stort uit
לְפָנָ֥יו
(lefanav)
voor Hem
לְבַבְכֶ֑ם
(levavkhem)
jullie hart
אֱלֹהִ֖ים
(Elohim)
Elohim
מַחֲסֶה
(machase)
toevlucht
לָּ֣נוּ
(lanu)
voor ons
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עָם (am), ‘volk’: hier spreekt de dichter het volk aan, met ‘jullie’.

Mensen zijn damp

10Alleen damp zijn de mensenkinderen, leugen zijn de zonen van mannen. In de weegschaal gaan zij omhoog. Samen zijn zij lichter dan damp.
אַ֤ךְ
(akh)
alleen
הֶ֥בֶל
(hevel)
damp
בְּנֵֽי
(benei)
zonen van
אָדָם֮
(adam)
mensen
כָּזָ֪ב
(kazav)
leugen
בְּנֵ֫י
(benei)
zonen van
אִ֥ישׁ
(ish)
mannen
בְּמֹאזְנַ֥יִם
(bemoznayim)
in de weegschaal
לַעֲל֑וֹת
(laalot)
om omhoog te gaan
הֵ֝֗מָּה
(hema)
zij
מֵהֶ֥בֶל
(mehevel)
lichter dan damp
יָֽחַד
(yachad)
samen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הֶבֶל (hevel), ‘damp’: een ademtocht, een zucht.

Het woord is ook de naam Abel (Gen. 4:2).

Het staat voor wat vluchtig en leeg is.

בְּנֵי אָדָם (bene adam) en בְּנֵי אִישׁ (bene ish): ‘mensenkinderen’ en ‘zonen van mannen’. Mogelijk gewone mensen en aanzienlijke mensen. Allen samen wegen minder dan een zucht.

11Vertrouw niet op afpersing en word niet ijdel door roof. Als rijkdom toeneemt, zet er dan je hart niet op.
אַל
(al)
niet
תִּבְטְח֣וּ
(tivtechu)
vertrouw
בְעֹשֶׁק֮
(beosheq)
op afpersing
וּבְגָזֵ֪ל
(uvegazel)
en op roof
אַל
(al)
niet
תֶּ֫הְבָּ֥לוּ
(tehbalu)
word ijdel
חַ֤יִל
(chayil)
rijkdom
כִּֽי
(ki)
als
יָנ֑וּב
(yanuv)
het toeneemt
אַל
(al)
niet
תָּשִׁ֥יתוּ
(tashitu)
zet
לֵֽב
(lev)
hart
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חַיִל (chayil), ‘rijkdom’: ook ‘kracht’ of ‘bezit’.

Bij Elohim is sterkte en trouw

12Eén keer heeft Elohim gesproken. Twee keer heb ik dit gehoord: dat de sterkte bij Elohim is.
אַחַ֤ת
(achat)
eenmaal
דִּבֶּ֬ר
(diber)
heeft gesproken
אֱלֹהִ֗ים
(Elohim)
Elohim
שְׁתַּֽיִם
(shetayim)
tweemaal
ז֥וּ
(zu)
dit
שָׁמָ֑עְתִּי
(shamati)
heb ik gehoord
כִּ֥י
(ki)
dat
עֹ֝֗ז
(oz)
sterkte
לֵאלֹהִֽים
(lElohim)
bij Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘Eén keer… twee keer’ (אַחַת… שְׁתַּיִם): een Hebreeuwse manier om te zeggen dat iets zeker is en vaak herhaald.

Wij vertalen de getallen letterlijk.

13En bij U, mijn Heer, is trouw. Want U vergeldt ieder naar zijn werk.
וּלְךָֽ
(ulekha)
en bij U
אֲדֹנָ֥י
(adonay)
mijn Heer
חָ֑סֶד
(chased)
trouw
כִּֽי
(ki)
want
אַתָּ֨ה
(ata)
U
תְשַׁלֵּ֖ם
(teshalem)
vergeldt
לְאִ֣ישׁ
(leish)
aan ieder
כְּֽמַעֲשֵֽׂהוּ
(kemaasehu)
naar zijn werk
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: een aanspreking van Elohim.

חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid.