Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
1Voor de koorleider. Een maskil. Van de zonen van Korach.
לַמְנַצֵּ֗חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
מַשְׂכִּ֥יל
(maskil)
maskil
לִבְנֵי
(livnei)
van de zonen van
קֹֽרַח
(qorach)
Korach
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מַשְׂכִּיל (maskil): de betekenis is onzeker; waarschijnlijk een kunstig of lerend lied.
Wij laten ‘Maskil’ staan.
In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.
Psalm 42 en 43 horen waarschijnlijk bij elkaar: ze hebben dezelfde terugkerende regel (42:6, 42:12 en 43:5). Psalm 42–83 noemt Elohim waar andere psalmen Yahweh hebben.
5Dit wil ik gedenken en mijn ziel in mij uitstorten: hoe ik meetrok in de stoet en hen leidde naar het huis van Elohim. Er was jubelgeluid en lofzang, een feestvierende menigte.
אֵ֤לֶּה
(ele)
deze dingen
אֶזְכְּרָ֨ה
(ezkera)
wil ik gedenken
וְאֶשְׁפְּכָ֬ה
(veeshpekha)
en uitstorten
עָלַ֨י
(alay)
in mij
נַפְשִׁ֗י
(nafshi)
mijn ziel
כִּ֤י
(ki)
hoe
אֶֽעֱבֹ֨ר
(eevor)
ik meetrok
בַּסָּךְ֮
(basakh)
in de stoet
אֶדַּדֵּ֗ם
(edadem)
ik leidde hen
עַד
(ad)
naar
בֵּ֥ית
(beit)
huis van
אֱלֹ֫הִ֥ים
(Elohim)
Elohim
בְּקוֹל
(beqol)
met geluid van
רִנָּ֥ה
(rina)
gejuich
וְתוֹדָ֗ה
(vetoda)
en lofzang
הָמ֥וֹן
(hamon)
menigte
חוֹגֵֽג
(chogeg)
feestvierende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
סָךְ (sakh), ‘stoet’, en אֶדַּדֵּם (eddaddem), ‘ik leidde hen’: beide woorden komen zo weinig voor dat de betekenis onzeker is.
Wij vertalen naar de zin: een feestelijke optocht naar de tempel.
12Waarom ben je terneergeslagen, mijn ziel, en waarom kreun je over mij? Wacht op Elohim, want ik zal Hem nog danken, de redding van mijn aangezicht en mijn Elohim.
מַה
(ma)
waarom
תִּשְׁתּ֬וֹחֲחִ֨י
(tishtochachi)
ben je terneergeslagen
נַפְשִׁי֮
(nafshi)
mijn ziel
וּֽמַה
(uma)
en waarom
תֶּהֱמִ֪י
(tehemi)
kreun je
עָ֫לָ֥י
(alay)
over mij
הוֹחִ֣ילִי
(hochili)
wacht
לֵֽ֭אלֹהִים
(lElohim)
op Elohim
כִּי
(ki)
want
ע֣וֹד
(od)
nog
אוֹדֶ֑נּוּ
(odenu)
zal ik Hem danken
יְשׁוּעֹ֥ת
(yeshuot)
redding van
פָּ֝נַ֗י
(panay)
mijn aangezicht
וֵֽאלֹהָֽי
(velohay)
en mijn Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)