Elohim Bijbel

Psalmen 42

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Mijn ziel dorst naar de levende El

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

1Voor de koorleider. Een maskil. Van de zonen van Korach.
לַמְנַצֵּ֗חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
מַשְׂכִּ֥יל
(maskil)
maskil
לִבְנֵי
(livnei)
van de zonen van
קֹֽרַח
(qorach)
Korach
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מַשְׂכִּיל (maskil): de betekenis is onzeker; waarschijnlijk een kunstig of lerend lied.

Wij laten ‘Maskil’ staan.

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

Psalm 42 en 43 horen waarschijnlijk bij elkaar: ze hebben dezelfde terugkerende regel (42:6, 42:12 en 43:5). Psalm 42–83 noemt Elohim waar andere psalmen Yahweh hebben.

Mijn ziel dorst naar Elohim

2Zoals een hert smacht naar stromend water, zo smacht mijn ziel naar U, Elohim.
כְּאַיָּ֗ל
(keayal)
zoals een hert
תַּעֲרֹ֥ג
(taarog)
smacht
עַל
(al)
naar
אֲפִֽיקֵי
(afiqei)
stromen van
מָ֑יִם
(mayim)
water
כֵּ֤ן
(ken)
zo
נַפְשִׁ֨י
(nafshi)
mijn ziel
תַעֲרֹ֖ג
(taarog)
smacht
אֵלֶ֣יךָ
(eleikha)
naar U
אֱלֹהִֽים
(Elohim)
Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het levende wezen met zijn verlangens.

In deze psalm vertalen wij ‘ziel’.

3Mijn ziel dorst naar Elohim, naar de levende El. Wanneer mag ik komen en voor het aangezicht van Elohim verschijnen?
צָמְאָ֬ה
(tsamea)
dorst
נַפְשִׁ֨י
(nafshi)
mijn ziel
לֵאלֹהִים֮
(lElohim)
naar Elohim
לְאֵ֪ל
(leel)
naar El
חָ֥י
(chay)
levende
מָתַ֥י
(matay)
wanneer
אָב֑וֹא
(avo)
zal ik komen
וְ֝אֵרָאֶ֗ה
(veerae)
en verschijnen
פְּנֵ֣י
(penei)
aangezicht van
אֱלֹהִֽים
(Elohim)
Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לְאֵל חָי (le’el chay), ‘naar de levende El’: El is een korte vorm van Elohim.

אֵרָאֶה (era’eh), ‘ik zal verschijnen’: wie de tempel bezoekt, verschijnt voor het aangezicht van Elohim.

4Mijn tranen zijn mijn brood geweest, overdag en 's nachts, terwijl men de hele dag tegen mij zegt: „Waar is je Elohim?”
הָֽיְתָה
(hayeta)
zijn geweest
לִּ֬י
(li)
voor mij
דִמְעָתִ֣י
(dimati)
mijn tranen
לֶ֭חֶם
(lechem)
brood
יוֹמָ֣ם
(yomam)
overdag
וָלָ֑יְלָה
(valayela)
en 's nachts
בֶּאֱמֹ֥ר
(beemor)
terwijl men zegt
אֵלַ֥י
(elay)
tegen mij
כָּל
(kal)
heel
הַ֝יּ֗וֹם
(hayom)
de dag
אַיֵּ֥ה
(aye)
waar is
אֱלֹהֶֽיךָ
(eloheikha)
je Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Dit wil ik gedenken en mijn ziel in mij uitstorten: hoe ik meetrok in de stoet en hen leidde naar het huis van Elohim. Er was jubelgeluid en lofzang, een feestvierende menigte.
אֵ֤לֶּה
(ele)
deze dingen
אֶזְכְּרָ֨ה
(ezkera)
wil ik gedenken
וְאֶשְׁפְּכָ֬ה
(veeshpekha)
en uitstorten
עָלַ֨י
(alay)
in mij
נַפְשִׁ֗י
(nafshi)
mijn ziel
כִּ֤י
(ki)
hoe
אֶֽעֱבֹ֨ר
(eevor)
ik meetrok
בַּסָּךְ֮
(basakh)
in de stoet
אֶדַּדֵּ֗ם
(edadem)
ik leidde hen
עַד
(ad)
naar
בֵּ֥ית
(beit)
huis van
אֱלֹ֫הִ֥ים
(Elohim)
Elohim
בְּקוֹל
(beqol)
met geluid van
רִנָּ֥ה
(rina)
gejuich
וְתוֹדָ֗ה
(vetoda)
en lofzang
הָמ֥וֹן
(hamon)
menigte
חוֹגֵֽג
(chogeg)
feestvierende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סָךְ (sakh), ‘stoet’, en אֶדַּדֵּם (eddaddem), ‘ik leidde hen’: beide woorden komen zo weinig voor dat de betekenis onzeker is.

Wij vertalen naar de zin: een feestelijke optocht naar de tempel.

6Waarom ben je terneergeslagen, mijn ziel, en kreun je over mij? Wacht op Elohim, want ik zal Hem nog danken: de reddingen van Zijn aangezicht.
מַה
(ma)
waarom
תִּשְׁתּ֬וֹחֲחִ֨י
(tishtochachi)
ben je terneergeslagen
נַפְשִׁי֮
(nafshi)
mijn ziel
וַתֶּהֱמִ֪י
(vatehemi)
en kreun je
עָ֫לָ֥י
(alay)
over mij
הוֹחִ֣ילִי
(hochili)
wacht
לֵֽ֭אלֹהִים
(lElohim)
op Elohim
כִּי
(ki)
want
ע֥וֹד
(od)
nog
אוֹדֶ֗נּוּ
(odenu)
zal ik Hem danken
יְשׁוּע֥וֹת
(yeshuot)
reddingen van
פָּנָֽיו
(panav)
Zijn aangezicht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

In de Masoretische tekst hoort ‘Zijn aangezicht’ bij vers 6, en vers 7 begint met ‘Mijn Elohim’.

In vers 12 en in Ps. 43:5 staat ‘de redding van mijn aangezicht en mijn Elohim’.

Sommige oude vertalingen lezen ook in vers 6 ‘mijn aangezicht en mijn Elohim’.

Wij volgen de Masoretische tekst.

Vanuit het land van de Jordaan

7Mijn Elohim, over mij is mijn ziel terneergeslagen. Daarom denk ik aan U vanuit het land van de Jordaan en de Hermons, vanaf de berg Mizar.
אֱֽלֹהַ֗י
(elohay)
mijn Elohim
עָלַי֮
(alay)
over mij
נַפְשִׁ֪י
(nafshi)
mijn ziel
תִשְׁתּ֫וֹחָ֥ח
(tishtochach)
is terneergeslagen
עַל
(al)
daarom
כֵּ֗ן
(ken)
(zo)
אֶ֭זְכָּרְךָ
(ezkarekha)
denk ik aan U
מֵאֶ֣רֶץ
(meerets)
uit het land van
יַרְדֵּ֑ן
(yarden)
Jordaan
וְ֝חֶרְמוֹנִ֗ים
(vechermonim)
en Hermons
מֵהַ֥ר
(mehar)
vanaf de berg
מִצְעָֽר
(mitsar)
Mizar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Het land van de Jordaan en de Hermons (meervoud: de toppen van het Hermongebergte) liggen in het uiterste noorden.

De berg Mizar (מִצְעָר, mitsar, ‘klein’) is onbekend; het kan de naam van een kleine top zijn.

Onzeker.

Zie Berg Mizar (ligging onzeker): De berg Mizar (‘klein’) wordt in Psalm 42:7 genoemd bij de Jordaan en de Hermon.

De ligging is onbekend; hij wordt in het noorden gezocht, bij de bronnen van de Jordaan.

8Watermassa roept tot watermassa bij het geluid van Uw watervallen. Al Uw branding en Uw golven zijn over mij heen gegaan.
תְּהֽוֹם
(tehom)
watermassa
אֶל
(el)
tot
תְּה֣וֹם
(tehom)
watermassa
ק֭וֹרֵא
(qore)
roept
לְק֣וֹל
(leqol)
bij het geluid van
צִנּוֹרֶ֑יךָ
(tsinoreikha)
Uw watervallen
כָּֽל
(kal)
al
מִשְׁבָּרֶ֥יךָ
(mishbareikha)
Uw branding
וְ֝גַלֶּ֗יךָ
(vegaleikha)
en Uw golven
עָלַ֥י
(alay)
over mij
עָבָֽרוּ
(avaru)
zijn heengegaan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תְּהוֹם (tehom), ‘watermassa’: de diepe wateren onder de aarde.

Zo vertalen wij het woord ook in Gen. 1:2 en Ps. 36:7.

צִנּוֹר (tsinnor), ‘waterval’: het woord is zeldzaam; het kan ook ‘waterpijp’ of ‘waterstraal’ betekenen.

Het beeld is een overweldigende nood.

9Overdag beveelt Yahweh Zijn trouw, en 's nachts is Zijn lied bij mij, een gebed tot de El van mijn leven.
יוֹמָ֤ם
(yomam)
overdag
יְצַוֶּ֬ה
(yetsave)
beveelt
יְהוָ֨ה
(Yahweh)
Yahweh
חַסְדּ֗וֹ
(chasdo)
Zijn trouw
וּ֭בַלַּיְלָה
(uvalayla)
en 's nachts
שִׁיר֣וֹ
(shiro)
Zijn lied
עִמִּ֑י
(imi)
bij mij
תְּ֝פִלָּ֗ה
(tefila)
gebed
לְאֵ֣ל
(leel)
tot El van
חַיָּֽי
(chayay)
mijn leven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is שירה (shirah), ‘lied’.

De te lezen vorm (qere) is שִׁירוֹ (shiro), ‘Zijn lied’.

Wij volgen de qere.

Waarom hebt U mij vergeten?

10Ik zeg tot El, mijn rots: „Waarom hebt U mij vergeten? Waarom ga ik somber rond onder de druk van de vijand?”
אוֹמְרָ֤ה
(omera)
ik zeg
לְאֵ֥ל
(leel)
tot El
סַלְעִי֮
(sali)
mijn rots
לָמָ֪ה
(lama)
waarom
שְׁכַ֫חְתָּ֥נִי
(shekhachtani)
hebt U mij vergeten
לָֽמָּה
(lama)
waarom
קֹדֵ֥ר
(qoder)
somber
אֵלֵ֗ךְ
(elekh)
ga ik rond
בְּלַ֣חַץ
(belachats)
onder de druk van
אוֹיֵֽב
(oyev)
vijand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קֹדֵר (qoder), ‘somber’: het woord voor in het zwart gekleed gaan, in rouw.

11Als een doodsteek in mijn beenderen hoonden mijn belagers mij, terwijl zij de hele dag tegen mij zeggen: „Waar is je Elohim?”
בְּרֶ֤צַח
(beretsach)
als een doodsteek
בְּֽעַצְמוֹתַ֗י
(beatsmotay)
in mijn beenderen
חֵרְפ֥וּנִי
(cherefuni)
hebben mij gehoond
צוֹרְרָ֑י
(tsoreray)
mijn belagers
בְּאָמְרָ֥ם
(beameram)
terwijl zij zeggen
אֵלַ֥י
(elay)
tegen mij
כָּל
(kal)
heel
הַ֝יּ֗וֹם
(hayom)
de dag
אַיֵּ֥ה
(aye)
waar is
אֱלֹהֶֽיךָ
(eloheikha)
je Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Waarom ben je terneergeslagen, mijn ziel, en waarom kreun je over mij? Wacht op Elohim, want ik zal Hem nog danken, de redding van mijn aangezicht en mijn Elohim.
מַה
(ma)
waarom
תִּשְׁתּ֬וֹחֲחִ֨י
(tishtochachi)
ben je terneergeslagen
נַפְשִׁי֮
(nafshi)
mijn ziel
וּֽמַה
(uma)
en waarom
תֶּהֱמִ֪י
(tehemi)
kreun je
עָ֫לָ֥י
(alay)
over mij
הוֹחִ֣ילִי
(hochili)
wacht
לֵֽ֭אלֹהִים
(lElohim)
op Elohim
כִּי
(ki)
want
ע֣וֹד
(od)
nog
אוֹדֶ֑נּוּ
(odenu)
zal ik Hem danken
יְשׁוּעֹ֥ת
(yeshuot)
redding van
פָּ֝נַ֗י
(panay)
mijn aangezicht
וֵֽאלֹהָֽי
(velohay)
en mijn Elohim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)