Elohim Bijbel

Psalmen 66

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Juich voor Elohim en breng Hem de geloften

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Allen: juich voor Elohim

1Voor de koorleider. Een lied, een psalm. Juich voor Elohim, heel de aarde.
לַ֭מְנַצֵּחַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
שִׁ֣יר
(shir)
een lied
מִזְמ֑וֹר
(mizmor)
een psalm
הָרִ֥יעוּ
(hariu)
juich
לֵ֝אלֹהִים
(lElohim)
voor Elohim
כָּל
(kal)
heel
הָאָֽרֶץ
(haarets)
de aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker.

Wij vertalen ‘koorleider’.

2Bezing de heerlijkheid van Zijn naam. Maak Zijn lof heerlijk.
זַמְּר֥וּ
(zameru)
bezing
כְבֽוֹד
(kevod)
heerlijkheid van
שְׁמ֑וֹ
(shemo)
Zijn naam
שִׂ֥ימוּ
(simu)
maak
כָ֝ב֗וֹד
(kavod)
heerlijk
תְּהִלָּתֽוֹ
(tehilato)
Zijn lof
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3Zeg tot Elohim: „Wat zijn Uw daden ontzagwekkend! Door de grootheid van Uw kracht liegen Uw vijanden tegen U.
אִמְר֣וּ
(imru)
zegt
לֵ֭אלֹהִים
(lElohim)
tot Elohim
מַה
(ma)
hoe
נּוֹרָ֣א
(nora)
ontzagwekkend
מַעֲשֶׂ֑יךָ
(maaseikha)
Uw daden
בְּרֹ֥ב
(berov)
door de grootheid van
עֻ֝זְּךָ֗
(uzekha)
Uw kracht
יְֽכַחֲשׁ֖וּ
(yekhachashu)
zij liegen
לְךָ֣
(lekha)
tegen U
אֹיְבֶֽיךָ
(oyeveikha)
Uw vijanden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יְכַחֲשׁוּ (yekhachashu), ‘zij liegen’: de vijanden doen alsof zij zich onderwerpen, uit angst voor Zijn kracht.

Het is geen echte onderwerping.

4Heel de aarde buigt zich neer voor U en bezingt U. Zij bezingen Uw naam.” Sela.
כָּל
(kal)
heel
הָאָ֤רֶץ
(haarets)
de aarde
יִשְׁתַּחֲו֣וּ
(yishtachavu)
zij buigen zich neer
לְ֭ךָ
(lekha)
voor U
וִֽיזַמְּרוּ
(vizameru)
en zij bezingen
לָ֑ךְ
(lakh)
U
יְזַמְּר֖וּ
(yezameru)
zij bezingen
שִׁמְךָ֣
(shimkha)
Uw naam
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סֶלָה (sela): de betekenis is onzeker.

Het is waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze.

De aanhalingstekens sluiten hier, omdat vers 3–4 de woorden zijn die men tot Elohim moet zeggen.

Kom en zie de werken van Elohim

5Kom en zie de werken van Elohim. Ontzagwekkend is Zijn handelen onder de mensenkinderen.
לְכ֣וּ
(lekhu)
kom
וּ֭רְאוּ
(ureu)
en zie
מִפְעֲל֣וֹת
(mifalot)
werken van
אֱלֹהִ֑ים
(Elohim)
Elohim
נוֹרָ֥א
(nora)
ontzagwekkend
עֲ֝לִילָ֗ה
(alila)
in handelen
עַל
(al)
onder
בְּנֵ֥י
(benei)
kinderen van
אָדָֽם
(adam)
de mens
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Hij heeft de zee veranderd in droog land. Zij trekken te voet door de rivier. Daar laten wij ons in Hem verblijden.
הָ֤פַךְ
(hafakh)
Hij heeft veranderd
יָ֨ם
(yam)
zee
לְֽיַבָּשָׁ֗ה
(leyabasha)
in droog land
בַּ֭נָּהָר
(banahar)
door de rivier
יַֽעַבְר֣וּ
(yaavru)
zij trekken door
בְרָ֑גֶל
(beragel)
te voet
שָׁ֝֗ם
(sham)
daar
נִשְׂמְחָה
(nismecha)
laten wij ons verblijden
בּֽוֹ
(bo)
in Hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De zee is de Rietzee (Exod. 14:21–22).

De rivier is de Jordaan (Joz. 3:14–17).

Het volk herinnert zich beide wonderen.

7Hij heerst door Zijn macht voor eeuwig. Zijn ogen houden de volken in het oog. De weerspannigen mogen zich niet verheffen. Sela.
מֹ֘שֵׁ֤ל
(moshel)
heerser
בִּגְבוּרָת֨וֹ
(bigvurato)
door Zijn macht
עוֹלָ֗ם
(olam)
eeuwig
עֵ֭ינָיו
(einav)
Zijn ogen
בַּגּוֹיִ֣ם
(bagoyim)
onder de volken
תִּצְפֶּ֑ינָה
(titspeina)
zij houden in het oog
הַסּוֹרְרִ֓ים
(hasorerim)
de weerspannigen
אַל
(al)
niet
יָר֖וּמוּ
(yarumu)
laten zij zich verheffen
לָ֣מוֹ
(lamo)
voor zichzelf
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Het schrift heeft יָרִימוּ (yarimu), ‘zij verheffen’.

De leestraditie (qere) heeft יָרוּמוּ (yarumu), ‘zij zullen zich verheffen’.

Wij volgen de leestraditie.

Elohim heeft ons beproefd en uitgeleid

8Zegen onze Elohim, volkeren, en laat de stem van Zijn lof horen.
בָּרְכ֖וּ
(barekhu)
zegent
עַמִּ֥ים
(amim)
volkeren
אֱלֹהֵ֑ינוּ
(eloheinu)
onze Elohim
וְ֝הַשְׁמִ֗יעוּ
(vehashmiu)
en laat horen
ק֣וֹל
(qol)
stem van
תְּהִלָּתֽוֹ
(tehilato)
Zijn lof
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
9Hij zet onze ziel in het leven en laat onze voet niet wankelen.
הַשָּׂ֣ם
(hasam)
die zet
נַ֭פְשֵׁנוּ
(nafshenu)
onze ziel
בַּֽחַיִּ֑ים
(bachayim)
in het leven
וְלֹֽא
(velo)
en niet
נָתַ֖ן
(natan)
Hij laat
לַמּ֣וֹט
(lamot)
wankelen
רַגְלֵֽנוּ
(raglenu)
onze voet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het gehele levende wezen, de persoon met zijn leven en adem.

Waar de zin dat nodig heeft, vertalen wij ‘leven’ of ‘persoon’.

10Want U hebt ons beproefd, Elohim. U hebt ons gelouterd zoals zilver wordt gelouterd.
כִּֽי
(ki)
want
בְחַנְתָּ֥נוּ
(bechantanu)
U hebt beproefd ons
אֱלֹהִ֑ים
(Elohim)
Elohim
צְ֝רַפְתָּ֗נוּ
(tseraftanu)
U hebt gelouterd ons
כִּצְרָף
(kitsraf)
zoals louteren van
כָּֽסֶף
(kasef)
zilver
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11U hebt ons in het net gebracht. U hebt een zware last op onze lenden gelegd.
הֲבֵאתָ֥נוּ
(havetanu)
U hebt gebracht ons
בַמְּצוּדָ֑ה
(bametsuda)
in het net
שַׂ֖מְתָּ
(samta)
U hebt gelegd
מוּעָקָ֣ה
(muaqa)
een last
בְמָתְנֵֽינוּ
(bemateneinu)
op onze lenden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְצוּדָה (metsudah), ‘net’: een vangnet of strik.

Het woord kan ook ‘bergvesting’ betekenen.

Hier past ‘net’ bij de gevangenschap.

מָתְנַיִם (motnayim), ‘lenden’: de heupen, waar een last gedragen wordt.

12U liet mensen over ons hoofd rijden. Wij zijn door vuur en water gegaan, maar U hebt ons uitgeleid naar overvloed.
הִרְכַּ֥בְתָּ
(hirkavta)
U liet rijden
אֱנ֗וֹשׁ
(enosh)
mens
לְרֹ֫אשֵׁ֥נוּ
(leroshenu)
over ons hoofd
בָּֽאנוּ
(banu)
wij kwamen
בָאֵ֥שׁ
(baesh)
door vuur
וּבַמַּ֑יִם
(uvamayim)
en door water
וַ֝תּוֹצִיאֵ֗נוּ
(vatotsienu)
en U leidde ons uit
לָֽרְוָיָֽה
(larevaya)
naar overvloed
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֱנוֹשׁ (enosh), ‘mens’: een sterfelijk mens.

Het beeld is dat mensen over ons heen rijden en ons onderdrukken.

‘Door vuur en water’ is een uitdrukking voor zware nood.

Eén persoon brengt zijn geloften

13Ik kom in Uw huis met brandoffers. Ik betaal U mijn geloften,
אָב֣וֹא
(avo)
ik kom
בֵיתְךָ֣
(beitekha)
Uw huis
בְעוֹל֑וֹת
(beolot)
met brandoffers
אֲשַׁלֵּ֖ם
(ashalem)
ik betaal
לְךָ֣
(lekha)
U
נְדָרָֽי
(nedaray)
mijn geloften
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
14wat mijn lippen hebben uitgesproken en mijn mond heeft gezegd toen ik in nood was.
אֲשֶׁר
(asher)
wat
פָּצ֥וּ
(patsu)
zij openden
שְׂפָתָ֑י
(sefatay)
mijn lippen
וְדִבֶּר
(vediber)
en sprak
פִּ֝֗י
(pi)
mijn mond
בַּצַּר
(batsar)
in nood
לִֽי
(li)
voor mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15Brandoffers van vette dieren laat ik voor U opgaan, met de rook van rammen. Ik offer runderen met bokken. Sela.
עֹ֘ל֤וֹת
(olot)
brandoffers van
מֵחִ֣ים
(mechim)
vette dieren
אַעֲלֶה
(aale)
ik laat opgaan
לָּ֭ךְ
(lakh)
voor U
עִם
(im)
met
קְטֹ֣רֶת
(qetoret)
rook van
אֵילִ֑ים
(eilim)
rammen
אֶ֥עֱשֶֽׂה
(eese)
ik offer
בָקָ֖ר
(baqar)
runderen
עִם
(im)
met
עַתּוּדִ֣ים
(atudim)
bokken
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קְטֹרֶת (qetoret), ‘rook’: de rook die van het offer opstijgt.

עֹלוֹת (olot), ‘brandoffers’: offers die geheel op het altaar worden verbrand (Lev. 1).

Kom, luister: wat Elohim voor mij deed

16Kom, luister, allen die Elohim vrezen, en ik zal vertellen wat Hij voor mijn ziel heeft gedaan.
לְכֽוּ
(lekhu)
kom
שִׁמְע֣וּ
(shimu)
luister
וַ֭אֲסַפְּרָה
(vaasapera)
en ik zal vertellen
כָּל
(kal)
allen
יִרְאֵ֣י
(yirei)
die vrezen
אֱלֹהִ֑ים
(Elohim)
Elohim
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
wat
עָשָׂ֣ה
(asa)
Hij heeft gedaan
לְנַפְשִֽׁי
(lenafshi)
voor mijn ziel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17Tot Hem riep ik met mijn mond, en een lofzang was onder mijn tong.
אֵלָ֥יו
(elav)
tot Hem
פִּֽי
(pi)
mijn mond
קָרָ֑אתִי
(qarati)
ik riep
וְ֝רוֹמַ֗ם
(veromam)
en lofzang
תַּ֣חַת
(tachat)
onder
לְשׁוֹנִֽי
(leshoni)
mijn tong
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רוֹמַם (romam), ‘verheffing’: een verheven lof.

Het beeld is dat de lofzang al onder de tong ligt, klaar om uit te spreken.

18Als ik onrecht in mijn hart had gezien, zou mijn Heer niet horen.
אָ֭וֶן
(aven)
onrecht
אִם
(im)
als
רָאִ֣יתִי
(raiti)
ik zag
בְלִבִּ֑י
(belibi)
in mijn hart
לֹ֖א
(lo)
niet
יִשְׁמַ֣ע
(yishma)
zou horen
אֲדֹנָֽי
(adonay)
mijn Heer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: hier de aanspreking van Elohim.

רָאִיתִי (ra’iti), ‘ik zag’: onrecht in het hart zien is het koesteren, het met instemming bekijken.

19Maar Elohim heeft werkelijk gehoord. Hij heeft gelet op de stem van mijn gebed.
אָ֭כֵן
(akhen)
werkelijk
שָׁמַ֣ע
(shama)
Hij heeft gehoord
אֱלֹהִ֑ים
(Elohim)
Elohim
הִ֝קְשִׁ֗יב
(hiqshiv)
Hij heeft gelet
בְּק֣וֹל
(beqol)
op de stem van
תְּפִלָּתִֽי
(tefilati)
mijn gebed
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20Gezegend is Elohim, die mijn gebed niet heeft afgewezen en Zijn trouw niet van mij heeft weggenomen.
בָּר֥וּךְ
(barukh)
gezegend
אֱלֹהִ֑ים
(Elohim)
Elohim
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
לֹֽא
(lo)
niet
הֵסִ֘יר
(hesir)
Hij heeft afgewezen
תְּפִלָּתִ֥י
(tefilati)
mijn gebed
וְ֝חַסְדּ֗וֹ
(vechasdo)
en Zijn trouw
מֵאִתִּֽי
(meiti)
van mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הֵסִיר (hesir), ‘wegnemen’: één werkwoord bij ‘gebed’ en ‘trouw’.

Wij vertalen het twee keer: ‘afgewezen’ bij het gebed, ‘weggenomen’ bij de trouw.

חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid.