Elohim Bijbel

Psalmen 145

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Een lofzang op Yahweh, de Koning

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Ik wil U verheffen

1Een lofzang van David. Ik wil U verheffen, mijn Eloah, de Koning; ik wil Uw naam zegenen voor altijd en eeuwig.
תְּהִלָּ֗ה
(tehila)
lofzang
לְדָ֫וִ֥ד
(ledavid)
van David
אֲרוֹמִמְךָ֣
(aromimkha)
ik wil U verheffen
אֱלוֹהַ֣י
(elohay)
mijn Eloah
הַמֶּ֑לֶךְ
(hamelekh)
de Koning
וַאֲבָרֲכָ֥ה
(vaavarakha)
en ik wil zegenen
שִׁ֝מְךָ֗
(shimkha)
Uw naam
לְעוֹלָ֥ם
(leolam)
voor altijd
וָעֶֽד
(vaed)
en eeuwig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֱלוֹהַּ (Eloah), ‘Eloah’: de enkelvoudsvorm bij Elohim, zoals in Job.

Hier staat ‘mijn Eloah’ (אֱלוֹהַי).

בָּרַךְ (barakh), ‘zegenen’ en הִלֵּל (hillel), ‘prijzen’: in vers 1–2 staan beide naast elkaar.

Deze psalm is een alfabetisch lied (acrostichon). Elk vers begint met de volgende letter van het Hebreeuwse alfabet: vers 1 met alef, vers 2 met bet, vers 3 met gimel enzovoort. De letter nun ontbreekt, zie vers 13. Het opschrift noemt de psalm een ‘lofzang’ (תְּהִלָּה, tehillah).

2Elke dag wil ik U zegenen en Uw naam prijzen voor altijd en eeuwig.
בְּכָל
(bekhal)
elke
י֥וֹם
(yom)
dag
אֲבָרֲכֶ֑ךָּ
(avarakheka)
zal ik U zegenen
וַאֲהַלְלָ֥ה
(vaahalla)
en zal ik prijzen
שִׁ֝מְךָ֗
(shimkha)
Uw naam
לְעוֹלָ֥ם
(leolam)
voor altijd
וָעֶֽד
(vaed)
en eeuwig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Groot is Yahweh

3Groot is Yahweh en zeer te prijzen; Zijn grootheid is niet te doorgronden.
גָּ֘ד֤וֹל
(gadol)
groot
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
וּמְהֻלָּ֣ל
(umehulal)
en te prijzen
מְאֹ֑ד
(meod)
zeer
וְ֝לִגְדֻלָּת֗וֹ
(veligdulato)
en Zijn grootheid
אֵ֣ין
(ein)
er is niet
חֵֽקֶר
(cheqer)
doorgronding
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֵקֶר (cheqer), ‘doorgronding’: onderzoek.

Zijn grootheid is niet na te speuren.

Vergelijk Job 5:9.

4Van generatie op generatie zal men Uw werken loven; Uw machtige daden maken zij bekend.
דּ֣וֹר
(dor)
generatie
לְ֭דוֹר
(ledor)
tot generatie
יְשַׁבַּ֣ח
(yeshabach)
zal loven
מַעֲשֶׂ֑יךָ
(maaseikha)
Uw werken
וּגְב֖וּרֹתֶ֣יךָ
(ugevuroteikha)
en Uw machtige daden
יַגִּֽידוּ
(yagidu)
maken zij bekend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5De luister van de heerlijkheid van Uw majesteit en de woorden van Uw wonderen wil ik overdenken.
הֲ֭דַר
(hadar)
luister van
כְּב֣וֹד
(kevod)
heerlijkheid van
הוֹדֶ֑ךָ
(hodekha)
Uw majesteit
וְדִבְרֵ֖י
(vedivrei)
en woorden van
נִפְלְאוֹתֶ֣יךָ
(nifleoteikha)
Uw wonderen
אָשִֽׂיחָה
(asicha)
wil ik overdenken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שִׂיחַ (siach), ‘overdenken’: nadenken en er hardop over spreken.

6Over de kracht van Uw ontzagwekkende daden zullen zij spreken, en Uw grootheid wil ik vertellen.
וֶעֱז֣וּז
(veezuz)
en kracht van
נוֹרְאֹתֶ֣יךָ
(noreoteikha)
Uw ontzagwekkende daden
יֹאמֵ֑רוּ
(yomeru)
zullen zij zeggen
וּגְדוּלָּתְךָ֥
(ugedulatekha)
en Uw grootheid
אֲסַפְּרֶֽנָּה
(asaperena)
wil ik vertellen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is וגדולתיך (ugedulotecha), ‘Uw grootheden’ (meervoud); de te lezen vorm (qere) is וּגְדֻלָּתְךָ (ugedulatecha), ‘Uw grootheid’.

Wij volgen de qere.

7Zij laten de herinnering aan Uw grote goedheid opwellen en jubelen over Uw gerechtigheid.
זֵ֣כֶר
(zekher)
herinnering aan
רַב
(rav)
grote
טוּבְךָ֣
(tuvekha)
Uw goedheid
יַבִּ֑יעוּ
(yabiu)
laten zij opwellen
וְצִדְקָתְךָ֥
(vetsidqatekha)
en Uw gerechtigheid
יְרַנֵּֽנוּ
(yeranenu)
jubelen zij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

צְדָקָה (tsedaqah), ‘gerechtigheid’.

Genadig en barmhartig

8Yahweh is genadig en barmhartig, langzaam tot toorn en rijk aan trouw.
חַנּ֣וּן
(chanun)
genadig
וְרַח֣וּם
(verachum)
en barmhartig
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶ֥רֶךְ
(erekh)
langzaam van
אַ֝פַּ֗יִם
(apayim)
toorn
וּגְדָל
(ugedal)
en groot in
חָֽסֶד
(chased)
trouw
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חַנּוּן (channun), ‘genadig’ en רַחוּם (rachum), ‘barmhartig’; חֶסֶד (chesed), ‘trouw’: verbondstrouw, goedertierenheid.

Dit vers herhaalt de woorden van Exod. 34:6. Zie ook Ps. 103:8 en Num. 14:18.

9Yahweh is goed voor allen, en Zijn ontferming rust op al Zijn werken.
טוֹב
(tov)
goed
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
לַכֹּ֑ל
(lakol)
voor allen
וְ֝רַחֲמָ֗יו
(verachamav)
en Zijn ontferming
עַל
(al)
over
כָּל
(kal)
al
מַעֲשָֽׂיו
(maasav)
Zijn werken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Al Uw werken zullen U loven, Yahweh, en Uw getrouwen zullen U zegenen.
יוֹד֣וּךָ
(yodukha)
zullen U loven
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
כָּל
(kal)
al
מַעֲשֶׂ֑יךָ
(maaseikha)
Uw werken
וַ֝חֲסִידֶ֗יךָ
(vachasideikha)
en Uw getrouwen
יְבָרֲכֽוּכָה
(yevarakhukha)
zullen U zegenen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חָסִיד (chasid), ‘getrouwe’: iemand die trouw (chesed) bewijst en aan wie Yahweh trouw bewijst.

11Over de heerlijkheid van Uw koningschap zullen zij spreken, en over Uw kracht zullen zij vertellen,
כְּב֣וֹד
(kevod)
heerlijkheid van
מַלְכוּתְךָ֣
(malkhutekha)
Uw koningschap
יֹאמֵ֑רוּ
(yomeru)
zullen zij zeggen
וּגְבוּרָתְךָ֥
(ugevuratekha)
en Uw kracht
יְדַבֵּֽרוּ
(yedaberu)
zullen zij vertellen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12om de mensenkinderen Zijn machtige daden bekend te maken en de heerlijkheid en luister van Zijn koningschap.
לְהוֹדִ֤יעַ
(lehodia)
om bekend te maken
לִבְנֵ֣י
(livnei)
aan de kinderen van
הָ֭אָדָם
(haadam)
de mens
גְּבוּרֹתָ֑יו
(gevurotav)
Zijn machtige daden
וּ֝כְב֗וֹד
(ukhevod)
en heerlijkheid van
הֲדַ֣ר
(hadar)
luister van
מַלְכוּתֽוֹ
(malkhuto)
Zijn koningschap
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּנֵי הָאָדָם (bene ha’adam), ‘mensenkinderen’: de mensen in het algemeen.

13Uw koningschap is een koningschap voor alle eeuwen, en Uw heerschappij bestaat in elke generatie.
מַֽלְכוּתְךָ֗
(malkhutekha)
Uw koningschap
מַלְכ֥וּת
(malkhut)
koningschap van
כָּל
(kal)
alle
עֹֽלָמִ֑ים
(olamim)
eeuwen
וּ֝מֶֽמְשֶׁלְתְּךָ֗
(umemsheltekha)
en Uw heerschappij
בְּכָל
(bekhal)
in elke
דּ֥וֹר
(dor)
generatie
וָדֽוֹר
(vador)
en generatie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

In de Masoretische tekst ontbreekt tussen vers 13 en 14 een regel die met nun (נ) begint.

Daardoor mist de alfabetische reeks één letter.

In sommige oude vertalingen staat daar wel een extra regel.

Wij vertalen de Masoretische tekst en voegen niets toe.

Hij ondersteunt en voedt

14Yahweh ondersteunt allen die vallen en richt allen op die gebogen zijn.
סוֹמֵ֣ךְ
(somekh)
ondersteunt
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
לְכָל
(lekhal)
allen
הַנֹּפְלִ֑ים
(hanofelim)
die vallen
וְ֝זוֹקֵ֗ף
(vezoqef)
en richt op
לְכָל
(lekhal)
allen
הַכְּפוּפִֽים
(hakefufim)
die gebogen zijn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15De ogen van allen wachten op U, en U geeft hun hun voedsel op zijn tijd.
עֵֽינֵי
(einei)
ogen van
כֹ֭ל
(kol)
allen
אֵלֶ֣יךָ
(eleikha)
op U
יְשַׂבֵּ֑רוּ
(yesaberu)
wachten
וְאַתָּ֤ה
(veata)
en U
נֽוֹתֵן
(noten)
geeft
לָהֶ֖ם
(lahem)
hun
אֶת
(et)
(obj.)
אָכְלָ֣ם
(akhelam)
hun voedsel
בְּעִתּֽוֹ
(beito)
op zijn tijd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Vers 15–16 lijken op Ps. 104:27–28.

16U opent Uw hand en verzadigt het verlangen van al wat leeft.
פּוֹתֵ֥חַ
(poteach)
opent
אֶת
(et)
(obj.)
יָדֶ֑ךָ
(yadekha)
Uw hand
וּמַשְׂבִּ֖יעַ
(umasbia)
en verzadigt
לְכָל
(lekhal)
van al
חַ֣י
(chay)
wat leeft
רָצֽוֹן
(ratson)
verlangen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רָצוֹן (ratson), ‘verlangen’: ook ‘welbehagen’ of ‘wil’.

Het kan dus ook bedoeld zijn: U verzadigt al wat leeft met Uw goedgunstigheid.

Wij kiezen ‘verlangen’.

Rechtvaardig en nabij

17Yahweh is rechtvaardig in al Zijn wegen en getrouw in al Zijn werken.
צַדִּ֣יק
(tsadiq)
rechtvaardig
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
בְּכָל
(bekhal)
in al
דְּרָכָ֑יו
(derakhav)
Zijn wegen
וְ֝חָסִ֗יד
(vechasid)
en getrouw
בְּכָל
(bekhal)
in al
מַעֲשָֽׂיו
(maasav)
Zijn werken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18Yahweh is nabij allen die Hem aanroepen, allen die Hem aanroepen in waarheid.
קָר֣וֹב
(qarov)
nabij
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
לְכָל
(lekhal)
aan allen
קֹרְאָ֑יו
(qoreav)
die Hem aanroepen
לְכֹ֤ל
(lekhol)
aan allen
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
die
יִקְרָאֻ֣הוּ
(yiqrauhu)
Hem aanroepen
בֶאֱמֶֽת
(beemet)
in waarheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19Het verlangen van wie Hem vrezen, vervult Hij; hun hulpgeroep hoort Hij, en Hij redt hen.
רְצוֹן
(retson)
verlangen van
יְרֵאָ֥יו
(yereav)
wie Hem vrezen
יַעֲשֶׂ֑ה
(yaase)
doet Hij
וְֽאֶת
(veet)
en
שַׁוְעָתָ֥ם
(shavatam)
hun hulpgeroep
יִ֝שְׁמַ֗ע
(yishma)
hoort Hij
וְיוֹשִׁיעֵֽם
(veyoshiem)
en redt hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שַׁוְעָה (shav’ah), ‘hulpgeroep’: een schreeuw om hulp.

20Yahweh bewaart allen die Hem liefhebben, maar alle goddelozen vernietigt Hij.
שׁוֹמֵ֣ר
(shomer)
bewaart
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
אֶת
(et)
(obj.)
כָּל
(kal)
alle
אֹהֲבָ֑יו
(ohavav)
die Hem liefhebben
וְאֵ֖ת
(veet)
en
כָּל
(kal)
alle
הָרְשָׁעִ֣ים
(hareshaim)
de goddelozen
יַשְׁמִֽיד
(yashmid)
vernietigt Hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21Mijn mond zal de lof van Yahweh uitspreken, en alle vlees zal Zijn heilige naam zegenen, voor altijd en eeuwig.
תְּהִלַּ֥ת
(tehilat)
lof van
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
יְֽדַבֶּ֫ר
(yedaber)
zal spreken
פִּ֥י
(pi)
mijn mond
וִיבָרֵ֣ךְ
(vivarekh)
en zal zegenen
כָּל
(kal)
alle
בָּ֭שָׂר
(basar)
vlees
שֵׁ֥ם
(shem)
naam van
קָדְשׁ֗וֹ
(qadesho)
Zijn heiligheid
לְעוֹלָ֥ם
(leolam)
voor altijd
וָעֶֽד
(vaed)
en eeuwig
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בָּשָׂר (basar), ‘vlees’: alles wat leeft, alle levende wezens.

Het psalmslot roept dus alles wat leeft op om de naam van Yahweh te zegenen.