Elohim Bijbel

Jozua 12

123456789101112131415161718192021222324

De lijst van de verslagen koningen

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De koningen aan de oostkant van de Jordaan

1Dit zijn de koningen van het land die de zonen van Israël versloegen. Zij namen hun land in bezit, aan de overkant van de Jordaan, naar de zonsopgang toe. Het liep van de beek Arnon tot de berg Hermon, met heel de Araba in het oosten.
וְאֵ֣לֶּה
(veele)
en dit zijn
מַלְכֵ֣י
(malkhei)
de koningen van
הָאָ֗רֶץ
(haarets)
het land
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
die
הִכּ֤וּ
(hiku)
sloegen
בְנֵֽי
(benei)
de zonen van
יִשְׂרָאֵל֙
(yisrael)
Israël
וַיִּֽרְשׁ֣וּ
(vayirshu)
en zij namen in bezit
אֶת
(et)
(obj.)
אַרְצָ֔ם
(artsam)
hun land
בְּעֵ֥בֶר
(beever)
aan de overkant van
הַיַּרְדֵּ֖ן
(hayarden)
de Jordaan
מִזְרְחָ֣ה
(mizrecha)
oostwaarts
הַשָּׁ֑מֶשׁ
(hashamesh)
de zon
מִנַּ֤חַל
(minachal)
vanaf de beek
אַרְנוֹן֙
(arnon)
Arnon
עַד
(ad)
tot
הַ֣ר
(har)
de berg
חֶרְמ֔וֹן
(chermon)
Hermon
וְכָל
(vekhal)
en heel
הָעֲרָבָ֖ה
(haarava)
de Araba
מִזְרָֽחָה
(mizracha)
oostwaarts
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De Arnon is nu de Wadi al-Mujib in Jordanië.

De Hermon ligt op de grens van Libanon en Syrië.

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

Zie Araba: De Araba is het diepe dal ten zuiden van de Dode Zee, tot aan de Golf van Akaba.

Uitleg

‘Aan de overkant van de Jordaan’ is hier uitdrukkelijk de oostkant.

Het Hebreeuws zegt ‘naar de zonsopgang toe’.

2Sichon, de koning van de Amorieten, woonde in Chesbon. Hij heerste vanaf Aroër, aan de oever van de beek Arnon, en vanaf het midden van de beek. Hij heerste over de helft van Gilead tot aan de beek Jabbok, de grens van de zonen van Ammon.
סִיחוֹן֙
(sichon)
Sichon
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
הָאֱמֹרִ֔י
(haemori)
de Amoriet
הַיּוֹשֵׁ֖ב
(hayoshev)
die woonde
בְּחֶשְׁבּ֑וֹן
(becheshbon)
in Chesbon
מֹשֵׁ֡ל
(moshel)
hij heerste
מֵעֲרוֹעֵ֡ר
(mearoer)
vanaf Aroër
אֲשֶׁר֩
(asher)
dat
עַל
(al)
aan
שְׂפַת
(sefat)
de oever van
נַ֨חַל
(nachal)
de beek
אַרְנ֜וֹן
(arnon)
Arnon
וְת֤וֹךְ
(vetokh)
en het midden van
הַנַּ֨חַל֙
(hanachal)
de beek
וַחֲצִ֣י
(vachatsi)
en de helft van
הַגִּלְעָ֔ד
(hagilad)
Gilead
וְעַד֙
(vead)
en tot
יַבֹּ֣ק
(yaboq)
Jabbok
הַנַּ֔חַל
(hanachal)
de beek
גְּב֖וּל
(gevul)
de grens van
בְּנֵ֥י
(benei)
de zonen van
עַמּֽוֹן
(amon)
Ammon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Chesbon is het huidige Hesban en Aroër is Khirbet Arair, beide in Jordanië.

De Jabbok is de Zarqa, ook in Jordanië.

Zie Arnon: De Arnon (Wadi Mudjib) stroomt van het oosten naar de Dode Zee en vormde de grens van Moab.

Zie Gilead: Gilead is het bergland ten oosten van de Jordaan, tussen de Jarmoek en de Dode Zee.

Zie Ammon: Ammon ligt ten oosten van de Jordaan, rond het huidige Amman in Jordanië.

3Ook heerste hij over de Araba tot aan de zee van Kinneret, in het oosten. Hij heerste ook tot aan de zee van de Araba, de Zoutzee, in het oosten, in de richting van Bet-Jesimot. En in het zuiden tot onder de hellingen van de Pisga.
וְהָעֲרָבָה֩
(vehaarava)
en de Araba
עַד
(ad)
tot
יָ֨ם
(yam)
de zee van
כִּנְר֜וֹת
(kinrot)
Kinneret
מִזְרָ֗חָה
(mizracha)
oostwaarts
וְ֠עַד
(vead)
en tot
יָ֣ם
(yam)
de zee van
הָעֲרָבָ֤ה
(haarava)
de Araba
יָם
(yam)
de zee van
הַמֶּ֨לַח֙
(hamelach)
het zout
מִזְרָ֔חָה
(mizracha)
oostwaarts
דֶּ֖רֶךְ
(derekh)
in de richting van
בֵּ֣ית
(beit)
Bet
הַיְשִׁמ֑וֹת
(hayshimot)
Jesimot
וּמִ֨תֵּימָ֔ן
(umiteiman)
en vanuit het zuiden
תַּ֖חַת
(tachat)
onder
אַשְׁדּ֥וֹת
(ashdot)
de hellingen van
הַפִּסְגָּֽה
(hapisga)
de Pisga
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

De zee van Kinneret is het Meer van Galilea en de Zoutzee is de Dode Zee.

Bet-Jesimot ligt ten noordoosten van de Dode Zee (Jordanië).

De Pisga ligt in het noordoosten van de Dode Zee (Jordanië).

Zie Araba: De Araba is het diepe dal ten zuiden van de Dode Zee, tot aan de Golf van Akaba.

Zie Nebo en Pisga: De Nebo en de Pisga liggen in het gebergte Abarim, ten oosten van de Dode Zee, ten westen van Madaba in Jordanië.

4Verder het gebied van Og, de koning van Basan, die van de rest van de Refaïeten was en in Astarot en Edrei woonde.
וּגְב֗וּל
(ugevul)
en het gebied van
ע֚וֹג
(og)
Og
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
הַבָּשָׁ֔ן
(habashan)
Basan
מִיֶּ֖תֶר
(miyeter)
van de rest van
הָרְפָאִ֑ים
(harefaim)
de Refaïeten
הַיּוֹשֵׁ֥ב
(hayoshev)
die woonde
בְּעַשְׁתָּר֖וֹת
(beashtarot)
in Astarot
וּבְאֶדְרֶֽעִי
(uveedrei)
en in Edrei
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Astarot (Tell Aštara) en Edrei (Dara'a) liggen in het zuiden van Syrië.

Zie Basan: Basan ligt ten oosten van het meer van Galilea en de Jordaan, in het zuidwesten van het huidige Syrië en het noorden van Jordanië.

Uitleg

רְפָאִים (Refa'im), ‘Refaïeten’: een volk van grote mensen (Deut. 3:11).

5Hij heerste over de berg Hermon, over Salka en over heel Basan, tot aan het gebied van de Gesurieten en de Maächatieten. Ook heerste hij over de helft van Gilead, tot aan het gebied van Sichon, de koning van Chesbon.
וּ֠מֹשֵׁל
(umoshel)
en hij heerste
בְּהַ֨ר
(behar)
over de berg
חֶרְמ֤וֹן
(chermon)
Hermon
וּבְסַלְכָה֙
(uvesalkha)
en over Salka
וּבְכָל
(uvekhal)
en over heel
הַבָּשָׁ֔ן
(habashan)
Basan
עַד
(ad)
tot
גְּב֥וּל
(gevul)
de grens van
הַגְּשׁוּרִ֖י
(hageshuri)
de Gesuriet
וְהַמַּעֲכָתִ֑י
(vehamaakhati)
en de Maächatiet
וַחֲצִי֙
(vachatsi)
en de helft van
הַגִּלְעָ֔ד
(hagilad)
Gilead
גְּב֖וּל
(gevul)
de grens van
סִיח֥וֹן
(sichon)
Sichon
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
חֶשְׁבּֽוֹן
(cheshbon)
Chesbon
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Salka ligt bij het huidige Salkhad in Syrië.

De Gesurieten en Maächatieten woonden ten westen en noordwesten van Basan.

Hun gebied is onzeker.

Zie Hermon: De Hermon is de hoogste berg van het gebied, op de grens van het huidige Libanon en Syrië.

Zie Gilead: Gilead is het bergland ten oosten van de Jordaan, tussen de Jarmoek en de Dode Zee.

Zie Chesbon: Chesbon (Tel Hesban) ligt in het huidige Jordanië, ten zuidwesten van Amman.

6Mozes, de dienaar van Yahweh, en de zonen van Israël versloegen hen. Mozes, de dienaar van Yahweh, gaf het land als bezit aan de Rubenieten, de Gadieten en de helft van de stam Manasse.
מֹשֶׁ֧ה
(moshe)
Mozes
עֶֽבֶד
(eved)
de dienaar van
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
וּבְנֵ֥י
(uvenei)
en de zonen van
יִשְׂרָאֵ֖ל
(yisrael)
Israël
הִכּ֑וּם
(hikum)
sloegen hen
וַֽ֠יִּתְּנָהּ
(vayitenah)
en gaf het
מֹשֶׁ֨ה
(moshe)
Mozes
עֶֽבֶד
(eved)
de dienaar van
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
יְרֻשָּׁ֗ה
(yerusha)
als bezit
לָרֻֽאוּבֵנִי֙
(laruuveni)
aan de Rubeniet
וְלַגָּדִ֔י
(velagadi)
en aan de Gadiet
וְלַחֲצִ֖י
(velachatsi)
en aan de helft van
שֵׁ֥בֶט
(shevet)
de stam van
הַֽמְנַשֶּֽׁה
(hamnashe)
de Manassiet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Zie Num. 32:33 en Deut. 3:12–13 voor de verdeling van dit land.

Aanvullend

Jasher 89:52 bevestigt dit.

De koningen aan de westkant van de Jordaan

7Dit zijn de koningen van het land die Jozua en de zonen van Israël versloegen, aan de overkant van de Jordaan, in het westen. Het gebied liep van Baäl-Gad in het dal van de Libanon tot de Kale Berg die omhoog loopt naar Seïr. Jozua gaf het land als bezit aan de stammen van Israël, naar hun verdelingen,
וְאֵ֣לֶּה
(veele)
en dit zijn
מַלְכֵ֣י
(malkhei)
de koningen van
הָאָ֡רֶץ
(haarets)
het land
אֲשֶׁר֩
(asher)
die
הִכָּ֨ה
(hika)
sloeg
יְהוֹשֻׁ֜עַ
(yehoshua)
Jozua
וּבְנֵ֣י
(uvenei)
en de zonen van
יִשְׂרָאֵ֗ל
(yisrael)
Israël
בְּעֵ֤בֶר
(beever)
aan de overkant van
הַיַּרְדֵּן֙
(hayarden)
de Jordaan
יָ֔מָּה
(yama)
westwaarts
מִבַּ֤עַל
(mibaal)
vanaf Baäl
גָּד֙
(gad)
Gad
בְּבִקְעַ֣ת
(beviqat)
in het dal van
הַלְּבָנ֔וֹן
(halevanon)
de Libanon
וְעַד
(vead)
en tot
הָהָ֥ר
(hahar)
de berg
הֶחָלָ֖ק
(hechalaq)
de kale
הָעֹלֶ֣ה
(haole)
die omhoog loopt
שֵׂעִ֑ירָה
(seira)
naar Seïr
וַיִּתְּנָ֨הּ
(vayitenah)
en gaf het
יְהוֹשֻׁ֜עַ
(yehoshua)
Jozua
לְשִׁבְטֵ֧י
(leshivtei)
aan de stammen van
יִשְׂרָאֵ֛ל
(yisrael)
Israël
יְרֻשָּׁ֖ה
(yerusha)
als bezit
כְּמַחְלְקֹתָֽם
(kemachleqotam)
naar hun verdelingen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Baäl-Gad en de Kale Berg: zie Joz. 11:17.

Zie Jordaan: De Jordaan stroomt van het Hermongebergte door het meer van Galilea naar de Dode Zee.

Zie Libanon: Libanon is het bergland ten noorden van het land van Israël, langs de oostkust van de Middellandse Zee.

Zie Seïr: Seïr (Edom) is het bergland ten zuiden van de Dode Zee, in het zuiden van het huidige Jordanië.

Uitleg

Hier staat ‘aan de overkant van de Jordaan, ימה (jammah), westwaarts’.

Nu is het de westkant.

8in het bergland, in de Sefela, in de Araba, op de berghellingen, in de woestijn en in de Negev: de Hethieten, de Amorieten, de Kanaänieten, de Perizzieten, de Chiwwieten en de Jebusieten.
בָּהָ֣ר
(bahar)
in het bergland
וּבַשְּׁפֵלָ֗ה
(uvashefela)
en in de Sefela
וּבָֽעֲרָבָה֙
(uvaarava)
en in de Araba
וּבָ֣אֲשֵׁד֔וֹת
(uvaashedot)
en op de berghellingen
וּבַמִּדְבָּ֖ר
(uvamidbar)
en in de woestijn
וּבַנֶּ֑גֶב
(uvanegev)
en in de Negev
הַֽחִתִּי֙
(hachiti)
de Hethiet
הָֽאֱמֹרִ֔י
(haemori)
de Amoriet
וְהַֽכְּנַעֲנִי֙
(vehakenaani)
en de Kanaäniet
הַפְּרִזִּ֔י
(haperizi)
de Perizziet
הַחִוִּ֖י
(hachivi)
de Chiwwiet
וְהַיְבוּסִֽי
(vehayvusi)
en de Jebusiet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Sefela: De Sefela is het heuvelland tussen de kustvlakte en het bergland van Juda.

Zie Araba: De Araba is het diepe dal ten zuiden van de Dode Zee, tot aan de Golf van Akaba.

Zie Negev: De Negev is het droge zuidelijke deel van het land, rond Beër-Sjeba.

De lijst van de eenendertig koningen

9De koning van Jericho: één. De koning van Ai, dat naast Betel ligt: één.
מֶ֥לֶךְ
(melekh)
koning van
יְרִיח֖וֹ
(yericho)
Jericho
אֶחָ֑ד
(echad)
één
מֶ֧לֶךְ
(melekh)
koning van
הָעַ֛י
(haay)
Ai
אֲשֶׁר
(asher)
dat
מִצַּ֥ד
(mitsad)
naast
בֵּֽית
(beit)
Bet
אֵ֖ל
(el)
El
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Jericho is Tell es-Sultan (Westelijke Jordaanoever).

Betel is Beitin (Westelijke Jordaanoever).

Voor Ai: zie Joz. 10:1.

10De koning van Jeruzalem: één. De koning van Hebron: één.
מֶ֤לֶךְ
(melekh)
koning van
יְרוּשָׁלִַ֨ם֙
(yerushaliam)
Jeruzalem
אֶחָ֔ד
(echad)
één
מֶ֥לֶךְ
(melekh)
koning van
חֶבְר֖וֹן
(chevron)
Hebron
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Zie Hebron: Hebron ligt in het bergland van Juda, ongeveer 30 km ten zuiden van Jeruzalem.

11De koning van Jarmut: één. De koning van Lachis: één.
מֶ֤לֶךְ
(melekh)
koning van
יַרְמוּת֙
(yarmut)
Jarmut
אֶחָ֔ד
(echad)
één
מֶ֥לֶךְ
(melekh)
koning van
לָכִ֖ישׁ
(lakhish)
Lachis
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jarmut: Jarmut wordt gezocht bij Khirbet Jarmuk, in de Sefela.

Zie Lachis: Lachis (Tel Lakisj) lag in de Sefela, ten zuidwesten van Hebron.

12De koning van Eglon: één. De koning van Gezer: één.
מֶ֤לֶךְ
(melekh)
koning van
עֶגְלוֹן֙
(eglon)
Eglon
אֶחָ֔ד
(echad)
één
מֶ֥לֶךְ
(melekh)
koning van
גֶּ֖זֶר
(gezer)
Gezer
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Eglon (ligging onzeker): Eglon lag in de Sefela.

Tell Aitun en Tell el-Hesi zijn voorgesteld; dit is niet zeker.

Zie Gezer: Gezer (Tel Gezer) lag aan de rand van de Sefela, aan de weg van de kust naar Jeruzalem.

13De koning van Debir: één. De koning van Geder: één.
מֶ֤לֶךְ
(melekh)
koning van
דְּבִר֙
(devir)
Debir
אֶחָ֔ד
(echad)
één
מֶ֥לֶךְ
(melekh)
koning van
גֶּ֖דֶר
(geder)
Geder
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Debir en Geder zijn onzeker.

Debir wordt vaak bij Khirbet Rabud gezocht (Westelijke Jordaanoever).

14De koning van Chorma: één. De koning van Arad: één.
מֶ֤לֶךְ
(melekh)
koning van
חָרְמָה֙
(charema)
Chorma
אֶחָ֔ד
(echad)
één
מֶ֥לֶךְ
(melekh)
koning van
עֲרָ֖ד
(arad)
Arad
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Arad is Tel Arad in de Negev (Israël).

Chorma ligt ook in de Negev.

De ligging is onzeker (Num. 14:45; 21:3).

15De koning van Libna: één. De koning van Adullam: één.
מֶ֤לֶךְ
(melekh)
koning van
לִבְנָה֙
(livna)
Libna
אֶחָ֔ד
(echad)
één
מֶ֥לֶךְ
(melekh)
koning van
עֲדֻלָּ֖ם
(adulam)
Adullam
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Adullam ligt bij Tel Adullam in de Sefela (Israël).

Zie Libna (ligging onzeker): Libna lag in de Sefela.

Tel Burna is voorgesteld; dit is niet zeker.

16De koning van Makkeda: één. De koning van Betel: één.
מֶ֤לֶךְ
(melekh)
koning van
מַקֵּדָה֙
(maqeda)
Makkeda
אֶחָ֔ד
(echad)
één
מֶ֥לֶךְ
(melekh)
koning van
בֵּֽית
(beit)
Bet
אֵ֖ל
(el)
El
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Makkeda (ligging onzeker): Makkeda lag in de Sefela.

Khirbet el-Qom en Tell el-Judeideh zijn voorgesteld; dit is niet zeker.

Zie Betel: Betel ligt bij het huidige Beitin, ongeveer 17 km ten noorden van Jeruzalem.

17De koning van Tappuach: één. De koning van Chefer: één.
מֶ֤לֶךְ
(melekh)
koning van
תַּפּ֨וּחַ֙
(tapuach)
Tappuach
אֶחָ֔ד
(echad)
één
מֶ֥לֶךְ
(melekh)
koning van
חֵ֖פֶר
(chefer)
Chefer
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Tappuach en Chefer zijn onzeker.

Zij liggen waarschijnlijk in het bergland van Efraïm, in de Westelijke Jordaanoever.

18De koning van Afek: één. De koning van Lasaron: één.
מֶ֤לֶךְ
(melekh)
koning van
אֲפֵק֙
(afeq)
Afek
אֶחָ֔ד
(echad)
één
מֶ֥לֶךְ
(melekh)
koning van
לַשָּׁר֖וֹן
(lasharon)
Lasaron
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Afek ligt waarschijnlijk bij Tel Afek aan de bron van de Yarkon (Israël).

Lasaron is onzeker.

Uitleg

לַשָּׁרוֹן (lashsharon) kan ‘in de Saron’ betekenen, maar kan ook een plaatsnaam zijn.

Wij lezen het als plaatsnaam ‘Lasaron’, omdat de lijst anders geen 31 koningen telt (vers 24).

19De koning van Madon: één. De koning van Chasor: één.
מֶ֤לֶךְ
(melekh)
koning van
מָדוֹן֙
(madon)
Madon
אֶחָ֔ד
(echad)
één
מֶ֥לֶךְ
(melekh)
koning van
חָצ֖וֹר
(chatsor)
Chasor
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Madon (ligging onzeker): Madon wordt gezocht bij Qarn Hattin, bij Tiberias.

Dit is niet zeker.

Zie Chasor: Chasor lag in het noorden van het land, ten noorden van het meer van Galilea (Tel Hazor).

20De koning van Simron-Meron: één. De koning van Achsaf: één.
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
koning van
שִׁמְר֤וֹן
(shimron)
Simron
מְראוֹן֙
(meron)
Meron
אֶחָ֔ד
(echad)
één
מֶ֥לֶךְ
(melekh)
koning van
אַכְשָׁ֖ף
(akhshaf)
Achsaf
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Simron (ligging onzeker): Simron wordt gezocht in Galilea, bij de vallei van Jizreël.

Dit is niet zeker.

Zie Achsaf (ligging onzeker): Achsaf lag in het gebied van Aser, bij Akko.

De precieze plaats is niet zeker.

21De koning van Taänak: één. De koning van Megiddo: één.
מֶ֤לֶךְ
(melekh)
koning van
תַּעְנַךְ֙
(tanakh)
Taänak
אֶחָ֔ד
(echad)
één
מֶ֥לֶךְ
(melekh)
koning van
מְגִדּ֖וֹ
(megido)
Megiddo
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Taänak (Tel Taanach) en Megiddo (Tel Megiddo) liggen in het noorden van Israël, aan de rand van de Jizreëlvlakte.

22De koning van Kedes: één. De koning van Jokneam bij de Karmel: één.
מֶ֤לֶךְ
(melekh)
koning van
קֶ֨דֶשׁ֙
(qedesh)
Kedes
אֶחָ֔ד
(echad)
één
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
יָקְנֳעָ֥ם
(yaqenoam)
Jokneam
לַכַּרְמֶ֖ל
(lakarmel)
bij de Karmel
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Kedes is Tel Kedesh in Galilea (Israël).

Jokneam is Tel Yokneam bij de Karmel (Israël).

23De koning van Dor, bij de hoogten van Dor: één. De koning van Goïm bij Gilgal: één.
מֶ֥לֶךְ
(melekh)
koning van
דּ֛וֹר
(dor)
Dor
לְנָפַ֥ת
(lenafat)
bij de hoogten van
דּ֖וֹר
(dor)
Dor
אֶחָ֑ד
(echad)
één
מֶֽלֶךְ
(melekh)
koning van
גּוֹיִ֥ם
(goyim)
Goïm
לְגִלְגָּ֖ל
(legilgal)
bij Gilgal
אֶחָֽד
(echad)
één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Dor is Tel Dor aan de kust (Israël).

Zie ook Joz. 11:2.

Goïm bij Gilgal is onzeker.

Het Hebreeuws gaat hier om een plaatsnaam of een volk; wij lezen het als plaatsnaam.

24De koning van Tirsa: één. In totaal waren het 31 koningen.
מֶ֥לֶךְ
(melekh)
koning van
תִּרְצָ֖ה
(tirtsa)
Tirsa
אֶחָ֑ד
(echad)
één
כָּל
(kal)
alle
מְלָכִ֖ים
(melakhim)
koningen
שְׁלֹשִׁ֥ים
(sheloshim)
dertig
וְאֶחָֽד
(veechad)
en één
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Tirsa: Tirsa wordt gezocht bij Tell el-Farah (Noord), ten noordoosten van Sichem.

Aanvullend

Jasher 89:51 bevestigt dat het 31 koningen waren.