Elohim Bijbel

Psalmen 54

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Elohim is mijn helper

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Opschrift

1Voor de koorleider. Met snarenspel. Een maskil van David,
לַמְנַצֵּ֥חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
בִּנְגִינֹ֗ת
(binginot)
met snarenspel
מַשְׂכִּ֥יל
(maskil)
maskil
לְדָוִֽד
(ledavid)
van David
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In de Hebreeuwse telling beslaat het opschrift vers 1 en 2; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: onzeker, zie bij Ps. 4:1.

בִּנְגִינֹת (binginot), ‘met snarenspel’: een muziekterm voor muziek op snaarinstrumenten; de betekenis is onzeker.

מַשְׂכִּיל (maskil): de betekenis is onzeker, misschien ‘een lied met inzicht’ of ‘een kunstig lied’. Wij laten het woord staan.

2toen de Zifieten kwamen en tegen Saul zeiden: „Houdt David zich niet bij ons verborgen?”
בְּב֣וֹא
(bevo)
bij het komen van
הַ֭זִּיפִים
(hazifim)
de Zifieten
וַיֹּאמְר֣וּ
(vayomru)
en zij zeiden
לְשָׁא֑וּל
(leshaul)
aan Saul
הֲלֹ֥א
(halo)
is niet
דָ֝וִ֗ד
(david)
David
מִסְתַּתֵּ֥ר
(mistater)
verbergt zich
עִמָּֽנוּ
(imanu)
bij ons
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Zif (streek): De Zifieten woonden in de streek rond Zif, bij Tell Zif, ten zuidoosten van Hebron, in het bergland van Juda.

Uitleg

Dit historische opschrift verwijst naar 1 Sam. 23:19.

De Zifieten wonen bij Zif, ten zuidoosten van Hebron.

Red mij door Uw naam

3Elohim, red mij door Uw naam en doe mij recht door Uw kracht.
אֱ֭לֹהִים
(Elohim)
Elohim
בְּשִׁמְךָ֣
(beshimkha)
door Uw naam
הוֹשִׁיעֵ֑נִי
(hoshieni)
red mij
וּבִגְבוּרָתְךָ֥
(uvigvuratekha)
en door Uw kracht
תְדִינֵֽנִי
(tedineni)
doe mij recht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תְּדִינֵנִי (tedineni), ‘doe mij recht’: van דִּין (din), ‘richten’; de dichter vraagt dat Elohim hem in het gelijk stelt.

4Elohim, hoor mijn gebed. Luister naar de woorden van mijn mond.
אֱ֭לֹהִים
(Elohim)
Elohim
שְׁמַ֣ע
(shema)
hoor
תְּפִלָּתִ֑י
(tefilati)
mijn gebed
הַ֝אֲזִ֗ינָה
(haazina)
luister
לְאִמְרֵי
(leimrei)
naar de woorden van
פִֽי
(pi)
mijn mond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Geweldenaars zoeken mijn leven

5Want vreemden zijn tegen mij opgestaan, en geweldenaars zoeken mijn leven. Zij stellen Elohim niet voor zich. Sela.
כִּ֤י
(ki)
want
זָרִ֨ים
(zarim)
vreemden
קָ֤מוּ
(qamu)
zijn opgestaan
עָלַ֗י
(alay)
tegen mij
וְֽ֭עָרִיצִים
(vearitsim)
en geweldenaars
בִּקְשׁ֣וּ
(biqshu)
zoeken
נַפְשִׁ֑י
(nafshi)
mijn leven
לֹ֤א
(lo)
niet
שָׂ֨מוּ
(samu)
stellen
אֱלֹהִ֖ים
(Elohim)
Elohim
לְנֶגְדָּ֣ם
(lenegdam)
voor zich
סֶֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het leven en de persoon zelf, met zijn verlangen en zijn adem.

Waar de zin het vraagt, vertalen wij ‘leven’ of ‘persoon’.

Hier: ‘leven’.

עָרִיצִים (aritsim), ‘geweldenaars’: gewelddadige, meedogenloze mensen.

סֶלָה (sela), ‘Sela’: de betekenis is onzeker, waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze.

Lezing

זָרִים (zarim), ‘vreemden’: wij volgen de Masoretische tekst.

In Ps. 86:14 staat in dezelfde zin זֵדִים (zedim), ‘overmoedigen’; sommige oude vertalingen lezen dat ook hier.

6Zie, Elohim is mijn helper. Mijn Heer is onder hen die mijn leven steunen.
הִנֵּ֣ה
(hine)
zie
אֱ֭לֹהִים
(Elohim)
Elohim
עֹזֵ֣ר
(ozer)
helper
לִ֑י
(li)
voor mij
אֲ֝דֹנָ֗י
(adonay)
mijn Heer
בְּֽסֹמְכֵ֥י
(besomekhei)
onder hen die steunen
נַפְשִֽׁי
(nafshi)
mijn leven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲדֹנָי (Adonai), ‘mijn Heer’: een aanspreking van Yahweh.

Hier spreekt de dichter over Hem.

בְּסֹמְכֵי נַפְשִׁי (besomkhei nafshi), letterlijk ‘onder hen die mijn leven steunen’: Elohim is degene die steunt, of Hij is één van hen. Wij vertalen letterlijk.

7Hij laat het kwaad terugkeren op mijn belagers. Vernietig hen in Uw waarheid.
יָשִׁ֣יב
(yashiv)
Hij laat terugkeren
הָ֭רַע
(hara)
het kwaad
לְשֹׁרְרָ֑י
(leshoreray)
op mijn belagers
בַּ֝אֲמִתְּךָ֗
(baamitekha)
in Uw waarheid
הַצְמִיתֵֽם
(hatsmitem)
vernietig hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שׁוֹרְרַי (shorerai), ‘mijn belagers’: wie mij beloert.

אֱמֶת (emet), ‘waarheid’: betrouwbaarheid.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is יָשׁוּב (yashuv), ‘het kwaad keert terug’.

De te lezen vorm (qere) is יָשִׁיב (yashiv), ‘Hij laat terugkeren’.

Wij volgen de qere.

Een vrijwillig offer

8Met een vrijwillige gave zal ik voor U offeren. Ik zal Uw naam danken, Yahweh, want die is goed.
בִּנְדָבָ֥ה
(bindava)
met vrijwillige gave
אֶזְבְּחָה
(ezbecha)
zal ik offeren
לָּ֑ךְ
(lakh)
voor U
א֤וֹדֶה
(ode)
ik zal danken
שִּׁמְךָ֖
(shimkha)
Uw naam
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
כִּי
(ki)
want
טֽוֹב
(tov)
goed
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נְדָבָה (nedavah), ‘vrijwillige gave’: een offer dat men uit eigen wil brengt.

In deze psalm uit de Elohistische psalter staat in dit vers de naam Yahweh.

9Want uit alle nood heeft Hij mij bevrijd, en mijn oog heeft neergezien op mijn vijanden.
כִּ֣י
(ki)
want
מִכָּל
(mikal)
uit alle
צָ֭רָה
(tsara)
nood
הִצִּילָ֑נִי
(hitsilani)
heeft Hij mij bevrijd
וּ֝בְאֹיְבַ֗י
(uveoyevay)
en op mijn vijanden
רָאֲתָ֥ה
(raata)
heeft gezien
עֵינִֽי
(eini)
mijn oog
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רָאֲתָה עֵינִי בְּאֹיְבַי (ra’atah eyni be’oyevai), ‘mijn oog heeft gezien op mijn vijanden’: dit wordt gewoonlijk verstaan als met voldoening neerzien op de val van de vijand.