Elohim Bijbel

Psalmen 61

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566676869707172737475767778798081828384858687888990919293949596979899100101102103104105106107108109110111112113114115116117118119120121122123124125126127128129130131132133134135136137138139140141142143144145146147148149150

Leid mij naar de rots die hoger is dan ik

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Opschrift

1Voor de koorleider. Op snarenspel. Van David.
לַמְנַצֵּ֬חַ
(lamnatseach)
voor de koorleider
עַֽל
(al)
op
נְגִינַ֬ת
(neginat)
snarenspel
לְדָוִֽד
(ledavid)
van David
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

In de Hebreeuwse telling is het opschrift vers 1; Nederlandse bijbels beginnen te tellen na het opschrift.

לַמְנַצֵּחַ (lamnatseach), ‘voor de koorleider’: de betekenis is onzeker; wij vertalen ‘koorleider’.

עַל נְגִינַת (al neginat), ‘op snarenspel’: een aanwijzing voor de begeleiding met snaarinstrumenten. De betekenis is onzeker.

Een roep vanaf het einde van de aarde

2Hoor mijn roep, Elohim. Luister naar mijn gebed.
שִׁמְעָ֣ה
(shima)
hoor
אֱ֭לֹהִים
(Elohim)
Elohim
רִנָּתִ֑י
(rinati)
mijn roep
הַ֝קְשִׁ֗יבָה
(haqshiva)
luister
תְּפִלָּתִֽי
(tefilati)
naar mijn gebed
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רִנָּה (rinnah), ‘roep’: een luide kreet, hier een hulpkreet.

Het woord kan ook een jubelkreet zijn.

3Vanaf het einde van de aarde roep ik tot U, als mijn hart verzwakt. Leid mij naar de rots die hoger is dan ik.
מִקְצֵ֤ה
(miqtse)
vanaf het einde van
הָאָ֨רֶץ
(haarets)
de aarde
אֵלֶ֣יךָ
(eleikha)
tot U
אֶ֭קְרָא
(eqra)
ik roep
בַּעֲטֹ֣ף
(baatof)
als verzwakt
לִבִּ֑י
(libi)
mijn hart
בְּצוּר
(betsur)
naar de rots
יָר֖וּם
(yarum)
die hoger is
מִמֶּ֣נִּי
(mimeni)
dan ik
תַנְחֵֽנִי
(tancheni)
leid mij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בַּעֲטֹף לִבִּי (ba’atof libbi), ‘als mijn hart verzwakt’: het hart is bedekt of uitgeput, zoals een mens die bijna bezwijkt.

‘De rots die hoger is dan ik’ (צוּר, tsur): Elohim als een veilige plaats, te hoog voor de dichter om zelf te bereiken.

4Want U bent een toevlucht voor mij geweest, een sterke toren tegenover de vijand.
כִּֽי
(ki)
want
הָיִ֣יתָ
(hayita)
U bent geweest
מַחְסֶ֣ה
(machse)
toevlucht
לִ֑י
(li)
voor mij
מִגְדַּל
(migdal)
toren van
עֹ֝֗ז
(oz)
sterkte
מִפְּנֵ֥י
(mipenei)
tegenover
אוֹיֵֽב
(oyev)
de vijand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Laat mij voor eeuwig in Uw tent verblijven. Laat mij schuilen in de beschutting van Uw vleugels. Sela.
אָג֣וּרָה
(agura)
laat mij verblijven
בְ֭אָהָלְךָ
(beahalekha)
in Uw tent
עוֹלָמִ֑ים
(olamim)
voor eeuwig
אֶֽחֱסֶ֨ה
(echese)
laat mij schuilen
בְסֵ֖תֶר
(beseter)
in de beschutting van
כְּנָפֶ֣יךָ
(kenafeikha)
Uw vleugels
סֶּֽלָה
(sela)
Sela
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סֶלָה (sela), ‘Sela’: de betekenis is onzeker, waarschijnlijk een muzikaal teken of een pauze.

אֹהֶל (ohel), ‘tent’: hier de woning van Elohim, het heiligdom. Zie ook Ps. 15:1.

Elohim heeft mijn geloften gehoord

6Want U, Elohim, hebt mijn geloften gehoord. U hebt mij het erfdeel gegeven van wie Uw naam vrezen.
כִּֽי
(ki)
want
אַתָּ֣ה
(ata)
U
אֱ֭לֹהִים
(Elohim)
Elohim
שָׁמַ֣עְתָּ
(shamata)
hebt gehoord
לִנְדָרָ֑י
(lindaray)
mijn geloften
נָתַ֥תָּ
(natata)
U hebt gegeven
יְ֝רֻשַּׁ֗ת
(yerushat)
het erfdeel van
יִרְאֵ֥י
(yirei)
wie vrezen
שְׁמֶֽךָ
(shemekha)
Uw naam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יְרֻשָּׁה (yerushah), ‘erfdeel’: het bezit dat Elohim aan wie Hem vrezen geeft, zoals het land aan Israël.

Een gebed voor de koning

7Voeg dagen toe aan de dagen van de koning. Laat zijn jaren zijn als generatie na generatie.
יָמִ֣ים
(yamim)
dagen
עַל
(al)
aan
יְמֵי
(yemei)
de dagen van
מֶ֣לֶךְ
(melekh)
de koning
תּוֹסִ֑יף
(tosif)
voeg toe
שְׁ֝נוֹתָ֗יו
(shenotav)
zijn jaren
כְּמוֹ
(kemo)
als
דֹ֥ר
(dor)
generatie
וָדֹֽר
(vador)
en generatie
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De dichter bidt voor de koning.

Het kan David zijn, of de koning uit Davids huis.

In vers 2–6 spreekt de dichter over zichzelf; nu bidt hij voor de koning.

כְּמוֹ דֹר וָדֹר (kemo dor vador), ‘als generatie na generatie’: de jaren van de koning moeten heel lang duren.

8Moge hij voor eeuwig zitten voor het aangezicht van Elohim. Wijs trouw en waarheid aan om hem te bewaren.
יֵשֵׁ֣ב
(yeshev)
moge hij zitten
ע֭וֹלָם
(olam)
voor eeuwig
לִפְנֵ֣י
(lifnei)
voor het aangezicht van
אֱלֹהִ֑ים
(Elohim)
Elohim
חֶ֥סֶד
(chesed)
trouw
וֶ֝אֱמֶ֗ת
(veemet)
en waarheid
מַ֣ן
(man)
wijs aan
יִנְצְרֻֽהוּ
(yintseruhu)
zij bewaren hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֶסֶד (chesed), ‘trouw’, en אֱמֶת (emet), ‘waarheid’: Elohim wijst deze twee toe, als bewakers van de koning.

מַן (man), ‘wijs aan’: ook ‘bepaal, benoem’.

9Zo zal ik Uw naam bezingen, voor altijd, terwijl ik dag aan dag mijn geloften betaal.
כֵּ֤ן
(ken)
zo
אֲזַמְּרָ֣ה
(azamera)
zal ik bezingen
שִׁמְךָ֣
(shimkha)
Uw naam
לָעַ֑ד
(laad)
voor altijd
לְֽשַׁלְּמִ֥י
(leshalemi)
terwijl ik betaal
נְדָרַ֗י
(nedaray)
mijn geloften
י֣וֹם
(yom)
dag
יֽוֹם
(yom)
dag
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)