Elohim Bijbel

Spreuken 23

12345678910111213141516171819202122232425262728293031

Woorden van de wijzen: de maaltijd, de tucht, de vreemde vrouw en de wijn

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Aan tafel bij een heerser

1Wanneer je gaat zitten om te eten met een heerser, let dan goed op wat voor je is.
כִּֽי
(ki)
wanneer
תֵ֭שֵׁב
(teshev)
je gaat zitten
לִלְח֣וֹם
(lilchom)
om te eten
אֶת
(et)
met
מוֹשֵׁ֑ל
(moshel)
een heerser
בִּ֥ין
(bin)
goed
תָּ֝בִ֗ין
(tavin)
let op
אֶת
(et)
(obj.)
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
wat
לְפָנֶֽיךָ
(lefaneikha)
voor je
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מוֹשֵׁל (moshel), ‘heerser’: iemand met gezag, een machthebber.

אֶת־אֲשֶׁר לְפָנֶיךָ (et asher lefanekha), ‘wat voor je is’: de spijzen op tafel, of de persoon die tegenover je zit. Beide uitleggingen zijn mogelijk; wij laten de zin zoals hij staat.

2Zet een mes aan je keel, als je iemand bent met een grote begeerte.
וְשַׂמְתָּ֣
(vesamta)
en zet
שַׂכִּ֣ין
(sakin)
een mes
בְּלֹעֶ֑ךָ
(beloekha)
aan je keel
אִם
(im)
als
בַּ֖עַל
(baal)
bezitter van
נֶ֣פֶשׁ
(nefesh)
begeerte
אָֽתָּה
(ata)
jij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בַּעַל נֶפֶשׁ (baal nefesh), ‘bezitter van begeerte’: iemand die zijn eetlust niet in bedwang heeft.

נֶפֶשׁ (nefesh) betekent hier ‘begeerte’, ‘eetlust’.

De spreuk is beeldspraak: beheers jezelf.

3Verlang niet naar zijn lekkernijen, want het is brood van bedrog.
אַל
(al)
niet
תִּ֭תְאָו
(titav)
verlang
לְמַטְעַמּוֹתָ֑יו
(lematamotav)
naar zijn lekkernijen
וְ֝ה֗וּא
(vehu)
want het is
לֶ֣חֶם
(lechem)
brood van
כְּזָבִֽים
(kezavim)
bedrog
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לֶחֶם כְּזָבִים (lechem kezavim), ‘brood van bedrog’: eigenlijk ‘brood van leugens’.

De gastheer lijkt gul, maar zijn bedoeling is een andere.

Zie vers 7.

Rijkdom vliegt weg

4Moei je niet af om rijk te worden; houd op, uit je eigen inzicht.
אַל
(al)
niet
תִּיגַ֥ע
(tiga)
moei je af
לְֽהַעֲשִׁ֑יר
(lehaashir)
om rijk te worden
מִֽבִּינָתְךָ֥
(mibinatekha)
uit je inzicht
חֲדָֽל
(chadal)
houd op
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תִּיגַע (tiga), ‘moei je af’: werken tot je moe bent.

מִבִּינָתְךָ (mibinatekha), ‘uit je inzicht’: omdat je inzicht hebt. Ook mogelijk: ‘houd op met je inzicht’, dus wees er niet te slim mee.

5Laat je ogen erop vliegen, en het is er niet meer? Want zeker maakt het zich vleugels; als een arend vliegt het naar de hemel.
הֲתָ֤עִיף
(hataif)
laat je vliegen
עֵינֶ֥יךָ
(eineikha)
je ogen
בּ֗וֹ
(bo)
erop
וְֽאֵ֫ינֶ֥נּוּ
(veeinenu)
en het is er niet
כִּ֤י
(ki)
want
עָשֹׂ֣ה
(aso)
zeker
יַעֲשֶׂה
(yaase)
maakt het
לּ֣וֹ
(lo)
zich
כְנָפַ֑יִם
(kenafayim)
vleugels
כְּ֝נֶ֗שֶׁר
(kenesher)
als een arend
יָע֥וּף
(yauf)
vliegt het
הַשָּׁמָֽיִם
(hashamayim)
naar de hemel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עָשֹׂה יַעֲשֶׂה (asoh yaaseh), ‘zeker maakt het’: de rijkdom groeit als het ware vleugels en vliegt weg.

נֶשֶׁר (nesher), ‘arend’: het kan ook een gier zijn.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) heeft op twee plaatsen een andere spelling dan het gelezen woord (qere): הֲתָעִיף (‘laat je vliegen’) en יָעוּף (‘vliegt’).

Beide komen van het werkwoord ‘vliegen’.

Een andere uitleg is: ‘Moet je je ogen op rijkdom richten?

Hij is er niet.’

Wij volgen het gelezen woord.

Het brood van een nijdige

6Eet niet het brood van iemand met een boos oog, en verlang niet naar zijn lekkernijen.
אַל
(al)
niet
תִּלְחַ֗ם
(tilcham)
eet
אֶת
(et)
(obj.)
לֶ֭חֶם
(lechem)
brood van
רַ֣ע
(ra)
iemand met een boos
עָ֑יִן
(ayin)
oog
וְאַל
(veal)
en niet
תִּ֝תְאָ֗יו
(titav)
verlang
לְמַטְעַמֹּתָֽיו
(lematamotav)
naar zijn lekkernijen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רַע עָיִן (ra ayin), ‘boos oog’: iemand die afgunstig of gierig is.

Het tegendeel is ‘goed van oog’ (Spr. 22:9).

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) heeft תתאו en het gelezen woord (qere) תִּתְאָיו; beide betekenen ‘verlang’.

תִּלְחַם (tilcham), ‘eet’: van לָחַם (lacham) ‘eten’; het woord klinkt als ‘vechten’ maar hoort bij ‘brood’ (לֶחֶם, lechem).

7Want zoals hij in zijn ziel berekent, zo is hij. „Eet en drink!”, zegt hij tegen je, maar zijn hart is niet met je.
כִּ֤י
(ki)
want
כְּמוֹ
(kemo)
zoals
שָׁעַ֥ר
(shaar)
hij berekent
בְּנַפְשׁ֗וֹ
(benafsho)
in zijn ziel
כֶּ֫ן
(ken)
zo
ה֥וּא
(hu)
is hij
אֱכֹ֣ל
(ekhol)
eet
וּ֭שְׁתֵה
(ushete)
en drink
יֹ֣אמַר
(yomar)
zegt hij
לָ֑ךְ
(lakh)
tegen je
וְ֝לִבּ֗וֹ
(velibo)
maar zijn hart
בַּל
(bal)
niet
עִמָּֽךְ
(imakh)
met jou
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שָׁעַר (shaar), ‘berekenen’: dit werkwoord komt alleen hier voor; de betekenis is onzeker.

Andere uitleggingen zijn ‘hij schat in’ of ‘hij denkt’.

De spreuk zegt: wat de gastheer innerlijk berekent, bepaalt wie hij werkelijk is.

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: hier zijn binnenste.

8Het stukje dat je hebt gegeten, braak je uit, en je aangename woorden heb je verspild.
פִּֽתְּךָ
(pitekha)
je stukje
אָכַ֥לְתָּ
(akhalta)
dat je at
תְקִיאֶ֑נָּה
(teqiena)
braak je uit
וְ֝שִׁחַ֗תָּ
(veshichata)
en je verspilt
דְּבָרֶ֥יךָ
(devareikha)
je woorden
הַנְּעִימִֽים
(haneimim)
de aangename
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פִּתְּךָ (pitekha), ‘je stukje’: een klein stuk brood.

9Spreek niet in de oren van een dwaas, want hij veracht het doorzicht van je woorden.
בְּאָזְנֵ֣י
(beazenei)
in de oren van
כְ֭סִיל
(kesil)
een dwaas
אַל
(al)
niet
תְּדַבֵּ֑ר
(tedaber)
spreek
כִּֽי
(ki)
want
יָ֝ב֗וּז
(yavuz)
hij veracht
לְשֵׂ֣כֶל
(lesekhel)
het doorzicht van
מִלֶּֽיךָ
(mileikha)
je woorden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כְּסִיל (kesil), ‘dwaas’: wie niet wil leren.

שֵׂכֶל (sekhel), ‘doorzicht’: wat een woord verstandig en doordacht maakt.

De grens en de wezen

10Verschuif de eeuwenoude grens niet, en ga niet de velden van wezen in.
אַל
(al)
niet
תַּ֭סֵּג
(taseg)
verschuif
גְּב֣וּל
(gevul)
de grens van
עוֹלָ֑ם
(olam)
altijd
וּבִשְׂדֵ֥י
(uvisdei)
en in de velden van
יְ֝תוֹמִ֗ים
(yetomim)
wezen
אַל
(al)
niet
תָּבֹֽא
(tavo)
ga
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גְּבוּל עוֹלָם (gevul olam), ‘eeuwenoude grens’: de oude grens van het erfdeel.

Dezelfde woorden als in Spr. 22:28.

Zie ook Deut. 19:14 en Deut. 27:17.

יְתוֹמִים (yetomim), ‘wezen’: kinderen zonder vader, die zichzelf niet kunnen verdedigen.

11Want hun losser is sterk. Hij zelf voert hun rechtszaak tegen jou.
כִּֽי
(ki)
want
גֹאֲלָ֥ם
(goalam)
hun losser
חָזָ֑ק
(chazaq)
sterk
הֽוּא
(hu)
Hij
יָרִ֖יב
(yariv)
voert
אֶת
(et)
(obj.)
רִיבָ֣ם
(rivam)
hun rechtszaak
אִתָּֽךְ
(itakh)
tegen jou
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גֹּאֲלָם (goalam), ‘hun losser’: de naaste verwant die voor een zwakke familielid optreedt.

Hier is dat Yahweh zelf, zoals Spr. 22:23.

Zie ook Ruth 3:12.

אִתָּךְ (ittakh), ‘met jou’: bedoeld is ‘tegen jou’, in een rechtszaak.

Tucht voor de jongen

12Breng je hart naar de tucht en je oren naar woorden van kennis.
הָבִ֣יאָה
(havia)
breng
לַמּוּסָ֣ר
(lamusar)
naar de tucht
לִבֶּ֑ךָ
(libekha)
je hart
וְ֝אָזְנֶ֗ךָ
(veazenekha)
en je oren
לְאִמְרֵי
(leimrei)
naar de woorden van
דָֽעַת
(daat)
kennis
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מוּסָר (musar), ‘tucht’: ook ‘onderricht’ of ‘vermaning’.

13Houd de tucht niet van de jongen terug, want als je hem met de stok slaat, sterft hij niet.
אַל
(al)
niet
תִּמְנַ֣ע
(timna)
houd terug
מִנַּ֣עַר
(minaar)
van de jongen
מוּסָ֑ר
(musar)
tucht
כִּֽי
(ki)
want
תַכֶּ֥נּוּ
(takenu)
je slaat hem
בַ֝שֵּׁ֗בֶט
(bashevet)
met de stok
לֹ֣א
(lo)
niet
יָמֽוּת
(yamut)
sterft hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Zie ook Spr. 13:24, 19:18 en 29:15.

14Jij slaat hem met de stok, en zijn ziel bevrijd je uit de Sjeol.
אַ֭תָּה
(ata)
jij
בַּשֵּׁ֣בֶט
(bashevet)
met de stok
תַּכֶּ֑נּוּ
(takenu)
slaat hem
וְ֝נַפְשׁ֗וֹ
(venafsho)
en zijn ziel
מִשְּׁא֥וֹל
(misheol)
uit de Sjeol
תַּצִּֽיל
(tatsil)
bevrijd je
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׁאוֹל (sheol), ‘Sjeol’: het dodenrijk.

Wie de tucht van zijn kind niet schuwt, houdt het van een dodelijke weg.

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: hier de persoon in zijn leven.

תַּצִּיל (tatsil), ‘bevrijd je’: van het werkwoord נָצַל (natsal) in de oorzakelijke vorm, zoals in Spr. 24:11.

15Mijn zoon, als je hart wijs is, zal mijn hart zich verheugen, ook ik.
בְּ֭נִי
(beni)
mijn zoon
אִם
(im)
als
חָכַ֣ם
(chakham)
wijs is
לִבֶּ֑ךָ
(libekha)
je hart
יִשְׂמַ֖ח
(yismach)
verheugt zich
לִבִּ֣י
(libi)
mijn hart
גַם
(gam)
ook
אָֽנִי
(ani)
ik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חָכַם לִבֶּךָ (chakham libbekha), ‘je hart is wijs’: wijs worden is hier een zaak van het hart, de zetel van het denken.

16Mijn nieren zullen jubelen als je lippen spreken wat recht is.
וְתַעְלֹ֥זְנָה
(vetalozena)
en zullen jubelen
כִלְיוֹתָ֑י
(kilyotay)
mijn nieren
בְּדַבֵּ֥ר
(bedaber)
als spreken
שְׂ֝פָתֶ֗יךָ
(sefateikha)
je lippen
מֵישָׁרִֽים
(meisharim)
wat recht is
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כְּלָיוֹת (kilyot), ‘nieren’: in het Hebreeuws de zetel van de diepste gevoelens.

Zie ook Ps. 16:7.

מֵישָׁרִים (meisharim), ‘wat recht is’: eerlijkheid, rechtheid.

17Laat je hart niet jaloers zijn op zondaars, maar wees de hele dag in de vrees voor Yahweh.
אַל
(al)
niet
יְקַנֵּ֣א
(yeqane)
laat jaloers zijn
לִ֭בְּךָ
(libekha)
je hart
בַּֽחַטָּאִ֑ים
(bachataim)
op zondaars
כִּ֥י
(ki)
maar
אִם
(im)
(wees)
בְּיִרְאַת
(beyirat)
in de vrees voor
יְ֝הוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
כָּל
(kal)
heel
הַיּֽוֹם
(hayom)
de dag
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De tweede helft is in het Hebreeuws onvolledig: ‘maar in de vrees voor Yahweh de hele dag’.

Wij vullen ‘wees’ aan.

יִרְאַת יְהוָה (yirat Yahweh), ‘vrees voor Yahweh’: ‘vrees’ omvat ontzag en eerbied (zie Spr. 1:7).

18Want zeker is er een toekomst, en je hoop wordt niet afgesneden.
כִּ֭י
(ki)
want
אִם
(im)
zeker
יֵ֣שׁ
(yesh)
is er
אַחֲרִ֑ית
(acharit)
een toekomst
וְ֝תִקְוָתְךָ֗
(vetiqvatekha)
en je hoop
לֹ֣א
(lo)
niet
תִכָּרֵֽת
(tikaret)
wordt afgesneden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אַחֲרִית (acharit), ‘toekomst’: eigenlijk ‘wat daarna komt’, het einde van de weg, ook de afloop.

Zie ook Spr. 24:14 en 24:20.

Luister, mijn zoon

19Luister jij, mijn zoon, en wees wijs, en richt je hart op de weg.
שְׁמַע
(shema)
luister
אַתָּ֣ה
(ata)
jij
בְנִ֣י
(beni)
mijn zoon
וַחֲכָ֑ם
(vachakham)
en wees wijs
וְאַשֵּׁ֖ר
(veasher)
en richt
בַּדֶּ֣רֶךְ
(baderekh)
op de weg
לִבֶּֽךָ
(libekha)
je hart
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אַשֵּׁר (asher), ‘richt’: laat je hart recht op de weg lopen.

Het woord hoort bij hetzelfde grondwoord als ‘gelukkig’ (אַשְׁרֵי, ashre).

20Wees niet onder de wijndrinkers, onder de gulzige vleeseters.
אַל
(al)
niet
תְּהִ֥י
(tehi)
wees
בְסֹֽבְאֵי
(besoveei)
onder drinkers van
יָ֑יִן
(yayin)
wijn
בְּזֹלֲלֵ֖י
(bezolalei)
onder gulzigaards van
בָשָׂ֣ר
(basar)
vlees
לָֽמוֹ
(lamo)
voor zich
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לָמוֹ (lamo), ‘voor zich’: het kleine woord aan het eind is moeilijk.

Het kan ‘voor zichzelf’ betekenen, ‘onder hen’ of ‘bij hen’.

Wij vertalen de reeks als: onder de wijndrinkers en onder de gulzige vleeseters.

21Want de drinker en de gulzigaard worden arm, en slaperigheid kleedt hen in lompen.
כִּי
(ki)
want
סֹבֵ֣א
(sove)
de drinker
וְ֭זוֹלֵל
(vezolel)
en de gulzigaard
יִוָּרֵ֑שׁ
(yivaresh)
worden arm
וּ֝קְרָעִ֗ים
(uqeraim)
en lompen
תַּלְבִּ֥ישׁ
(talbish)
kleedt aan
נוּמָֽה
(numa)
slaperigheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סֹבֵא (sove), ‘drinker’ en זוֹלֵל (zolel), ‘gulzigaard’: ook in Deut. 21:20, waar zij samen worden genoemd.

נוּמָה (numah), ‘slaperigheid’: de roes en de slaap die op het drinken volgen.

Luister naar je vader

22Luister naar je vader, die je heeft verwekt, en veracht je moeder niet omdat ze oud is geworden.
שְׁמַ֣ע
(shema)
luister
לְ֭אָבִיךָ
(leavikha)
naar je vader
זֶ֣ה
(ze)
die
יְלָדֶ֑ךָ
(yeladekha)
heeft je verwekt
וְאַל
(veal)
en niet
תָּ֝ב֗וּז
(tavuz)
veracht
כִּֽי
(ki)
omdat
זָקְנָ֥ה
(zaqena)
ze oud is geworden
אִמֶּֽךָ
(imekha)
je moeder
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תָּבוּז (tavuz), ‘veracht’: bij een oude moeder kan de neiging bestaan haar niet meer serieus te nemen.

Zie ook Spr. 1:8 en 30:17.

23Koop waarheid en verkoop haar niet, en ook wijsheid, tucht en inzicht.
אֱמֶ֣ת
(emet)
waarheid
קְ֭נֵה
(qene)
koop
וְאַל
(veal)
en niet
תִּמְכֹּ֑ר
(timkor)
verkoop
חָכְמָ֖ה
(chakhema)
wijsheid
וּמוּסָ֣ר
(umusar)
en tucht
וּבִינָֽה
(uvina)
en inzicht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De tweede helft heeft geen werkwoord: ‘wijsheid, tucht en inzicht’ hoort bij ‘koop’.

Wij voegen alleen ‘en ook’ toe.

אֱמֶת (emet), ‘waarheid’. חָכְמָה (chokhmah), ‘wijsheid’. מוּסָר (musar), ‘tucht’. בִּינָה (binah), ‘inzicht’.

24De vader van een rechtvaardige jubelt luid, en wie een wijze verwekt, verheugt zich in hem.
גִּ֣יל
(gil)
groots
יָ֭גִיל
(yagil)
jubelt
אֲבִ֣י
(avi)
de vader van
צַדִּ֑יק
(tsadiq)
een rechtvaardige
וְיוֹלֵ֥ד
(veyoled)
en wie verwekt
חָ֝כָ֗ם
(chakham)
een wijze
יִשְׂמַח
(yismach)
verheugt zich
בּֽוֹ
(bo)
in hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

In dit vers verschillen het geschreven woord (ketiv) en het gelezen woord (qere) in de spelling van ‘jubelen’ (גִּיל יָגִיל, gil yagil), ‘verwekken’ en ‘verheugen’.

De betekenis is gelijk.

Wij volgen het gelezen woord.

25Laat je vader en je moeder zich verheugen, en laat zij die je gebaard heeft juichen.
יִֽשְׂמַח
(yismach)
laat zich verheugen
אָבִ֥יךָ
(avikha)
je vader
וְאִמֶּ֑ךָ
(veimekha)
en je moeder
וְ֝תָגֵ֗ל
(vetagel)
en laat juichen
יֽוֹלַדְתֶּֽךָ
(yoladtekha)
zij die je gebaard heeft
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Geef mij je hart

26Geef mij je hart, mijn zoon, en laat je ogen mijn wegen bewaken.
תְּנָֽה
(tena)
geef
בְנִ֣י
(beni)
mijn zoon
לִבְּךָ֣
(libekha)
je hart
לִ֑י
(li)
aan mij
וְ֝עֵינֶ֗יךָ
(veeineikha)
en je ogen
דְּרָכַ֥י
(derakhay)
mijn wegen
תִּצֹּֽרְנָה
(titsorena)
laten bewaken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Het geschreven woord (ketiv) heeft תִּרְצֶנָה (‘laat je ogen behagen scheppen in mijn wegen’); het gelezen woord (qere) heeft תִּצֹּרְנָה (‘laat je ogen mijn wegen bewaken’).

Wij volgen het gelezen woord.

Het werkwoord נָצַר (natsar), ‘bewaken’, staat ook in Spr. 22:12.

27Want een hoer is een diepe kuil, en de vreemde vrouw een nauwe put.
כִּֽי
(ki)
want
שׁוּחָ֣ה
(shucha)
een kuil
עֲמֻקָּ֣ה
(amuqa)
diep
זוֹנָ֑ה
(zona)
is een hoer
וּבְאֵ֥ר
(uveer)
en een put
צָ֝רָ֗ה
(tsara)
nauw
נָכְרִיָּֽה
(nakheriya)
is de vreemde vrouw
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

זוֹנָה (zonah), ‘hoer’; נָכְרִיָּה (nokhriyah), ‘vreemde vrouw’: vrouwen buiten het huwelijk.

Zie ook Spr. 2:16, 5:3, 7:5 en 22:14.

28Ook ligt zij op de loer als een rover, en zij vermeerdert de trouwelozen onder de mensen.
אַף
(af)
ook
הִ֭יא
(hi)
zij
כְּחֶ֣תֶף
(kechetef)
als een rover
תֶּֽאֱרֹ֑ב
(teerov)
ligt zij op de loer
וּ֝בוֹגְדִ֗ים
(uvogedim)
en trouwelozen
בְּאָדָ֥ם
(beadam)
onder de mensen
תּוֹסִֽף
(tosif)
vermeerdert zij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֶתֶף (chetef), ‘rover’: dit woord komt alleen hier voor; de betekenis is onzeker.

Het kan ook ‘prooi’ betekenen.

Wie heeft ach? Wie heeft wee?

29Wie heeft ach? Wie heeft wee? Wie heeft ruzies? Wie heeft klachten? Wie heeft wonden zonder reden? Wie heeft troebele ogen?
לְמִ֨י
(lemi)
voor wie
א֥וֹי
(oy)
ach
לְמִ֪י
(lemi)
voor wie
אֲב֡וֹי
(avoy)
wee
לְמִ֤י
(lemi)
voor wie
מִדְיָנִ֨ים
(midyanim)
ruzies
לְמִ֥י
(lemi)
voor wie
שִׂ֗יחַ
(siach)
klacht
לְ֭מִי
(lemi)
voor wie
פְּצָעִ֣ים
(petsaim)
wonden
חִנָּ֑ם
(chinam)
zonder reden
לְ֝מִ֗י
(lemi)
voor wie
חַכְלִל֥וּת
(chakhlilut)
troebelheid van
עֵינָֽיִם
(einayim)
ogen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אוֹי (oy) en אֲבוֹי (avoy), ‘ach’ en ‘wee’: de kreten van wie ongelukkig is.

אֲבוֹי komt alleen hier voor.

שִׂיחַ (siach), ‘klacht’: het woord kan ook ‘gepraat’ of ‘gemompel’ betekenen.

חַכְלִילוּת (chakhlilut), ‘troebelheid’: dit woord komt alleen hier voor. Het wordt uitgelegd als ‘roodheid’ of ‘troebelheid’ van de ogen.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) heeft מדונים (‘twist’); het gelezen woord (qere) heeft מִדְיָנִים (‘ruzies’).

Beide komen van hetzelfde grondwoord.

30Zij die lang bij de wijn blijven, zij die komen om gemengde wijn te onderzoeken.
לַֽמְאַחֲרִ֥ים
(lamacharim)
voor wie lang blijven
עַל
(al)
bij
הַיָּ֑יִן
(hayayin)
de wijn
לַ֝בָּאִ֗ים
(labaim)
voor wie komen
לַחְקֹ֥ר
(lachqor)
om te onderzoeken
מִמְסָֽךְ
(mimsakh)
gemengde wijn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִמְסָךְ (mimsakh), ‘gemengde wijn’: wijn die met kruiden of met andere wijn is gemengd, om hem sterker of smakelijker te maken.

31Kijk niet naar de wijn als hij rood is, als hij zijn glans geeft in de beker, als hij soepel naar beneden gaat.
אַל
(al)
niet
תֵּ֥רֶא
(tere)
kijk
יַיִן֮
(yayin)
naar wijn
כִּ֪י
(ki)
als
יִתְאַ֫דָּ֥ם
(yitadam)
hij rood is
כִּֽי
(ki)
als
יִתֵּ֣ן
(yiten)
hij geeft
בַּכּ֣וֹס
(bakos)
in de beker
עֵינ֑וֹ
(eino)
zijn glans
יִ֝תְהַלֵּ֗ךְ
(yithalekh)
hij gaat
בְּמֵישָׁרִֽים
(bemeisharim)
soepel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֵינוֹ (eno), ‘zijn oog’: de glans van de wijn, de glinstering of het schuimende kraaltje.

Wij vertalen ‘zijn glans’.

בְּמֵישָׁרִים (bemeisharim), ‘soepel’: eigenlijk ‘in rechtheid’, zonder haperen.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) heeft בכיס (‘in de buidel’); het gelezen woord (qere) heeft בַּכּוֹס (‘in de beker’).

Wij volgen het gelezen woord.

32Zijn einde: hij bijt als een slang, en als een adder verspreidt hij gif.
אַ֭חֲרִיתוֹ
(acharito)
zijn einde
כְּנָחָ֣שׁ
(kenachash)
als een slang
יִשָּׁ֑ךְ
(yishakh)
bijt hij
וּֽכְצִפְעֹנִ֥י
(ukhetsifoni)
en als een adder
יַפְרִֽשׁ
(yafrish)
verspreidt hij gif
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יַפְרִשׁ (yafris), ‘verspreidt’: het werkwoord heeft geen voorwerp.

Wij vullen ‘gif’ aan; zo wordt de zin ook in oude vertalingen begrepen.

De betekenis is onzeker.

צִפְעוֹנִי (tsif’oni), ‘adder’: een giftige slang.

33Je ogen zien vreemde dingen, en je hart spreekt verdraaide dingen.
עֵ֭ינֶיךָ
(eineikha)
je ogen
יִרְא֣וּ
(yiru)
zien
זָר֑וֹת
(zarot)
vreemde dingen
וְ֝לִבְּךָ֗
(velibekha)
en je hart
יְדַבֵּ֥ר
(yedaber)
spreekt
תַּהְפֻּכֽוֹת
(tahpukhot)
verdraaide dingen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

זָרוֹת (zarot), ‘vreemde dingen’: het woord kan ook ‘vreemde vrouwen’ betekenen (Spr. 22:14).

Het past bij ‘verdraaide dingen’ in de tweede helft van de zin, het gaat hier om de roes.

Wij vertalen ‘vreemde dingen’.

תַּהְפֻּכוֹת (tahpukhot), ‘verdraaide dingen’: leugens, woorden die niet kloppen.

34Je zult zijn als iemand die ligt in het hart van de zee, en als iemand die ligt boven op de mast.
וְ֭הָיִיתָ
(vehayita)
en je zult zijn
כְּשֹׁכֵ֣ב
(keshokhev)
als iemand die ligt
בְּלֶב
(belev)
in het hart van
יָ֑ם
(yam)
de zee
וּ֝כְשֹׁכֵ֗ב
(ukheshokhev)
en als iemand die ligt
בְּרֹ֣אשׁ
(berosh)
boven op
חִבֵּֽל
(chibel)
de mast
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חִבֵּל (chibbel), ‘mast’: dit woord komt alleen hier voor.

Het kan ‘mast’, ‘tuigage’ of ‘touwwerk’ betekenen.

De dronkaard is als iemand op een schip die niet meer weet waar hij is.

35„Ze hebben mij geslagen, het deed geen pijn. Ze hebben mij gestompt, ik wist het niet. Wanneer word ik wakker? Ik ga door en zoek het weer!”
הִכּ֥וּנִי
(hikuni)
ze hebben mij geslagen
בַל
(bal)
niet
חָלִיתִי֮
(chaliti)
deed het pijn
הֲלָמ֗וּנִי
(halamuni)
ze hebben mij gestompt
בַּל
(bal)
niet
יָ֫דָ֥עְתִּי
(yadati)
wist ik het
מָתַ֥י
(matay)
wanneer
אָקִ֑יץ
(aqits)
word ik wakker
א֝וֹסִ֗יף
(osif)
ik ga door
אֲבַקְשֶׁ֥נּוּ
(avaqshenu)
ik zoek het
עֽוֹד
(od)
weer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Hier spreekt de dronkaard zelf.

Hij voelt de klappen niet, maar zoekt de drank meteen weer.

De hele passage (Spr. 23:29–35) beschrijft de gevolgen van wijn.