Elohim Bijbel

1 Tessalonicenzen 5

12345

De dag van de Heer, zonen van het licht, aansporingen en slotgroet

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De dag van de Heer

1Over de tijden en de tijdstippen, broers, hebben jullie niet nodig dat er aan jullie geschreven wordt.
Περὶ
(Peri)
over
δὲ
(de)
maar
τῶν
(ton)
de
χρόνων
(chronon)
tijden
καὶ
(kai)
en
τῶν
(ton)
de
καιρῶν
(kairon)
tijdstippen
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
οὐ
(ou)
niet
χρείαν
(chreian)
behoefte
ἔχετε
(echete)
hebben jullie
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
γράφεσθαι
(graphesthai)
geschreven te worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

χρόνος (chronos), ‘tijd’; καιρός (kairos), ‘tijdstip’: een bepaald, geschikt moment.

Zij staan ook samen in Hand. 1:7.

Zie ook Hand. 1:7.

Zie ookHand 1:7
2Want jullie weten zelf nauwkeurig dat de dag van de Heer zo komt als een dief in de nacht.
αὐτοὶ
(autoi)
zelf
γὰρ
(gar)
want
ἀκριβῶς
(akribos)
nauwkeurig
οἴδατε
(oidate)
weten jullie
ὅτι
(hoti)
dat
ἡμέρα
(hemera)
dag
κυρίου
(kyriou)
van de Heer
ὡς
(hos)
als
κλέπτης
(kleptes)
dief
ἐν
(en)
in
νυκτὶ
(nykti)
nacht
οὕτως
(houtos)
zo
ἔρχεται
(erchetai)
komt
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἡμέρα κυρίου (hemera kyriou), ‘de dag van de Heer’: de uitdrukking neemt ‘de dag van Yahweh’ uit de profeten over en past die toe op Yeshua.

Zie Joël 2:1, Amos 5:18 en Jes. 13:6.

‘Als een dief in de nacht’: zo komt de dag onverwacht; Yeshua gebruikt hetzelfde beeld.

Zie ook Joël 2:1; Joël 2:11; Amos 5:18; Jes. 13:6; Matt. 24:43; 1 Kor. 1:8; 2 Kor. 1:14.

3Wanneer zij zeggen: „Vrede en veiligheid”, dan komt plotseling het verderf over hen, zoals de weeën over een zwangere vrouw. Zij zullen beslist niet ontkomen.
ὅταν
(hotan)
wanneer
λέγωσιν
(legosin)
zeggen zij
Εἰρήνη
(Eirene)
vrede
καὶ
(kai)
en
ἀσφάλεια
(asphaleia)
veiligheid
τότε
(tote)
dan
αἰφνίδιος
(aiphnidios)
plotseling
αὐτοῖς
(autois)
over hen
ἐφίσταται
(ephistatai)
komt
ὄλεθρος
(olethros)
verderf
ὥσπερ
(hosper)
zoals
ἡ
(he)
de
ὠδὶν
(odin)
weeën
τῇ
(te)
aan de
ἐν
(en)
in
γαστρὶ
(gastri)
buik
ἐχούσῃ
(echouse)
hebbende
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
beslist
μὴ
(me)
niet
ἐκφύγωσιν
(ekphygosin)
zullen ontkomen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀσφάλεια (asfaleia), ‘veiligheid’; ὄλεθρος (olethros), ‘verderf’; ὠδίν (odin), ‘weeën’: de pijnen van een bevalling, die plotseling beginnen en niet te stoppen zijn. ἐκφεύγω (ekfeugo), ‘ontkomen’; οὐ μή (ou me), ‘beslist niet’.

‘Vrede en veiligheid’ zeggen mensen die zich veilig voelen; vergelijk Jer. 6:14: ‘Vrede, vrede!

Maar er is geen vrede’.

Zie ook Jer. 6:14.

Zie ookJer 6:14

Zonen van het licht

4Maar jullie, broers, zijn niet in de duisternis, zodat die dag jullie als een dief zou overvallen.
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
δέ
(de)
maar
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
οὐκ
(ouk)
niet
ἐστὲ
(este)
zijn
ἐν
(en)
in
σκότει
(skotei)
duisternis
ἵνα
(hina)
opdat
ἡ
(he)
de
ἡμέρα
(hemera)
dag
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ὡς
(hos)
als
κλέπτης
(kleptes)
dief
καταλάβῃ
(katalabe)
overvalt
Bron: SBLGNT
Uitleg

σκότος (skotos), ‘duisternis’. καταλαμβάνω (katalambano), ‘overvallen’: grijpen, inhalen.

‘Die dag’ is de dag van de Heer uit vers 2.

Zie ook1 Tess 5:2
5Want jullie allen zijn zonen van het licht en zonen van de dag. Wij zijn niet van de nacht en niet van de duisternis.
πάντες
(pantes)
allen
γὰρ
(gar)
want
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
υἱοὶ
(huioi)
zonen
φωτός
(photos)
van licht
ἐστε
(este)
zijn
καὶ
(kai)
en
υἱοὶ
(huioi)
zonen
ἡμέρας
(hemeras)
van dag
οὐκ
(ouk)
niet
ἐσμὲν
(esmen)
zijn wij
νυκτὸς
(nyktos)
van nacht
οὐδὲ
(oude)
noch
σκότους
(skotous)
van duisternis
Bron: SBLGNT
Uitleg

υἱοὶ φωτός (huioi fotos), ‘zonen van het licht’: een Hebreeuwse manier om te zeggen ‘wie bij het licht horen’.

Het woord ‘zonen’ omvat in de gemeente ook de dochters.

Hetzelfde beeld staat in Luc. 16:8 en Joh. 12:36.

Zie ook Luc. 16:8; Joh. 12:36.

6Laten wij dus niet slapen zoals de anderen, maar waken en nuchter zijn.
ἄρα
(ara)
dus
οὖν
(oun)
dan
μὴ
(me)
laten wij niet
καθεύδωμεν
(katheudomen)
slapen
ὡς
(hos)
zoals
οἱ
(hoi)
de
λοιποί
(loipoi)
anderen
ἀλλὰ
(alla)
maar
γρηγορῶμεν
(gregoromen)
laten wij waken
καὶ
(kai)
en
νήφωμεν
(nephomen)
laten wij nuchter zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

γρηγορέω (gregoreo), ‘waken’; νήφω (nefo), ‘nuchter zijn’: helder van geest. καθεύδω (katheudo), ‘slapen’: hier beeldspraak voor onoplettend zijn.

Dit is een ander woord dan κοιμάομαι (koimaomai), ‘ontslapen’ in 4:13–15.

Zie ook Matt. 24:42.

Zie ookMat 24:42
7Want wie slapen, slapen 's nachts, en wie dronken worden, zijn 's nachts dronken.
οἱ
(hoi)
de
γὰρ
(gar)
want
καθεύδοντες
(katheudontes)
slapenden
νυκτὸς
(nyktos)
's nachts
καθεύδουσιν
(katheudousin)
slapen
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
μεθυσκόμενοι
(methyskomenoi)
dronkenen
νυκτὸς
(nyktos)
's nachts
μεθύουσιν
(methyousin)
zijn dronken
Bron: SBLGNT
Uitleg

In het Grieks staat ‘wie slapen, slapen ’s nachts’: een gewone waarneming, die de beeldspraak van vers 6 voorbereidt.

Zie ook1 Tess 5:6
8Maar laten wij, die van de dag zijn, nuchter zijn, bekleed met het pantser van geloof en liefde en de hoop op redding als helm.
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
δὲ
(de)
maar
ἡμέρας
(hemeras)
van de dag
ὄντες
(ontes)
zijnde
νήφωμεν
(nephomen)
laten wij nuchter zijn
ἐνδυσάμενοι
(endysamenoi)
aangedaan hebbend
θώρακα
(thoraka)
pantser
πίστεως
(pisteos)
van geloof
καὶ
(kai)
en
ἀγάπης
(agapes)
van liefde
καὶ
(kai)
en
περικεφαλαίαν
(perikephalaian)
helm
ἐλπίδα
(elpida)
hoop
σωτηρίας
(soterias)
van redding
Bron: SBLGNT
Uitleg

θώραξ (thorax), ‘pantser’: bescherming voor de borst. περικεφαλαία (perikefalaia), ‘helm’.

Vergelijk Jes. 59:17, waar Yahweh gerechtigheid aantrekt als een pantser en een helm van redding op Zijn hoofd zet. σωτηρία (soteria), ‘redding’, bij σῴζω (sozo), ‘redden’.

Zie ook Jes. 59:17.

Zie ookJes 59:17
9Want Elohim heeft ons niet bestemd voor de toorn, maar voor het verkrijgen van redding, door onze Heer Yeshua de Messias,
ὅτι
(hoti)
want
οὐκ
(ouk)
niet
ἔθετο
(etheto)
bestemde
ἡμᾶς
(hemas)
ons
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
εἰς
(eis)
tot
ὀργὴν
(orgen)
toorn
ἀλλὰ
(alla)
maar
εἰς
(eis)
tot
περιποίησιν
(peripoiesin)
verwerving
σωτηρίας
(soterias)
van redding
διὰ
(dia)
door
τοῦ
(tou)
de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

τίθημι (tithemi), ‘bestemmen’: plaatsen, aanwijzen. περιποίησις (peripoiesis), ‘verwerving’: het verkrijgen of het bezit; wij vertalen ‘het verkrijgen van redding’. ὀργή (orge), ‘toorn’: zie 1:10.

Zie ook 1 Tess. 1:10.

10die voor ons gestorven is, opdat wij, of wij nu waken of slapen, samen met Hem leven.
τοῦ
(tou)
die
ἀποθανόντος
(apothanontos)
gestorven is
περὶ
(peri)
voor
ἡμῶν
(hemon)
ons
ἵνα
(hina)
opdat
εἴτε
(eite)
of
γρηγορῶμεν
(gregoromen)
wij waken
εἴτε
(eite)
of
καθεύδωμεν
(katheudomen)
wij slapen
ἅμα
(hama)
tegelijk
σὺν
(syn)
met
αὐτῷ
(auto)
Hem
ζήσωμεν
(zesomen)
wij leven
Bron: SBLGNT
Uitleg

περὶ ἡμῶν (peri hemon), ‘voor ons’. γρηγορέω (gregoreo), ‘waken’ en καθεύδω (katheudo), ‘slapen’: in de verzen 6–7 gaat het om waakzaam of onoplettend zijn; hier kunnen de woorden ook ‘levend’ of ‘gestorven’ betekenen.

Het Grieks zegt het niet.

11Bemoedig daarom elkaar en bouw elkaar op, zoals jullie ook doen.
διὸ
(dio)
daarom
παρακαλεῖτε
(parakaleite)
bemoedigt
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
καὶ
(kai)
en
οἰκοδομεῖτε
(oikodomeite)
bouwt op
εἷς
(heis)
de een
τὸν
(ton)
de
ἕνα
(hena)
ander
καθὼς
(kathos)
zoals
καὶ
(kai)
ook
ποιεῖτε
(poieite)
doen jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρακαλέω (parakaleo), ‘bemoedigen’: zie 4:18. οἰκοδομέω (oikodomeo), ‘opbouwen’: bouwen aan elkaar. εἷς τὸν ἕνα (heis ton hena), ‘de een de ander’.

Aansporingen voor het leven in de gemeente

12Wij vragen jullie, broers, hen te erkennen die onder jullie zwoegen, die leiding over jullie hebben in de Heer en jullie vermanen.
Ἐρωτῶμεν
(Erotomen)
vragen wij
δὲ
(de)
maar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
εἰδέναι
(eidenai)
te erkennen
τοὺς
(tous)
de
κοπιῶντας
(kopiontas)
zwoegenden
ἐν
(en)
onder
ὑμῖν
(hymin)
jullie
καὶ
(kai)
en
προϊσταμένους
(proistamenous)
leiding gevenden
ὑμῶν
(hymon)
over jullie
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
de Heer
καὶ
(kai)
en
νουθετοῦντας
(nouthetountas)
vermanende
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

κοπιάω (kopiao), ‘zwoegen’: hard werken, bij κόπος (kopos), ‘moeite’ uit 1:3. προΐστημι (proistemi), ‘leiding geven’: voorstaan, zorg dragen. νουθετέω (noutheteo), ‘vermanen’: terechtwijzen en onderwijzen. εἰδέναι (eidenai), ‘erkennen’: letterlijk ‘kennen’, dus ‘weten wie ze zijn en waarderen wat ze doen’.

De tekst noemt hier geen ambtstitels.

13Wij vragen jullie ook hen bovenmate hoog te achten in liefde, vanwege hun werk. Houd vrede onder elkaar.
καὶ
(kai)
en
ἡγεῖσθαι
(hegeisthai)
te achten
αὐτοὺς
(autous)
hen
ὑπερεκπερισσοῦ
(hyperekperissou)
bovenmate
ἐν
(en)
in
ἀγάπῃ
(agape)
liefde
διὰ
(dia)
vanwege
τὸ
(to)
het
ἔργον
(ergon)
werk
αὐτῶν
(auton)
hun
εἰρηνεύετε
(eireneuete)
houdt vrede
ἐν
(en)
onder
ἑαυτοῖς
(heautois)
elkaar
Bron: SBLGNT
Uitleg

De Griekse zin loopt door van vers 12 (‘… te erkennen … en … hoog te achten’); wij hebben hem gesplitst en herhalen daarom ‘Wij vragen jullie’. ἡγέομαι (hegeomai), ‘achten’. ὑπερεκπερισσοῦ (hyperekperissou), ‘bovenmate’: zie 3:10. εἰρηνεύω (eireneuo), ‘vrede houden’. ἑαυτοῖς (heautois), ‘onder elkaar’: letterlijk ‘onder jullie zelf’.

14Wij sporen jullie aan, broers: vermaan de ordelozen, bemoedig de kleinmoedigen, steun de zwakken, wees geduldig met allen.
παρακαλοῦμεν
(parakaloumen)
sporen wij aan
δὲ
(de)
maar
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
νουθετεῖτε
(noutheteite)
vermaant
τοὺς
(tous)
de
ἀτάκτους
(ataktous)
ordelozen
παραμυθεῖσθε
(paramytheisthe)
bemoedigt
τοὺς
(tous)
de
ὀλιγοψύχους
(oligopsychous)
kleinmoedigen
ἀντέχεσθε
(antechesthe)
steunt
τῶν
(ton)
de
ἀσθενῶν
(asthenon)
zwakken
μακροθυμεῖτε
(makrothymeite)
heb geduld
πρὸς
(pros)
met
πάντας
(pantas)
allen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἄτακτος (ataktos), ‘ordeloos’: een woord uit het leger voor wie niet in het gelid staat; het kan ook ‘werkschuw’ betekenen. ὀλιγόψυχος (oligopsychos), ‘kleinmoedig’. ἀντέχομαι (antechomai), ‘steunen’: zich vasthouden aan, bijstaan. μακροθυμέω (makrothymeo), ‘geduld hebben’.

Zie ook 2 Tess. 3:6–12.

15Zie erop toe dat niemand aan iemand kwaad met kwaad vergeldt, maar jaag altijd het goede na, voor elkaar en voor allen.
ὁρᾶτε
(horate)
ziet toe
μή
(me)
dat niet
τις
(tis)
iemand
κακὸν
(kakon)
kwaad
ἀντὶ
(anti)
in plaats van
κακοῦ
(kakou)
kwaad
τινι
(tini)
aan iemand
ἀποδῷ
(apodo)
vergeldt
ἀλλὰ
(alla)
maar
πάντοτε
(pantote)
altijd
τὸ
(to)
het
ἀγαθὸν
(agathon)
goede
διώκετε
(diokete)
jaagt na
εἰς
(eis)
jegens
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
καὶ
(kai)
en
εἰς
(eis)
jegens
πάντας
(pantas)
allen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀποδίδωμι (apodidomi), ‘vergelden’: teruggeven. διώκω (dioko), ‘najagen’: achternajagen; hetzelfde woord betekent ook ‘vervolgen’.

Zie ook Matt. 5:39; Matt. 5:44.

16Verheug jullie altijd.
πάντοτε
(pantote)
altijd
χαίρετε
(chairete)
verheugt jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

χαίρω (chairo), ‘zich verheugen’, bij χαρά (chara), ‘vreugde’.

17Bid onophoudelijk.
ἀδιαλείπτως
(adialeiptos)
onophoudelijk
προσεύχεσθε
(proseuchesthe)
bidt
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀδιαλείπτως (adialeiptos), ‘onophoudelijk’: zie 1:2.

18Dank in alles. Want dit is de wil van Elohim voor jullie in de Messias Yeshua.
ἐν
(en)
in
παντὶ
(panti)
alles
εὐχαριστεῖτε
(eucharisteite)
dankt
τοῦτο
(touto)
dit
γὰρ
(gar)
want
θέλημα
(thelema)
wil
θεοῦ
(theou)
van Elohim
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
εἰς
(eis)
tot
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐν παντί (en panti), ‘in alles’: in alle omstandigheden.

‘In de Messias Yeshua’ kan bij ‘de wil van Elohim’ horen of bij ‘jullie’; wij laten de woordvolgorde zo dicht mogelijk bij het Grieks.

19Doof de Geest niet.
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
μὴ
(me)
niet
σβέννυτε
(sbennyte)
dooft
Bron: SBLGNT
Uitleg

σβέννυμι (sbennymi), ‘doven’: een vuur uitdoven. πνεῦμα (pneuma), ‘Geest’: de Geest van Elohim; het beeld van vuur ligt in het woord ‘doven’.

20Veracht profetieën niet.
προφητείας
(propheteias)
profetieën
μὴ
(me)
niet
ἐξουθενεῖτε
(exoutheneite)
veracht
Bron: SBLGNT
Uitleg

προφητεία (profeteia), ‘profetie’. ἐξουθενέω (exoutheneo), ‘verachten’: als niets beschouwen.

21Toets alles en houd het goede vast.
πάντα
(panta)
alles
δὲ
(de)
maar
δοκιμάζετε
(dokimazete)
toetst
τὸ
(to)
het
καλὸν
(kalon)
goede
κατέχετε
(katechete)
houdt vast
Bron: SBLGNT
Uitleg

δοκιμάζω (dokimazo), ‘toetsen’: zie 2:4. κατέχω (katecho), ‘vasthouden’. τὸ καλόν (to kalon), ‘het goede’: ook ‘het schone, het deugdelijke’.

22Onthoud jullie van elke vorm van kwaad.
ἀπὸ
(apo)
van
παντὸς
(pantos)
elke
εἴδους
(eidous)
vorm
πονηροῦ
(ponerou)
kwade
ἀπέχεσθε
(apechesthe)
onthoudt jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

εἶδος (eidos), ‘vorm’: ook ‘gedaante, uiterlijk’; het Grieks kan dus ‘elke vorm van kwaad’ of ‘elke schijn van kwaad’ betekenen.

Wij kiezen ‘vorm’. πονηρός (poneros), ‘kwaad’: ook ‘de kwade’.

Gebed en slotgroet

23Moge Hijzelf, de Elohim van de vrede, jullie geheel en al heiligen. Moge jullie geest, ziel en lichaam, geheel en onberispelijk, bewaard blijven bij de komst van onze Heer Yeshua de Messias.
Αὐτὸς
(Autos)
Hijzelf
δὲ
(de)
maar
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
τῆς
(tes)
van de
εἰρήνης
(eirenes)
vrede
ἁγιάσαι
(hagiasai)
moge heiligen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ὁλοτελεῖς
(holoteleis)
geheel en al
καὶ
(kai)
en
ὁλόκληρον
(holokleron)
geheel
ὑμῶν
(hymon)
jullie
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
geest
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
ψυχὴ
(psyche)
ziel
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
σῶμα
(soma)
lichaam
ἀμέμπτως
(amemptos)
onberispelijk
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
παρουσίᾳ
(parousia)
komst
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
τηρηθείη
(teretheie)
moge bewaard worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἁγιάζω (hagiazo), ‘heiligen’. ὁλοτελής (holoteles), ‘geheel en al’: een zeldzaam woord dat alleen hier staat. ὁλόκληρος (holokleros), ‘geheel’: ongeschonden, compleet. πνεῦμα (pneuma), ‘geest’, ψυχή (psyche), ‘ziel’ en σῶμα (soma), ‘lichaam’: Paulus noemt hier drie delen van de mens naast elkaar om de hele mens te noemen; de tekst geeft geen leer over de samenstelling van de mens.

De werkwoordsvorm τηρηθείη (teretheie), ‘moge bewaard worden’, staat in het enkelvoud bij drie onderwerpen. παρουσία (parousia), ‘komst’: zie 2:19.

24Trouw is Hij die jullie roept. Hij zal het ook doen.
πιστὸς
(pistos)
trouw
ὁ
(ho)
Hij die
καλῶν
(kalon)
roept
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ὃς
(hos)
die
καὶ
(kai)
ook
ποιήσει
(poiesei)
zal doen
Bron: SBLGNT
Uitleg

πιστός (pistos), ‘trouw’: ook ‘betrouwbaar’. καλέω (kaleo), ‘roepen’: zie 2:12.

25Broers, bid voor ons.
Ἀδελφοί
(Adelphoi)
broers
προσεύχεσθε
(proseuchesthe)
bidt
περὶ
(peri)
voor
ἡμῶν
(hemon)
ons
Bron: SBLGNT
26Groet alle broers met een heilige kus.
ἀσπάσασθε
(aspasasthe)
groet
τοὺς
(tous)
de
ἀδελφοὺς
(adelphous)
broers
πάντας
(pantas)
allen
ἐν
(en)
met
φιλήματι
(philemati)
kus
ἁγίῳ
(hagio)
heilige
Bron: SBLGNT
Uitleg

φίλημα (filema), ‘kus’: een gebruikelijke groet onder gelovigen. ἅγιος (hagios), ‘heilig’.

27Ik bezweer jullie bij de Heer dat de brief wordt voorgelezen aan alle broers.
ἐνορκίζω
(enorkizo)
bezweer ik
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
τὸν
(ton)
bij
κύριον
(kyrion)
de Heer
ἀναγνωσθῆναι
(anagnosthenai)
voorgelezen te worden
τὴν
(ten)
de
ἐπιστολὴν
(epistolen)
brief
πᾶσιν
(pasin)
aan alle
τοῖς
(tois)
de
ἀδελφοῖς
(adelphois)
broers
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐνορκίζω (enorkizo), ‘onder ede vragen, bezweren’.

Paulus zegt hier ‘ik’ in plaats van ‘wij’, zoals in 2:18. ἐπιστολή (epistole), ‘brief’.

Het Grieks zegt niet waar de brief voorgelezen moet worden.

28De genade van onze Heer Yeshua de Messias zij met jullie.
ἡ
(he)
de
χάρις
(charis)
genade
τοῦ
(tou)
van de
κυρίου
(kyriou)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
μεθ’
(meth’)
met
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

χάρις (charis), ‘genade’.

Het Grieks heeft geen werkwoord: ‘de genade … met jullie’; wij vullen ‘zij’ aan, omdat het een wens is.