2 Tessalonicenzen 1
Aanhef, dank voor het geloof in de verdrukking en de komst van de Heer als rechter
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Aanhef
Dezelfde afzenders en dezelfde gemeente als in 1 Tess. 1:1: Σιλουανός (Silouanos), ‘Silvanus’, is de Silas van Handelingen.
Anders dan in de eerste brief staat hier ‘onze Vader’ (θεῷ πατρὶ ἡμῶν).
De aanhef loopt door in vers 2.
Zie ook 1 Tess. 1:1; Hand. 17:1.
χάρις (charis), ‘genade’; εἰρήνη (eirene), ‘vrede’: de groet.
Hier staat ‘van Elohim, de Vader, en de Heer Yeshua de Messias’ als bron van genade en vrede.
Dank voor het geloof in de verdrukking
ὀφείλω (ofeilo), ‘verplicht zijn’: wij staan in de schuld, wij moeten danken. ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat in de gemeente ook de zusters, dus ‘broers en zusters’. ὑπεραυξάνω (hyperauxano), ‘buitengewoon groeien’: een zeldzaam woord, ‘boven de maat groeien’. πλεονάζω (pleonazo), ‘toenemen’: zie 1 Tess. 3:12.
ἐγκαυχάομαι (enkauchaomai), ‘zich beroemen’: trots zijn op. διωγμός (diogmos), ‘vervolging’; θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’; ἀνέχομαι (anechomai), ‘verdragen’: uithouden. ὑπομονή (hypomone), ‘volharding’: zie 1 Tess. 1:3.
ἔνδειγμα (endeigma), ‘bewijs’: een aanwijzing of teken.
Het Griekse woord staat los van de vorige zin; wij vullen ‘dat is’ aan. καταξιόω (kataxioo), ‘waardig bevinden’. βασιλεία (basileia), ‘koninkrijk’.
Het lijden van de Tessalonicenzen is dus een teken van Elohims rechtvaardig oordeel.
De Heer wordt onthuld
εἴπερ (eiper), ‘immers’: ‘als het zo is dat’. ἀνταποδίδωμι (antapodidomi), ‘vergelden’: teruggeven wat verdiend is; in 1 Tess. 3:9 vertalen wij hetzelfde woord met ‘teruggeven’ (bij dank).
De zin loopt door in de verzen 7–10.
φλὸξ πυρός (flox pyros), ‘vlam van vuur’: vergelijk Jes. 66:15: ‘Yahweh komt met vuur … met vlammen van vuur’, en Exod. 3:2: ‘een vuurvlam’. ἐκδίκησις (ekdikesis), ‘vergelding’: het recht doen aan onrecht.
‘Wie Elohim niet kennen’: vergelijk Ps. 79:6 en Jer. 10:25: ‘de volken die U niet kennen’. ὑπακούω (hypakouo), ‘gehoorzamen’: letterlijk ‘luisteren onder’. εὐαγγέλιον (euangelion), ‘goede boodschap’.
Zie ook Jes. 66:15; Exod. 3:2; Ps. 79:6; Jer. 10:25.
δίκη (dike), ‘straf’: eigenlijk ‘recht, uitspraak, vergelding’. τίνω (tino), ‘betalen’: een boete betalen. ὄλεθρος (olethros), ‘verderf’; αἰώνιος (aionios), ‘eeuwig’. ἰσχύς (ischys), ‘kracht’: een ander Grieks woord dan δύναμις (dynamis) in vers 7; wij vertalen beide met ‘kracht’. ἀπὸ προσώπου (apo prosopou), ‘weg van het aangezicht’: het Grieks kan ook ‘uit het aangezicht’ betekenen, dus ‘uitgaande van het aangezicht van de Heer’.
Vergelijk Jes. 2:10, 19 en 21: ‘voor de schrik van Yahweh en voor de luister van Zijn majesteit’.
Zie ook Jes. 2:10; Jes. 2:19; Jes. 2:21.
ἐνδοξάζω (endoxazo), ‘verheerlijken’: eer bewijzen. θαυμάζω (thaumazo), ‘bewonderen’. οἱ ἅγιοι (hoi hagioi), ‘de heiligen’: zie 1 Tess. 3:13. μαρτύριον (martyrion), ‘getuigenis’: wat wij hebben getuigd.
‘Die dag’ is de dag van de Heer; zie 2:2.
Gebed voor de Tessalonicenzen
ἀξιόω (axioo), ‘waardig achten’. κλῆσις (klesis), ‘roeping’: dat Elohim hen geroepen heeft. εὐδοκία (eudokia), ‘voornemen’: ook ‘welbehagen, goede wil’; εὐδοκίαν ἀγαθωσύνης (eudokian agathosynes) is moeilijk: het kan gaan om het welbehagen van Elohim in goedheid of om het goede voornemen van de gelovigen.
Wij houden de Griekse woorden vast.
De Griekse zin heeft ἵνα (hina), ‘opdat’: ‘wij bidden … opdat Elohim …’; wij hebben er een afzonderlijke zin van gemaakt.
De zin loopt door in vers 12.
τὸ ὄνομα τοῦ κυρίου (to onoma tou kyriou), ‘de naam van de Heer’: de naam van Yeshua. κατὰ τὴν χάριν τοῦ θεοῦ ἡμῶν καὶ κυρίου Ἰησοῦ Χριστοῦ: het Grieks kan ‘van onze Elohim en van de Heer Yeshua de Messias’ betekenen (twee personen) of ‘van onze Elohim en Heer, Yeshua de Messias’.
Wij vertalen met twee, zoals in vers 2.