Elohim Bijbel

Efeziërs 4

123456

Eenheid van het lichaam, de gaven van de Messias, de oude en de nieuwe mens, leven in de gemeente

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Eén lichaam, één Geest, één Heer

1Ik, de gevangene in de Heer, spoor jullie dan aan om te wandelen, de roeping waardig waartoe jullie geroepen zijn,
Παρακαλῶ
(Parakalo)
spoor aan
οὖν
(oun)
dan
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐγὼ
(ego)
ik
ὁ
(ho)
de
δέσμιος
(desmios)
gevangene
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
de Heer
ἀξίως
(axios)
waardig
περιπατῆσαι
(peripatesai)
te wandelen
τῆς
(tes)
van de
κλήσεως
(kleseos)
roeping
ἧς
(hes)
waartoe
ἐκλήθητε
(eklethete)
jullie geroepen werden
Bron: SBLGNT
Uitleg

δέσμιος (desmios), ‘gevangene’: zie 3:1. παρακαλέω (parakaleo), ‘aansporen’: het Griekse woord betekent ook ‘vermanen’, ‘vragen’ en ‘vertroosten’. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: het beeld voor hoe iemand leeft; hier begint het deel van de brief over het leven. κλῆσις (klesis), ‘roeping’: zie 1:18.

Zie ook Ef. 1:18; Ef. 3:1; Ef. 6:20.

2met alle nederigheid en zachtmoedigheid, met geduld, elkaar verdragend in liefde,
μετὰ
(meta)
met
πάσης
(pases)
alle
ταπεινοφροσύνης
(tapeinophrosynes)
nederigheid
καὶ
(kai)
en
πραΰτητος
(prautetos)
zachtmoedigheid
μετὰ
(meta)
met
μακροθυμίας
(makrothymias)
geduld
ἀνεχόμενοι
(anechomenoi)
verdragend
ἀλλήλων
(allelon)
elkaar
ἐν
(en)
in
ἀγάπῃ
(agape)
liefde
Bron: SBLGNT
Uitleg

ταπεινοφροσύνη (tapeinofrosyne), ‘nederigheid’; πραΰτης (prautes), ‘zachtmoedigheid’; μακροθυμία (makrothymia), ‘geduld’: letterlijk ‘lang van gemoed’, niet snel toornig.

Vergelijk Gal. 5:22–23 en Kol. 3:12–13.

Zie ook Gal. 5:22; Kol. 3:12.

3ijverig strevend de eenheid van de Geest te bewaren in de band van de vrede.
σπουδάζοντες
(spoudazontes)
ijverig strevend
τηρεῖν
(terein)
te bewaren
τὴν
(ten)
de
ἑνότητα
(henoteta)
eenheid
τοῦ
(tou)
van de
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
συνδέσμῳ
(syndesmo)
band
τῆς
(tes)
van de
εἰρήνης
(eirenes)
vrede
Bron: SBLGNT
Uitleg

σπουδάζω (spoudazo), ‘ijverig streven’. ἑνότης (henotes), ‘eenheid’; σύνδεσμος (syndesmos), ‘band’.

‘De eenheid van de Geest’ is de eenheid die de Geest geeft.

Vergelijk Kol. 3:14, ‘de band van volmaaktheid’.

Zie ook Kol. 3:14.

Zie ookKol 3:14
4Eén lichaam en één Geest, zoals jullie ook geroepen zijn in één hoop van jullie roeping,
ἓν
(hen)
één
σῶμα
(soma)
lichaam
καὶ
(kai)
en
ἓν
(hen)
één
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
καθὼς
(kathos)
zoals
καὶ
(kai)
ook
ἐκλήθητε
(eklethete)
werden jullie geroepen
ἐν
(en)
in
μιᾷ
(mia)
één
ἐλπίδι
(elpidi)
hoop
τῆς
(tes)
van de
κλήσεως
(kleseos)
roeping
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

De verzen 4–6 noemen zeven keer ‘één’: lichaam, Geest, hoop, Heer, geloof, doop, Elohim. σῶμα (soma), ‘lichaam’: de gemeente, zie 1:23. πνεῦμα (pneuma), ‘Geest’. βάπτισμα (baptisma), ‘doop’.

5één Heer, één geloof, één doop,
εἷς
(heis)
één
κύριος
(kyrios)
Heer
μία
(mia)
één
πίστις
(pistis)
geloof
ἓν
(hen)
één
βάπτισμα
(baptisma)
doop
Bron: SBLGNT
Uitleg

κύριος (kyrios), ‘Heer’: hier Yeshua. βάπτισμα (baptisma), ‘doop’: het Griekse woord is verwant aan βαπτίζω, ‘onderdompelen’.

6één Elohim en Vader van allen, die boven allen is en door allen en in allen.
εἷς
(heis)
één
θεὸς
(theos)
Elohim
καὶ
(kai)
en
πατὴρ
(pater)
Vader
πάντων
(panton)
van allen
ὁ
(ho)
die
ἐπὶ
(epi)
boven
πάντων
(panton)
allen
καὶ
(kai)
en
διὰ
(dia)
door
πάντων
(panton)
allen
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
πᾶσιν
(pasin)
allen
Bron: SBLGNT
Uitleg

‘Boven allen, door allen en in allen’ (ἐπὶ πάντων, διὰ πάντων, ἐν πᾶσιν): het Griekse ‘allen’ kan mannelijk (alle mensen) of onzijdig (alle dingen) zijn; de tekst kiest niet.

De SBLGNT markeert bij ‘πᾶσιν’ een variant.

De gaven van de Messias

7Maar aan ieder van ons is de genade gegeven naar de maat van de gave van de Messias.
Ἑνὶ
(Heni)
aan één
δὲ
(de)
nu
ἑκάστῳ
(hekasto)
ieder
ἡμῶν
(hemon)
van ons
ἐδόθη
(edothe)
is gegeven
ἡ
(he)
de
χάρις
(charis)
genade
κατὰ
(kata)
naar
τὸ
(to)
de
μέτρον
(metron)
maat
τῆς
(tes)
van de
δωρεᾶς
(doreas)
gave
τοῦ
(tou)
van de
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

μέτρον (metron), ‘maat’; δωρεά (dorea), ‘gave’.

Vergelijk Rom. 12:3–6 en 1 Kor. 12:4–11.

De SBLGNT markeert bij ‘ἡ’ een variant.

Zie ook Rom. 12:3; 1 Kor. 12:4.

8Daarom wordt gezegd: „Opgestegen naar de hoogte heeft Hij gevangenen weggevoerd. Hij gaf gaven aan de mensen.”
διὸ
(dio)
daarom
λέγει
(legei)
wordt gezegd
Ἀναβὰς
(Anabas)
opgestegen zijnde
εἰς
(eis)
naar
ὕψος
(hypsos)
hoogte
ᾐχμαλώτευσεν
(echmaloteusen)
voerde weg
αἰχμαλωσίαν
(aichmalosian)
gevangenen
ἔδωκεν
(edoken)
gaf
δόματα
(domata)
gaven
τοῖς
(tois)
aan de
ἀνθρώποις
(anthropois)
mensen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Aanhaling van Ps. 68:19 (in vertalingen die het opschrift niet meetellen is dit vers 18).

Ons Hebreeuws heeft: ‘U steeg op naar de hoogte.

U voerde gevangenen weg.

U ontving gaven onder de mensen’.

De Griekse tekst heeft de derde persoon (‘Hij’) en zegt: ‘Hij gaf gaven aan de mensen’.

Het Hebreeuws spreekt Elohim aan.

Het Grieks noemt geen onderwerp bij ‘zegt’ en geen vindplaats; wij schrijven ‘wordt gezegd’.

De verzen 9–10 leggen het citaat uit.

De SBLGNT markeert bij ἔδωκεν een variant.

Het citaat staat zwart: Paulus haalt het aan.

Zie ook Ps. 68:19.

9Dit ‘Hij steeg op’: wat is het anders dan dat Hij ook is afgedaald naar de lagere delen van de aarde?
τὸ
(to)
het
δὲ
(de)
nu
Ἀνέβη
(Anebe)
steeg Hij op
τί
(ti)
wat
ἐστιν
(estin)
is
εἰ
(ei)
als
μὴ
(me)
niet
ὅτι
(hoti)
dat
καὶ
(kai)
ook
κατέβη
(katebe)
daalde Hij af
εἰς
(eis)
naar
τὰ
(ta)
de
κατώτερα
(katotera)
lagere
μέρη
(mere)
delen
τῆς
(tes)
van de
γῆς
(ges)
aarde
Bron: SBLGNT
Uitleg

κατώτερα μέρη τῆς γῆς (katotera mere tes ges), ‘de lagere delen van de aarde’: de Griekse tweede naamval kan betekenen ‘de lagere delen, namelijk de aarde’ of ‘de lagere delen onder de aarde’.

De tekst kiest niet.

De SBLGNT markeert bij κατέβη een variant.

10Hij die is afgedaald, is ook Hij die is opgestegen ver boven alle hemelen, om alles te vervullen.
ὁ
(ho)
Hij die
καταβὰς
(katabas)
afgedaald is
αὐτός
(autos)
Hijzelf
ἐστιν
(estin)
is
καὶ
(kai)
ook
ὁ
(ho)
Hij die
ἀναβὰς
(anabas)
opgestegen is
ὑπεράνω
(hyperano)
ver boven
πάντων
(panton)
alle
τῶν
(ton)
de
οὐρανῶν
(ouranon)
hemelen
ἵνα
(hina)
opdat
πληρώσῃ
(plerose)
Hij vervult
τὰ
(ta)
het
πάντα
(panta)
alles
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑπεράνω (hyperano), ‘ver boven’.

‘Alle hemelen’ staat in het meervoud. πληρόω (pleroo), ‘vervullen’, verwant aan πλήρωμα (pleroma), ‘volheid’, zie 1:23.

Zie ook Ef. 1:23.

Zie ookEf 1:23
11En Hijzelf heeft sommigen gegeven als apostelen, anderen als profeten, anderen als verkondigers van de goede boodschap, anderen als herders en leraars,
καὶ
(kai)
en
αὐτὸς
(autos)
Hijzelf
ἔδωκεν
(edoken)
gaf
τοὺς
(tous)
de
μὲν
(men)
sommigen
ἀποστόλους
(apostolous)
apostelen
τοὺς
(tous)
de
δὲ
(de)
anderen
προφήτας
(prophetas)
profeten
τοὺς
(tous)
de
δὲ
(de)
anderen
εὐαγγελιστάς
(euangelistas)
verkondigers van de goede boodschap
τοὺς
(tous)
de
δὲ
(de)
anderen
ποιμένας
(poimenas)
herders
καὶ
(kai)
en
διδασκάλους
(didaskalous)
leraars
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’; προφήτης (profetes), ‘profeet’; εὐαγγελιστής (euangelistes), ‘verkondiger van de goede boodschap’ (zoals Filippus in Hand. 21:8); ποιμήν (poimen), ‘herder’; διδάσκαλος (didaskalos), ‘leraar’.

In het Grieks staan ‘herders en leraars’ onder één lidwoord, verbonden door ‘en’: het kunnen twee groepen zijn of één; wij laten het open.

Zie ook Hand. 21:8.

Zie ookHand 21:8
12tot toerusting van de heiligen, tot het werk van de dienst, tot opbouw van het lichaam van de Messias,
πρὸς
(pros)
tot
τὸν
(ton)
de
καταρτισμὸν
(katartismon)
toerusting
τῶν
(ton)
van de
ἁγίων
(hagion)
heiligen
εἰς
(eis)
tot
ἔργον
(ergon)
werk
διακονίας
(diakonias)
van dienst
εἰς
(eis)
tot
οἰκοδομὴν
(oikodomen)
opbouw
τοῦ
(tou)
van het
σώματος
(somatos)
lichaam
τοῦ
(tou)
van de
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

καταρτισμός (katartismos), ‘toerusting’: iets in orde brengen, geschikt maken. διακονία (diakonia), ‘dienst’. οἰκοδομή (oikodome), ‘opbouw’.

In het Grieks staan drie doelen met verschillende voorzetsels (πρός, εἰς, εἰς); hoe ze zich tot elkaar verhouden, wordt verschillend verstaan.

13totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de volle kennis van de Zoon van Elohim: tot een volwassen man, tot de maat van de gestalte van de volheid van de Messias,
μέχρι
(mechri)
tot
καταντήσωμεν
(katantesomen)
wij komen
οἱ
(hoi)
de
πάντες
(pantes)
allen
εἰς
(eis)
tot
τὴν
(ten)
de
ἑνότητα
(henoteta)
eenheid
τῆς
(tes)
van het
πίστεως
(pisteos)
geloof
καὶ
(kai)
en
τῆς
(tes)
van de
ἐπιγνώσεως
(epignoseos)
volle kennis
τοῦ
(tou)
van de
υἱοῦ
(huiou)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
εἰς
(eis)
tot
ἄνδρα
(andra)
man
τέλειον
(teleion)
volwassen
εἰς
(eis)
tot
μέτρον
(metron)
maat
ἡλικίας
(helikias)
van gestalte
τοῦ
(tou)
van de
πληρώματος
(pleromatos)
volheid
τοῦ
(tou)
van de
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπίγνωσις (epignosis), ‘volle kennis’: zie 1:17. τέλειος (teleios), ‘volwassen’: ook ‘volmaakt, voltooid’. ἡλικία (helikia), ‘gestalte’: ook ‘leeftijd, groei’. πλήρωμα (pleroma), ‘volheid’: zie 1:23 en 3:19.

Zie ook Ef. 1:17; Ef. 1:23; Ef. 3:19.

14opdat wij niet langer onmondige kinderen zijn: heen en weer geslingerd en rondgedragen door elke wind van de leer, door het dobbelspel van de mensen, door sluwheid, naar de listen van de dwaling.
ἵνα
(hina)
opdat
μηκέτι
(meketi)
niet meer
ὦμεν
(omen)
wij zijn
νήπιοι
(nepioi)
onmondige kinderen
κλυδωνιζόμενοι
(klydonizomenoi)
heen en weer geslingerd
καὶ
(kai)
en
περιφερόμενοι
(peripheromenoi)
rondgedragen
παντὶ
(panti)
elke
ἀνέμῳ
(anemo)
wind
τῆς
(tes)
van de
διδασκαλίας
(didaskalias)
leer
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
κυβείᾳ
(kybeia)
dobbelspel
τῶν
(ton)
van de
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
ἐν
(en)
in
πανουργίᾳ
(panourgia)
sluwheid
πρὸς
(pros)
naar
τὴν
(ten)
de
μεθοδείαν
(methodeian)
listen
τῆς
(tes)
van de
πλάνης
(planes)
dwaling
Bron: SBLGNT
Uitleg

νήπιος (nepios), ‘onmondig kind’. κλυδωνίζομαι (klydonizomai), ‘heen en weer geslingerd worden’, als door golven. κυβεία (kybeia), ‘dobbelspel’: dobbelen met dobbelstenen, dus ook bedrog en gokken. πανουργία (panourgia), ‘sluwheid’; μεθοδεία (methodeia), ‘list’, zie 6:11. πλάνη (plane), ‘dwaling’.

Zie ook Ef. 6:11.

Zie ookEf 6:11
15Maar laten wij, de waarheid betrachtend in liefde, in alles opgroeien naar Hem toe, die het hoofd is, de Messias.
ἀληθεύοντες
(aletheuontes)
de waarheid betrachtend
δὲ
(de)
maar
ἐν
(en)
in
ἀγάπῃ
(agape)
liefde
αὐξήσωμεν
(auxesomen)
laten wij groeien
εἰς
(eis)
naar
αὐτὸν
(auton)
Hem
τὰ
(ta)
de
πάντα
(panta)
alles
ὅς
(hos)
die
ἐστιν
(estin)
is
ἡ
(he)
het
κεφαλή
(kephale)
hoofd
Χριστός
(Christos)
de Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀληθεύω (aletheuo), ‘de waarheid betrachten’: de waarheid spreken en doen. κεφαλή (kefale), ‘hoofd’: zie 1:22; hier is de Messias het hoofd van het lichaam.

Het Grieks heeft ‘laten wij groeien’ als aansporing.

De SBLGNT markeert bij ‘Χριστός’ een variant.

Zie ook Ef. 1:22.

Zie ookEf 1:22
16Uit Hem bewerkt heel het lichaam zijn groei, samengevoegd en samengehouden door elk gewricht van de ondersteuning, volgens de werking in de maat van ieder afzonderlijk deel, tot opbouw van zichzelf in liefde.
ἐξ
(ex)
uit
οὗ
(hou)
wie
πᾶν
(pan)
heel
τὸ
(to)
het
σῶμα
(soma)
lichaam
συναρμολογούμενον
(synarmologoumenon)
samengevoegd
καὶ
(kai)
en
συμβιβαζόμενον
(symbibazomenon)
samengehouden
διὰ
(dia)
door
πάσης
(pases)
elk
ἁφῆς
(haphes)
gewricht
τῆς
(tes)
van de
ἐπιχορηγίας
(epichoregias)
ondersteuning
κατ’
(kat’)
volgens
ἐνέργειαν
(energeian)
werking
ἐν
(en)
in
μέτρῳ
(metro)
maat
ἑνὸς
(henos)
van één
ἑκάστου
(hekastou)
ieder
μέρους
(merous)
deel
τὴν
(ten)
de
αὔξησιν
(auxesin)
groei
τοῦ
(tou)
van het
σώματος
(somatos)
lichaam
ποιεῖται
(poieitai)
bewerkt
εἰς
(eis)
tot
οἰκοδομὴν
(oikodomen)
opbouw
ἑαυτοῦ
(heautou)
van zichzelf
ἐν
(en)
in
ἀγάπῃ
(agape)
liefde
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἁφή (hafe), ‘gewricht’: letterlijk ‘aanraking, verbinding’, ook een plek waar delen van het lichaam verbonden zijn. ἐπιχορηγία (epichoregia), ‘ondersteuning’: wat toegevoerd wordt. συναρμολογέω (synarmologeo), ‘samenvoegen’, zie 2:21.

De zin is lang en zijn onderdelen (‘volgens de werking in de maat van ieder deel’) zijn moeilijk aan elkaar te koppelen; wij houden de Griekse volgorde.

Zie ook Kol. 2:19.

Zie ookKol 2:19

Niet langer wandelen als de volken

17Dit zeg ik dus en getuig ik in de Heer: wandel niet langer zoals ook de volken wandelen, in de ijdelheid van hun verstand.
Τοῦτο
(Touto)
dit
οὖν
(oun)
dus
λέγω
(lego)
zeg ik
καὶ
(kai)
en
μαρτύρομαι
(martyromai)
getuig ik
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
de Heer
μηκέτι
(meketi)
niet meer
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
περιπατεῖν
(peripatein)
te wandelen
καθὼς
(kathos)
zoals
καὶ
(kai)
ook
τὰ
(ta)
de
ἔθνη
(ethne)
volken
περιπατεῖ
(peripatei)
wandelen
ἐν
(en)
in
ματαιότητι
(mataioteti)
ijdelheid
τοῦ
(tou)
van het
νοὸς
(noos)
verstand
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg

μαρτύρομαι (martyromai), ‘getuigen, plechtig verzekeren’. ἔθνη (ethne), ‘de volken’: de niet-Joden, zie 2:11. ματαιότης (mataiotes), ‘ijdelheid’: zonder doel of inhoud; νοῦς (nous), ‘verstand’.

De SBLGNT markeert bij ‘τὰ’ een variant.

18Zij zijn in hun denken verduisterd en vervreemd van het leven van Elohim: door de onwetendheid die in hen is, door de verharding van hun hart.
ἐσκοτωμένοι
(eskotomenoi)
verduisterd
τῇ
(te)
in het
διανοίᾳ
(dianoia)
denken
ὄντες
(ontes)
zijnde
ἀπηλλοτριωμένοι
(apellotriomenoi)
vervreemd
τῆς
(tes)
van het
ζωῆς
(zoes)
leven
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
διὰ
(dia)
vanwege
τὴν
(ten)
de
ἄγνοιαν
(agnoian)
onwetendheid
τὴν
(ten)
die
οὖσαν
(ousan)
is
ἐν
(en)
in
αὐτοῖς
(autois)
hen
διὰ
(dia)
vanwege
τὴν
(ten)
de
πώρωσιν
(porosin)
verharding
τῆς
(tes)
van het
καρδίας
(kardias)
hart
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg

διάνοια (dianoia), ‘denken’; ἄγνοια (agnoia), ‘onwetendheid’; πώρωσις (porosis), ‘verharding’. ἀπαλλοτριόω (apallotrioo), ‘vervreemden’: zie 2:12.

De SBLGNT markeert bij ἐσκοτωμένοι een variant.

19Zij hebben zichzelf, afgestompt geraakt, overgegeven aan de losbandigheid, om elke onreinheid te bedrijven in hebzucht.
οἵτινες
(hoitines)
zij die
ἀπηλγηκότες
(apelgekotes)
afgestompt geraakt zijnde
ἑαυτοὺς
(heautous)
zichzelf
παρέδωκαν
(paredokan)
gaven over
τῇ
(te)
aan de
ἀσελγείᾳ
(aselgeia)
losbandigheid
εἰς
(eis)
tot
ἐργασίαν
(ergasian)
bedrijven
ἀκαθαρσίας
(akatharsias)
van onreinheid
πάσης
(pases)
elke
ἐν
(en)
in
πλεονεξίᾳ
(pleonexia)
hebzucht
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπαλγέω (apalgeo), ‘afgestompt zijn’: geen gevoel meer hebben. ἀσέλγεια (aselgeia), ‘losbandigheid’; ἀκαθαρσία (akatharsia), ‘onreinheid’; πλεονεξία (pleonexia), ‘hebzucht’: zie 5:3.

Zie ook Ef. 5:3.

Zie ookEf 5:3

De oude en de nieuwe mens

20Maar zo hebben jullie de Messias niet geleerd,
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
δὲ
(de)
maar
οὐχ
(ouch)
niet
οὕτως
(houtos)
zo
ἐμάθετε
(emathete)
hebben geleerd
τὸν
(ton)
de
Χριστόν
(Christon)
Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐμάθετε τὸν Χριστόν (emathete ton Christon), ‘jullie hebben de Messias geleerd’: het Grieks zegt niet ‘over de Messias’; wij vertalen zoals het er staat.

21als jullie tenminste Hem gehoord hebben en in Hem onderwezen zijn, zoals de waarheid in Yeshua is:
εἴ
(ei)
als
γε
(ge)
tenminste
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἠκούσατε
(ekousate)
hebben jullie gehoord
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
Hem
ἐδιδάχθητε
(edidachthete)
zijn jullie onderwezen
καθώς
(kathos)
zoals
ἐστιν
(estin)
is
ἀλήθεια
(aletheia)
waarheid
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

εἴ γε (ei ge), ‘als tenminste’: zie 3:2. αὐτὸν ἠκούσατε (auton ekousate), ‘Hem gehoord hebben’: ook ‘over Hem gehoord hebben’.

In dit vers staat alleen ‘Yeshua’, zonder ‘de Messias’.

Zie ook Ef. 3:2.

Zie ookEf 3:2
22dat jullie, wat betreft de vroegere levenswandel, de oude mens afleggen, die verdorven wordt door de begeerten van de misleiding,
ἀποθέσθαι
(apothesthai)
af te leggen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
κατὰ
(kata)
volgens
τὴν
(ten)
de
προτέραν
(proteran)
vroegere
ἀναστροφὴν
(anastrophen)
levenswandel
τὸν
(ton)
de
παλαιὸν
(palaion)
oude
ἄνθρωπον
(anthropon)
mens
τὸν
(ton)
die
φθειρόμενον
(phtheiromenon)
verdorven wordt
κατὰ
(kata)
volgens
τὰς
(tas)
de
ἐπιθυμίας
(epithymias)
begeerten
τῆς
(tes)
van de
ἀπάτης
(apates)
misleiding
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁ παλαιὸς ἄνθρωπος (ho palaios anthropos), ‘de oude mens’; ὁ καινὸς ἄνθρωπος (ho kainos anthropos), ‘de nieuwe mens’ (vers 24): de mens die naar het oude leven leeft en de mens die door de Messias nieuw is. ἀποτίθεμαι (apotithemai), ‘afleggen’, en ἐνδύομαι (endyomai), ‘aantrekken’: het beeld van kleren, zoals in Gal. 3:27. φθείρω (fthairo), ‘verdorven worden’, ‘te gronde gaan’.

Vergelijk Kol. 3:9–10.

Zie ook Gal. 3:27; Kol. 3:9; Ef. 2:15.

23en vernieuwd worden in de geest van jullie verstand,
ἀνανεοῦσθαι
(ananeousthai)
vernieuwd te worden
δὲ
(de)
nu
τῷ
(to)
in de
πνεύματι
(pneumati)
geest
τοῦ
(tou)
van het
νοὸς
(noos)
verstand
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀνανεόω (ananeoo), ‘vernieuwen’.

‘De geest van jullie verstand’: het innerlijk van het verstand.

De Griekse vorm is een onbepaalde wijs: ‘vernieuwd te worden’; wij schrijven het als voortzetting van vers 22.

Zie ookEf 4:22
24en de nieuwe mens aantrekken, die naar Elohim geschapen is in gerechtigheid en heiligheid van de waarheid.
καὶ
(kai)
en
ἐνδύσασθαι
(endysasthai)
aan te trekken
τὸν
(ton)
de
καινὸν
(kainon)
nieuwe
ἄνθρωπον
(anthropon)
mens
τὸν
(ton)
die
κατὰ
(kata)
naar
θεὸν
(theon)
Elohim
κτισθέντα
(ktisthenta)
geschapen is
ἐν
(en)
in
δικαιοσύνῃ
(dikaiosyne)
gerechtigheid
καὶ
(kai)
en
ὁσιότητι
(hosioteti)
heiligheid
τῆς
(tes)
van de
ἀληθείας
(aletheias)
waarheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

κατὰ θεόν (kata theon), ‘naar Elohim’: naar Zijn voorbeeld; vergelijk Gen. 1:26–27. δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’; ὁσιότης (hosiotes), ‘heiligheid’.

Zie ook Gen. 1:26.

Het nieuwe leven in de praktijk

25Leg daarom de leugen af en spreek de waarheid, ieder met zijn naaste, want wij zijn leden van elkaar.
Διὸ
(Dio)
daarom
ἀποθέμενοι
(apothemenoi)
afgelegd hebbend
τὸ
(to)
de
ψεῦδος
(pseudos)
leugen
λαλεῖτε
(laleite)
spreekt
ἀλήθειαν
(aletheian)
waarheid
ἕκαστος
(hekastos)
ieder
μετὰ
(meta)
met
τοῦ
(tou)
de
πλησίον
(plesion)
naaste
αὐτοῦ
(autou)
van hem
ὅτι
(hoti)
want
ἐσμὲν
(esmen)
zijn wij
ἀλλήλων
(allelon)
van elkaar
μέλη
(mele)
leden
Bron: SBLGNT
Uitleg

De eerste woorden volgen Zach. 8:16: ‘spreek waarheid, ieder tot zijn naaste’. μέλος (melos), ‘lid’ van het lichaam.

Vergelijk Rom. 12:5.

Zie ook Zach. 8:16; Rom. 12:5.

26Wees boos en zondig niet. Laat de zon niet ondergaan over jullie kwaadheid,
ὀργίζεσθε
(orgizesthe)
wees boos
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
ἁμαρτάνετε
(hamartanete)
zondig
ὁ
(ho)
de
ἥλιος
(helios)
zon
μὴ
(me)
niet
ἐπιδυέτω
(epidyeto)
laat ondergaan
ἐπὶ
(epi)
over
παροργισμῷ
(parorgismo)
kwaadheid
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

Aanhaling van Ps. 4:5.

Ons Hebreeuws heeft: ‘Beef, maar zondig niet’.

De Griekse tekst heeft: ‘Wees boos en zondig niet’ (ὀργίζεσθε, orgizesthe).

Het Hebreeuwse werkwoord is hier anders weergegeven dan het Griekse. παροργισμός (parorgismos), ‘kwaadheid’: opgewekte toorn.

De woorden staan zwart.

De SBLGNT markeert bij ‘ἐπὶ’ een variant.

Zie ook Ps. 4:5.

Zie ookPs 4:5
27en geef de duivel geen plaats.
μηδὲ
(mede)
ook niet
δίδοτε
(didote)
geef
τόπον
(topon)
plaats
τῷ
(to)
aan de
διαβόλῳ
(diabolo)
duivel
Bron: SBLGNT
Uitleg

διάβολος (diabolos), ‘duivel’: letterlijk ‘lasteraar, beschuldiger’. τόπος (topos), ‘plaats’: ruimte.

Zie ook 6:11.

Zie ook Ef. 6:11.

Zie ookEf 6:11
28Wie steelt, moet niet langer stelen. Hij moet liever zwoegen en met zijn eigen handen het goede werken, zodat hij iets heeft om te delen met wie nood heeft.
ὁ
(ho)
hij die
κλέπτων
(klepton)
steelt
μηκέτι
(meketi)
niet meer
κλεπτέτω
(klepteto)
moet stelen
μᾶλλον
(mallon)
liever
δὲ
(de)
maar
κοπιάτω
(kopiato)
moet zwoegen
ἐργαζόμενος
(ergazomenos)
werkend
ταῖς
(tais)
met de
ἰδίαις
(idiais)
eigen
χερσὶν
(chersin)
handen
τὸ
(to)
het
ἀγαθόν
(agathon)
goede
ἵνα
(hina)
opdat
ἔχῃ
(eche)
hij heeft
μεταδιδόναι
(metadidonai)
te delen
τῷ
(to)
aan hem die
χρείαν
(chreian)
nood
ἔχοντι
(echonti)
heeft
Bron: SBLGNT
Uitleg

κοπιάω (kopiao), ‘zwoegen’: moeizaam werken. μεταδίδωμι (metadidomi), ‘meedelen, delen’.

De SBLGNT markeert bij ‘ταῖς ἰδίαις χερσὶν τὸ ἀγαθόν’ een variant.

29Laat geen enkel rot woord uit jullie mond komen. Maar als er een goed woord is, dan tot opbouw naar de behoefte, zodat het genade geeft aan wie het horen.
πᾶς
(pas)
elk
λόγος
(logos)
woord
σαπρὸς
(sapros)
rot
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
στόματος
(stomatos)
mond
ὑμῶν
(hymon)
jullie
μὴ
(me)
niet
ἐκπορευέσθω
(ekporeuestho)
laat komen
ἀλλὰ
(alla)
maar
εἴ
(ei)
als
τις
(tis)
enig
ἀγαθὸς
(agathos)
goed
πρὸς
(pros)
tot
οἰκοδομὴν
(oikodomen)
opbouw
τῆς
(tes)
van de
χρείας
(chreias)
behoefte
ἵνα
(hina)
opdat
δῷ
(do)
het geeft
χάριν
(charin)
genade
τοῖς
(tois)
aan hen die
ἀκούουσιν
(akouousin)
horen
Bron: SBLGNT
Uitleg

σαπρός (sapros), ‘rot, bedorven’. οἰκοδομή (oikodome), ‘opbouw’. χάρις (charis), ‘genade’: ook ‘iets goeds’; het woord dat iemand hoort, kan hem iets van Elohims genade geven.

30En bedroef de Heilige Geest van Elohim niet, in wie jullie verzegeld zijn voor de dag van de loskoping.
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
λυπεῖτε
(lypeite)
bedroef
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
τὸ
(to)
de
ἅγιον
(hagion)
Heilige
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐν
(en)
in
ᾧ
(ho)
wie
ἐσφραγίσθητε
(esphragisthete)
werden jullie verzegeld
εἰς
(eis)
tot
ἡμέραν
(hemeran)
dag
ἀπολυτρώσεως
(apolytroseos)
van loskoping
Bron: SBLGNT
Uitleg

λυπέω (lypeo), ‘bedroeven’.

Vergelijk Jes. 63:10: ‘zij bedroefden Zijn heilige Geest’. σφραγίζω (sphragizo), ‘verzegelen’: zie 1:13. ἀπολύτρωσις (apolytrosis), ‘loskoping’: zie 1:7 en 1:14.

Zie ook Jes. 63:10; Ef. 1:13; Ef. 1:14.

31Laat alle bitterheid en woede en toorn en geschreeuw en lastering van jullie weggenomen worden, samen met alle slechtheid.
πᾶσα
(pasa)
alle
πικρία
(pikria)
bitterheid
καὶ
(kai)
en
θυμὸς
(thymos)
woede
καὶ
(kai)
en
ὀργὴ
(orge)
toorn
καὶ
(kai)
en
κραυγὴ
(krauge)
geschreeuw
καὶ
(kai)
en
βλασφημία
(blasphemia)
lastering
ἀρθήτω
(artheto)
worde weggenomen
ἀφ’
(aph’)
van
ὑμῶν
(hymon)
jullie
σὺν
(syn)
samen met
πάσῃ
(pase)
alle
κακίᾳ
(kakia)
slechtheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

Zes woorden: πικρία (pikria), ‘bitterheid’; θυμός (thymos), ‘woede’; ὀργή (orge), ‘toorn’; κραυγή (krauge), ‘geschreeuw’; βλασφημία (blasfemia), ‘lastering’; κακία (kakia), ‘slechtheid’.

32Word vriendelijk voor elkaar, medelevend, elkaar vergevend, zoals ook Elohim in de Messias jullie vergeven heeft.
γίνεσθε
(ginesthe)
wordt
εἰς
(eis)
tot
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
χρηστοί
(chrestoi)
vriendelijk
εὔσπλαγχνοι
(eusplanchnoi)
medelevend
χαριζόμενοι
(charizomenoi)
vergevend
ἑαυτοῖς
(heautois)
elkaar
καθὼς
(kathos)
zoals
καὶ
(kai)
ook
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
ἐχαρίσατο
(echarisato)
vergaf
ὑμῖν
(hymin)
aan jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

χρηστός (chrestos), ‘vriendelijk’; εὔσπλαγχνος (eusplangchnos), ‘medelevend’: letterlijk ‘met goede ingewanden’, met een bewogen hart. χαρίζομαι (charizomai), ‘vergeven’: genadig schenken, verwant aan χάρις (charis), ‘genade’.

Vergelijk Kol. 3:13.

De SBLGNT markeert bij γίνεσθε en ὑμῖν een variant.

Zie ook Kol. 3:13.

Zie ookKol 3:13