Eenheid van het lichaam, de gaven van de Messias, de oude en de nieuwe mens, leven in de gemeente
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Eén lichaam, één Geest, één Heer
1Ik, de gevangene in de Heer, spoor jullie dan aan om te wandelen, de roeping waardig waartoe jullie geroepen zijn,
Παρακαλῶ
(Parakalo)
spoor aan
οὖν
(oun)
dan
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐγὼ
(ego)
ik
ὁ
(ho)
de
δέσμιος
(desmios)
gevangene
ἐν
(en)
in
κυρίῳ
(kyrio)
de Heer
ἀξίως
(axios)
waardig
περιπατῆσαι
(peripatesai)
te wandelen
τῆς
(tes)
van de
κλήσεως
(kleseos)
roeping
ἧς
(hes)
waartoe
ἐκλήθητε
(eklethete)
jullie geroepen werden
Bron: SBLGNT
Uitleg
δέσμιος (desmios), ‘gevangene’: zie 3:1. παρακαλέω (parakaleo), ‘aansporen’: het Griekse woord betekent ook ‘vermanen’, ‘vragen’ en ‘vertroosten’. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: het beeld voor hoe iemand leeft; hier begint het deel van de brief over het leven. κλῆσις (klesis), ‘roeping’: zie 1:18.
4Eén lichaam en één Geest, zoals jullie ook geroepen zijn in één hoop van jullie roeping,
ἓν
(hen)
één
σῶμα
(soma)
lichaam
καὶ
(kai)
en
ἓν
(hen)
één
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
καθὼς
(kathos)
zoals
καὶ
(kai)
ook
ἐκλήθητε
(eklethete)
werden jullie geroepen
ἐν
(en)
in
μιᾷ
(mia)
één
ἐλπίδι
(elpidi)
hoop
τῆς
(tes)
van de
κλήσεως
(kleseos)
roeping
ὑμῶν
(hymon)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg
De verzen 4–6 noemen zeven keer ‘één’: lichaam, Geest, hoop, Heer, geloof, doop, Elohim. σῶμα (soma), ‘lichaam’: de gemeente, zie 1:23. πνεῦμα (pneuma), ‘Geest’. βάπτισμα (baptisma), ‘doop’.
5één Heer, één geloof, één doop,
εἷς
(heis)
één
κύριος
(kyrios)
Heer
μία
(mia)
één
πίστις
(pistis)
geloof
ἓν
(hen)
één
βάπτισμα
(baptisma)
doop
Bron: SBLGNT
Uitleg
κύριος (kyrios), ‘Heer’: hier Yeshua. βάπτισμα (baptisma), ‘doop’: het Griekse woord is verwant aan βαπτίζω, ‘onderdompelen’.
6één Elohim en Vader van allen, die boven allen is en door allen en in allen.
εἷς
(heis)
één
θεὸς
(theos)
Elohim
καὶ
(kai)
en
πατὴρ
(pater)
Vader
πάντων
(panton)
van allen
ὁ
(ho)
die
ἐπὶ
(epi)
boven
πάντων
(panton)
allen
καὶ
(kai)
en
διὰ
(dia)
door
πάντων
(panton)
allen
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
πᾶσιν
(pasin)
allen
Bron: SBLGNT
Uitleg
‘Boven allen, door allen en in allen’ (ἐπὶ πάντων, διὰ πάντων, ἐν πᾶσιν): het Griekse ‘allen’ kan mannelijk (alle mensen) of onzijdig (alle dingen) zijn; de tekst kiest niet.
De SBLGNT markeert bij ‘πᾶσιν’ een variant.
De gaven van de Messias
7Maar aan ieder van ons is de genade gegeven naar de maat van de gave van de Messias.
9Dit ‘Hij steeg op’: wat is het anders dan dat Hij ook is afgedaald naar de lagere delen van de aarde?
τὸ
(to)
het
δὲ
(de)
nu
Ἀνέβη
(Anebe)
steeg Hij op
τί
(ti)
wat
ἐστιν
(estin)
is
εἰ
(ei)
als
μὴ
(me)
niet
ὅτι
(hoti)
dat
καὶ
(kai)
ook
κατέβη
(katebe)
daalde Hij af
εἰς
(eis)
naar
τὰ
(ta)
de
κατώτερα
(katotera)
lagere
μέρη
(mere)
delen
τῆς
(tes)
van de
γῆς
(ges)
aarde
Bron: SBLGNT
Uitleg
κατώτερα μέρη τῆς γῆς (katotera mere tes ges), ‘de lagere delen van de aarde’: de Griekse tweede naamval kan betekenen ‘de lagere delen, namelijk de aarde’ of ‘de lagere delen onder de aarde’.
De tekst kiest niet.
De SBLGNT markeert bij κατέβη een variant.
10Hij die is afgedaald, is ook Hij die is opgestegen ver boven alle hemelen, om alles te vervullen.
ὁ
(ho)
Hij die
καταβὰς
(katabas)
afgedaald is
αὐτός
(autos)
Hijzelf
ἐστιν
(estin)
is
καὶ
(kai)
ook
ὁ
(ho)
Hij die
ἀναβὰς
(anabas)
opgestegen is
ὑπεράνω
(hyperano)
ver boven
πάντων
(panton)
alle
τῶν
(ton)
de
οὐρανῶν
(ouranon)
hemelen
ἵνα
(hina)
opdat
πληρώσῃ
(plerose)
Hij vervult
τὰ
(ta)
het
πάντα
(panta)
alles
Bron: SBLGNT
Uitleg
ὑπεράνω (hyperano), ‘ver boven’.
‘Alle hemelen’ staat in het meervoud. πληρόω (pleroo), ‘vervullen’, verwant aan πλήρωμα (pleroma), ‘volheid’, zie 1:23.
11En Hijzelf heeft sommigen gegeven als apostelen, anderen als profeten, anderen als verkondigers van de goede boodschap, anderen als herders en leraars,
καὶ
(kai)
en
αὐτὸς
(autos)
Hijzelf
ἔδωκεν
(edoken)
gaf
τοὺς
(tous)
de
μὲν
(men)
sommigen
ἀποστόλους
(apostolous)
apostelen
τοὺς
(tous)
de
δὲ
(de)
anderen
προφήτας
(prophetas)
profeten
τοὺς
(tous)
de
δὲ
(de)
anderen
εὐαγγελιστάς
(euangelistas)
verkondigers van de goede boodschap
τοὺς
(tous)
de
δὲ
(de)
anderen
ποιμένας
(poimenas)
herders
καὶ
(kai)
en
διδασκάλους
(didaskalous)
leraars
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀπόστολος (apostolos), ‘apostel’; προφήτης (profetes), ‘profeet’; εὐαγγελιστής (euangelistes), ‘verkondiger van de goede boodschap’ (zoals Filippus in Hand. 21:8); ποιμήν (poimen), ‘herder’; διδάσκαλος (didaskalos), ‘leraar’.
In het Grieks staan ‘herders en leraars’ onder één lidwoord, verbonden door ‘en’: het kunnen twee groepen zijn of één; wij laten het open.
In het Grieks staan drie doelen met verschillende voorzetsels (πρός, εἰς, εἰς); hoe ze zich tot elkaar verhouden, wordt verschillend verstaan.
13totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de volle kennis van de Zoon van Elohim: tot een volwassen man, tot de maat van de gestalte van de volheid van de Messias,
μέχρι
(mechri)
tot
καταντήσωμεν
(katantesomen)
wij komen
οἱ
(hoi)
de
πάντες
(pantes)
allen
εἰς
(eis)
tot
τὴν
(ten)
de
ἑνότητα
(henoteta)
eenheid
τῆς
(tes)
van het
πίστεως
(pisteos)
geloof
καὶ
(kai)
en
τῆς
(tes)
van de
ἐπιγνώσεως
(epignoseos)
volle kennis
τοῦ
(tou)
van de
υἱοῦ
(huiou)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
εἰς
(eis)
tot
ἄνδρα
(andra)
man
τέλειον
(teleion)
volwassen
εἰς
(eis)
tot
μέτρον
(metron)
maat
ἡλικίας
(helikias)
van gestalte
τοῦ
(tou)
van de
πληρώματος
(pleromatos)
volheid
τοῦ
(tou)
van de
Χριστοῦ
(Christou)
Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐπίγνωσις (epignosis), ‘volle kennis’: zie 1:17. τέλειος (teleios), ‘volwassen’: ook ‘volmaakt, voltooid’. ἡλικία (helikia), ‘gestalte’: ook ‘leeftijd, groei’. πλήρωμα (pleroma), ‘volheid’: zie 1:23 en 3:19.
14opdat wij niet langer onmondige kinderen zijn: heen en weer geslingerd en rondgedragen door elke wind van de leer, door het dobbelspel van de mensen, door sluwheid, naar de listen van de dwaling.
ἵνα
(hina)
opdat
μηκέτι
(meketi)
niet meer
ὦμεν
(omen)
wij zijn
νήπιοι
(nepioi)
onmondige kinderen
κλυδωνιζόμενοι
(klydonizomenoi)
heen en weer geslingerd
καὶ
(kai)
en
περιφερόμενοι
(peripheromenoi)
rondgedragen
παντὶ
(panti)
elke
ἀνέμῳ
(anemo)
wind
τῆς
(tes)
van de
διδασκαλίας
(didaskalias)
leer
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
het
κυβείᾳ
(kybeia)
dobbelspel
τῶν
(ton)
van de
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
ἐν
(en)
in
πανουργίᾳ
(panourgia)
sluwheid
πρὸς
(pros)
naar
τὴν
(ten)
de
μεθοδείαν
(methodeian)
listen
τῆς
(tes)
van de
πλάνης
(planes)
dwaling
Bron: SBLGNT
Uitleg
νήπιος (nepios), ‘onmondig kind’. κλυδωνίζομαι (klydonizomai), ‘heen en weer geslingerd worden’, als door golven. κυβεία (kybeia), ‘dobbelspel’: dobbelen met dobbelstenen, dus ook bedrog en gokken. πανουργία (panourgia), ‘sluwheid’; μεθοδεία (methodeia), ‘list’, zie 6:11. πλάνη (plane), ‘dwaling’.
15Maar laten wij, de waarheid betrachtend in liefde, in alles opgroeien naar Hem toe, die het hoofd is, de Messias.
ἀληθεύοντες
(aletheuontes)
de waarheid betrachtend
δὲ
(de)
maar
ἐν
(en)
in
ἀγάπῃ
(agape)
liefde
αὐξήσωμεν
(auxesomen)
laten wij groeien
εἰς
(eis)
naar
αὐτὸν
(auton)
Hem
τὰ
(ta)
de
πάντα
(panta)
alles
ὅς
(hos)
die
ἐστιν
(estin)
is
ἡ
(he)
het
κεφαλή
(kephale)
hoofd
Χριστός
(Christos)
de Messias
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀληθεύω (aletheuo), ‘de waarheid betrachten’: de waarheid spreken en doen. κεφαλή (kefale), ‘hoofd’: zie 1:22; hier is de Messias het hoofd van het lichaam.
Het Grieks heeft ‘laten wij groeien’ als aansporing.
16Uit Hem bewerkt heel het lichaam zijn groei, samengevoegd en samengehouden door elk gewricht van de ondersteuning, volgens de werking in de maat van ieder afzonderlijk deel, tot opbouw van zichzelf in liefde.
ἐξ
(ex)
uit
οὗ
(hou)
wie
πᾶν
(pan)
heel
τὸ
(to)
het
σῶμα
(soma)
lichaam
συναρμολογούμενον
(synarmologoumenon)
samengevoegd
καὶ
(kai)
en
συμβιβαζόμενον
(symbibazomenon)
samengehouden
διὰ
(dia)
door
πάσης
(pases)
elk
ἁφῆς
(haphes)
gewricht
τῆς
(tes)
van de
ἐπιχορηγίας
(epichoregias)
ondersteuning
κατ’
(kat’)
volgens
ἐνέργειαν
(energeian)
werking
ἐν
(en)
in
μέτρῳ
(metro)
maat
ἑνὸς
(henos)
van één
ἑκάστου
(hekastou)
ieder
μέρους
(merous)
deel
τὴν
(ten)
de
αὔξησιν
(auxesin)
groei
τοῦ
(tou)
van het
σώματος
(somatos)
lichaam
ποιεῖται
(poieitai)
bewerkt
εἰς
(eis)
tot
οἰκοδομὴν
(oikodomen)
opbouw
ἑαυτοῦ
(heautou)
van zichzelf
ἐν
(en)
in
ἀγάπῃ
(agape)
liefde
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἁφή (hafe), ‘gewricht’: letterlijk ‘aanraking, verbinding’, ook een plek waar delen van het lichaam verbonden zijn. ἐπιχορηγία (epichoregia), ‘ondersteuning’: wat toegevoerd wordt. συναρμολογέω (synarmologeo), ‘samenvoegen’, zie 2:21.
De zin is lang en zijn onderdelen (‘volgens de werking in de maat van ieder deel’) zijn moeilijk aan elkaar te koppelen; wij houden de Griekse volgorde.
ἐμάθετε τὸν Χριστόν (emathete ton Christon), ‘jullie hebben de Messias geleerd’: het Grieks zegt niet ‘over de Messias’; wij vertalen zoals het er staat.
21als jullie tenminste Hem gehoord hebben en in Hem onderwezen zijn, zoals de waarheid in Yeshua is:
εἴ
(ei)
als
γε
(ge)
tenminste
αὐτὸν
(auton)
Hem
ἠκούσατε
(ekousate)
hebben jullie gehoord
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
Hem
ἐδιδάχθητε
(edidachthete)
zijn jullie onderwezen
καθώς
(kathos)
zoals
ἐστιν
(estin)
is
ἀλήθεια
(aletheia)
waarheid
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg
εἴ γε (ei ge), ‘als tenminste’: zie 3:2. αὐτὸν ἠκούσατε (auton ekousate), ‘Hem gehoord hebben’: ook ‘over Hem gehoord hebben’.
In dit vers staat alleen ‘Yeshua’, zonder ‘de Messias’.
22dat jullie, wat betreft de vroegere levenswandel, de oude mens afleggen, die verdorven wordt door de begeerten van de misleiding,
ἀποθέσθαι
(apothesthai)
af te leggen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
κατὰ
(kata)
volgens
τὴν
(ten)
de
προτέραν
(proteran)
vroegere
ἀναστροφὴν
(anastrophen)
levenswandel
τὸν
(ton)
de
παλαιὸν
(palaion)
oude
ἄνθρωπον
(anthropon)
mens
τὸν
(ton)
die
φθειρόμενον
(phtheiromenon)
verdorven wordt
κατὰ
(kata)
volgens
τὰς
(tas)
de
ἐπιθυμίας
(epithymias)
begeerten
τῆς
(tes)
van de
ἀπάτης
(apates)
misleiding
Bron: SBLGNT
Uitleg
ὁ παλαιὸς ἄνθρωπος (ho palaios anthropos), ‘de oude mens’; ὁ καινὸς ἄνθρωπος (ho kainos anthropos), ‘de nieuwe mens’ (vers 24): de mens die naar het oude leven leeft en de mens die door de Messias nieuw is. ἀποτίθεμαι (apotithemai), ‘afleggen’, en ἐνδύομαι (endyomai), ‘aantrekken’: het beeld van kleren, zoals in Gal. 3:27. φθείρω (fthairo), ‘verdorven worden’, ‘te gronde gaan’.
28Wie steelt, moet niet langer stelen. Hij moet liever zwoegen en met zijn eigen handen het goede werken, zodat hij iets heeft om te delen met wie nood heeft.
De SBLGNT markeert bij ‘ταῖς ἰδίαις χερσὶν τὸ ἀγαθόν’ een variant.
29Laat geen enkel rot woord uit jullie mond komen. Maar als er een goed woord is, dan tot opbouw naar de behoefte, zodat het genade geeft aan wie het horen.
πᾶς
(pas)
elk
λόγος
(logos)
woord
σαπρὸς
(sapros)
rot
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
στόματος
(stomatos)
mond
ὑμῶν
(hymon)
jullie
μὴ
(me)
niet
ἐκπορευέσθω
(ekporeuestho)
laat komen
ἀλλὰ
(alla)
maar
εἴ
(ei)
als
τις
(tis)
enig
ἀγαθὸς
(agathos)
goed
πρὸς
(pros)
tot
οἰκοδομὴν
(oikodomen)
opbouw
τῆς
(tes)
van de
χρείας
(chreias)
behoefte
ἵνα
(hina)
opdat
δῷ
(do)
het geeft
χάριν
(charin)
genade
τοῖς
(tois)
aan hen die
ἀκούουσιν
(akouousin)
horen
Bron: SBLGNT
Uitleg
σαπρός (sapros), ‘rot, bedorven’. οἰκοδομή (oikodome), ‘opbouw’. χάρις (charis), ‘genade’: ook ‘iets goeds’; het woord dat iemand hoort, kan hem iets van Elohims genade geven.
30En bedroef de Heilige Geest van Elohim niet, in wie jullie verzegeld zijn voor de dag van de loskoping.
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
λυπεῖτε
(lypeite)
bedroef
τὸ
(to)
de
πνεῦμα
(pneuma)
Geest
τὸ
(to)
de
ἅγιον
(hagion)
Heilige
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐν
(en)
in
ᾧ
(ho)
wie
ἐσφραγίσθητε
(esphragisthete)
werden jullie verzegeld
εἰς
(eis)
tot
ἡμέραν
(hemeran)
dag
ἀπολυτρώσεως
(apolytroseos)
van loskoping
Bron: SBLGNT
Uitleg
λυπέω (lypeo), ‘bedroeven’.
Vergelijk Jes. 63:10: ‘zij bedroefden Zijn heilige Geest’. σφραγίζω (sphragizo), ‘verzegelen’: zie 1:13. ἀπολύτρωσις (apolytrosis), ‘loskoping’: zie 1:7 en 1:14.