Elohim Bijbel

Jesaja 46

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566

Bel en Nebo zakken in elkaar, Yahweh draagt Zijn volk

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De goden van Babel zakken in elkaar

1Bel zakt door de knieën, Nebo kromt zich. Hun afgodsbeelden liggen op het wilde dier en op het vee. Wat jullie droegen, ligt opgeladen als vracht, een last voor het vermoeide dier.
כָּרַ֥ע
(kara)
zakt door de knieën
בֵּל֙
(bel)
Bel
קֹרֵ֣ס
(qores)
kromt zich
נְב֔וֹ
(nevo)
Nebo
הָיוּ֙
(hayu)
zijn
עֲצַבֵּיהֶ֔ם
(atsabeihem)
hun afgodsbeelden
לַחַיָּ֖ה
(lachaya)
voor het wilde dier
וְלַבְּהֵמָ֑ה
(velabehema)
en voor het vee
נְשֻׂאֹתֵיכֶ֣ם
(nesuoteikhem)
wat jullie droegen
עֲמוּס֔וֹת
(amusot)
opgeladen
מַשָּׂ֖א
(masa)
een vracht
לַעֲיֵפָֽה
(laayefa)
voor het vermoeide dier
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בֵּל (Bel), ‘Bel’: het woord betekent ‘heer’.

Het is de naam van een hoofdgod van Babel.

נְבוֹ (Nevo), ‘Nebo’: ook een god van Babel.

Het is niet de berg Nebo van Deut. 32:49.

Beide goden worden hier als beelden op dieren weggevoerd.

כֹּרֵעַ (kara), ‘door de knieën zakken’ en קֹרֵס (qores), ‘zich krommen’: het tweede werkwoord komt alleen hier en in vers 2 voor. Wij laten het verschil in beeld zien: eerst ‘door de knieën zakken’, dan ‘zich krommen’.

לַחַיָּה וְלַבְּהֵמָה (lachayyah velabbehemah), ‘voor het wilde dier en voor het vee’: het voorzetsel ל (le) kan ‘voor’ en ‘op’ betekenen. Wij vertalen ‘op’, omdat de beelden op de dieren worden geladen.

נְשֻׂאֹתֵיכֶם (nesu’otekhem), ‘wat jullie droegen’: de beelden die in een optocht werden gedragen. לַעֲיֵפָה (la’ayefah), ‘voor het vermoeide dier’: het Hebreeuwse woord is vrouwelijk en heeft geen zelfstandig naamwoord. Wij vullen ‘dier’ aan.

2Zij kromen zich, zij zakken samen door de knieën. Ze kunnen de last niet in veiligheid brengen. Zijzelf gaan in gevangenschap.
קָרְס֤וּ
(qaresu)
zij kromen zich
כָֽרְעוּ֙
(kareu)
zij zakken door de knieën
יַחְדָּ֔ו
(yachdav)
samen
לֹ֥א
(lo)
niet
יָכְל֖וּ
(yakhelu)
zij kunnen
מַלֵּ֣ט
(malet)
in veiligheid brengen
מַשָּׂ֑א
(masa)
de last
וְנַפְשָׁ֖ם
(venafsham)
en hun ziel
בַּשְּׁבִ֥י
(bashevi)
in gevangenschap
הָלָֽכָה
(halakha)
is gegaan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’: het woord betekent ook ‘leven’ en ‘persoon’.

Hier gaat het om de goden zelf; daarom vertalen wij ‘zijzelf’.

מַלֵּט (malet), ‘in veiligheid brengen’: hetzelfde werkwoord staat in vers 4, waar Yahweh Zijn volk in veiligheid brengt.

Yahweh draagt van de buik af

3„Luister naar Mij, huis van Jakob en alle overgeblevenen van het huis van Israël. Jullie zijn van de buik af meegedragen en van de baarmoeder af gedragen.
שִׁמְע֤וּ
(shimu)
luistert
אֵלַי֙
(elay)
naar Mij
בֵּ֣ית
(beit)
huis van
יַעֲקֹ֔ב
(yaaqov)
Jakob
וְכָל
(vekhal)
en alle
שְׁאֵרִ֖ית
(sheerit)
overgeblevenen van
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
הַֽעֲמֻסִים֙
(haamusim)
jullie die zijn meegedragen
מִנִּי
(mini)
van
בֶ֔טֶן
(beten)
de buik
הַנְּשֻׂאִ֖ים
(hanesuim)
jullie die zijn gedragen
מִנִּי
(mini)
van
רָֽחַם
(racham)
de baarmoeder
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׁאֵרִית (she’erit), ‘de overgeblevenen’: wie na het oordeel overblijft.

De drie werkwoorden voor ‘dragen’ in dit hoofdstuk: עָמַס (amas), ‘laden’, hier ‘meedragen’ (3, vergelijk vers 1); נָשָׂא (nasa), ‘dragen’ (3, 4, 7); סָבַל (sabal), ‘op zich nemen’ (4 en 7). Vergelijk Exod. 19:4 en Deut. 1:31, waar Yahweh Zijn volk draagt.

4Tot in jullie ouderdom ben Ik Hij. Tot jullie grijs zijn, zal Ik jullie op Mij nemen. Ik heb het gedaan, en Ik zal jullie dragen. Ik zal jullie op Mij nemen en in veiligheid brengen.
וְעַד
(vead)
en tot
זִקְנָה֙
(ziqna)
ouderdom
אֲנִ֣י
(ani)
Ik
ה֔וּא
(hu)
Hij
וְעַד
(vead)
en tot
שֵיבָ֖ה
(sheiva)
grijsheid
אֲנִ֣י
(ani)
Ik
אֶסְבֹּ֑ל
(esbol)
zal op Mij nemen
אֲנִ֤י
(ani)
Ik
עָשִׂ֨יתִי֙
(asiti)
heb gedaan
וַאֲנִ֣י
(vaani)
en Ik
אֶשָּׂ֔א
(esa)
zal dragen
וַאֲנִ֥י
(vaani)
en Ik
אֶסְבֹּ֖ל
(esbol)
zal op Mij nemen
וַאֲמַלֵּֽט
(vaamalet)
en zal in veiligheid brengen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲנִי הוּא (ani hu), ‘Ik ben Hij’: een vaste uitdrukking waarmee Yahweh zegt dat Hij Zichzelf gelijk blijft.

Zo ook Deut. 32:39 en Jes. 48:12.

סָבַל (sabal), ‘op zich nemen’: een last op zich nemen en torsen. Hier gebruikt Yahweh het van Zichzelf; in vers 7 doen mensen het met hun afgod.

Met wie vergelijken jullie Mij?

5Met wie vergelijken jullie Mij, stellen jullie Mij gelijk en geven jullie Mij een gelijke, zodat wij op elkaar lijken?
לְמִ֥י
(lemi)
met wie
תְדַמְי֖וּנִי
(tedamyuni)
jullie vergelijken Mij
וְתַשְׁו֑וּ
(vetashvu)
en jullie stellen gelijk
וְתַמְשִׁל֖וּנִי
(vetamshiluni)
en jullie geven Mij een gelijke
וְנִדְמֶֽה
(venidme)
zodat wij op elkaar lijken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Zij schudden goud uit de buidel en wegen zilver af met de weegbalk. Zij huren een goudsmid, en die maakt er een god van. Zij werpen zich neer, ja, zij buigen zich neer.
הַזָּלִ֤ים
(hazalim)
zij die uitschudden
זָהָב֙
(zahav)
goud
מִכִּ֔יס
(mikis)
uit de buidel
וְכֶ֖סֶף
(vekhesef)
en zilver
בַּקָּנֶ֣ה
(baqane)
met de weegbalk
יִשְׁקֹ֑לוּ
(yishqolu)
zij wegen af
יִשְׂכְּר֤וּ
(yiskeru)
zij huren
צוֹרֵף֙
(tsoref)
een goudsmid
וְיַעֲשֵׂ֣הוּ
(veyaasehu)
en hij maakt het
אֵ֔ל
(el)
tot god
יִסְגְּד֖וּ
(yisgedu)
zij werpen zich neer
אַף
(af)
ja
יִֽשְׁתַּחֲוּֽוּ
(yishtachauu)
zij buigen zich neer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קָנֶה (qaneh), ‘weegbalk’: letterlijk ‘riet’ of ‘stok’.

Daar hing het weegschaaltje aan.

אֵל (el), ‘god’: hier met kleine letter, omdat het een beeld is.

7Zij dragen hem op de schouder, zij nemen hem op zich en zetten hem neer op zijn plaats, en hij blijft staan. Van zijn plaats komt hij niet weg. Zelfs als iemand tot hem roept, antwoordt hij niet. Hij redt hem niet uit zijn nood.
יִ֠שָּׂאֻהוּ
(yisauhu)
zij dragen hem
עַל
(al)
op
כָּתֵ֨ף
(katef)
de schouder
יִסְבְּלֻ֜הוּ
(yisbeluhu)
zij nemen hem op zich
וְיַנִּיחֻ֤הוּ
(veyanichuhu)
en zij zetten hem neer
תַחְתָּיו֙
(tachtav)
op zijn plaats
וְיַֽעֲמֹ֔ד
(veyaamod)
en hij blijft staan
מִמְּקוֹמ֖וֹ
(mimeqomo)
van zijn plaats
לֹ֣א
(lo)
niet
יָמִ֑ישׁ
(yamish)
beweegt hij
אַף
(af)
zelfs
יִצְעַ֤ק
(yitsaq)
roept men
אֵלָיו֙
(elav)
tot hem
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
יַעֲנֶ֔ה
(yaane)
antwoordt hij
מִצָּרָת֖וֹ
(mitsarato)
uit zijn nood
לֹ֥א
(lo)
niet
יוֹשִׁיעֶֽנּוּ
(yoshienu)
redt hij hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8Denk hieraan en houd moed. Neem het ter harte, jullie overtreders.
זִכְרוּ
(zikhru)
denkt
זֹ֖את
(zot)
hieraan
וְהִתְאֹשָׁ֑שׁוּ
(vehitoshashu)
en houdt moed
הָשִׁ֥יבוּ
(hashivu)
brengt terug
פוֹשְׁעִ֖ים
(posheim)
overtreders
עַל
(al)
op
לֵֽב
(lev)
het hart
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הִתְאֹשָׁשׁוּ (hit’osheshu), ‘houd moed’: een zeldzaam woord dat alleen hier voorkomt.

De betekenis is onzeker: ‘zich mannelijk tonen’, ‘standhouden’ of ‘tot inkeer komen’.

Wij kiezen ‘houd moed’.

Er is geen ander

9Denk aan de vroegere dingen, van oudsher. Want Ik ben El, en er is geen andere Elohim, en niemand is zoals Ik.
זִכְר֥וּ
(zikhru)
denkt aan
רִאשֹׁנ֖וֹת
(rishonot)
de vroegere dingen
מֵעוֹלָ֑ם
(meolam)
van oudsher
כִּ֣י
(ki)
want
אָנֹכִ֥י
(anokhi)
Ik
אֵל֙
(el)
El
וְאֵ֣ין
(veein)
en niet is er
ע֔וֹד
(od)
meer
אֱלֹהִ֖ים
(Elohim)
Elohim
וְאֶ֥פֶס
(veefes)
en niemand
כָּמֽוֹנִי
(kamoni)
zoals Ik
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אָנֹכִי אֵל וְאֵין עוֹד אֱלֹהִים (anokhi El ve’en od Elohim), ‘Ik ben El, en er is geen andere Elohim’: vergelijk Deut. 4:35, 4:39 en 32:39.

Zie ook Jes. 45:5–6 en 45:21–22.

10Ik maak van het begin af het einde bekend, en van tevoren wat nog niet is gedaan. Ik zeg: ‘Mijn besluit zal standhouden, en al Mijn wil zal Ik doen.’
מַגִּ֤יד
(magid)
die bekendmaakt
מֵֽרֵאשִׁית֙
(mereshit)
van het begin af
אַחֲרִ֔ית
(acharit)
het einde
וּמִקֶּ֖דֶם
(umiqedem)
en van tevoren
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
wat
לֹא
(lo)
niet
נַעֲשׂ֑וּ
(naasu)
is gedaan
אֹמֵר֙
(omer)
Ik zeg
עֲצָתִ֣י
(atsati)
Mijn besluit
תָק֔וּם
(taqum)
zal standhouden
וְכָל
(vekhal)
en al
חֶפְצִ֖י
(cheftsi)
Mijn wil
אֶעֱשֶֽׂה
(eese)
Ik zal doen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֲצָתִי (atsati), ‘Mijn besluit’: het plan dat Yahweh heeft gemaakt.

Voor mensen vertalen wij hetzelfde woord met ‘raad’.

חֶפְצִי (chefsi), ‘Mijn wil’: wat Hem behaagt.

11Ik roep een roofvogel uit het oosten, uit een ver land de man van Mijn besluit. Ja, Ik heb gesproken. Ik laat het ook komen. Ik heb het gevormd. Ik doe het ook.
קֹרֵ֤א
(qore)
Ik die roep
מִמִּזְרָח֙
(mimizrach)
uit het oosten
עַ֔יִט
(ayit)
een roofvogel
מֵאֶ֥רֶץ
(meerets)
uit een land van
מֶרְחָ֖ק
(merchaq)
ver
אִ֣ישׁ
(ish)
een man van
עֲצָתִ֑י
(atsati)
Mijn besluit
אַף
(af)
ja
דִּבַּ֨רְתִּי֙
(dibarti)
Ik heb gesproken
אַף
(af)
ook
אֲבִיאֶ֔נָּה
(aviena)
Ik zal het laten komen
יָצַ֖רְתִּי
(yatsarti)
Ik heb gevormd
אַף
(af)
ook
אֶעֱשֶֽׂנָּה
(eesena)
Ik zal het doen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עַיִט (ayit), ‘roofvogel’: een beeld voor een koning die snel en onverwacht komt.

Wie bedoeld wordt, noemt dit vers niet; zie Jes. 44:28 en 45:1, waar Kores genoemd wordt.

יָצַרְתִּי (yatsarti), ‘Ik heb gevormd’: hetzelfde werkwoord als in Gen. 2:7.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is עֲצָתוֹ (atsato), ‘zijn besluit’.

Het gelezen woord (qere) is עֲצָתִי (atsati), ‘Mijn besluit’.

Wij volgen het gelezen woord.

Luister naar Mij, jullie die hard van hart zijn

12Luister naar Mij, jullie die hard van hart zijn, jullie die ver van gerechtigheid zijn.
שִׁמְע֥וּ
(shimu)
luistert
אֵלַ֖י
(elay)
naar Mij
אַבִּ֣ירֵי
(abirei)
machtigen van
לֵ֑ב
(lev)
hart
הָרְחוֹקִ֖ים
(harechoqim)
de verre
מִצְּדָקָֽה
(mitsedaqa)
van gerechtigheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אַבִּירֵי לֵב (abbirei lev), ‘machtigen van hart’: letterlijk ‘sterk van hart’.

Omdat zij ver van gerechtigheid zijn, vertalen wij ‘hard van hart’: koppig.

13Ik heb Mijn gerechtigheid dichtbij gebracht. Ze is niet ver weg. Mijn redding komt niet te laat. Ik geef in Sion redding, aan Israël, Mijn luister.”
קֵרַ֤בְתִּי
(qeravti)
Ik heb dichtbij gebracht
צִדְקָתִי֙
(tsidqati)
Mijn gerechtigheid
לֹ֣א
(lo)
niet
תִרְחָ֔ק
(tirchaq)
is ver
וּתְשׁוּעָתִ֖י
(uteshuati)
en Mijn redding
לֹ֣א
(lo)
niet
תְאַחֵ֑ר
(teacher)
is laat
וְנָתַתִּ֤י
(venatati)
en Ik geef
בְצִיּוֹן֙
(betsiyon)
in Sion
תְּשׁוּעָ֔ה
(teshua)
redding
לְיִשְׂרָאֵ֖ל
(leyisrael)
aan Israël
תִּפְאַרְתִּֽי
(tifarti)
Mijn luister
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Jeruzalem: Jeruzalem ligt op het bergland van Juda.

Salem wordt gelezen als Jeruzalem, en Moria en Sion worden van oudsher bij Jeruzalem gezocht.

Uitleg

תִּפְאַרְתִּי (tif’arti), ‘Mijn luister’: het kan een uitleg zijn bij Israël (‘Israël, Mijn luister’) of een tweede voorwerp naast ‘redding’ (‘redding … en Mijn luister’).

Wij laten de woordvolgorde van het Hebreeuws staan.