De vraag naar Zijn gezag, de wijngaard, de vragen van de leiders en de Messias als Heer van David
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De vraag naar Zijn gezag
1Op een van de dagen onderwees Hij het volk in de tempel en bracht Hij de goede boodschap. De hogepriesters en de schriftgeleerden kwamen met de oudsten op Hem af.
Καὶ
(Kai)
en
ἐγένετο
(egeneto)
het gebeurde
ἐν
(en)
op
μιᾷ
(mia)
een
τῶν
(ton)
van de
ἡμερῶν
(hemeron)
dagen
διδάσκοντος
(didaskontos)
terwijl onderwijzend
αὐτοῦ
(autou)
Hij
τὸν
(ton)
het
λαὸν
(laon)
volk
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
ἱερῷ
(hiero)
tempel
καὶ
(kai)
en
εὐαγγελιζομένου
(euangelizomenou)
de goede boodschap brengend
ἐπέστησαν
(epestesan)
stonden voor
οἱ
(hoi)
de
ἀρχιερεῖς
(archiereis)
hogepriesters
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
γραμματεῖς
(grammateis)
schriftgeleerden
σὺν
(syn)
met
τοῖς
(tois)
de
πρεσβυτέροις
(presbyterois)
oudsten
Bron: SBLGNT
Uitleg
εὐαγγελίζομαι (euangelizomai), ‘de goede boodschap brengen’. πρεσβύτεροι (presbyteroi), ‘oudsten’: leiders van het volk.
5Zij overlegden onder elkaar en zeiden: „Als wij zeggen: ‘Uit de hemel’, zal Hij zeggen: ‘Waarom hebben jullie hem dan niet geloofd?’
οἱ
(hoi)
zij
δὲ
(de)
maar
συνελογίσαντο
(synelogisanto)
overlegden
πρὸς
(pros)
onder
ἑαυτοὺς
(heautous)
zich
λέγοντες
(legontes)
zeggend
ὅτι
(hoti)
dat
Ἐὰν
(Ean)
als
εἴπωμεν
(eipomen)
wij zeggen
Ἐξ
(Ex)
uit
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
ἐρεῖ
(erei)
zal zeggen
Διὰ
(Dia)
om
τί
(ti)
wat
οὐκ
(ouk)
niet
ἐπιστεύσατε
(episteusate)
geloofden jullie
αὐτῷ
(auto)
hem
Bron: SBLGNT
6Maar als wij zeggen: ‘Van mensen’, dan zal heel het volk ons stenigen, want het is ervan overtuigd dat Johannes een profeet is.”
ἐὰν
(ean)
als
δὲ
(de)
maar
εἴπωμεν
(eipomen)
wij zeggen
Ἐξ
(Ex)
uit
ἀνθρώπων
(anthropon)
mensen
ὁ
(ho)
het
λαὸς
(laos)
volk
ἅπας
(hapas)
geheel
καταλιθάσει
(katalithasei)
zal stenigen
ἡμᾶς
(hemas)
ons
πεπεισμένος
(pepeismenos)
overtuigd
γάρ
(gar)
want
ἐστιν
(estin)
is
Ἰωάννην
(Ioannen)
Johannes
προφήτην
(propheten)
profeet
εἶναι
(einai)
te zijn
Bron: SBLGNT
7Zij antwoordden dat zij niet wisten waar het vandaan kwam.
καὶ
(kai)
en
ἀπεκρίθησαν
(apekrithesan)
antwoordden
μὴ
(me)
niet
εἰδέναι
(eidenai)
te weten
πόθεν
(pothen)
waarvandaan
Bron: SBLGNT
8Yeshua zei tegen hen: „Ook Ik zeg jullie niet met welk gezag Ik dit doe.”
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτοῖς
(autois)
tegen hen
Οὐδὲ
(Oude)
ook niet
ἐγὼ
(ego)
Ik
λέγω
(lego)
zeg
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἐν
(en)
met
ποίᾳ
(poia)
welk
ἐξουσίᾳ
(exousia)
gezag
ταῦτα
(tauta)
dit
ποιῶ
(poio)
doe
Bron: SBLGNT
Gelijkenis van de wijngaard en de pachters
9Hij begon tot het volk deze gelijkenis te zeggen: „Een man plantte een wijngaard en verpachtte hem aan pachters. Hij reisde voor geruime tijd naar het buitenland.
Ἤρξατο
(Erxato)
Hij begon
δὲ
(de)
maar
πρὸς
(pros)
tot
τὸν
(ton)
het
λαὸν
(laon)
volk
λέγειν
(legein)
te zeggen
τὴν
(ten)
de
παραβολὴν
(parabolen)
gelijkenis
ταύτην
(tauten)
deze
Ἄνθρωπος
(Anthropos)
man
ἐφύτευσεν
(ephyteusen)
plantte
ἀμπελῶνα
(ampelona)
wijngaard
καὶ
(kai)
en
ἐξέδετο
(exedeto)
verpachtte
αὐτὸν
(auton)
hem
γεωργοῖς
(georgois)
aan pachters
καὶ
(kai)
en
ἀπεδήμησεν
(apedemesen)
reisde naar het buitenland
χρόνους
(chronous)
tijden
ἱκανούς
(hikanous)
geruime
Bron: SBLGNT
Uitleg
De gelijkenis begint zoals het lied over de wijngaard in Jes. 5:1–2. γεωργός (georgos), ‘pachter’: iemand die land van een ander bewerkt en daarvoor een deel van de opbrengst betaalt; ἐκδίδωμι (ekdidomi), ‘verpachten’.
Lucas noemt geen omheining, wijnpers of toren, anders dan Mark. 12:1 en Matt. 21:33.
10Op de juiste tijd zond hij een knecht naar de pachters, zodat zij hem een deel van de vrucht van de wijngaard zouden geven. Maar de pachters sloegen hem en zonden hem met lege handen weg.
καὶ
(kai)
en
καιρῷ
(kairo)
op tijd
ἀπέστειλεν
(apesteilen)
zond
πρὸς
(pros)
naar
τοὺς
(tous)
de
γεωργοὺς
(georgous)
pachters
δοῦλον
(doulon)
knecht
ἵνα
(hina)
opdat
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
de
καρποῦ
(karpou)
vrucht
τοῦ
(tou)
van de
ἀμπελῶνος
(ampelonos)
wijngaard
δώσουσιν
(dosousin)
zullen geven
αὐτῷ
(auto)
hem
οἱ
(hoi)
de
δὲ
(de)
maar
γεωργοὶ
(georgoi)
pachters
ἐξαπέστειλαν
(exapesteilan)
zonden weg
αὐτὸν
(auton)
hem
δείραντες
(deirantes)
geslagen hebbend
κενόν
(kenon)
leeg
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het Grieks heeft twee werkwoorden voor ‘sturen’: ἀποστέλλω (apostello), ‘zenden’ (hier ‘zond’, ‘zonden’), en πέμπω (pempo), ‘sturen’ (vers 11, 12 en 13). ἐξαποστέλλω (exapostello), ‘wegzenden’, staat in vers 10 en 11 (‘zonden hem … weg’).
19De schriftgeleerden en de hogepriesters probeerden op datzelfde uur de handen aan Hem te slaan, maar zij werden bang voor het volk. Zij begrepen namelijk dat Hij deze gelijkenis tegen hen had gesproken.
καὶ
(kai)
en
ἐζήτησαν
(ezetesan)
probeerden
οἱ
(hoi)
de
γραμματεῖς
(grammateis)
schriftgeleerden
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
ἀρχιερεῖς
(archiereis)
hogepriesters
ἐπιβαλεῖν
(epibalein)
te slaan
ἐπ’
(ep’)
op
αὐτὸν
(auton)
Hem
τὰς
(tas)
de
χεῖρας
(cheiras)
handen
ἐν
(en)
op
αὐτῇ
(aute)
zelfde
τῇ
(te)
het
ὥρᾳ
(hora)
uur
καὶ
(kai)
en
ἐφοβήθησαν
(ephobethesan)
werden bang
τὸν
(ton)
het
λαόν
(laon)
volk
ἔγνωσαν
(egnosan)
ze begrepen
γὰρ
(gar)
want
ὅτι
(hoti)
dat
πρὸς
(pros)
tegen
αὐτοὺς
(autous)
hen
εἶπεν
(eipen)
Hij zei
τὴν
(ten)
de
παραβολὴν
(parabolen)
gelijkenis
ταύτην
(tauten)
deze
Bron: SBLGNT
De belasting voor de keizer
20Zij letten goed op Hem. Zij zonden spionnen die zich als rechtvaardigen voordeden, om Hem op een woord te betrappen. Zo konden zij Hem overleveren aan het bestuur en het gezag van de stadhouder.
Καὶ
(Kai)
en
παρατηρήσαντες
(parateresantes)
goed opgelet hebbend
ἀπέστειλαν
(apesteilan)
zonden
ἐγκαθέτους
(enkathetous)
spionnen
ὑποκρινομένους
(hypokrinomenous)
zich voordoend
ἑαυτοὺς
(heautous)
zichzelf
δικαίους
(dikaious)
rechtvaardigen
εἶναι
(einai)
te zijn
ἵνα
(hina)
opdat
ἐπιλάβωνται
(epilabontai)
zij zouden betrappen
αὐτοῦ
(autou)
Hem
λόγου
(logou)
op een woord
ὥστε
(hoste)
zodat
παραδοῦναι
(paradounai)
over te leveren
αὐτὸν
(auton)
Hem
τῇ
(te)
aan het
ἀρχῇ
(arche)
bestuur
καὶ
(kai)
en
τῇ
(te)
aan het
ἐξουσίᾳ
(exousia)
gezag
τοῦ
(tou)
van de
ἡγεμόνος
(hegemonos)
stadhouder
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐγκάθετος (enkathetos), ‘spion’: iemand die in het geheim is aangesteld om anderen te bespieden. ἡγεμών (hegemon), ‘stadhouder’: de Romeinse bestuurder van het gebied.
21Zij vroegen Hem: „Leraar, wij weten dat U juist spreekt en onderwijst. U kijkt niet naar iemands gezicht, maar U onderwijst in waarheid de weg van Elohim.
καὶ
(kai)
en
ἐπηρώτησαν
(eperotesan)
vroegen
αὐτὸν
(auton)
Hem
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Διδάσκαλε
(Didaskale)
Leraar
οἴδαμεν
(oidamen)
wij weten
ὅτι
(hoti)
dat
ὀρθῶς
(orthos)
juist
λέγεις
(legeis)
U spreekt
καὶ
(kai)
en
διδάσκεις
(didaskeis)
U onderwijst
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
niet
λαμβάνεις
(lambaneis)
U neemt aan
πρόσωπον
(prosopon)
gezicht
ἀλλ’
(all’)
maar
ἐπ’
(ep’)
in
ἀληθείας
(aletheias)
waarheid
τὴν
(ten)
de
ὁδὸν
(hodon)
weg
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
διδάσκεις
(didaskeis)
U onderwijst
Bron: SBLGNT
Uitleg
οὐ λαμβάνεις πρόσωπον (ou lambaneis prosopon) is letterlijk ‘U neemt geen gezicht aan’: U bent niet partijdig.
Mark. 12:14 en Matt. 22:16 gebruiken een ander werkwoord met dezelfde betekenis; wij vertalen ze alle drie met ‘kijken naar het gezicht’.
28„Leraar, Mozes heeft ons geschreven: als iemands broer sterft, terwijl hij een vrouw heeft en kinderloos is, moet zijn broer de vrouw nemen. Hij moet nageslacht opwekken voor zijn broer.
λέγοντες
(legontes)
zeggend
Διδάσκαλε
(Didaskale)
Leraar
Μωϋσῆς
(Moyses)
Mozes
ἔγραψεν
(egrapsen)
schreef
ἡμῖν
(hemin)
ons
ἐάν
(ean)
als
τινος
(tinos)
van iemand
ἀδελφὸς
(adelphos)
broer
ἀποθάνῃ
(apothane)
sterft
ἔχων
(echon)
hebbend
γυναῖκα
(gynaika)
vrouw
καὶ
(kai)
en
οὗτος
(houtos)
deze
ἄτεκνος
(ateknos)
kinderloos
ᾖ
(e)
is
ἵνα
(hina)
opdat
λάβῃ
(labe)
neemt
ὁ
(ho)
de
ἀδελφὸς
(adelphos)
broer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
τὴν
(ten)
de
γυναῖκα
(gynaika)
vrouw
καὶ
(kai)
en
ἐξαναστήσῃ
(exanastese)
opwekt
σπέρμα
(sperma)
nageslacht
τῷ
(to)
aan de
ἀδελφῷ
(adelpho)
broer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg
Zie Deut. 25:5–6: wanneer een man kinderloos sterft, moet zijn broer de weduwe nemen.
Vergelijk Gen. 38:8 (‘wek nageslacht op voor je broer’).
35Maar zij die waardig geacht worden die eeuw te verkrijgen en de opstanding uit de doden, trouwen niet en worden niet ten huwelijk gegeven.
οἱ
(hoi)
zij
δὲ
(de)
maar
καταξιωθέντες
(kataxiothentes)
waardig geacht
τοῦ
(tou)
van de
αἰῶνος
(aionos)
eeuw
ἐκείνου
(ekeinou)
die
τυχεῖν
(tychein)
te verkrijgen
καὶ
(kai)
en
τῆς
(tes)
van de
ἀναστάσεως
(anastaseos)
opstanding
τῆς
(tes)
de
ἐκ
(ek)
uit
νεκρῶν
(nekron)
doden
οὔτε
(oute)
noch
γαμοῦσιν
(gamousin)
trouwen
οὔτε
(oute)
noch
γαμίζονται
(gamizontai)
worden ten huwelijk gegeven
Bron: SBLGNT
36Want zij kunnen ook niet meer sterven. Zij zijn namelijk gelijk aan engelen en zij zijn zonen van Elohim, omdat zij zonen van de opstanding zijn.
οὐδὲ
(oude)
ook niet
γὰρ
(gar)
want
ἀποθανεῖν
(apothanein)
te sterven
ἔτι
(eti)
nog
δύνανται
(dynantai)
kunnen zij
ἰσάγγελοι
(isangeloi)
gelijk aan engelen
γάρ
(gar)
want
εἰσιν
(eisin)
zijn zij
καὶ
(kai)
en
υἱοί
(huioi)
zonen
εἰσιν
(eisin)
zijn zij
θεοῦ
(theou)
van Elohim
τῆς
(tes)
van de
ἀναστάσεως
(anastaseos)
opstanding
υἱοὶ
(huioi)
zonen
ὄντες
(ontes)
zijnde
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἰσάγγελοι (isangeloi), ‘gelijk aan engelen’: dit woord komt alleen hier voor.
‘Zonen van de opstanding’: mensen die tot de opstanding behoren.
37Dat de doden worden opgewekt, heeft ook Mozes laten blijken bij de braamstruik. Hij noemde Yahweh: ‘de Elohim van Abraham, de Elohim van Isaak en de Elohim van Jakob’.
ὅτι
(hoti)
dat
δὲ
(de)
maar
ἐγείρονται
(egeirontai)
worden opgewekt
οἱ
(hoi)
de
νεκροὶ
(nekroi)
doden
καὶ
(kai)
ook
Μωϋσῆς
(Moyses)
Mozes
ἐμήνυσεν
(emenysen)
liet blijken
ἐπὶ
(epi)
bij
τῆς
(tes)
de
βάτου
(batou)
braamstruik
ὡς
(hos)
toen
λέγει
(legei)
hij noemt
κύριον
(kyrion)
Yahweh
τὸν
(ton)
de
θεὸν
(theon)
Elohim
Ἀβραὰμ
(Abraam)
van Abraham
καὶ
(kai)
en
θεὸν
(theon)
Elohim
Ἰσαὰκ
(Isaak)
van Isaak
καὶ
(kai)
en
θεὸν
(theon)
Elohim
Ἰακώβ
(Iakob)
van Jakob
Bron: SBLGNT
Uitleg
Aanhaling van Exod. 3:6 en 3:15. κύριος (kyrios) vertalen wij hier als ‘Yahweh’, omdat in Exod. 3:15 ‘Yahweh, Elohim van jullie vaderen, Elohim van Abraham, Elohim van Isaak en Elohim van Jakob’ staat. βάτος (batos), ‘braamstruik’: zoals in Mark. 12:26.
44David noemt Hem dus Heer. Hoe is Hij dan zijn zoon?”
Δαυὶδ
(Dauid)
David
οὖν
(oun)
dus
αὐτὸν
(auton)
Hem
κύριον
(kyrion)
Heer
καλεῖ
(kalei)
noemt
καὶ
(kai)
en
πῶς
(pos)
hoe
αὐτοῦ
(autou)
zijn
υἱός
(huios)
zoon
ἐστιν
(estin)
is Hij
Bron: SBLGNT
Pas op voor de schriftgeleerden
45Terwijl heel het volk luisterde, zei Hij tegen de leerlingen:
Ἀκούοντος
(Akouontos)
terwijl luisterend
δὲ
(de)
maar
παντὸς
(pantos)
heel
τοῦ
(tou)
het
λαοῦ
(laou)
volk
εἶπεν
(eipen)
zei Hij
τοῖς
(tois)
aan de
μαθηταῖς
(mathetais)
leerlingen
Bron: SBLGNT
46„Pas op voor de schriftgeleerden die in lange gewaden willen rondlopen. Zij houden van begroetingen op de markten, van de voorste zetels in de synagogen en van de ereplaatsen bij de maaltijden.
Προσέχετε
(Prosechete)
pas op
ἀπὸ
(apo)
voor
τῶν
(ton)
de
γραμματέων
(grammateon)
schriftgeleerden
τῶν
(ton)
die
θελόντων
(thelonton)
willende
περιπατεῖν
(peripatein)
rondlopen
ἐν
(en)
in
στολαῖς
(stolais)
lange gewaden
καὶ
(kai)
en
φιλούντων
(philounton)
houdend van
ἀσπασμοὺς
(aspasmous)
begroetingen
ἐν
(en)
op
ταῖς
(tais)
de
ἀγοραῖς
(agorais)
markten
καὶ
(kai)
en
πρωτοκαθεδρίας
(protokathedrias)
voorste zetels
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
συναγωγαῖς
(synagogais)
synagogen
καὶ
(kai)
en
πρωτοκλισίας
(protoklisias)
ereplaatsen
ἐν
(en)
bij
τοῖς
(tois)
de
δείπνοις
(deipnois)
maaltijden
Bron: SBLGNT
Uitleg
στολή (stole), ‘lang gewaad’: een lang, statig kleed. πρωτοκλισία (protoklisia), ‘ereplaats bij een maaltijd’.