Elohim Bijbel

Handelingen 7

12345678910111213141516171819202122232425262728

De rede van Stefanus en zijn steniging

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De rede van Stefanus: Abraham

1De hogepriester zei: „Is dit zo?”
Εἶπεν
(Eipen)
zei
δὲ
(de)
nu
ὁ
(ho)
de
ἀρχιερεύς
(archiereus)
hogepriester
Εἰ
(Ei)
of
ταῦτα
(tauta)
deze dingen
οὕτως
(houtos)
zo
ἔχει
(echei)
zich houden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁ ἀρχιερεύς (ho archiereus), ‘de hogepriester’: hij stelt de vraag uit 6:11–14, of de aanklacht klopt.

Het Grieks heeft alleen ‘Is dit zo?’; wij voegen niets toe.

2Hij zei: „Mannen, broers en vaders, luister. De Elohim van de heerlijkheid verscheen aan onze vader Abraham toen hij in Mesopotamië was, voordat hij zich in Charan vestigde.
ὁ
(ho)
hij
δὲ
(de)
nu
ἔφη
(ephe)
zei
Ἄνδρες
(Andres)
mannen
ἀδελφοὶ
(adelphoi)
broers
καὶ
(kai)
en
πατέρες
(pateres)
vaders
ἀκούσατε
(akousate)
luistert
Ὁ
(Ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
τῆς
(tes)
van de
δόξης
(doxes)
heerlijkheid
ὤφθη
(ophthe)
verscheen
τῷ
(to)
aan de
πατρὶ
(patri)
vader
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἀβραὰμ
(Abraam)
Abraham
ὄντι
(onti)
zijnde
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
Μεσοποταμίᾳ
(Mesopotamia)
Mesopotamië
πρὶν
(prin)
voor
ἢ
(e)
dan
κατοικῆσαι
(katoikesai)
te wonen
αὐτὸν
(auton)
hij
ἐν
(en)
in
Χαρράν
(Charran)
Charan
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Mesopotamië (ongeveer): Mesopotamië is het land tussen de Eufraat en de Tigris, nu vooral Irak, met delen van Syrië en Turkije.

De grenzen zijn bij benadering.

Zie Charan: Charan (Harran) lag in het zuiden van het huidige Turkije, bij de grens met Syrië, in het noorden van Mesopotamië.

Uitleg

Stefanus' rede loopt van 7:2 tot 7:53 en is een overzicht van de geschiedenis van Israël: Abraham (2–8), Jozef (9–16), Mozes (17–43), de tabernakel en de tempel (44–50).

De rede staat tussen één paar aanhalingstekens.

Citaten uit de Schrift staan erin tussen enkele tekens. ὁ θεὸς τῆς δόξης (ho theos tes doxes), ‘de Elohim van de heerlijkheid’. Μεσοποταμία (Mesopotamia), ‘Mesopotamië’: letterlijk ‘land tussen de rivieren’. Χαρράν (Charran) is Charan, zoals in Gen. 11:31.

Zie ook Gen. 12:1; Gen. 11:31.

3Hij zei tegen hem: ‘Ga weg uit je land en uit je familie, en kom naar het land dat Ik je zal tonen.’
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
πρὸς
(pros)
tot
αὐτόν
(auton)
hem
Ἔξελθε
(Exelthe)
ga uit
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
het
γῆς
(ges)
land
σου
(sou)
je
καὶ
(kai)
en
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
de
συγγενείας
(syngeneias)
verwantschap
σου
(sou)
je
καὶ
(kai)
en
δεῦρο
(deuro)
kom
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
het
γῆν
(gen)
land
ἣν
(hen)
dat
ἄν
(an)
(ooit)
σοι
(soi)
je
δείξω
(deixo)
Ik zal tonen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Citaat uit Gen. 12:1.

De woorden ‘en uit het huis van je vader’ uit het OT staan hier niet; wij vertalen wat er staat. ἄν (an) is een Grieks partikel zonder eigen vertaling.

Zie ook Gen. 12:1.

Zie ookGen 12:1
4Toen ging hij weg uit het land van de Chaldeeën en vestigde zich in Charan. Vandaar liet Hij hem verhuizen naar dit land waarin jullie nu wonen, nadat zijn vader gestorven was.
τότε
(tote)
toen
ἐξελθὼν
(exelthon)
uitgegaan zijnde
ἐκ
(ek)
uit
γῆς
(ges)
land
Χαλδαίων
(Chaldaion)
Chaldeeën
κατῴκησεν
(katokesen)
vestigde zich
ἐν
(en)
in
Χαρράν
(Charran)
Charan
κἀκεῖθεν
(kakeithen)
en vandaar
μετὰ
(meta)
na
τὸ
(to)
het
ἀποθανεῖν
(apothanein)
sterven
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
vader
αὐτοῦ
(autou)
zijn
μετῴκισεν
(metokisen)
liet verhuizen
αὐτὸν
(auton)
hem
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
het
γῆν
(gen)
land
ταύτην
(tauten)
dit
εἰς
(eis)
naar
ἣν
(hen)
welk
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
νῦν
(nyn)
nu
κατοικεῖτε
(katoikeite)
wonen
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Chaldea (land van de Chaldeeën): De Chaldeeën woonden in het zuiden van Babylonië, in het zuiden van het huidige Irak.

Zie Charan: Charan (Harran) lag in het zuiden van het huidige Turkije, bij de grens met Syrië, in het noorden van Mesopotamië.

Uitleg

μετοικίζω (metoikizo), ‘laten verhuizen’: hetzelfde werkwoord staat in 7:43, waar wij ‘in ballingschap voeren’ schrijven.

Het Grieks noemt het onderwerp niet; uit de samenhang is het Elohim, vandaar ‘Hij’.

In Gen. 11:32 sterft Terach in Charan, in Gen. 12:4 vertrekt Abraham daarna.

Zie ook Gen. 11:31–32; Gen. 12:4.

5Hij gaf hem daarin geen erfdeel, zelfs geen voetbreed. Wel beloofde Hij het hem in bezit te geven, en na hem ook aan zijn nageslacht, terwijl hij geen kind had.
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἔδωκεν
(edoken)
gaf
αὐτῷ
(auto)
hem
κληρονομίαν
(kleronomian)
erfdeel
ἐν
(en)
in
αὐτῇ
(aute)
haar
οὐδὲ
(oude)
ook niet
βῆμα
(bema)
stap
ποδός
(podos)
van een voet
καὶ
(kai)
en
ἐπηγγείλατο
(epengeilato)
beloofde
δοῦναι
(dounai)
te geven
αὐτῷ
(auto)
hem
εἰς
(eis)
tot
κατάσχεσιν
(kataschesin)
bezit
αὐτὴν
(auten)
haar
καὶ
(kai)
en
τῷ
(to)
aan het
σπέρματι
(spermati)
nageslacht
αὐτοῦ
(autou)
zijn
μετ’
(met’)
na
αὐτόν
(auton)
hem
οὐκ
(ouk)
niet
ὄντος
(ontos)
zijnd
αὐτῷ
(auto)
hem
τέκνου
(teknou)
kind
Bron: SBLGNT
Uitleg

βῆμα ποδός (bema podos), ‘een voetbreed’: letterlijk ‘de stap van een voet’. κατάσχεσις (kataschesis), ‘bezit’: hetzelfde woord staat in 7:45.

Zie ook Deut. 2:5; Gen. 17:8.

6Elohim sprak aldus: ‘Zijn nageslacht zal een vreemdeling zijn in een land van anderen. Men zal het tot slaaf maken en onderdrukken, 400 jaar lang.
ἐλάλησεν
(elalesen)
sprak
δὲ
(de)
nu
οὕτως
(houtos)
aldus
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ὅτι
(hoti)
dat
ἔσται
(estai)
zal zijn
τὸ
(to)
het
σπέρμα
(sperma)
nageslacht
αὐτοῦ
(autou)
zijn
πάροικον
(paroikon)
vreemdeling
ἐν
(en)
in
γῇ
(ge)
land
ἀλλοτρίᾳ
(allotria)
van anderen
καὶ
(kai)
en
δουλώσουσιν
(doulosousin)
zij zullen tot slaaf maken
αὐτὸ
(auto)
het
καὶ
(kai)
en
κακώσουσιν
(kakosousin)
zij zullen onderdrukken
ἔτη
(ete)
jaren
τετρακόσια
(tetrakosia)
400
Bron: SBLGNT
Uitleg

Vanaf hier (6–7) citeert Stefanus Gen. 15:13–14 vrij, met een woord uit Exod. 3:12 in 7:7.

De Griekse tekst heeft 400 jaar, zoals Gen. 15:13; Exod. 12:40 noemt 430 jaar. κακόω (kakoo), ‘onderdrukken’: zo ook in 7:19. πάροικος (paroikos), ‘vreemdeling’: iemand die zonder eigen burgerrecht ergens woont.

Zie ook Gen. 15:13–14.

7Het volk dat zij zullen dienen, zal Ik oordelen’, zei Elohim, ‘en daarna zullen zij uittrekken en Mij dienen op deze plaats.’
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
ἔθνος
(ethnos)
volk
ᾧ
(ho)
dat
ἐὰν
(ean)
(ooit)
δουλεύσουσιν
(douleusousin)
zij zullen dienen
κρινῶ
(krino)
zal oordelen
ἐγώ
(ego)
Ik
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
εἶπεν
(eipen)
zei
καὶ
(kai)
en
μετὰ
(meta)
na
ταῦτα
(tauta)
dit
ἐξελεύσονται
(exeleusontai)
zullen uittrekken
καὶ
(kai)
en
λατρεύσουσίν
(latreusousin)
zullen dienen
μοι
(moi)
Mij
ἐν
(en)
op
τῷ
(to)
de
τόπῳ
(topo)
plaats
τούτῳ
(touto)
deze
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het citaat van 7:6 loopt hier door.

‘Zei Elohim’ staat midden in de zin, zoals in het Grieks.

De laatste woorden, ‘en Mij dienen op deze plaats’, volgen Exod. 3:12 (‘jullie zullen Elohim dienen op deze berg’); Stefanus verbindt twee woorden uit de Schrift.

Zie ook Gen. 15:14; Exod. 3:12.

8Hij gaf hem het verbond van de besnijdenis. Zo verwekte Abraham Isaak en besneed hem op de achtste dag. Isaak verwekte Jakob, en Jakob de twaalf aartsvaders.
καὶ
(kai)
en
ἔδωκεν
(edoken)
gaf
αὐτῷ
(auto)
hem
διαθήκην
(diatheken)
verbond
περιτομῆς
(peritomes)
van besnijdenis
καὶ
(kai)
en
οὕτως
(houtos)
zo
ἐγέννησεν
(egennesen)
verwekte
τὸν
(ton)
de
Ἰσαὰκ
(Isaak)
Isaak
καὶ
(kai)
en
περιέτεμεν
(perietemen)
besneed
αὐτὸν
(auton)
hem
τῇ
(te)
op de
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
τῇ
(te)
de
ὀγδόῃ
(ogdoe)
achtste
καὶ
(kai)
en
Ἰσαὰκ
(Isaak)
Isaak
τὸν
(ton)
de
Ἰακώβ
(Iakob)
Jakob
καὶ
(kai)
en
Ἰακὼβ
(Iakob)
Jakob
τοὺς
(tous)
de
δώδεκα
(dodeka)
twaalf
πατριάρχας
(patriarchas)
aartsvaders
Bron: SBLGNT
Uitleg

διαθήκη περιτομῆς (diatheke peritomes), ‘verbond van besnijdenis’: het verbond waarvan de besnijdenis het teken is. πατριάρχης (patriarches), ‘aartsvader’: de twaalf zonen van Jakob, de stamvaders; het woord komt in de evangeliën niet voor.

Het onderwerp van ‘verwekte’ is in het Grieks niet genoemd; het is Abraham.

Zie ook Gen. 17:9–14; Gen. 21:4.

Jozef in Egypte

9De aartsvaders werden jaloers op Jozef en verkochten hem naar Egypte. Maar Elohim was met hem.
Καὶ
(Kai)
en
οἱ
(hoi)
de
πατριάρχαι
(patriarchai)
aartsvaders
ζηλώσαντες
(zelosantes)
jaloers geworden
τὸν
(ton)
de
Ἰωσὴφ
(Ioseph)
Jozef
ἀπέδοντο
(apedonto)
verkochten
εἰς
(eis)
naar
Αἴγυπτον
(Aigypton)
Egypte
καὶ
(kai)
en
ἦν
(en)
was
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
μετ’
(met’)
met
αὐτοῦ
(autou)
hem
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Uitleg

ζηλόω (zeloo), ‘jaloers worden’. ἀποδίδωμι (apodidomi), ‘verkopen’: letterlijk ‘weggeven tegen betaling’.

Zie ook Gen. 37:11; Gen. 37:28; Gen. 39:2; Gen. 39:21.

10Hij redde hem uit al zijn verdrukkingen en gaf hem genade en wijsheid voor de farao, de koning van Egypte. Hij stelde hem aan als leider over Egypte en over heel zijn huis.
καὶ
(kai)
en
ἐξείλατο
(exeilato)
redde
αὐτὸν
(auton)
hem
ἐκ
(ek)
uit
πασῶν
(pason)
alle
τῶν
(ton)
de
θλίψεων
(thlipseon)
verdrukkingen
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
ἔδωκεν
(edoken)
gaf
αὐτῷ
(auto)
hem
χάριν
(charin)
genade
καὶ
(kai)
en
σοφίαν
(sophian)
wijsheid
ἐναντίον
(enantion)
voor
Φαραὼ
(Pharao)
farao
βασιλέως
(basileos)
koning
Αἰγύπτου
(Aigyptou)
van Egypte
καὶ
(kai)
en
κατέστησεν
(katestesen)
stelde aan
αὐτὸν
(auton)
hem
ἡγούμενον
(hegoumenon)
leider
ἐπ’
(ep’)
over
Αἴγυπτον
(Aigypton)
Egypte
καὶ
(kai)
en
ὅλον
(holon)
heel
τὸν
(ton)
het
οἶκον
(oikon)
huis
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Uitleg

θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’: zo ook in 7:11. χάρις (charis), ‘genade’: hier in de zin van gunst bij de farao; wij houden het woord van de evangeliën. ἡγούμενος (hegoumenos), ‘leider’.

Zie ook Gen. 41:40–43.

11Er kwam een hongersnood over heel Egypte en Kanaän, en een grote verdrukking. Onze vaders vonden geen voedsel.
ἦλθεν
(elthen)
kwam
δὲ
(de)
nu
λιμὸς
(limos)
hongersnood
ἐφ’
(eph’)
over
ὅλην
(holen)
heel
τὴν
(ten)
de
Αἴγυπτον
(Aigypton)
Egypte
καὶ
(kai)
en
Χανάαν
(Chanaan)
Kanaän
καὶ
(kai)
en
θλῖψις
(thlipsis)
verdrukking
μεγάλη
(megale)
grote
καὶ
(kai)
en
οὐχ
(ouch)
niet
ηὕρισκον
(heyriskon)
vonden
χορτάσματα
(chortasmata)
voedsel
οἱ
(hoi)
de
πατέρες
(pateres)
vaders
ἡμῶν
(hemon)
onze
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Zie Kanaän: Kanaän is het land aan de oostkust van de Middellandse Zee, ongeveer het gebied van het huidige Israël, de Palestijnse gebieden en Libanon.

Uitleg

χόρτασμα (chortasma), eigenlijk ‘voer’; hier ‘voedsel’.

In Gen. 41–42 gaat het om graan; het Grieks gebruikt het woord σιτία in 7:12.

Zie ook Gen. 42:1–2.

12Toen Jakob hoorde dat er graan in Egypte was, zond hij onze vaders voor het eerst uit.
ἀκούσας
(akousas)
horend
δὲ
(de)
nu
Ἰακὼβ
(Iakob)
Jakob
ὄντα
(onta)
zijnde
σιτία
(sitia)
graan
εἰς
(eis)
naar
Αἴγυπτον
(Aigypton)
Egypte
ἐξαπέστειλεν
(exapesteilen)
zond uit
τοὺς
(tous)
de
πατέρας
(pateras)
vaders
ἡμῶν
(hemon)
onze
πρῶτον
(proton)
eerst
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Uitleg

σιτία (sitia), ‘graan’. ἐξαποστέλλω (exapostello) heeft dezelfde stam als ἀποστέλλω, ‘zenden’; ‘uitzenden’ is het enige verschil.

Zie ook Gen. 42:1–2.

13Bij de tweede keer werd Jozef door zijn broers herkend, en het geslacht van Jozef werd aan de farao bekend.
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
bij
τῷ
(to)
de
δευτέρῳ
(deutero)
tweede
ἀνεγνωρίσθη
(anegnoristhe)
werd herkend
Ἰωσὴφ
(Ioseph)
Jozef
τοῖς
(tois)
door de
ἀδελφοῖς
(adelphois)
broers
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
φανερὸν
(phaneron)
bekend
ἐγένετο
(egeneto)
werd
τῷ
(to)
aan de
Φαραὼ
(Pharao)
farao
τὸ
(to)
het
γένος
(genos)
geslacht
Ἰωσήφ
(Ioseph)
van Jozef
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀναγνωρίζω (anagnorizo), ‘herkennen’: het Grieks heeft de lijdende vorm, ‘werd herkend’.

Wij houden de vorm van de tekst.

Zie ook Gen. 45:1–4.

14Jozef zond uit en liet zijn vader Jakob en heel zijn familie ontbieden, 75 personen.
ἀποστείλας
(aposteilas)
zendend
δὲ
(de)
nu
Ἰωσὴφ
(Ioseph)
Jozef
μετεκαλέσατο
(metekalesato)
liet ontbieden
Ἰακὼβ
(Iakob)
Jakob
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
vader
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
πᾶσαν
(pasan)
heel
τὴν
(ten)
de
συγγένειαν
(syngeneian)
familie
ἐν
(en)
in
ψυχαῖς
(psychais)
zielen
ἑβδομήκοντα
(hebdomekonta)
70
πέντε
(pente)
5
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐν ψυχαῖς (en psychais), ‘in zielen’: ‘personen’.

Het getal is 75.

Het Hebreeuws heeft 70 (Gen. 46:27 en Exod. 1:5); de Griekse tekst heeft 75, en Stefanus volgt die.

Gen. 46:26 noemt 66 personen die met Jakob meekwamen.

Zie ook Gen. 46:26–27; Exod. 1:5.

15Jakob daalde af naar Egypte. Hij stierf, en ook onze vaders.
καὶ
(kai)
en
κατέβη
(katebe)
daalde af
Ἰακὼβ
(Iakob)
Jakob
εἰς
(eis)
naar
Αἴγυπτον
(Aigypton)
Egypte
καὶ
(kai)
en
ἐτελεύτησεν
(eteleutesen)
stierf
αὐτὸς
(autos)
hij
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
πατέρες
(pateres)
vaders
ἡμῶν
(hemon)
onze
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

16Zij werden overgebracht naar Sichem en neergelegd in het graf dat Abraham voor een som zilver had gekocht van de zonen van Hamor in Sichem.
καὶ
(kai)
en
μετετέθησαν
(metetethesan)
werden overgebracht
εἰς
(eis)
naar
Συχὲμ
(Sychem)
Sichem
καὶ
(kai)
en
ἐτέθησαν
(etethesan)
werden gelegd
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
μνήματι
(mnemati)
graf
ᾧ
(ho)
dat
ὠνήσατο
(onesato)
kocht
Ἀβραὰμ
(Abraam)
Abraham
τιμῆς
(times)
voor een prijs
ἀργυρίου
(argyriou)
van zilver
παρὰ
(para)
van
τῶν
(ton)
de
υἱῶν
(huion)
zonen
Ἑμμὼρ
(Hemmor)
van Hamor
ἐν
(en)
in
Συχέμ
(Sychem)
Sichem
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Sichem: Sichem lag bij het huidige Nablus, tussen de bergen Gerizim en Ebal.

Uitleg

Het Grieks zegt dat Abraham het graf kocht van de zonen van Hamor in Sichem.

In Gen. 23:16–20 koopt Abraham de grot van Machpela in Hebron van Efron; in Gen. 33:18–19 koopt Jakob een stuk grond in Sichem van de zonen van Hamor.

In Joz. 24:32 wordt Jozef daar begraven.

Wij vertalen wat de Griekse tekst zegt; het verschil laten wij staan.

Zie ook Gen. 23:16–20; Gen. 33:18–19; Gen. 50:13; Joz. 24:32.

Mozes

17Toen de tijd naderde van de belofte die Elohim aan Abraham had toegezegd, groeide het volk en werd het talrijk in Egypte.
Καθὼς
(Kathos)
zoals
δὲ
(de)
nu
ἤγγιζεν
(engizen)
naderde
ὁ
(ho)
de
χρόνος
(chronos)
tijd
τῆς
(tes)
van de
ἐπαγγελίας
(epangelias)
belofte
ἧς
(hes)
die
ὡμολόγησεν
(homologesen)
zegde toe
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
τῷ
(to)
aan de
Ἀβραάμ
(Abraam)
Abraham
ηὔξησεν
(eyxesen)
groeide
ὁ
(ho)
het
λαὸς
(laos)
volk
καὶ
(kai)
en
ἐπληθύνθη
(eplethynthe)
werd talrijk
ἐν
(en)
in
Αἰγύπτῳ
(Aigypto)
Egypte
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Uitleg

ὁμολογέω (homologeo), ‘toezeggen’: hier gebruikt voor wat Elohim aan Abraham heeft beloofd.

In de evangeliën staat het woord vaak voor ‘belijden’.

Zie ook Exod. 1:7.

Zie ookEx 1:7
18Dat duurde tot er een andere koning over Egypte opstond, die Jozef niet kende.
ἄχρι
(achri)
tot
οὗ
(hou)
welk
ἀνέστη
(aneste)
stond op
βασιλεὺς
(basileus)
koning
ἕτερος
(heteros)
andere
ἐπ’
(ep’)
over
Αἴγυπτον
(Aigypton)
Egypte
ὃς
(hos)
die
οὐκ
(ouk)
niet
ᾔδει
(edei)
kende
τὸν
(ton)
de
Ἰωσήφ
(Ioseph)
Jozef
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Uitleg

ἄχρι οὗ (achri hou), ‘tot’.

Het Grieks heeft hier een citaat uit Exod. 1:8 zonder aanhalingsteken; wij vertalen het als gewone tekst.

Zie ook Exod. 1:8.

Zie ookEx 1:8
19Die handelde listig tegen ons geslacht en onderdrukte onze vaders, door hun baby’s te laten uitzetten, zodat die niet in leven zouden blijven.
οὗτος
(houtos)
hij
κατασοφισάμενος
(katasophisamenos)
listig handelend tegen
τὸ
(to)
het
γένος
(genos)
geslacht
ἡμῶν
(hemon)
ons
ἐκάκωσεν
(ekakosen)
onderdrukte
τοὺς
(tous)
de
πατέρας
(pateras)
vaders
τοῦ
(tou)
om te
ποιεῖν
(poiein)
doen
τὰ
(ta)
de
βρέφη
(brephe)
baby’s
ἔκθετα
(ektheta)
uitgezet
αὐτῶν
(auton)
hun
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
μὴ
(me)
niet
ζῳογονεῖσθαι
(zoogoneisthai)
in leven gehouden worden
Bron: SBLGNT
Uitleg

κατασοφίζομαι (katasophizomai), ‘listig handelen tegen’. ἔκθετος (ekthetos), ‘uitgezet’: de baby’s worden buiten achtergelaten. ζῳογονέω (zoogoneo), ‘in leven houden’.

Zie ook Exod. 1:22.

Zie ookEx 1:22
20In die tijd werd Mozes geboren, en hij was mooi voor Elohim. Hij werd drie maanden opgevoed in het huis van zijn vader.
ἐν
(en)
in
ᾧ
(ho)
welke
καιρῷ
(kairo)
tijd
ἐγεννήθη
(egennethe)
werd geboren
Μωϋσῆς
(Moyses)
Mozes
καὶ
(kai)
en
ἦν
(en)
was
ἀστεῖος
(asteios)
mooi
τῷ
(to)
voor de
θεῷ
(theo)
Elohim
ὃς
(hos)
die
ἀνετράφη
(anetraphe)
werd opgevoed
μῆνας
(menas)
maanden
τρεῖς
(treis)
drie
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
οἴκῳ
(oiko)
huis
τοῦ
(tou)
van de
πατρός
(patros)
vader
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀστεῖος τῷ θεῷ (asteios toi theoi), ‘mooi voor Elohim’: een uitdrukking voor iemand die bijzonder mooi is, ook ‘mooi in de ogen van Elohim’.

Zie ook Exod. 2:2.

Zie ookEx 2:2
21Toen hij was uitgezet, nam de dochter van de farao hem op en voedde hem voor zichzelf op als zoon.
ἐκτεθέντος
(ektethentos)
uitgezet zijnde
δὲ
(de)
nu
αὐτοῦ
(autou)
hij
ἀνείλατο
(aneilato)
nam op
αὐτὸν
(auton)
hem
ἡ
(he)
de
θυγάτηρ
(thygater)
dochter
Φαραὼ
(Pharao)
van farao
καὶ
(kai)
en
ἀνεθρέψατο
(anethrepsato)
voedde op
αὐτὸν
(auton)
hem
ἑαυτῇ
(heaute)
voor zichzelf
εἰς
(eis)
tot
υἱόν
(huion)
zoon
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks zegt dat zij hem ‘opnam’ (ἀναιρέω, anaireo); het woord betekent elders ‘doden’, zoals in 7:28, hier ‘oppakken’.

Zie ook Exod. 2:5–10.

22Mozes werd onderwezen in alle wijsheid van de Egyptenaren en was machtig in zijn woorden en daden.
καὶ
(kai)
en
ἐπαιδεύθη
(epaideuthe)
werd onderwezen
Μωϋσῆς
(Moyses)
Mozes
πάσῃ
(pase)
in alle
σοφίᾳ
(sophia)
wijsheid
Αἰγυπτίων
(Aigyption)
van Egyptenaren
ἦν
(en)
was
δὲ
(de)
nu
δυνατὸς
(dynatos)
machtig
ἐν
(en)
in
λόγοις
(logois)
woorden
καὶ
(kai)
en
ἔργοις
(ergois)
daden
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks zegt dat Mozes machtig was ‘in woorden en daden’.

In Exod. 4:10 zegt Mozes zelf dat hij niet goed spreekt; de Schrift noemt hier zijn woorden niet.

Zie ook Exod. 2:10.

23Toen de tijd van 40 jaar voor hem voltooid was, kwam het in zijn hart op zijn broers te bezoeken, de zonen van Israël.
Ὡς
(Hos)
toen
δὲ
(de)
nu
ἐπληροῦτο
(eplerouto)
werd vervuld
αὐτῷ
(auto)
hem
τεσσερακονταετὴς
(tesserakontaetes)
40-jarige
χρόνος
(chronos)
tijd
ἀνέβη
(anebe)
kwam op
ἐπὶ
(epi)
in
τὴν
(ten)
het
καρδίαν
(kardian)
hart
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἐπισκέψασθαι
(episkepsasthai)
te bezoeken
τοὺς
(tous)
de
ἀδελφοὺς
(adelphous)
broers
αὐτοῦ
(autou)
zijn
τοὺς
(tous)
de
υἱοὺς
(huious)
zonen
Ἰσραήλ
(Israel)
van Israël
Bron: SBLGNT
Uitleg

τεσσερακονταετής (tesserakontaetes), ‘40-jarig’; in Exod. 2 staat niet hoe oud Mozes toen was. ἀνέβη ἐπὶ τὴν καρδίαν (anebe epi ten kardian), ‘het kwam op in zijn hart’: het idee kwam bij hem op. ἐπισκέπτομαι (episkeptomai), ‘bezoeken’.

Zie ook Exod. 2:11.

Zie ookEx 2:11
24Toen hij iemand onrecht zag lijden, verdedigde hij hem en verschafte recht aan de mishandelde, door de Egyptenaar neer te slaan.
καὶ
(kai)
en
ἰδών
(idon)
ziende
τινα
(tina)
iemand
ἀδικούμενον
(adikoumenon)
onrecht lijdend
ἠμύνατο
(emynato)
verdedigde
καὶ
(kai)
en
ἐποίησεν
(epoiesen)
deed
ἐκδίκησιν
(ekdikesin)
recht
τῷ
(to)
aan de
καταπονουμένῳ
(kataponoumeno)
mishandelde
πατάξας
(pataxas)
slaand
τὸν
(ton)
de
Αἰγύπτιον
(Aigyption)
Egyptenaar
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐκδίκησιν ποιέω (ekdikesin poieo), ‘recht verschaffen’; zo staat het ook in Luc. 18:7.

Zie ook Exod. 2:11–12.

25Hij meende dat zijn broers zouden begrijpen dat Elohim hun door zijn hand redding gaf. Maar zij begrepen het niet.
ἐνόμιζεν
(enomizen)
meende
δὲ
(de)
nu
συνιέναι
(synienai)
begrijpen
τοὺς
(tous)
de
ἀδελφοὺς
(adelphous)
broers
ὅτι
(hoti)
dat
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
διὰ
(dia)
door
χειρὸς
(cheiros)
hand
αὐτοῦ
(autou)
zijn
δίδωσιν
(didosin)
geeft
σωτηρίαν
(soterian)
redding
αὐτοῖς
(autois)
hun
οἱ
(hoi)
zij
δὲ
(de)
nu
οὐ
(ou)
niet
συνῆκαν
(synekan)
begrepen
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dit vers staat niet in Exod. 2; Stefanus legt uit wat Mozes dacht. σωτηρία (soteria), ‘redding’: zoals in de evangeliën.

‘Door zijn hand’ betekent ‘door hem’.

26De volgende dag verscheen hij bij hen terwijl zij vochten, en hij probeerde hen tot vrede te brengen. Hij zei: ‘Mannen, jullie zijn broers. Waarom doen jullie elkaar onrecht aan?’
τῇ
(te)
de
τε
(te)
en
ἐπιούσῃ
(epiouse)
volgende
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
ὤφθη
(ophthe)
verscheen
αὐτοῖς
(autois)
hun
μαχομένοις
(machomenois)
vechtend
καὶ
(kai)
en
συνήλλασσεν
(synellassen)
probeerde te verzoenen
αὐτοὺς
(autous)
hen
εἰς
(eis)
tot
εἰρήνην
(eirenen)
vrede
εἰπών
(eipon)
zeggend
Ἄνδρες
(Andres)
mannen
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
ἐστε
(este)
zijn jullie
ἱνατί
(hinati)
waarom
ἀδικεῖτε
(adikeite)
doen jullie onrecht
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft ‘probeerde te verzoenen’ (onvoltooide tijd van συναλλάσσω, synallasso). ἀδικέω (adikeo), ‘onrecht doen’.

Zie ook Exod. 2:13.

Zie ookEx 2:13
27Maar degene die zijn naaste onrecht deed, stootte hem weg en zei: ‘Wie heeft jou aangesteld als leider en rechter over ons?
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
nu
ἀδικῶν
(adikon)
onrecht doende
τὸν
(ton)
de
πλησίον
(plesion)
naaste
ἀπώσατο
(aposato)
stootte weg
αὐτὸν
(auton)
hem
εἰπών
(eipon)
zeggend
Τίς
(Tis)
wie
σε
(se)
jou
κατέστησεν
(katestesen)
stelde aan
ἄρχοντα
(archonta)
leider
καὶ
(kai)
en
δικαστὴν
(dikasten)
rechter
ἐφ’
(eph’)
over
ἡμῶν
(hemon)
ons
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἄρχων (archon), ‘leider’: zoals in de evangeliën. δικαστής (dikastes), ‘rechter’. ὁ πλησίον (ho plesion), ‘de naaste’.

Zie ook Exod. 2:14.

Zie ookEx 2:14
28Wil jij mij soms doden, zoals je gisteren de Egyptenaar hebt gedood?’
μὴ
(me)
of
ἀνελεῖν
(anelein)
doden
με
(me)
mij
σὺ
(sy)
jij
θέλεις
(theleis)
wil je
ὃν
(hon)
welke
τρόπον
(tropon)
wijze
ἀνεῖλες
(aneiles)
doodde je
ἐχθὲς
(echthes)
gisteren
τὸν
(ton)
de
Αἰγύπτιον
(Aigyption)
Egyptenaar
Bron: SBLGNT
29Bij dit woord vluchtte Mozes, en hij werd een vreemdeling in het land Midian, waar hij twee zonen verwekte.
ἔφυγεν
(ephygen)
vluchtte
δὲ
(de)
nu
Μωϋσῆς
(Moyses)
Mozes
ἐν
(en)
bij
τῷ
(to)
het
λόγῳ
(logo)
woord
τούτῳ
(touto)
dit
καὶ
(kai)
en
ἐγένετο
(egeneto)
werd
πάροικος
(paroikos)
vreemdeling
ἐν
(en)
in
γῇ
(ge)
land
Μαδιάμ
(Madiam)
Midian
οὗ
(hou)
waar
ἐγέννησεν
(egennesen)
verwekte
υἱοὺς
(huious)
zonen
δύο
(dyo)
twee
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Midian: Midian wordt gezocht in het noordwesten van het Arabisch schiereiland, ten oosten van de Golf van Akaba.

Uitleg

ἐν τῷ λόγῳ τούτῳ (en toi logoi toutoi), ‘bij dit woord’: toen hij dat hoorde. Μαδιάμ (Madiam) is Midian.

Het Grieks zegt dat Mozes daar twee zonen verwekte (Exod. 2:22 en 18:3–4).

Zie ook Exod. 2:15; Exod. 2:22.

30Toen 40 jaar vervuld waren, verscheen hem in de woestijn van de berg Sinaï een engel, in een vuurvlam van een braamstruik.
Καὶ
(Kai)
en
πληρωθέντων
(plerothenton)
vervuld zijnde
ἐτῶν
(eton)
jaren
τεσσεράκοντα
(tesserakonta)
40
ὤφθη
(ophthe)
verscheen
αὐτῷ
(auto)
hem
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἐρήμῳ
(eremo)
woestijn
τοῦ
(tou)
van de
ὄρους
(orous)
berg
Σινᾶ
(Sina)
Sinaï
ἄγγελος
(angelos)
engel
ἐν
(en)
in
φλογὶ
(phlogi)
vlam
πυρὸς
(pyros)
van vuur
βάτου
(batou)
van een braamstruik
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Sinaï: De berg Sinaï wordt van oudsher gezocht bij de Gebel Musa, in het zuiden van het schiereiland Sinaï.

Uitleg

Σινᾶ (Sina), ‘Sinaï’.

De berg heet in Exod. 3:1 Horeb.

Het Grieks noemt een engel; in Exod. 3:2 is dit ‘de engel van Yahweh’.

Zie ook Exod. 3:1–2.

31Toen Mozes het zag, verwonderde hij zich over het visioen. Toen hij naderbij kwam om goed te kijken, kwam er een stem van Yahweh:
ὁ
(ho)
de
δὲ
(de)
nu
Μωϋσῆς
(Moyses)
Mozes
ἰδὼν
(idon)
ziende
ἐθαύμασεν
(ethaumasen)
verwonderde zich
τὸ
(to)
het
ὅραμα
(horama)
visioen
προσερχομένου
(proserchomenou)
naderend
δὲ
(de)
nu
αὐτοῦ
(autou)
hij
κατανοῆσαι
(katanoesai)
om te bekijken
ἐγένετο
(egeneto)
kwam
φωνὴ
(phone)
stem
κυρίου
(kyriou)
van Yahweh
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὅραμα (horama), ‘visioen’: hetzelfde woord als in Matt. 17:9. κυρίου (kyriou): het gaat om de stem van Yahweh in Exod. 3:4–6, daarom ‘Yahweh’.

Zie ook Exod. 3:3–4.

32‘Ik ben de Elohim van je vaders, de Elohim van Abraham, Isaak en Jakob.’ Mozes begon te beven en durfde niet te kijken.
Ἐγὼ
(Ego)
Ik
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
τῶν
(ton)
van de
πατέρων
(pateron)
vaders
σου
(sou)
je
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
Ἀβραὰμ
(Abraam)
van Abraham
καὶ
(kai)
en
Ἰσαὰκ
(Isaak)
Isaak
καὶ
(kai)
en
Ἰακώβ
(Iakob)
Jakob
ἔντρομος
(entromos)
bevend
δὲ
(de)
nu
γενόμενος
(genomenos)
geworden
Μωϋσῆς
(Moyses)
Mozes
οὐκ
(ouk)
niet
ἐτόλμα
(etolma)
durfde
κατανοῆσαι
(katanoesai)
te bekijken
Bron: SBLGNT
Uitleg

Citaat uit Exod. 3:6.

Het Hebreeuws heeft ‘Elohim van je vader’ (enkelvoud); de Griekse tekst heeft ‘van je vaders’. ἔντρομος (entromos), ‘bevend’.

Zie ook Exod. 3:6.

Zie ookEx 3:6
33Yahweh zei tegen hem: ‘Maak de sandalen van je voeten los, want de plaats waarop je staat, is heilige grond.
εἶπεν
(eipen)
zei
δὲ
(de)
nu
αὐτῷ
(auto)
hem
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Yahweh
Λῦσον
(Lyson)
maak los
τὸ
(to)
de
ὑπόδημα
(hypodema)
sandaal
τῶν
(ton)
van de
ποδῶν
(podon)
voeten
σου
(sou)
je
ὁ
(ho)
de
γὰρ
(gar)
want
τόπος
(topos)
plaats
ἐφ’
(eph’)
op
ᾧ
(ho)
welke
ἕστηκας
(hestekas)
je staat
γῆ
(ge)
grond
ἁγία
(hagia)
heilige
ἐστίν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

Citaat uit Exod. 3:5. ὁ κύριος (ho kyrios) is hier Yahweh, zoals in 7:31. ὑπόδημα (hypodema), ‘sandaal’: het Grieks heeft het enkelvoud, voor het paar.

Zie ook Exod. 3:5.

Zie ookEx 3:5
34Ik heb de onderdrukking van Mijn volk in Egypte zeker gezien, Ik heb hun gezucht gehoord en Ik ben afgedaald om hen te redden. Kom nu, Ik zal je naar Egypte zenden.’
ἰδὼν
(idon)
ziende
εἶδον
(eidon)
zag ik
τὴν
(ten)
de
κάκωσιν
(kakosin)
onderdrukking
τοῦ
(tou)
van het
λαοῦ
(laou)
volk
μου
(mou)
Mijn
τοῦ
(tou)
dat
ἐν
(en)
in
Αἰγύπτῳ
(Aigypto)
Egypte
καὶ
(kai)
en
τοῦ
(tou)
van het
στεναγμοῦ
(stenagmou)
gezucht
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἤκουσα
(ekousa)
hoorde ik
καὶ
(kai)
en
κατέβην
(kateben)
daalde ik af
ἐξελέσθαι
(exelesthai)
om te redden
αὐτούς
(autous)
hen
καὶ
(kai)
en
νῦν
(nyn)
nu
δεῦρο
(deuro)
kom
ἀποστείλω
(aposteilo)
zal Ik zenden
σε
(se)
je
εἰς
(eis)
naar
Αἴγυπτον
(Aigypton)
Egypte
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Uitleg

Citaat uit Exod. 3:7–8,10. ἰδὼν εἶδον (idon eidon), ‘zeker gezien’: letterlijk ‘ziende zag ik’, een Hebreeuwse versterking. κάκωσις (kakosis), ‘onderdrukking’: van κακόω, zie 7:6. ἐξαιρέω (exaireo), ‘redden’: zoals in 7:10. ἀποστέλλω (apostello) is ‘zenden’.

Zie ook Exod. 3:7–10.

Zie ookEx 3:7–8
35Deze Mozes hadden zij verloochend toen zij zeiden: ‘Wie heeft jou aangesteld als leider en rechter?’ Juist hem heeft Elohim als leider en bevrijder gezonden, met de hand van de engel die hem in de braamstruik verscheen.
Τοῦτον
(Touton)
dit
τὸν
(ton)
de
Μωϋσῆν
(Moysen)
Mozes
ὃν
(hon)
die
ἠρνήσαντο
(ernesanto)
verloochenden zij
εἰπόντες
(eipontes)
zeggend
Τίς
(Tis)
wie
σε
(se)
jou
κατέστησεν
(katestesen)
stelde aan
ἄρχοντα
(archonta)
leider
καὶ
(kai)
en
δικαστήν
(dikasten)
rechter
τοῦτον
(touton)
deze
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
καὶ
(kai)
en
ἄρχοντα
(archonta)
leider
καὶ
(kai)
en
λυτρωτὴν
(lytroten)
bevrijder
ἀπέσταλκεν
(apestalken)
heeft gezonden
σὺν
(syn)
met
χειρὶ
(cheiri)
hand
ἀγγέλου
(angelou)
van een engel
τοῦ
(tou)
de
ὀφθέντος
(ophthentos)
verschenen zijnde
αὐτῷ
(auto)
hem
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
βάτῳ
(bato)
braamstruik
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀρνέομαι (arneomai), ‘verloochenen’: het woord van Petrus' verloochening in de evangeliën. λυτρωτής (lytrotes), ‘bevrijder’: iemand die losmaakt, vrijkoopt. σὺν χειρί (syn cheiri), ‘met de hand van’: dat wil zeggen ‘met de hulp van’.

De engel is die van 7:30.

Zie ook Exod. 2:14; Exod. 3:2.

36Hij leidde hen uit en deed wonderen en tekenen in het land Egypte, bij de Rietzee en in de woestijn, 40 jaar lang.
οὗτος
(houtos)
deze
ἐξήγαγεν
(exegagen)
leidde uit
αὐτοὺς
(autous)
hen
ποιήσας
(poiesas)
doende
τέρατα
(terata)
wonderen
καὶ
(kai)
en
σημεῖα
(semeia)
tekenen
ἐν
(en)
in
γῇ
(ge)
land
Αἰγύπτῳ
(Aigypto)
Egypte
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
Ἐρυθρᾷ
(Erythra)
Rode
Θαλάσσῃ
(Thalasse)
zee
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἐρήμῳ
(eremo)
woestijn
ἔτη
(ete)
jaren
τεσσεράκοντα
(tesserakonta)
40
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Zie Rietzee: De Rietzee (Hebreeuws: Yam Suf) wordt gezocht in het gebied van de Bittermeren en de Golf van Suez.

De precieze plaats van de doortocht is niet zeker.

Uitleg

τέρατα καὶ σημεῖα (terata kai semeia), ‘wonderen en tekenen’: zoals in de evangeliën. Ἐρυθρὰ Θάλασσα (Erythra Thalassa) betekent ‘Rode Zee’; in ons OT heet de zee in de vertelling van de uittocht de Rietzee, naar het Hebreeuws, en dat schrijven wij.

Zie ook Exod. 14:21.

Zie ookEx 14:21
37Dit is die Mozes die tot de zonen van Israël zei: ‘Een profeet zal Elohim voor jullie laten opstaan uit jullie broers, zoals mij.’
οὗτός
(houtos)
dit
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
Μωϋσῆς
(Moyses)
Mozes
ὁ
(ho)
die
εἴπας
(eipas)
zei
τοῖς
(tois)
tot de
υἱοῖς
(huiois)
zonen
Ἰσραήλ
(Israel)
van Israël
Προφήτην
(Propheten)
profeet
ὑμῖν
(hymin)
voor jullie
ἀναστήσει
(anastesei)
zal laten opstaan
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
ἀδελφῶν
(adelphon)
broers
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ὡς
(hos)
als
ἐμέ
(eme)
mij
Bron: SBLGNT
Uitleg

Citaat uit Deut. 18:15.

Het Hebreeuws heeft ‘uit je midden, uit je broers’ en ‘voor je’; de Griekse tekst heeft ‘uit jullie broers’ en ‘voor jullie’, en laat ‘uit je midden’ weg. ἀνίστημι (anistemi), hier overgankelijk: ‘laten opstaan’.

Het citaat staat ook in Hand. 3:22.

Zie ook Deut. 18:15; Deut. 18:18.

38Dit is hij die in de gemeente in de woestijn was. Hij was bij de engel die op de berg Sinaï met hem sprak, en bij onze vaders. Hij ontving levende uitspraken om aan ons te geven.
οὗτός
(houtos)
dit
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
γενόμενος
(genomenos)
geweest zijnde
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἐκκλησίᾳ
(ekklesia)
gemeente
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἐρήμῳ
(eremo)
woestijn
μετὰ
(meta)
met
τοῦ
(tou)
de
ἀγγέλου
(angelou)
engel
τοῦ
(tou)
de
λαλοῦντος
(lalountos)
sprekende
αὐτῷ
(auto)
tot hem
ἐν
(en)
op
τῷ
(to)
de
ὄρει
(orei)
berg
Σινᾶ
(Sina)
Sinaï
καὶ
(kai)
en
τῶν
(ton)
de
πατέρων
(pateron)
vaders
ἡμῶν
(hemon)
onze
ὃς
(hos)
die
ἐδέξατο
(edexato)
ontving
λόγια
(logia)
uitspraken
ζῶντα
(zonta)
levende
δοῦναι
(dounai)
om te geven
ἡμῖν
(hemin)
aan ons
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Sinaï: De berg Sinaï wordt van oudsher gezocht bij de Gebel Musa, in het zuiden van het schiereiland Sinaï.

Uitleg

ἐκκλησία (ekklesia), ‘gemeente’: het woord uit de evangeliën.

Hier is het Israël in de woestijn, de bijeengeroepen gemeenschap. λόγια ζῶντα (logia zonta), ‘levende uitspraken’: λόγιον is een goddelijke uitspraak.

De ‘uitspraken’ zijn de geboden die Mozes ontving.

De engel van de Sinaï is ook genoemd in 7:53.

Zie ook Exod. 19:3; Deut. 4:10.

39Hem wilden onze vaders niet gehoorzamen. Zij stootten hem weg en keerden zich in hun harten naar Egypte.
ᾧ
(ho)
wie
οὐκ
(ouk)
niet
ἠθέλησαν
(ethelesan)
wilden
ὑπήκοοι
(hypekooi)
gehoorzaam
γενέσθαι
(genesthai)
worden
οἱ
(hoi)
de
πατέρες
(pateres)
vaders
ἡμῶν
(hemon)
onze
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἀπώσαντο
(aposanto)
stootten weg
καὶ
(kai)
en
ἐστράφησαν
(estraphesan)
keerden zich
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
καρδίαις
(kardiais)
harten
αὐτῶν
(auton)
hun
εἰς
(eis)
naar
Αἴγυπτον
(Aigypton)
Egypte
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Uitleg

ἀπωθέω (apotheo), ‘wegstoten’: zoals in 7:27.

‘In hun harten’ naar Egypte keren: zij wilden terug.

Zie ook Num. 14:3–4.

40Zij zeiden tot Aäron: ‘Maak ons goden die ons voorgaan. Want van deze Mozes, die ons uit het land Egypte heeft geleid, weten wij niet wat er met hem gebeurd is.’
εἰπόντες
(eipontes)
zeggend
τῷ
(to)
tot
Ἀαρών
(Aaron)
Aäron
Ποίησον
(Poieson)
maak
ἡμῖν
(hemin)
ons
θεοὺς
(theous)
goden
οἳ
(hoi)
die
προπορεύσονται
(proporeusontai)
zullen voorgaan
ἡμῶν
(hemon)
ons
ὁ
(ho)
de
γὰρ
(gar)
want
Μωϋσῆς
(Moyses)
Mozes
οὗτος
(houtos)
deze
ὃς
(hos)
die
ἐξήγαγεν
(exegagen)
leidde uit
ἡμᾶς
(hemas)
ons
ἐκ
(ek)
uit
γῆς
(ges)
land
Αἰγύπτου
(Aigyptou)
Egypte
οὐκ
(ouk)
niet
οἴδαμεν
(oidamen)
wij weten
τί
(ti)
wat
ἐγένετο
(egeneto)
gebeurde
αὐτῷ
(auto)
hem
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.

Uitleg

Citaat uit Exod. 32:1.

Het Grieks heeft ‘goden’ in het meervoud, zoals het Hebreeuws, voor de afgodsbeelden.

Zie ook Exod. 32:1.

Zie ookEx 32:1
41Zij maakten in die dagen een kalf, brachten een offer aan het beeld en verheugden zich over de werken van hun handen.
καὶ
(kai)
en
ἐμοσχοποίησαν
(emoschopoiesan)
maakten een kalf
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
ἐκείναις
(ekeinais)
die
καὶ
(kai)
en
ἀνήγαγον
(anegagon)
brachten op
θυσίαν
(thysian)
offer
τῷ
(to)
aan het
εἰδώλῳ
(eidolo)
beeld
καὶ
(kai)
en
εὐφραίνοντο
(euphrainonto)
verheugden zich
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
ἔργοις
(ergois)
werken
τῶν
(ton)
van de
χειρῶν
(cheiron)
handen
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐμοσχοποίησαν (emoschopoiesan), ‘zij maakten een kalf’: één woord, alleen hier in het NT. ἔργα τῶν χειρῶν (erga ton cheiron), ‘de werken van de handen’: een uitdrukking voor afgoden.

Zie ook Exod. 32:4–6.

42Maar Elohim wendde zich af en leverde hen over om de legermacht van de hemel te dienen. Zo staat geschreven in het boek van de profeten: ‘Hebben jullie Mij slachtoffers en offers aangeboden, 40 jaar lang in de woestijn, huis van Israël?
ἔστρεψεν
(estrepsen)
wendde zich af
δὲ
(de)
nu
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
καὶ
(kai)
en
παρέδωκεν
(paredoken)
leverde over
αὐτοὺς
(autous)
hen
λατρεύειν
(latreuein)
om te dienen
τῇ
(te)
aan het
στρατιᾷ
(stratia)
legermacht
τοῦ
(tou)
van de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
καθὼς
(kathos)
zoals
γέγραπται
(gegraptai)
geschreven staat
ἐν
(en)
in
βίβλῳ
(biblo)
boek
τῶν
(ton)
van de
προφητῶν
(propheton)
profeten
Μὴ
(Me)
of
σφάγια
(sphagia)
slachtoffers
καὶ
(kai)
en
θυσίας
(thysias)
offers
προσηνέγκατέ
(prosenenkate)
brachten jullie aan
μοι
(moi)
Mij
ἔτη
(ete)
jaren
τεσσεράκοντα
(tesserakonta)
40
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἐρήμῳ
(eremo)
woestijn
οἶκος
(oikos)
huis
Ἰσραήλ
(Israel)
van Israël
Bron: SBLGNT
Uitleg

στρέφω (strepho), ‘zich afwenden’. παραδίδωμι (paradidomi), ‘overleveren’: zoals in de evangeliën. στρατιὰ τοῦ οὐρανοῦ (stratia tou ouranou), ‘de legermacht van de hemel’: sterren en hemellichamen als goden, zie ook Deut. 4:19.

Het citaat is Amos 5:25–27 (in de Hebreeuwse telling, zoals in onze tekst).

‘Het boek van de profeten’ is waarschijnlijk de verzameling van de twaalf kleine profeten, waartoe Amos behoort.

Het citaat is een vraag, zoals in het Hebreeuws van Amos 5:25.

Zie ook Amos 5:25–27; Deut. 4:19.

43Jullie hebben de tent van Molech opgenomen en de ster van de god Rephan, de beelden die jullie maakten om je ervoor neer te buigen. Ik zal jullie in ballingschap voeren, voorbij Babylon.’
καὶ
(kai)
en
ἀνελάβετε
(anelabete)
namen op
τὴν
(ten)
de
σκηνὴν
(skenen)
tent
τοῦ
(tou)
van
Μολὸχ
(Moloch)
Molech
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
ἄστρον
(astron)
ster
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
god
Ῥαιφάν
(Rhaiphan)
Rephan
τοὺς
(tous)
de
τύπους
(typous)
beelden
οὓς
(hous)
die
ἐποιήσατε
(epoiesate)
maakten jullie
προσκυνεῖν
(proskynein)
om neer te buigen
αὐτοῖς
(autois)
voor hen
καὶ
(kai)
en
μετοικιῶ
(metoikio)
zal in ballingschap voeren
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐπέκεινα
(epekeina)
voorbij
Βαβυλῶνος
(Babylonos)
Babylon
Bron: SBLGNT
Plaats

Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.

Uitleg

Het Hebreeuws van Amos 5:26 heeft ‘Sikkut, jullie koning’ en ‘Kiyun, jullie beelden, de ster van jullie god’; de Griekse tekst heeft ‘de tent van Molech’ en ‘de ster van de god Rephan’.

Het Hebreeuws van Amos 5:27 heeft ‘verder dan Damascus’; de Griekse tekst heeft ‘voorbij Babylon’.

Wij vertalen de Griekse tekst van Stefanus. μετοικίζω (metoikizo): zie 7:4. προσκυνέω (proskyneo), ‘neerbuigen’: zoals in de evangeliën.

Zie ook Amos 5:25–27.

De tabernakel en de tempel

44Onze vaders hadden de tabernakel van het getuigenis in de woestijn. Zo had Hij die tot Mozes sprak, bevolen haar te maken naar het model dat hij had gezien.
Ἡ
(He)
de
σκηνὴ
(skene)
tent
τοῦ
(tou)
van het
μαρτυρίου
(martyriou)
getuigenis
ἦν
(en)
was
τοῖς
(tois)
bij de
πατράσιν
(patrasin)
vaders
ἡμῶν
(hemon)
onze
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἐρήμῳ
(eremo)
woestijn
καθὼς
(kathos)
zoals
διετάξατο
(dietaxato)
beval
ὁ
(ho)
de
λαλῶν
(lalon)
sprekende
τῷ
(to)
tot de
Μωϋσῇ
(Moyse)
Mozes
ποιῆσαι
(poiesai)
te maken
αὐτὴν
(auten)
haar
κατὰ
(kata)
volgens
τὸν
(ton)
het
τύπον
(typon)
model
ὃν
(hon)
dat
ἑωράκει
(heorakei)
hij had gezien
Bron: SBLGNT
Uitleg

σκηνή τοῦ μαρτυρίου (skene tou martyriou), ‘tabernakel van het getuigenis’: zo heet de tent in Exod. 38:21.

Elders in dit boek vertalen wij σκηνή met ‘tent’ of ‘hut’; hier wordt het woord van het OT gebruikt. τύπος (typos), ‘model’. ὁ λαλῶν (ho lalon), ‘Hij die sprak’: Elohim.

Zie ook Exod. 25:8–9; Exod. 25:40.

45Onze vaders brachten haar ook binnen, toen zij haar overnamen met Jozua, bij de inbezitneming van de volken. Elohim verdreef hen voor het aangezicht van onze vaders, tot in de dagen van David.
ἣν
(hen)
die
καὶ
(kai)
ook
εἰσήγαγον
(eisegagon)
brachten binnen
διαδεξάμενοι
(diadexamenoi)
overnemend
οἱ
(hoi)
de
πατέρες
(pateres)
vaders
ἡμῶν
(hemon)
onze
μετὰ
(meta)
met
Ἰησοῦ
(Iesou)
Jozua
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
κατασχέσει
(kataschesei)
inbezitneming
τῶν
(ton)
van de
ἐθνῶν
(ethnon)
volken
ὧν
(hon)
die
ἐξῶσεν
(exosen)
verdreef
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἀπὸ
(apo)
van
προσώπου
(prosopou)
aangezicht
τῶν
(ton)
van de
πατέρων
(pateron)
vaders
ἡμῶν
(hemon)
onze
ἕως
(heos)
tot
τῶν
(ton)
de
ἡμερῶν
(hemeron)
dagen
Δαυίδ
(Dauid)
David
Bron: SBLGNT
Uitleg

Ἰησοῦς (Iesous) is hier Jozua, de opvolger van Mozes: dezelfde naam als Yeshua. διαδέχομαι (diadechomai), ‘overnemen’: zij namen de tabernakel over van de vorige generatie. κατάσχεσις (kataschesis): zie 7:5.

Het Grieks laat open of ‘tot de dagen van David’ bij ‘verdreef’ of bij ‘binnenbrengen’ hoort.

Zie ook Joz. 3:14–17; 2 Sam. 7:2.

46Hij vond genade voor Elohim en vroeg of hij een woonplaats mocht vinden voor de Elohim van Jakob.
ὃς
(hos)
die
εὗρεν
(heuren)
vond
χάριν
(charin)
genade
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
καὶ
(kai)
en
ᾐτήσατο
(etesato)
vroeg
εὑρεῖν
(heurein)
te vinden
σκήνωμα
(skenoma)
woonplaats
τῷ
(to)
voor de
θεῷ
(theo)
Elohim
Ἰακώβ
(Iakob)
van Jakob
Bron: SBLGNT
Uitleg

σκήνωμα (skenoma), ‘woonplaats’.

Het Grieks heeft ‘voor de Elohim van Jakob’; zie ook de Lezing-voetnoot hieronder.

Lezing

In latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) staat hier ‘voor het huis van Jakob’; de SBLGNT heeft ‘voor de Elohim van Jakob’.

Zie ook Ps. 132:4–5.

47Maar Salomo bouwde Hem een huis.
Σολομῶν
(Solomon)
Salomo
δὲ
(de)
nu
οἰκοδόμησεν
(oikodomesen)
bouwde
αὐτῷ
(auto)
hem
οἶκον
(oikon)
huis
Bron: SBLGNT
Uitleg

Dit korte vers is de overgang: David wilde een woonplaats; Salomo bouwde het huis, de tempel.

Zie ook 1 Kon. 8:20.

Zie ook1 Kon 8:20
48Maar de Allerhoogste woont niet in wat met handen gemaakt is, zoals de profeet zegt:
ἀλλ’
(all’)
maar
οὐχ
(ouch)
niet
ὁ
(ho)
de
ὕψιστος
(hypsistos)
Allerhoogste
ἐν
(en)
in
χειροποιήτοις
(cheiropoietois)
met handen gemaakte
κατοικεῖ
(katoikei)
woont
καθὼς
(kathos)
zoals
ὁ
(ho)
de
προφήτης
(prophetes)
profeet
λέγει
(legei)
zegt
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὕψιστος (hypsistos), ‘de Allerhoogste’: zoals in Luc. 1:32. χειροποίητος (cheiropoietos), ‘met handen gemaakt’: wat mensen maken, het tegenovergestelde van wat Elohim maakt.

Lezing

Latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) voegen hier ‘tempels’ toe; de SBLGNT heeft het niet.

Zie ook 1 Kon. 8:27.

49‘De hemel is Mijn troon en de aarde de voetbank voor Mijn voeten. Wat voor huis zullen jullie voor Mij bouwen, zegt Yahweh, of welke plaats is Mijn rustplaats?
Ὁ
(Ho)
de
οὐρανός
(ouranos)
hemel
μοι
(moi)
Mij
θρόνος
(thronos)
troon
ἡ
(he)
de
δὲ
(de)
nu
γῆ
(ge)
aarde
ὑποπόδιον
(hypopodion)
voetbank
τῶν
(ton)
van de
ποδῶν
(podon)
voeten
μου
(mou)
Mijn
ποῖον
(poion)
wat voor
οἶκον
(oikon)
huis
οἰκοδομήσετέ
(oikodomesete)
zullen jullie bouwen
μοι
(moi)
Mij
λέγει
(legei)
zegt
κύριος
(kyrios)
Yahweh
ἢ
(e)
of
τίς
(tis)
welke
τόπος
(topos)
plaats
τῆς
(tes)
van de
καταπαύσεώς
(katapauseos)
rust
μου
(mou)
Mijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Citaat uit Jes. 66:1–2.

Het Hebreeuws begint met ‘Zo zegt Yahweh’; de Griekse tekst heeft ‘zegt Yahweh’ (λέγει κύριος) midden in de zin. ὑποπόδιον (hypopodion), ‘voetbank’: zoals in Matt. 5:35. κατάπαυσις (katapausis), ‘rust’.

Zie ook Jes. 66:1–2; Matt. 5:34–35.

50Heeft Mijn hand dit alles niet gemaakt?’
οὐχὶ
(ouchi)
niet
ἡ
(he)
de
χείρ
(cheir)
hand
μου
(mou)
Mijn
ἐποίησεν
(epoiesen)
maakte
ταῦτα
(tauta)
deze dingen
πάντα
(panta)
alle
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het citaat uit Jes. 66:2 eindigt hier.

Het Hebreeuws heeft een bewering: ‘Mijn hand heeft dit alles gemaakt’; de Griekse tekst heeft een vraag.

Stefanus' eigen woorden gaan in 7:51 verder.

Zie ook Jes. 66:2.

Zie ookJes 66:2

Stefanus beschuldigt zijn toehoorders

51Halsstarrigen, onbesneden van hart en oren! Jullie verzetten je altijd tegen de Heilige Geest. Zoals jullie vaders, zo ook jullie.
Σκληροτράχηλοι
(Sklerotracheloi)
halsstarrigen
καὶ
(kai)
en
ἀπερίτμητοι
(aperitmetoi)
onbesneden
καρδίαις
(kardiais)
aan harten
καὶ
(kai)
en
τοῖς
(tois)
aan de
ὠσίν
(osin)
oren
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ἀεὶ
(aei)
altijd
τῷ
(to)
aan de
πνεύματι
(pneumati)
Geest
τῷ
(to)
de
ἁγίῳ
(hagio)
heilige
ἀντιπίπτετε
(antipiptete)
verzetten zich
ὡς
(hos)
zoals
οἱ
(hoi)
de
πατέρες
(pateres)
vaders
ὑμῶν
(hymon)
jullie
καὶ
(kai)
ook
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

σκληροτράχηλος (sklerotrachelos), ‘halsstarrig’: ‘met een stijve nek’; zo heet het volk in Exod. 33:3 en Deut. 10:16. ἀπερίτμητος (aperitmetos), ‘onbesneden’ van hart en oren: de besnijdenis die telt, is die van het hart. ἀντιπίπτω (antipipto), ‘zich verzetten’.

Hier wendt Stefanus zich rechtstreeks tot de Raad.

Zie ook Exod. 33:3; Deut. 10:16; Jer. 9:25.

52Welke van de profeten hebben jullie vaders niet vervolgd? Zij doodden hen die de komst van de Rechtvaardige van tevoren aankondigden. Van Hem zijn jullie nu de verraders en moordenaars geworden.
τίνα
(tina)
welke
τῶν
(ton)
van de
προφητῶν
(propheton)
profeten
οὐκ
(ouk)
niet
ἐδίωξαν
(edioxan)
vervolgden
οἱ
(hoi)
de
πατέρες
(pateres)
vaders
ὑμῶν
(hymon)
jullie
καὶ
(kai)
en
ἀπέκτειναν
(apekteinan)
doodden
τοὺς
(tous)
de
προκαταγγείλαντας
(prokatangeilantas)
tevoren aankondigenden
περὶ
(peri)
over
τῆς
(tes)
de
ἐλεύσεως
(eleuseos)
komst
τοῦ
(tou)
van de
δικαίου
(dikaiou)
Rechtvaardige
οὗ
(hou)
van wie
νῦν
(nyn)
nu
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
προδόται
(prodotai)
verraders
καὶ
(kai)
en
φονεῖς
(phoneis)
moordenaars
ἐγένεσθε
(egenesthe)
werden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁ δίκαιος (ho dikaios), ‘de Rechtvaardige’: een titel voor de Messias, zoals in Hand. 3:14 en Hand. 22:14.

Wij schrijven het met een hoofdletter. προδότης (prodotes), ‘verrader’; φονεύς (phoneus), ‘moordenaar’.

Zie ook Hand. 3:14.

53Jullie hebben de wet ontvangen op bevel van engelen en haar niet onderhouden.”
οἵτινες
(hoitines)
die
ἐλάβετε
(elabete)
ontvingen
τὸν
(ton)
de
νόμον
(nomon)
wet
εἰς
(eis)
tot
διαταγὰς
(diatagas)
bevelen
ἀγγέλων
(angelon)
van engelen
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἐφυλάξατε
(ephylaxate)
onderhielden
Bron: SBLGNT
Uitleg

εἰς διαταγὰς ἀγγέλων (eis diatagas angelon), ‘op bevel van engelen’: de wet is volgens deze overlevering door engelen overgebracht. φυλάσσω (phylasso), ‘onderhouden’: zoals in Matt. 19:20.

Hier eindigt de rede van Stefanus.

Zie ook Deut. 33:2.

Stefanus wordt gestenigd

54Toen zij dit hoorden, werden zij razend in hun harten en knarsten met de tanden tegen hem.
Ἀκούοντες
(Akouontes)
horend
δὲ
(de)
nu
ταῦτα
(tauta)
deze dingen
διεπρίοντο
(dieprionto)
werden razend
ταῖς
(tais)
in de
καρδίαις
(kardiais)
harten
αὐτῶν
(auton)
hun
καὶ
(kai)
en
ἔβρυχον
(ebrychon)
knarsten
τοὺς
(tous)
de
ὀδόντας
(odontas)
tanden
ἐπ’
(ep’)
tegen
αὐτόν
(auton)
hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

διαπρίω (diaprio), letterlijk ‘doorzagen’: ‘razend worden’; zo ook in 5:33. βρύχω (brycho), ‘knarsen’.

55Maar hij, vol van de Heilige Geest, keek strak naar de hemel. Hij zag de heerlijkheid van Elohim en Yeshua staan aan de rechterhand van Elohim.
ὑπάρχων
(hyparchon)
zijnde
δὲ
(de)
nu
πλήρης
(pleres)
vol
πνεύματος
(pneumatos)
van Geest
ἁγίου
(hagiou)
heilige
ἀτενίσας
(atenisas)
strak aankijkend
εἰς
(eis)
naar
τὸν
(ton)
de
οὐρανὸν
(ouranon)
hemel
εἶδεν
(eiden)
zag
δόξαν
(doxan)
heerlijkheid
θεοῦ
(theou)
van Elohim
καὶ
(kai)
en
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
ἑστῶτα
(hestota)
staand
ἐκ
(ek)
aan
δεξιῶν
(dexion)
rechterhand
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀτενίζω (atenizo), ‘strak aankijken’: zoals in 6:15.

‘Aan de rechterhand van Elohim’: de plaats van eer en macht.

Yeshua staat hier; elders zit Hij, zie Mark. 16:19 en Luc. 22:69.

Dat Hij nu staat, laat het Grieks onbesproken.

Zie ook Ps. 110:1; Luc. 22:69.

56Hij zei: „Zie, ik zie de hemelen geopend en de Mensenzoon staan aan de rechterhand van Elohim.”
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
Ἰδοὺ
(Idou)
zie
θεωρῶ
(theoro)
ik zie
τοὺς
(tous)
de
οὐρανοὺς
(ouranous)
hemelen
διηνοιγμένους
(dienoigmenous)
geopend
καὶ
(kai)
en
τὸν
(ton)
de
υἱὸν
(huion)
Zoon
τοῦ
(tou)
van de
ἀνθρώπου
(anthropou)
mens
ἐκ
(ek)
aan
δεξιῶν
(dexion)
rechterhand
ἑστῶτα
(hestota)
staand
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁ υἱὸς τοῦ ἀνθρώπου (ho huios tou anthropou), ‘de Mensenzoon’: zoals in de evangeliën. διανοίγω (dianoigo), ‘openen’.

Zie ook Dan. 7:13; Luc. 22:69.

57Zij schreeuwden met luide stem, hielden hun oren dicht en stormden eensgezind op hem af.
κράξαντες
(kraxantes)
schreeuwend
δὲ
(de)
nu
φωνῇ
(phone)
stem
μεγάλῃ
(megale)
grote
συνέσχον
(syneschon)
hielden dicht
τὰ
(ta)
de
ὦτα
(ota)
oren
αὐτῶν
(auton)
hun
καὶ
(kai)
en
ὥρμησαν
(hormesan)
stormden
ὁμοθυμαδὸν
(homothymadon)
eensgezind
ἐπ’
(ep’)
op
αὐτόν
(auton)
hem
Bron: SBLGNT
58Zij wierpen hem de stad uit en stenigden hem. De getuigen legden hun mantels neer aan de voeten van een jongeman die Saulus genoemd werd.
καὶ
(kai)
en
ἐκβαλόντες
(ekbalontes)
uitwerpend
ἔξω
(exo)
buiten
τῆς
(tes)
de
πόλεως
(poleos)
stad
ἐλιθοβόλουν
(elithoboloun)
stenigden
καὶ
(kai)
en
οἱ
(hoi)
de
μάρτυρες
(martyres)
getuigen
ἀπέθεντο
(apethento)
legden neer
τὰ
(ta)
de
ἱμάτια
(himatia)
mantels
αὐτῶν
(auton)
hun
παρὰ
(para)
bij
τοὺς
(tous)
de
πόδας
(podas)
voeten
νεανίου
(neaniou)
van een jongeman
καλουμένου
(kaloumenou)
genoemd
Σαύλου
(Saulou)
Saulus
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐκβάλλω ἔξω τῆς πόλεως (ekballo exo tes poleos), ‘de stad uitwerpen’: de steniging gebeurde buiten de stad (Lev. 24:14). νεανίας (neanias), ‘jongeman’. Σαῦλος (Saulos), ‘Saulus’: de latere Paulus; zie 8:1 en 9:1.

Zie ook Lev. 24:14; Deut. 17:7.

59Zij stenigden Stefanus terwijl hij aanriep en zei: „Heer Yeshua, ontvang mijn geest.”
καὶ
(kai)
en
ἐλιθοβόλουν
(elithoboloun)
stenigden
τὸν
(ton)
de
Στέφανον
(Stephanon)
Stefanus
ἐπικαλούμενον
(epikaloumenon)
aanroepend
καὶ
(kai)
en
λέγοντα
(legonta)
zeggend
Κύριε
(Kyrie)
Heer
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
δέξαι
(dexai)
ontvang
τὸ
(to)
de
πνεῦμά
(pneuma)
geest
μου
(mou)
mijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπικαλέω (epikaleo), ‘aanroepen’: het Grieks noemt het voorwerp niet; het volgende woord, ‘Heer Yeshua’, geeft aan tot wie hij zich richt.

Stefanus' gebed lijkt op wat Yeshua zei in Luc. 23:46.

Zie ook Luc. 23:46.

Zie ookLuc 23:46
60Hij knielde neer en riep met luide stem: „Heer, reken hun deze zonde niet aan.” Toen hij dit gezegd had, ontsliep hij.
θεὶς
(theis)
neergelegd hebbend
δὲ
(de)
nu
τὰ
(ta)
de
γόνατα
(gonata)
knieën
ἔκραξεν
(ekraxen)
riep
φωνῇ
(phone)
met stem
μεγάλῃ
(megale)
grote
Κύριε
(Kyrie)
Heer
μὴ
(me)
niet
στήσῃς
(steses)
laat staan
αὐτοῖς
(autois)
hun
ταύτην
(tauten)
deze
τὴν
(ten)
de
ἁμαρτίαν
(hamartian)
zonde
καὶ
(kai)
en
τοῦτο
(touto)
dit
εἰπὼν
(eipon)
gezegd hebbend
ἐκοιμήθη
(ekoimethe)
ontsliep
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἵστημι (histemi), hier ‘laten staan’: ‘reken niet aan’, een uitdrukking uit de rechtspraak.

Vergelijk Luc. 23:34. κοιμάομαι (koimaomai), ‘ontslapen’: zoals in Matt. 27:52; het woord voor de dood van een gelovige.

Zie ook Luc. 23:34.