Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De rede van Stefanus: Abraham
1De hogepriester zei: „Is dit zo?”
Εἶπεν
(Eipen)
zei
δὲ
(de)
nu
ὁ
(ho)
de
ἀρχιερεύς
(archiereus)
hogepriester
Εἰ
(Ei)
of
ταῦτα
(tauta)
deze dingen
οὕτως
(houtos)
zo
ἔχει
(echei)
zich houden
Bron: SBLGNT
Uitleg
ὁ ἀρχιερεύς (ho archiereus), ‘de hogepriester’: hij stelt de vraag uit 6:11–14, of de aanklacht klopt.
Het Grieks heeft alleen ‘Is dit zo?’; wij voegen niets toe.
2Hij zei: „Mannen, broers en vaders, luister. De Elohim van de heerlijkheid verscheen aan onze vader Abraham toen hij in Mesopotamië was, voordat hij zich in Charan vestigde.
ὁ
(ho)
hij
δὲ
(de)
nu
ἔφη
(ephe)
zei
Ἄνδρες
(Andres)
mannen
ἀδελφοὶ
(adelphoi)
broers
καὶ
(kai)
en
πατέρες
(pateres)
vaders
ἀκούσατε
(akousate)
luistert
Ὁ
(Ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
τῆς
(tes)
van de
δόξης
(doxes)
heerlijkheid
ὤφθη
(ophthe)
verscheen
τῷ
(to)
aan de
πατρὶ
(patri)
vader
ἡμῶν
(hemon)
onze
Ἀβραὰμ
(Abraam)
Abraham
ὄντι
(onti)
zijnde
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
Μεσοποταμίᾳ
(Mesopotamia)
Mesopotamië
πρὶν
(prin)
voor
ἢ
(e)
dan
κατοικῆσαι
(katoikesai)
te wonen
αὐτὸν
(auton)
hij
ἐν
(en)
in
Χαρράν
(Charran)
Charan
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Mesopotamië (ongeveer): Mesopotamië is het land tussen de Eufraat en de Tigris, nu vooral Irak, met delen van Syrië en Turkije.
De grenzen zijn bij benadering.
Zie Charan: Charan (Harran) lag in het zuiden van het huidige Turkije, bij de grens met Syrië, in het noorden van Mesopotamië.
Uitleg
Stefanus' rede loopt van 7:2 tot 7:53 en is een overzicht van de geschiedenis van Israël: Abraham (2–8), Jozef (9–16), Mozes (17–43), de tabernakel en de tempel (44–50).
De rede staat tussen één paar aanhalingstekens.
Citaten uit de Schrift staan erin tussen enkele tekens. ὁ θεὸς τῆς δόξης (ho theos tes doxes), ‘de Elohim van de heerlijkheid’. Μεσοποταμία (Mesopotamia), ‘Mesopotamië’: letterlijk ‘land tussen de rivieren’. Χαρράν (Charran) is Charan, zoals in Gen. 11:31.
3Hij zei tegen hem: ‘Ga weg uit je land en uit je familie, en kom naar het land dat Ik je zal tonen.’
καὶ
(kai)
en
εἶπεν
(eipen)
zei
πρὸς
(pros)
tot
αὐτόν
(auton)
hem
Ἔξελθε
(Exelthe)
ga uit
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
het
γῆς
(ges)
land
σου
(sou)
je
καὶ
(kai)
en
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
de
συγγενείας
(syngeneias)
verwantschap
σου
(sou)
je
καὶ
(kai)
en
δεῦρο
(deuro)
kom
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
het
γῆν
(gen)
land
ἣν
(hen)
dat
ἄν
(an)
(ooit)
σοι
(soi)
je
δείξω
(deixo)
Ik zal tonen
Bron: SBLGNT
Uitleg
Citaat uit Gen. 12:1.
De woorden ‘en uit het huis van je vader’ uit het OT staan hier niet; wij vertalen wat er staat. ἄν (an) is een Grieks partikel zonder eigen vertaling.
4Toen ging hij weg uit het land van de Chaldeeën en vestigde zich in Charan. Vandaar liet Hij hem verhuizen naar dit land waarin jullie nu wonen, nadat zijn vader gestorven was.
τότε
(tote)
toen
ἐξελθὼν
(exelthon)
uitgegaan zijnde
ἐκ
(ek)
uit
γῆς
(ges)
land
Χαλδαίων
(Chaldaion)
Chaldeeën
κατῴκησεν
(katokesen)
vestigde zich
ἐν
(en)
in
Χαρράν
(Charran)
Charan
κἀκεῖθεν
(kakeithen)
en vandaar
μετὰ
(meta)
na
τὸ
(to)
het
ἀποθανεῖν
(apothanein)
sterven
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
vader
αὐτοῦ
(autou)
zijn
μετῴκισεν
(metokisen)
liet verhuizen
αὐτὸν
(auton)
hem
εἰς
(eis)
naar
τὴν
(ten)
het
γῆν
(gen)
land
ταύτην
(tauten)
dit
εἰς
(eis)
naar
ἣν
(hen)
welk
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
νῦν
(nyn)
nu
κατοικεῖτε
(katoikeite)
wonen
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Chaldea (land van de Chaldeeën): De Chaldeeën woonden in het zuiden van Babylonië, in het zuiden van het huidige Irak.
Zie Charan: Charan (Harran) lag in het zuiden van het huidige Turkije, bij de grens met Syrië, in het noorden van Mesopotamië.
Uitleg
μετοικίζω (metoikizo), ‘laten verhuizen’: hetzelfde werkwoord staat in 7:43, waar wij ‘in ballingschap voeren’ schrijven.
Het Grieks noemt het onderwerp niet; uit de samenhang is het Elohim, vandaar ‘Hij’.
In Gen. 11:32 sterft Terach in Charan, in Gen. 12:4 vertrekt Abraham daarna.
5Hij gaf hem daarin geen erfdeel, zelfs geen voetbreed. Wel beloofde Hij het hem in bezit te geven, en na hem ook aan zijn nageslacht, terwijl hij geen kind had.
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἔδωκεν
(edoken)
gaf
αὐτῷ
(auto)
hem
κληρονομίαν
(kleronomian)
erfdeel
ἐν
(en)
in
αὐτῇ
(aute)
haar
οὐδὲ
(oude)
ook niet
βῆμα
(bema)
stap
ποδός
(podos)
van een voet
καὶ
(kai)
en
ἐπηγγείλατο
(epengeilato)
beloofde
δοῦναι
(dounai)
te geven
αὐτῷ
(auto)
hem
εἰς
(eis)
tot
κατάσχεσιν
(kataschesin)
bezit
αὐτὴν
(auten)
haar
καὶ
(kai)
en
τῷ
(to)
aan het
σπέρματι
(spermati)
nageslacht
αὐτοῦ
(autou)
zijn
μετ’
(met’)
na
αὐτόν
(auton)
hem
οὐκ
(ouk)
niet
ὄντος
(ontos)
zijnd
αὐτῷ
(auto)
hem
τέκνου
(teknou)
kind
Bron: SBLGNT
Uitleg
βῆμα ποδός (bema podos), ‘een voetbreed’: letterlijk ‘de stap van een voet’. κατάσχεσις (kataschesis), ‘bezit’: hetzelfde woord staat in 7:45.
6Elohim sprak aldus: ‘Zijn nageslacht zal een vreemdeling zijn in een land van anderen. Men zal het tot slaaf maken en onderdrukken, 400 jaar lang.
ἐλάλησεν
(elalesen)
sprak
δὲ
(de)
nu
οὕτως
(houtos)
aldus
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ὅτι
(hoti)
dat
ἔσται
(estai)
zal zijn
τὸ
(to)
het
σπέρμα
(sperma)
nageslacht
αὐτοῦ
(autou)
zijn
πάροικον
(paroikon)
vreemdeling
ἐν
(en)
in
γῇ
(ge)
land
ἀλλοτρίᾳ
(allotria)
van anderen
καὶ
(kai)
en
δουλώσουσιν
(doulosousin)
zij zullen tot slaaf maken
αὐτὸ
(auto)
het
καὶ
(kai)
en
κακώσουσιν
(kakosousin)
zij zullen onderdrukken
ἔτη
(ete)
jaren
τετρακόσια
(tetrakosia)
400
Bron: SBLGNT
Uitleg
Vanaf hier (6–7) citeert Stefanus Gen. 15:13–14 vrij, met een woord uit Exod. 3:12 in 7:7.
De Griekse tekst heeft 400 jaar, zoals Gen. 15:13; Exod. 12:40 noemt 430 jaar. κακόω (kakoo), ‘onderdrukken’: zo ook in 7:19. πάροικος (paroikos), ‘vreemdeling’: iemand die zonder eigen burgerrecht ergens woont.
7Het volk dat zij zullen dienen, zal Ik oordelen’, zei Elohim, ‘en daarna zullen zij uittrekken en Mij dienen op deze plaats.’
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
ἔθνος
(ethnos)
volk
ᾧ
(ho)
dat
ἐὰν
(ean)
(ooit)
δουλεύσουσιν
(douleusousin)
zij zullen dienen
κρινῶ
(krino)
zal oordelen
ἐγώ
(ego)
Ik
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
εἶπεν
(eipen)
zei
καὶ
(kai)
en
μετὰ
(meta)
na
ταῦτα
(tauta)
dit
ἐξελεύσονται
(exeleusontai)
zullen uittrekken
καὶ
(kai)
en
λατρεύσουσίν
(latreusousin)
zullen dienen
μοι
(moi)
Mij
ἐν
(en)
op
τῷ
(to)
de
τόπῳ
(topo)
plaats
τούτῳ
(touto)
deze
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het citaat van 7:6 loopt hier door.
‘Zei Elohim’ staat midden in de zin, zoals in het Grieks.
De laatste woorden, ‘en Mij dienen op deze plaats’, volgen Exod. 3:12 (‘jullie zullen Elohim dienen op deze berg’); Stefanus verbindt twee woorden uit de Schrift.
8Hij gaf hem het verbond van de besnijdenis. Zo verwekte Abraham Isaak en besneed hem op de achtste dag. Isaak verwekte Jakob, en Jakob de twaalf aartsvaders.
καὶ
(kai)
en
ἔδωκεν
(edoken)
gaf
αὐτῷ
(auto)
hem
διαθήκην
(diatheken)
verbond
περιτομῆς
(peritomes)
van besnijdenis
καὶ
(kai)
en
οὕτως
(houtos)
zo
ἐγέννησεν
(egennesen)
verwekte
τὸν
(ton)
de
Ἰσαὰκ
(Isaak)
Isaak
καὶ
(kai)
en
περιέτεμεν
(perietemen)
besneed
αὐτὸν
(auton)
hem
τῇ
(te)
op de
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
τῇ
(te)
de
ὀγδόῃ
(ogdoe)
achtste
καὶ
(kai)
en
Ἰσαὰκ
(Isaak)
Isaak
τὸν
(ton)
de
Ἰακώβ
(Iakob)
Jakob
καὶ
(kai)
en
Ἰακὼβ
(Iakob)
Jakob
τοὺς
(tous)
de
δώδεκα
(dodeka)
twaalf
πατριάρχας
(patriarchas)
aartsvaders
Bron: SBLGNT
Uitleg
διαθήκη περιτομῆς (diatheke peritomes), ‘verbond van besnijdenis’: het verbond waarvan de besnijdenis het teken is. πατριάρχης (patriarches), ‘aartsvader’: de twaalf zonen van Jakob, de stamvaders; het woord komt in de evangeliën niet voor.
Het onderwerp van ‘verwekte’ is in het Grieks niet genoemd; het is Abraham.
10Hij redde hem uit al zijn verdrukkingen en gaf hem genade en wijsheid voor de farao, de koning van Egypte. Hij stelde hem aan als leider over Egypte en over heel zijn huis.
καὶ
(kai)
en
ἐξείλατο
(exeilato)
redde
αὐτὸν
(auton)
hem
ἐκ
(ek)
uit
πασῶν
(pason)
alle
τῶν
(ton)
de
θλίψεων
(thlipseon)
verdrukkingen
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
ἔδωκεν
(edoken)
gaf
αὐτῷ
(auto)
hem
χάριν
(charin)
genade
καὶ
(kai)
en
σοφίαν
(sophian)
wijsheid
ἐναντίον
(enantion)
voor
Φαραὼ
(Pharao)
farao
βασιλέως
(basileos)
koning
Αἰγύπτου
(Aigyptou)
van Egypte
καὶ
(kai)
en
κατέστησεν
(katestesen)
stelde aan
αὐτὸν
(auton)
hem
ἡγούμενον
(hegoumenon)
leider
ἐπ’
(ep’)
over
Αἴγυπτον
(Aigypton)
Egypte
καὶ
(kai)
en
ὅλον
(holon)
heel
τὸν
(ton)
het
οἶκον
(oikon)
huis
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
θλῖψις (thlipsis), ‘verdrukking’: zo ook in 7:11. χάρις (charis), ‘genade’: hier in de zin van gunst bij de farao; wij houden het woord van de evangeliën. ἡγούμενος (hegoumenos), ‘leider’.
11Er kwam een hongersnood over heel Egypte en Kanaän, en een grote verdrukking. Onze vaders vonden geen voedsel.
ἦλθεν
(elthen)
kwam
δὲ
(de)
nu
λιμὸς
(limos)
hongersnood
ἐφ’
(eph’)
over
ὅλην
(holen)
heel
τὴν
(ten)
de
Αἴγυπτον
(Aigypton)
Egypte
καὶ
(kai)
en
Χανάαν
(Chanaan)
Kanaän
καὶ
(kai)
en
θλῖψις
(thlipsis)
verdrukking
μεγάλη
(megale)
grote
καὶ
(kai)
en
οὐχ
(ouch)
niet
ηὕρισκον
(heyriskon)
vonden
χορτάσματα
(chortasmata)
voedsel
οἱ
(hoi)
de
πατέρες
(pateres)
vaders
ἡμῶν
(hemon)
onze
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Zie Kanaän: Kanaän is het land aan de oostkust van de Middellandse Zee, ongeveer het gebied van het huidige Israël, de Palestijnse gebieden en Libanon.
Uitleg
χόρτασμα (chortasma), eigenlijk ‘voer’; hier ‘voedsel’.
In Gen. 41–42 gaat het om graan; het Grieks gebruikt het woord σιτία in 7:12.
23Toen de tijd van 40 jaar voor hem voltooid was, kwam het in zijn hart op zijn broers te bezoeken, de zonen van Israël.
Ὡς
(Hos)
toen
δὲ
(de)
nu
ἐπληροῦτο
(eplerouto)
werd vervuld
αὐτῷ
(auto)
hem
τεσσερακονταετὴς
(tesserakontaetes)
40-jarige
χρόνος
(chronos)
tijd
ἀνέβη
(anebe)
kwam op
ἐπὶ
(epi)
in
τὴν
(ten)
het
καρδίαν
(kardian)
hart
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἐπισκέψασθαι
(episkepsasthai)
te bezoeken
τοὺς
(tous)
de
ἀδελφοὺς
(adelphous)
broers
αὐτοῦ
(autou)
zijn
τοὺς
(tous)
de
υἱοὺς
(huious)
zonen
Ἰσραήλ
(Israel)
van Israël
Bron: SBLGNT
Uitleg
τεσσερακονταετής (tesserakontaetes), ‘40-jarig’; in Exod. 2 staat niet hoe oud Mozes toen was. ἀνέβη ἐπὶ τὴν καρδίαν (anebe epi ten kardian), ‘het kwam op in zijn hart’: het idee kwam bij hem op. ἐπισκέπτομαι (episkeptomai), ‘bezoeken’.
25Hij meende dat zijn broers zouden begrijpen dat Elohim hun door zijn hand redding gaf. Maar zij begrepen het niet.
ἐνόμιζεν
(enomizen)
meende
δὲ
(de)
nu
συνιέναι
(synienai)
begrijpen
τοὺς
(tous)
de
ἀδελφοὺς
(adelphous)
broers
ὅτι
(hoti)
dat
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
διὰ
(dia)
door
χειρὸς
(cheiros)
hand
αὐτοῦ
(autou)
zijn
δίδωσιν
(didosin)
geeft
σωτηρίαν
(soterian)
redding
αὐτοῖς
(autois)
hun
οἱ
(hoi)
zij
δὲ
(de)
nu
οὐ
(ou)
niet
συνῆκαν
(synekan)
begrepen
Bron: SBLGNT
Uitleg
Dit vers staat niet in Exod. 2; Stefanus legt uit wat Mozes dacht. σωτηρία (soteria), ‘redding’: zoals in de evangeliën.
‘Door zijn hand’ betekent ‘door hem’.
26De volgende dag verscheen hij bij hen terwijl zij vochten, en hij probeerde hen tot vrede te brengen. Hij zei: ‘Mannen, jullie zijn broers. Waarom doen jullie elkaar onrecht aan?’
τῇ
(te)
de
τε
(te)
en
ἐπιούσῃ
(epiouse)
volgende
ἡμέρᾳ
(hemera)
dag
ὤφθη
(ophthe)
verscheen
αὐτοῖς
(autois)
hun
μαχομένοις
(machomenois)
vechtend
καὶ
(kai)
en
συνήλλασσεν
(synellassen)
probeerde te verzoenen
αὐτοὺς
(autous)
hen
εἰς
(eis)
tot
εἰρήνην
(eirenen)
vrede
εἰπών
(eipon)
zeggend
Ἄνδρες
(Andres)
mannen
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
ἐστε
(este)
zijn jullie
ἱνατί
(hinati)
waarom
ἀδικεῖτε
(adikeite)
doen jullie onrecht
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het Grieks heeft ‘probeerde te verzoenen’ (onvoltooide tijd van συναλλάσσω, synallasso). ἀδικέω (adikeo), ‘onrecht doen’.
33Yahweh zei tegen hem: ‘Maak de sandalen van je voeten los, want de plaats waarop je staat, is heilige grond.
εἶπεν
(eipen)
zei
δὲ
(de)
nu
αὐτῷ
(auto)
hem
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Yahweh
Λῦσον
(Lyson)
maak los
τὸ
(to)
de
ὑπόδημα
(hypodema)
sandaal
τῶν
(ton)
van de
ποδῶν
(podon)
voeten
σου
(sou)
je
ὁ
(ho)
de
γὰρ
(gar)
want
τόπος
(topos)
plaats
ἐφ’
(eph’)
op
ᾧ
(ho)
welke
ἕστηκας
(hestekas)
je staat
γῆ
(ge)
grond
ἁγία
(hagia)
heilige
ἐστίν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg
Citaat uit Exod. 3:5. ὁ κύριος (ho kyrios) is hier Yahweh, zoals in 7:31. ὑπόδημα (hypodema), ‘sandaal’: het Grieks heeft het enkelvoud, voor het paar.
34Ik heb de onderdrukking van Mijn volk in Egypte zeker gezien, Ik heb hun gezucht gehoord en Ik ben afgedaald om hen te redden. Kom nu, Ik zal je naar Egypte zenden.’
ἰδὼν
(idon)
ziende
εἶδον
(eidon)
zag ik
τὴν
(ten)
de
κάκωσιν
(kakosin)
onderdrukking
τοῦ
(tou)
van het
λαοῦ
(laou)
volk
μου
(mou)
Mijn
τοῦ
(tou)
dat
ἐν
(en)
in
Αἰγύπτῳ
(Aigypto)
Egypte
καὶ
(kai)
en
τοῦ
(tou)
van het
στεναγμοῦ
(stenagmou)
gezucht
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἤκουσα
(ekousa)
hoorde ik
καὶ
(kai)
en
κατέβην
(kateben)
daalde ik af
ἐξελέσθαι
(exelesthai)
om te redden
αὐτούς
(autous)
hen
καὶ
(kai)
en
νῦν
(nyn)
nu
δεῦρο
(deuro)
kom
ἀποστείλω
(aposteilo)
zal Ik zenden
σε
(se)
je
εἰς
(eis)
naar
Αἴγυπτον
(Aigypton)
Egypte
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
Citaat uit Exod. 3:7–8,10. ἰδὼν εἶδον (idon eidon), ‘zeker gezien’: letterlijk ‘ziende zag ik’, een Hebreeuwse versterking. κάκωσις (kakosis), ‘onderdrukking’: van κακόω, zie 7:6. ἐξαιρέω (exaireo), ‘redden’: zoals in 7:10. ἀποστέλλω (apostello) is ‘zenden’.
35Deze Mozes hadden zij verloochend toen zij zeiden: ‘Wie heeft jou aangesteld als leider en rechter?’ Juist hem heeft Elohim als leider en bevrijder gezonden, met de hand van de engel die hem in de braamstruik verscheen.
Τοῦτον
(Touton)
dit
τὸν
(ton)
de
Μωϋσῆν
(Moysen)
Mozes
ὃν
(hon)
die
ἠρνήσαντο
(ernesanto)
verloochenden zij
εἰπόντες
(eipontes)
zeggend
Τίς
(Tis)
wie
σε
(se)
jou
κατέστησεν
(katestesen)
stelde aan
ἄρχοντα
(archonta)
leider
καὶ
(kai)
en
δικαστήν
(dikasten)
rechter
τοῦτον
(touton)
deze
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
καὶ
(kai)
en
ἄρχοντα
(archonta)
leider
καὶ
(kai)
en
λυτρωτὴν
(lytroten)
bevrijder
ἀπέσταλκεν
(apestalken)
heeft gezonden
σὺν
(syn)
met
χειρὶ
(cheiri)
hand
ἀγγέλου
(angelou)
van een engel
τοῦ
(tou)
de
ὀφθέντος
(ophthentos)
verschenen zijnde
αὐτῷ
(auto)
hem
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
βάτῳ
(bato)
braamstruik
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀρνέομαι (arneomai), ‘verloochenen’: het woord van Petrus' verloochening in de evangeliën. λυτρωτής (lytrotes), ‘bevrijder’: iemand die losmaakt, vrijkoopt. σὺν χειρί (syn cheiri), ‘met de hand van’: dat wil zeggen ‘met de hulp van’.
36Hij leidde hen uit en deed wonderen en tekenen in het land Egypte, bij de Rietzee en in de woestijn, 40 jaar lang.
οὗτος
(houtos)
deze
ἐξήγαγεν
(exegagen)
leidde uit
αὐτοὺς
(autous)
hen
ποιήσας
(poiesas)
doende
τέρατα
(terata)
wonderen
καὶ
(kai)
en
σημεῖα
(semeia)
tekenen
ἐν
(en)
in
γῇ
(ge)
land
Αἰγύπτῳ
(Aigypto)
Egypte
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
Ἐρυθρᾷ
(Erythra)
Rode
Θαλάσσῃ
(Thalasse)
zee
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἐρήμῳ
(eremo)
woestijn
ἔτη
(ete)
jaren
τεσσεράκοντα
(tesserakonta)
40
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Zie Rietzee: De Rietzee (Hebreeuws: Yam Suf) wordt gezocht in het gebied van de Bittermeren en de Golf van Suez.
De precieze plaats van de doortocht is niet zeker.
Uitleg
τέρατα καὶ σημεῖα (terata kai semeia), ‘wonderen en tekenen’: zoals in de evangeliën. Ἐρυθρὰ Θάλασσα (Erythra Thalassa) betekent ‘Rode Zee’; in ons OT heet de zee in de vertelling van de uittocht de Rietzee, naar het Hebreeuws, en dat schrijven wij.
37Dit is die Mozes die tot de zonen van Israël zei: ‘Een profeet zal Elohim voor jullie laten opstaan uit jullie broers, zoals mij.’
οὗτός
(houtos)
dit
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
Μωϋσῆς
(Moyses)
Mozes
ὁ
(ho)
die
εἴπας
(eipas)
zei
τοῖς
(tois)
tot de
υἱοῖς
(huiois)
zonen
Ἰσραήλ
(Israel)
van Israël
Προφήτην
(Propheten)
profeet
ὑμῖν
(hymin)
voor jullie
ἀναστήσει
(anastesei)
zal laten opstaan
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἐκ
(ek)
uit
τῶν
(ton)
de
ἀδελφῶν
(adelphon)
broers
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ὡς
(hos)
als
ἐμέ
(eme)
mij
Bron: SBLGNT
Uitleg
Citaat uit Deut. 18:15.
Het Hebreeuws heeft ‘uit je midden, uit je broers’ en ‘voor je’; de Griekse tekst heeft ‘uit jullie broers’ en ‘voor jullie’, en laat ‘uit je midden’ weg. ἀνίστημι (anistemi), hier overgankelijk: ‘laten opstaan’.
38Dit is hij die in de gemeente in de woestijn was. Hij was bij de engel die op de berg Sinaï met hem sprak, en bij onze vaders. Hij ontving levende uitspraken om aan ons te geven.
οὗτός
(houtos)
dit
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
γενόμενος
(genomenos)
geweest zijnde
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἐκκλησίᾳ
(ekklesia)
gemeente
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἐρήμῳ
(eremo)
woestijn
μετὰ
(meta)
met
τοῦ
(tou)
de
ἀγγέλου
(angelou)
engel
τοῦ
(tou)
de
λαλοῦντος
(lalountos)
sprekende
αὐτῷ
(auto)
tot hem
ἐν
(en)
op
τῷ
(to)
de
ὄρει
(orei)
berg
Σινᾶ
(Sina)
Sinaï
καὶ
(kai)
en
τῶν
(ton)
de
πατέρων
(pateron)
vaders
ἡμῶν
(hemon)
onze
ὃς
(hos)
die
ἐδέξατο
(edexato)
ontving
λόγια
(logia)
uitspraken
ζῶντα
(zonta)
levende
δοῦναι
(dounai)
om te geven
ἡμῖν
(hemin)
aan ons
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Sinaï: De berg Sinaï wordt van oudsher gezocht bij de Gebel Musa, in het zuiden van het schiereiland Sinaï.
Uitleg
ἐκκλησία (ekklesia), ‘gemeente’: het woord uit de evangeliën.
Hier is het Israël in de woestijn, de bijeengeroepen gemeenschap. λόγια ζῶντα (logia zonta), ‘levende uitspraken’: λόγιον is een goddelijke uitspraak.
De ‘uitspraken’ zijn de geboden die Mozes ontving.
40Zij zeiden tot Aäron: ‘Maak ons goden die ons voorgaan. Want van deze Mozes, die ons uit het land Egypte heeft geleid, weten wij niet wat er met hem gebeurd is.’
εἰπόντες
(eipontes)
zeggend
τῷ
(to)
tot
Ἀαρών
(Aaron)
Aäron
Ποίησον
(Poieson)
maak
ἡμῖν
(hemin)
ons
θεοὺς
(theous)
goden
οἳ
(hoi)
die
προπορεύσονται
(proporeusontai)
zullen voorgaan
ἡμῶν
(hemon)
ons
ὁ
(ho)
de
γὰρ
(gar)
want
Μωϋσῆς
(Moyses)
Mozes
οὗτος
(houtos)
deze
ὃς
(hos)
die
ἐξήγαγεν
(exegagen)
leidde uit
ἡμᾶς
(hemas)
ons
ἐκ
(ek)
uit
γῆς
(ges)
land
Αἰγύπτου
(Aigyptou)
Egypte
οὐκ
(ouk)
niet
οἴδαμεν
(oidamen)
wij weten
τί
(ti)
wat
ἐγένετο
(egeneto)
gebeurde
αὐτῷ
(auto)
hem
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Egypte: Egypte ligt rond de Nijl, van de delta aan de Middellandse Zee tot ver naar het zuiden.
Uitleg
Citaat uit Exod. 32:1.
Het Grieks heeft ‘goden’ in het meervoud, zoals het Hebreeuws, voor de afgodsbeelden.
41Zij maakten in die dagen een kalf, brachten een offer aan het beeld en verheugden zich over de werken van hun handen.
καὶ
(kai)
en
ἐμοσχοποίησαν
(emoschopoiesan)
maakten een kalf
ἐν
(en)
in
ταῖς
(tais)
de
ἡμέραις
(hemerais)
dagen
ἐκείναις
(ekeinais)
die
καὶ
(kai)
en
ἀνήγαγον
(anegagon)
brachten op
θυσίαν
(thysian)
offer
τῷ
(to)
aan het
εἰδώλῳ
(eidolo)
beeld
καὶ
(kai)
en
εὐφραίνοντο
(euphrainonto)
verheugden zich
ἐν
(en)
in
τοῖς
(tois)
de
ἔργοις
(ergois)
werken
τῶν
(ton)
van de
χειρῶν
(cheiron)
handen
αὐτῶν
(auton)
hun
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἐμοσχοποίησαν (emoschopoiesan), ‘zij maakten een kalf’: één woord, alleen hier in het NT. ἔργα τῶν χειρῶν (erga ton cheiron), ‘de werken van de handen’: een uitdrukking voor afgoden.
42Maar Elohim wendde zich af en leverde hen over om de legermacht van de hemel te dienen. Zo staat geschreven in het boek van de profeten: ‘Hebben jullie Mij slachtoffers en offers aangeboden, 40 jaar lang in de woestijn, huis van Israël?
ἔστρεψεν
(estrepsen)
wendde zich af
δὲ
(de)
nu
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
καὶ
(kai)
en
παρέδωκεν
(paredoken)
leverde over
αὐτοὺς
(autous)
hen
λατρεύειν
(latreuein)
om te dienen
τῇ
(te)
aan het
στρατιᾷ
(stratia)
legermacht
τοῦ
(tou)
van de
οὐρανοῦ
(ouranou)
hemel
καθὼς
(kathos)
zoals
γέγραπται
(gegraptai)
geschreven staat
ἐν
(en)
in
βίβλῳ
(biblo)
boek
τῶν
(ton)
van de
προφητῶν
(propheton)
profeten
Μὴ
(Me)
of
σφάγια
(sphagia)
slachtoffers
καὶ
(kai)
en
θυσίας
(thysias)
offers
προσηνέγκατέ
(prosenenkate)
brachten jullie aan
μοι
(moi)
Mij
ἔτη
(ete)
jaren
τεσσεράκοντα
(tesserakonta)
40
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἐρήμῳ
(eremo)
woestijn
οἶκος
(oikos)
huis
Ἰσραήλ
(Israel)
van Israël
Bron: SBLGNT
Uitleg
στρέφω (strepho), ‘zich afwenden’. παραδίδωμι (paradidomi), ‘overleveren’: zoals in de evangeliën. στρατιὰ τοῦ οὐρανοῦ (stratia tou ouranou), ‘de legermacht van de hemel’: sterren en hemellichamen als goden, zie ook Deut. 4:19.
Het citaat is Amos 5:25–27 (in de Hebreeuwse telling, zoals in onze tekst).
‘Het boek van de profeten’ is waarschijnlijk de verzameling van de twaalf kleine profeten, waartoe Amos behoort.
Het citaat is een vraag, zoals in het Hebreeuws van Amos 5:25.
43Jullie hebben de tent van Molech opgenomen en de ster van de god Rephan, de beelden die jullie maakten om je ervoor neer te buigen. Ik zal jullie in ballingschap voeren, voorbij Babylon.’
καὶ
(kai)
en
ἀνελάβετε
(anelabete)
namen op
τὴν
(ten)
de
σκηνὴν
(skenen)
tent
τοῦ
(tou)
van
Μολὸχ
(Moloch)
Molech
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
de
ἄστρον
(astron)
ster
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
god
Ῥαιφάν
(Rhaiphan)
Rephan
τοὺς
(tous)
de
τύπους
(typous)
beelden
οὓς
(hous)
die
ἐποιήσατε
(epoiesate)
maakten jullie
προσκυνεῖν
(proskynein)
om neer te buigen
αὐτοῖς
(autois)
voor hen
καὶ
(kai)
en
μετοικιῶ
(metoikio)
zal in ballingschap voeren
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἐπέκεινα
(epekeina)
voorbij
Βαβυλῶνος
(Babylonos)
Babylon
Bron: SBLGNT
Plaats
Zie Babel: Babel (Babylon) lag aan de Eufraat, ongeveer 85 km ten zuiden van het huidige Bagdad.
Uitleg
Het Hebreeuws van Amos 5:26 heeft ‘Sikkut, jullie koning’ en ‘Kiyun, jullie beelden, de ster van jullie god’; de Griekse tekst heeft ‘de tent van Molech’ en ‘de ster van de god Rephan’.
Het Hebreeuws van Amos 5:27 heeft ‘verder dan Damascus’; de Griekse tekst heeft ‘voorbij Babylon’.
Wij vertalen de Griekse tekst van Stefanus. μετοικίζω (metoikizo): zie 7:4. προσκυνέω (proskyneo), ‘neerbuigen’: zoals in de evangeliën.
44Onze vaders hadden de tabernakel van het getuigenis in de woestijn. Zo had Hij die tot Mozes sprak, bevolen haar te maken naar het model dat hij had gezien.
Ἡ
(He)
de
σκηνὴ
(skene)
tent
τοῦ
(tou)
van het
μαρτυρίου
(martyriou)
getuigenis
ἦν
(en)
was
τοῖς
(tois)
bij de
πατράσιν
(patrasin)
vaders
ἡμῶν
(hemon)
onze
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
ἐρήμῳ
(eremo)
woestijn
καθὼς
(kathos)
zoals
διετάξατο
(dietaxato)
beval
ὁ
(ho)
de
λαλῶν
(lalon)
sprekende
τῷ
(to)
tot de
Μωϋσῇ
(Moyse)
Mozes
ποιῆσαι
(poiesai)
te maken
αὐτὴν
(auten)
haar
κατὰ
(kata)
volgens
τὸν
(ton)
het
τύπον
(typon)
model
ὃν
(hon)
dat
ἑωράκει
(heorakei)
hij had gezien
Bron: SBLGNT
Uitleg
σκηνή τοῦ μαρτυρίου (skene tou martyriou), ‘tabernakel van het getuigenis’: zo heet de tent in Exod. 38:21.
Elders in dit boek vertalen wij σκηνή met ‘tent’ of ‘hut’; hier wordt het woord van het OT gebruikt. τύπος (typos), ‘model’. ὁ λαλῶν (ho lalon), ‘Hij die sprak’: Elohim.
45Onze vaders brachten haar ook binnen, toen zij haar overnamen met Jozua, bij de inbezitneming van de volken. Elohim verdreef hen voor het aangezicht van onze vaders, tot in de dagen van David.
ἣν
(hen)
die
καὶ
(kai)
ook
εἰσήγαγον
(eisegagon)
brachten binnen
διαδεξάμενοι
(diadexamenoi)
overnemend
οἱ
(hoi)
de
πατέρες
(pateres)
vaders
ἡμῶν
(hemon)
onze
μετὰ
(meta)
met
Ἰησοῦ
(Iesou)
Jozua
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
κατασχέσει
(kataschesei)
inbezitneming
τῶν
(ton)
van de
ἐθνῶν
(ethnon)
volken
ὧν
(hon)
die
ἐξῶσεν
(exosen)
verdreef
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
ἀπὸ
(apo)
van
προσώπου
(prosopou)
aangezicht
τῶν
(ton)
van de
πατέρων
(pateron)
vaders
ἡμῶν
(hemon)
onze
ἕως
(heos)
tot
τῶν
(ton)
de
ἡμερῶν
(hemeron)
dagen
Δαυίδ
(Dauid)
David
Bron: SBLGNT
Uitleg
Ἰησοῦς (Iesous) is hier Jozua, de opvolger van Mozes: dezelfde naam als Yeshua. διαδέχομαι (diadechomai), ‘overnemen’: zij namen de tabernakel over van de vorige generatie. κατάσχεσις (kataschesis): zie 7:5.
Het Grieks laat open of ‘tot de dagen van David’ bij ‘verdreef’ of bij ‘binnenbrengen’ hoort.
48Maar de Allerhoogste woont niet in wat met handen gemaakt is, zoals de profeet zegt:
ἀλλ’
(all’)
maar
οὐχ
(ouch)
niet
ὁ
(ho)
de
ὕψιστος
(hypsistos)
Allerhoogste
ἐν
(en)
in
χειροποιήτοις
(cheiropoietois)
met handen gemaakte
κατοικεῖ
(katoikei)
woont
καθὼς
(kathos)
zoals
ὁ
(ho)
de
προφήτης
(prophetes)
profeet
λέγει
(legei)
zegt
Bron: SBLGNT
Uitleg
ὕψιστος (hypsistos), ‘de Allerhoogste’: zoals in Luc. 1:32. χειροποίητος (cheiropoietos), ‘met handen gemaakt’: wat mensen maken, het tegenovergestelde van wat Elohim maakt.
Lezing
Latere handschriften (Textus Receptus, Byzantijnse tekst) voegen hier ‘tempels’ toe; de SBLGNT heeft het niet.
49‘De hemel is Mijn troon en de aarde de voetbank voor Mijn voeten. Wat voor huis zullen jullie voor Mij bouwen, zegt Yahweh, of welke plaats is Mijn rustplaats?
Ὁ
(Ho)
de
οὐρανός
(ouranos)
hemel
μοι
(moi)
Mij
θρόνος
(thronos)
troon
ἡ
(he)
de
δὲ
(de)
nu
γῆ
(ge)
aarde
ὑποπόδιον
(hypopodion)
voetbank
τῶν
(ton)
van de
ποδῶν
(podon)
voeten
μου
(mou)
Mijn
ποῖον
(poion)
wat voor
οἶκον
(oikon)
huis
οἰκοδομήσετέ
(oikodomesete)
zullen jullie bouwen
μοι
(moi)
Mij
λέγει
(legei)
zegt
κύριος
(kyrios)
Yahweh
ἢ
(e)
of
τίς
(tis)
welke
τόπος
(topos)
plaats
τῆς
(tes)
van de
καταπαύσεώς
(katapauseos)
rust
μου
(mou)
Mijn
Bron: SBLGNT
Uitleg
Citaat uit Jes. 66:1–2.
Het Hebreeuws begint met ‘Zo zegt Yahweh’; de Griekse tekst heeft ‘zegt Yahweh’ (λέγει κύριος) midden in de zin. ὑποπόδιον (hypopodion), ‘voetbank’: zoals in Matt. 5:35. κατάπαυσις (katapausis), ‘rust’.
51Halsstarrigen, onbesneden van hart en oren! Jullie verzetten je altijd tegen de Heilige Geest. Zoals jullie vaders, zo ook jullie.
Σκληροτράχηλοι
(Sklerotracheloi)
halsstarrigen
καὶ
(kai)
en
ἀπερίτμητοι
(aperitmetoi)
onbesneden
καρδίαις
(kardiais)
aan harten
καὶ
(kai)
en
τοῖς
(tois)
aan de
ὠσίν
(osin)
oren
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ἀεὶ
(aei)
altijd
τῷ
(to)
aan de
πνεύματι
(pneumati)
Geest
τῷ
(to)
de
ἁγίῳ
(hagio)
heilige
ἀντιπίπτετε
(antipiptete)
verzetten zich
ὡς
(hos)
zoals
οἱ
(hoi)
de
πατέρες
(pateres)
vaders
ὑμῶν
(hymon)
jullie
καὶ
(kai)
ook
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg
σκληροτράχηλος (sklerotrachelos), ‘halsstarrig’: ‘met een stijve nek’; zo heet het volk in Exod. 33:3 en Deut. 10:16. ἀπερίτμητος (aperitmetos), ‘onbesneden’ van hart en oren: de besnijdenis die telt, is die van het hart. ἀντιπίπτω (antipipto), ‘zich verzetten’.
Hier wendt Stefanus zich rechtstreeks tot de Raad.
52Welke van de profeten hebben jullie vaders niet vervolgd? Zij doodden hen die de komst van de Rechtvaardige van tevoren aankondigden. Van Hem zijn jullie nu de verraders en moordenaars geworden.
τίνα
(tina)
welke
τῶν
(ton)
van de
προφητῶν
(propheton)
profeten
οὐκ
(ouk)
niet
ἐδίωξαν
(edioxan)
vervolgden
οἱ
(hoi)
de
πατέρες
(pateres)
vaders
ὑμῶν
(hymon)
jullie
καὶ
(kai)
en
ἀπέκτειναν
(apekteinan)
doodden
τοὺς
(tous)
de
προκαταγγείλαντας
(prokatangeilantas)
tevoren aankondigenden
περὶ
(peri)
over
τῆς
(tes)
de
ἐλεύσεως
(eleuseos)
komst
τοῦ
(tou)
van de
δικαίου
(dikaiou)
Rechtvaardige
οὗ
(hou)
van wie
νῦν
(nyn)
nu
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
προδόται
(prodotai)
verraders
καὶ
(kai)
en
φονεῖς
(phoneis)
moordenaars
ἐγένεσθε
(egenesthe)
werden
Bron: SBLGNT
Uitleg
ὁ δίκαιος (ho dikaios), ‘de Rechtvaardige’: een titel voor de Messias, zoals in Hand. 3:14 en Hand. 22:14.
Wij schrijven het met een hoofdletter. προδότης (prodotes), ‘verrader’; φονεύς (phoneus), ‘moordenaar’.
53Jullie hebben de wet ontvangen op bevel van engelen en haar niet onderhouden.”
οἵτινες
(hoitines)
die
ἐλάβετε
(elabete)
ontvingen
τὸν
(ton)
de
νόμον
(nomon)
wet
εἰς
(eis)
tot
διαταγὰς
(diatagas)
bevelen
ἀγγέλων
(angelon)
van engelen
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἐφυλάξατε
(ephylaxate)
onderhielden
Bron: SBLGNT
Uitleg
εἰς διαταγὰς ἀγγέλων (eis diatagas angelon), ‘op bevel van engelen’: de wet is volgens deze overlevering door engelen overgebracht. φυλάσσω (phylasso), ‘onderhouden’: zoals in Matt. 19:20.