Elohim Bijbel

2 Timotheüs 2

1234

Word sterk en geef door; soldaat, strijder en landbouwer; het betrouwbare woord; het vaste fundament en de vaten in het huis

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Word sterk en geef het door

1Jij dan, mijn kind, word sterk in de genade die in de Messias Yeshua is.
Σὺ
(Sy)
jij
οὖν
(oun)
dan
τέκνον
(teknon)
kind
μου
(mou)
mijn
ἐνδυναμοῦ
(endynamou)
word sterk
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
χάριτι
(chariti)
genade
τῇ
(te)
die
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐνδυναμόω (endynamoo), ‘sterk worden, kracht ontvangen’: de Griekse vorm kan lijdend zijn, ‘word gesterkt’. τέκνον μου (teknon mou), ‘mijn kind’.

Zie ook 2 Tim. 1:2; Ef. 6:10.

2En wat je van mij gehoord hebt voor vele getuigen, vertrouw dat toe aan betrouwbare mensen, die bekwaam zullen zijn om ook anderen te onderwijzen.
καὶ
(kai)
en
ἃ
(ha)
wat
ἤκουσας
(ekousas)
hoorde je
παρ’
(par’)
van
ἐμοῦ
(emou)
mij
διὰ
(dia)
door
πολλῶν
(pollon)
vele
μαρτύρων
(martyron)
getuigen
ταῦτα
(tauta)
dit
παράθου
(parathou)
vertrouw toe
πιστοῖς
(pistois)
aan betrouwbare
ἀνθρώποις
(anthropois)
mensen
οἵτινες
(hoitines)
die
ἱκανοὶ
(hikanoi)
bekwaam
ἔσονται
(esontai)
zullen zijn
καὶ
(kai)
ook
ἑτέρους
(heterous)
anderen
διδάξαι
(didaxai)
te onderwijzen
Bron: SBLGNT
Uitleg

διὰ πολλῶν μαρτύρων (dia pollon martyron), ‘voor vele getuigen’: ook ‘in aanwezigheid van’ of ‘door middel van vele getuigen’. παρατίθημι (paratithemi), ‘toevertrouwen’: hetzelfde werkwoord als de basis van παραθήκη (1:12, 1:14).

Het Grieks noemt vier schakels: Paulus, Timoteüs, betrouwbare mensen, anderen.

Zie ook 2 Tim. 1:12–14; 1 Tim. 6:20.

Soldaat, strijder, landbouwer

3Lijd mee als een goed soldaat van de Messias Yeshua.
συγκακοπάθησον
(synkakopatheson)
lijd mee
ὡς
(hos)
als
καλὸς
(kalos)
goede
στρατιώτης
(stratiotes)
soldaat
Χριστοῦ
(Christou)
van de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

De verzen 3–6 geven drie beelden: soldaat, wedstrijdstrijder en landbouwer. συγκακοπαθέω (synkakopatheo), ‘samen lijden’: zoals in 1:8.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij het werkwoord συγκακοπάθησον (synkakopathéson), ‘lijd mee’, en bij de woorden Χριστοῦ Ἰησοῦ (Christou Iesou), ‘van de Messias Yeshua’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook 2 Tim. 1:8.

Zie ook2 Tim 1:8
4Niemand die als soldaat dient, verstrikt zich in de zaken van het leven, om degene die hem als soldaat aangeworven heeft te behagen.
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
στρατευόμενος
(strateuomenos)
soldaat zijnd
ἐμπλέκεται
(empleketai)
verstrikt zich
ταῖς
(tais)
in de
τοῦ
(tou)
van het
βίου
(biou)
leven
πραγματείαις
(pragmateiais)
zaken
ἵνα
(hina)
opdat
τῷ
(to)
aan hem die
στρατολογήσαντι
(stratologesanti)
als soldaat aanwierf
ἀρέσῃ
(arese)
hij behaagt
Bron: SBLGNT
Uitleg

στρατεύομαι (strateuomai), ‘soldaat zijn, dienen als soldaat’. βίος (bios), ‘leven’: het gewone leven met zijn bezigheden, ook ‘levensonderhoud’. στρατολογέω (stratologeo), ‘als soldaat aanwerven’.

5En als iemand ook aan een wedstrijd deelneemt, wordt hij niet gekroond, tenzij hij volgens de regels strijdt.
ἐὰν
(ean)
als
δὲ
(de)
maar
καὶ
(kai)
ook
ἀθλῇ
(athle)
wedstrijd doet
τις
(tis)
iemand
οὐ
(ou)
niet
στεφανοῦται
(stephanoutai)
wordt gekroond
ἐὰν
(ean)
als
μὴ
(me)
niet
νομίμως
(nomimos)
volgens de regels
ἀθλήσῃ
(athlese)
wedstrijd doet
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀθλέω (athleo), ‘aan een wedstrijd deelnemen’, van het Griekse athlon, ‘prijs’. στεφανόω (stefanoo), ‘kronen’: de winnaar kreeg een krans. νομίμως (nomimos), ‘volgens de regels’: eigenlijk ‘wettig’.

Zie ook 1 Kor. 9:25; 2 Tim. 4:8.

6De landbouwer die hard werkt, moet als eerste van de vruchten delen.
τὸν
(ton)
de
κοπιῶντα
(kopionta)
hard werkende
γεωργὸν
(georgon)
landbouwer
δεῖ
(dei)
het is nodig
πρῶτον
(proton)
eerst
τῶν
(ton)
van de
καρπῶν
(karpon)
vruchten
μεταλαμβάνειν
(metalambanein)
te delen
Bron: SBLGNT
Uitleg

κοπιάω (kopiao), ‘hard werken, zich afbeulen’. μεταλαμβάνω (metalambano), ‘deel hebben aan’.

De Griekse zin kan ook gelezen worden: ‘de landbouwer moet eerst hard werken om van de vruchten te delen’; wij volgen de woordvolgorde (πρῶτον staat bij ‘delen’).

Zie ook 1 Kor. 9:7–10.

7Bedenk wat ik zeg. Want de Heer zal je inzicht geven in alles.
νόει
(noei)
bedenk
ὃ
(ho)
wat
λέγω
(lego)
ik zeg
δώσει
(dosei)
zal geven
γάρ
(gar)
want
σοι
(soi)
aan jou
ὁ
(ho)
de
κύριος
(kyrios)
Heer
σύνεσιν
(synesin)
inzicht
ἐν
(en)
in
πᾶσιν
(pasin)
alles
Bron: SBLGNT
Uitleg

νοέω (noeo), ‘inzien, bedenken’. σύνεσις (synesis), ‘inzicht’.

‘De Heer’ is hier Yeshua of Elohim: de tekst zegt het niet; wij schrijven ‘Heer’.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij het woordje ὅ (ho), ‘wat’, en bij het werkwoord δώσει (dosei), ‘zal geven’; wij volgen de SBLGNT.

Yeshua de Messias, opgewekt

8Denk aan Yeshua de Messias, opgewekt uit de doden, uit het zaad van David, volgens mijn goede boodschap.
Μνημόνευε
(Mnemoneue)
gedenk
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
Χριστὸν
(Christon)
de Messias
ἐγηγερμένον
(egegermenon)
opgewekt
ἐκ
(ek)
uit
νεκρῶν
(nekron)
doden
ἐκ
(ek)
uit
σπέρματος
(spermatos)
zaad
Δαυίδ
(Dauid)
van David
κατὰ
(kata)
volgens
τὸ
(to)
de
εὐαγγέλιόν
(euangelion)
goede boodschap
μου
(mou)
mijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

Μνημονεύω (mnemoneuo), ‘gedenken, denken aan’. ἐγηγερμένον (egegermenon), ‘opgewekt’: het Griekse voltooid deelwoord zegt dat Hij nu opgewekt is, met blijvend gevolg. σπέρμα Δαυίδ (sperma David), ‘zaad van David’: de belofte aan David over een nageslacht, 2 Sam. 7:12; hetzelfde Griekse woord σπέρμα als in Gal. 3:16 (‘zaad’).

‘Mijn goede boodschap’: de goede boodschap die Paulus verkondigt.

Zie ook Rom. 1:3–4; 2 Sam. 7:12; 1 Kor. 15:4.

9Daarin lijd ik kwaad tot aan boeien toe, als een misdadiger. Maar het woord van Elohim is niet gebonden.
ἐν
(en)
in
ᾧ
(ho)
wat
κακοπαθῶ
(kakopatho)
lijd ik kwaad
μέχρι
(mechri)
tot
δεσμῶν
(desmon)
boeien
ὡς
(hos)
als
κακοῦργος
(kakourgos)
misdadiger
ἀλλὰ
(alla)
maar
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
woord
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
οὐ
(ou)
niet
δέδεται
(dedetai)
is gebonden
Bron: SBLGNT
Uitleg

κακοπαθέω (kakopatheo), ‘kwaad lijden’. δεσμός (desmos), ‘boei’. κακοῦργος (kakourgos), ‘misdadiger’: iemand die kwaad doet.

‘Het woord van Elohim is niet gebonden’: ook als de verkondiger gevangen zit, werkt het woord vrij.

Zie ook Fil. 1:12–14; Kol. 4:3.

10Daarom verdraag ik alles ter wille van de uitverkorenen, opdat ook zij de redding bereiken die in de Messias Yeshua is, met eeuwige heerlijkheid.
διὰ
(dia)
om
τοῦτο
(touto)
dit
πάντα
(panta)
alles
ὑπομένω
(hypomeno)
verdraag ik
διὰ
(dia)
ter wille van
τοὺς
(tous)
de
ἐκλεκτούς
(eklektous)
uitverkorenen
ἵνα
(hina)
opdat
καὶ
(kai)
ook
αὐτοὶ
(autoi)
zij
σωτηρίας
(soterias)
redding
τύχωσιν
(tychosin)
bereiken
τῆς
(tes)
die
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
μετὰ
(meta)
met
δόξης
(doxes)
heerlijkheid
αἰωνίου
(aioniou)
eeuwige
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐκλεκτοί (eklektoi), ‘uitverkorenen’. ὑπομένω (hypomeno), ‘verdragen, volharden’: met een object ‘doorstaan’; hetzelfde woord staat in vers 12 zonder object. σωτηρία (soteria), ‘redding’. δόξα αἰώνιος (doxa aionios), ‘eeuwige heerlijkheid’.

Zie ook Tit. 1:1; Kol. 3:12.

Het betrouwbare woord

11Betrouwbaar is het woord: want als wij met Hem gestorven zijn, zullen wij ook met Hem leven.
πιστὸς
(pistos)
betrouwbaar
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
woord
εἰ
(ei)
als
γὰρ
(gar)
want
συναπεθάνομεν
(synapethanomen)
zijn wij mee gestorven
καὶ
(kai)
ook
συζήσομεν
(syzesomen)
zullen wij samen leven
Bron: SBLGNT
Uitleg

Πιστὸς ὁ λόγος (pistos ho logos), ‘betrouwbaar is het woord’: een vaste formule, ook in 1 Tim. 1:15; 3:1; 4:9 en Tit. 3:8.

Hier staat de formule vóór de volgende regels (verzen 11–13), die als een vaste spreuk gebouwd zijn: vier keer ‘als wij …, dan …’ in dezelfde vorm.

De tekst zegt niet waar zij vandaan komen.

De werkwoorden met het voorvoegsel συν- (syn-), ‘samen’, geven ‘met Hem’; het Grieks noemt Hem niet, wij vullen ‘Hem’ aan.

Vergelijk Rom. 6:8 voor ‘met Hem gestorven zijn’.

Zie ook Rom. 6:8; 1 Tim. 1:15; 1 Tim. 3:1; 1 Tim. 4:9; Tit. 3:8.

12Als wij volharden, zullen wij ook met Hem regeren. Als wij Hem verloochenen, zal ook Hij ons verloochenen.
εἰ
(ei)
als
ὑπομένομεν
(hypomenomen)
volharden wij
καὶ
(kai)
ook
συμβασιλεύσομεν
(symbasileusomen)
zullen wij samen regeren
εἰ
(ei)
als
ἀρνησόμεθα
(arnesometha)
zullen wij verloochenen
κἀκεῖνος
(kakeinos)
ook Hij
ἀρνήσεται
(arnesetai)
zal verloochenen
ἡμᾶς
(hemas)
ons
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑπομένω (hypomeno), ‘volharden’ (zonder object). συμβασιλεύω (symbasileuo), ‘samen regeren’. ἀρνέομαι (arneomai), ‘verloochenen’: het Grieks heeft geen voorwerp bij de eerste vorm; wij vullen ‘Hem’ aan, omdat de tweede helft ‘ook Hij’ zegt.

Vergelijk Matt. 10:33 en Luc. 12:9 voor het verloochenen.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het werkwoord ἀρνησόμεθα (arnesometha), ‘wij zullen verloochenen’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Matt. 10:33; Luc. 12:9; Rom. 8:17.

13Als wij ontrouw zijn, blijft Hij trouw. Zichzelf verloochenen kan Hij niet.
εἰ
(ei)
als
ἀπιστοῦμεν
(apistoumen)
zijn wij ontrouw
ἐκεῖνος
(ekeinos)
Hij
πιστὸς
(pistos)
trouw
μένει
(menei)
blijft
ἀρνήσασθαι
(arnesasthai)
te verloochenen
ἑαυτὸν
(heauton)
Zichzelf
οὐ
(ou)
niet
δύναται
(dynatai)
kan Hij
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀπιστέω (apisteo), ‘ontrouw zijn’: het woord kan ook ‘niet geloven’ betekenen.

De tegenstelling met ‘trouw’ (πιστός) laat hier ‘ontrouw’ toe.

Het Grieks heeft geen ‘want’ tussen de helften; wij laten de zinnen naast elkaar staan.

Lezing

Bij het werkwoord ἀρνήσασθαι (arnesasthai), ‘te verloochenen’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT.

Een beproefde werker

14Herinner hen hieraan en getuig plechtig voor de Heer dat zij geen woordenstrijd moeten voeren. Die is tot niets nuttig en brengt de toehoorders ten ondergang.
Ταῦτα
(Tauta)
dit
ὑπομίμνῃσκε
(hypomimneske)
herinner hen
διαμαρτυρόμενος
(diamartyromenos)
plechtig getuigend
ἐνώπιον
(enopion)
voor
τοῦ
(tou)
de
κυρίου
(kyriou)
Heer
μὴ
(me)
niet
λογομαχεῖν
(logomachein)
woordenstrijd te voeren
ἐπ’
(ep’)
tot
οὐδὲν
(ouden)
niets
χρήσιμον
(chresimon)
nuttig
ἐπὶ
(epi)
tot
καταστροφῇ
(katastrophe)
ondergang
τῶν
(ton)
van de
ἀκουόντων
(akouonton)
horenden
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑπομιμνῄσκω (hypomimnesko), ‘herinneren’.

Het Grieks heeft geen voorwerp; wij vullen ‘hen’ aan. διαμαρτύρομαι (diamartyromai), ‘plechtig getuigen, dringend waarschuwen’. λογομαχέω (logomacheo), ‘woordenstrijd voeren’: ruzie maken over woorden. καταστροφή (katastrofe), ‘omkering, ondergang’.

‘De Heer’: in het Grieks κύριος (kyrios).

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord κυρίου (kyriou), ‘Heer’, en bij het voorzetsel ἐπ’ (ep’), ‘tot’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook 1 Tim. 6:4; 2 Tim. 4:1.

15Doe je best jezelf beproefd voor Elohim te stellen, als een werker die zich niet hoeft te schamen. Snijd het woord van de waarheid recht.
σπούδασον
(spoudason)
doe je best
σεαυτὸν
(seauton)
jezelf
δόκιμον
(dokimon)
beproefd
παραστῆσαι
(parastesai)
te stellen
τῷ
(to)
voor de
θεῷ
(theo)
Elohim
ἐργάτην
(ergaten)
werker
ἀνεπαίσχυντον
(anepaischynton)
zonder reden tot schaamte
ὀρθοτομοῦντα
(orthotomounta)
recht snijdend
τὸν
(ton)
het
λόγον
(logon)
woord
τῆς
(tes)
van de
ἀληθείας
(aletheias)
waarheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

σπουδάζω (spoudazo), ‘zich inspannen’. δόκιμος (dokimos), ‘beproefd’: getoetst en goed bevonden. ἀνεπαίσχυντος (anepaischyntos), ‘zonder reden tot schaamte’. ὀρθοτομέω (orthotomeo), ‘recht snijden’: letterlijk ‘recht snijden’ (ὀρθός ‘recht’ en τέμνω ‘snijden’): het beeld wordt verschillend verstaan (‘recht houden’, ‘recht uitleggen’).

Wij houden de letterlijke betekenis.

Zie ook 1 Tim. 4:13; 2 Tim. 3:16.

16Mijd de ongewijde holle praat, want zij zullen steeds verder komen in goddeloosheid,
τὰς
(tas)
de
δὲ
(de)
maar
βεβήλους
(bebelous)
ongewijde
κενοφωνίας
(kenophonias)
holle praat
περιΐστασο
(periistaso)
mijd
ἐπὶ
(epi)
tot
πλεῖον
(pleion)
meer
γὰρ
(gar)
want
προκόψουσιν
(prokopsousin)
zullen vooruitgaan
ἀσεβείας
(asebeias)
in goddeloosheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

βέβηλος (bebelos), ‘ongewijd’: wat niet bij het heilige hoort. κενοφωνία (kenofonia), ‘holle praat’. περιΐστημι (periistemi), ‘mijden’: hier met de zin van ‘zich ervan afwenden’; hetzelfde werkwoord staat in Tit. 3:9.

Het onderwerp van ‘zullen vooruitgaan’ is niet genoemd: de mensen die zo praten. προκόπτω (prokopto), ‘vooruitkomen’.

Zie ook Tit. 3:9; 1 Tim. 6:20.

17en hun woord zal als gangreen om zich heen grijpen. Onder hen zijn Hymeneüs en Filetus,
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
woord
αὐτῶν
(auton)
hun
ὡς
(hos)
als
γάγγραινα
(gangraina)
gangreen
νομὴν
(nomen)
voedingsgrond
ἕξει
(hexei)
zal hebben
ὧν
(hon)
van wie
ἐστιν
(estin)
is
Ὑμέναιος
(Hymenaios)
Hymeneüs
καὶ
(kai)
en
Φίλητος
(Philetos)
Filetus
Bron: SBLGNT
Uitleg

γάγγραινα (gangraina), ‘gangreen’: een ziekte die zich in het weefsel verspreidt. νομὴν ἕξει (nomen exei), ‘zal weidegrond hebben’: zal zich laten voeden en verspreiden, dus om zich heen grijpen.

Hymeneüs wordt ook genoemd in 1 Tim. 1:20; Filetus komt alleen hier voor.

Zie ook 1 Tim. 1:20.

Zie ook1 Tim 1:20
18die van de waarheid zijn afgedwaald, door te zeggen dat de opstanding al gebeurd is, en het geloof van sommigen omverwerpen.
οἵτινες
(hoitines)
die
περὶ
(peri)
omtrent
τὴν
(ten)
de
ἀλήθειαν
(aletheian)
waarheid
ἠστόχησαν
(estochesan)
zijn afgedwaald
λέγοντες
(legontes)
zeggend
ἀνάστασιν
(anastasin)
opstanding
ἤδη
(ede)
al
γεγονέναι
(gegonenai)
dat gebeurd is
καὶ
(kai)
en
ἀνατρέπουσιν
(anatrepousin)
werpen om
τήν
(ten)
het
τινων
(tinon)
van sommigen
πίστιν
(pistin)
geloof
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀστοχέω (astocheo), ‘het doel missen, afdwalen’; hetzelfde werkwoord staat in 1 Tim. 1:6; 6:21.

‘De opstanding is al gebeurd’: de tekst zegt niet hoe zij dit bedoelden. ἀνατρέπω (anatrepo), ‘omverwerpen’.

Lezing

Bij het woord λέγοντες (legontes), ‘zeggend’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook 1 Tim. 1:6; 1 Tim. 6:21; 1 Kor. 15:12.

Het vaste fundament

19Toch staat het vaste fundament van Elohim. Het heeft dit zegel: „Yahweh kent wie van Hem zijn.” En: „Laat ieder die de naam van de Heer noemt, afstand nemen van onrecht.”
ὁ
(ho)
de
μέντοι
(mentoi)
toch
στερεὸς
(stereos)
vaste
θεμέλιος
(themelios)
fundament
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἕστηκεν
(hesteken)
staat
ἔχων
(echon)
hebbend
τὴν
(ten)
het
σφραγῖδα
(sphragida)
zegel
ταύτην
(tauten)
dit
Ἔγνω
(Egno)
kent
κύριος
(kyrios)
Yahweh
τοὺς
(tous)
degenen
ὄντας
(ontas)
die zijn
αὐτοῦ
(autou)
van Hem
καί
(kai)
en
Ἀποστήτω
(Aposteto)
laat afstaan
ἀπὸ
(apo)
van
ἀδικίας
(adikias)
onrecht
πᾶς
(pas)
ieder
ὁ
(ho)
die
ὀνομάζων
(onomazon)
noemt
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
κυρίου
(kyriou)
van de Heer
Bron: SBLGNT
Uitleg

θεμέλιος (themelios), ‘fundament’: ‘het fundament van Elohim’ kan de gemeente zijn of de waarheid; de tekst zegt het niet. σφραγίς (sfragis), ‘zegel’: een inscriptie op een fundament of een merk van eigendom.

Het zegel heeft twee regels.

De eerste, ‘Yahweh kent wie van Hem zijn’, lijkt op Num. 16:5, waar ons Hebreeuws zegt dat Yahweh morgen zal laten weten wie van Hem is; in Num. 16 spreekt Mozes tot Korach en zijn aanhang.

De tweede regel lijkt op Num. 16:26 (‘Ga toch weg bij de tenten van deze goddeloze mannen’) en bevat een toespeling op Jes. 26:13 (‘Alleen in U vermelden wij Uw naam’).

Het Grieks geeft geen letterlijk citaat.

De eerste regel heeft κύριος (kyrios) als de Naam: ‘Yahweh’.

In de tweede regel is ‘de Heer’ wellicht Yeshua.

Beide regels staan zwart: het is een aanhaling die Paulus als zegel gebruikt. ἀδικία (adikia), ‘onrecht’.

Zie ook Num. 16:5; Num. 16:26; Jes. 26:13.

20In een groot huis zijn niet alleen gouden en zilveren vaten, maar ook houten en aarden, en sommige zijn tot eer, andere tot oneer.
Ἐν
(En)
in
μεγάλῃ
(megale)
groot
δὲ
(de)
maar
οἰκίᾳ
(oikia)
huis
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
zijn
μόνον
(monon)
alleen
σκεύη
(skeue)
vaten
χρυσᾶ
(chrysa)
gouden
καὶ
(kai)
en
ἀργυρᾶ
(argyra)
zilveren
ἀλλὰ
(alla)
maar
καὶ
(kai)
ook
ξύλινα
(xylina)
houten
καὶ
(kai)
en
ὀστράκινα
(ostrakina)
aarden
καὶ
(kai)
en
ἃ
(ha)
sommige
μὲν
(men)
enerzijds
εἰς
(eis)
tot
τιμὴν
(timen)
eer
ἃ
(ha)
andere
δὲ
(de)
anderzijds
εἰς
(eis)
tot
ἀτιμίαν
(atimian)
oneer
Bron: SBLGNT
Uitleg

σκεῦος (skeuos), ‘vat, gebruiksvoorwerp’. ὀστράκινος (ostrakinos), ‘van gebakken klei’, aarden. τιμή (time), ‘eer’; ἀτιμία (atimia), ‘oneer’: vaten voor gewoon of voor feestelijk gebruik.

Het ‘grote huis’ wordt niet uitgelegd.

Zie ook Rom. 9:21.

Zie ookRom 9:21
21Als iemand zich van deze dingen reinigt, zal hij een vat zijn tot eer, geheiligd, bruikbaar voor de Meester, voorbereid voor elk goed werk.
ἐὰν
(ean)
als
οὖν
(oun)
dus
τις
(tis)
iemand
ἐκκαθάρῃ
(ekkathare)
reinigt
ἑαυτὸν
(heauton)
zichzelf
ἀπὸ
(apo)
van
τούτων
(touton)
deze
ἔσται
(estai)
zal zijn
σκεῦος
(skeuos)
vat
εἰς
(eis)
tot
τιμήν
(timen)
eer
ἡγιασμένον
(hegiasmenon)
geheiligd
εὔχρηστον
(euchreston)
bruikbaar
τῷ
(to)
voor de
δεσπότῃ
(despote)
Meester
εἰς
(eis)
voor
πᾶν
(pan)
elk
ἔργον
(ergon)
werk
ἀγαθὸν
(agathon)
goed
ἡτοιμασμένον
(hetoimasmenon)
voorbereid
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐκκαθαίρω (ekkathairo), ‘uitzuiveren, reinigen’.

‘Van deze’ (ἀπὸ τούτων, apo touton) verwijst terug naar het voorafgaande (verzen 14–20); de tekst noemt niet nauwkeurig wat bedoeld is. ἡγιασμένον (hegiasmenon), ‘geheiligd’: apart gezet. δεσπότης (despotes), ‘Meester’: iemand met volledig gezag; elders vertaald ‘meester’ (Tit. 2:9).

‘De Meester’ is hier Elohim of Yeshua.

Lezing

Bij het woord εὔχρηστον (euchreston), ‘bruikbaar’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT.

Zie ookTit 2:9

Vlucht, jaag na en onderricht zachtmoedig

22Vlucht voor de begeerten van de jeugd. Jaag na gerechtigheid, geloof, liefde en vrede, samen met hen die de Heer aanroepen uit een zuiver hart.
τὰς
(tas)
de
δὲ
(de)
maar
νεωτερικὰς
(neoterikas)
jeugdige
ἐπιθυμίας
(epithymias)
begeerten
φεῦγε
(pheuge)
vlucht
δίωκε
(dioke)
jaag na
δὲ
(de)
maar
δικαιοσύνην
(dikaiosynen)
gerechtigheid
πίστιν
(pistin)
geloof
ἀγάπην
(agapen)
liefde
εἰρήνην
(eirenen)
vrede
μετὰ
(meta)
met
τῶν
(ton)
degenen die
ἐπικαλουμένων
(epikaloumenon)
aanroepen
τὸν
(ton)
de
κύριον
(kyrion)
Heer
ἐκ
(ek)
uit
καθαρᾶς
(katharas)
zuiver
καρδίας
(kardias)
hart
Bron: SBLGNT
Uitleg

νεωτερικός (neoterikos), ‘van de jeugd’: de begeerten van een jonge man. φεύγω (feugo), ‘vluchten’; διώκω (dioko), ‘najagen’. ἐπικαλέομαι (epikaleomai), ‘aanroepen’: de Heer aanroepen, zoals ook in Rom. 10:13 en 1 Kor. 1:2.

‘De Heer’ is Yeshua.

Zie ook 1 Tim. 6:11; Rom. 10:13; 1 Kor. 1:2.

23Wijs de dwaze en ongeschoolde twistvragen af, want je weet dat ze twisten voortbrengen.
τὰς
(tas)
de
δὲ
(de)
maar
μωρὰς
(moras)
dwaze
καὶ
(kai)
en
ἀπαιδεύτους
(apaideutous)
ongeschoolde
ζητήσεις
(zeteseis)
twistvragen
παραιτοῦ
(paraitou)
wijs af
εἰδὼς
(eidos)
wetend
ὅτι
(hoti)
dat
γεννῶσι
(gennosi)
brengen voort
μάχας
(machas)
twisten
Bron: SBLGNT
Uitleg

ζήτησις (zetesis), ‘onderzoek, vraag, discussie’: hier twistvragen. ἀπαίδευτος (apaideutos), ‘ongeschoold, zonder vorming’. παραιτέομαι (paraiteomai), ‘afwijzen’. μάχη (mache), ‘twist’; μάχομαι (machomai), ‘twisten’ (vers 24).

Zie ook 1 Tim. 6:4; Tit. 3:9.

24Een knecht van de Heer moet niet twisten, maar vriendelijk zijn tegenover allen, in staat om te onderwijzen en kwaad te verdragen,
δοῦλον
(doulon)
knecht
δὲ
(de)
maar
κυρίου
(kyriou)
van de Heer
οὐ
(ou)
niet
δεῖ
(dei)
is het nodig
μάχεσθαι
(machesthai)
te twisten
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἤπιον
(epion)
vriendelijk
εἶναι
(einai)
te zijn
πρὸς
(pros)
tegenover
πάντας
(pantas)
allen
διδακτικόν
(didaktikon)
in staat te onderwijzen
ἀνεξίκακον
(anexikakon)
verdraagzaam bij kwaad
Bron: SBLGNT
Uitleg

δοῦλος κυρίου (doulos kyriou), ‘knecht van de Heer’; δοῦλος is letterlijk ‘slaaf’. ἤπιος (epios), ‘vriendelijk, zacht’. διδακτικός (didaktikos), ‘in staat om te onderwijzen’. ἀνεξίκακος (anexikakos), ‘iemand die kwaad verdraagt’, geduldig.

Dezelfde eisen staan, in andere woorden, voor de opziener in 1 Tim. 3:2–3.

Zie ook 1 Tim. 3:2–3.

25die degenen die tegenstand bieden met zachtmoedigheid onderricht, of Elohim hun misschien bekering geeft tot volle kennis van de waarheid,
ἐν
(en)
in
πραΰτητι
(prauteti)
zachtmoedigheid
παιδεύοντα
(paideuonta)
onderrichtend
τοὺς
(tous)
de
ἀντιδιατιθεμένους
(antidiatithemenous)
tegenstanders
μήποτε
(mepote)
of misschien
δώῃ
(doe)
geeft
αὐτοῖς
(autois)
aan hen
ὁ
(ho)
de
θεὸς
(theos)
Elohim
μετάνοιαν
(metanoian)
bekering
εἰς
(eis)
tot
ἐπίγνωσιν
(epignosin)
volle kennis
ἀληθείας
(aletheias)
van waarheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

πραΰτης (prautes), ‘zachtmoedigheid’. παιδεύω (paideuo), ‘opvoeden, onderrichten’; zie ook 3:16 (παιδεία). ἀντιδιατίθημι (antidiatithemi), ‘zich tegen iets opstellen’: wie tegenspreekt. μήποτε (mepote), ‘misschien’: ook ‘opdat nooit’; wij nemen ‘misschien’. μετάνοια (metanoia), ‘bekering’: verandering van denken. ἐπίγνωσις ἀληθείας (epignosis aletheias), ‘volle kennis van de waarheid’: zoals 1 Tim. 2:4; Tit. 1:1.

Lezing

Bij het werkwoord δώῃ (doe), ‘geeft’, markeert de SBLGNT een variant; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook 1 Tim. 2:4; 3:7; Tit. 1:1.

26en zij weer nuchter worden uit de strik van de duivel, door hem levend gevangen, tot diens wil.
καὶ
(kai)
en
ἀνανήψωσιν
(ananepsosin)
weer nuchter worden
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
de
τοῦ
(tou)
van de
διαβόλου
(diabolou)
duivel
παγίδος
(pagidos)
strik
ἐζωγρημένοι
(ezogremenoi)
levend gevangen
ὑπ’
(hyp’)
door
αὐτοῦ
(autou)
hem
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
de
ἐκείνου
(ekeinou)
diens
θέλημα
(thelema)
wil
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀνανήφω (ananefo), ‘weer nuchter worden’, bijkomen. παγίς (pagis), ‘strik’. ζωγρέω (zogreo), ‘levend vangen’.

‘Door hem … tot diens wil’: het Grieks heeft twee verschillende voornaamwoorden, αὐτοῦ (autou) en ἐκείνου (ekeinou); die kunnen naar dezelfde persoon verwijzen (de duivel) of naar twee verschillende (‘door hem [de duivel] … tot de wil van Elohim’).

Wij vertalen ‘door hem … tot diens wil’ en laten de verwijzing open. διάβολος (diabolos), ‘duivel’, ‘lasteraar’.

Zie ook 1 Tim. 3:7; Luc. 22:31.