Elohim Bijbel

Amos 5

123456789

Klaaglied over Israël: zoek Yahweh en leef

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Een klaaglied over Israël

1Hoor dit woord, dat ik over jullie als klaaglied aanhef, huis van Israël.
שִׁמְע֞וּ
(shimu)
hoort
אֶת
(et)
(obj.)
הַדָּבָ֣ר
(hadavar)
het woord
הַזֶּ֗ה
(haze)
dit
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
אָנֹכִ֜י
(anokhi)
ik
נֹשֵׂ֧א
(nose)
aanhef
עֲלֵיכֶ֛ם
(aleikhem)
over jullie
קִינָ֖ה
(qina)
klaaglied
בֵּ֥ית
(beit)
huis van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קִינָה (qinah), ‘klaaglied’: een lied van rouw bij een dode.

Amos zingt het over Israël alsof het al gestorven is.

2De maagd Israël is gevallen. Zij zal niet meer opstaan. Zij ligt verlaten op haar grond. Er is niemand die haar overeind helpt.
נָֽפְלָה֙
(nafela)
is gevallen
לֹֽא
(lo)
niet
תוֹסִ֣יף
(tosif)
zal meer
ק֔וּם
(qum)
opstaan
בְּתוּלַ֖ת
(betulat)
de maagd van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
נִטְּשָׁ֥ה
(nitesha)
ligt verlaten
עַל
(al)
op
אַדְמָתָ֖הּ
(admatah)
haar grond
אֵ֥ין
(ein)
niemand
מְקִימָֽהּ
(meqimah)
die haar doet opstaan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּתוּלַת יִשְׂרָאֵל (betulat Yisrael), ‘de maagd Israël’: Israël als jonge vrouw.

נִטְּשָׁה (nittashah), ‘verlaten’: het woord kan ook ‘neergeworpen’ betekenen.

3Want zo zegt Heer Yahweh: „De stad die met duizend uittrekt, houdt er honderd over. En de stad die met honderd uittrekt, houdt er tien over, voor het huis van Israël.”
כִּ֣י
(ki)
want
כֹ֤ה
(ko)
zo
אָמַר֙
(amar)
zegt
אֲדֹנָ֣י
(adonay)
Heer
יְהוִ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
הָעִ֛יר
(hair)
de stad
הַיֹּצֵ֥את
(hayotset)
die uittrekt
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
תַּשְׁאִ֣יר
(tashir)
houdt over
מֵאָ֑ה
(mea)
honderd
וְהַיּוֹצֵ֥את
(vehayotset)
en die uittrekt
מֵאָ֛ה
(mea)
honderd
תַּשְׁאִ֥יר
(tashir)
houdt over
עֲשָׂרָ֖ה
(asara)
tien
לְבֵ֥ית
(leveit)
voor het huis van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Zoek Mij en leef

4Want zo zegt Yahweh tegen het huis van Israël: „Zoek Mij en leef.
כִּ֣י
(ki)
want
כֹ֥ה
(ko)
zo
אָמַ֛ר
(amar)
zegt
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
לְבֵ֣ית
(leveit)
tot het huis van
יִשְׂרָאֵ֑ל
(yisrael)
Israël
דִּרְשׁ֖וּנִי
(dirshuni)
zoekt Mij
וִֽחְיֽוּ
(vichyu)
en leeft
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

דִּרְשׁוּנִי וִחְיוּ (dirshuni vichyu), ‘zoek Mij en leef’: ‘zoeken’ (darash) is hier Yahweh raadplegen en zich tot Hem wenden.

Het werkwoord keert terug in vers 5 en 6.

5Zoek Betel niet. Ga niet naar Gilgal en trek niet door naar Beër-Sjeba. Want Gilgal zal zeker in ballingschap gaan, en Betel zal tot onheil worden.”
וְאַֽל
(veal)
en niet
תִּדְרְשׁוּ֙
(tidreshu)
zoekt
בֵּֽית
(beit)
huis van
אֵ֔ל
(el)
El
וְהַגִּלְגָּל֙
(vehagilgal)
en naar Gilgal
לֹ֣א
(lo)
niet
תָבֹ֔אוּ
(tavou)
komt
וּבְאֵ֥ר
(uveer)
en naar Beër
שֶׁ֖בַע
(sheva)
Sjeba
לֹ֣א
(lo)
niet
תַעֲבֹ֑רוּ
(taavoru)
trekt over
כִּ֤י
(ki)
want
הַגִּלְגָּל֙
(hagilgal)
Gilgal
גָּלֹ֣ה
(galo)
in ballingschap
יִגְלֶ֔ה
(yigle)
zal gaan
וּבֵֽית
(uveit)
en huis van
אֵ֖ל
(el)
El
יִהְיֶ֥ה
(yihye)
zal worden
לְאָֽוֶן
(leaven)
tot onheil
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Betel: Betel ligt bij het huidige Beitin, ongeveer 17 km ten noorden van Jeruzalem.

Zie Gilgal (bij Jericho?; ligging onzeker): Het is niet zeker welk Gilgal hier bedoeld is.

Een mogelijkheid is het Gilgal bij Jericho (Jozua 4:19).

Dit is niet zeker.

Zie Gilgal (bij Betel?; ligging onzeker): Een andere mogelijkheid is een Gilgal in het bergland bij Betel, vermoedelijk bij het huidige Jiljilya.

Dit is niet zeker.

Zie Beër-Sjeba: Beër-Sjeba ligt aan de rand van de Negev, ongeveer 75 km ten zuidwesten van Jeruzalem.

Uitleg

Betel, Gilgal en Beër-Sjeba waren heiligdommen.

Beër-Sjeba lag in het zuiden van Juda; zie ook Amos 8:14.

הַגִּלְגָּל גָּלֹה יִגְלֶה (haGilgal galoh yigleh), ‘Gilgal zal zeker in ballingschap gaan’: een woordspel op de naam Gilgal en het werkwoord galah, ‘in ballingschap gaan’.

אָוֶן (aven), ‘onheil’: een woordspel op Betel, ‘huis van El’. Elders heet Betel Bet-Awen, ‘huis van onheil’ (Hos. 4:15).

6Zoek Yahweh en leef. Anders breekt Hij als vuur door in het huis van Jozef. Het verteert, en niemand blust het voor Betel.
דִּרְשׁ֥וּ
(dirshu)
zoekt
אֶת
(et)
(obj.)
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
וִֽחְי֑וּ
(vichyu)
en leeft
פֶּן
(pen)
anders
יִצְלַ֤ח
(yitslach)
breekt Hij door
כָּאֵשׁ֙
(kaesh)
als vuur
בֵּ֣ית
(beit)
huis van
יוֹסֵ֔ף
(yosef)
Jozef
וְאָכְלָ֥ה
(veakhela)
en het verteert
וְאֵין
(veein)
en niemand
מְכַבֶּ֖ה
(mekhabe)
die blust
לְבֵֽית
(leveit)
voor huis van
אֵֽל
(el)
El
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Betel: Betel ligt bij het huidige Beitin, ongeveer 17 km ten noorden van Jeruzalem.

Uitleg

‘Het huis van Jozef’ zijn de noordelijke stammen, vooral Efraïm en Manasse, de zonen van Jozef.

Zie ook 5:15 en 6:6.

7Zij veranderen het recht in alsem en leggen de gerechtigheid ter aarde neer.
הַהֹפְכִ֥ים
(hahofekhim)
die veranderen
לְלַעֲנָ֖ה
(lelaana)
in alsem
מִשְׁפָּ֑ט
(mishpat)
recht
וּצְדָקָ֖ה
(utsedaqa)
en gerechtigheid
לָאָ֥רֶץ
(laarets)
ter aarde
הִנִּֽיחוּ
(hinichu)
leggen zij neer
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לַעֲנָה (la'anah), ‘alsem’: een bittere plant.

Het is een beeld voor bitterheid; zie ook 6:12.

8Hij maakt de Plejaden en Orion. Hij verandert diepe schaduw in morgen en verduistert de dag tot nacht. Hij roept de wateren van de zee en giet ze uit over het oppervlak van de aarde. Yahweh is Zijn naam.
עֹשֵׂ֨ה
(ose)
Hij die maakt
כִימָ֜ה
(kima)
de Plejaden
וּכְסִ֗יל
(ukhesil)
en Orion
וְהֹפֵ֤ךְ
(vehofekh)
en die verandert
לַבֹּ֨קֶר֙
(laboqer)
in morgen
צַלְמָ֔וֶת
(tsalmavet)
diepe schaduw
וְי֖וֹם
(veyom)
en dag
לַ֣יְלָה
(layla)
in nacht
הֶחְשִׁ֑יךְ
(hechshikh)
verduistert
הַקּוֹרֵ֣א
(haqore)
die roept
לְמֵֽי
(lemei)
de wateren van
הַיָּ֗ם
(hayam)
de zee
וַֽיִּשְׁפְּכֵ֛ם
(vayishpekhem)
en giet ze uit
עַל
(al)
over
פְּנֵ֥י
(penei)
het oppervlak van
הָאָ֖רֶץ
(haarets)
de aarde
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
שְׁמֽוֹ
(shemo)
is Zijn naam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כִימָה (kimah), ‘de Plejaden’, en כְּסִיל (kesil), ‘Orion’: sterrenbeelden.

De gangbare weergave is niet helemaal zeker; zie Job 9:9 en 38:31.

צַלְמָוֶת (tsalmavet), ‘diepe schaduw’: ook ‘schaduw van de dood’, zoals in Ps. 23:4.

Dit is een lofzang op Yahweh, zoals ook in 4:13 en 9:5–6.

9Hij laat verwoesting losbarsten over de sterke, en verwoesting komt over de vesting.
הַמַּבְלִ֥יג
(hamavlig)
Hij die laat losbarsten
שֹׁ֖ד
(shod)
verwoesting
עַל
(al)
over
עָ֑ז
(az)
de sterke
וְשֹׁ֖ד
(veshod)
en verwoesting
עַל
(al)
over
מִבְצָ֥ר
(mivtsar)
de vesting
יָבֽוֹא
(yavo)
komt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מַבְלִיג (mavlig), ‘laat losbarsten’: een zeldzaam werkwoord.

De betekenis is onzeker; het kan ook ‘laat oplichten’ betekenen.

Onrecht in de poort

10Zij haten wie in de poort terechtwijst, en wie onberispelijk spreekt, verafschuwen zij.
שָׂנְא֥וּ
(saneu)
haten zij
בַשַּׁ֖עַר
(bashaar)
in de poort
מוֹכִ֑יחַ
(mokhiach)
wie terechtwijst
וְדֹבֵ֥ר
(vedover)
en wie spreekt
תָּמִ֖ים
(tamim)
onberispelijk
יְתָעֵֽבוּ
(yetaevu)
verafschuwen zij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘De poort’ is de plaats van het stadsbestuur en van de rechtspraak.

Zie ook vers 12 en 15.

11Daarom, omdat jullie de geringe vertrappen en een graanafgifte van hem nemen: huizen van gehouwen steen hebben jullie gebouwd. Maar jullie zullen er niet in wonen. Lieflijke wijngaarden hebben jullie geplant. Maar jullie zullen de wijn ervan niet drinken.
לָ֠כֵן
(lakhen)
daarom
יַ֣עַן
(yaan)
omdat
בּוֹשַׁסְכֶ֞ם
(boshaskhem)
jullie vertrappen
עַל
(al)
op
דָּ֗ל
(dal)
de geringe
וּמַשְׂאַת
(umasat)
en een afgifte van
בַּר֙
(bar)
graan
תִּקְח֣וּ
(tiqchu)
nemen jullie
מִמֶּ֔נּוּ
(mimenu)
van hem
בָּתֵּ֥י
(batei)
huizen van
גָזִ֛ית
(gazit)
gehouwen steen
בְּנִיתֶ֖ם
(benitem)
hebben jullie gebouwd
וְלֹא
(velo)
maar niet
תֵ֣שְׁבוּ
(teshevu)
zullen jullie wonen
בָ֑ם
(bam)
daarin
כַּרְמֵי
(karmei)
wijngaarden van
חֶ֣מֶד
(chemed)
lieflijkheid
נְטַעְתֶּ֔ם
(netatem)
hebben jullie geplant
וְלֹ֥א
(velo)
maar niet
תִשְׁתּ֖וּ
(tishtu)
zullen jullie drinken
אֶת
(et)
(obj.)
יֵינָֽם
(yeinam)
hun wijn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בּוֹשַׁסְכֶם (boschaskhem), ‘jullie vertrappen’: het woord komt alleen hier voor en de betekenis is onzeker.

מַשְׂאַת בַּר (masat bar), ‘een afgifte van graan’: een zware heffing in graan.

Huizen bouwen zonder erin te wonen en wijngaarden planten zonder de wijn te drinken is een vloek uit Deut. 28:30 en 28:39.

12„Want Ik ken jullie vele overtredingen en jullie zware zonden. Jullie benauwen de rechtvaardige, nemen omkoopgeld aan en duwen de armen in de poort opzij.”
כִּ֤י
(ki)
want
יָדַ֨עְתִּי֙
(yadati)
Ik ken
רַבִּ֣ים
(rabim)
talrijk
פִּשְׁעֵיכֶ֔ם
(pisheikhem)
jullie overtredingen
וַעֲצֻמִ֖ים
(vaatsumim)
en zwaar
חַטֹּֽאתֵיכֶ֑ם
(chatoteikhem)
jullie zonden
צֹרְרֵ֤י
(tsorerei)
die benauwen
צַדִּיק֙
(tsadiq)
de rechtvaardige
לֹ֣קְחֵי
(loqechei)
die aannemen
כֹ֔פֶר
(kofer)
omkoopgeld
וְאֶבְיוֹנִ֖ים
(veevyonim)
en armen
בַּשַּׁ֥עַר
(bashaar)
in de poort
הִטּֽוּ
(hitu)
duwen zij opzij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כֹּפֶר (kofer), ‘losgeld’: hier een omkoopsom.

Elders is het het losgeld voor een leven, zoals in Exod. 21:30.

13Daarom zwijgt de verstandige in die tijd, want het is een kwade tijd.
לָכֵ֗ן
(lakhen)
daarom
הַמַּשְׂכִּ֛יל
(hamaskil)
de verstandige
בָּעֵ֥ת
(baet)
in de tijd
הַהִ֖יא
(hahi)
die
יִדֹּ֑ם
(yidom)
zwijgt
כִּ֛י
(ki)
want
עֵ֥ת
(et)
tijd
רָעָ֖ה
(raa)
kwaad
הִֽיא
(hi)
het is
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

הַמַּשְׂכִּיל (hamaskil), ‘de verstandige’: wie inzicht heeft.

Het Hebreeuws zegt niet waarom hij zwijgt; het kan wijzen op gevaar of op de zinloosheid van spreken.

Zoek het goede

14Zoek het goede en niet het kwade, zodat jullie leven. Dan zal Yahweh, Elohim van de legermachten, met jullie zijn, zoals jullie gezegd hebben.
דִּרְשׁוּ
(dirshu)
zoekt
ט֥וֹב
(tov)
het goede
וְאַל
(veal)
en niet
רָ֖ע
(ra)
het kwade
לְמַ֣עַן
(lemaan)
opdat
תִּֽחְי֑וּ
(tichyu)
jullie leven
וִיהִי
(vihi)
en zo moge het zijn
כֵ֞ן
(ken)
zo
יְהוָ֧ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵֽי
(elohei)
Elohim
צְבָא֛וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
אִתְּכֶ֖ם
(itekhem)
met jullie
כַּאֲשֶׁ֥ר
(kaasher)
zoals
אֲמַרְתֶּֽם
(amartem)
jullie hebben gezegd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15Haat het kwade en heb het goede lief. Stel in de poort het recht in. Misschien zal Yahweh, Elohim van de legermachten, genadig zijn voor het overblijfsel van Jozef.
שִׂנְאוּ
(sinu)
haat
רָע֙
(ra)
het kwade
וְאֶ֣הֱבוּ
(veehevu)
en heb lief
ט֔וֹב
(tov)
het goede
וְהַצִּ֥יגוּ
(vehatsigu)
en stel in
בַשַּׁ֖עַר
(bashaar)
in de poort
מִשְׁפָּ֑ט
(mishpat)
recht
אוּלַ֗י
(ulay)
misschien
יֶֽחֱנַ֛ן
(yechenan)
zal genadig zijn
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵֽי
(elohei)
Elohim
צְבָא֖וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
שְׁאֵרִ֥ית
(sheerit)
het overblijfsel van
יוֹסֵֽף
(yosef)
Jozef
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׁאֵרִית יוֹסֵף (sheerit Yosef), ‘het overblijfsel van Jozef’: de rest van het noordelijke rijk.

אוּלַי (ulai), ‘misschien’: Amos geeft geen zekerheid.

Klaagzang overal

16Daarom, zo zegt Yahweh, Elohim van de legermachten, de Heer: „Op alle pleinen zal klaagzang zijn, en in alle straten zegt men: ‘Ach, ach!’ Men roept de landman op tot rouw, en tot klaagzang hen die de rouwzang kennen.
לָ֠כֵן
(lakhen)
daarom
כֹּֽה
(ko)
zo
אָמַ֨ר
(amar)
zegt
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵ֤י
(elohei)
Elohim
צְבָאוֹת֙
(tsevaot)
van de legermachten
אֲדֹנָ֔י
(adonay)
de Heer
בְּכָל
(bekhal)
op alle
רְחֹב֣וֹת
(rechovot)
pleinen
מִסְפֵּ֔ד
(misped)
klaagzang
וּבְכָל
(uvekhal)
en op alle
חוּצ֖וֹת
(chutsot)
straten
יֹאמְר֣וּ
(yomru)
zeggen zij
הוֹ
(ho)
ach
ה֑וֹ
(ho)
ach
וְקָרְא֤וּ
(veqareu)
en zij roepen
אִכָּר֙
(ikar)
landman
אֶל
(el)
tot
אֵ֔בֶל
(evel)
rouw
וּמִסְפֵּ֖ד
(umisped)
en klaagzang
אֶל
(el)
tot
י֥וֹדְעֵי
(yodeei)
kenners van
נֶֽהִי
(nehi)
rouwzang
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲדֹנָי (Adonai), ‘de Heer’: de titel staat hier achter de namen Yahweh en Elohim van de legermachten.

הוֹ הוֹ (ho ho), ‘ach, ach’: een kreet van rouw.

17In alle wijngaarden zal klaagzang zijn, want Ik trek door je midden, zegt Yahweh.”
וּבְכָל
(uvekhal)
en in alle
כְּרָמִ֖ים
(keramim)
wijngaarden
מִסְפֵּ֑ד
(misped)
klaagzang
כִּֽי
(ki)
want
אֶעֱבֹ֥ר
(eevor)
Ik trek door
בְּקִרְבְּךָ֖
(beqirbekha)
je midden
אָמַ֥ר
(amar)
zegt
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

‘Ik trek door je midden’: vergelijk Exod. 12:12, waar Yahweh door Egypte gaat.

Nu gaat Hij op dezelfde wijze door Israël.

De dag van Yahweh

18Wee hen die verlangen naar de dag van Yahweh! Wat hebben jullie aan de dag van Yahweh? Hij is duisternis en geen licht.
ה֥וֹי
(hoy)
wee
הַמִּתְאַוִּ֖ים
(hamitavim)
die verlangen naar
אֶת
(et)
(obj.)
י֣וֹם
(yom)
de dag van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
לָמָּה
(lama)
waartoe
זֶּ֥ה
(ze)
dit
לָכֶ֛ם
(lakhem)
voor jullie
י֥וֹם
(yom)
dag van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
הוּא
(hu)
hij
חֹ֥שֶׁךְ
(choshekh)
duisternis
וְלֹא
(velo)
en niet
אֽוֹר
(or)
licht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יוֹם יְהוָה (yom Yahweh), ‘de dag van Yahweh’: de dag waarop Yahweh ingrijpt en oordeelt.

Het volk verlangt ernaar; Amos zegt dat die dag duisternis is en geen licht.

19Zoals een man die voor de leeuw vlucht en de beer ontmoet. Of hij gaat het huis binnen, legt zijn hand tegen de muur en wordt door de slang gebeten.
כַּאֲשֶׁ֨ר
(kaasher)
zoals
יָנ֥וּס
(yanus)
vlucht
אִישׁ֙
(ish)
een man
מִפְּנֵ֣י
(mipenei)
voor
הָאֲרִ֔י
(haari)
de leeuw
וּפְגָע֖וֹ
(ufegao)
en ontmoet hem
הַדֹּ֑ב
(hadov)
de beer
וּבָ֣א
(uva)
en komt
הַבַּ֔יִת
(habayit)
het huis
וְסָמַ֤ךְ
(vesamakh)
en leunt
יָדוֹ֙
(yado)
zijn hand
עַל
(al)
tegen
הַקִּ֔יר
(haqir)
de muur
וּנְשָׁכ֖וֹ
(uneshakho)
en bijt hem
הַנָּחָֽשׁ
(hanachash)
de slang
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20Is de dag van Yahweh niet duisternis en geen licht, donker en zonder glans?
הֲלֹא
(halo)
is niet
חֹ֛שֶׁךְ
(choshekh)
duisternis
י֥וֹם
(yom)
de dag van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
וְלֹא
(velo)
en niet
א֑וֹר
(or)
licht
וְאָפֵ֖ל
(veafel)
en donker
וְלֹא
(velo)
en niet
נֹ֥גַֽהּ
(nogah)
glans
לֽוֹ
(lo)
voor hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)

Yahweh verwerpt hun feesten

21„Ik haat jullie feesten, Ik verwerp ze. Ik wil jullie slotsamenkomsten niet ruiken.
שָׂנֵ֥אתִי
(saneti)
Ik haat
מָאַ֖סְתִּי
(maasti)
Ik verwerp
חַגֵּיכֶ֑ם
(chageikhem)
jullie feesten
וְלֹ֥א
(velo)
en niet
אָרִ֖יחַ
(ariach)
ruik Ik
בְּעַצְּרֹֽתֵיכֶֽם
(beatseroteikhem)
jullie slotsamenkomsten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עַצְּרֹתֵיכֶם (atsroteykhem), ‘jullie slotsamenkomsten’: plechtige samenkomsten bij de feesten, zoals in Lev. 23:36.

לֹא אָרִיחַ (lo ariach), ‘Ik ruik niet’: Yahweh ruikt de offers niet met welgevallen. Vergelijk de ‘aangename geur’ in Lev. 1:9.

22Zelfs als jullie Mij brandoffers en graanoffers brengen, heb Ik er geen behagen in. Het vredeoffer van jullie gemeste dieren zie Ik niet aan.
כִּ֣י
(ki)
want
אִם
(im)
als
תַּעֲלוּ
(taalu)
jullie brengen op
לִ֥י
(li)
voor Mij
עֹל֛וֹת
(olot)
brandoffers
וּמִנְחֹתֵיכֶ֖ם
(uminchoteikhem)
en jullie graanoffers
לֹ֣א
(lo)
niet
אֶרְצֶ֑ה
(ertse)
heb Ik behagen
וְשֶׁ֥לֶם
(veshelem)
en het vredeoffer van
מְרִיאֵיכֶ֖ם
(merieikhem)
jullie gemeste dieren
לֹ֥א
(lo)
niet
אַבִּֽיט
(abit)
zie Ik aan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שֶׁלֶם (shelem), ‘vredeoffer’: hetzelfde offer als de shelamim in de wet.

23Neem het geraas van je liederen van Mij weg. Het spel van je harpen wil Ik niet horen.
הָסֵ֥ר
(haser)
neem weg
מֵעָלַ֖י
(mealay)
van Mij
הֲמ֣וֹן
(hamon)
het geraas van
שִׁרֶ֑יךָ
(shireikha)
je liederen
וְזִמְרַ֥ת
(vezimrat)
en het spel van
נְבָלֶ֖יךָ
(nevaleikha)
je harpen
לֹ֥א
(lo)
niet
אֶשְׁמָֽע
(eshma)
wil Ik horen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24Laat het recht rollen als water en de gerechtigheid als een altijd stromende beek.
וְיִגַּ֥ל
(veyigal)
en laat rollen
כַּמַּ֖יִם
(kamayim)
als water
מִשְׁפָּ֑ט
(mishpat)
recht
וּצְדָקָ֖ה
(utsedaqa)
en gerechtigheid
כְּנַ֥חַל
(kenachal)
als een beek
אֵיתָֽן
(eitan)
altijd stromende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
25Hebben jullie Mij in de woestijn, 40 jaar lang, slachtoffers en een graanoffer aangeboden, huis van Israël?
הַזְּבָחִ֨ים
(hazevachim)
de slachtoffers
וּמִנְחָ֜ה
(umincha)
en graanoffer
הִֽגַּשְׁתֶּם
(higashtem)
hebben jullie aangeboden
לִ֧י
(li)
aan Mij
בַמִּדְבָּ֛ר
(bamidbar)
in de woestijn
אַרְבָּעִ֥ים
(arbaim)
40
שָׁנָ֖ה
(shana)
jaar
בֵּ֥ית
(beit)
huis van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
26Jullie zullen Sikkut, jullie koning, dragen, en Kiyun, jullie beelden, de ster van jullie god, die jullie voor jezelf hebben gemaakt.
וּנְשָׂאתֶ֗ם
(unesatem)
en jullie zullen dragen
אֵ֚ת
(et)
(obj.)
סִכּ֣וּת
(sikut)
Sikkut
מַלְכְּכֶ֔ם
(malkekhem)
jullie koning
וְאֵ֖ת
(veet)
en (obj.)
כִּיּ֣וּן
(kiyun)
Kiyun
צַלְמֵיכֶ֑ם
(tsalmeikhem)
jullie beelden
כּוֹכַב֙
(kokhav)
de ster van
אֱלֹ֣הֵיכֶ֔ם
(eloheikhem)
jullie god
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
die
עֲשִׂיתֶ֖ם
(asitem)
jullie hebben gemaakt
לָכֶֽם
(lakhem)
voor jezelf
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סִכּוּת (Sikkut) en כִּיּוּן (Kiyun): de betekenis van deze woorden is onzeker.

Het kunnen namen van goden zijn, of woorden voor ‘tent’ en ‘sokkel’.

Zie ook Hand. 7:42–43.

Lezing

Wij volgen de Masoretische tekst.

Sommige oude vertalingen lezen de woorden anders.

De zin kan ook verleden tijd zijn: ‘jullie hebben gedragen’.

27Ik zal jullie in ballingschap voeren, verder dan Damascus, zegt Yahweh.” Elohim van de legermachten is Zijn naam.
וְהִגְלֵיתִ֥י
(vehigleiti)
en Ik voer in ballingschap
אֶתְכֶ֖ם
(etkhem)
jullie
מֵהָ֣לְאָה
(mehalea)
verder dan
לְדַמָּ֑שֶׂק
(ledamaseq)
Damascus
אָמַ֛ר
(amar)
zegt
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵֽי
(elohei)
Elohim
צְבָא֖וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
שְׁמֽוֹ
(shemo)
is Zijn naam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Damascus: Damascus ligt aan de voet van het Antilibanon, in het huidige Syrië.

Uitleg

‘Elohim van de legermachten is Zijn naam’ is een woord van de profeet over Yahweh; het hoort niet meer bij de woorden die Yahweh zelf spreekt.