Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Een klaaglied over Israël
1Hoor dit woord, dat ik over jullie als klaaglied aanhef, huis van Israël.
שִׁמְע֞וּ
(shimu)
hoort
אֶת
(et)
(obj.)
הַדָּבָ֣ר
(hadavar)
het woord
הַזֶּ֗ה
(haze)
dit
אֲשֶׁ֨ר
(asher)
dat
אָנֹכִ֜י
(anokhi)
ik
נֹשֵׂ֧א
(nose)
aanhef
עֲלֵיכֶ֛ם
(aleikhem)
over jullie
קִינָ֖ה
(qina)
klaaglied
בֵּ֥ית
(beit)
huis van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
קִינָה (qinah), ‘klaaglied’: een lied van rouw bij een dode.
Amos zingt het over Israël alsof het al gestorven is.
3Want zo zegt Heer Yahweh: „De stad die met duizend uittrekt, houdt er honderd over. En de stad die met honderd uittrekt, houdt er tien over, voor het huis van Israël.”
כִּ֣י
(ki)
want
כֹ֤ה
(ko)
zo
אָמַר֙
(amar)
zegt
אֲדֹנָ֣י
(adonay)
Heer
יְהוִ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
הָעִ֛יר
(hair)
de stad
הַיֹּצֵ֥את
(hayotset)
die uittrekt
אֶ֖לֶף
(elef)
duizend
תַּשְׁאִ֣יר
(tashir)
houdt over
מֵאָ֑ה
(mea)
honderd
וְהַיּוֹצֵ֥את
(vehayotset)
en die uittrekt
מֵאָ֛ה
(mea)
honderd
תַּשְׁאִ֥יר
(tashir)
houdt over
עֲשָׂרָ֖ה
(asara)
tien
לְבֵ֥ית
(leveit)
voor het huis van
יִשְׂרָאֵֽל
(yisrael)
Israël
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5Zoek Betel niet. Ga niet naar Gilgal en trek niet door naar Beër-Sjeba. Want Gilgal zal zeker in ballingschap gaan, en Betel zal tot onheil worden.”
וְאַֽל
(veal)
en niet
תִּדְרְשׁוּ֙
(tidreshu)
zoekt
בֵּֽית
(beit)
huis van
אֵ֔ל
(el)
El
וְהַגִּלְגָּל֙
(vehagilgal)
en naar Gilgal
לֹ֣א
(lo)
niet
תָבֹ֔אוּ
(tavou)
komt
וּבְאֵ֥ר
(uveer)
en naar Beër
שֶׁ֖בַע
(sheva)
Sjeba
לֹ֣א
(lo)
niet
תַעֲבֹ֑רוּ
(taavoru)
trekt over
כִּ֤י
(ki)
want
הַגִּלְגָּל֙
(hagilgal)
Gilgal
גָּלֹ֣ה
(galo)
in ballingschap
יִגְלֶ֔ה
(yigle)
zal gaan
וּבֵֽית
(uveit)
en huis van
אֵ֖ל
(el)
El
יִהְיֶ֥ה
(yihye)
zal worden
לְאָֽוֶן
(leaven)
tot onheil
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zie Betel: Betel ligt bij het huidige Beitin, ongeveer 17 km ten noorden van Jeruzalem.
Zie Gilgal (bij Jericho?; ligging onzeker): Het is niet zeker welk Gilgal hier bedoeld is.
Een mogelijkheid is het Gilgal bij Jericho (Jozua 4:19).
Dit is niet zeker.
Zie Gilgal (bij Betel?; ligging onzeker): Een andere mogelijkheid is een Gilgal in het bergland bij Betel, vermoedelijk bij het huidige Jiljilya.
Dit is niet zeker.
Zie Beër-Sjeba: Beër-Sjeba ligt aan de rand van de Negev, ongeveer 75 km ten zuidwesten van Jeruzalem.
Uitleg
Betel, Gilgal en Beër-Sjeba waren heiligdommen.
Beër-Sjeba lag in het zuiden van Juda; zie ook Amos 8:14.
הַגִּלְגָּל גָּלֹה יִגְלֶה (haGilgal galoh yigleh), ‘Gilgal zal zeker in ballingschap gaan’: een woordspel op de naam Gilgal en het werkwoord galah, ‘in ballingschap gaan’.
אָוֶן (aven), ‘onheil’: een woordspel op Betel, ‘huis van El’. Elders heet Betel Bet-Awen, ‘huis van onheil’ (Hos. 4:15).
8Hij maakt de Plejaden en Orion. Hij verandert diepe schaduw in morgen en verduistert de dag tot nacht. Hij roept de wateren van de zee en giet ze uit over het oppervlak van de aarde. Yahweh is Zijn naam.
עֹשֵׂ֨ה
(ose)
Hij die maakt
כִימָ֜ה
(kima)
de Plejaden
וּכְסִ֗יל
(ukhesil)
en Orion
וְהֹפֵ֤ךְ
(vehofekh)
en die verandert
לַבֹּ֨קֶר֙
(laboqer)
in morgen
צַלְמָ֔וֶת
(tsalmavet)
diepe schaduw
וְי֖וֹם
(veyom)
en dag
לַ֣יְלָה
(layla)
in nacht
הֶחְשִׁ֑יךְ
(hechshikh)
verduistert
הַקּוֹרֵ֣א
(haqore)
die roept
לְמֵֽי
(lemei)
de wateren van
הַיָּ֗ם
(hayam)
de zee
וַֽיִּשְׁפְּכֵ֛ם
(vayishpekhem)
en giet ze uit
עַל
(al)
over
פְּנֵ֥י
(penei)
het oppervlak van
הָאָ֖רֶץ
(haarets)
de aarde
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
שְׁמֽוֹ
(shemo)
is Zijn naam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
כִימָה (kimah), ‘de Plejaden’, en כְּסִיל (kesil), ‘Orion’: sterrenbeelden.
De gangbare weergave is niet helemaal zeker; zie Job 9:9 en 38:31.
צַלְמָוֶת (tsalmavet), ‘diepe schaduw’: ook ‘schaduw van de dood’, zoals in Ps. 23:4.
Dit is een lofzang op Yahweh, zoals ook in 4:13 en 9:5–6.
11Daarom, omdat jullie de geringe vertrappen en een graanafgifte van hem nemen: huizen van gehouwen steen hebben jullie gebouwd. Maar jullie zullen er niet in wonen. Lieflijke wijngaarden hebben jullie geplant. Maar jullie zullen de wijn ervan niet drinken.
לָ֠כֵן
(lakhen)
daarom
יַ֣עַן
(yaan)
omdat
בּוֹשַׁסְכֶ֞ם
(boshaskhem)
jullie vertrappen
עַל
(al)
op
דָּ֗ל
(dal)
de geringe
וּמַשְׂאַת
(umasat)
en een afgifte van
בַּר֙
(bar)
graan
תִּקְח֣וּ
(tiqchu)
nemen jullie
מִמֶּ֔נּוּ
(mimenu)
van hem
בָּתֵּ֥י
(batei)
huizen van
גָזִ֛ית
(gazit)
gehouwen steen
בְּנִיתֶ֖ם
(benitem)
hebben jullie gebouwd
וְלֹא
(velo)
maar niet
תֵ֣שְׁבוּ
(teshevu)
zullen jullie wonen
בָ֑ם
(bam)
daarin
כַּרְמֵי
(karmei)
wijngaarden van
חֶ֣מֶד
(chemed)
lieflijkheid
נְטַעְתֶּ֔ם
(netatem)
hebben jullie geplant
וְלֹ֥א
(velo)
maar niet
תִשְׁתּ֖וּ
(tishtu)
zullen jullie drinken
אֶת
(et)
(obj.)
יֵינָֽם
(yeinam)
hun wijn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
בּוֹשַׁסְכֶם (boschaskhem), ‘jullie vertrappen’: het woord komt alleen hier voor en de betekenis is onzeker.
מַשְׂאַת בַּר (masat bar), ‘een afgifte van graan’: een zware heffing in graan.
Huizen bouwen zonder erin te wonen en wijngaarden planten zonder de wijn te drinken is een vloek uit Deut. 28:30 en 28:39.
12„Want Ik ken jullie vele overtredingen en jullie zware zonden. Jullie benauwen de rechtvaardige, nemen omkoopgeld aan en duwen de armen in de poort opzij.”
כִּ֤י
(ki)
want
יָדַ֨עְתִּי֙
(yadati)
Ik ken
רַבִּ֣ים
(rabim)
talrijk
פִּשְׁעֵיכֶ֔ם
(pisheikhem)
jullie overtredingen
וַעֲצֻמִ֖ים
(vaatsumim)
en zwaar
חַטֹּֽאתֵיכֶ֑ם
(chatoteikhem)
jullie zonden
צֹרְרֵ֤י
(tsorerei)
die benauwen
צַדִּיק֙
(tsadiq)
de rechtvaardige
לֹ֣קְחֵי
(loqechei)
die aannemen
כֹ֔פֶר
(kofer)
omkoopgeld
וְאֶבְיוֹנִ֖ים
(veevyonim)
en armen
בַּשַּׁ֥עַר
(bashaar)
in de poort
הִטּֽוּ
(hitu)
duwen zij opzij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
כֹּפֶר (kofer), ‘losgeld’: hier een omkoopsom.
Elders is het het losgeld voor een leven, zoals in Exod. 21:30.
15Haat het kwade en heb het goede lief. Stel in de poort het recht in. Misschien zal Yahweh, Elohim van de legermachten, genadig zijn voor het overblijfsel van Jozef.
שִׂנְאוּ
(sinu)
haat
רָע֙
(ra)
het kwade
וְאֶ֣הֱבוּ
(veehevu)
en heb lief
ט֔וֹב
(tov)
het goede
וְהַצִּ֥יגוּ
(vehatsigu)
en stel in
בַשַּׁ֖עַר
(bashaar)
in de poort
מִשְׁפָּ֑ט
(mishpat)
recht
אוּלַ֗י
(ulay)
misschien
יֶֽחֱנַ֛ן
(yechenan)
zal genadig zijn
יְהוָ֥ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵֽי
(elohei)
Elohim
צְבָא֖וֹת
(tsevaot)
van de legermachten
שְׁאֵרִ֥ית
(sheerit)
het overblijfsel van
יוֹסֵֽף
(yosef)
Jozef
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שְׁאֵרִית יוֹסֵף (sheerit Yosef), ‘het overblijfsel van Jozef’: de rest van het noordelijke rijk.
אוּלַי (ulai), ‘misschien’: Amos geeft geen zekerheid.
16Daarom, zo zegt Yahweh, Elohim van de legermachten, de Heer: „Op alle pleinen zal klaagzang zijn, en in alle straten zegt men: ‘Ach, ach!’ Men roept de landman op tot rouw, en tot klaagzang hen die de rouwzang kennen.
לָ֠כֵן
(lakhen)
daarom
כֹּֽה
(ko)
zo
אָמַ֨ר
(amar)
zegt
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵ֤י
(elohei)
Elohim
צְבָאוֹת֙
(tsevaot)
van de legermachten
אֲדֹנָ֔י
(adonay)
de Heer
בְּכָל
(bekhal)
op alle
רְחֹב֣וֹת
(rechovot)
pleinen
מִסְפֵּ֔ד
(misped)
klaagzang
וּבְכָל
(uvekhal)
en op alle
חוּצ֖וֹת
(chutsot)
straten
יֹאמְר֣וּ
(yomru)
zeggen zij
הוֹ
(ho)
ach
ה֑וֹ
(ho)
ach
וְקָרְא֤וּ
(veqareu)
en zij roepen
אִכָּר֙
(ikar)
landman
אֶל
(el)
tot
אֵ֔בֶל
(evel)
rouw
וּמִסְפֵּ֖ד
(umisped)
en klaagzang
אֶל
(el)
tot
י֥וֹדְעֵי
(yodeei)
kenners van
נֶֽהִי
(nehi)
rouwzang
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
אֲדֹנָי (Adonai), ‘de Heer’: de titel staat hier achter de namen Yahweh en Elohim van de legermachten.