Open in de app Alle boeken Job ← 7 9 → Job 8 Bildad spreekt
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Bildad spreekt 1 Bildad uit Sjuach nam het woord en zei:
וַ֭יַּעַן
(vayaan)
en antwoordde
הַשּׁוּחִ֗י
(hashuchi)
de Sjuchiet
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Bildad komt uit Sjuach (zie 2:11).
Uitleg
Hij spreekt korter en scherper dan Elifaz en beroept zich op de overlevering van de voorouders.
2 „Hoe lang nog zeg je dit? Hoe lang zijn de woorden van je mond een geweldige storm?
תְּמַלֶּל
(temalel)
spreek je
וְר֥וּחַ
(veruach)
en een wind
כַּ֝בִּיר
(kabir)
geweldige
אִמְרֵי
(imrei)
woorden van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3 Verdraait El het recht? Verdraait Sjaddai de gerechtigheid?
יְעַוֵּ֣ת
(yeavet)
verdraait
יְעַוֵּֽת
(yeavet)
verdraait
צֶֽדֶק
(tsedeq)
gerechtigheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Bildads vraag is retorisch: natuurlijk verdraait El het recht niet.
Dit is de kern van zijn leer: Elohim is rechtvaardig, dus wie lijdt, heeft gezondigd.
4 Als je zonen tegen Hem gezondigd hebben, dan heeft Hij hen overgeleverd aan hun eigen overtreding.
בָּנֶ֥יךָ
(baneikha)
je zonen
חָֽטְאוּ
(chateu)
zondigden
וַֽ֝יְשַׁלְּחֵ֗ם
(vayshalechem)
dan zond Hij hen weg
בְּיַד
(beyad)
in de hand van
פִּשְׁעָֽם
(pisham)
hun overtreding
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Een harde uitspraak over Jobs gestorven kinderen (1:19).
Bildad zegt het onverbloemd: hun dood was de straf voor hun zonde.
5 Maar als jij El ernstig zoekt en Sjaddai om genade smeekt,
תְּשַׁחֵ֣ר
(teshacher)
zoekt
תִּתְחַנָּֽן
(titchanan)
smeekt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
El (אֵל ) en Sjaddai (שַׁדַּי ) staan parallel als namen voor Elohim.
6 als jij zuiver en oprecht bent, dan zal Hij nu voor je opstaan en je rechtmatige woning herstellen.
וְיָשָׁ֗ר
(veyashar)
en oprecht
יָעִ֣יר
(yair)
zal Hij ontwaken
עָלֶ֑יךָ
(aleikha)
voor jou
וְ֝שִׁלַּ֗ם
(veshilam)
en zal herstellen
צִדְקֶֽךָ
(tsidqekha)
je rechtvaardigheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
7 Dan zal je begin klein lijken en je einde zeer groot worden.
וְהָיָ֣ה
(vehaya)
en zal zijn
רֵאשִׁיתְךָ֣
(reshitekha)
je begin
וְ֝אַחֲרִיתְךָ֗
(veacharitekha)
en je einde
יִשְׂגֶּ֥ה
(yisge)
zal groot worden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Leer van de vorige generaties 8 Vraag het toch aan de vorige generatie, en let op wat hun vaders hebben ontdekt.
לְדֹ֣ר
(ledor)
aan generatie
וְ֝כוֹנֵ֗ן
(vekhonen)
en richt je
לְחֵ֣קֶר
(lecheqer)
op het onderzoek van
אֲבוֹתָֽם
(avotam)
hun vaders
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Bildad beroept zich niet op een visioen zoals Elifaz (4:12–16) maar op de ervaring van eerdere generaties.
9 Want wij zijn van gisteren en weten niets. Onze dagen op aarde zijn een schaduw.
יָמֵ֣ינוּ
(yameinu)
onze dagen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10 Zullen zij je niet onderwijzen en tot je spreken, en woorden uit hun hart voortbrengen?
י֭וֹרוּךָ
(yorukha)
zullen je onderwijzen
יֹ֣אמְרוּ
(yomru)
zullen zeggen
וּ֝מִלִּבָּ֗ם
(umilibam)
en uit hun hart
יוֹצִ֥אוּ
(yotsiu)
brengen ze voort
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11 Groeit riet zonder moeras? Groeit gras zonder water?
הֲיִֽגְאֶה
(hayige)
groeit hoog
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
גֹּמֶא (gome) is papyrusriet, dat alleen groeit waar water is.
Het beeld: iets wat afhankelijk is van water verdort zonder water; zo verdort wie El vergeet.
12 Het staat nog in zijn groen en wordt niet gesneden, maar toch verdort het eerder dan alle gras.
בְ֭אִבּוֹ
(beibo)
in zijn groen
יִקָּטֵ֑ף
(yiqatef)
wordt het gesneden
וְלִפְנֵ֖י
(velifnei)
en voor
יִיבָֽשׁ
(yivash)
verdort het
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
13 Zo zijn de paden van allen die El vergeten, en de hoop van de goddeloze vergaat.
אָ֭רְחוֹת
(arechot)
paden van
שֹׁ֣כְחֵי
(shokhechei)
die vergeten
וְתִקְוַ֖ת
(vetiqvat)
en hoop van
חָנֵ֣ף
(chanef)
de goddeloze
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
חָנֵף (chanef), ‘goddeloze’, is iemand die de verbinding met Elohim verbroken heeft, ook al ziet het er van buiten anders uit.
14 Zijn vertrouwen breekt af, en wat hij vertrouwt, is een spinnenweb.
כִּסְל֑וֹ
(kislo)
vertrouwen
וּבֵ֥ית
(uveit)
en een huis van
עַ֝כָּבִ֗ישׁ
(akavish)
spin
מִבְטַחֽוֹ
(mivtacho)
zijn vertrouwen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15 Hij leunt op zijn huis, maar het blijft niet staan. Hij klampt zich eraan vast, maar het houdt geen stand.
יִשָּׁעֵ֣ן
(yishaen)
leunt hij
יַעֲמֹ֑ד
(yaamod)
staat het
יַחֲזִ֥יק
(yachaziq)
hij klampt zich vast
יָקֽוּם
(yaqum)
houdt het stand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16 Hij is groen in de zon, en zijn scheuten spreiden zich uit over zijn tuin.
גַּ֝נָּת֗וֹ
(ganato)
zijn tuin
יֹֽנַקְתּ֥וֹ
(yonaqto)
zijn scheuten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17 Zijn wortels strengelen zich om een steenhoop, hij ziet een huis van stenen.
שָֽׁרָשָׁ֣יו
(sharashav)
zijn wortels
יְסֻבָּ֑כוּ
(yesubakhu)
strengelen
יֶחֱזֶֽה
(yecheze)
ziet hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Dit vers is onzeker.
Het beeld: een plant die zich met zijn wortels om een steenhoop windt, denkt in een huis van stenen te leven, maar zit vast op de stenen.
18 Als iemand hem van zijn plaats wegrukt, loochent die plaats hem: ‘Ik heb je nooit gezien.’
יְבַלְּעֶ֥נּוּ
(yevaleenu)
men hem opslokt
מִמְּקוֹמ֑וֹ
(mimeqomo)
van zijn plaats
וְכִ֥חֶשׁ
(vekhichesh)
dan loochent
רְאִיתִֽיךָ
(reitikha)
ik zag je
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19 Zie, dat is de vreugde van zijn weg, en uit het stof groeit een ander op.
מְשׂ֣וֹשׂ
(mesos)
vreugde van
דַּרְכּ֑וֹ
(darko)
zijn weg
וּ֝מֵעָפָ֗ר
(umeafar)
en uit stof
יִצְמָֽחוּ
(yitsmachu)
zullen opgroeien
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
‘De vreugde van zijn weg’ is bitter bedoeld: dat is alles wat de goddeloze krijgt.
Een ander groeit uit het stof op en neemt zijn plaats in.
El verwerpt de onberispelijke niet 20 Zie, El verwerpt de onberispelijke niet, en geeft de boosdoeners geen hand.
תָּ֑ם
(tam)
de onberispelijke
יַ֝חֲזִ֗יק
(yachaziq)
grijpt
מְרֵעִֽים
(mereim)
boosdoeners
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
21 Hij zal je mond nog vullen met lachen en je lippen met gejuich.
יְמַלֵּ֣ה
(yemale)
Hij vult
וּשְׂפָתֶ֥יךָ
(usefateikha)
en je lippen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Bildad eindigt met een belofte: als Job zich bekeert, zal Elohim hem herstellen.
Dat gebeurt aan het einde van het boek, maar anders dan Bildad denkt (42:7–9).
22 Je vijanden zullen zich met schaamte kleden, en de tent van de goddelozen bestaat niet meer.”
שֹׂנְאֶ֥יךָ
(soneeikha)
je haters
יִלְבְּשׁוּ
(yilbeshu)
zullen zich kleden
בֹ֑שֶׁת
(boshet)
in schaamte
וְאֹ֖הֶל
(veohel)
en tent van
רְשָׁעִ֣ים
(reshaim)
goddelozen
אֵינֶֽנּוּ
(einenu)
niet is er
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)