Elohim Bijbel

Numeri 12

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536

Mirjam en Aäron spreken tegen Mozes

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Mirjam en Aäron klagen over Mozes

1Mirjam en Aäron spraken tegen Mozes vanwege de Kushitische vrouw die hij had genomen, want hij had een Kushitische vrouw genomen.
וַתְּדַבֵּ֨ר
(vatedaber)
en sprak
מִרְיָ֤ם
(miryam)
Mirjam
וְאַהֲרֹן֙
(veaharon)
en Aäron
בְּמֹשֶׁ֔ה
(bemoshe)
tegen Mozes
עַל
(al)
over
אֹד֛וֹת
(odot)
de zaak van
הָאִשָּׁ֥ה
(haisha)
de vrouw
הַכֻּשִׁ֖ית
(hakushit)
de Kushitische
אֲשֶׁ֣ר
(asher)
die
לָקָ֑ח
(laqach)
hij had genomen
כִּֽי
(ki)
want
אִשָּׁ֥ה
(isha)
een vrouw
כֻשִׁ֖ית
(kushit)
Kushitische
לָקָֽח
(laqach)
hij had genomen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Kush (כּוּשׁ) ligt ten zuiden van Egypte, in het huidige zuiden van Egypte en Soedan (Nubië).

De Kushitische vrouw wordt verder niet genoemd.

Uitleg

Het werkwoord ‘sprak’ staat in het Hebreeuws in het enkelvoud, met Mirjam als eerste.

Zij is dus de aanvoerster.

Wij vertalen ‘spraken’.

Lezing

Het is niet duidelijk wie de Kushitische vrouw is.

Het kan Sippora zijn (Exod. 2:21), de Midianitische vrouw van Mozes, of een andere vrouw.

Wij laten de vraag open.

2Zij zeiden: „Heeft Yahweh alleen door Mozes gesproken? Heeft Hij niet ook door ons gesproken?” Yahweh hoorde het.
וַיֹּאמְר֗וּ
(vayomru)
en zij zeiden
הֲרַ֤ק
(haraq)
is het
אַךְ
(akh)
alleen
בְּמֹשֶׁה֙
(bemoshe)
door Mozes
דִּבֶּ֣ר
(diber)
heeft gesproken
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
הֲלֹ֖א
(halo)
niet
גַּם
(gam)
ook
בָּ֣נוּ
(banu)
door ons
דִבֵּ֑ר
(diber)
heeft Hij gesproken
וַיִּשְׁמַ֖ע
(vayishma)
en hoorde
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3De man Mozes was zeer nederig, meer dan alle mensen op het oppervlak van de grond.
וְהָאִ֥ישׁ
(vehaish)
en de man
מֹשֶׁ֖ה
(moshe)
Mozes
עָנָ֣יו
(anav)
nederig
מְאֹ֑ד
(meod)
zeer
מִכֹּל֙
(mikol)
meer dan alle
הָֽאָדָ֔ם
(haadam)
mensen
אֲשֶׁ֖ר
(asher)
die
עַל
(al)
op
פְּנֵ֥י
(penei)
het oppervlak van
הָאֲדָמָֽה
(haadama)
de grond
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עָנָו (anav), ‘nederig’: iemand die zichzelf niet verheft.

Het kan ook ‘gebogen, ootmoedig’ betekenen.

Mozes blijft zwijgen terwijl anderen over hem spreken; Yahweh verdedigt hem.

Yahweh komt tussenbeide

4Plotseling zei Yahweh tot Mozes, tot Aäron en tot Mirjam: „Ga met jullie drieën naar de tent van samenkomst.” Zij gingen met hun drieën.
וַיֹּ֨אמֶר
(vayomer)
en zei
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
פִּתְאֹ֗ם
(pitom)
plotseling
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֤ה
(moshe)
Mozes
וְאֶֽל
(veel)
en tot
אַהֲרֹן֙
(aharon)
Aäron
וְאֶל
(veel)
en tot
מִרְיָ֔ם
(miryam)
Mirjam
צְא֥וּ
(tseu)
gaat uit
שְׁלָשְׁתְּכֶ֖ם
(shelashtekhem)
jullie drieën
אֶל
(el)
naar
אֹ֣הֶל
(ohel)
tent van
מוֹעֵ֑ד
(moed)
samenkomst
וַיֵּצְא֖וּ
(vayetseu)
en zij gingen uit
שְׁלָשְׁתָּֽם
(shelashtam)
met hun drieën
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פִּתְאֹם (pit’om), ‘plotseling’: Yahweh komt zonder aankondiging.

5Yahweh daalde neer in een wolkkolom en bleef bij de ingang van de tent staan. Hij riep Aäron en Mirjam, en zij kwamen beiden naar voren.
וַיֵּ֤רֶד
(vayered)
en daalde neer
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
בְּעַמּ֣וּד
(beamud)
in een kolom van
עָנָ֔ן
(anan)
wolk
וַֽיַּעֲמֹ֖ד
(vayaamod)
en bleef staan
פֶּ֣תַח
(petach)
bij de ingang van
הָאֹ֑הֶל
(haohel)
de tent
וַיִּקְרָא֙
(vayiqra)
en riep
אַהֲרֹ֣ן
(aharon)
Aäron
וּמִרְיָ֔ם
(umiryam)
en Mirjam
וַיֵּצְא֖וּ
(vayetseu)
en zij gingen uit
שְׁנֵיהֶֽם
(sheneihem)
beiden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6Hij zei: „Luister toch naar Mijn woorden. Als er onder jullie een profeet is, dan maak Ik, Yahweh, Mij in een visioen aan hem bekend. In een droom spreek Ik met hem.
וַיֹּ֖אמֶר
(vayomer)
en zei
שִׁמְעוּ
(shimu)
luister
נָ֣א
(na)
toch
דְבָרָ֑י
(devaray)
naar Mijn woorden
אִם
(im)
als
יִֽהְיֶה֙
(yihye)
er is
נְבִ֣יאֲכֶ֔ם
(neviakhem)
onder jullie profeet
יְהוָ֗ה
(Yahweh)
Yahweh
בַּמַּרְאָה֙
(bamara)
in een visioen
אֵלָ֣יו
(elav)
aan hem
אֶתְוַדָּ֔ע
(etvada)
Ik maak Mij bekend
בַּחֲל֖וֹם
(bachalom)
in een droom
אֲדַבֶּר
(adaber)
Ik spreek
בּֽוֹ
(bo)
met hem
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

נְבִיאֲכֶם יְהוָה (nevi’akhem Yahweh) kan ook gelezen worden als ‘jullie profeet van Yahweh’.

Wij lezen: ‘een profeet onder jullie’, en ‘Ik, Yahweh’ als het onderwerp van ‘maak Ik Mij bekend’.

7Zo is het niet met Mijn dienaar Mozes: in heel Mijn huis is hij betrouwbaar.
לֹא
(lo)
niet
כֵ֖ן
(ken)
zo
עַבְדִּ֣י
(avdi)
Mijn dienaar
מֹשֶׁ֑ה
(moshe)
Mozes
בְּכָל
(bekhal)
in heel
בֵּיתִ֖י
(beiti)
Mijn huis
נֶאֱמָ֥ן
(neeman)
betrouwbaar
הֽוּא
(hu)
hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶאֱמָן (ne’eman), ‘betrouwbaar’: iemand op wie men kan bouwen.

Hebr. 3:5 noemt Mozes ‘trouw in heel Zijn huis’.

8Van mond tot mond spreek Ik met hem, zichtbaar en niet in raadsels. De gestalte van Yahweh aanschouwt hij. Waarom hebben jullie dan geen ontzag gehad om tegen Mijn dienaar te spreken, tegen Mozes?”
פֶּ֣ה
(pe)
mond
אֶל
(el)
tot
פֶּ֞ה
(pe)
mond
אֲדַבֶּר
(adaber)
Ik spreek
בּ֗וֹ
(bo)
met hem
וּמַרְאֶה֙
(umare)
en zichtbaar
וְלֹ֣א
(velo)
en niet
בְחִידֹ֔ת
(bechidot)
in raadsels
וּתְמֻנַ֥ת
(utemunat)
en de gestalte van
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
יַבִּ֑יט
(yabit)
hij aanschouwt
וּמַדּ֨וּעַ֙
(umadua)
en waarom
לֹ֣א
(lo)
niet
יְרֵאתֶ֔ם
(yeretem)
hebben jullie ontzag gehad
לְדַבֵּ֖ר
(ledaber)
om te spreken
בְּעַבְדִּ֥י
(beavdi)
tegen Mijn dienaar
בְמֹשֶֽׁה
(bemoshe)
tegen Mozes
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תְּמֻנָה (temunah), ‘gestalte’: de vorm waarin Yahweh zichtbaar is voor Mozes.

Vergelijk Exod. 33:11 en Num. 11:25.

Mirjam wordt melaats

9De toorn van Yahweh ontbrandde tegen hen, en Hij ging weg.
וַיִּֽחַר
(vayichar)
en ontbrandde
אַ֧ף
(af)
de toorn van
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
בָּ֖ם
(bam)
tegen hen
וַיֵּלַֽךְ
(vayelakh)
en Hij ging
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10Toen de wolk van boven de tent was weggegaan, zie, Mirjam was melaats, wit als sneeuw. Aäron keerde zich naar Mirjam toe en zie, zij was melaats.
וְהֶעָנָ֗ן
(veheanan)
en de wolk
סָ֚ר
(sar)
week
מֵעַ֣ל
(meal)
van boven
הָאֹ֔הֶל
(haohel)
de tent
וְהִנֵּ֥ה
(vehine)
en zie
מִרְיָ֖ם
(miryam)
Mirjam
מְצֹרַ֣עַת
(metsoraat)
melaats
כַּשָּׁ֑לֶג
(kashaleg)
als sneeuw
וַיִּ֧פֶן
(vayifen)
en keerde zich
אַהֲרֹ֛ן
(aharon)
Aäron
אֶל
(el)
naar
מִרְיָ֖ם
(miryam)
Mirjam
וְהִנֵּ֥ה
(vehine)
en zie
מְצֹרָֽעַת
(metsoraat)
melaats
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְצֹרַעַת (metsora’at), ‘melaats’: een ernstige huidaandoening, zoals in Lev. 13.

‘Wit als sneeuw’ beschrijft de kleur van de huid.

Aäron, de priester, ziet het meteen.

11Aäron zei tot Mozes: „Mijn heer, leg ons toch geen zonde ten laste, waarmee wij dwaas hebben gehandeld en gezondigd hebben.
וַיֹּ֥אמֶר
(vayomer)
en zei
אַהֲרֹ֖ן
(aharon)
Aäron
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֑ה
(moshe)
Mozes
בִּ֣י
(bi)
ach
אֲדֹנִ֔י
(adoni)
mijn heer
אַל
(al)
niet
נָ֨א
(na)
toch
תָשֵׁ֤ת
(tashet)
leg
עָלֵ֨ינוּ֙
(aleinu)
op ons
חַטָּ֔את
(chatat)
zonde
אֲשֶׁ֥ר
(asher)
waarmee
נוֹאַ֖לְנוּ
(noalnu)
wij hebben dwaas gehandeld
וַאֲשֶׁ֥ר
(vaasher)
en waarmee
חָטָֽאנוּ
(chatanu)
wij hebben gezondigd
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12Laat haar toch niet zijn als een doodgeborene, wiens vlees voor de helft is weggevreten wanneer hij uit de schoot van zijn moeder komt.”
אַל
(al)
niet
נָ֥א
(na)
toch
תְהִ֖י
(tehi)
laat haar zijn
כַּמֵּ֑ת
(kamet)
als een doodgeborene
אֲשֶׁ֤ר
(asher)
waarmee
בְּצֵאתוֹ֙
(betseto)
bij zijn uitgaan
מֵרֶ֣חֶם
(merechem)
uit de schoot van
אִמּ֔וֹ
(imo)
zijn moeder
וַיֵּאָכֵ֖ל
(vayeakhel)
en is opgevreten
חֲצִ֥י
(chatsi)
de helft van
בְשָׂרֽוֹ
(besaro)
zijn vlees
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Lezing

Het Hebreeuws heeft hier ‘wiens vlees voor de helft is opgevreten’ zonder duidelijk onderwerp.

Wij lezen dat het om het kind gaat dat dood geboren wordt.

Het is een beeld van volledige aantasting.

Mozes bidt voor Mirjam

13Mozes riep in nood tot Yahweh: „Ach El, genees haar toch!”
וַיִּצְעַ֣ק
(vayitsaq)
en riep in nood
מֹשֶׁ֔ה
(moshe)
Mozes
אֶל
(el)
tot
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
לֵאמֹ֑ר
(lemor)
zeggende
אֵ֕ל
(el)
El
נָ֛א
(na)
toch
רְפָ֥א
(refa)
genees
נָ֖א
(na)
toch
לָֽהּ
(lah)
haar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֵל (El), ‘El’: een kort woord voor Elohim, dat vaak voorkomt in een kreet om hulp (zie Exod. 15:2).

Mozes bidt maar vijf woorden, zonder veel uitleg.

14Yahweh zei tot Mozes: „Als haar vader haar in het gezicht had gespuugd, zou zij dan niet zeven dagen beschaamd zijn? Laat haar zeven dagen buiten het kamp opgesloten zijn, en daarna weer worden opgenomen.”
וַיֹּ֨אמֶר
(vayomer)
en zei
יְהוָ֜ה
(Yahweh)
Yahweh
אֶל
(el)
tot
מֹשֶׁ֗ה
(moshe)
Mozes
וְאָבִ֨יהָ֙
(veaviha)
en haar vader
יָרֹ֤ק
(yaroq)
had gespuugd
יָרַק֙
(yaraq)
spuwen
בְּפָנֶ֔יהָ
(befaneiha)
in haar gezicht
הֲלֹ֥א
(halo)
niet
תִכָּלֵ֖ם
(tikalem)
zou zij beschaamd zijn
שִׁבְעַ֣ת
(shivat)
zeven
יָמִ֑ים
(yamim)
dagen
תִּסָּגֵ֞ר
(tisager)
laat haar opgesloten zijn
שִׁבְעַ֤ת
(shivat)
zeven
יָמִים֙
(yamim)
dagen
מִח֣וּץ
(michuts)
buiten
לַֽמַּחֲנֶ֔ה
(lamachane)
het kamp
וְאַחַ֖ר
(veachar)
en daarna
תֵּאָסֵֽף
(teasef)
zij zal worden opgenomen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Spugen in het gezicht is een teken van diepe schande.

Mirjams zeven dagen buiten het kamp zijn een tijd van beschaamdheid en tevens van reiniging (vergelijk Lev. 13:4–5).

15Mirjam werd zeven dagen buiten het kamp opgesloten. Het volk trok niet verder voordat Mirjam was opgenomen.
וַתִּסָּגֵ֥ר
(vatisager)
en werd opgesloten
מִרְיָ֛ם
(miryam)
Mirjam
מִח֥וּץ
(michuts)
buiten
לַֽמַּחֲנֶ֖ה
(lamachane)
het kamp
שִׁבְעַ֣ת
(shivat)
zeven
יָמִ֑ים
(yamim)
dagen
וְהָעָם֙
(vehaam)
en het volk
לֹ֣א
(lo)
niet
נָסַ֔ע
(nasa)
trok verder
עַד
(ad)
tot
הֵאָסֵ֖ף
(heasef)
het opnemen van
מִרְיָֽם
(miryam)
Mirjam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
16Daarna trok het volk verder van Chaserot, en zij legerden zich in de woestijn Paran.
וְאַחַ֛ר
(veachar)
en daarna
נָסְע֥וּ
(naseu)
trokken verder
הָעָ֖ם
(haam)
het volk
מֵחֲצֵר֑וֹת
(mechatserot)
van Chaserot
וַֽיַּחֲנ֖וּ
(vayachanu)
en zij legerden zich
בְּמִדְבַּ֥ר
(bemidbar)
in de woestijn van
פָּארָֽן
(paran)
Paran
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Chaserot: de ligging is onzeker (zie Num. 11:35).

Paran is de woestijn ten noorden van het Sinaïschiereiland.