Elohim Bijbel

Romeinen 6

12345678910111213141516

Gedoopt in de dood van de Messias: dood voor de zonde, levend voor Elohim

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Moeten wij in de zonde blijven?

1Wat zullen wij dan zeggen? Moeten wij in de zonde blijven, zodat de genade toeneemt?
Τί
(Ti)
wat
οὖν
(oun)
dan
ἐροῦμεν
(eroumen)
zullen wij zeggen
ἐπιμένωμεν
(epimenomen)
blijven wij
τῇ
(te)
in de
ἁμαρτίᾳ
(hamartia)
zonde
ἵνα
(hina)
opdat
ἡ
(he)
de
χάρις
(charis)
genade
πλεονάσῃ
(pleonase)
toeneemt
Bron: SBLGNT
Uitleg

Paulus vraagt wat uit 5:20 zou volgen: ‘waar de zonde toenam, werd de genade nog veel overvloediger’.

De vraag is een tegenwerping; het antwoord staat in vers 2. ἁμαρτία (hamartia), ‘zonde’: ook hier een macht, zoals in hoofdstuk 5.

Zie ook Rom. 5:20.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ἐπιμένωμεν (epimenomen) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

2Dat nooit! Wij die voor de zonde gestorven zijn, hoe zouden wij nog in haar leven?
μὴ
(me)
niet
γένοιτο
(genoito)
moge het zijn
οἵτινες
(hoitines)
wij die
ἀπεθάνομεν
(apethanomen)
zijn gestorven
τῇ
(te)
voor de
ἁμαρτίᾳ
(hamartia)
zonde
πῶς
(pos)
hoe
ἔτι
(eti)
nog
ζήσομεν
(zesomen)
zullen wij leven
ἐν
(en)
in
αὐτῇ
(aute)
haar
Bron: SBLGNT
Uitleg

μὴ γένοιτο (me genoito), ‘Dat nooit!’: een scherpe afwijzing, letterlijk ‘dat het niet gebeure’; zo ook in 6:15, in Gal. 2:17 en 3:21. ἀπεθάνομεν τῇ ἁμαρτίᾳ (apethanomen te hamartia), ‘wij zijn voor de zonde gestorven’: de datief kan ‘voor’ of ‘ten opzichte van’ de zonde zijn; Paulus bedoelt dat de macht van de zonde over ons gebroken is.

Gedoopt in de dood van de Messias

3Of weten jullie niet dat wij, zovelen als wij gedoopt zijn in de Messias Yeshua, in Zijn dood gedoopt zijn?
ἢ
(e)
of
ἀγνοεῖτε
(agnoeite)
weten jullie niet
ὅτι
(hoti)
dat
ὅσοι
(hosoi)
zovelen als
ἐβαπτίσθημεν
(ebaptisthemen)
wij gedoopt zijn
εἰς
(eis)
in
Χριστὸν
(Christon)
de Messias
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
εἰς
(eis)
in
τὸν
(ton)
de
θάνατον
(thanaton)
dood
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἐβαπτίσθημεν
(ebaptisthemen)
zijn wij gedoopt
Bron: SBLGNT
Uitleg

βαπτίζω (baptizo), ‘dopen’: onderdompelen. εἰς Χριστόν (eis Christon), ‘in de Messias’: ook ‘tot de Messias’; wie gedoopt wordt, wordt met Hem verbonden.

‘Gedoopt in Zijn dood’: verbonden met Zijn dood.

Paulus gaat ervan uit dat de lezers dit weten.

Zie ook Gal. 3:27; Kol. 2:12.

4Wij zijn dus met Hem begraven door de doop in de dood. Zo zouden ook wij, zoals de Messias door de heerlijkheid van de Vader uit de doden is opgewekt, wandelen in nieuwheid van leven.
συνετάφημεν
(synetaphemen)
zijn wij met begraven
οὖν
(oun)
dus
αὐτῷ
(auto)
Hem
διὰ
(dia)
door
τοῦ
(tou)
de
βαπτίσματος
(baptismatos)
doop
εἰς
(eis)
in
τὸν
(ton)
de
θάνατον
(thanaton)
dood
ἵνα
(hina)
opdat
ὥσπερ
(hosper)
zoals
ἠγέρθη
(egerthe)
is opgewekt
Χριστὸς
(Christos)
de Messias
ἐκ
(ek)
uit
νεκρῶν
(nekron)
doden
διὰ
(dia)
door
τῆς
(tes)
de
δόξης
(doxes)
heerlijkheid
τοῦ
(tou)
van de
πατρός
(patros)
Vader
οὕτως
(houtos)
zo
καὶ
(kai)
ook
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
ἐν
(en)
in
καινότητι
(kainoteti)
nieuwheid
ζωῆς
(zoes)
van leven
περιπατήσωμεν
(peripatesomen)
zouden wandelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

συνθάπτω (synthapto), ‘met begraven’: de ondergedompelde wordt als het ware met Hem begraven. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: de manier van leven; het Hebreeuwse הָלַךְ (halakh) heeft dezelfde beeldspraak. καινότης (kainotes), ‘nieuwheid’.

Wij splitsen de lange Griekse zin; ἵνα (hina) geeft het doel.

‘De heerlijkheid van de Vader’ (δόξα, doxa): Elohims glanzende kracht, waardoor Hij de Messias opwekte.

Zie ook Kol. 2:12; Rom. 8:11.

5Want als wij vergroeid zijn geworden met de gelijkenis van Zijn dood, dan zullen wij het zeker ook zijn met die van de opstanding.
Εἰ
(Ei)
als
γὰρ
(gar)
want
σύμφυτοι
(symphytoi)
vergroeid
γεγόναμεν
(gegonamen)
zijn geworden wij
τῷ
(to)
met de
ὁμοιώματι
(homoiomati)
gelijkenis
τοῦ
(tou)
van de
θανάτου
(thanatou)
dood
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἀλλὰ
(alla)
maar
καὶ
(kai)
ook
τῆς
(tes)
van de
ἀναστάσεως
(anastaseos)
opstanding
ἐσόμεθα
(esometha)
zullen wij zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

σύμφυτος (symfytos), ‘vergroeid, samen aangegroeid’: zoals een ent aan een stam groeit. τὸ ὁμοίωμα τοῦ θανάτου αὐτοῦ (to homoioma tou thanatou autou), ‘de gelijkenis van Zijn dood’: het Grieks zegt niet precies waar wij mee vergroeid zijn; wij laten het zo staan en vertalen ‘vergroeid met de gelijkenis van Zijn dood’. ἀλλὰ καὶ (alla kai), ‘maar zeker ook’: de opstanding hoort er onlosmakelijk bij.

De tijd is toekomend: ‘zullen wij zijn’.

6Dit weten wij: onze oude mens is met Hem gekruisigd, opdat het lichaam van de zonde buiten werking gesteld wordt en wij de zonde niet langer als knechten dienen.
τοῦτο
(touto)
dit
γινώσκοντες
(ginoskontes)
wetend
ὅτι
(hoti)
dat
ὁ
(ho)
de
παλαιὸς
(palaios)
oude
ἡμῶν
(hemon)
onze
ἄνθρωπος
(anthropos)
mens
συνεσταυρώθη
(synestaurothe)
is met gekruisigd
ἵνα
(hina)
opdat
καταργηθῇ
(katargethe)
buiten werking gesteld wordt
τὸ
(to)
het
σῶμα
(soma)
lichaam
τῆς
(tes)
van de
ἁμαρτίας
(hamartias)
zonde
τοῦ
(tou)
opdat
μηκέτι
(meketi)
niet langer
δουλεύειν
(douleuein)
als knechten dienen
ἡμᾶς
(hemas)
wij
τῇ
(te)
de
ἁμαρτίᾳ
(hamartia)
zonde
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁ παλαιὸς ἡμῶν ἄνθρωπος (ho palaios hemon anthropos), ‘onze oude mens’: wie wij waren onder de macht van de zonde. συσταυρόω (systauroo), ‘met gekruisigd worden’. καταργέω (katargeo), ‘buiten werking stellen’: onwerkzaam maken, zoals in Gal. 3:17. τὸ σῶμα τῆς ἁμαρτίας (to soma tes hamartias), ‘het lichaam van de zonde’: het lichaam zolang de zonde het beheerst. δουλεύω (douleuo), ‘als knecht dienen’: δοῦλος (doulos) betekent letterlijk ‘slaaf’.

Zie ook Gal. 2:19–20; Gal. 3:17.

7Want wie gestorven is, is van de zonde vrijgesproken.
ὁ
(ho)
de
γὰρ
(gar)
want
ἀποθανὼν
(apothanon)
gestorven
δεδικαίωται
(dedikaiotai)
is vrijgesproken
ἀπὸ
(apo)
van
τῆς
(tes)
de
ἁμαρτίας
(hamartias)
zonde
Bron: SBLGNT
Uitleg

δικαιόω (dikaioo), ‘rechtvaardig verklaren’: in dit vers ‘vrijspreken’; dat is hetzelfde werkwoord als ‘rechtvaardig verklaard’ in 5:1 en 5:9.

Wie gestorven is, valt niet meer onder het vonnis van de zonde.

Paulus spreekt hier beeldend: wie met de Messias gestorven is, staat vrij.

Zie ook Rom. 5:1.

Zie ookRom 5:1
8Maar als wij met de Messias gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven.
εἰ
(ei)
als
δὲ
(de)
maar
ἀπεθάνομεν
(apethanomen)
wij zijn gestorven
σὺν
(syn)
met
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
πιστεύομεν
(pisteuomen)
geloven wij
ὅτι
(hoti)
dat
καὶ
(kai)
ook
συζήσομεν
(syzesomen)
zullen wij met leven
αὐτῷ
(auto)
Hem
Bron: SBLGNT
9Wij weten dat de Messias, uit de doden opgewekt, niet meer sterft. De dood heerst niet meer over Hem.
εἰδότες
(eidotes)
wetend
ὅτι
(hoti)
dat
Χριστὸς
(Christos)
de Messias
ἐγερθεὶς
(egertheis)
opgewekt
ἐκ
(ek)
uit
νεκρῶν
(nekron)
doden
οὐκέτι
(ouketi)
niet meer
ἀποθνῄσκει
(apothneskei)
sterft
θάνατος
(thanatos)
dood
αὐτοῦ
(autou)
over Hem
οὐκέτι
(ouketi)
niet meer
κυριεύει
(kyrieuei)
heerst
Bron: SBLGNT
10Want de dood die Hij gestorven is, is Hij eens voor altijd voor de zonde gestorven. Het leven dat Hij leeft, leeft Hij voor Elohim.
ὃ
(ho)
wat
γὰρ
(gar)
want
ἀπέθανεν
(apethanen)
Hij is gestorven
τῇ
(te)
voor de
ἁμαρτίᾳ
(hamartia)
zonde
ἀπέθανεν
(apethanen)
is Hij gestorven
ἐφάπαξ
(ephapax)
eens voor altijd
ὃ
(ho)
wat
δὲ
(de)
maar
ζῇ
(ze)
Hij leeft
ζῇ
(ze)
leeft Hij
τῷ
(to)
voor
θεῷ
(theo)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐφάπαξ (efapax), ‘eens voor altijd’: een eenmalige gebeurtenis die niet herhaald wordt.

De dood en het leven van de Messias zijn beide ‘voor’ (datief): de zonde en Elohim.

11Zo ook jullie: reken jullie zelf dood voor de zonde, maar levend voor Elohim, in de Messias Yeshua.
οὕτως
(houtos)
zo
καὶ
(kai)
ook
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
λογίζεσθε
(logizesthe)
reken
ἑαυτοὺς
(heautous)
jullie zelf
εἶναι
(einai)
te zijn
νεκροὺς
(nekrous)
dood
μὲν
(men)
wel
τῇ
(te)
voor de
ἁμαρτίᾳ
(hamartia)
zonde
ζῶντας
(zontas)
levend
δὲ
(de)
maar
τῷ
(to)
voor
θεῷ
(theo)
Elohim
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Bron: SBLGNT
Uitleg

λογίζομαι (logizomai), ‘rekenen’: tellen, vaststellen; hetzelfde woord als ‘toerekenen’ in Gal. 3:6.

Het is een gebod aan de lezers, geen mededeling. ἐν Χριστῷ Ἰησοῦ (en Christo Iesou), ‘in de Messias Yeshua’: verbonden met Hem.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij ‘te zijn’ (εἶναι), ‘wel’ (μέν) en ‘Yeshua’.

Wij volgen de SBLGNT.

Zie ookGal 3:6

Laat de zonde niet heersen

12Laat de zonde dus niet heersen in jullie sterfelijk lichaam, zodat jullie de begeerten ervan gehoorzamen.
Μὴ
(Me)
niet
οὖν
(oun)
dus
βασιλευέτω
(basileueto)
laat heersen
ἡ
(he)
de
ἁμαρτία
(hamartia)
zonde
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
θνητῷ
(thneto)
sterfelijk
ὑμῶν
(hymon)
jullie
σώματι
(somati)
lichaam
εἰς
(eis)
tot
τὸ
(to)
het
ὑπακούειν
(hypakouein)
gehoorzamen
ταῖς
(tais)
de
ἐπιθυμίαις
(epithymiais)
begeerten
αὐτοῦ
(autou)
ervan
Bron: SBLGNT
Uitleg

βασιλεύω (basileuo), ‘als koning heersen’: zoals in 5:14, 5:17 en 5:21. θνητός (thnetos), ‘sterfelijk’.

‘De begeerten ervan’ (ταῖς ἐπιθυμίαις αὐτοῦ, tais epithymiais autou): αὐτοῦ is mannelijk of onzijdig en wijst terug op het lichaam (σῶμα is onzijdig); ἁμαρτία is vrouwelijk. ἐπιθυμία (epithymia), ‘begeerte’.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ὑπακούειν (hypakouein) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

13Stel ook jullie ledematen niet als wapens van onrecht ter beschikking van de zonde. Stel juist jullie zelf ter beschikking van Elohim, als mensen die uit de doden levend zijn, en jullie ledematen als wapens van gerechtigheid ter beschikking van Elohim.
μηδὲ
(mede)
ook niet
παριστάνετε
(paristanete)
stelt ter beschikking
τὰ
(ta)
de
μέλη
(mele)
ledematen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ὅπλα
(hopla)
wapens
ἀδικίας
(adikias)
van onrecht
τῇ
(te)
aan de
ἁμαρτίᾳ
(hamartia)
zonde
ἀλλὰ
(alla)
maar
παραστήσατε
(parastesate)
stel ter beschikking
ἑαυτοὺς
(heautous)
jullie zelf
τῷ
(to)
aan
θεῷ
(theo)
Elohim
ὡσεὶ
(hosei)
als
ἐκ
(ek)
uit
νεκρῶν
(nekron)
doden
ζῶντας
(zontas)
levenden
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
μέλη
(mele)
ledematen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ὅπλα
(hopla)
wapens
δικαιοσύνης
(dikaiosynes)
van gerechtigheid
τῷ
(to)
aan
θεῷ
(theo)
Elohim
Bron: SBLGNT
Uitleg

μέλος (melos), ‘lid, ledemaat’: de delen van het lichaam. ὅπλον (hoplon), ‘wapen’: ook ‘gereedschap, werktuig’. παρίστημι (paristemi), ‘ter beschikking stellen’: zoals men iets voor een koning neerzet om hem te dienen. ἀδικία (adikia), ‘onrecht’; δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’.

‘Als mensen die uit de doden levend zijn’: levend geworden na de dood.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ὡσεί (hosei) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

14Want de zonde zal niet over jullie heersen, want jullie zijn niet onder de wet, maar onder de genade.
ἁμαρτία
(hamartia)
zonde
γὰρ
(gar)
want
ὑμῶν
(hymon)
over jullie
οὐ
(ou)
niet
κυριεύσει
(kyrieusei)
zal heersen
οὐ
(ou)
niet
γάρ
(gar)
want
ἐστε
(este)
zijn jullie
ὑπὸ
(hypo)
onder
νόμον
(nomon)
wet
ἀλλὰ
(alla)
maar
ὑπὸ
(hypo)
onder
χάριν
(charin)
genade
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὑπὸ νόμον (hypo nomon), ‘onder de wet’: onder het gezag van de wet; νόμος (nomos), ‘wet’: Hebr. tora, ‘onderwijs, instructie’. ὑπὸ χάριν (hypo charin), ‘onder de genade’.

Paulus noemt hier niet wat dat voor de wet zelf betekent; hij schrijft het in 7:1–6 en 8:1–4 verder uit.

Zie ook Gal. 5:18; Rom. 7:1–6.

Knechten van de zonde of van de gehoorzaamheid

15Wat dan? Zullen wij zondigen omdat wij niet onder de wet zijn, maar onder de genade? Dat nooit!
Τί
(Ti)
wat
οὖν
(oun)
dan
ἁμαρτήσωμεν
(hamartesomen)
zullen wij zondigen
ὅτι
(hoti)
omdat
οὐκ
(ouk)
niet
ἐσμὲν
(esmen)
zijn wij
ὑπὸ
(hypo)
onder
νόμον
(nomon)
wet
ἀλλὰ
(alla)
maar
ὑπὸ
(hypo)
onder
χάριν
(charin)
genade
μὴ
(me)
niet
γένοιτο
(genoito)
moge het zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

De vraag lijkt op die van vers 1, maar nu uit de gedachte ‘niet onder de wet’ (vers 14). ἁμαρτάνω (hamartano), ‘zondigen’: letterlijk ‘het doel missen’.

Lezing

De SBLGNT markeert bij ἁμαρτήσωμεν (hamartesomen) een variant.

Wij volgen de SBLGNT.

16Weten jullie niet dat jullie de knechten zijn van wie jullie jullie zelf als knechten ter beschikking stellen om te gehoorzamen? Jullie zijn knechten van wie jullie gehoorzamen: ofwel van de zonde, tot de dood, ofwel van de gehoorzaamheid, tot gerechtigheid.
οὐκ
(ouk)
niet
οἴδατε
(oidate)
weten jullie
ὅτι
(hoti)
dat
ᾧ
(ho)
aan wie
παριστάνετε
(paristanete)
stellen jullie ter beschikking
ἑαυτοὺς
(heautous)
jullie zelf
δούλους
(doulous)
als knechten
εἰς
(eis)
tot
ὑπακοήν
(hypakoen)
gehoorzaamheid
δοῦλοί
(douloi)
knechten
ἐστε
(este)
zijn jullie
ᾧ
(ho)
van wie
ὑπακούετε
(hypakouete)
jullie gehoorzamen
ἤτοι
(etoi)
ofwel
ἁμαρτίας
(hamartias)
van de zonde
εἰς
(eis)
tot
θάνατον
(thanaton)
dood
ἢ
(e)
of
ὑπακοῆς
(hypakoes)
van gehoorzaamheid
εἰς
(eis)
tot
δικαιοσύνην
(dikaiosynen)
gerechtigheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

δοῦλος (doulos), ‘knecht’: letterlijk ‘slaaf’, iemand die het eigendom van een heer is.

Paulus zet twee heren naast elkaar: de zonde, die tot de dood leidt, en de gehoorzaamheid, die tot gerechtigheid leidt. ὑπακοή (hypakoe), ‘gehoorzaamheid’: zoals in 5:19.

17Maar dank aan Elohim: jullie waren knechten van de zonde, maar jullie zijn uit het hart gehoorzaam geworden aan het voorbeeld van onderricht waaraan jullie overgegeven zijn.
χάρις
(charis)
dank
δὲ
(de)
maar
τῷ
(to)
aan
θεῷ
(theo)
Elohim
ὅτι
(hoti)
dat
ἦτε
(ete)
waren jullie
δοῦλοι
(douloi)
knechten
τῆς
(tes)
van de
ἁμαρτίας
(hamartias)
zonde
ὑπηκούσατε
(hypekousate)
maar jullie zijn gehoorzaam geworden
δὲ
(de)
maar
ἐκ
(ek)
uit
καρδίας
(kardias)
hart
εἰς
(eis)
aan
ὃν
(hon)
welk
παρεδόθητε
(paredothete)
zijn jullie overgegeven
τύπον
(typon)
voorbeeld
διδαχῆς
(didaches)
van onderricht
Bron: SBLGNT
Uitleg

χάρις τῷ θεῷ (charis to theo), ‘dank aan Elohim’: χάρις (charis) betekent hier ‘dank’, niet ‘genade’. τύπος διδαχῆς (typos didaches), ‘voorbeeld van onderricht’: een gietvorm of model van de leer; het Grieks zegt niet welke leer bedoeld is.

‘Waaraan jullie overgegeven zijn’ (παρεδόθητε, paredothete): het onderricht is een vorm waarin zij gegoten zijn.

18Van de zonde vrijgemaakt, zijn jullie knechten geworden van de gerechtigheid.
ἐλευθερωθέντες
(eleutherothentes)
vrijgemaakt
δὲ
(de)
maar
ἀπὸ
(apo)
van
τῆς
(tes)
de
ἁμαρτίας
(hamartias)
zonde
ἐδουλώθητε
(edoulothete)
zijn jullie knechten geworden
τῇ
(te)
aan de
δικαιοσύνῃ
(dikaiosyne)
gerechtigheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐλευθερόω (eleutheroo), ‘vrijmaken’; ἐλεύθερος (eleutheros), ‘vrije’. δουλόω (douloo), ‘tot knecht maken’.

Wie vrij is van de zonde, is knecht van de gerechtigheid: een nieuwe heer, geen onafhankelijkheid.

19Ik spreek menselijk, vanwege de zwakheid van jullie vlees. Want zoals jullie jullie ledematen als knechten hebben gesteld in dienst van de onreinheid en de wetteloosheid, tot wetteloosheid; zo stel nu jullie ledematen als knechten in dienst van de gerechtigheid, tot heiliging.
ἀνθρώπινον
(anthropinon)
menselijk
λέγω
(lego)
ik spreek
διὰ
(dia)
vanwege
τὴν
(ten)
de
ἀσθένειαν
(astheneian)
zwakheid
τῆς
(tes)
van het
σαρκὸς
(sarkos)
vlees
ὑμῶν
(hymon)
jullie
ὥσπερ
(hosper)
zoals
γὰρ
(gar)
want
παρεστήσατε
(parestesate)
hebben jullie gesteld
τὰ
(ta)
de
μέλη
(mele)
ledematen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
δοῦλα
(doula)
als knechten
τῇ
(te)
aan de
ἀκαθαρσίᾳ
(akatharsia)
onreinheid
καὶ
(kai)
en
τῇ
(te)
aan de
ἀνομίᾳ
(anomia)
wetteloosheid
εἰς
(eis)
tot
τὴν
(ten)
de
ἀνομίαν
(anomian)
wetteloosheid
οὕτως
(houtos)
zo
νῦν
(nyn)
nu
παραστήσατε
(parastesate)
stel
τὰ
(ta)
de
μέλη
(mele)
ledematen
ὑμῶν
(hymon)
jullie
δοῦλα
(doula)
als knechten
τῇ
(te)
aan de
δικαιοσύνῃ
(dikaiosyne)
gerechtigheid
εἰς
(eis)
tot
ἁγιασμόν
(hagiasmon)
heiliging
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀνθρώπινον λέγω (anthropinon lego), ‘ik spreek menselijk’: Paulus gebruikt het beeld van knechtschap omdat zijn lezers zo’n beeld begrijpen; het beeld schiet tekort. ἀσθένεια τῆς σαρκός (astheneia tes sarkos), ‘zwakheid van het vlees’: σάρξ (sarx), ‘vlees’, is hier de zwakke menselijke natuur, niet alleen het lichaam (zoals in Gal. 3:3). ἀκαθαρσία (akatharsia), ‘onreinheid’; ἀνομία (anomia), ‘wetteloosheid’: zonder wet leven. ἁγιασμός (hagiasmos), ‘heiliging’: toegewijd zijn aan Elohim.

Zie ookGal 3:3

De vrucht en het einde

20Want toen jullie knechten van de zonde waren, waren jullie vrij ten opzichte van de gerechtigheid.
Ὅτε
(Hote)
toen
γὰρ
(gar)
want
δοῦλοι
(douloi)
knechten
ἦτε
(ete)
waren jullie
τῆς
(tes)
van de
ἁμαρτίας
(hamartias)
zonde
ἐλεύθεροι
(eleutheroi)
vrij
ἦτε
(ete)
waren jullie
τῇ
(te)
ten opzichte van de
δικαιοσύνῃ
(dikaiosyne)
gerechtigheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐλεύθεροι τῇ δικαιοσύνῃ (eleutheroi te dikaiosyne), ‘vrij ten opzichte van de gerechtigheid’: zij dienden de gerechtigheid niet.

Voor de zonde waren zij geen vrije, maar voor de gerechtigheid wel.

21Welke vrucht hadden jullie toen? Dingen waarvoor jullie je nu schamen. Want het einde van die dingen is de dood.
τίνα
(tina)
welke
οὖν
(oun)
dan
καρπὸν
(karpon)
vrucht
εἴχετε
(eichete)
hadden jullie
τότε
(tote)
toen
ἐφ’
(eph’)
waarvoor
οἷς
(hois)
die
νῦν
(nyn)
nu
ἐπαισχύνεσθε
(epaischynesthe)
schamen jullie je
τὸ
(to)
het
γὰρ
(gar)
want
τέλος
(telos)
einde
ἐκείνων
(ekeinon)
van die
θάνατος
(thanatos)
dood
Bron: SBLGNT
Uitleg

καρπός (karpos), ‘vrucht’: wat een leven oplevert. ἐπαισχύνομαι (epaischynomai), ‘zich schamen’. τέλος (telos), ‘einde, uitkomst’: waar het op uitloopt.

Zie ook Gal. 5:19–23.

22Nu echter, van de zonde vrijgemaakt en knechten van Elohim geworden, hebben jullie jullie vrucht tot heiliging, en het einde is eeuwig leven.
νυνὶ
(nyni)
nu
δέ
(de)
echter
ἐλευθερωθέντες
(eleutherothentes)
vrijgemaakt
ἀπὸ
(apo)
van
τῆς
(tes)
de
ἁμαρτίας
(hamartias)
zonde
δουλωθέντες
(doulothentes)
tot knechten gemaakt
δὲ
(de)
maar
τῷ
(to)
aan
θεῷ
(theo)
Elohim
ἔχετε
(echete)
hebben jullie
τὸν
(ton)
de
καρπὸν
(karpon)
vrucht
ὑμῶν
(hymon)
jullie
εἰς
(eis)
tot
ἁγιασμόν
(hagiasmon)
heiliging
τὸ
(to)
het
δὲ
(de)
en
τέλος
(telos)
einde
ζωὴν
(zoen)
leven
αἰώνιον
(aionion)
eeuwig
Bron: SBLGNT
Uitleg

νυνὶ δέ (nuni de), ‘nu echter’: een scherpe tegenstelling met ‘toen’ (vers 21). ζωὴ αἰώνιος (zoe aionios), ‘eeuwig leven’: leven dat blijft, het leven van de komende tijd.

Zie ookRom 6:21
23Want het loon van de zonde is de dood, maar de genadegave van Elohim is eeuwig leven in de Messias Yeshua, onze Heer.
τὰ
(ta)
het
γὰρ
(gar)
want
ὀψώνια
(opsonia)
loon
τῆς
(tes)
van de
ἁμαρτίας
(hamartias)
zonde
θάνατος
(thanatos)
dood
τὸ
(to)
de
δὲ
(de)
maar
χάρισμα
(charisma)
genadegave
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
ζωὴ
(zoe)
leven
αἰώνιος
(aionios)
eeuwig
ἐν
(en)
in
Χριστῷ
(Christo)
de Messias
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
τῷ
(to)
de
κυρίῳ
(kyrio)
Heer
ἡμῶν
(hemon)
onze
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὀψώνια (opsonia), ‘loon’: de soldij van een soldaat; het loon dat de zonde als werkgever betaalt. χάρισμα (charisma), ‘genadegave’: een gave die niet verdiend is, tegenover het loon. ἐν Χριστῷ Ἰησοῦ τῷ κυρίῳ ἡμῶν: ‘in de Messias Yeshua, onze Heer’.

Zie ook Rom. 5:21.

Zie ookRom 5:21