Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Het lied van Debora en Barak
1Op die dag zongen Debora en Barak, de zoon van Abinoam, dit lied:
וַתָּ֣שַׁר
(vatashar)
en zong
דְּבוֹרָ֔ה
(devora)
Debora
וּבָרָ֖ק
(uvaraq)
en Barak
בֶּן
(ben)
zoon van
אֲבִינֹ֑עַם
(avinoam)
Abinoam
בַּיּ֥וֹם
(bayom)
op dag
הַה֖וּא
(hahu)
die
לֵאמֹֽר
(lemor)
zeggende
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שִׁיר (shir), ‘lied’: Debora en Barak zingen na de overwinning van Richt. 4.
Het lied is poëzie met korte, dichte regels.
Wij vertalen in heldere zinnen en zetten het lied niet tussen aanhalingstekens; aanhalingen binnen het lied staan tussen „ ”.
Lezing
Het lied is een van de oudste en moeilijkste teksten van het Oude Testament.
Waar het Hebreeuws onzeker is, zeggen wij dat in de voetnoot.
De woord-voor-woordweergave laat zien wat er letterlijk staat.
10Jullie die op lichte ezelinnen rijden, jullie die op kleden zitten en jullie die over de weg gaan: spreek erover!
רֹכְבֵי֩
(rokhevei)
rijders van
אֲתֹנ֨וֹת
(atonot)
ezelinnen
צְחֹר֜וֹת
(tsechorot)
lichte
יֹשְׁבֵ֧י
(yoshevei)
zittenden op
עַל
(al)
op
מִדִּ֛ין
(midin)
kleden
וְהֹלְכֵ֥י
(veholekhei)
en gaande op
עַל
(al)
op
דֶּ֖רֶךְ
(derekh)
weg
שִֽׂיחוּ
(sichu)
spreekt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
צְחֹרוֹת (tsechorot), ‘lichte’: de kleur is niet zeker.
Het kan wit, rossig of lichtbruin zijn.
Het zijn dure rijdieren van rijke mensen.
מִדִּין (middin), ‘kleden’: dit kan ‘zadeldekens’ of ‘kleden om op te zitten’ zijn. Sommigen lezen het als ‘rechtbank’ (‘die rechtspreken’). De zin richt zich tot alle lagen van het volk: rijken, rechters en gewone reizigers.
שִׂיחוּ (sichu), ‘spreek erover’: ook ‘denk erover na’ of ‘zing erover’.
11Weg van het geluid van de boogschutters, bij de plaatsen waar men water put, daar herhalen zij de daden van gerechtigheid van Yahweh. Het zijn de daden van gerechtigheid voor Zijn dorpsbewoners in Israël. Toen daalde het volk van Yahweh af naar de poorten.
מִקּ֣וֹל
(miqol)
van geluid van
מְחַֽצְצִ֗ים
(mechatstsim)
boogschutters
בֵּ֚ין
(bein)
tussen
מַשְׁאַבִּ֔ים
(mashabim)
drinkplaatsen
שָׁ֤ם
(sham)
daar
יְתַנּוּ֙
(yetanu)
zij herhalen
צִדְק֣וֹת
(tsidqot)
daden van gerechtigheid van
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
צִדְקֹ֥ת
(tsidqot)
daden van gerechtigheid van
פִּרְזֹנ֖וֹ
(pirzono)
Zijn dorpsbewoners
בְּיִשְׂרָאֵ֑ל
(beyisrael)
in Israël
אָ֛ז
(az)
toen
יָרְד֥וּ
(yaredu)
daalden af
לַשְּׁעָרִ֖ים
(lashearim)
naar de poorten
עַם
(am)
volk van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מְחַצְצִים (mechatsetsim), ‘boogschutters’: de betekenis is niet zeker.
Het woord kan ook ‘wie de buit verdeelt’ of ‘muzikanten’ betekenen.
Wij kiezen ‘boogschutters’.
צִדְקוֹת (tsidqot), ‘daden van gerechtigheid’: de reddende daden van Yahweh. Zie ook 1 Sam. 12:7 en Micha 6:5.
De ‘poorten’ zijn de stadspoorten, de plaats waar het volk bijeenkomt en recht spreekt.
14Uit Efraïm kwamen zij die hun wortel in Amalek hebben. Achter jou aan kwam Benjamin met je volken. Uit Machir kwamen de bevelhebbers af. Uit Zebulon kwamen zij die de staf van de schrijver dragen.
מִנִּ֣י
(mini)
uit
אֶפְרַ֗יִם
(efrayim)
Efraïm
שָׁרְשָׁם֙
(sharesham)
hun wortel
בַּעֲמָלֵ֔ק
(baamaleq)
in Amalek
אַחֲרֶ֥יךָ
(achareikha)
achter jou
בִנְיָמִ֖ין
(binyamin)
Benjamin
בַּֽעֲמָמֶ֑יךָ
(baamameikha)
met je volken
מִנִּ֣י
(mini)
uit
מָכִ֗יר
(makhir)
Machir
יָֽרְדוּ֙
(yaredu)
daalden af
מְחֹ֣קְקִ֔ים
(mechoqeqim)
bevelhebbers
וּמִ֨זְּבוּלֻ֔ן
(umizevulun)
en uit Zebulon
מֹשְׁכִ֖ים
(moshekhim)
die dragen
בְּשֵׁ֥בֶט
(beshevet)
staf van
סֹפֵֽר
(sofer)
schrijver
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Het Hebreeuws zegt: ‘Uit Efraïm hun wortel in Amalek’.
Dat kan betekenen dat Efraïm zich vestigde in een gebied waar vroeger Amalekieten woonden (Richt. 12:15), of dat Amalek de plaats van de strijd was.
De betekenis is niet zeker.
מָכִיר (Machir) is de zoon van Manasse (Num. 26:29). Hier staat Machir voor de stam Manasse ten westen van de Jordaan.
שֵׁבֶט סֹפֵר (shevet sofer), ‘staf van de schrijver’: de mannen van Zebulon die het volk telden en indeelden. Het kan ook ‘staf van de legerschrijver’ zijn.
15De vorsten in Issachar waren met Debora. Issachar was net als Barak: de vallei in werd hij gestuurd, op zijn voeten. Bij de beken van Ruben waren grote besluiten van het hart.
וְשָׂרַ֤י
(vesaray)
en vorsten
בְּיִשָּׂשכָר֙
(beyisashkhar)
in Issachar
עִם
(im)
met
דְּבֹרָ֔ה
(devora)
Debora
וְיִשָּׂשכָר֙
(veyisashkhar)
en Issachar
כֵּ֣ן
(ken)
zo
בָּרָ֔ק
(baraq)
Barak
בָּעֵ֖מֶק
(baemeq)
in de vallei
שֻׁלַּ֣ח
(shulach)
gezonden
בְּרַגְלָ֑יו
(beraglav)
op zijn voeten
בִּפְלַגּ֣וֹת
(biflagot)
bij de beken van
רְאוּבֵ֔ן
(reuven)
Ruben
גְּדֹלִ֖ים
(gedolim)
grote
חִקְקֵי
(chiqqei)
besluiten van
לֵֽב
(lev)
hart
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
פְּלַגּוֹת (pelaggot), ‘beken’: kanalen of stromen.
Het kan ook ‘afdelingen’ van Ruben betekenen.
Wij kiezen ‘beken’ vanwege de verwijzing naar de schaapskooien in vers 16.
Lezing
De zin ‘Issachar was net als Barak’ lezen wij als: Issachar volgde Barak zonder aarzelen de vallei in.
Het Hebreeuws gebruikt hier het kleine woordje ‘zo’ (כֵּן, ken).
16Waarom bleef je zitten tussen de schaapskooien, om het gefluit bij de kudden te horen? Bij de beken van Ruben waren grote overpeinzingen van het hart.
לָ֣מָּה
(lama)
waarom
יָשַׁ֗בְתָּ
(yashavta)
bleef je zitten
בֵּ֚ין
(bein)
tussen
הַֽמִּשְׁפְּתַ֔יִם
(hamishpetayim)
de schaapskooien
לִשְׁמֹ֖עַ
(lishmoa)
om te horen
שְׁרִק֣וֹת
(sheriqot)
gefluit van
עֲדָרִ֑ים
(adarim)
kudden
לִפְלַגּ֣וֹת
(liflagot)
bij de beken van
רְאוּבֵ֔ן
(reuven)
Ruben
גְּדוֹלִ֖ים
(gedolim)
grote
חִקְרֵי
(chiqrei)
overpeinzingen van
לֵֽב
(lev)
hart
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מִשְׁפְּתַיִם (mishpetayim), ‘schaapskooien’: het woord komt ook voor in Gen. 49:14.
Het kan ook ‘zadeltassen’ of ‘vuurplaatsen’ betekenen; wij kiezen ‘schaapskooien’.
In vers 15 staat ‘grote besluiten’ (חִקְקֵי, chiqqei), en hier ‘grote overpeinzingen’ (חִקְרֵי, chiqrei). Ruben nam wel grote besluiten, maar bleef daarna bij zijn kudden.
19Koningen kwamen, zij streden. Toen streden de koningen van Kanaän bij Taänak, aan de wateren van Megiddo. Winst van zilver namen zij niet.
בָּ֤אוּ
(bau)
kwamen
מְלָכִים֙
(melakhim)
koningen
נִלְחָ֔מוּ
(nilchamu)
zij streden
אָ֤ז
(az)
toen
נִלְחֲמוּ֙
(nilchamu)
streden
מַלְכֵ֣י
(malkhei)
koningen van
כְנַ֔עַן
(kenaan)
Kanaän
בְּתַעְנַ֖ךְ
(betanakh)
bij Taänak
עַל
(al)
aan
מֵ֣י
(mei)
wateren van
מְגִדּ֑וֹ
(megido)
Megiddo
בֶּ֥צַע
(betsa)
winst van
כֶּ֖סֶף
(kesef)
zilver
לֹ֥א
(lo)
niet
לָקָֽחוּ
(laqachu)
namen zij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Taänak ligt bij Tell Ta’annek, aan de zuidrand van de Jizreëlvlakte, in het noorden van Israël.
Megiddo ligt bij Tell el-Mutesellim, ongeveer 8 kilometer verder naar het noordwesten.
Beide plaatsen zijn zeker.
Zie Kanaän: Kanaän is het land aan de oostkust van de Middellandse Zee, ongeveer het gebied van het huidige Israël, de Palestijnse gebieden en Libanon.
Uitleg
בֶּצַע כֶּסֶף (betsa kesef), ‘winst van zilver’: de koningen kregen geen losgeld en geen buit.
26Haar hand strekte zij uit naar de tentpin, haar rechterhand naar de hamer van de arbeiders. Zij sloeg Sisera. Zij verbrijzelde zijn hoofd. Zij sloeg zijn slaap stuk en doorboorde die.
יָדָהּ֙
(yadah)
haar hand
לַיָּתֵ֣ד
(layated)
naar de tentpin
תִּשְׁלַ֔חְנָה
(tishlachna)
strekt zij uit
וִֽימִינָ֖הּ
(viminah)
en haar rechterhand
לְהַלְמ֣וּת
(lehalmut)
naar hamer van
עֲמֵלִ֑ים
(amelim)
arbeiders
וְהָלְמָ֤ה
(vehalema)
en zij sloeg
סִֽיסְרָא֙
(sisera)
Sisera
מָחֲקָ֣ה
(machaqa)
zij verbrijzelde
רֹאשׁ֔וֹ
(rosho)
zijn hoofd
וּמָחֲצָ֥ה
(umachatsa)
en zij sloeg stuk
וְחָלְפָ֖ה
(vechalefa)
en doorboorde
רַקָּתֽוֹ
(raqato)
zijn slaap
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
יָתֵד (yated), ‘tentpin’: zie Richt. 4:21.
De hamer is die van een arbeider, een gewone werkman, geen wapen van een soldaat.
Het lied noemt vier handelingen: slaan, verbrijzelen, stuk slaan, doorboren. Het Hebreeuws gebruikt vier werkwoorden voor één daad, om de kracht te laten voelen.
27Tussen haar voeten zakte hij ineen, hij viel, hij lag daar. Tussen haar voeten zakte hij ineen, hij viel. Waar hij ineenzakte, daar viel hij, verwoest.
בֵּ֣ין
(bein)
tussen
רַגְלֶ֔יהָ
(ragleiha)
haar voeten
כָּרַ֥ע
(kara)
zakte ineen
נָפַ֖ל
(nafal)
viel
שָׁכָ֑ב
(shakhav)
lag
בֵּ֤ין
(bein)
tussen
רַגְלֶ֨יהָ֙
(ragleiha)
haar voeten
כָּרַ֣ע
(kara)
zakte ineen
נָפָ֔ל
(nafal)
viel
בַּאֲשֶׁ֣ר
(baasher)
waar
כָּרַ֔ע
(kara)
zakte ineen
שָׁ֖ם
(sham)
daar
נָפַ֥ל
(nafal)
viel
שָׁדֽוּד
(shadud)
verwoest
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Het Hebreeuws herhaalt ‘tussen haar voeten’ en ‘zakte ineen, viel’.
Elke herhaling brengt Sisera lager, tot hij ‘verwoest’ is: dood.
כָּרַע (kara), ‘ineenzakken’: letterlijk ‘knielen’. Hier zakt Sisera door zijn knieën, voor haar voeten.
28Door het raam keek de moeder van Sisera uit. Zij riep door het traliewerk: „Waarom talmt zijn wagen met komen? Waarom vertragen de hoefslagen van zijn wagens?”
בְּעַד֩
(bead)
door
הַחַלּ֨וֹן
(hachalon)
het raam
נִשְׁקְפָ֧ה
(nishqefa)
keek uit
וַתְּיַבֵּ֛ב
(vateyabev)
en riep
אֵ֥ם
(em)
moeder van
סִֽיסְרָ֖א
(sisera)
Sisera
בְּעַ֣ד
(bead)
door
הָֽאֶשְׁנָ֑ב
(haeshnav)
het traliewerk
מַדּ֗וּעַ
(madua)
waarom
בֹּשֵׁ֤שׁ
(boshesh)
talmt
רִכְבּוֹ֙
(rikhbo)
zijn wagen
לָב֔וֹא
(lavo)
om te komen
מַדּ֣וּעַ
(madua)
waarom
אֶֽחֱר֔וּ
(echeru)
vertragen
פַּעֲמֵ֖י
(paamei)
hoefslagen van
מַרְכְּבוֹתָֽיו
(markevotav)
zijn wagens
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
De moeder van Sisera wacht op zijn thuiskomst.
Dit deel van het lied is een scène: wij horen eerst haar vraag, dan het antwoord van haar edelvrouwen en haar eigen antwoord aan zichzelf (vers 29–30).
בֹּשֵׁשׁ (boshesh), ‘talmen’: letterlijk ‘schaamte hebben’, dus ‘te laat zijn’. Vergelijk Exod. 32:1.
29De wijsten van haar edelvrouwen antwoorden haar. Ook zijzelf geeft haar woorden aan zichzelf terug:
חַכְמ֥וֹת
(chakhmot)
wijzen van
שָׂרוֹתֶ֖יהָ
(saroteiha)
haar edelvrouwen
תַּעֲנֶ֑ינָּה
(taaneina)
antwoorden
אַף
(af)
ook
הִ֕יא
(hi)
zij
תָּשִׁ֥יב
(tashiv)
geeft terug
אֲמָרֶ֖יהָ
(amareiha)
haar woorden
לָֽהּ
(lah)
aan haar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
30„Zijn zij niet bezig te vinden en de buit te verdelen? Een meisje, twee meisjes voor elke man. Buit van gekleurde stoffen voor Sisera, buit van gekleurde stoffen. Geborduurde stof, twee geborduurde doeken voor de nek, als buit.”
הֲלֹ֨א
(halo)
is het niet dat
יִמְצְא֜וּ
(yimtseu)
zij vinden
יְחַלְּק֣וּ
(yechalequ)
zij verdelen
שָׁלָ֗ל
(shalal)
buit
רַ֤חַם
(racham)
meisje
רַחֲמָתַ֨יִם֙
(rachamatayim)
twee meisjes
לְרֹ֣אשׁ
(lerosh)
voor het hoofd van
גֶּ֔בֶר
(gever)
man
שְׁלַ֤ל
(shelal)
buit van
צְבָעִים֙
(tsevaim)
gekleurde stoffen
לְסִ֣יסְרָ֔א
(lesisera)
voor Sisera
שְׁלַ֥ל
(shelal)
buit van
צְבָעִ֖ים
(tsevaim)
gekleurde stoffen
רִקְמָ֑ה
(riqma)
borduurwerk
צֶ֥בַע
(tseva)
gekleurde stof
רִקְמָתַ֖יִם
(riqmatayim)
twee borduurwerken
לְצַוְּארֵ֥י
(letsaverei)
voor nekken van
שָׁלָֽל
(shalal)
buit
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
רַחַם (racham), ‘meisje’: letterlijk ‘schoot’.
Het woord staat voor een vrouw die als buit wordt genomen.
De moeder van Sisera spreekt zonder medelijden over de overwonnen vrouwen.
צִבְעֵי (tsiv’ei), ‘gekleurde stoffen’ en רִקְמָה (riqmah), ‘geborduurd’: kostbare kleding. De laatste zin van het vers is moeilijk: letterlijk ‘voor de nekken van de buit’. Wij lezen: kleden voor de nek, als buit. De betekenis is niet zeker.
31Zo mogen al Uw vijanden omkomen, Yahweh! Wie Hem liefhebben zijn als de zon wanneer zij opgaat in haar kracht. Het land was rustig, veertig jaar.
כֵּ֠ן
(ken)
zo
יֹאבְד֤וּ
(yovdu)
omkomen
כָל
(kal)
alle
אוֹיְבֶ֨יךָ֙
(oyeveikha)
Uw vijanden
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
וְאֹ֣הֲבָ֔יו
(veohavav)
en Zijn liefhebbers
כְּצֵ֥את
(ketset)
als het opgaan van
הַשֶּׁ֖מֶשׁ
(hashemesh)
de zon
בִּגְבֻרָת֑וֹ
(bigvurato)
in haar kracht
וַתִּשְׁקֹ֥ט
(vatishqot)
en was rustig
הָאָ֖רֶץ
(haarets)
het land
אַרְבָּעִ֥ים
(arbaim)
veertig
שָׁנָֽה
(shana)
jaar
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Het Hebreeuws wisselt van ‘Uw vijanden’ (aanspreking) naar ‘Zijn liefhebbers’ (derde persoon).
Wij houden die wisseling.
וַתִּשְׁקֹט (vatishqot), ‘was rustig’: de vrede van veertig jaar duurde tot Gideon (Richt. 6:1). Dit laatste deel van het vers is geen deel van het lied maar van het verhaal.