Elohim Bijbel

Spreuken 15

12345678910111213141516171819202122232425262728293031

Spreuken over de tong, het hart, de vrees voor Yahweh en tucht

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

1Een zacht antwoord keert woede af, maar een kwetsend woord doet de toorn opkomen.
מַֽעֲנֶה
(maane)
een antwoord
רַּ֭ךְ
(rakh)
zacht
יָשִׁ֣יב
(yashiv)
keert af
חֵמָ֑ה
(chema)
woede
וּדְבַר
(udevar)
en een woord van
עֶ֝֗צֶב
(etsev)
kwetsing
יַעֲלֶה
(yaale)
doet opkomen
אָֽף
(af)
toorn
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֵמָה (chemah), ‘woede’: een hete, vlammende drift.

אַף (af), ‘toorn’: letterlijk ‘neus’, het snuiven van de boze.

עֶצֶב (etsev), ‘kwetsing’: een woord dat pijn doet.

2De tong van de wijzen maakt kennis goed, maar de mond van de dwazen laat zotheid uitstromen.
לְשׁ֣וֹן
(leshon)
de tong van
חֲ֭כָמִים
(chakhamim)
wijzen
תֵּיטִ֣יב
(teitiv)
maakt goed
דָּ֑עַת
(daat)
kennis
וּפִ֥י
(ufi)
en de mond van
כְ֝סִילִ֗ים
(kesilim)
dwazen
יַבִּ֥יעַ
(yabia)
laat uitstromen
אִוֶּֽלֶת
(ivelet)
zotheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תֵּיטִיב (teitiv), ‘maakt goed’: de wijzen brengen kennis goed en aantrekkelijk over.

יַבִּיעַ (yabia), ‘laat uitstromen’: letterlijk ‘laat opwellen’, zoals een bron. Hetzelfde woord staat in vers 28.

3Op elke plaats zijn de ogen van Yahweh. Zij houden de slechten en de goeden in het oog.
בְּֽכָל
(bekhal)
op elke
מָ֭קוֹם
(maqom)
plaats
עֵינֵ֣י
(einei)
de ogen van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
צֹ֝פ֗וֹת
(tsofot)
houden in het oog
רָעִ֥ים
(raim)
slechten
וטוֹבִֽים
(vtovim)
en goeden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

צֹפוֹת (tsofot), ‘houden in het oog’: zoals een wachter uitkijkt.

Vergelijk Job 34:21; Ps. 33:13–15 en Spr. 5:21.

4Een heilzame tong is een boom van leven, maar verdraaidheid erin is een breuk in de geest.
מַרְפֵּ֣א
(marpe)
genezing van
לָ֭שׁוֹן
(lashon)
de tong
עֵ֣ץ
(ets)
een boom van
חַיִּ֑ים
(chayim)
leven
וְסֶ֥לֶף
(veselef)
en verdraaidheid
בָּ֝֗הּ
(bah)
daarin
שֶׁ֣בֶר
(shever)
breuk
בְּרֽוּחַ
(beruach)
in de geest
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מַרְפֵּא (marpe), ‘genezing’: een tong die heelt en rust geeft.

סֶלֶף (seleph), ‘verdraaidheid’: valsheid in wat iemand zegt.

עֵץ חַיִּים (ets chayim), ‘boom van leven’: zie Spr. 3:18; 11:30; 13:12.

5Een zot minacht de tucht van zijn vader, maar wie terechtwijzing bewaart, wordt slim.
אֱוִ֗יל
(evil)
een zot
יִ֭נְאַץ
(yinats)
minacht
מוּסַ֣ר
(musar)
de tucht van
אָבִ֑יו
(aviv)
zijn vader
וְשֹׁמֵ֖ר
(veshomer)
en wie bewaart
תּוֹכַ֣חַת
(tokhachat)
terechtwijzing
יַעְרִֽם
(yarim)
wordt slim
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יִנְאַץ (yin’ats), ‘minacht’.

יַעְרִם (ya’rim), ‘wordt slim’: het woord hoort bij עָרוּם (arum), ‘slim’, zoals in Spr. 13:16.

6In het huis van de rechtvaardige is veel schat, maar de opbrengst van de goddeloze wordt in ongeluk gebracht.
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
צַ֭דִּיק
(tsadiq)
een rechtvaardige
חֹ֣סֶן
(chosen)
schat
רָ֑ב
(rav)
veel
וּבִתְבוּאַ֖ת
(uvitvuat)
en in de opbrengst van
רָשָׁ֣ע
(rasha)
een goddeloze
נֶעְכָּֽרֶת
(nekaret)
wordt in ongeluk gebracht
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֹסֶן (chosen), ‘schat’: een voorraad, een rijkdom die men bewaart.

נֶעְכָּרֶת (ne’ekheret), ‘wordt in ongeluk gebracht’: van עָכַר (akhar), zoals in Joz. 7:25 en in vers 27.

7De lippen van de wijzen strooien kennis uit, maar het hart van de dwazen is niet zo.
שִׂפְתֵ֣י
(siftei)
de lippen van
חֲ֭כָמִים
(chakhamim)
wijzen
יְזָ֣רוּ
(yezaru)
strooien uit
דָ֑עַת
(daat)
kennis
וְלֵ֖ב
(velev)
en het hart van
כְּסִילִ֣ים
(kesilim)
dwazen
לֹא
(lo)
niet
כֵֽן
(ken)
zo
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לֹא כֵן (lo khen), ‘niet zo’: het hart van de dwazen doet dat niet.

Het kan ook ‘is niet standvastig’ betekenen.

8Het slachtoffer van de goddelozen is een gruwel voor Yahweh, maar het gebed van de oprechten is Zijn welbehagen.
זֶ֣בַח
(zevach)
het slachtoffer van
רְ֭שָׁעִים
(reshaim)
goddelozen
תּוֹעֲבַ֣ת
(toavat)
gruwel van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
וּתְפִלַּ֖ת
(utefilat)
en het gebed van
יְשָׁרִ֣ים
(yesharim)
oprechten
רְצוֹנֽוֹ
(retsono)
Zijn welbehagen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

זֶבַח (zevach), ‘slachtoffer’.

תּוֹעֲבָה (to’avah), ‘gruwel’: wat Yahweh verafschuwt.

רָצוֹן (ratson), ‘welbehagen’.

Vergelijk Spr. 21:27 en 28:9.

9De weg van een goddeloze is een gruwel voor Yahweh, maar wie gerechtigheid najaagt, heeft Hij lief.
תּוֹעֲבַ֣ת
(toavat)
gruwel van
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
דֶּ֣רֶךְ
(derekh)
weg van
רָשָׁ֑ע
(rasha)
een goddeloze
וּמְרַדֵּ֖ף
(umeradef)
en wie najaagt
צְדָקָ֣ה
(tsedaqa)
gerechtigheid
יֶאֱהָֽב
(yeehav)
heeft Hij lief
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְרַדֵּף (merraddef), ‘najaagt’; יֶאֱהָב (ye’ehav), ‘heeft Hij lief’: het onderwerp is Yahweh uit de eerste helft.

10Zware tucht is er voor wie het pad verlaat. Wie terechtwijzing haat, zal sterven.
מוּסָ֣ר
(musar)
tucht
רָ֭ע
(ra)
zwaar
לְעֹזֵ֣ב
(leozev)
voor wie verlaat
אֹ֑רַח
(orach)
het pad
שׂוֹנֵ֖א
(sone)
wie haat
תוֹכַ֣חַת
(tokhachat)
terechtwijzing
יָמֽוּת
(yamut)
zal sterven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מוּסָר רָע (musar ra), ‘zware tucht’: letterlijk ‘kwade tucht’, een harde, pijnlijke straf.

אֹרַח (orach), ‘pad’: het pad van het leven (vers 24).

11Sjeol en de Afgrond zijn voor het oog van Yahweh. Hoeveel te meer de harten van de mensenkinderen!
שְׁא֣וֹל
(sheol)
Sjeol
וַ֭אֲבַדּוֹן
(vaavadon)
en de Afgrond
נֶ֣גֶד
(neged)
voor het oog van
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
אַ֝֗ף
(af)
ook
כִּֽי
(ki)
hoeveel te meer
לִבּ֥וֹת
(libot)
harten van
בְּֽנֵי
(benei)
kinderen van
אָדָֽם
(adam)
mensen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

שְׁאוֹל (Sjeol), het dodenrijk.

אֲבַדּוֹן (Avaddon), ‘de Afgrond’: een andere naam voor het dodenrijk.

Zie Job 26:6; 28:22; Ps. 88:12 en Spr. 27:20.

נֶגֶד (neged), ‘voor het oog van’.

12Een spotter houdt er niet van dat men hem terechtwijst. Naar de wijzen gaat hij niet.
לֹ֣א
(lo)
niet
יֶאֱהַב
(yeehav)
houdt van
לֵ֭ץ
(lets)
een spotter
הוֹכֵ֣חַֽ
(hokheach)
terechtwijzen
ל֑וֹ
(lo)
hem
אֶל
(el)
naar
חֲ֝כָמִ֗ים
(chakhamim)
wijzen
לֹ֣א
(lo)
niet
יֵלֵֽךְ
(yelekh)
gaat hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

לֵץ (letz), ‘spotter’.

הוֹכֵחַ לוֹ (hokhei’ach lo), letterlijk ‘terechtwijzen hem’: het feit dat men hem terechtwijst.

13Een blij hart geeft een vrolijk gezicht, maar door verdriet van het hart is de geest terneergeslagen.
לֵ֣ב
(lev)
een hart
שָׂ֭מֵחַ
(sameach)
blij
יֵיטִ֣ב
(yeitiv)
maakt goed
פָּנִ֑ים
(panim)
het gezicht
וּבְעַצְּבַת
(uveatsevat)
en door verdriet van
לֵ֝ב
(lev)
het hart
ר֣וּחַ
(ruach)
de geest
נְכֵאָֽה
(nekhea)
is terneergeslagen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יֵיטִב פָּנִים (yetiv panim), letterlijk ‘maakt het gezicht goed’: het gezicht straalt.

עַצְּבַת (atsevet), ‘verdriet’.

נְכֵאָה (nekheah), ‘terneergeslagen’: gebroken.

14Het hart van de inzichtige zoekt kennis, maar de mond van de dwazen voedt zich met zotheid.
לֵ֣ב
(lev)
een hart van
נָ֭בוֹן
(navon)
een inzichtige
יְבַקֶּשׁ
(yevaqesh)
zoekt
דָּ֑עַת
(daat)
kennis
וּפִ֥י
(ufi)
en de mond van
כְ֝סִילִ֗ים
(kesilim)
dwazen
יִרְעֶ֥ה
(yire)
voedt zich met
אִוֶּֽלֶת
(ivelet)
zotheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יִרְעֶה (yir’eh), ‘voedt zich met’: letterlijk ‘weidt’, zoals een kudde graast.

Lezing

Het geschreven woord (ketiv) is ופני (ufnei), ‘en het gezicht van’.

De te lezen vorm (qere) is וּפִי (ufi), ‘en de mond van’.

Wij volgen de qere; vergelijk vers 2.

15Alle dagen van de ellendige zijn slecht, maar een goed hart is voortdurend een feestmaal.
כָּל
(kal)
alle
יְמֵ֣י
(yemei)
dagen van
עָנִ֣י
(ani)
een ellendige
רָעִ֑ים
(raim)
slecht
וְטֽוֹב
(vetov)
en een goed
לֵ֝֗ב
(lev)
hart
מִשְׁתֶּ֥ה
(mishte)
feestmaal
תָמִֽיד
(tamid)
voortdurend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עָנִי (ani), ‘ellendige’.

טוֹב לֵב (tov lev), ‘goed hart’: een vrolijk, tevreden hart.

מִשְׁתֶּה (mishteh), ‘feestmaal’: letterlijk een drinkgelag.

16Beter weinig met de vrees voor Yahweh dan een grote schat en onrust daarbij.
טוֹב
(tov)
beter
מְ֭עַט
(meat)
weinig
בְּיִרְאַ֣ת
(beyirat)
met de vrees voor
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
מֵאוֹצָ֥ר
(meotsar)
dan een schat
רָ֝֗ב
(rav)
grote
וּמְה֥וּמָה
(umehuma)
en onrust
בֽוֹ
(bo)
daarbij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְהוּמָה (mehumah), ‘onrust’: verwarring en angst.

Vergelijk Ps. 37:16.

17Beter een maaltijd van groenten, waar liefde is, dan een os uit de krib, met haat daarbij.
ט֤וֹב
(tov)
beter
אֲרֻחַ֣ת
(aruchat)
een maaltijd van
יָ֭רָק
(yaraq)
groenten
וְאַהֲבָה
(veahava)
en liefde
שָׁ֑ם
(sham)
daar
מִשּׁ֥וֹר
(mishor)
dan een os
אָ֝ב֗וּס
(avus)
uit de krib
וְשִׂנְאָה
(vesina)
en haat
בֽוֹ
(bo)
daarbij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֲרֻחַת (aruchat), ‘maaltijd’: een vast rantsoen.

אָבוּס (avus), ‘krib’: een os uit de krib is een vette, gemeste os. Vergelijk Spr. 14:4 en 17:1.

18Een driftig man wekt twist op, maar wie langzaam is tot toorn, brengt een geschil tot rust.
אִ֣ישׁ
(ish)
een man van
חֵ֭מָה
(chema)
woede
יְגָרֶ֣ה
(yegare)
wekt op
מָד֑וֹן
(madon)
twist
וְאֶ֥רֶך
(veerekh)
en langzaam van
אַ֝פַּ֗יִם
(apayim)
toorn
יַשְׁקִ֥יט
(yashqit)
brengt tot rust
רִֽיב
(riv)
geschil
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יְגָרֶה (yegareh), ‘wekt op’: letterlijk ‘stookt’.

אֶרֶךְ אַפַּיִם (erekh apayim), ‘langzaam tot toorn’: zie Spr. 14:29.

מָדוֹן (madon), ‘twist’; רִיב (riv), ‘geschil’.

19De weg van een luiaard is als een haag van doorns, maar het pad van de oprechten is gebaand.
דֶּ֣רֶךְ
(derekh)
de weg van
עָ֭צֵל
(atsel)
een luiaard
כִּמְשֻׂ֣כַת
(kimsukhat)
als een haag van
חָ֑דֶק
(chadeq)
doorns
וְאֹ֖רַח
(veorach)
en het pad van
יְשָׁרִ֣ים
(yesharim)
oprechten
סְלֻלָֽה
(selula)
is gebaand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְשֻׂכַת (mesukhat), ‘haag’: een afsluiting van doornen waar men niet doorheen kan.

סְלֻלָה (selulah), ‘gebaand’: opgehoogd en vrijgemaakt.

20Een wijze zoon maakt een vader blij, maar een dwaas onder de mensen veracht zijn moeder.
בֵּ֣ן
(ben)
een zoon
חָ֭כָם
(chakham)
wijze
יְשַׂמַּח
(yesamach)
maakt blij
אָ֑ב
(av)
een vader
וּכְסִ֥יל
(ukhesil)
en een dwaas van
אָ֝דָ֗ם
(adam)
een mens
בּוֹזֶ֥ה
(boze)
veracht
אִמּֽוֹ
(imo)
zijn moeder
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

כְּסִיל אָדָם (kesil adam), ‘een dwaas onder de mensen’.

Vergelijk Spr. 10:1.

21Zotheid is vreugde voor wie zonder hart is, maar een man van verstand houdt zijn gang recht.
אִ֭וֶּלֶת
(ivelet)
zotheid
שִׂמְחָ֣ה
(simcha)
vreugde
לַחֲסַר
(lachasar)
voor wie zonder
לֵ֑ב
(lev)
hart is
וְאִ֥ישׁ
(veish)
en een man van
תְּ֝בוּנָ֗ה
(tevuna)
verstand
יְיַשֶׁר
(yeyasher)
houdt recht
לָֽכֶת
(lakhet)
het gaan
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

חֲסַר לֵב (chasar lev), ‘zonder hart’: wie geen verstand heeft.

יְיַשֶּׁר לָכֶת (yeyasher lakhet), ‘houdt zijn gang recht’: letterlijk ‘maakt het gaan recht’.

22Plannen worden verijdeld waar geen overleg is, maar bij veel raadgevers komen ze tot stand.
הָפֵ֣ר
(hafer)
verijdelen
מַ֭חֲשָׁבוֹת
(machashavot)
plannen
בְּאֵ֣ין
(beein)
zonder
ס֑וֹד
(sod)
overleg
וּבְרֹ֖ב
(uverov)
maar bij veel
יוֹעֲצִ֣ים
(yoatsim)
raadgevers
תָּקֽוּם
(taqum)
komen ze tot stand
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

סוֹד (sod), ‘overleg’: een vertrouwelijk gesprek met anderen.

הָפֵר (hafer), ‘verijdelen’. Vergelijk Spr. 11:14 en 20:18.

23Een man heeft vreugde in het antwoord van zijn mond, en een woord op zijn tijd, hoe goed is dat!
שִׂמְחָ֣ה
(simcha)
vreugde
לָ֭אִישׁ
(laish)
voor een man
בְּמַעֲנֵה
(bemaane)
in het antwoord van
פִ֑יו
(piv)
zijn mond
וְדָבָ֖ר
(vedavar)
en een woord
בְּעִתּ֣וֹ
(beito)
op zijn tijd
מַה
(ma)
hoe
טּֽוֹב
(tov)
goed
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
24Het pad van het leven voert omhoog voor wie doorzicht heeft, zodat hij afwijkt van Sjeol beneden.
אֹ֣רַח
(orach)
het pad van
חַ֭יִּים
(chayim)
leven
לְמַ֣עְלָה
(lemala)
omhoog
לְמַשְׂכִּ֑יל
(lemaskil)
voor wie doorzicht heeft
לְמַ֥עַן
(lemaan)
opdat
ס֝֗וּר
(sur)
hij afwijkt
מִשְּׁא֥וֹל
(misheol)
van Sjeol
מָֽטָּה
(mata)
beneden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מַשְׂכִּיל (maskil), ‘wie doorzicht heeft’.

Lezing

Het Hebreeuws zegt: ‘het pad van het leven – naar boven – voor de verstandige’.

Wij vullen ‘voert’ aan.

25Yahweh breekt het huis van de hoogmoedigen af, maar Hij zet de grens van de weduwe vast.
בֵּ֣ית
(beit)
het huis van
גֵּ֭אִים
(geim)
hoogmoedigen
יִסַּ֥ח
(yisach)
breekt af
יְהוָ֑ה
(Yahweh)
Yahweh
וְ֝יַצֵּ֗ב
(veyatsev)
en Hij zet vast
גְּב֣וּל
(gevul)
de grens van
אַלְמָנָֽה
(almana)
een weduwe
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

גְּבוּל (gevul), ‘grens’: de grens van het land van de weduwe, die Yahweh beschermt.

Zie Deut. 19:14 en Spr. 22:28; 23:10.

גֵּאִים (ge’im), ‘hoogmoedigen’.

26Kwade plannen zijn een gruwel voor Yahweh, maar rein zijn de woorden van vriendelijkheid.
תּוֹעֲבַ֣ת
(toavat)
gruwel van
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
מַחְשְׁב֣וֹת
(machshevot)
plannen van
רָ֑ע
(ra)
kwaad
וּ֝טְהֹרִ֗ים
(utehorim)
en rein
אִמְרֵי
(imrei)
woorden van
נֹֽעַם
(noam)
vriendelijkheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֹעַם (no’am), ‘vriendelijkheid’: lieflijkheid.

טְהֹרִים (tehorim), ‘rein’: de woorden zijn zuiver, zonder kwaad.

27Wie winst afperst, brengt zijn huis in ongeluk, maar wie giften haat, zal leven.
עֹכֵ֣ר
(okher)
brengt in ongeluk
בֵּ֭יתוֹ
(beito)
zijn huis
בּוֹצֵ֣עַ
(botsea)
wie afperst
בָּ֑צַע
(batsa)
winst
וְשׂוֹנֵ֖א
(vesone)
en wie haat
מַתָּנֹ֣ת
(matanot)
giften
יִחְיֶֽה
(yichye)
zal leven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עֹכֵר (okher), ‘brengt in ongeluk’: zoals in vers 6.

בּוֹצֵעַ בָּצַע (botsea batsa), ‘wie winst afperst’: winst die men door onrecht binnenhaalt.

מַתָּנֹת (mattanot), ‘giften’: hier gaven die als steekpenning dienen (shochad, ‘steekpenning’, is een ander woord). Vergelijk Exod. 23:8.

28Het hart van de rechtvaardige overpeinst hoe hij moet antwoorden, maar de mond van de goddelozen laat kwaad uitstromen.
לֵ֣ב
(lev)
het hart van
צַ֭דִּיק
(tsadiq)
een rechtvaardige
יֶהְגֶּ֣ה
(yehge)
overpeinst
לַעֲנ֑וֹת
(laanot)
om te antwoorden
וּפִ֥י
(ufi)
en de mond van
רְ֝שָׁעִ֗ים
(reshaim)
goddelozen
יַבִּ֥יעַ
(yabia)
laat uitstromen
רָעֽוֹת
(raot)
kwaad
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יֶהְגֶּה (yehgeh), ‘overpeinst’, zoals in Ps. 1:2.

רָעוֹת (ra’ot), ‘kwaad’.

29Yahweh is ver van de goddelozen, maar het gebed van de rechtvaardigen hoort Hij.
רָח֣וֹק
(rachoq)
ver
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
מֵרְשָׁעִ֑ים
(mereshaim)
van goddelozen
וּתְפִלַּ֖ת
(utefilat)
en het gebed van
צַדִּיקִ֣ים
(tsadiqim)
rechtvaardigen
יִשְׁמָֽע
(yishma)
hoort Hij
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
30Het licht van de ogen verblijdt het hart. Een goede tijding verkwikt het gebeente.
מְֽאוֹר
(meor)
het licht van
עֵ֭ינַיִם
(einayim)
ogen
יְשַׂמַּֽח
(yesamach)
verblijdt
לֵ֑ב
(lev)
het hart
שְׁמוּעָ֥ה
(shemua)
een tijding
ט֝וֹבָ֗ה
(tova)
goede
תְּדַשֶּׁן
(tedashen)
verkwikt
עָֽצֶם
(atsem)
het gebeente
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מְאוֹר עֵינַיִם (me’or einayim), ‘licht van de ogen’: een stralende blik, of wat de ogen aan licht zien.

תְּדַשֶּׁן (tedashen), ‘verkwikt’: letterlijk ‘maakt vet’, zoals in Spr. 13:4.

31Het oor dat de terechtwijzing van het leven hoort, zal verblijven te midden van de wijzen.
אֹ֗זֶן
(ozen)
een oor
שֹׁ֭מַעַת
(shomaat)
dat hoort
תּוֹכַ֣חַת
(tokhachat)
terechtwijzing van
חַיִּ֑ים
(chayim)
leven
בְּקֶ֖רֶב
(beqerev)
te midden van
חֲכָמִ֣ים
(chakhamim)
wijzen
תָּלִֽין
(talin)
zal verblijven
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תּוֹכַחַת חַיִּים (tokhachat chayim), ‘terechtwijzing van het leven’: terechtwijzing die tot leven leidt.

32Wie tucht afwijst, verwerpt zichzelf, maar wie terechtwijzing hoort, verwerft een hart.
פּוֹרֵ֣עַ
(porea)
wie afwijst
מ֭וּסָר
(musar)
tucht
מוֹאֵ֣ס
(moes)
verwerpt
נַפְשׁ֑וֹ
(nafsho)
zichzelf
וְשׁוֹמֵ֥עַ
(veshomea)
en wie hoort
תּ֝וֹכַ֗חַת
(tokhachat)
terechtwijzing
ק֣וֹנֶה
(qone)
verwerft
לֵּֽב
(lev)
een hart
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פּוֹרֵעַ (pore’a), ‘afwijst’, zoals in Spr. 13:18.

נַפְשׁוֹ (nafsho), ‘zichzelf’: letterlijk ‘zijn ziel’.

קוֹנֶה לֵב (qoneh lev), ‘verwerft een hart’: hij krijgt verstand.

33De vrees voor Yahweh is een tucht tot wijsheid, en voor de eer gaat nederigheid.
יִרְאַ֣ת
(yirat)
vrees voor
יְ֭הוָה
(Yahweh)
Yahweh
מוּסַ֣ר
(musar)
tucht van
חָכְמָ֑ה
(chakhema)
wijsheid
וְלִפְנֵ֖י
(velifnei)
en voor
כָב֣וֹד
(kavod)
eer
עֲנָוָֽה
(anava)
nederigheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מוּסַר חָכְמָה (musar chokhmah), ‘tucht tot wijsheid’: ook ‘onderricht in wijsheid’.

De eerste helft staat ook in Spr. 1:7 en 9:10; de tweede in Spr. 18:12.

כָּבוֹד (kavod), ‘eer’: bij een mens vertalen wij ‘eer’, bij Yahweh ‘heerlijkheid’.