1 Johannes 2
De Voorspraak; het nieuwe gebod; de antichristen
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
De Voorspraak
τεκνία (teknia), ‘kinderen’: een liefdevolle aanspreking in verkleinvorm, zoals in Joh. 13:33. παράκλητος (parakletos), ‘Voorspraak’: letterlijk ‘iemand die erbij geroepen is’.
In het evangelie vertalen wij hetzelfde woord met ‘Helper’ (Joh. 14:16; 14:26; 15:26; 16:7), daar van de Geest.
Hier gaat het om Yeshua bij de Vader, die voor ons pleit; daarom kiezen wij hier ‘Voorspraak’.
In onze vertaling staat het woord alleen op deze vijf plaatsen. δίκαιος (dikaios), ‘de Rechtvaardige’.
Zie ook Joh. 14:16; Joh. 14:26; Joh. 15:26; Joh. 16:7.
ἱλασμός (hilasmos), ‘verzoening’: het middel waardoor schuld wordt weggenomen en de verhouding hersteld wordt.
Hetzelfde woord staat in 4:10.
Verwant is ἱλάσκομαι (hilaskomai), ‘verzoening doen’.
Zie ook 1 Joh. 4:10; Rom. 3:25; Hebr. 2:17.
Zijn geboden onderhouden
γινώσκω (ginosko), ‘kennen’, en ἐντολή (entole), ‘gebod’: wij vertalen τηρέω (tereo) met ‘onderhouden’.
‘Hem’: de tekst zegt niet uitdrukkelijk wie; in de brief kan het voornaamwoord op de Vader of op de Zoon slaan.
ψεύστης (pseustes), ‘leugenaar’: zie ook 1:10. ἔγνωκα (egnoka) is een voltooide vorm: ‘ik heb Hem leren kennen’, dat wil zeggen ‘ik ken Hem nu’.
Wij schrijven ‘ik ken Hem’.
De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘dat’ (ὅτι); wij volgen de SBLGNT.
ἡ ἀγάπη τοῦ θεοῦ (he agape tou theou), ‘de liefde van Elohim’: de genitief kan ‘de liefde van Elohim voor ons’ of ‘onze liefde voor Elohim’ betekenen; wij laten het open. τετελείωται (teteleiotai), ‘volkomen gemaakt’: tot het doel gebracht, zoals in 4:12 en 4:17–18.
ἐκεῖνος (ekeinos), ‘Hij’, letterlijk ‘Die’: in deze brief meestal Yeshua (zie 3:3, 3:5, 3:7, 3:16, 4:17). μένω (meno), ‘blijven’: een kernwoord van de brief. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: zie 1:6.
De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘zelf’ (αὐτός); wij volgen de SBLGNT.
Een oud en toch nieuw gebod
ἀγαπητοί (agapetoi), ‘geliefden’.
Het ‘oude gebod’ dat zij vanaf het begin hoorden, heet in vers 8 ‘nieuw’; de verzen 9–11 gaan over het liefhebben van de broer.
Vergelijk Joh. 13:34 en 1 Joh. 3:11.
De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord ‘geliefden’ (Ἀγαπητοί) en bij ‘gehoord hebben’ (ἠκούσατε); wij volgen de SBLGNT.
Zie ook Joh. 13:34; 1 Joh. 3:11.
ὅ ἐστιν ἀληθές (ho estin alethes), ‘dat waar is’: het Grieks laat open waarop ‘dat’ slaat, het gebod of de handeling. ἀληθινός (alethinos), ‘waar’, ‘echt’: het ware licht, zoals in Joh. 1:9. παράγεται (paragetai), ‘gaat voorbij’: verdwijnt; dezelfde vorm staat in vers 17.
Zie ook Joh. 1:9.
ἀδελφός (adelfos), ‘broer’: de medegelovige.
Het Griekse woord omvat in de gemeente ook de zusters. μισέω (miseo), ‘haten’. ἕως ἄρτι (heos arti), ‘tot nu toe’: nog steeds.
σκάνδαλον (skandalon), ‘struikelblok’: wij vertalen het overal zo. ἐν αὐτῷ (en auto), ‘in hem’: in de broer die liefheeft; het kan ook ‘in het licht’ betekenen.
ἐτύφλωσεν (etyflosen), ‘heeft verblind’: blind gemaakt.
Vergelijk Joh. 12:35, waar wie in de duisternis wandelt niet weet waarheen hij gaat.
Zie ook Joh. 12:35.
Aan kinderen, vaders en jongemannen
ἀφέωνται (afeontai), ‘zijn vergeven’: een voltooide vorm; de vergeving geldt nu. τεκνία (teknia), ‘kinderen’: zie vers 1.
‘Zijn naam’: de tekst zegt niet uitdrukkelijk van wie; vers 1 noemt Yeshua.
In de verzen 12–14 schrijft de brief drie groepen aan: kinderen, vaders en jongemannen.
De tekst zegt niet of het om leeftijd gaat of om stappen in het geloof. ὁ πονηρός (ho poneros), ‘de boze’: zoals in 3:12 en 5:18–19. νικάω (nikao), ‘overwinnen’: zie ook 4:4 en 5:4–5.
ἔγραψα (egrapsa), ‘ik heb geschreven’: een verleden vorm; het kan hier ook ‘ik schrijf’ betekenen (zoals in vers 13). παιδία (paidia), ‘jonge kinderen’: een ander woord dan τεκνία in vers 12.
De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘ik heb geschreven’ (ἔγραψα); wij volgen de SBLGNT.
Heb de wereld niet lief
κόσμος (kosmos), ‘wereld’: hier de wereld als tegenstander van de Vader; elders is het de wereld waarvoor Hij verzoening is (2:2) en waarin de Zoon gezonden is (4:9).
Wij houden één weergave. ἀγαπάω (agapao), ‘liefhebben’.
ἡ ἐπιθυμία τῆς σαρκός (he epithymia tes sarkos), ‘de begeerte van het vlees’: σάρξ (sarx), ‘vlees’, is de mens in zijn zwakte. ἀλαζονεία (alazoneia), ‘hoogmoed’: opscheppen over wat men heeft. βίος (bios), ‘leven’: ook ‘levensonderhoud’ of ‘bezit’ (zie 3:17).
παράγεται (paragetai), ‘gaat voorbij’: zie vers 8. θέλημα (thelema), ‘wil’. εἰς τὸν αἰῶνα (eis ton aiona), ‘tot in eeuwigheid’.
De antichristen
ἐσχάτη ὥρα (eschate hora), ‘het laatste uur’: de tijd vlak voor het einde; de tekst zegt niet hoe lang dat uur duurt. ἀντίχριστος (antichristos), ‘antichrist’: ἀντί (anti) betekent ‘tegen’ of ‘in plaats van’.
Het woord staat alleen in de brieven van Johannes (ook 2:22; 4:3; 2 Joh. 7).
De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘dat’ (ὅτι); wij volgen de SBLGNT.
Zie ook Matt. 24:5; Matt. 24:24.
μένω (meno), ‘blijven’. ἀλλ’ ἵνα (all’ hina), ‘maar opdat’: het Grieks heeft geen werkwoord; wij vullen ‘het moest’ aan. οὐκ εἰσὶν πάντες (ouk eisin pantes) kan ‘niet allen zijn’ of ‘geen van hen is’ betekenen.
De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘zij uit ons waren’; wij volgen de SBLGNT.
χρῖσμα (chrisma), ‘zalving’: wat met de zalving bedoeld wordt zegt de tekst niet uitdrukkelijk; vergelijk 3:24 en 4:13, waar over de Geest gesproken wordt.
Het woord is verwant aan Χριστός, ‘Messias’, de Gezalfde. ὁ ἅγιος (ho hagios), ‘de Heilige’: Yeshua of de Vader; de tekst noemt het niet.
Het Grieks heeft aan het slot alleen ‘jullie weten allen’, zonder voorwerp; ‘het’ voegen wij toe voor het Nederlands.
De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord ‘en’ en bij het woord ‘allen’ (πάντες); wij volgen de SBLGNT.
ψεῦδος (pseudos), ‘leugen’.
De brief schrijft niet omdat zij de waarheid niet kennen, maar omdat zij haar kennen.
ἀρνέομαι (arneomai), ‘ontkennen’. ὁ χριστός (ho christos), ‘de Messias’: de Gezalfde; de belijdenis dat Yeshua de Messias is, is de kern van de brief.
Het woord ἀντίχριστος staat ook in vers 18.
ὁμολογέω (homologeo), ‘belijden’: zie 1:9.
De SBLGNT markeert hier een variant bij de tweede helft van het vers (‘wie de Zoon belijdt, heeft ook de Vader’); wij volgen de SBLGNT.
Blijf in het gehoorde
μένω (meno), ‘blijven’.
Het ‘gehoorde’ is de boodschap van het begin, vergelijk 1:1–5 en 3:11.
De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘jullie’ (ὑμεῖς); wij volgen de SBLGNT.
ἐπαγγελία (epangelia), ‘belofte’.
‘Hij zelf’ (αὐτός) is de Zoon of de Vader; de tekst laat dat open.
De belofte is het eeuwige leven (ζωὴ αἰώνιος): vergelijk Joh. 3:15–16.
Zie ook Joh. 3:16.
πλανάω (planao), ‘misleiden’: zie 1:8.
χρῖσμα (chrisma), ‘zalving’: zie vers 20.
Het Grieks heeft ὡς … καθὼς (hos … kathos), ‘zoals … zoals’; wij splitsen de lange zin. μένετε (menete), ‘blijft’: de vorm kan ‘jullie blijven’ of ‘blijf’ zijn; wij kiezen het gebod, zoals in vers 28.
De SBLGNT markeert hier varianten bij ‘blijft in jullie’, bij ‘Zijn’ (αὐτοῦ) en bij ‘blijf’ (μένετε); wij volgen de SBLGNT.
Blijf in Hem
φανερόω (faneroo), ‘zichtbaar worden’: zie 1:2. παρρησία (parresia), ‘vrijmoedigheid’: het vrij spreken zonder angst. ἀπ’ αὐτοῦ (ap’ autou), ‘voor Hem’: letterlijk ‘van Hem weg’. παρουσία (parousia), ‘komst’: letterlijk ‘aanwezigheid’; wij houden ‘komst’.
De SBLGNT markeert hier varianten bij ‘wanneer’ (ἐάν) en bij ‘wij hebben’ (σχῶμεν); wij volgen de SBLGNT.
γεννάω (gennao), ‘verwekt worden’: het Griekse woord betekent zowel ‘verwekken’ als ‘baren’ en dus ‘geboren worden’, zoals in Joh. 3:3 en Joh. 1:13.
Wij houden in deze brief ‘verwekt zijn’ (zie ook 3:9; 4:7; 5:1). δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’. γινώσκετε (ginoskete): de vorm kan ook ‘weet dan’ zijn.
De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘dat’ (ὅτι); wij volgen de SBLGNT.
Zie ook Joh. 1:13; Joh. 3:3.