Elohim Bijbel

1 Johannes 2

12345

De Voorspraak; het nieuwe gebod; de antichristen

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

De Voorspraak

1Mijn kinderen, dit schrijf ik jullie, zodat jullie niet zondigen. En als iemand zondigt: wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Yeshua de Messias, de Rechtvaardige.
Τεκνία
(Teknia)
kinderen
μου
(mou)
mijn
ταῦτα
(tauta)
dit
γράφω
(grapho)
schrijf ik
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἵνα
(hina)
zodat
μὴ
(me)
niet
ἁμάρτητε
(hamartete)
jullie zondigen
καὶ
(kai)
en
ἐάν
(ean)
als
τις
(tis)
iemand
ἁμάρτῃ
(hamarte)
zondigt
παράκλητον
(parakleton)
een Voorspraak
ἔχομεν
(echomen)
wij hebben
πρὸς
(pros)
bij
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
Vader
Ἰησοῦν
(Iesoun)
Yeshua
Χριστὸν
(Christon)
de Messias
δίκαιον
(dikaion)
de Rechtvaardige
Bron: SBLGNT
Uitleg

τεκνία (teknia), ‘kinderen’: een liefdevolle aanspreking in verkleinvorm, zoals in Joh. 13:33. παράκλητος (parakletos), ‘Voorspraak’: letterlijk ‘iemand die erbij geroepen is’.

In het evangelie vertalen wij hetzelfde woord met ‘Helper’ (Joh. 14:16; 14:26; 15:26; 16:7), daar van de Geest.

Hier gaat het om Yeshua bij de Vader, die voor ons pleit; daarom kiezen wij hier ‘Voorspraak’.

In onze vertaling staat het woord alleen op deze vijf plaatsen. δίκαιος (dikaios), ‘de Rechtvaardige’.

Zie ook Joh. 14:16; Joh. 14:26; Joh. 15:26; Joh. 16:7.

2En Hij is de verzoening voor onze zonden, en niet alleen voor die van ons, maar ook voor die van de hele wereld.
καὶ
(kai)
en
αὐτὸς
(autos)
Hij
ἱλασμός
(hilasmos)
verzoening
ἐστιν
(estin)
is
περὶ
(peri)
voor
τῶν
(ton)
de
ἁμαρτιῶν
(hamartion)
zonden
ἡμῶν
(hemon)
onze
οὐ
(ou)
niet
περὶ
(peri)
voor
τῶν
(ton)
die
ἡμετέρων
(hemeteron)
van ons
δὲ
(de)
echter
μόνον
(monon)
alleen
ἀλλὰ
(alla)
maar
καὶ
(kai)
ook
περὶ
(peri)
voor
ὅλου
(holou)
de hele
τοῦ
(tou)
de
κόσμου
(kosmou)
wereld
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἱλασμός (hilasmos), ‘verzoening’: het middel waardoor schuld wordt weggenomen en de verhouding hersteld wordt.

Hetzelfde woord staat in 4:10.

Verwant is ἱλάσκομαι (hilaskomai), ‘verzoening doen’.

Zie ook 1 Joh. 4:10; Rom. 3:25; Hebr. 2:17.

Zijn geboden onderhouden

3En hieraan weten wij dat wij Hem gekend hebben: als wij Zijn geboden onderhouden.
Καὶ
(Kai)
en
ἐν
(en)
in
τούτῳ
(touto)
dit
γινώσκομεν
(ginoskomen)
wij weten
ὅτι
(hoti)
dat
ἐγνώκαμεν
(egnokamen)
wij hebben gekend
αὐτόν
(auton)
Hem
ἐὰν
(ean)
als
τὰς
(tas)
de
ἐντολὰς
(entolas)
geboden
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
τηρῶμεν
(teromen)
wij onderhouden
Bron: SBLGNT
Uitleg

γινώσκω (ginosko), ‘kennen’, en ἐντολή (entole), ‘gebod’: wij vertalen τηρέω (tereo) met ‘onderhouden’.

‘Hem’: de tekst zegt niet uitdrukkelijk wie; in de brief kan het voornaamwoord op de Vader of op de Zoon slaan.

4Wie zegt: „Ik ken Hem”, en Zijn geboden niet onderhoudt, is een leugenaar, en in zo iemand is de waarheid niet.
ὁ
(ho)
wie
λέγων
(legon)
zegt
ὅτι
(hoti)
dat
Ἔγνωκα
(Egnoka)
ik heb leren kennen
αὐτὸν
(auton)
Hem
καὶ
(kai)
en
τὰς
(tas)
de
ἐντολὰς
(entolas)
geboden
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
μὴ
(me)
niet
τηρῶν
(teron)
onderhoudt
ψεύστης
(pseustes)
leugenaar
ἐστίν
(estin)
is
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
τούτῳ
(touto)
zo iemand
ἡ
(he)
de
ἀλήθεια
(aletheia)
waarheid
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

ψεύστης (pseustes), ‘leugenaar’: zie ook 1:10. ἔγνωκα (egnoka) is een voltooide vorm: ‘ik heb Hem leren kennen’, dat wil zeggen ‘ik ken Hem nu’.

Wij schrijven ‘ik ken Hem’.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘dat’ (ὅτι); wij volgen de SBLGNT.

5Maar in wie Zijn woord onderhoudt, is de liefde van Elohim waarlijk volkomen gemaakt. Hieraan weten wij dat wij in Hem zijn.
ὃς
(hos)
wie
δ’
(d’)
maar
ἂν
(an)
ook maar
τηρῇ
(tere)
onderhoudt
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
τὸν
(ton)
de
λόγον
(logon)
woord
ἀληθῶς
(alethos)
waarlijk
ἐν
(en)
in
τούτῳ
(touto)
zo iemand
ἡ
(he)
de
ἀγάπη
(agape)
liefde
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
τετελείωται
(teteleiotai)
is volkomen gemaakt
ἐν
(en)
in
τούτῳ
(touto)
dit
γινώσκομεν
(ginoskomen)
wij weten
ὅτι
(hoti)
dat
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
Hem
ἐσμεν
(esmen)
wij zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἡ ἀγάπη τοῦ θεοῦ (he agape tou theou), ‘de liefde van Elohim’: de genitief kan ‘de liefde van Elohim voor ons’ of ‘onze liefde voor Elohim’ betekenen; wij laten het open. τετελείωται (teteleiotai), ‘volkomen gemaakt’: tot het doel gebracht, zoals in 4:12 en 4:17–18.

6Wie zegt in Hem te blijven, is verplicht ook zelf te wandelen zoals Hij gewandeld heeft.
ὁ
(ho)
wie
λέγων
(legon)
zegt
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
Hem
μένειν
(menein)
te blijven
ὀφείλει
(opheilei)
is verplicht
καθὼς
(kathos)
zoals
ἐκεῖνος
(ekeinos)
Hij
περιεπάτησεν
(periepatesen)
gewandeld heeft
καὶ
(kai)
ook
αὐτὸς
(autos)
zelf
περιπατεῖν
(peripatein)
te wandelen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐκεῖνος (ekeinos), ‘Hij’, letterlijk ‘Die’: in deze brief meestal Yeshua (zie 3:3, 3:5, 3:7, 3:16, 4:17). μένω (meno), ‘blijven’: een kernwoord van de brief. περιπατέω (peripateo), ‘wandelen’: zie 1:6.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘zelf’ (αὐτός); wij volgen de SBLGNT.

Een oud en toch nieuw gebod

7Geliefden, ik schrijf jullie geen nieuw gebod, maar een oud gebod dat jullie vanaf het begin hadden. Het oude gebod is het woord dat jullie gehoord hebben.
Ἀγαπητοί
(Agapetoi)
geliefden
οὐκ
(ouk)
niet
ἐντολὴν
(entolen)
gebod
καινὴν
(kainen)
nieuw
γράφω
(grapho)
schrijf ik
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ἀλλ’
(all’)
maar
ἐντολὴν
(entolen)
gebod
παλαιὰν
(palaian)
oud
ἣν
(hen)
dat
εἴχετε
(eichete)
jullie hadden
ἀπ’
(ap’)
vanaf
ἀρχῆς
(arches)
begin
ἡ
(he)
het
ἐντολὴ
(entole)
gebod
ἡ
(he)
het
παλαιά
(palaia)
oude
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
woord
ὃν
(hon)
dat
ἠκούσατε
(ekousate)
jullie hebben gehoord
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀγαπητοί (agapetoi), ‘geliefden’.

Het ‘oude gebod’ dat zij vanaf het begin hoorden, heet in vers 8 ‘nieuw’; de verzen 9–11 gaan over het liefhebben van de broer.

Vergelijk Joh. 13:34 en 1 Joh. 3:11.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord ‘geliefden’ (Ἀγαπητοί) en bij ‘gehoord hebben’ (ἠκούσατε); wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Joh. 13:34; 1 Joh. 3:11.

8Opnieuw schrijf ik jullie een nieuw gebod, dat waar is in Hem en in jullie. Want de duisternis gaat voorbij en het ware licht schijnt al.
πάλιν
(palin)
opnieuw
ἐντολὴν
(entolen)
gebod
καινὴν
(kainen)
nieuw
γράφω
(grapho)
schrijf ik
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅ
(ho)
dat
ἐστιν
(estin)
is
ἀληθὲς
(alethes)
waar
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
Hem
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
want
ἡ
(he)
de
σκοτία
(skotia)
duisternis
παράγεται
(paragetai)
gaat voorbij
καὶ
(kai)
en
τὸ
(to)
het
φῶς
(phos)
licht
τὸ
(to)
het
ἀληθινὸν
(alethinon)
ware
ἤδη
(ede)
al
φαίνει
(phainei)
schijnt
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὅ ἐστιν ἀληθές (ho estin alethes), ‘dat waar is’: het Grieks laat open waarop ‘dat’ slaat, het gebod of de handeling. ἀληθινός (alethinos), ‘waar’, ‘echt’: het ware licht, zoals in Joh. 1:9. παράγεται (paragetai), ‘gaat voorbij’: verdwijnt; dezelfde vorm staat in vers 17.

Zie ook Joh. 1:9.

9Wie zegt in het licht te zijn en zijn broer haat, is nog steeds in de duisternis.
ὁ
(ho)
wie
λέγων
(legon)
zegt
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
φωτὶ
(photi)
licht
εἶναι
(einai)
te zijn
καὶ
(kai)
en
τὸν
(ton)
de
ἀδελφὸν
(adelphon)
broer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
μισῶν
(mison)
haat
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
σκοτίᾳ
(skotia)
duisternis
ἐστὶν
(estin)
is
ἕως
(heos)
tot
ἄρτι
(arti)
nu toe
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀδελφός (adelfos), ‘broer’: de medegelovige.

Het Griekse woord omvat in de gemeente ook de zusters. μισέω (miseo), ‘haten’. ἕως ἄρτι (heos arti), ‘tot nu toe’: nog steeds.

10Wie zijn broer liefheeft, blijft in het licht, en in hem is geen struikelblok.
ὁ
(ho)
wie
ἀγαπῶν
(agapon)
liefheeft
τὸν
(ton)
de
ἀδελφὸν
(adelphon)
broer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
het
φωτὶ
(photi)
licht
μένει
(menei)
blijft
καὶ
(kai)
en
σκάνδαλον
(skandalon)
struikelblok
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
hem
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

σκάνδαλον (skandalon), ‘struikelblok’: wij vertalen het overal zo. ἐν αὐτῷ (en auto), ‘in hem’: in de broer die liefheeft; het kan ook ‘in het licht’ betekenen.

11Maar wie zijn broer haat, is in de duisternis en wandelt in de duisternis. Hij weet niet waarheen hij gaat, want de duisternis heeft zijn ogen verblind.
ὁ
(ho)
wie
δὲ
(de)
maar
μισῶν
(mison)
haat
τὸν
(ton)
de
ἀδελφὸν
(adelphon)
broer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
σκοτίᾳ
(skotia)
duisternis
ἐστὶν
(estin)
is
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
τῇ
(te)
de
σκοτίᾳ
(skotia)
duisternis
περιπατεῖ
(peripatei)
wandelt
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
οἶδεν
(oiden)
hij weet
ποῦ
(pou)
waarheen
ὑπάγει
(hypagei)
hij gaat
ὅτι
(hoti)
want
ἡ
(he)
de
σκοτία
(skotia)
duisternis
ἐτύφλωσεν
(etyphlosen)
heeft verblind
τοὺς
(tous)
de
ὀφθαλμοὺς
(ophthalmous)
ogen
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐτύφλωσεν (etyflosen), ‘heeft verblind’: blind gemaakt.

Vergelijk Joh. 12:35, waar wie in de duisternis wandelt niet weet waarheen hij gaat.

Zie ook Joh. 12:35.

Zie ookJoh 12:35

Aan kinderen, vaders en jongemannen

12Ik schrijf jullie, kinderen, omdat de zonden jullie vergeven zijn omwille van Zijn naam.
Γράφω
(Grapho)
ik schrijf
ὑμῖν
(hymin)
jullie
τεκνία
(teknia)
kinderen
ὅτι
(hoti)
omdat
ἀφέωνται
(apheontai)
zijn vergeven
ὑμῖν
(hymin)
jullie
αἱ
(hai)
de
ἁμαρτίαι
(hamartiai)
zonden
διὰ
(dia)
omwille van
τὸ
(to)
de
ὄνομα
(onoma)
naam
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀφέωνται (afeontai), ‘zijn vergeven’: een voltooide vorm; de vergeving geldt nu. τεκνία (teknia), ‘kinderen’: zie vers 1.

‘Zijn naam’: de tekst zegt niet uitdrukkelijk van wie; vers 1 noemt Yeshua.

Zie ook1 Joh 2:1
13Ik schrijf jullie, vaders, omdat jullie Hem kennen die vanaf het begin is. Ik schrijf jullie, jongemannen, omdat jullie de boze overwonnen hebben.
γράφω
(grapho)
ik schrijf
ὑμῖν
(hymin)
jullie
πατέρες
(pateres)
vaders
ὅτι
(hoti)
omdat
ἐγνώκατε
(egnokate)
jullie kennen
τὸν
(ton)
Hem
ἀπ’
(ap’)
die vanaf
ἀρχῆς
(arches)
begin
γράφω
(grapho)
ik schrijf
ὑμῖν
(hymin)
jullie
νεανίσκοι
(neaniskoi)
jongemannen
ὅτι
(hoti)
omdat
νενικήκατε
(nenikekate)
jullie hebben overwonnen
τὸν
(ton)
de
πονηρόν
(poneron)
boze
Bron: SBLGNT
Uitleg

In de verzen 12–14 schrijft de brief drie groepen aan: kinderen, vaders en jongemannen.

De tekst zegt niet of het om leeftijd gaat of om stappen in het geloof. ὁ πονηρός (ho poneros), ‘de boze’: zoals in 3:12 en 5:18–19. νικάω (nikao), ‘overwinnen’: zie ook 4:4 en 5:4–5.

14Ik heb jullie geschreven, jonge kinderen, omdat jullie de Vader kennen. Ik heb jullie geschreven, vaders, omdat jullie Hem kennen die vanaf het begin is. Ik heb jullie geschreven, jongemannen, omdat jullie sterk zijn, het woord van Elohim in jullie blijft en jullie de boze overwonnen hebben.
ἔγραψα
(egrapsa)
ik heb geschreven
ὑμῖν
(hymin)
jullie
παιδία
(paidia)
jonge kinderen
ὅτι
(hoti)
omdat
ἐγνώκατε
(egnokate)
jullie kennen
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
Vader
ἔγραψα
(egrapsa)
ik heb geschreven
ὑμῖν
(hymin)
jullie
πατέρες
(pateres)
vaders
ὅτι
(hoti)
omdat
ἐγνώκατε
(egnokate)
jullie kennen
τὸν
(ton)
Hem die
ἀπ’
(ap’)
vanaf
ἀρχῆς
(arches)
begin
ἔγραψα
(egrapsa)
ik heb geschreven
ὑμῖν
(hymin)
jullie
νεανίσκοι
(neaniskoi)
jongemannen
ὅτι
(hoti)
omdat
ἰσχυροί
(ischyroi)
sterk
ἐστε
(este)
jullie zijn
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
het
λόγος
(logos)
woord
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἐν
(en)
in
ὑμῖν
(hymin)
jullie
μένει
(menei)
blijft
καὶ
(kai)
en
νενικήκατε
(nenikekate)
jullie hebben overwonnen
τὸν
(ton)
de
πονηρόν
(poneron)
boze
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἔγραψα (egrapsa), ‘ik heb geschreven’: een verleden vorm; het kan hier ook ‘ik schrijf’ betekenen (zoals in vers 13). παιδία (paidia), ‘jonge kinderen’: een ander woord dan τεκνία in vers 12.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘ik heb geschreven’ (ἔγραψα); wij volgen de SBLGNT.

Heb de wereld niet lief

15Heb de wereld niet lief, en ook niet wat in de wereld is. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem.
Μὴ
(Me)
niet
ἀγαπᾶτε
(agapate)
heb lief
τὸν
(ton)
de
κόσμον
(kosmon)
wereld
μηδὲ
(mede)
en ook niet
τὰ
(ta)
wat
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
κόσμῳ
(kosmo)
wereld
ἐάν
(ean)
als
τις
(tis)
iemand
ἀγαπᾷ
(agapa)
liefheeft
τὸν
(ton)
de
κόσμον
(kosmon)
wereld
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
ἡ
(he)
de
ἀγάπη
(agape)
liefde
τοῦ
(tou)
van de
πατρὸς
(patros)
Vader
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

κόσμος (kosmos), ‘wereld’: hier de wereld als tegenstander van de Vader; elders is het de wereld waarvoor Hij verzoening is (2:2) en waarin de Zoon gezonden is (4:9).

Wij houden één weergave. ἀγαπάω (agapao), ‘liefhebben’.

16Want alles wat in de wereld is, de begeerte van het vlees, de begeerte van de ogen en de hoogmoed van het leven, is niet uit de Vader, maar is uit de wereld.
ὅτι
(hoti)
want
πᾶν
(pan)
alles
τὸ
(to)
wat
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
κόσμῳ
(kosmo)
wereld
ἡ
(he)
de
ἐπιθυμία
(epithymia)
begeerte
τῆς
(tes)
van het
σαρκὸς
(sarkos)
vlees
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
ἐπιθυμία
(epithymia)
begeerte
τῶν
(ton)
van de
ὀφθαλμῶν
(ophthalmon)
ogen
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
ἀλαζονεία
(alazoneia)
hoogmoed
τοῦ
(tou)
van het
βίου
(biou)
leven
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
πατρός
(patros)
Vader
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
κόσμου
(kosmou)
wereld
ἐστίν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἡ ἐπιθυμία τῆς σαρκός (he epithymia tes sarkos), ‘de begeerte van het vlees’: σάρξ (sarx), ‘vlees’, is de mens in zijn zwakte. ἀλαζονεία (alazoneia), ‘hoogmoed’: opscheppen over wat men heeft. βίος (bios), ‘leven’: ook ‘levensonderhoud’ of ‘bezit’ (zie 3:17).

17En de wereld gaat voorbij, en haar begeerte ook. Maar wie de wil van Elohim doet, blijft tot in eeuwigheid.
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
de
κόσμος
(kosmos)
wereld
παράγεται
(paragetai)
gaat voorbij
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
ἐπιθυμία
(epithymia)
begeerte
αὐτοῦ
(autou)
ervan
ὁ
(ho)
wie
δὲ
(de)
maar
ποιῶν
(poion)
doet
τὸ
(to)
de
θέλημα
(thelema)
wil
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
μένει
(menei)
blijft
εἰς
(eis)
tot
τὸν
(ton)
de
αἰῶνα
(aiona)
eeuwigheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

παράγεται (paragetai), ‘gaat voorbij’: zie vers 8. θέλημα (thelema), ‘wil’. εἰς τὸν αἰῶνα (eis ton aiona), ‘tot in eeuwigheid’.

Zie ook1 Joh 2:8

De antichristen

18Jonge kinderen, het is het laatste uur. En zoals jullie gehoord hebben dat een antichrist komt, zo zijn er ook nu vele antichristen gekomen. Daaraan weten wij dat het het laatste uur is.
Παιδία
(Paidia)
jonge kinderen
ἐσχάτη
(eschate)
laatste
ὥρα
(hora)
uur
ἐστίν
(estin)
is
καὶ
(kai)
en
καθὼς
(kathos)
zoals
ἠκούσατε
(ekousate)
jullie hebben gehoord
ὅτι
(hoti)
dat
ἀντίχριστος
(antichristos)
antichrist
ἔρχεται
(erchetai)
komt
καὶ
(kai)
en
νῦν
(nyn)
nu
ἀντίχριστοι
(antichristoi)
antichristen
πολλοὶ
(polloi)
vele
γεγόνασιν
(gegonasin)
zijn gekomen
ὅθεν
(hothen)
vandaar
γινώσκομεν
(ginoskomen)
wij weten
ὅτι
(hoti)
dat
ἐσχάτη
(eschate)
laatste
ὥρα
(hora)
uur
ἐστίν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐσχάτη ὥρα (eschate hora), ‘het laatste uur’: de tijd vlak voor het einde; de tekst zegt niet hoe lang dat uur duurt. ἀντίχριστος (antichristos), ‘antichrist’: ἀντί (anti) betekent ‘tegen’ of ‘in plaats van’.

Het woord staat alleen in de brieven van Johannes (ook 2:22; 4:3; 2 Joh. 7).

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘dat’ (ὅτι); wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Matt. 24:5; Matt. 24:24.

19Uit ons zijn zij weggegaan, maar zij waren niet uit ons. Want als zij uit ons waren geweest, zouden zij bij ons gebleven zijn. Maar het moest openbaar worden dat zij niet allen uit ons zijn.
ἐξ
(ex)
uit
ἡμῶν
(hemon)
ons
ἐξῆλθαν
(exelthan)
zijn weggegaan
ἀλλ’
(all’)
maar
οὐκ
(ouk)
niet
ἦσαν
(esan)
waren
ἐξ
(ex)
uit
ἡμῶν
(hemon)
ons
εἰ
(ei)
als
γὰρ
(gar)
want
ἐξ
(ex)
uit
ἡμῶν
(hemon)
ons
ἦσαν
(esan)
waren
μεμενήκεισαν
(memenekeisan)
zouden gebleven zijn
ἂν
(an)
wel
μεθ’
(meth’)
bij
ἡμῶν
(hemon)
ons
ἀλλ’
(all’)
maar
ἵνα
(hina)
opdat
φανερωθῶσιν
(phanerothosin)
zij openbaar worden
ὅτι
(hoti)
dat
οὐκ
(ouk)
niet
εἰσὶν
(eisin)
zijn
πάντες
(pantes)
allen
ἐξ
(ex)
uit
ἡμῶν
(hemon)
ons
Bron: SBLGNT
Uitleg

μένω (meno), ‘blijven’. ἀλλ’ ἵνα (all’ hina), ‘maar opdat’: het Grieks heeft geen werkwoord; wij vullen ‘het moest’ aan. οὐκ εἰσὶν πάντες (ouk eisin pantes) kan ‘niet allen zijn’ of ‘geen van hen is’ betekenen.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘zij uit ons waren’; wij volgen de SBLGNT.

20En jullie hebben een zalving van de Heilige, en jullie weten het allen.
καὶ
(kai)
en
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
χρῖσμα
(chrisma)
zalving
ἔχετε
(echete)
hebben
ἀπὸ
(apo)
van
τοῦ
(tou)
de
ἁγίου
(hagiou)
Heilige
καὶ
(kai)
en
οἴδατε
(oidate)
jullie weten
πάντες
(pantes)
allen
Bron: SBLGNT
Uitleg

χρῖσμα (chrisma), ‘zalving’: wat met de zalving bedoeld wordt zegt de tekst niet uitdrukkelijk; vergelijk 3:24 en 4:13, waar over de Geest gesproken wordt.

Het woord is verwant aan Χριστός, ‘Messias’, de Gezalfde. ὁ ἅγιος (ho hagios), ‘de Heilige’: Yeshua of de Vader; de tekst noemt het niet.

Het Grieks heeft aan het slot alleen ‘jullie weten allen’, zonder voorwerp; ‘het’ voegen wij toe voor het Nederlands.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord ‘en’ en bij het woord ‘allen’ (πάντες); wij volgen de SBLGNT.

21Ik heb jullie niet geschreven omdat jullie de waarheid niet kennen, maar omdat jullie haar kennen, en omdat geen enkele leugen uit de waarheid is.
οὐκ
(ouk)
niet
ἔγραψα
(egrapsa)
ik heb geschreven
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
omdat
οὐκ
(ouk)
niet
οἴδατε
(oidate)
jullie weten
τὴν
(ten)
de
ἀλήθειαν
(aletheian)
waarheid
ἀλλ’
(all’)
maar
ὅτι
(hoti)
omdat
οἴδατε
(oidate)
jullie weten
αὐτήν
(auten)
haar
καὶ
(kai)
en
ὅτι
(hoti)
omdat
πᾶν
(pan)
elke
ψεῦδος
(pseudos)
leugen
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
de
ἀληθείας
(aletheias)
waarheid
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

ψεῦδος (pseudos), ‘leugen’.

De brief schrijft niet omdat zij de waarheid niet kennen, maar omdat zij haar kennen.

22Wie is de leugenaar, behalve hij die ontkent dat Yeshua de Messias is? Dit is de antichrist: hij die de Vader en de Zoon ontkent.
τίς
(tis)
wie
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
ψεύστης
(pseustes)
leugenaar
εἰ
(ei)
als
μὴ
(me)
niet
ὁ
(ho)
hij die
ἀρνούμενος
(arnoumenos)
ontkent
ὅτι
(hoti)
dat
Ἰησοῦς
(Iesous)
Yeshua
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
χριστός
(christos)
Messias
οὗτός
(houtos)
dit
ἐστιν
(estin)
is
ὁ
(ho)
de
ἀντίχριστος
(antichristos)
antichrist
ὁ
(ho)
hij die
ἀρνούμενος
(arnoumenos)
ontkent
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
Vader
καὶ
(kai)
en
τὸν
(ton)
de
υἱόν
(huion)
Zoon
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀρνέομαι (arneomai), ‘ontkennen’. ὁ χριστός (ho christos), ‘de Messias’: de Gezalfde; de belijdenis dat Yeshua de Messias is, is de kern van de brief.

Het woord ἀντίχριστος staat ook in vers 18.

Zie ook1 Joh 2:18
23Ieder die de Zoon ontkent, heeft ook de Vader niet. Wie de Zoon belijdt, heeft ook de Vader.
πᾶς
(pas)
ieder
ὁ
(ho)
die
ἀρνούμενος
(arnoumenos)
ontkent
τὸν
(ton)
de
υἱὸν
(huion)
Zoon
οὐδὲ
(oude)
ook niet
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
Vader
ἔχει
(echei)
heeft
ὁ
(ho)
wie
ὁμολογῶν
(homologon)
belijdt
τὸν
(ton)
de
υἱὸν
(huion)
Zoon
καὶ
(kai)
ook
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
Vader
ἔχει
(echei)
heeft
Bron: SBLGNT
Uitleg

ὁμολογέω (homologeo), ‘belijden’: zie 1:9.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij de tweede helft van het vers (‘wie de Zoon belijdt, heeft ook de Vader’); wij volgen de SBLGNT.

Blijf in het gehoorde

24Wat jullie betreft: wat jullie vanaf het begin gehoord hebben, moet in jullie blijven. Als in jullie blijft wat jullie vanaf het begin gehoord hebben, dan zullen ook jullie in de Zoon en in de Vader blijven.
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ὃ
(ho)
wat
ἠκούσατε
(ekousate)
jullie hebben gehoord
ἀπ’
(ap’)
vanaf
ἀρχῆς
(arches)
begin
ἐν
(en)
in
ὑμῖν
(hymin)
jullie
μενέτω
(meneto)
moet blijven
ἐὰν
(ean)
als
ἐν
(en)
in
ὑμῖν
(hymin)
jullie
μείνῃ
(meine)
blijft
ὃ
(ho)
wat
ἀπ’
(ap’)
vanaf
ἀρχῆς
(arches)
begin
ἠκούσατε
(ekousate)
jullie hebben gehoord
καὶ
(kai)
ook
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
υἱῷ
(huio)
Zoon
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
πατρὶ
(patri)
Vader
μενεῖτε
(meneite)
zullen blijven
Bron: SBLGNT
Uitleg

μένω (meno), ‘blijven’.

Het ‘gehoorde’ is de boodschap van het begin, vergelijk 1:1–5 en 3:11.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘jullie’ (ὑμεῖς); wij volgen de SBLGNT.

25En dit is de belofte die Hij zelf ons beloofd heeft: het eeuwige leven.
καὶ
(kai)
en
αὕτη
(haute)
dit
ἐστὶν
(estin)
is
ἡ
(he)
de
ἐπαγγελία
(epangelia)
belofte
ἣν
(hen)
die
αὐτὸς
(autos)
Hij zelf
ἐπηγγείλατο
(epengeilato)
beloofd heeft
ἡμῖν
(hemin)
ons
τὴν
(ten)
het
ζωὴν
(zoen)
leven
τὴν
(ten)
het
αἰώνιον
(aionion)
eeuwige
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἐπαγγελία (epangelia), ‘belofte’.

‘Hij zelf’ (αὐτός) is de Zoon of de Vader; de tekst laat dat open.

De belofte is het eeuwige leven (ζωὴ αἰώνιος): vergelijk Joh. 3:15–16.

Zie ook Joh. 3:16.

26Dit heb ik jullie geschreven over hen die jullie misleiden.
Ταῦτα
(Tauta)
dit
ἔγραψα
(egrapsa)
ik heb geschreven
ὑμῖν
(hymin)
jullie
περὶ
(peri)
over
τῶν
(ton)
hen die
πλανώντων
(planonton)
misleiden
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
Bron: SBLGNT
Uitleg

πλανάω (planao), ‘misleiden’: zie 1:8.

27En de zalving die jullie van Hem ontvangen hebben, blijft in jullie, en jullie hebben niet nodig dat iemand jullie onderwijst. Maar Zijn zalving onderwijst jullie over alles, en zij is waar en geen leugen. En zoals zij jullie onderwezen heeft, blijf in Hem.
καὶ
(kai)
en
ὑμεῖς
(hymeis)
jullie
τὸ
(to)
de
χρῖσμα
(chrisma)
zalving
ὃ
(ho)
die
ἐλάβετε
(elabete)
jullie hebben ontvangen
ἀπ’
(ap’)
van
αὐτοῦ
(autou)
Hem
μένει
(menei)
blijft
ἐν
(en)
in
ὑμῖν
(hymin)
jullie
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
niet
χρείαν
(chreian)
nodig
ἔχετε
(echete)
jullie hebben
ἵνα
(hina)
dat
τις
(tis)
iemand
διδάσκῃ
(didaske)
onderwijst
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ἀλλ’
(all’)
maar
ὡς
(hos)
zoals
τὸ
(to)
de
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
χρῖσμα
(chrisma)
zalving
διδάσκει
(didaskei)
onderwijst
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
περὶ
(peri)
over
πάντων
(panton)
alles
καὶ
(kai)
en
ἀληθές
(alethes)
waar
ἐστιν
(estin)
is
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
ψεῦδος
(pseudos)
leugen
καὶ
(kai)
en
καθὼς
(kathos)
zoals
ἐδίδαξεν
(edidaxen)
zij heeft onderwezen
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
μένετε
(menete)
blijf
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

χρῖσμα (chrisma), ‘zalving’: zie vers 20.

Het Grieks heeft ὡς … καθὼς (hos … kathos), ‘zoals … zoals’; wij splitsen de lange zin. μένετε (menete), ‘blijft’: de vorm kan ‘jullie blijven’ of ‘blijf’ zijn; wij kiezen het gebod, zoals in vers 28.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij ‘blijft in jullie’, bij ‘Zijn’ (αὐτοῦ) en bij ‘blijf’ (μένετε); wij volgen de SBLGNT.

Blijf in Hem

28En nu, kinderen, blijf in Hem, zodat wij, wanneer Hij zichtbaar wordt, vrijmoedigheid hebben en voor Hem niet beschaamd worden bij Zijn komst.
Καὶ
(Kai)
en
νῦν
(nyn)
nu
τεκνία
(teknia)
kinderen
μένετε
(menete)
blijf
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
Hem
ἵνα
(hina)
opdat
ἐὰν
(ean)
wanneer
φανερωθῇ
(phanerothe)
Hij zichtbaar wordt
σχῶμεν
(schomen)
wij hebben
παρρησίαν
(parresian)
vrijmoedigheid
καὶ
(kai)
en
μὴ
(me)
niet
αἰσχυνθῶμεν
(aischynthomen)
wij beschaamd worden
ἀπ’
(ap’)
van
αὐτοῦ
(autou)
Hem
ἐν
(en)
bij
τῇ
(te)
de
παρουσίᾳ
(parousia)
komst
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

φανερόω (faneroo), ‘zichtbaar worden’: zie 1:2. παρρησία (parresia), ‘vrijmoedigheid’: het vrij spreken zonder angst. ἀπ’ αὐτοῦ (ap’ autou), ‘voor Hem’: letterlijk ‘van Hem weg’. παρουσία (parousia), ‘komst’: letterlijk ‘aanwezigheid’; wij houden ‘komst’.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij ‘wanneer’ (ἐάν) en bij ‘wij hebben’ (σχῶμεν); wij volgen de SBLGNT.

29Als jullie weten dat Hij rechtvaardig is, weten jullie dat ieder die de gerechtigheid doet, uit Hem verwekt is.
ἐὰν
(ean)
als
εἰδῆτε
(eidete)
jullie weten
ὅτι
(hoti)
dat
δίκαιός
(dikaios)
rechtvaardig
ἐστιν
(estin)
is
γινώσκετε
(ginoskete)
jullie weten
ὅτι
(hoti)
dat
πᾶς
(pas)
ieder
ὁ
(ho)
die
ποιῶν
(poion)
doet
τὴν
(ten)
de
δικαιοσύνην
(dikaiosynen)
gerechtigheid
ἐξ
(ex)
uit
αὐτοῦ
(autou)
Hem
γεγέννηται
(gegennetai)
verwekt is
Bron: SBLGNT
Uitleg

γεννάω (gennao), ‘verwekt worden’: het Griekse woord betekent zowel ‘verwekken’ als ‘baren’ en dus ‘geboren worden’, zoals in Joh. 3:3 en Joh. 1:13.

Wij houden in deze brief ‘verwekt zijn’ (zie ook 3:9; 4:7; 5:1). δικαιοσύνη (dikaiosyne), ‘gerechtigheid’. γινώσκετε (ginoskete): de vorm kan ook ‘weet dan’ zijn.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘dat’ (ὅτι); wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Joh. 1:13; Joh. 3:3.