Elohim Bijbel

1 Johannes 3

12345

Kinderen van Elohim; liefde in daad en waarheid

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Kinderen van Elohim

1Kijk welke liefde de Vader ons gegeven heeft: dat wij kinderen van Elohim genoemd worden—en dat zijn wij. Daarom kent de wereld ons niet, omdat zij Hem niet gekend heeft.
ἴδετε
(idete)
kijk
ποταπὴν
(potapen)
wat voor
ἀγάπην
(agapen)
liefde
δέδωκεν
(dedoken)
heeft gegeven
ἡμῖν
(hemin)
ons
ὁ
(ho)
de
πατὴρ
(pater)
Vader
ἵνα
(hina)
opdat
τέκνα
(tekna)
kinderen
θεοῦ
(theou)
van Elohim
κληθῶμεν
(klethomen)
wij genoemd worden
καὶ
(kai)
en
ἐσμέν
(esmen)
wij zijn
διὰ
(dia)
vanwege
τοῦτο
(touto)
dit
ὁ
(ho)
de
κόσμος
(kosmos)
wereld
οὐ
(ou)
niet
γινώσκει
(ginoskei)
kent
ἡμᾶς
(hemas)
ons
ὅτι
(hoti)
omdat
οὐκ
(ouk)
niet
ἔγνω
(egno)
zij heeft gekend
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

ποταπὴν ἀγάπην (potapen agapen), ‘welke liefde’: een liefde van een bijzondere soort. τέκνα θεοῦ (tekna theou), ‘kinderen van Elohim’: het woord τέκνον (teknon) is hier ‘kind’ als verwant van de ouder, zoals in Joh. 1:12.

‘Hem’ in het slot is waarschijnlijk de Vader.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij de woorden ‘en dat zijn wij’ en bij het woord ‘ons’ (ἡμᾶς); wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Joh. 1:12.

Zie ookJoh 1:12
2Geliefden, nu zijn wij kinderen van Elohim, en nog is niet zichtbaar geworden wat wij zullen zijn. Wij weten dat wij Hem gelijk zullen zijn wanneer Hij zichtbaar wordt, want wij zullen Hem zien zoals Hij is.
ἀγαπητοί
(agapetoi)
geliefden
νῦν
(nyn)
nu
τέκνα
(tekna)
kinderen
θεοῦ
(theou)
van Elohim
ἐσμεν
(esmen)
wij zijn
καὶ
(kai)
en
οὔπω
(oupo)
nog niet
ἐφανερώθη
(ephanerothe)
is zichtbaar geworden
τί
(ti)
wat
ἐσόμεθα
(esometha)
wij zullen zijn
οἴδαμεν
(oidamen)
wij weten
ὅτι
(hoti)
dat
ἐὰν
(ean)
wanneer
φανερωθῇ
(phanerothe)
Hij zichtbaar wordt
ὅμοιοι
(homoioi)
gelijk
αὐτῷ
(auto)
Hem
ἐσόμεθα
(esometha)
wij zullen zijn
ὅτι
(hoti)
want
ὀψόμεθα
(opsometha)
wij zullen zien
αὐτὸν
(auton)
Hem
καθώς
(kathos)
zoals
ἐστιν
(estin)
Hij is
Bron: SBLGNT
Uitleg

φανερόω (faneroo), ‘zichtbaar worden’: zie 1:2 en 2:28.

Het onderwerp van ‘zichtbaar wordt’ is Yeshua (zoals in 2:28); het Grieks kan ook ‘wanneer het zichtbaar wordt’ bedoelen. ὅμοιοι (homoioi), ‘gelijk’.

‘Hem zien zoals Hij is’: de brief zegt niet hoe dit zal zijn.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘wij weten’ (οἴδαμεν); wij volgen de SBLGNT.

3En ieder die deze hoop op Hem heeft, zuivert zichzelf, zoals Hij zuiver is.
καὶ
(kai)
en
πᾶς
(pas)
ieder
ὁ
(ho)
die
ἔχων
(echon)
heeft
τὴν
(ten)
de
ἐλπίδα
(elpida)
hoop
ταύτην
(tauten)
deze
ἐπ’
(ep’)
op
αὐτῷ
(auto)
Hem
ἁγνίζει
(hagnizei)
zuivert
ἑαυτὸν
(heauton)
zichzelf
καθὼς
(kathos)
zoals
ἐκεῖνος
(ekeinos)
Hij
ἁγνός
(hagnos)
zuiver
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἁγνίζω (hagnizo), ‘zuiveren’, en ἁγνός (hagnos), ‘zuiver’: wij houden dit apart van καθαρίζω (katharizo), ‘reinigen’ (1:7, 1:9). ἐλπίς (elpis), ‘hoop’. ἐκεῖνος (ekeinos), ‘Hij’: Yeshua, zie 2:6.

Zonde en wetteloosheid

4Ieder die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid, en de zonde is de wetteloosheid.
Πᾶς
(Pas)
ieder
ὁ
(ho)
die
ποιῶν
(poion)
doet
τὴν
(ten)
de
ἁμαρτίαν
(hamartian)
zonde
καὶ
(kai)
ook
τὴν
(ten)
de
ἀνομίαν
(anomian)
wetteloosheid
ποιεῖ
(poiei)
doet
καὶ
(kai)
en
ἡ
(he)
de
ἁμαρτία
(hamartia)
zonde
ἐστὶν
(estin)
is
ἡ
(he)
de
ἀνομία
(anomia)
wetteloosheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀνομία (anomia), ‘wetteloosheid’: letterlijk ‘zonder wet zijn’.

Het Griekse woord voor zonde (ἁμαρτία, hamartia) wordt hier met ἀνομία gelijkgesteld; het Grieks heeft bij beide het lidwoord (‘de zonde is de wetteloosheid’).

5En jullie weten dat Hij zichtbaar geworden is om de zonden weg te nemen, en zonde is er in Hem niet.
καὶ
(kai)
en
οἴδατε
(oidate)
jullie weten
ὅτι
(hoti)
dat
ἐκεῖνος
(ekeinos)
Hij
ἐφανερώθη
(ephanerothe)
zichtbaar is geworden
ἵνα
(hina)
opdat
τὰς
(tas)
de
ἁμαρτίας
(hamartias)
zonden
ἄρῃ
(are)
Hij wegneemt
καὶ
(kai)
en
ἁμαρτία
(hamartia)
zonde
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
Hem
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

αἴρω (airo), ‘wegnemen’: hetzelfde werkwoord als in Joh. 1:29, ‘Het Lam van Elohim dat de zonde van de wereld wegneemt’. ἐκεῖνος (ekeinos), ‘Hij’: Yeshua.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘zonden’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Joh. 1:29.

Zie ookJoh 1:29
6Ieder die in Hem blijft, zondigt niet. Ieder die zondigt, heeft Hem niet gezien en niet leren kennen.
πᾶς
(pas)
ieder
ὁ
(ho)
die
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
Hem
μένων
(menon)
blijft
οὐχ
(ouch)
niet
ἁμαρτάνει
(hamartanei)
zondigt
πᾶς
(pas)
ieder
ὁ
(ho)
die
ἁμαρτάνων
(hamartanon)
zondigt
οὐχ
(ouch)
niet
ἑώρακεν
(heoraken)
heeft gezien
αὐτὸν
(auton)
Hem
οὐδὲ
(oude)
en niet
ἔγνωκεν
(egnoken)
heeft leren kennen
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἁμαρτάνει (hamartanei), ‘zondigt’: het Grieks heeft de tegenwoordige tijd, die een voortdurende of herhaalde handeling kan aanduiden.

Wij vertalen letterlijk en laten de uitleg open; vergelijk 1:8–10 en 2:1.

7Kinderen, laat niemand jullie misleiden: wie de gerechtigheid doet, is rechtvaardig, zoals Hij rechtvaardig is.
τεκνία
(teknia)
kinderen
μηδεὶς
(medeis)
niemand
πλανάτω
(planato)
laat misleiden
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ὁ
(ho)
wie
ποιῶν
(poion)
doet
τὴν
(ten)
de
δικαιοσύνην
(dikaiosynen)
gerechtigheid
δίκαιός
(dikaios)
rechtvaardig
ἐστιν
(estin)
is
καθὼς
(kathos)
zoals
ἐκεῖνος
(ekeinos)
Hij
δίκαιός
(dikaios)
rechtvaardig
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
Uitleg

τεκνία (teknia), ‘kinderen’: zie 2:1. πλανάω (planao), ‘misleiden’: zie 1:8.

‘Hij’ in het slot is Yeshua (ἐκεῖνος).

8Wie de zonde doet, is uit de duivel, want de duivel zondigt vanaf het begin. Hiervoor is de Zoon van Elohim zichtbaar geworden: om de werken van de duivel teniet te doen.
ὁ
(ho)
wie
ποιῶν
(poion)
doet
τὴν
(ten)
de
ἁμαρτίαν
(hamartian)
zonde
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
διαβόλου
(diabolou)
duivel
ἐστίν
(estin)
is
ὅτι
(hoti)
want
ἀπ’
(ap’)
vanaf
ἀρχῆς
(arches)
begin
ὁ
(ho)
de
διάβολος
(diabolos)
duivel
ἁμαρτάνει
(hamartanei)
zondigt
εἰς
(eis)
tot
τοῦτο
(touto)
dit
ἐφανερώθη
(ephanerothe)
is zichtbaar geworden
ὁ
(ho)
de
υἱὸς
(huios)
Zoon
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἵνα
(hina)
opdat
λύσῃ
(lyse)
Hij teniet doet
τὰ
(ta)
de
ἔργα
(erga)
werken
τοῦ
(tou)
van de
διαβόλου
(diabolou)
duivel
Bron: SBLGNT
Uitleg

διάβολος (diabolos), ‘duivel’: letterlijk ‘beschuldiger’. ἀπ’ ἀρχῆς (ap’ arches), ‘vanaf het begin’: dit ‘begin’ is hier niet hetzelfde als in 1:1; de tekst zegt niet precies wanneer de duivel begon te zondigen. λύω (lyo), ‘teniet doen’: letterlijk ‘losmaken’, ‘ontbinden’. ὁ υἱὸς τοῦ θεοῦ (ho huios tou theou), ‘de Zoon van Elohim’.

9Ieder die uit Elohim verwekt is, doet geen zonde, want Zijn zaad blijft in hem. En hij kan niet zondigen, want hij is uit Elohim verwekt.
πᾶς
(pas)
ieder
ὁ
(ho)
die
γεγεννημένος
(gegennemenos)
verwekt is
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
ἁμαρτίαν
(hamartian)
zonde
οὐ
(ou)
niet
ποιεῖ
(poiei)
doet
ὅτι
(hoti)
want
σπέρμα
(sperma)
zaad
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
hem
μένει
(menei)
blijft
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
niet
δύναται
(dynatai)
hij kan
ἁμαρτάνειν
(hamartanein)
zondigen
ὅτι
(hoti)
want
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
γεγέννηται
(gegennetai)
hij is verwekt
Bron: SBLGNT
Uitleg

γεγεννημένος (gegennemenos), ‘verwekt’: zie 2:29. σπέρμα (sperma), ‘zaad’: het Griekse woord betekent ook ‘nakomelingen’.

Wat met ‘Zijn zaad’ bedoeld wordt zegt de tekst niet. οὐ δύναται ἁμαρτάνειν (ou dynatai hamartanein), ‘hij kan niet zondigen’: het werkwoord staat in de tegenwoordige tijd, zoals in vers 6.

Zie ook1 Joh 3:6
10Hieraan zijn de kinderen van Elohim en de kinderen van de duivel openbaar. Ieder die geen gerechtigheid doet, is niet uit Elohim, en ook wie zijn broer niet liefheeft.
ἐν
(en)
in
τούτῳ
(touto)
dit
φανερά
(phanera)
openbaar
ἐστιν
(estin)
zijn
τὰ
(ta)
de
τέκνα
(tekna)
kinderen
τοῦ
(tou)
van de
θεοῦ
(theou)
Elohim
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
τέκνα
(tekna)
kinderen
τοῦ
(tou)
van de
διαβόλου
(diabolou)
duivel
πᾶς
(pas)
ieder
ὁ
(ho)
die
μὴ
(me)
niet
ποιῶν
(poion)
doet
δικαιοσύνην
(dikaiosynen)
gerechtigheid
οὐκ
(ouk)
niet
ἔστιν
(estin)
is
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
θεοῦ
(theou)
Elohim
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
wie
μὴ
(me)
niet
ἀγαπῶν
(agapon)
liefheeft
τὸν
(ton)
de
ἀδελφὸν
(adelphon)
broer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Bron: SBLGNT
Uitleg

φανερός (faneros), ‘openbaar’: zichtbaar.

Het slot ‘en ook wie zijn broer niet liefheeft’ lezen wij als tweede kenmerk van wie niet uit Elohim is.

Elkaar liefhebben

11Want dit is de boodschap die jullie vanaf het begin gehoord hebben: dat wij elkaar liefhebben.
Ὅτι
(Hoti)
want
αὕτη
(haute)
dit
ἐστὶν
(estin)
is
ἡ
(he)
de
ἀγγελία
(angelia)
boodschap
ἣν
(hen)
die
ἠκούσατε
(ekousate)
jullie hebben gehoord
ἀπ’
(ap’)
vanaf
ἀρχῆς
(arches)
begin
ἵνα
(hina)
opdat
ἀγαπῶμεν
(agapomen)
wij liefhebben
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀγγελία (angelia), ‘boodschap’: zie 1:5.

Het gebod om elkaar lief te hebben: vergelijk Joh. 13:34 en Joh. 15:12.

Zie ook Joh. 13:34; Joh. 15:12.

12Niet zoals Kaïn, die uit de boze was en zijn broer afslachtte. En waarom heeft hij hem afgeslacht? Omdat zijn werken boos waren en die van zijn broer rechtvaardig.
οὐ
(ou)
niet
καθὼς
(kathos)
zoals
Κάϊν
(Kain)
Kaïn
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
πονηροῦ
(ponerou)
boze
ἦν
(en)
was
καὶ
(kai)
en
ἔσφαξεν
(esphaxen)
afslachtte
τὸν
(ton)
de
ἀδελφὸν
(adelphon)
broer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
καὶ
(kai)
en
χάριν
(charin)
waarom
τίνος
(tinos)
wat
ἔσφαξεν
(esphaxen)
afslachtte hij
αὐτόν
(auton)
hem
ὅτι
(hoti)
omdat
τὰ
(ta)
de
ἔργα
(erga)
werken
αὐτοῦ
(autou)
zijn
πονηρὰ
(ponera)
boos
ἦν
(en)
waren
τὰ
(ta)
die
δὲ
(de)
echter
τοῦ
(tou)
van de
ἀδελφοῦ
(adelphou)
broer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
δίκαια
(dikaia)
rechtvaardig
Bron: SBLGNT
Uitleg

Kaïn (Κάϊν, Kain): zie Gen. 4:1–16. σφάζω (sfazo), ‘afslachten’: met geweld doden.

‘De boze’ (ὁ πονηρός, ho poneros) is hier waarschijnlijk de duivel uit vers 8; vergelijk 2:13.

Zie ook Gen. 4:3; Gen. 4:8.

13Verwonder jullie niet, broers, als de wereld jullie haat.
μὴ
(me)
niet
θαυμάζετε
(thaumazete)
verwonder jullie
ἀδελφοί
(adelphoi)
broers
εἰ
(ei)
als
μισεῖ
(misei)
haat
ὑμᾶς
(hymas)
jullie
ὁ
(ho)
de
κόσμος
(kosmos)
wereld
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀδελφοί (adelfoi), ‘broers’: het Griekse woord omvat ook de zusters in de gemeente.

Vergelijk Joh. 15:18–19, waar Yeshua zegt dat de wereld hen haat.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord ‘niet’ (μή) en bij het woord ‘broers’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Joh. 15:18–19.

14Wij weten dat wij uit de dood overgegaan zijn in het leven, omdat wij de broers liefhebben. Wie niet liefheeft, blijft in de dood.
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
οἴδαμεν
(oidamen)
weten
ὅτι
(hoti)
dat
μεταβεβήκαμεν
(metabebekamen)
wij zijn overgegaan
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
θανάτου
(thanatou)
dood
εἰς
(eis)
in
τὴν
(ten)
het
ζωήν
(zoen)
leven
ὅτι
(hoti)
omdat
ἀγαπῶμεν
(agapomen)
wij liefhebben
τοὺς
(tous)
de
ἀδελφούς
(adelphous)
broers
ὁ
(ho)
wie
μὴ
(me)
niet
ἀγαπῶν
(agapon)
liefheeft
μένει
(menei)
blijft
ἐν
(en)
in
τῷ
(to)
de
θανάτῳ
(thanato)
dood
Bron: SBLGNT
Uitleg

μεταβαίνω (metabaino), ‘overgaan’: van de ene plaats naar de andere gaan; hetzelfde werkwoord als in Joh. 5:24, ‘van de dood overgegaan in het leven’.

‘De broers’: de medegelovigen, zie 2:9.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘liefheeft’; wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Joh. 5:24.

Zie ookJoh 5:24
15Ieder die zijn broer haat, is een mensendoder, en jullie weten dat geen mensendoder eeuwig leven heeft dat in hem blijft.
πᾶς
(pas)
ieder
ὁ
(ho)
die
μισῶν
(mison)
haat
τὸν
(ton)
de
ἀδελφὸν
(adelphon)
broer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἀνθρωποκτόνος
(anthropoktonos)
mensendoder
ἐστίν
(estin)
is
καὶ
(kai)
en
οἴδατε
(oidate)
jullie weten
ὅτι
(hoti)
dat
πᾶς
(pas)
ieder
ἀνθρωποκτόνος
(anthropoktonos)
mensendoder
οὐκ
(ouk)
niet
ἔχει
(echei)
heeft
ζωὴν
(zoen)
leven
αἰώνιον
(aionion)
eeuwig
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
hem
μένουσαν
(menousan)
blijvend
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀνθρωποκτόνος (anthropoktonos), ‘mensendoder’: letterlijk ‘doder van een mens’.

Hetzelfde woord staat in Joh. 8:44, van de duivel.

Haten en doden worden hier gelijkgesteld; vergelijk Matt. 5:21–22.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘hem’ (αὐτῷ); wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Joh. 8:44; Matt. 5:21–22.

16Hieraan hebben wij de liefde leren kennen: Hij heeft Zijn leven voor ons neergelegd. Ook wij zijn verplicht ons leven voor de broers neer te leggen.
ἐν
(en)
in
τούτῳ
(touto)
dit
ἐγνώκαμεν
(egnokamen)
wij hebben leren kennen
τὴν
(ten)
de
ἀγάπην
(agapen)
liefde
ὅτι
(hoti)
dat
ἐκεῖνος
(ekeinos)
Hij
ὑπὲρ
(hyper)
voor
ἡμῶν
(hemon)
ons
τὴν
(ten)
het
ψυχὴν
(psychen)
leven
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἔθηκεν
(etheken)
heeft neergelegd
καὶ
(kai)
en
ἡμεῖς
(hemeis)
wij
ὀφείλομεν
(opheilomen)
zijn verplicht
ὑπὲρ
(hyper)
voor
τῶν
(ton)
de
ἀδελφῶν
(adelphon)
broers
τὰς
(tas)
de
ψυχὰς
(psychas)
levens
θεῖναι
(theinai)
neer te leggen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ψυχή (psyche), ‘leven’: zie Joh. 10:11. τίθημι (tithemi), ‘neerleggen’: ‘Zijn leven neerleggen’, zoals in Joh. 10:11, 10:15, 10:17 en 15:13.

‘Hij’ is Yeshua (ἐκεῖνος).

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het werkwoord ‘neer te leggen’ (θεῖναι); wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Joh. 10:11; Joh. 15:13.

17Maar wie de bezittingen van de wereld heeft, zijn broer ziet die gebrek heeft en zijn diepe genegenheid voor hem afsluit: hoe blijft de liefde van Elohim in hem?
ὃς
(hos)
wie
δ’
(d’)
maar
ἂν
(an)
ook maar
ἔχῃ
(eche)
heeft
τὸν
(ton)
de
βίον
(bion)
bezittingen
τοῦ
(tou)
van de
κόσμου
(kosmou)
wereld
καὶ
(kai)
en
θεωρῇ
(theore)
ziet
τὸν
(ton)
de
ἀδελφὸν
(adelphon)
broer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
χρείαν
(chreian)
gebrek
ἔχοντα
(echonta)
hebbend
καὶ
(kai)
en
κλείσῃ
(kleise)
afsluit
τὰ
(ta)
de
σπλάγχνα
(splanchna)
diepe genegenheid
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ἀπ’
(ap’)
voor
αὐτοῦ
(autou)
hem
πῶς
(pos)
hoe
ἡ
(he)
de
ἀγάπη
(agape)
liefde
τοῦ
(tou)
van
θεοῦ
(theou)
Elohim
μένει
(menei)
blijft
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
hem
Bron: SBLGNT
Uitleg

βίος (bios), ‘bezittingen’: letterlijk ‘leven’, de middelen om van te leven; zie 2:16. σπλάγχνα (splagchna), ‘diepe genegenheid’: letterlijk ‘ingewanden’, de zetel van gevoelens; wij houden dezelfde weergave als in Filip. 1:8 en Kol. 3:12.

18Kinderen, laten wij niet liefhebben met woorden of met de tong, maar in daad en waarheid.
Τεκνία
(Teknia)
kinderen
μὴ
(me)
niet
ἀγαπῶμεν
(agapomen)
laten wij liefhebben
λόγῳ
(logo)
met woorden
μηδὲ
(mede)
of niet
τῇ
(te)
met de
γλώσσῃ
(glosse)
tong
ἀλλὰ
(alla)
maar
ἐν
(en)
in
ἔργῳ
(ergo)
daad
καὶ
(kai)
en
ἀληθείᾳ
(aletheia)
waarheid
Bron: SBLGNT
Uitleg

λόγῳ μηδὲ τῇ γλώσσῃ (logo mede te glosse), ‘met woorden of met de tong’: het Grieks heeft ‘met het woord’ en ‘met de tong’. ἔργῳ (ergo), ‘daad’: letterlijk ‘werk’.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij het woord ‘kinderen’ (Τεκνία); wij volgen de SBLGNT.

Vrijmoedigheid bij Elohim

19Hieraan zullen wij weten dat wij uit de waarheid zijn, en wij zullen ons hart voor Hem geruststellen,
ἐν
(en)
in
τούτῳ
(touto)
dit
γνωσόμεθα
(gnosometha)
wij zullen weten
ὅτι
(hoti)
dat
ἐκ
(ek)
uit
τῆς
(tes)
de
ἀληθείας
(aletheias)
waarheid
ἐσμέν
(esmen)
wij zijn
καὶ
(kai)
en
ἔμπροσθεν
(emprosthen)
voor
αὐτοῦ
(autou)
Hem
πείσομεν
(peisomen)
wij zullen geruststellen
τὴν
(ten)
het
καρδίαν
(kardian)
hart
ἡμῶν
(hemon)
ons
Bron: SBLGNT
Uitleg

De verzen 19–20 vormen één Griekse zin; vers 21 begint een nieuwe zin, die in vers 22 doorloopt. πείθω (peitho), ‘overtuigen’: hier ‘geruststellen’, het hart tot rust brengen. ἔμπροσθεν αὐτοῦ (emprosthen autou), ‘voor Hem’: in Zijn tegenwoordigheid.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord ‘hieraan’ (ἐν), bij ‘wij zullen weten’ (γνωσόμεθα) en bij de woorden ‘het hart’; wij volgen de SBLGNT.

20want als ons hart ons veroordeelt, is Elohim groter dan ons hart, en Hij kent alles.
ὅτι
(hoti)
want
ἐὰν
(ean)
als
καταγινώσκῃ
(kataginoske)
veroordeelt
ἡμῶν
(hemon)
ons
ἡ
(he)
het
καρδία
(kardia)
hart
ὅτι
(hoti)
dat
μείζων
(meizon)
groter
ἐστὶν
(estin)
is
ὁ
(ho)
Elohim
θεὸς
(theos)
dan
τῆς
(tes)
het
καρδίας
(kardias)
hart
ἡμῶν
(hemon)
ons
καὶ
(kai)
en
γινώσκει
(ginoskei)
Hij kent
πάντα
(panta)
alles
Bron: SBLGNT
Uitleg

Het Grieks heeft twee keer ὅτι (hoti): ‘want/dat als ons hart ons veroordeelt, dat Elohim groter is dan ons hart’.

Het eerste ὅτι kan ook het slot van vers 19 voortzetten (‘wat ons hart ons ook verwijt’). καταγινώσκω (katagignosko), ‘veroordelen’: letterlijk ‘tegen iemand weten’.

‘Hij kent alles’: dezelfde Elohim die het hart doorziet.

Zie ook1 Joh 3:19
21Geliefden, als ons hart ons niet veroordeelt, hebben wij vrijmoedigheid bij Elohim,
ἀγαπητοί
(agapetoi)
geliefden
ἐὰν
(ean)
als
ἡ
(he)
het
καρδία
(kardia)
hart
μὴ
(me)
niet
καταγινώσκῃ
(kataginoske)
veroordeelt
ἡμῶν
(hemon)
ons
παρρησίαν
(parresian)
vrijmoedigheid
ἔχομεν
(echomen)
wij hebben
πρὸς
(pros)
bij
τὸν
(ton)
Elohim
θεόν
(theon)
(de)
Bron: SBLGNT
Uitleg

παρρησία (parresia), ‘vrijmoedigheid’: zie 2:28.

Lezing

De SBLGNT markeert hier een variant bij de woorden ‘niet veroordeelt ons’; wij volgen de SBLGNT.

22en wat wij ook vragen, ontvangen wij van Hem, omdat wij Zijn geboden onderhouden en doen wat voor Hem welgevallig is.
καὶ
(kai)
en
ὃ
(ho)
wat
ἐὰν
(ean)
ook maar
αἰτῶμεν
(aitomen)
wij vragen
λαμβάνομεν
(lambanomen)
ontvangen wij
ἀπ’
(ap’)
van
αὐτοῦ
(autou)
Hem
ὅτι
(hoti)
omdat
τὰς
(tas)
de
ἐντολὰς
(entolas)
geboden
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
τηροῦμεν
(teroumen)
wij onderhouden
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
wat
ἀρεστὰ
(aresta)
welgevallig is
ἐνώπιον
(enopion)
voor
αὐτοῦ
(autou)
Hem
ποιοῦμεν
(poioumen)
wij doen
Bron: SBLGNT
Uitleg

ἀρεστά (aresta), ‘wat welgevallig is’: wat Hem behaagt.

Vergelijk Joh. 14:13–14 en Joh. 15:7.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij het woord ‘ook maar’ (ἐάν) en bij het voorzetsel ‘van’ (ἀπ’); wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Joh. 14:13–14; Joh. 15:7.

23En dit is Zijn gebod: dat wij geloven in de naam van Zijn Zoon, Yeshua de Messias, en elkaar liefhebben, zoals Hij ons een gebod gegeven heeft.
καὶ
(kai)
en
αὕτη
(haute)
dit
ἐστὶν
(estin)
is
ἡ
(he)
het
ἐντολὴ
(entole)
gebod
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἵνα
(hina)
opdat
πιστεύσωμεν
(pisteusomen)
wij geloven
τῷ
(to)
in de
ὀνόματι
(onomati)
naam
τοῦ
(tou)
van de
υἱοῦ
(huiou)
Zoon
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
Ἰησοῦ
(Iesou)
Yeshua
Χριστοῦ
(Christou)
de Messias
καὶ
(kai)
en
ἀγαπῶμεν
(agapomen)
wij liefhebben
ἀλλήλους
(allelous)
elkaar
καθὼς
(kathos)
zoals
ἔδωκεν
(edoken)
Hij gaf
ἐντολὴν
(entolen)
gebod
ἡμῖν
(hemin)
ons
Bron: SBLGNT
Uitleg

πιστεύω (pisteuo), ‘geloven’: hier met een datief, ‘de naam geloven’; wij schrijven ‘geloven in de naam’.

‘Zijn gebod’ is enkelvoud: één gebod met twee delen, geloven en elkaar liefhebben.

Vergelijk Joh. 13:34.

Lezing

De SBLGNT markeert hier varianten bij het werkwoord ‘wij geloven’ (πιστεύσωμεν) en bij het woord ‘ons’ (ἡμῖν); wij volgen de SBLGNT.

Zie ook Joh. 13:34.

Zie ookJoh 13:34
24En wie Zijn geboden onderhoudt, blijft in Hem, en Hij in hem. En hieraan weten wij dat Hij in ons blijft: uit de Geest die Hij ons gegeven heeft.
καὶ
(kai)
en
ὁ
(ho)
wie
τηρῶν
(teron)
onderhoudt
τὰς
(tas)
de
ἐντολὰς
(entolas)
geboden
αὐτοῦ
(autou)
Zijn
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
Hem
μένει
(menei)
blijft
καὶ
(kai)
en
αὐτὸς
(autos)
Hij
ἐν
(en)
in
αὐτῷ
(auto)
hem
καὶ
(kai)
en
ἐν
(en)
in
τούτῳ
(touto)
dit
γινώσκομεν
(ginoskomen)
wij weten
ὅτι
(hoti)
dat
μένει
(menei)
Hij blijft
ἐν
(en)
in
ἡμῖν
(hemin)
ons
ἐκ
(ek)
uit
τοῦ
(tou)
de
πνεύματος
(pneumatos)
Geest
οὗ
(hou)
die
ἡμῖν
(hemin)
ons
ἔδωκεν
(edoken)
Hij heeft gegeven
Bron: SBLGNT
Uitleg

μένω (meno), ‘blijven’: zie 2:6.

‘Hij in hem’: waarschijnlijk Elohim, die blijft in wie Zijn geboden onderhoudt. ἐκ τοῦ πνεύματος (ek tou pneumatos), ‘uit de Geest’: dit is de eerste keer dat de brief de Geest noemt.

Vergelijk 4:13.