Elohim Bijbel

Jesaja 26

123456789101112131415161718192021222324252627282930313233343536373839404142434445464748495051525354555657585960616263646566

Het lied in Juda: een sterke stad, de weg van de rechtvaardige en de doden die leven

Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).

Het lied in het land Juda

1Op die dag zal dit lied worden gezongen in het land Juda: „Wij hebben een sterke stad. Redding zet Hij als muren en wal.
בַּיּ֣וֹם
(bayom)
op de dag
הַה֔וּא
(hahu)
die
יוּשַׁ֥ר
(yushar)
wordt gezongen
הַשִּׁיר
(hashir)
het lied
הַזֶּ֖ה
(haze)
dit
בְּאֶ֣רֶץ
(beerets)
in het land van
יְהוּדָ֑ה
(yehuda)
Juda
עִ֣יר
(ir)
stad
עָז
(az)
sterk
לָ֔נוּ
(lanu)
voor ons
יְשׁוּעָ֥ה
(yeshua)
redding
יָשִׁ֖ית
(yashit)
Hij zet
חוֹמ֥וֹת
(chomot)
muren
וָחֵֽל
(vachel)
en wal
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats

Zie Juda: Juda is hier het zuidelijke land, rond Jeruzalem, in het bergland ten westen van de Zoutzee.

Uitleg

Het lied loopt van vers 1 tot en met vers 19.

Het is een lied van het volk.

Het is niet Yahweh die hier spreekt.

יְשׁוּעָה (yeshuah), ‘redding’: Yahweh zelf is de muur en de wal van de stad. De muren zijn geen stenen, maar redding.

יְהוּדָה (Yehudah), ‘Juda’: het land van de stam Juda, in het zuiden van het land.

2Open de poorten. Laat het rechtvaardige volk binnenkomen, dat de betrouwbaarheid bewaart.
פִּתְח֖וּ
(pitchu)
open
שְׁעָרִ֑ים
(shearim)
poorten
וְיָבֹ֥א
(veyavo)
en laat binnenkomen
גוֹי
(goy)
volk
צַדִּ֖יק
(tsadiq)
rechtvaardig
שֹׁמֵ֥ר
(shomer)
bewaarder van
אֱמֻנִֽים
(emunim)
betrouwbaarheid
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

אֱמֻנִים (emunim), ‘betrouwbaarheid’: meervoud van אֱמוּנָה (emunah).

Het woord staat ook in Jes. 25:1.

Het volk dat binnenkomt is trouw en betrouwbaar.

3Een standvastig gemoed bewaart U in vrede, in vrede. Want het vertrouwt op U.
יֵ֣צֶר
(yetser)
gemoed
סָמ֔וּךְ
(samukh)
standvastig
תִּצֹּ֖ר
(titsor)
U bewaart
שָׁל֣וֹם
(shalom)
vrede
שָׁל֑וֹם
(shalom)
vrede
כִּ֥י
(ki)
want
בְךָ֖
(bekha)
op U
בָּטֽוּחַ
(batuach)
vertrouwend
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יֵצֶר (yetser), ‘gemoed’: letterlijk ‘gevormd’, dus wat in iemand gevormd is: zijn gedachten en zijn wil.

שָׁלוֹם שָׁלוֹם (shalom shalom), ‘in vrede, in vrede’: de herhaling maakt het sterk, zoals ‘volkomen vrede’.

4Vertrouw voor altijd op Yahweh. Want Jah, Yahweh, is een rots voor eeuwig.
בִּטְח֥וּ
(bitchu)
vertrouw
בַֽיהוָ֖ה
(baYahweh)
op Yahweh
עֲדֵי
(adei)
tot
עַ֑ד
(ad)
altijd
כִּ֚י
(ki)
want
בְּיָ֣הּ
(beyah)
in Jah
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
צ֖וּר
(tsur)
rots van
עוֹלָמִֽים
(olamim)
eeuwigheden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יָהּ (Yah), ‘Jah’: een korte vorm van de naam Yahweh.

Zie ook Exod. 15:2.

צוּר עוֹלָמִים (tsur olamim), ‘een rots voor eeuwig’: letterlijk ‘een rots van eeuwigheden’.

5Want Hij heeft de bewoners van de hoogte neergebogen, de hooggelegen stad. Hij haalt haar omlaag, Hij haalt haar omlaag tot op de aarde. Hij laat haar tot in het stof reiken.
כִּ֤י
(ki)
want
הֵשַׁח֙
(heshach)
Hij heeft neergebogen
יֹשְׁבֵ֣י
(yoshevei)
bewoners van
מָר֔וֹם
(marom)
hoogte
קִרְיָ֖ה
(qirya)
stad
נִשְׂגָּבָ֑ה
(nisgava)
hooggelegen
יַשְׁפִּילֶ֤נָּה
(yashpilena)
Hij haalt haar omlaag
יַשְׁפִּילָהּ֙
(yashpilah)
Hij haalt haar omlaag
עַד
(ad)
tot
אֶ֔רֶץ
(erets)
aarde
יַגִּיעֶ֖נָּה
(yagiena)
Hij laat haar reiken
עַד
(ad)
tot
עָפָֽר
(afar)
stof
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

De ‘hooggelegen stad’ is waarschijnlijk dezelfde stad als de burcht van de vreemden in Jes. 25:2.

Haar bewoners worden neergebogen.

Het Hebreeuws herhaalt ‘Hij haalt haar omlaag’. Dat doet de zin sterker klinken.

6De voet vertrapt haar: de voeten van de ellendige, de stappen van de geringen.
תִּרְמְסֶ֖נָּה
(tirmesena)
zij vertrapt haar
רָ֑גֶל
(ragel)
voet
רַגְלֵ֥י
(raglei)
voeten van
עָנִ֖י
(ani)
ellendige
פַּעֲמֵ֥י
(paamei)
stappen van
דַלִּֽים
(dalim)
geringen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

עָנִי (ani), ‘ellendige’ en דַּלִּים (dallim), ‘geringen’: zij die door de trotse stad werden onderdrukt.

Nu vertrappen zij haar.

Het pad van de rechtvaardige

7Het pad van de rechtvaardige is vlak. U, die recht bent, effent het spoor van de rechtvaardige.
אֹ֥רַח
(orach)
pad
לַצַּדִּ֖יק
(latsadiq)
voor de rechtvaardige
מֵֽישָׁרִ֑ים
(meisharim)
vlakheid
יָשָׁ֕ר
(yashar)
recht
מַעְגַּ֥ל
(magal)
spoor van
צַדִּ֖יק
(tsadiq)
rechtvaardige
תְּפַלֵּֽס
(tefales)
U effent
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מֵישָׁרִים (meisharim), ‘vlak’: letterlijk ‘recht, effen’.

Het pad van de rechtvaardige ligt open, zonder hindernis.

יָשָׁר (yashar), ‘die recht bent’: letterlijk ‘recht’ of ‘Rechte’. Wij lezen dit als een aanspreking van Yahweh.

תְּפַלֵּס (tefalles), ‘U effent’: het werkwoord kan ook ‘U weegt’ betekenen.

8Ook op het pad van Uw rechtsbesluiten, Yahweh, hebben wij op U gewacht. Uw naam en Uw gedachtenis zijn het verlangen van de ziel.
אַ֣ף
(af)
ook
אֹ֧רַח
(orach)
pad van
מִשְׁפָּטֶ֛יךָ
(mishpateikha)
Uw rechtsbesluiten
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
קִוִּינ֑וּךָ
(qivinukha)
wij hebben op U gewacht
לְשִׁמְךָ֥
(leshimkha)
naar Uw naam
וּֽלְזִכְרְךָ֖
(ulezikhrekha)
en naar Uw gedachtenis
תַּאֲוַת
(taavat)
verlangen van
נָֽפֶשׁ
(nafesh)
ziel
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִשְׁפָּטֶיךָ (mishpatekha), ‘Uw rechtsbesluiten’: de uitspraken waarmee Yahweh recht doet.

Het woord mishpat vertalen wij overal met ‘recht’; in het meervoud ‘rechtsbesluiten’.

זִכְרְךָ (zikhrekha), ‘Uw gedachtenis’: de naam waaronder Yahweh herinnerd wordt (vergelijk Exod. 3:15).

9Mijn ziel verlangt naar U in de nacht. Ook mijn geest in mijn binnenste zoekt U vroeg. Want wanneer Uw rechtsbesluiten de aarde treffen, leren de bewoners van de wereld gerechtigheid.
נַפְשִׁ֤י
(nafshi)
mijn ziel
אִוִּיתִ֨יךָ֙
(ivitikha)
ik verlang naar U
בַּלַּ֔יְלָה
(balayla)
in de nacht
אַף
(af)
ook
רוּחִ֥י
(ruchi)
mijn geest
בְקִרְבִּ֖י
(beqirbi)
in mijn binnenste
אֲשַֽׁחֲרֶ֑ךָּ
(ashachareka)
ik zoek U vroeg
כִּ֞י
(ki)
want
כַּאֲשֶׁ֤ר
(kaasher)
wanneer
מִשְׁפָּטֶ֨יךָ֙
(mishpateikha)
Uw rechtsbesluiten
לָאָ֔רֶץ
(laarets)
voor de aarde
צֶ֥דֶק
(tsedeq)
gerechtigheid
לָמְד֖וּ
(lamedu)
zij leren
יֹשְׁבֵ֥י
(yoshevei)
bewoners van
תֵבֵֽל
(tevel)
wereld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נֶפֶשׁ (nefesh), ‘ziel’, en רוּחַ (ruach), ‘geest’: het hele innerlijk verlangt naar Yahweh.

אֲשַׁחֲרֶךָּ (ashacharekka), ‘ik zoek U vroeg’: het werkwoord is verwant aan שַׁחַר (shachar), ‘dageraad’. Het betekent: ik zoek U met ernst, al in de vroegte.

10Als de goddeloze gunst wordt bewezen, leert hij geen gerechtigheid. In een land van rechtschapenheid doet hij onrecht. De hoogheid van Yahweh ziet hij niet.
יֻחַ֤ן
(yuchan)
wordt gunst bewezen
רָשָׁע֙
(rasha)
de goddeloze
בַּל
(bal)
niet
לָמַ֣ד
(lamad)
hij leert
צֶ֔דֶק
(tsedeq)
gerechtigheid
בְּאֶ֥רֶץ
(beerets)
in het land van
נְכֹח֖וֹת
(nekhochot)
rechtschapenheid
יְעַוֵּ֑ל
(yeavel)
hij doet onrecht
וּבַל
(uval)
en niet
יִרְאֶ֖ה
(yire)
hij ziet
גֵּא֥וּת
(geut)
hoogheid van
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יֻחַן (yuchan), ‘gunst wordt bewezen’: van חָנַן (chanan), ‘genadig zijn’.

Als de goddeloze alleen gunst krijgt en geen oordeel, leert hij niets.

נְכֹחוֹת (nekhochot), ‘rechtschapenheid’: letterlijk ‘wat recht voor zich uit is’. Het is een land waar het recht heerst, en toch doet de goddeloze daar onrecht.

11Yahweh, Uw hand is opgeheven, maar zij zien het niet. Laat hen de ijver voor het volk zien en laat hen beschaamd worden. Ja, het vuur voor Uw vijanden zal hen verteren.
יְהוָ֛ה
(Yahweh)
Yahweh
רָ֥מָה
(rama)
opgeheven
יָדְךָ֖
(yadekha)
Uw hand
בַּל
(bal)
niet
יֶחֱזָי֑וּן
(yechezayun)
zij zien het
יֶחֱז֤וּ
(yechezu)
laat hen zien
וְיֵבֹ֨שׁוּ֙
(veyevoshu)
en laat hen beschaamd worden
קִנְאַת
(qinat)
ijver voor
עָ֔ם
(am)
volk
אַף
(af)
ook
אֵ֖שׁ
(esh)
vuur
צָרֶ֥יךָ
(tsareikha)
Uw vijanden
תֹאכְלֵֽם
(tokhlem)
het verteert hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

קִנְאַת עָם (qinat am), ‘de ijver voor het volk’: Yahweh is vurig voor Zijn volk.

De zin kan ook betekenen: ‘de ijver van het volk’.

Wij lezen: Yahweh zet Zich vurig in voor Zijn volk.

אֵשׁ צָרֶיךָ (esh tsarekha), ‘het vuur voor Uw vijanden’: het vuur dat voor hen bestemd is. De woorden kunnen ook betekenen: ‘het vuur van Uw vijanden’.

Yahweh geeft ons vrede

12Yahweh, U zult vrede voor ons vestigen. Want ook al onze werken hebt U voor ons verricht.
יְהוָ֕ה
(Yahweh)
Yahweh
תִּשְׁפֹּ֥ת
(tishpot)
U zult vestigen
שָׁל֖וֹם
(shalom)
vrede
לָ֑נוּ
(lanu)
voor ons
כִּ֛י
(ki)
want
גַּ֥ם
(gam)
ook
כָּֽל
(kal)
al
מַעֲשֵׂ֖ינוּ
(maaseinu)
onze werken
פָּעַ֥לְתָּ
(paalta)
U hebt verricht
לָּֽנוּ
(lanu)
voor ons
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

תִּשְׁפֹּת (tishpot), ‘U zult vestigen’: letterlijk ‘U zult neerzetten’.

Yahweh geeft vrede en stelt die vast.

13Yahweh, onze Elohim, andere heren dan U hebben ons beheerst. Alleen in U vermelden wij Uw naam.
יְהוָ֣ה
(Yahweh)
Yahweh
אֱלֹהֵ֔ינוּ
(eloheinu)
onze Elohim
בְּעָל֥וּנוּ
(bealunu)
hebben ons beheerst
אֲדֹנִ֖ים
(adonim)
heren
זֽוּלָתֶ֑ךָ
(zulatekha)
buiten U
לְבַד
(levad)
alleen
בְּךָ֖
(bekha)
in U
נַזְכִּ֥יר
(nazkir)
wij vermelden
שְׁמֶֽךָ
(shemekha)
Uw naam
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

בְּעָלוּנוּ (be’alunu), ‘hebben ons beheerst’: van בָּעַל (ba’al), ‘heer zijn over’, ‘bezitten’.

Het is verwant aan de naam Baäl.

אֲדֹנִים (adonim), ‘heren’: dit zijn andere heersers dan Yahweh. Het is niet de titel Adonai voor Yahweh.

בְּךָ (bekha), ‘in U’: kan ook ‘door U’ of ‘alleen U’ betekenen.

14Doden zullen niet leven. Schimmen zullen niet opstaan. Daarom hebt U hen gestraft en vernietigd, en U hebt elke herinnering aan hen laten verdwijnen.
מֵתִים֙
(metim)
doden
בַּל
(bal)
niet
יִחְי֔וּ
(yichyu)
zij zullen leven
רְפָאִ֖ים
(refaim)
schimmen
בַּל
(bal)
niet
יָקֻ֑מוּ
(yaqumu)
zij zullen opstaan
לָכֵ֤ן
(lakhen)
daarom
פָּקַ֨דְתָּ֙
(paqadta)
U hebt gestraft
וַתַּשְׁמִידֵ֔ם
(vatashmidem)
en U hebt vernietigd hen
וַתְּאַבֵּ֥ד
(vateabed)
en U hebt laten verdwijnen
כָּל
(kal)
alle
זֵ֖כֶר
(zekher)
herinnering
לָֽמוֹ
(lamo)
aan hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רְפָאִים (refa’im), ‘schimmen’: de doden in het dodenrijk.

Zie ook Job 26:5, Ps. 88:11 en Spr. 9:18.

De heersers van vers 13 zijn dood en komen niet terug. Dat staat tegenover vers 19, waar de doden van Yahweh wel opstaan.

15U hebt het volk vermeerderd, Yahweh. U hebt het volk vermeerderd. U bent verheerlijkt. U hebt alle uiteinden van de aarde ver weggeschoven.
יָסַ֤פְתָּ
(yasafta)
U hebt vermeerderd
לַגּוֹי֙
(lagoy)
het volk
יְהוָ֔ה
(Yahweh)
Yahweh
יָסַ֥פְתָּ
(yasafta)
U hebt vermeerderd
לַגּ֖וֹי
(lagoy)
het volk
נִכְבָּ֑דְתָּ
(nikhbadta)
U bent verheerlijkt
רִחַ֖קְתָּ
(richaqta)
U hebt ver weggeschoven
כָּל
(kal)
alle
קַצְוֵי
(qatsvei)
uiteinden van
אָֽרֶץ
(arets)
aarde
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

רִחַקְתָּ (richaqta), ‘U hebt ver weggeschoven’: de grenzen van het land worden ver naar buiten verlegd.

Het Hebreeuws kan ook ‘U hebt hen ver weggebracht’ betekenen, de vijanden naar de uiteinden van de aarde.

אֶרֶץ (erets) kan ‘aarde’ of ‘land’ zijn. Wij houden ‘aarde’.

Als een vrouw in barensnood

16Yahweh, in de nood zochten zij U op. Zij stortten een fluistergebed uit toen Uw tucht over hen kwam.
יְהוָ֖ה
(Yahweh)
Yahweh
בַּצַּ֣ר
(batsar)
in nood
פְּקָד֑וּךָ
(peqadukha)
zij zochten U op
צָק֣וּן
(tsaqun)
zij stortten uit
לַ֔חַשׁ
(lachash)
fluistergebed
מוּסָרְךָ֖
(musarekha)
Uw tucht
לָֽמוֹ
(lamo)
over hen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

פְּקָדוּךָ (pequdukha), ‘zij zochten U op’: letterlijk ‘zij bezochten U’.

Zij kwamen tot U in hun nood.

לָחַשׁ (lachash), ‘fluistergebed’: een zacht gefluisterd gebed. Het kan ook een toverspreuk zijn; hier is het een stil gebed.

מוּסָר (musar), ‘tucht’: onderwijzing door straf.

17Zoals een zwangere vrouw die bijna moet bevallen, weeën krijgt en schreeuwt van haar barensnood: zo waren wij voor Uw aangezicht, Yahweh.
כְּמ֤וֹ
(kemo)
zoals
הָרָה֙
(hara)
zwangere
תַּקְרִ֣יב
(taqriv)
zij komt dichtbij
לָלֶ֔דֶת
(laledet)
om te baren
תָּחִ֥יל
(tachil)
zij krijgt weeën
תִּזְעַ֖ק
(tizaq)
zij schreeuwt
בַּחֲבָלֶ֑יהָ
(bachavaleiha)
in haar barensnood
כֵּ֛ן
(ken)
zo
הָיִ֥ינוּ
(hayinu)
wij waren
מִפָּנֶ֖יךָ
(mipaneikha)
voor Uw aangezicht
יְהוָֽה
(Yahweh)
Yahweh
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Het volk vergelijkt zichzelf met een vrouw die bijna moet bevallen.

Haar weeën zijn pijnlijk, maar het kind komt niet (vers 18).

18Wij werden zwanger, wij kregen weeën, alsof wij wind hebben gebaard. Redding brengen wij op aarde niet teweeg. En de bewoners van de wereld vallen niet.
הָרִ֣ינוּ
(harinu)
wij werden zwanger
חַ֔לְנוּ
(chalnu)
wij kregen weeën
כְּמ֖וֹ
(kemo)
alsof
יָלַ֣דְנוּ
(yaladnu)
wij hebben gebaard
ר֑וּחַ
(ruach)
wind
יְשׁוּעֹת֙
(yeshuot)
reddingen
בַּל
(bal)
niet
נַ֣עֲשֶׂה
(naase)
wij brengen teweeg
אֶ֔רֶץ
(erets)
aarde
וּבַֽל
(uval)
en niet
יִפְּל֖וּ
(yipelu)
zij vallen
יֹשְׁבֵ֥י
(yoshevei)
bewoners van
תֵבֵֽל
(tevel)
wereld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

יִפְּלוּ (yippelu), ‘zij vallen’: het werkwoord betekent ‘vallen’.

Hier kan het ook ‘ter wereld komen’ betekenen, zoals bij een geboorte.

Het kan ook betekenen dat de bewoners niet vallen, dus dat de vijanden niet zijn verslagen.

Wij laten de letterlijke vorm staan.

יְשׁוּעֹת (yeshuot), ‘redding’: meervoud van yeshuah. Het woord staat ook in vers 1.

Uw doden zullen leven

19Uw doden zullen leven. Mijn lijk, zij zullen opstaan. Word wakker en jubel, bewoners van het stof! Want Uw dauw is een dauw van lichten, en de aarde laat de schimmen vallen.”
יִֽחְי֣וּ
(yichyu)
zij zullen leven
מֵתֶ֔יךָ
(meteikha)
Uw doden
נְבֵלָתִ֖י
(nevelati)
mijn lijk
יְקוּמ֑וּן
(yequmun)
zij zullen opstaan
הָקִ֨יצוּ
(haqitsu)
word wakker
וְרַנְּנ֜וּ
(veranenu)
en jubel
שֹׁכְנֵ֣י
(shokhenei)
bewoners van
עָפָ֗ר
(afar)
stof
כִּ֣י
(ki)
want
טַ֤ל
(tal)
dauw van
אוֹרֹת֙
(orot)
lichten
טַלֶּ֔ךָ
(talekha)
Uw dauw
וָאָ֖רֶץ
(vaarets)
en de aarde
רְפָאִ֥ים
(refaim)
schimmen
תַּפִּֽיל
(tapil)
zij laat vallen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

נְבֵלָתִי (nevelati), ‘mijn lijk’: een enkelvoud met ‘mijn’.

Het woord wordt hier als verzamelwoord gebruikt: de lijken van het volk.

Sommige oude vertalingen lezen anders.

Wij volgen de Masoretische tekst.

אוֹרֹת (orot), ‘lichten’: het woord kan ook ‘kruiden’ betekenen, zoals in 2 Kon. 4:39. De dauw van Yahweh geeft nieuw leven, zoals dauw het gras doet groeien.

רְפָאִים (refa’im), ‘schimmen’: zie vers 14.

תַּפִּיל (tappil), ‘laat vallen’: dit is hetzelfde werkwoord als ‘vallen’ in vers 18. De aarde laat de doden ‘vallen’, dat wil zeggen: zij brengt ze voort zoals een vrouw een kind baart.

Het lied eindigt hier. In vers 20 spreekt Yahweh zelf.

Verberg je even

20„Ga, mijn volk, ga je kamers binnen en sluit je deur achter je. Verberg je voor heel even, tot de gramschap voorbij is.”
לֵ֤ךְ
(lekh)
ga
עַמִּי֙
(ami)
mijn volk
בֹּ֣א
(bo)
kom binnen
בַחֲדָרֶ֔יךָ
(bachadareikha)
in je kamers
וּֽסְגֹ֥ר
(usegor)
en sluit
דְּלָתְךָ֖
(delatekha)
je deur
בַּעֲדֶ֑ךָ
(baadekha)
achter je
חֲבִ֥י
(chavi)
verberg je
כִמְעַט
(kimat)
als een weinig
רֶ֖גַע
(rega)
ogenblik
עַד
(ad)
tot
יַעֲבָר
(yaavar)
het voorbij is
זָֽעַם
(zaam)
gramschap
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

Hier spreekt Yahweh Zelf.

Hij noemt Israël ‘mijn volk’.

חֲבִי (chavi), ‘verberg je’: blijf verborgen in je kamer, tot het oordeel is voorbijgegaan. Vergelijk Exod. 12:22.

Lezing

De geschreven tekst (ketiv) heeft דלתיך (delatekha), ‘je deuren’.

De voorgelezen tekst (qere) heeft דְּלָתְךָ (delatkha), ‘je deur’.

Wij volgen de qere.

Voor het slot geldt iets dergelijks: de geschreven tekst (ketiv) heeft יעבור (ya’avor), ‘hij gaat voorbij’; de voorgelezen tekst (qere) heeft יַעֲבָר (ya’avar), ‘hij is voorbij’.

Wij volgen de qere.

21Want zie, Yahweh komt uit Zijn plaats om de schuld van de bewoners van de aarde over hen te straffen. De aarde zal haar bloed blootleggen en haar gedoden niet meer bedekken.
כִּֽי
(ki)
want
הִנֵּ֤ה
(hine)
zie
יְהוָה֙
(Yahweh)
Yahweh
יֹצֵ֣א
(yotse)
komt uit
מִמְּקוֹמ֔וֹ
(mimeqomo)
van Zijn plaats
לִפְקֹ֛ד
(lifqod)
om te straffen
עֲוֺ֥ן
(avon)
schuld van
יֹֽשֵׁב
(yoshev)
bewoner van
הָאָ֖רֶץ
(haarets)
de aarde
עָלָ֑יו
(alav)
over hem
וְגִלְּתָ֤ה
(vegileta)
en zal blootleggen
הָאָ֨רֶץ֙
(haarets)
de aarde
אֶת
(et)
(obj.)
דָּמֶ֔יהָ
(dameiha)
haar bloed
וְלֹֽא
(velo)
en niet
תְכַסֶּ֥ה
(tekhase)
zij zal bedekken
ע֖וֹד
(od)
meer
עַל
(al)
over
הֲרוּגֶֽיהָ
(harugeiha)
haar gedoden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg

מִמְּקוֹמוֹ (mimmeqomo), ‘uit Zijn plaats’: Yahweh komt uit de plaats waar Hij woont.

Vergelijk Mi. 1:3.

עֲוֺן (avon), ‘schuld’: het woord betekent zowel de overtreding als de straf die erop volgt.

דָּמֶיהָ (dameha), ‘haar bloed’: het meervoud van dam, dus bloed dat is vergoten. De aarde heeft het bloed van de vermoorden opgenomen en laat het nu zien.