Genezing op de sabbat, de ereplaatsen, het grote maal en de prijs van het volgen
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Genezing van een man met waterzucht
1Het gebeurde dat Hij op een sabbat het huis van een van de leiders van de Farizeeën binnenging om brood te eten. Zij letten op Hem.
Καὶ
(Kai)
en
ἐγένετο
(egeneto)
het gebeurde
ἐν
(en)
bij
τῷ
(to)
het
ἐλθεῖν
(elthein)
binnengaan
αὐτὸν
(auton)
Hij
εἰς
(eis)
in
οἶκόν
(oikon)
huis
τινος
(tinos)
van een
τῶν
(ton)
van de
ἀρχόντων
(archonton)
leiders
τῶν
(ton)
van de
Φαρισαίων
(Pharisaion)
Farizeeën
σαββάτῳ
(sabbato)
op een sabbat
φαγεῖν
(phagein)
te eten
ἄρτον
(arton)
brood
καὶ
(kai)
en
αὐτοὶ
(autoi)
zij
ἦσαν
(esan)
waren
παρατηρούμενοι
(parateroumenoi)
lettend op
αὐτόν
(auton)
Hem
Bron: SBLGNT
Uitleg
φαγεῖν ἄρτον (phagein arton), ‘brood eten’: een maaltijd gebruiken. ἄρχων (archon), ‘leider’. παρατηρέω (paratereo), ‘letten op’: nauwkeurig in de gaten houden, zoals in Luc. 6:7.
8„Wanneer je door iemand voor een bruiloft wordt uitgenodigd, ga dan niet op de ereplaats zitten. Misschien is iemand die meer geëerd is dan jij, door hem uitgenodigd,
Ὅταν
(Hotan)
wanneer
κληθῇς
(klethes)
je wordt uitgenodigd
ὑπό
(hypo)
door
τινος
(tinos)
iemand
εἰς
(eis)
naar
γάμους
(gamous)
een bruiloft
μὴ
(me)
niet
κατακλιθῇς
(kataklithes)
ga zitten
εἰς
(eis)
op
τὴν
(ten)
de
πρωτοκλισίαν
(protoklisian)
ereplaats
μήποτε
(mepote)
misschien
ἐντιμότερός
(entimoteros)
meer geëerd
σου
(sou)
dan jij
ᾖ
(e)
is
κεκλημένος
(keklemenos)
uitgenodigd
ὑπ’
(hyp’)
door
αὐτοῦ
(autou)
hem
Bron: SBLGNT
Uitleg
κατακλίνομαι (kataklinomai), ‘gaan zitten’: bij een maaltijd lag men aan tafel; zie Matt. 8:11. γάμοι (gamoi), ‘bruiloft’: het woord staat in het meervoud, zoals in Matt. 22:2.
μήποτε (mepote), ‘misschien’: het woord zegt letterlijk ‘opdat niet ooit’ en geeft aan wat Hij wil voorkomen.
9en komt degene die jou en hem heeft uitgenodigd en zegt tegen je: ‘Geef deze man plaats.’ Dan zul je met schaamte beginnen de laatste plaats in te nemen.
καὶ
(kai)
en
ἐλθὼν
(elthon)
komend
ὁ
(ho)
degene die
σὲ
(se)
jou
καὶ
(kai)
en
αὐτὸν
(auton)
hem
καλέσας
(kalesas)
heeft uitgenodigd
ἐρεῖ
(erei)
zal zeggen
σοι
(soi)
tegen je
Δὸς
(Dos)
geef
τούτῳ
(touto)
aan deze
τόπον
(topon)
plaats
καὶ
(kai)
en
τότε
(tote)
dan
ἄρξῃ
(arxe)
je zult beginnen
μετὰ
(meta)
met
αἰσχύνης
(aischynes)
schaamte
τὸν
(ton)
de
ἔσχατον
(eschaton)
laatste
τόπον
(topon)
plaats
κατέχειν
(katechein)
in te nemen
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het Grieks zegt Δὸς τούτῳ τόπον (dos touto topon), ‘geef aan deze plaats’; ‘man’ vult het Nederlands aan.
10Maar wanneer je wordt uitgenodigd, ga heen en ga zitten op de laatste plaats. Zo zal degene die je heeft uitgenodigd, wanneer hij komt, tegen je zeggen: ‘Vriend, kom hogerop.’ Dan zul je eer hebben in het bijzijn van allen die met je aan tafel zitten.
ἀλλ’
(all’)
maar
ὅταν
(hotan)
wanneer
κληθῇς
(klethes)
je wordt uitgenodigd
πορευθεὶς
(poreutheis)
gaand
ἀνάπεσε
(anapese)
ga zitten
εἰς
(eis)
op
τὸν
(ton)
de
ἔσχατον
(eschaton)
laatste
τόπον
(topon)
plaats
ἵνα
(hina)
opdat
ὅταν
(hotan)
wanneer
ἔλθῃ
(elthe)
komt
ὁ
(ho)
degene die
κεκληκώς
(keklekos)
heeft uitgenodigd
σε
(se)
je
ἐρεῖ
(erei)
zal zeggen
σοι
(soi)
tegen je
Φίλε
(Phile)
vriend
προσανάβηθι
(prosanabethi)
kom omhoog
ἀνώτερον
(anoteron)
hoger
τότε
(tote)
dan
ἔσται
(estai)
zal zijn
σοι
(soi)
voor je
δόξα
(doxa)
eer
ἐνώπιον
(enopion)
in het bijzijn van
πάντων
(panton)
allen
τῶν
(ton)
de
συνανακειμένων
(synanakeimenon)
tafelgenoten
σοι
(soi)
met je
Bron: SBLGNT
Uitleg
δόξα (doxa), ‘eer’: hier de eer die mensen elkaar geven. ἐνώπιον (enopion), ‘in het bijzijn van’.
12Hij zei ook tegen degene die Hem had uitgenodigd: „Wanneer je een middagmaaltijd of een avondmaaltijd geeft, nodig dan niet je vrienden, je broers, je familieleden of rijke buren uit. Misschien nodigen ook zij jou op hun beurt uit, en krijg je zo een terugbetaling.
Ἔλεγεν
(Elegen)
zei Hij
δὲ
(de)
en
καὶ
(kai)
ook
τῷ
(to)
tegen degene die
κεκληκότι
(keklekoti)
had uitgenodigd
αὐτόν
(auton)
Hem
Ὅταν
(Hotan)
wanneer
ποιῇς
(poies)
je maakt
ἄριστον
(ariston)
middagmaaltijd
ἢ
(e)
of
δεῖπνον
(deipnon)
maaltijd
μὴ
(me)
niet
φώνει
(phonei)
nodig uit
τοὺς
(tous)
de
φίλους
(philous)
vrienden
σου
(sou)
je
μηδὲ
(mede)
en ook niet
τοὺς
(tous)
de
ἀδελφούς
(adelphous)
broers
σου
(sou)
je
μηδὲ
(mede)
en ook niet
τοὺς
(tous)
de
συγγενεῖς
(syngeneis)
familieleden
σου
(sou)
je
μηδὲ
(mede)
en ook niet
γείτονας
(geitonas)
buren
πλουσίους
(plousious)
rijke
μήποτε
(mepote)
misschien
καὶ
(kai)
ook
αὐτοὶ
(autoi)
zij
ἀντικαλέσωσίν
(antikalesosin)
nodigen terug uit
σε
(se)
je
καὶ
(kai)
en
γένηται
(genetai)
komt
ἀνταπόδομά
(antapodoma)
terugbetaling
σοι
(soi)
voor je
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἄριστον (ariston), ‘middagmaaltijd’: de maaltijd rond het midden van de dag; in Matt. 22:4 vertalen wij hetzelfde woord met ‘maaltijd’. δεῖπνον (deipnon), ‘avondmaaltijd’: elders in dit hoofdstuk schrijven wij ‘maaltijd’.
φωνέω (phoneo), ‘roepen’: hier ‘uitnodigen’; in vers 13 staat καλέω (kaleo), ‘uitnodigen’. ἀντικαλέω (antikaleo), ‘op zijn beurt uitnodigen’.
14En je zult gelukkig zijn, omdat zij het jou niet kunnen terugbetalen. Want het zal je terugbetaald worden bij de opstanding van de rechtvaardigen.”
καὶ
(kai)
en
μακάριος
(makarios)
gelukkig
ἔσῃ
(ese)
je zult zijn
ὅτι
(hoti)
omdat
οὐκ
(ouk)
niet
ἔχουσιν
(echousin)
zij hebben
ἀνταποδοῦναί
(antapodounai)
terug te betalen
σοι
(soi)
aan je
ἀνταποδοθήσεται
(antapodothesetai)
het zal terugbetaald worden
γάρ
(gar)
want
σοι
(soi)
aan je
ἐν
(en)
bij
τῇ
(te)
de
ἀναστάσει
(anastasei)
opstanding
τῶν
(ton)
van de
δικαίων
(dikaion)
rechtvaardigen
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀνάστασις τῶν δικαίων (anastasis ton dikaion), ‘opstanding van de rechtvaardigen’: vergelijk Dan. 12:2, ‘velen die slapen in de stofgrond zullen ontwaken’. ἀνταποδίδωμι (antapodidomi), ‘terugbetalen’.
17Op het uur van de maaltijd zond hij zijn knecht om tegen de genodigden te zeggen: ‘Kom, want het is al klaar.’
καὶ
(kai)
en
ἀπέστειλεν
(apesteilen)
zond
τὸν
(ton)
de
δοῦλον
(doulon)
knecht
αὐτοῦ
(autou)
zijn
τῇ
(te)
op
ὥρᾳ
(hora)
het uur
τοῦ
(tou)
van de
δείπνου
(deipnou)
maaltijd
εἰπεῖν
(eipein)
om te zeggen
τοῖς
(tois)
aan de
κεκλημένοις
(keklemenois)
genodigden
Ἔρχεσθε
(Erchesthe)
komt
ὅτι
(hoti)
want
ἤδη
(ede)
al
ἕτοιμά
(hetoima)
klaar
ἐστιν
(estin)
is
Bron: SBLGNT
18Maar allen begonnen op dezelfde manier zich te verontschuldigen. De eerste zei tegen hem: ‘Ik heb een akker gekocht en moet erheen gaan om hem te bekijken. Ik vraag u: houd mij voor verontschuldigd.’
καὶ
(kai)
en
ἤρξαντο
(erxanto)
begonnen
ἀπὸ
(apo)
vanuit
μιᾶς
(mias)
één
πάντες
(pantes)
allen
παραιτεῖσθαι
(paraiteisthai)
zich te verontschuldigen
ὁ
(ho)
de
πρῶτος
(protos)
eerste
εἶπεν
(eipen)
zei
αὐτῷ
(auto)
tegen hem
Ἀγρὸν
(Agron)
een akker
ἠγόρασα
(egorasa)
ik kocht
καὶ
(kai)
en
ἔχω
(echo)
ik heb
ἀνάγκην
(ananken)
noodzaak
ἐξελθὼν
(exelthon)
weggaand
ἰδεῖν
(idein)
te bekijken
αὐτόν
(auton)
hem
ἐρωτῶ
(eroto)
ik vraag
σε
(se)
u
ἔχε
(eche)
houd
με
(me)
mij
παρῃτημένον
(paretemenon)
verontschuldigd
Bron: SBLGNT
Uitleg
ἀπὸ μιᾶς (apo mias), letterlijk ‘vanuit één’: het Grieks vult het woord erbij niet in.
Wij schrijven ‘op dezelfde manier’. παραιτέομαι (paraiteomai), ‘zich verontschuldigen’: zich laten ontslaan van een verplichting.
19En een ander zei: ‘Ik heb 5 span ossen gekocht en ga ze keuren. Ik vraag u: houd mij voor verontschuldigd.’
καὶ
(kai)
en
ἕτερος
(heteros)
een ander
εἶπεν
(eipen)
zei
Ζεύγη
(Zeuge)
spannen
βοῶν
(boon)
van ossen
ἠγόρασα
(egorasa)
ik kocht
πέντε
(pente)
5
καὶ
(kai)
en
πορεύομαι
(poreuomai)
ik ga
δοκιμάσαι
(dokimasai)
te keuren
αὐτά
(auta)
ze
ἐρωτῶ
(eroto)
ik vraag
σε
(se)
u
ἔχε
(eche)
houd
με
(me)
mij
παρῃτημένον
(paretemenon)
verontschuldigd
Bron: SBLGNT
Uitleg
ζεῦγος (zeugos), ‘span’: een paar ossen onder één juk; 5 span zijn dus 10 ossen. δοκιμάζω (dokimazo), ‘keuren’: beproeven of ze goed zijn.
20En weer een ander zei: ‘Ik ben met een vrouw getrouwd, en daarom kan ik niet komen.’
καὶ
(kai)
en
ἕτερος
(heteros)
een ander
εἶπεν
(eipen)
zei
Γυναῖκα
(Gynaika)
een vrouw
ἔγημα
(egema)
ik trouwde
καὶ
(kai)
en
διὰ
(dia)
om
τοῦτο
(touto)
dit
οὐ
(ou)
niet
δύναμαι
(dynamai)
ik kan
ἐλθεῖν
(elthein)
komen
Bron: SBLGNT
21De knecht kwam en meldde dit aan zijn heer. Toen werd de heer van het huis boos. Hij zei tegen zijn knecht: ‘Ga snel naar de pleinen en straten van de stad en breng de armen, verminkten, blinden en kreupelen hierheen.’
καὶ
(kai)
en
παραγενόμενος
(paragenomenos)
aangekomen
ὁ
(ho)
de
δοῦλος
(doulos)
knecht
ἀπήγγειλεν
(apengeilen)
meldde
τῷ
(to)
aan de
κυρίῳ
(kyrio)
heer
αὐτοῦ
(autou)
zijn
ταῦτα
(tauta)
dit
τότε
(tote)
toen
ὀργισθεὶς
(orgistheis)
boos geworden
ὁ
(ho)
de
οἰκοδεσπότης
(oikodespotes)
heer van het huis
εἶπεν
(eipen)
zei
τῷ
(to)
tegen de
δούλῳ
(doulo)
knecht
αὐτοῦ
(autou)
zijn
Ἔξελθε
(Exelthe)
ga naar buiten
ταχέως
(tacheos)
snel
εἰς
(eis)
naar
τὰς
(tas)
de
πλατείας
(plateias)
pleinen
καὶ
(kai)
en
ῥύμας
(rhymas)
straten
τῆς
(tes)
van de
πόλεως
(poleos)
stad
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
πτωχοὺς
(ptochous)
armen
καὶ
(kai)
en
ἀναπείρους
(anapeirous)
verminkten
καὶ
(kai)
en
τυφλοὺς
(typhlous)
blinden
καὶ
(kai)
en
χωλοὺς
(cholous)
kreupelen
εἰσάγαγε
(eisagage)
breng binnen
ὧδε
(hode)
hierheen
Bron: SBLGNT
Uitleg
κύριος (kyrios), ‘heer’: de eigenaar van het huis, niet Yeshua; zie Matt. 25:11. οἰκοδεσπότης (oikodespotes) is ‘heer van het huis’ (Matt. 10:25).
24Want ik zeg jullie: niemand van die genodigde mannen zal van mijn maaltijd proeven.’”
λέγω
(lego)
ik zeg
γὰρ
(gar)
want
ὑμῖν
(hymin)
jullie
ὅτι
(hoti)
dat
οὐδεὶς
(oudeis)
niemand
τῶν
(ton)
van de
ἀνδρῶν
(andron)
mannen
ἐκείνων
(ekeinon)
die
τῶν
(ton)
de
κεκλημένων
(keklemenon)
genodigden
γεύσεταί
(geusetai)
zal proeven
μου
(mou)
mijn
τοῦ
(tou)
de
δείπνου
(deipnou)
maaltijd
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het Grieks heeft hier het meervoud ὑμῖν (hymin), ‘jullie’, terwijl de heer in de verzen 21–23 tot één knecht sprak.
Het kunnen dus ook de woorden van Yeshua zijn, gericht tot de genodigden aan tafel.
Wij laten het bij de heer in de gelijkenis.
De prijs van het volgen van Yeshua
25Grote menigten gingen met Hem mee. Hij draaide zich om en zei tegen hen:
Συνεπορεύοντο
(Syneporeuonto)
gingen mee
δὲ
(de)
en
αὐτῷ
(auto)
met Hem
ὄχλοι
(ochloi)
menigten
πολλοί
(polloi)
grote
καὶ
(kai)
en
στραφεὶς
(strapheis)
zich omdraaiend
εἶπεν
(eipen)
zei Hij
πρὸς
(pros)
tegen
αὐτούς
(autous)
hen
Bron: SBLGNT
26„Als iemand naar Mij toe komt en zijn vader en moeder, zijn vrouw en kinderen, zijn broers en zussen niet haat, ja zelfs zijn eigen leven niet, dan kan hij niet Mijn leerling zijn.
Εἴ
(Ei)
als
τις
(tis)
iemand
ἔρχεται
(erchetai)
komt
πρός
(pros)
naar
με
(me)
Mij
καὶ
(kai)
en
οὐ
(ou)
niet
μισεῖ
(misei)
haat
τὸν
(ton)
de
πατέρα
(patera)
vader
ἑαυτοῦ
(heautou)
zijn eigen
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
μητέρα
(metera)
moeder
καὶ
(kai)
en
τὴν
(ten)
de
γυναῖκα
(gynaika)
vrouw
καὶ
(kai)
en
τὰ
(ta)
de
τέκνα
(tekna)
kinderen
καὶ
(kai)
en
τοὺς
(tous)
de
ἀδελφοὺς
(adelphous)
broers
καὶ
(kai)
en
τὰς
(tas)
de
ἀδελφάς
(adelphas)
zussen
ἔτι
(eti)
nog
τε
(te)
bovendien
καὶ
(kai)
ook
τὴν
(ten)
de
ψυχὴν
(psychen)
leven
ἑαυτοῦ
(heautou)
zijn eigen
οὐ
(ou)
niet
δύναται
(dynatai)
kan
εἶναί
(einai)
zijn
μου
(mou)
Mijn
μαθητής
(mathetes)
leerling
Bron: SBLGNT
Uitleg
μισέω (miseo), ‘haten’: wij vertalen letterlijk, zoals in Joh. 12:25.
In het Hebreeuws kan ‘haten’ ook ‘achterstellen’ betekenen: vergelijk Deut. 21:15, ‘de ene bemind en de andere gehaat’, en Gen. 29:30–31 (het Hebreeuws heeft in 29:31 ‘gehaat’; wij schrijven daar ‘niet bemind’).
30en zeggen: ‘Deze man is begonnen te bouwen en kon het niet afmaken.’
λέγοντες
(legontes)
zeggend
ὅτι
(hoti)
dat
Οὗτος
(Houtos)
deze
ὁ
(ho)
de
ἄνθρωπος
(anthropos)
man
ἤρξατο
(erxato)
is begonnen
οἰκοδομεῖν
(oikodomein)
te bouwen
καὶ
(kai)
en
οὐκ
(ouk)
niet
ἴσχυσεν
(ischysen)
kon
ἐκτελέσαι
(ektelesai)
af te maken
Bron: SBLGNT
31Of welke koning gaat op weg om de strijd aan te gaan met een andere koning? Gaat hij niet eerst zitten om te overleggen of hij in staat is met 10.000 tegemoet te treden wie met 20.000 tegen hem optrekt?
ἢ
(e)
of
τίς
(tis)
welke
βασιλεὺς
(basileus)
koning
πορευόμενος
(poreuomenos)
op weg gaand
ἑτέρῳ
(hetero)
met een andere
βασιλεῖ
(basilei)
koning
συμβαλεῖν
(symbalein)
de strijd aan te gaan
εἰς
(eis)
in
πόλεμον
(polemon)
oorlog
οὐχὶ
(ouchi)
niet
καθίσας
(kathisas)
gaan zitten
πρῶτον
(proton)
eerst
βουλεύσεται
(bouleusetai)
zal overleggen
εἰ
(ei)
of
δυνατός
(dynatos)
in staat
ἐστιν
(estin)
is
ἐν
(en)
met
δέκα
(deka)
10
χιλιάσιν
(chiliasin)
duizendtallen
ὑπαντῆσαι
(hypantesai)
tegemoet te treden
τῷ
(to)
aan hem
μετὰ
(meta)
met
εἴκοσι
(eikosi)
20
χιλιάδων
(chiliadon)
duizendtallen
ἐρχομένῳ
(erchomeno)
komend
ἐπ’
(ep’)
tegen
αὐτόν
(auton)
hem
Bron: SBLGNT
Uitleg
Het Grieks zegt ‘met tienduizend’ en ‘met twintigduizend’, zonder het woord ‘man’.
32Zo niet, dan zendt hij, terwijl de ander nog ver weg is, een gezantschap en vraagt om vredesvoorwaarden.