Open in de app Alle boeken Job ← 10 12 → Job 11 Zofar spreekt
Eigen Nederlandse vertaling uit de grondtekst. Rode tekst = woorden van Yahweh, Elohim of Yeshua zelf. Cursieve tekst = woorden van Melchisedek en de engel van Yahweh (hun identiteit wordt verschillend uitgelegd; zie de voetnoot). Kleine cursieve tekst = woorden van Satan, demonen of de draak. Gele markering in de brontekst = woord uit een andere bron dan de hoofdbron (zie Bron).
Zofar spreekt 1 Zofar uit Naäma nam het woord en zei:
וַ֭יַּעַן
(vayaan)
en antwoordde
הַֽנַּעֲמָתִ֗י
(hanaamati)
de Naämatiet
וַיֹּאמַֽר
(vayomar)
en zei
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Plaats
Zofar komt uit Naäma (zie 2:11).
Uitleg
Hij is de felste van de drie vrienden: hij spreekt Job direct aan als iemand die schuld heeft.
2 „Moet een woordenstroom onbeantwoord blijven? Moet een man met veel praatjes gelijk krijgen?
הֲרֹ֣ב
(harov)
een menigte van
דְּ֭בָרִים
(devarim)
woorden
יֵעָנֶ֑ה
(yeane)
zal worden beantwoord
שְׂפָתַ֣יִם
(sefatayim)
lippen
יִצְדָּֽק
(yitsdaq)
gelijk krijgt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
3 Moet jouw gebabbel mensen het zwijgen opleggen? Mag je spotten zonder dat iemand je beschaamt?
בַּ֭דֶּיךָ
(badeikha)
je gebabbel
יַחֲרִ֑ישׁו
(yacharishv)
zullen zwijgen
וַ֝תִּלְעַ֗ג
(vatilag)
en spot je
וְאֵ֣ין
(veein)
en niet is er
מַכְלִֽם
(makhlim)
die beschaamt
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Zofar noemt Jobs woorden ‘gebabbel’ en beschuldigt hem van spot.
Hij vindt dat Eloah Job nog te mild straft (vers 6).
4 Je zegt: ‘Mijn leer is zuiver, en ik ben rein in Uw ogen.’
וַ֭תֹּאמֶר
(vatomer)
en je zegt
לִקְחִ֑י
(liqchi)
mijn leer
בְעֵינֶֽיךָ
(beeineikha)
in Uw ogen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
5 Maar mocht Eloah toch spreken en Zijn lippen tegen jou openen!
וְיִפְתַּ֖ח
(veyiftach)
en opende
שְׂפָתָ֣יו
(sefatav)
zijn lippen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
6 Dan zou Hij je de geheimen van de wijsheid tonen, want ze zijn dubbel in hun inzicht. Weet dan: Eloah laat je minder boeten dan je schuld verdient.
וְיַגֶּד
(veyaged)
en tonen zou Hij
תַּֽעֲלֻמ֣וֹת
(taalumot)
geheimen van
חָכְמָה֮
(chakhema)
wijsheid
כִפְלַ֪יִם
(kiflayim)
dubbel
לְֽת֫וּשִׁיָּ֥ה
(letushiya)
in inzicht
מֵעֲוֺנֶֽךָ
(meavonekha)
van je schuld
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Het slot van het vers, יַשֶּׁה לְךָ אֱלוֹהַּ מֵעֲוֹנֶךָ (yasheh lekha Eloah me’avonekha), is letterlijk ‘Eloah laat voor jou iets van je schuld vergeten’: Job krijgt minder straf dan hij verdient.
Voor Zofar is Jobs lijden dus nog een gunst.
De diepten van Eloah 7 Kun je de diepten van Eloah doorgronden, of reiken tot de uiterste grens van Sjaddai?
הַחֵ֣קֶר
(hacheqer)
de diepte van
תִּמְצָ֑א
(timtsa)
kun je vinden
תַּכְלִ֖ית
(takhlit)
het uiterste van
תִּמְצָֽא
(timtsa)
kun je reiken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
8 Hoger dan de hemel: wat kun jij doen? Dieper dan het dodenrijk: wat weet jij?
גָּבְהֵ֣י
(gavehei)
hoogten van
תִּפְעָ֑ל
(tifal)
kun je doen
מִ֝שְּׁא֗וֹל
(misheol)
dan het dodenrijk
תֵּדָֽע
(teda)
kun je weten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
שְׁאוֹל (Sheol) is het dodenrijk; zie 7:9.
De vier richtingen (hoog, diep, lang, breed) beschrijven dat Eloah niet te meten is.
9 Langer dan de aarde is Zijn maat, en breder dan de zee.
מֵאֶ֣רֶץ
(meerets)
dan aarde
וּ֝רְחָבָ֗ה
(urechava)
en breder
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
10 Als Hij voorbijgaat, iemand gevangen zet en een rechtszitting belegt, wie kan Hem dan tegenhouden?
יַחֲלֹ֥ף
(yachalof)
Hij voorbijgaat
וְיַסְגִּ֑יר
(veyasgir)
en gevangen zet
וְ֝יַקְהִ֗יל
(veyaqhil)
en bijeenroept
יְשִׁיבֶֽנּוּ
(yeshivenu)
kan Hem tegenhouden
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
11 Want Hij kent de mensen van nietigheid. Hij ziet onrecht, ook als Hij er niet op let.
יִתְבּוֹנָֽן
(yitbonan)
let erop
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
12 Een holle man wordt pas verstandig als een wilde ezel als mens wordt geboren.
וְאִ֣ישׁ
(veish)
en een man
יִלָּבֵ֑ב
(yilavev)
krijgt verstand
וְעַ֥יִר
(veayir)
en een veulen van
יִוָּלֵֽד
(yivaled)
wordt geboren
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Een spreekwoord: een holle (leeghoofdige) man krijgt pas verstand als een wilde ezel als mens geboren wordt, dat wil zeggen nooit.
Zofar noemt Job daarmee onverstandig.
Keer terug, dan komt het goed 13 Als jij je hart op orde brengt en je handen naar Hem uitspreidt,
הֲכִינ֣וֹתָ
(hakhinota)
op orde brengt
וּפָרַשְׂתָּ֖
(ufarasta)
en uitspreidt
כַּפֶּֽךָ
(kapekha)
je handpalmen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
Vers 13–19 is een uitnodiging tot bekering: zet je hart recht (13), haal het onrecht weg (14), dan volgt herstel (15–19).
Dit is een belofte die aan het eind van het boek anders blijkt uit te pakken dan Zofar denkt (42:7–9).
14 als je het onrecht in je hand verwijdert en geen kwaad in je tenten laat wonen,
בְּ֭יָדְךָ
(beyadekha)
in je hand
הַרְחִיקֵ֑הוּ
(harchiqehu)
verwijder het
תַּשְׁכֵּ֖ן
(tashken)
laat wonen
בְּאֹהָלֶ֣יךָ
(beohaleikha)
in je tenten
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
15 dan kun je je gezicht zonder smet opheffen en sta je stevig en zonder angst.
תִּשָּׂ֣א
(tisa)
zul je opheffen
פָנֶ֣יךָ
(paneikha)
je gezicht
מִמּ֑וּם
(mimum)
zonder smet
וְהָיִ֥יתָ
(vehayita)
en je zult zijn
תִירָֽא
(tira)
zul je vrezen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מּוּם (mum) is een ‘smet’, ook gebruikt voor lichaamsgebreken die een offerdier of priester ongeschikt maken (Lev. 21:17–21).
Hier: een gezicht zonder smet is een zuiver geweten.
16 Dan zul je je ellende vergeten, en eraan terugdenken als aan water dat voorbij is gestroomd.
תִּשְׁכָּ֑ח
(tishkach)
zul je vergeten
כְּמַ֖יִם
(kemayim)
als water
עָבְר֣וּ
(averu)
dat voorbijgegaan is
תִזְכֹּֽר
(tizkor)
zul je terugdenken
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
17 Je leven wordt helderder dan de middag, en het donker wordt als de morgen.
וּֽ֭מִצָּהֳרַיִם
(umitsahorayim)
en meer dan de middag
יָק֣וּם
(yaqum)
zal opkomen
תָּ֝עֻ֗פָה
(taufa)
duisternis
כַּבֹּ֥קֶר
(kaboqer)
als de morgen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
18 Je zult vertrouwen omdat er hoop is. Je kijkt rond en gaat veilig liggen.
וּֽ֭בָטַחְתָּ
(uvatachta)
en je zult vertrouwen
וְ֝חָפַרְתָּ֗
(vechafarta)
en je ziet rond
לָבֶ֥טַח
(lavetach)
in veiligheid
תִּשְׁכָּֽב
(tishkav)
zul je liggen
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
19 Je legert je zonder dat iemand je opschrikt, en velen zoeken je gunst.
וְֽ֭רָבַצְתָּ
(veravatsta)
en je zult rusten
וְאֵ֣ין
(veein)
en niet is er
מַחֲרִ֑יד
(macharid)
die opschrikt
וְחִלּ֖וּ
(vechilu)
en zullen smeken
פָנֶ֣יךָ
(paneikha)
je gunst
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
20 Maar de ogen van de goddelozen zullen smachten. Hun toevlucht is verloren en hun hoop is hun laatste adem.”
וְעֵינֵ֥י
(veeinei)
en ogen van
רְשָׁעִ֗ים
(reshaim)
goddelozen
תִּ֫כְלֶ֥ינָה
(tikhleina)
smachten
וּ֭מָנוֹס
(umanos)
en toevlucht
וְ֝תִקְוָתָ֗ם
(vetiqvatam)
en hun hoop
מַֽפַּח
(mapach)
de uitblazing van
Bron: Masoretische tekst (Westminster Leningrad Codex, OSHB)
Uitleg
מַפַּח־נֶפֶשׁ (mappach nefesh), ‘de uitblazing van de ziel’, is het laatste uitademen.
De hoop van de goddelozen eindigt met hun dood.